21-04-17

Dagelijkse werkelijkheid

Dagelijkse werkelijkheid.

 

geloof, werkelijkheid, tweede werkelijkheid,

 

Geloof in een versie

van de werkelijkheid die mooier,

ruimer en beter is

dan de dagelijkse werkelijkheid.

 

Waar die wereld

met deze wereld samenvalt,

beïnvloedt de tweede werkelijkheid

de dagelijkse werkelijkheid.

 

11:44 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geloof, werkelijkheid, tweede werkelijkheid |  Facebook |

17-01-16

HEKSEN(2)

 HEKSEN (2)

heksen, wicca, evenwicht, goed, kwaad, harmonie,magie, toverij,geloof, tweede werkelijkheid,

Nog een paar wetten en regels van de heksengemeenschap.

Uw beeld van de werkelijkheid moet beantwoorden aan datgene wat u in uzelf gevoelt. Daarom kunt u alleen op grond van uw innerlijke ge­voelens en uw innerlijk weten bepalen welke wereld (de z.g. onwerkelijk­heid of tweede werkelijkheid) voor u benaderbaar is. U kunt nooit in­gaan tegen datgene wat er in u leeft. Als u eenmaal tot die keuze bent gekomen, dan vloeien juist uit dit innerlijk beleven en de poging tot verwezenlijking daarvan een aantal regels voort. Deze regels moet u strikt blijven hanteren. Denk niet, dat u daar onderuit kunt, want dan zullen alle inwerkingen die u heeft opgeroepen ongedaan worden gemaakt.

Een wet die voor een ieder werkt en geldt, is deze; Mijn beeld van de werkelijkheid plus mijn geloof daaraan is bepalend voor al wat ik kan bereiken, maar ook voor al datgene wat de wereld voor mij gaat betekenen.

Een volgende regel zal moeten luiden; Niets kan bestaan zonder evenwicht. Ik kan geen goed doen zonder kwaad te veroorzaken. Geen kwaad doen zonder ook het goede wakker te roepen. Daarom is mijn keuze niet een keuze tussen goed en kwaad, maar tussen harmonisch met mijn wezen en niet harmonisch met mijn wezen.

De laatste voor u nog vreemdere regel is deze; Als je niet gelooft aan een God, kun je nooit een heks zijn. Want het ge­loof aan een alomvattende oppermacht is noodzakelijk om het spel met evenwichten van macht te spelen dat de basis vormt van alle magie en alle toverij.

13:48 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: heksen, wicca, evenwicht, goed, kwaad, harmonie, magie, toverij, geloof, tweede werkelijkheid |  Facebook |

25-04-15

Geloof in een versie van de werkelijkheid.

 

GELOOF IS EEN VERSIE VAN DE WERKELIJKHEID.

geloof, werkelijkheid, eenheid, dicipline, fantasie, kracht, autoriteit, ervaring, dagelijkse werkelijkheid, tweede werkelijkheid,

Eenheid kan zich alleen in tegenstellingen manifesteren.

 

Elk bevel aan jezelf zal worden uitgevoerd.

 

Elke gave die vanzelfsprekend is, is blijvend.

 

Elke van buitenaf opgelegde discipline leidt tot afstomping.

 

Er is geen fantasie, die niet ergens waar is.

 

Er is slechts één kracht, waarin, waardoor, waarvoor en waarmee je leeft. Die kracht leeft net zo goed in jou als in al het andere.

 

Erken geen andere autoriteit dan je eigen ervaring.

 

Erken het deel en tegendeel dat in je leeft.

 

Ga uit van het mogelijke, grijp niet te hoog.

 

Geloof in een versie van de werkelijkheid die mooier, ruimer en beter is dan de dagelijkse werkelijkheid. Waar die wereld met deze wereld samenvalt, beïnvloedt de tweede werkelijkheid de dagelijkse werkelijkheid.

 

25-12-08

DE TWEEDE WERKELIJKHEID.

DE TWEEDE WERKELIJKHEID. 
(Praktische mogelijkheden)

Wanneer de mens droomt dan is dat in een bepaalde fase van de slaap. Die droom kan zeer levendig zijn. Wat meer is, ze kan heel wat meer elementen bevatten die behoren bij het dagelijkse leven. Ze kunnen daarnaast ook met ander e werelden of sferen in verband staan. Hiermee betreedt men over het algemeen de grenzen van de tweede wer­kelijkheid.

Het komt voor dat dergelijke dromen over het algemeen a.h.w. ver­volgdromen zijn. Men droomt steeds weer over dezelfde omgeving, dezelf­de personen. Het verhaal zet zich voort ongeveer zoals het leven op aarde: je gaat naar bed, je gaat slapen en dan ga je weer rustig ver­der. Je weet, dat er een continuïteit is. Men neemt dit dan wel een tweede werkelijkheid, maar het is natuurlijk maar een heel klein topje van een enorme ijsberg.

Als wij te maken hebben met het denkleven van de mens, dan blijkt dat die mens met zijn denken in staat is om veel meer tot stand te bren­gen dan hij normaal zou verwachten. Je kunt b.v. door heel geconcentreerd te denken je lichamelijke toestand veranderen. Je kunt je reactie op de omgeving wijzigen. Je kunt de werkelijkheid voor een deel verschuiven. Dat is dan wel voornamelijk een werkelijkheidservaring die je verschuift, maar het blijft een feit: je kunt de werkelijkheid door je denken beïnvloeden.

Nu zijn er bepaalde disciplines (o.a., in Tiber is er een dergelijke discipline geweest, ook elders komt ze voor) waarmee iemand" die inwijding zoekt, wordt geleerd om met zijn gedachten een vorm, meest­al een soort dienaar, te scheppen. In het begin is dat een fantasie, een droombeeld, maar het wordt steeds werkelijker. Op een gegeven ogen­blik is men in staat opdrachten te geven aan deze dienaar en die worden dan in je eigen wereld ook uitgevoerd.

Niet iedereen zal die dienaar zien, maar de resultaten van zijn in­grijpen en werken zijn voor iedereen kenbaar. Het nadeel is, dat zo'n die­naar steeds sterker wordt naarmate je er meer contact mee hebt. Er komt een ogenblik waarop de dienaar meer doet dan hem is gezegd. Op dat ogen­blik moet je beginnen het beeld van de dienaar af te breken.

Misschien klinkt dat een beetje vreemd, maar het is een heel aardig voorbeeld van wat tweede werkelijkheid eigenlijk betekent: het realiseren van iets wat niet behoort tot de algemeen erkende werkelijkheid van uw dagelijks leven op een zodanige manier dat het in dit dagelijkse bestaan desalniettemin kan ingrijpen.

Het praktische gebruik ervan.

In het voorbeeld heb ik daar al iets van aangeduid. Het is mogelijk dat je zo'n dienaar opbouwt en dan kun je daarmee praktisch iets doen. Maar het is ook duidelijk, dat de meeste westerlingen de tijd en het ge­duld niet hebben om een dergelijke, toch zeer zware geestelijke discipli­ne op zichzelf toe te passen.

Datgene dat ik in deze inleiding wil behandelen hangt dus samen met de tweede werkelijkheid die ik naar ik hoop redelijk voor u heb omschreven, Daarnaast met de mogelijkheden die voor een normaal westers mens daarin kunnen schuilen.

Het betekent, dat wij op veel gebieden komen die ook op een andere wijze kunnen worden benaderd. Dat zijn zaken als geestelijke genezing, toekomstvoorspelling, telekinese en wat dies meer zijn. Maar de manier waarop ze tot stand worden gebracht maakt ze toch uitzonderlijk en wel deer het feit, dat hier een tweede werkelijkheidsvoorstelling bij de per­soon die de gave bezit de hoofdrol speelt.

Wat doe je om een tweede werkelijkheid op te bouwen?

Allereerst moet u goed begrijpen dat u nooit de tweede werkelijkheid in de plaats kunt zetten van uw alledaagse werkelijkheid; ze moet ernaast bestaan en een zekere mate van onafhankelijkheid bezitten. Beseft u dit, dan kunt u een droombeeld opbouwen.

Een droombeeld meestal opgebouwd uit dagdromen is over het algemeen tamelijk onvolledig. Daartegen is geen bezwaar zolang voor u zowel emo­tioneel als rationeel de samenhang van die tweede wereld voldoende is. Met andere woorden: gatenkaas is toegelaten, maar gaten met alleen hier en daar een stukje kaas is niet aanvaardbaar.

Hoe bouw ik de tweede werkelijkheid op?

In de eerste plaats moet ik mij' een doel stellen. Wat wil ik berei­ken? Stel, dat ik b.v. telekinese wil bereiken. Dan wil ik dus dat, zonder dat een zichtbaar ingrijpen in mijn eigen wereld daartoe aanleiding geeft eenvoudig voorwerpen over korte of lange afstand zich kunnen ver­plaatsen.

Hoe kan ik mij dit voorstellen?

Ik stel mij voor dat ik een paar geestelijke handen heb. Ik moet deze visualiseren; ik moet deze steeds voor mij zien. Deze handen mogen spec­traal (doorzichtig) zijn of wazig. De armen kunnen zich uitstrekken over afstanden van vele honderden meters desnoods en zich weer terugtrokken naar mijn lichaam. Ik kan daarmee grijpen. Ik kan daarmee manipuleren. Door dit droombeeld steeds weer op te bouwen ga ik langzaam maar zeker iets van ectoplasma (je zou het zelfs een deel astraal en een deel levenskracht kunnen noemen zodanig richten op dit gebruik van die handen dat hierdoor een relatie gaat ontstaan tussen mijn denken en dit deel van mijn wezen.

Begin nooit met grote en zware voorwerpen. Eerst als u zeker bent dat u de ogen kunt sluiten en dan kunt zien hoe die geestelijke handen zich van u uitstrekken, terwijl u gewoon de handen over elkaar houdt, kunt u een proef namen.

Neem een lucifer, Leg die aan een kant van een tafel of bureau. Probeer die dan te verplaatsen naar de andere kant van de tafel.

Stel u daartoe voor dat u inderdaad met die geestelijke hand het stekje vastgrijpt. Probeer het gevoel te hebben dat u die lucifer inderdaad tussen een paar geestelijke vingers heeft. De verplaatsing stelt u zich in het begin zeer traag voor. Later is het voldoende aan de plaats van bestemming te denken en dan vindt de overtocht vanzelf plaats.

In het begin moet het fase na fase worden beseft. De visualisatie­techniek die wij hiervoor gebruiken kan, gezien het feit dat de meeste mensen met open ogen moeilijk dagdromen, het best met gesloten ogen wor­den gedaan. De concentratie op de omgeving (het voorwerp in casu de lucifer en, de tafel waarop de verplaatsing dient te geschieden) moet echter zo concreet mogelijk zijn. Neem ze dus eerst goed in u op, maak het dan waar. U zult zeggen. Dat is een simpele oefening, ik kan een lucifer gemakkelijker op een andere manier verplaatsen. U heeft volkomen gelijk. Maar u kunt natuurlijk ook verder gaan. U neemt een stukje vlakgom of een asbakje of als u iets verder bent een vaasje met bloemen en u blijft dit transporteren over korte afstan­den oefenen. Wanneer u ziet dat u resultaat krijgt, niet onmiddellijk verder grijpen. De proef herhalen tot ze bijna automatisch voor u is ge­worden.

Heeft u dit eenmaal bereikt, dan is het volgende gebeurd,

  1. u heeft in uw eigen wereld niet werkelijk een organisme of voertuig geschapen dat een zeer bepaalde functie heeft;
  2. u heeft een directe relatie gesteld tussen uw voorstellingsvermogen en het ingrijpen van dit mechanisme,
  3. u bent zover gekomen dat de voorstelling bepalend is voor het gebeuren.

Heeft u dat nu verscheidene keren gedaan, dan kunt u misschien eens gewoon een klein voorwerp in b.v. een tennisbal teleporteren. Zet het erin. Het ding is gesloten het kan er dus niet in zitten.

Het rammelde niet, nu rammelt het wel. Neem er een oude tennisbal voor, dan kunt u die later openmaken. U zult zien dat het erin zit.

Wat kunt u daar praktisch mee doen?

U kunt b.v. een deurslot openmaken alleen door te weten hoe het deurslot eruit ziet. U kunt de zekeringveren zodanig plaatsen dat zonder meer de schoot kan omvallen. U gooit de schoot om en het slot is open. Als u verstand van brandkasten heeft, dan wil ik u er wel op wijzen dat dat niet is toegelaten, ook niet op deze manier. Theore­tisch zou dat kunnen,

Er zijn ook nog andere mogelijkheden. U ziet b.v. een kind in ge­vaar om onder een bus te komen. U steekt in gedachten de arm uit (u bent geoefend genoeg) en u kunt het kind over een afstand van laten we zeggen 5 meter verplaatsen, net voldoende om het ongeluk te voor­komen. Er zijn dus heel veel praktische gebruiksmogelijkheden. Het is heus niet alleen een kwestie van luiheid, van ik zal even de gebakjes aangeven en daar komen ze al uit de keuken zweven. Dat is alleen voor verhaaltjes goed. Voor de rest is het veel gemakkelijker om ze zelf te halen. Het is mogelijk, maar het is in feite te vermoeiend,

Wat ik hier probeer aan te duiden is, dat er een relatie is ont­staan tussen een voorstellingswereld die absoluut irreëel is voer ieder­een behalve voor uzelf en de reële wereld van iedereen waarin u op deze manier dingen kunt doen zonder dat er een zichtbaar en kenbaar ingrijpen plaatsvindt.

Laten we eens een ander beeld namen: genezing. U begint u gewoon voor te stellen dat u in een mens de levenskracht ziet, En dan geeft het niet hoe u die ziet. U behoeft dus niet eerst een boekje te nemen om de krachtstromen en circuits precies te leren. Het is voldoen­de dat u die levensstromen ziet pulseren. Alweer een oefening die u het best al dagdromend met gesloten ogen uitvoert. Ga vandaar uit verder. Probeer onregelmatigheden te zien. Ziet u bij het denken aan een bepaalde persoon deze structuur opkomen, dan heeft u inderdaad de relatie gelegd tussen uw beeld en die andere persoon, ook als dat verstandelijk gezien ab­soluut onaanvaardbaar is.

U ziet bijv, een kleine afwijking in de levensstroom. Laat mij het zo zeggen: U ziet de levensstroom als kleine partikeltjes. Normaal stromen ze allemaal naar beneden. Nu ziet u ergens in aantal van die deeltjes om­hoog gaan. Dan grijpt u die met uw gedachten en u zegt; Naar beneden.

Wat heeft u in feite gedaan? U heeft een gevoelde, dus niet eens een geheel bewust besefte afwijking in het levenskrachtpatroon van een persoon gecorrigeerd. Dit is niet direct telekinese. Het is meer het uitstralen van bepaalde krachten plus het beheersen van levenskracht­stromen. Nu kan het zijn dat zo'n onderbroken stroom de aanleiding is voor een werkelijke ziekte. Dan verdwijnt nu de ziekte. Waarschijnlijk niet op slag maar ze herstelt zich opvallend snel.

Als u deze dingen doet, moet u met het volgende rekening houden. U kunt niet zonder meer verzwakt weefsel ineens herstellen, dat gaat niet. U kunt ook niet weefsels waarvan bepaalde kernfactoren zijn weggevallen even weer veranderen, U kunt geen kanker wegnemen zonder meer. Wat u wel kunt doen is de kanker inkapselen, maar verder dan dat komt u niet. Uw mogelijkheden zijn dus enigszins beperkt.

Wanneer u bezig bent geweest met de levensstromen (ik raad u werkelijk aan om daarmee te beginnen), dan gaat u ever naar een tweede fase. U tracht het zenuwstelsel van de mens u voor te stellen. Maak om er enig begrip van te krijgen eerst eens een kleine studie van anatomische afbeeldingen waarop het zenuwstelsel staat afgebeeld, Tracht dat zenuwstelsel te zien. Op het ogenblik, dat er ook maar: ergens een onderbreking lijkt te zijn, corrigeer deze.

Als u dat in gedachten heeft geoefend probeer het eens op een patiënt. Bijvoorbeeld iemand die moeilijkheden heeft met reumatiek of iets dergelijks. Heel vaak zien we hier namelijk onderbreking van zenuwstromen of overbelasting van zenuwen mede een rol spelen. Als u dan dezelfde voorstelling heeft, stel u dan eenvoudig voor dat u het bevel geeft dat die stroming zich normaliseert. Blijf er a.h.w. in gedachten ingespannen naar kijken tot u geen verschil meer ziet tussen de plaats waar de afwij­king was en de rest. Hierdoor heeft u inderdaad ingegrepen in het zenuw­stelsel en heeft u zeer waarschijnlijk de reactie van de neuronen enigs­zins veranderd of gestimuleerd.

Het zien van een dergelijke afwijking in gedachten is eigenlijk een in­tuïtieve waarneming. De correctie die u toepast is eigenlijk een imagi­naire; d.w.z. ze beheert niet tot de alledaagse werkelijkheid; het is een tweede werkelijkheid. Maar als uw patiënt er beter van wordt, waarom zoudt u zich verder dan nog druk maken?

Wilt u in de toekomst zien, wat ook mogelijk is, dan moet zich gewoon een beeld maken van een werkelijkheid waarin die toekomst kenbaar is. In het begin zal het een beetje moeilijk zijn om u voor te, stellen dat u bijv. een krant in handen heeft met een datum van enkele dagen later. Maar misschien komt u zover, dat u naar de kop van de krant kijkt en dat er b.v. op staat 30 april (nu is het 12 april). Als u dat heeft bereikt, dan heeft u al veel bereikt, Maar nu moet u nog iets anders leren.

Als u eenmaal de voorstelling voldoende heeft waargemaakt, dan slaat u de krant open. U stelt zich verder niets voor. U leest de krant. Wanneer u de krant leest kunt u desnoods aantekeningen maken; u bent toch aan het dagdromen. En als het een beetje minder leesbaar is, omdat u uw ogen dicht heeft, dat maakt niet uit.

Probeer ook eens na te gaan wat de winnende getallen van de lotto of de toto zijn, Dat is een aardige stimulans voor een dergelijke proef. U zult merken dat u nooit 6 af 7 getallen helemaal goed heeft. Maar als u er in het begin 4 of 5 kunt uithalen, dan heeft u een aardig begin ge­maakt.

U kunt natuurlijk ook in die krant laten wat er aan ongelukken is ge­beurd, wanneer er stakingen zullen zijn. Dan weet u het die dag en mogelijk wat er is gebeurd op de voorgaande dag. U kunt dan daarmee rekening hou­den. U kunt ook anderen waarschuwen. Alweer, u heeft de mogelijkheid gekre­gen om in te grijpen via die tweede werkelijkheid.

Als u dat directe ingrijpen in de eigen wereld een beetje griezelig vindt (ik kan mij dat voorstellen), dan is die tweede werkelijkheid daar­door nog niet helemaal ineens nutteloos geworden. Als u gewoon een dag­droom opbouwt die zo intens wordt dat u hetzelfde wereldbeeld bij herha­ling kunt zien en beleven dan kunt u ook proberen in die wereld met anderen te spreken. U zult altijd wel persoonlijkheden tegenkomen. Zeg niet, dat het aan bepaalde wereld of sfeer is, dat kunt u op het ogen­blik als beginneling zeker niet bestemmen. Neem gewoon contact op als het kan. Kijk eens hoe het daar eruit ziet.

U zult in het begin erg verbaasd zijn, omdat blijkt dat een deel van uw droom zich niet gewoon in uw eigen wereld afspeelt, maar heel ergens anders. U zit hier rustig in Den Haag en eigenlijk heeft u een gesprek met iemand in Nicaragua in Kaapstad of noemt u maar een land op.

Daarnaast is het ook mogelijk dat er een wereldje is dat nergens bij hoort. In die wereld is meningsuitwisseling mogelijk. Vraagstukken kunnen worden voorgelegd aan anderen en kunnen worden beantwoord. De beantwoording van dergelijke vraagstukken is nooit exact. Goed ont­houden! Wat u krijgt is procedure, niet uitkomst. Maar de wijze waarop een probleem kan worden aangepakt, kan u op deze manier wel degelijk duidelijk worden. Het is met dagdromen en zender dat je daaraan aller­lei titels als tweede werkelijk wilt verbinden zelfs mogelijk oplossingen te vinden voor problemen die u zonder dat niet zoudt vinden, benaderin­gen te vinden waar u normaal niet op zoudt zijn gekomen. U vergroot uw scala van mogelijkheden.

Nu denken velen; Ja, het klinkt allemaal wel heel leuk en misschien zelfs logisch, maar kan zo'n tweede werkelijkheid dan bestaan? Kijk eens, als u uw eigen werkelijkheid beschouwt, wat is nu waar en wat is niet waar. Weet u dat? Voor een groot gedeelte moet u toegeven. Ik weet het eigenlijk niet precies. Sommige mensen lijken oneerlijk, ande­ren lijken eerlijk, maar zijn ze dat ook werkelijk? Sommige dingen zijn zo apert waar dat je zegt, dat kan niet anders. Maar is het wel een volle­dige waarheid? Is de interpretatie die u geeft wel in overeenstemming met de werkelijkheid?

Met andere woorden; u leeft in een wereld waarin conventies of suggesties, in feite ook een soort van droom, vaak in de plaats treedt van werkelijkheid waardoor een groot gedeelte van uw handelen, uw den­ken wordt bepaald door op zichzelf niet in de realiteit aanwezige waar­den, of het nu een ideaal is, een godsdienst of iets anders. Uw geloof kan voor u volkomen waar zijn, maar in uw wereld is het niet zonder meer waar. Toch verkiest u te handelen of al hetgeen u gelooft ook in uw wereld en voor iedereen waarheid zou zijn. Met andere woorden: u legt een droom op aan uw wereld.

Als u zegt, dat de gulden meer of minder waard is geworden, is dat dan echt zo? Of is die gulden op zichzelf maar een fictie die men met een symbool hanteerbaar heeft gemaakt? Probeer eens even na te denken.

Uw rechtspraak is dat rechtvaardigheid? Of is het eigenlijk meer een conventie, aan onderlinge afspraak? Maar die onderlinge afspraak houdt zeker niet met alle feiten rekening. Ze kan het proberen, maar het lukt niet. Als u dan toch al leeft in een wereld waarin zoveel din­gen maar heel betrekkelijk waar zijn, waarom zouden we dan aarzelen om er andere waarden, die betrekkelijk waar zijn, aan toe te voegen?

De tweede werkelijkheid heeft een voordeel: ze pretendeert niet een onomstotelijk en altijd waar deel te zijn van uw eigen werkelijkheid. Er zijn heel veel stellingen die dat wel pretenderen. Vraag u dan verder eens af, af u toch niet heel vaak fantaseert, droomt.

Zijn hier spelers in de loterij bij? Hoeveel keer heeft u de honderd­duizend al uitgegeven zonder dat u hem ooit gekregen heeft? Een spelle­tje. Wat ontbrak er aan dat spelletje? Weet u dat? De honderdduizend is veel gevallen, maar niet op uw lat. De fout die erin zat was deze, dat u niet in staat was u voor te stellen hoe de trekking verloopt en hoe daarbij cijfer na cijfer wat op uw lot vermeld staat inderdaad elektronisch wordt aangeduid en als zodanig door een notaris wordt geregistreerd. Op het ogenblik dat u dat doet, heeft u de honderdduizend, niet als u nagaat hoe u die moet uitgeven, Met andere woorden.

Een tweede werkelijkheid is eigenlijk het scheppen van een replica van uw werkelijkheid, maar, dan wel met dien verstande dat hier alles gebeurt in overeenstemming met uw wens en behoefte.

Het is een wereld waarin u als een soort godje troont en factoren kunt beïnvloeden. En dan zou het mogelijk zijn dat u wel dichter bij de honderdduizend komt of misschien wint. Ik zeg: dichter bij omdat het de vraag is of u in staat bent u zover te beheersen dat u de kringloop per cijfer elke keer volledig volgt en stopt op het goede moment. Zoudt u dat kunnen, dan is de kans heel groot dat u zeker bij een elektronische installatie grote invloed uitoefent

Heeft u te maken met het lotto‑idee van de balletjes, dan wordt het iets moeilijker. Maar u kunt zich zelfs dan voorstellen dat een bepaald balletje een begeerd cijfer draagt en dat dat ene balletje zich juist bevindt op de goede plaats wanneer het valt. In het begin zult u het misschien 9 van de 10 keer mis hebben. Maar het is in zoverre moge­lijk, dat u een op de twee kansen heeft om die zaak inderdaad te bepalen. Niet omdat het echt ze is, maar omdat uw beeld van de werkelijk­heid ze intens inwerkt dat het eigenlijk het gehele waarnemingspatroon en daarmee het toevalspatroon van uw eigen wereld gaat beïnvloeden

Het is gemakkelijk te zeggen; sprookjes zijn aardig. Natuurlijk, sprookjes zijn aardig. Als wij ons bezighouden met sprookjes (of het nu, Hans en Grietje is of Sneeuwwitje) dan herkennen wij daarin bepaalde dingen van onze innerlijke wereld. Een sprookje is een combinatie van een verhaaltje volgens de normen van onze werkelijkheid en van onze in­nerlijke onwerkelijkheid tezamen gebracht. Sprookjes kunnen wij nooit he­lemaal waarmaken. Waarom? Omdat je er niet in gelooft als werkelijkheid.

Er zijn mensen die zeggen; geloof kan bergen verplaatsen. Niet dat ik het aanraad. Stel je voor dat je de Mount Everest verplaatst naar Rijswijk. Geen Rijswijk meer over en Den Haag in verzakkingsmoeilijkheden omdat de kust het niet kan dragen.

Maar als u werkelijk een innerlijke zekerheid schept, dan ontstaat hiermee een mate van beheersing t.a.v. uw gewone werkelijke leven. De tweede werkelijkheid kan veel meer omvatten dan uw dagelijks leven ooit kan inhouden. Wij kunnen alleen die delen van de tweede werkelijk­heid transformeren naar het alledaagse leven die in beide principieel reeds aanwezig zijn. Met andere worden:

Als ik mij voorstel dat mij een enorme feesttaart wordt gebracht in de tweede werkelijkheid, dan is het heel goed mogelijk dat er iemand op visite komt die ik niet zo graag zie en dat hij alleen maar twee moorkoppen meebrengt. Ik kan het dus nooit helemaal waarmaken, want die grote taart zal in je eigen wereld eerst moeten worden besteld; dus die komt zo gauw niet. Maar de analogie is denkbaar.

Een transformatie van gedachtekracht naar de werkelijkheid ont­staat doordat een beeldend vermogen binnen het ik een zodanige over­eenstemming op een of meer punten bereikt met de alledaagse werkelijk­heid dat het denkbeeld ten aanzien van dia werkelijkheid tijdelijk over­heersend wordt.

Dit zijn alleen maar ' voorbeelden die ik probeer te geven. Het feit waar het om gaat is dit: elke werkelijkheid, die wij ons kunnen voorstel­len en volledig kunnen invullen, heeft voor ons een hoge persoonlijke waarde. Die waarde beïnvloedt niet alleen de wereld zoals wij haar denken te zijn, maar alle werelden waarin wij bestaan. Misschien kun je zelfs die hele voorstelling voor een deel terzijde stellen. U kent die mensen die dobbelen. Ze houden do dobbelstenen in de gesloten handen en mompelen voortdurend; zeven, zeven, zeven kom zeven, kom zeven .... en bij de werp ligt daar dan de zeven. Wat is er in feite gebeurd? Hoe komt het dat er mensen zijn die met een dergelijke incantatie, anders durf ik het niet noemen, in staat zijn om inderdaad veel meer zevens te gooien den volgens welke toevalsbereke­ning dan ook maar aanvaardbaar of waarschijnlijk is? Men zegt dan: dat is onbewust telekinese.

Neen. Het gaat erom dat het beeld van de zeven zozeer in het voor­stellingsvermogen is verankerd dat het hele wezen en alle krachten daarin werkzaam zijn om die toestand te reproduceren in de werkelijkheid. En dan hebben wij eigenlijk de tweede werkelijkheid ten dele overgebracht naar de bestaande werkelijkheid.

Maar als dat mogelijk moet zijn met een paar dobbelstenen waarom zou het dan niet mogelijk zijn met andere dingen? Theoretisch is het even eenvoudig met het beeld van een auto die onmiddellijk aanslaat te bereiken dat de motor inderdaad start, ofschoon redelijk gezien het van het vaartuig onder die condities niet zonder meer verwacht mag werden,

De tweede werkelijkheid is zeker voor de westerling niet het be­treden van een andere wereld, het scheppen van een wezen, ofschoon dat mogelijk is. Het is eenvoudig het vinden van innerlijke beelden die wij zodanig kunnen projecteren, dat daardoor een aanvulling ontstaat van mogelijkheden en waarden in ons dagelijks leven. Ik zou u ook niet wil­len aanraden om een volledige studie te gaan maken van al wat hiermee samenhangt.

Er zijn mensen die gewoon zeggen: ik wil die zieke genezen, dus die zieke is genezen, Dan zegt iedereen: ja, maar zo kun je dat toch niet doen. Het enige ervan is: ze doen het wel.

Er zijn mensen die misschien oplichters kunnen worden genoemd. Mensen die z.g. gezwellen uit het lichaam toveren door wat zij noemen een geestelijke operatie waarbij ze zitten te graaien en te knijpen en ineens hebben ze het te pakken. In 9 van de 10 gevallen‑ een stukje van een kip en een beetje kippenbloed. Hoe kun je nu verklaren dat door deze op zichzelf heel mooie vertoning met wat goochelaarshandigheid soms toch mensen genezen? Dat kan alleen maar, als het beeld van de genezing veel belangrijker is dan de suggestieve vertoning die er eigen­lijk bij wordt opgevoerd.

Laten wij een ander voorbeeld nemen. Er is een postbode in een van de Zuid-Amerikaanse landen die al heel wat operaties heeft uitgevoerd waaronder enkele die medisch gezien te riskant zouden zijn genoemd. Ze zijn altijd geslaagd. Wat meer is, de man heeft voor zover bekend nog nooit last gehad van infectie in de wonden, Weet u waarmee hij opereert? Met een weliswaar geslopen maar toch ietwat roestig broodmes. Voor het fijne werk gebruikt hij een zakmes.

U behoeft het van mij niet aan te namen; dit is gecontroleerd Die man opereert op die manier. Hij geneest 9 van zijn 10 patiënten op deze wijze. Hoe kan dat? Omdat die man zich niet bezighoudt met de vraag hoe je zoudt moeten opereren, maar voor zich het beeld heeft dat hetgeen hij doet het enig juiste is. Hierdoor maakt hij het tijdelijk tot het enig juiste. Zolang hij zijn patiënten en de omgeving daarmee kan beïnvloeden zodat er geen tegenbeelden ontstaan, krijgen we als vanzelf een realisa­tie van dit denkbeeld. De gevolgen van de operatie zijn dan in overeen­stemming met de visie op de onaantastbaarheid daarvan.

De hele wereld zit vol met krankzinnige dingen. U heeft waarschijn­lijk wel eens gehoord van de lopende stenen o.m. in Arizona in de Mojave woestijn. De kunt dergelijke dingen aantreffen ever de gehele wereld.

In woestijngebieden komen wandelende stenen voor. De een zegt dat het geesten zijn die ze transporteren. De ander zegt: het is iets wat ont­staat door sterke temperatuurwisselingen. Weer een ander zegt. Het Is waarschijnlijk een geheime kracht. Wij weten het ook niet.

Op het ogenblik dat iemand aanneemt dat stenen kunnen worden verplaatst, is daarmee de mogelijkheid geschapen dat stenen zich verplaat­sen, Want wat is het typische hierbij? Zo'n bewegende steen is nog nooit gefotografeerd, nog nooit tijdens het bewegen waargenomen. Wel heeft men de sleepsporen gevonden, wel heeft men geconstateerd dat er niemand in de omgeving kan zijn geweest die het heeft veroorzaakt maar ze zijn wel verplaatst. Iedereen zit te wachten om het te zien. Iedereen verwacht het te zien, dus gebeurt het. Zij hebben eerst het beeld van de ver­plaatsing van de stenen geschapen en maken het nu waar zonder het te weten. Daardoor staan ze voor een wetenschappelijk raadsel.

Er zijn andere dingen waarmee het wat moeilijker gaat. Neem het monster van Loch Ness. Ze bestaan echt, familie van de dinosauriërs. Waar het hier om gaat is dit: degenen die zitten te speuren naar het monster verwachten het niet te zien. Dus is de kans dat er iets reëels in verschijning treedt zeer gering. Op het ogenblik, dat iedereen het verwacht te zien op een bepaald ogenblik en op een bepaalde manier, is het bijna zeker dat er ook iets in verschijning treedt. Wat meer is, er zijn enkele foto's gemaakt ander dergelijke condities en daarop is iets inderdaad te zien wat een monster zou kunnen zijn.

De tweede werkelijkheid en de eerste werkelijkheid beïnvloeden el­kaar veel meer dan men denkt. De wereld van de gedachte, van de fan­tasie, van de dromen heeft veel meer invloed dan de mens zich realiseert.

Als iedereen zit te wachten op het koken van het bloed van de hei­lige Januarius en men kookt innerlijk van vroomheid, dan gaat dat mee; het koekt ook, Toch is dit fysiek onmogelijk. Uit het intense geloof wordt het eventueel mogelijk. En dan kunnen we er natuurlijk om lachen, want er zijn genoeg trucs die worden uitgehaald om een Mariabeeld te la­ten huilen of om iets bij een grafsteen of een geheimzinnige bron te laten gebeuren. Maar het feit blijft bestaan: er zijn een aantal wonderen. Dat wil zeggen: redelijk gezien onverklaarbare gebeurtenissen.

Wanneer treden ze op? Ze treden op op het moment, dat er een groot aantal mensen in intense verwachting zich reeds een voorstelling van het gebeuren maakt voordat het op aarde constateerbaar is. Daarna ont­staat de constateerbaarheid.

Dan kunt u zeggen: dat is onzin, Maar ga eens na hoeveel van der­gelijke verschijnselen zelfs in deze zeer technische dagen op aarde nog voorkomen, En probeer u dan eens voor te stellen onder welke condities ze altijd gebeuren. Het blijkt, dat het pas werkelijk actief wordt, werke­lijk constateerbaar is als er mensen in de beurt zijn die geloven in het verschijnsel op een wijze, die mijnentwege hysterisch genoemd kan wor­den.

De tweede werkelijkheid existeert niet als een onaantastbaar geheel met een vaste structuur, maar als een gedachtewereld die haar invloeden doet gelden in de wereld van de mensen. Dit is een stelling. Ik kan het niet zonder meer bewijzen.

Wanneer u ermee bezig bent, kunt u misschien de praktische tips die ik in het begin heb gegeven toch eens in praktijk brengen zonder u af te vragen af het nu wel of niet werkt. Gewoon, wij doen het eenvoudig. En als er niets uit voortkomt, dan merken wij het wel, Als er wel wat van komt, dan is dat leuk, Maar daar zitten wij niet op te wachten, Het gaat er gewoon om dat wij die voorstelling kunnen opbouwen.

Als u op die manier te werk gaat, dan zult u zien dat er veel meer kleine wondertjes op aarde gebeuren dan al datgene wat bekend wordt. Sommige van die wonderen zijn zo krankzinnig dat geen mens erop komt dat het eigenlijk wonderen zijn. Mag ik nog een voorbeeld geven? Is het niet vreemd dat er altijd overal paperclips te vinden zijn tot het moment dat je er een nodig hebt? Hoe zou dat komen denkt u? Zou het misschien ze zijn dat u onbewust verwacht dat het niet te vin­den is, terwijl u bewust beredeneert dat ze er moeten zijn. De discrepan­tie daar tussen laat u gewoon voorbij ga en aan de aanwezige paperclips en zoeken totdat u nijdig wordt en een elastiekje gebruikt.

Hoe vaak heeft u het niet gehad dat u iets kwijt was? U heeft het niet meer teruggevonden; misschien heel lang niet. En dan op een ge­geven ogenblik schijnt er iets te klikken en dan is het er. Hoe kan dat? Wanneer u zoekt en u verwacht niet het te vinden, u bent onder een spanning van negatieve aard, dan zult u het niet vinden. En als het dan in de lade ligt waar u in kijkt, dan verdwijnt het a.h.w., het wordt onzichtbaar op het ogenblik, dat u het positief benadert, is de kans dat u het vindt heel groot.

Vandaar de schietgebedjes aan de H. Jozef (de verloren zakenvin­der): Sinte Jozef, beste vriend, maak dat ik mijn huppeldepup vindt. Het gebod in deze is het scheppen van een invloed waardoor het vinden wordt bevorderd. Als je werkelijk gelooft in je schietgebed verander je daardoor je innerlijke werkelijkheid. Het resultaat is, dat je vindt wat je kwijt was. Zo simpel is dat alles.

Denkt u niet, dat de tweede werkelijkheid iets is wat je alleen maar in geheimzinnige kloosters en met inwijdingen kunt leren. Het is iets wat zo dicht bij uw dagelijks leven ligt dat u er bewust of onbe­wust heel vaak mee te maken heeft.

Als wij willen spreken over een praktische toepassing, dan moeten we ons allereerst bewust zijn van die tweede werkelijkheid. Door bewust daarmee te willen werken, ook als het in het begin niet ze gemakkelijk gaat, scheppen wij voor onszelf een zodanige relatie tussen onze inner­lijke wereld en de wereld daar buiten dat op een gegeven ogenblik die innerlijke wereld zich kan manifesteren in de wereld buiten. Wanneer wij dat hebben bereikt, hebben wij het praktische gebruik van de tweede wer­kelijkheid voor onszelf leren toepassen.

 

 


 

AFSLUITING.

Wat ik heb geprobeerd vanavond te bereiken is het volgende, ik heb u willen aantonen met veel voorbeelden en natuurlijk met het nodige gedram dat een tweede werkelijkheid een hanteerbaar iets is. Dat het iets is wat weliswaar in je bestaat, maar dat kan worden ge­bruikt om effecten in je eigen wereld tot stand te brengen. Ik heb u enkele richtlijnen gegeven aan de hand waarvan u bezig kunt gaan aan het scheppen van een tweede werkelijkheid en het gebruik ervan.

 Onthoudt u dit, Uw eigen concentratievermogen is hierbij bepalend. U moet leren een wereldvoorstelling vast te houden. Pas op het ogenblik dat u dit kunt, kunt u werkelijk met een tweede werkelijkheid iets berei­ken. Als u vindt dat het voor u niet aanvaardbaar of niet echt is, dan betreur ik u hier te moeten meedelen dat alleen door deze instelling het verwezenlijken van een tweede werkelijkheid veel moeilijker is geworden. De vraag is, of u haalbare resultaten op korte termijn zult kunnen produ­ceren. Aanname van de tweede werkelijkheid zonder enig voorbehoud op het ogenblik dat wij ermee werken is nl. noodzakelijk om de transmissie van effecten mogelijk te maken.

 Ten laatste; wij zijn allen deel van een en dezelfde werkelijkheid. Elk afwijkend beeld van de werkelijkheid, elke differentiatie van werkelijk­heidsbesef en werkelijkheidsbeleven komt voort uit onszelf. Op het moment, dat wij iets toevoegen aan een werkelijkheid, doen wij niet iets wat onmogelijk is of wat niet kan bestaan. Wij trekken eenvoudig een andere mogelijk­heid bij de door ons beleefde. Op dit feit berust het hanteren van de twee­de werkelijkheid, van alle magische wetten, van alle paranormale krachten.

 Besef, dat de redelijkheid van uw wereld een werktuig is, maar niet een mogelijkheid om de werkelijkheid te omschrijven. De werkelijkheid is mede een emotionele en een innerlijke. Eerst als men ook deze waarde geheel er­kent en aanvaardt, kunnen ze worden toegevoegd aan het instrumentarium de rede en aan de ontstane resultaten die ten dele redelijk niet verklaarbaar zijn maar desalniettemin zo evident, dat ze als deel van de werkelijkheid beleefd en aanvaard kunnen worden. Dit te bereiken lijkt mij zeer belangrijk in de komende periode, omdat de mens eerst door de samenvoeging van zijn in­nerlijke, geestelijke en redelijke kwaliteiten tot een oplossing kan komen van de problemen die nu bestaan en gelijktijdig een wereld kan scheppen waarin mensen elkaar beter kunnen begrijpen en benaderen zonder daarbij hun eigen kwaliteiten daardoor te verliezen.

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

10-06-08

DE TWEEDE WERKELIJKHEID.

DE TWEEDE WERKELIJKHEID.

Het is voor een mens wat vreemd en soms zelfs wat onlogisch om aan te nemen, dat er naast zijn werkelijkheid nog een tweede werkelijkheid bestaat. Let wel, wanneer ik als titel stel: De tweede werkelijkheid, dan bedoel ik hiermede iets, dat alomvattend is. Hoe kan dit overeenstemmen met de menselijke beleving, het menselijk denken?

 

Laten we ons iemand voorstellen, die in een kamer woont. Alle vensters zijn van matglas. Deze mens ziet dus de buitenwereld niet. Nu komt er iemand, die voor een ogenblik zo'n raam openzet. Degene, die in de kamer is, zegt. "Wat ik zie is een visioen, want buiten mijn kamer be­staat er niets."

 

Op een ander ogenblik doet iemand weer een venster open en er komt een vlinder binnen. De mens, die binnen zit, roept uit: "Er is een wonder gebeurd; want ziet, er is nooit een vlinder geweest en nu is er wel een." Hij begrijpt niet, dat zijn kamertje maar een heel klein deel is van de gro­te wereld, waarin het staat. Op dezelfde wijze moeten wij ons voorstellen, dat de werkelijkheid van een mens is gelegen in de grote werkelijkheid.

 De mens leeft door zijn wijze van bestaan, zijn zintuiglijke mogelijkheden, zijn vaak wat verzwakte of niet geheel ontwikkelde geestelijke vermogens, in een afgesloten ruimte, waarin bepaalde regels en wetten gelden, maar waarbuiten een veel grotere werkelijkheid bestaat. Wij kunnen dit het best uitdrukken door te spreken over mogelijkheden.Wanneer ik in een kamer een aantal meubels heb, dan kan ik deze op verschillende manieren plaatsen, maar mijn aantal mogelijkheden blijft beperkt. Indien ik daar echter steeds nieuwe voorwerpen uit de buitenwereld in kan brengen, dan is mijn aantal mogelijkheden praktisch onbeperkt. De mogelijkheden van ontwikkeling, de toepassing van wetten, het verwerken, ontvangen en uitzenden van krachten zijn in de tweede werkelijkheid onbeperkt. Alle mogelijkheden, die voor een mens maar denkbaar zijn, alle situaties, toestanden en voorwerpen, die hij zich maar kan voorstellen en nog vele buitendien zijn deel van deze grote werkelijkheid.Dat de mens daarvoor geen begrip heeft, is jammer, want hij komt dan al heel snel tot eer, verwerpen van alles, wat met die werkelijkheid in verband staat. En als je niet weet, dat er een zon is en een maan, dan moet je een verklaring vinden voor het feit, dat het matglazen venster de ene tijd licht en de andere tijd donker is; maar je schrijft het aan het venster toe, niet aan de zon of de maan.Op deze wijze heeft de mens in zijn eigen beperkt leven een zeer logisch en praktisch bruikbaar geheel van denkwijzen en stellingen opgebouwd. Maar op het ogenblik, dat er iets van buitenaf ingrijpt, is de logica verstoord en is zijn systeem verstoord.Hij kan nu, zoals hij dat meestal doet, trachten dit naar het rijk der onmogelijkheden te verwijzen. En wanneer je een vlinder in die kamer ziet binnenfladderen en je zegt. "Zo iets kan niet bestaan, dus droom ik," dan zal die vlinder heus wel weer weggaan. Nu kun je zeggen. "Ik heb gedroomd, er is niets gebeurd."Zo doet de doorsnee mens, wanneer hij wordt geconfronteerd met de mogelijkheden of feiten uit een grotere werkelijkheid, die de zijne binnentreden. Aan de andere kant kunnen wij van die mens niet verwachten, dat hij in staat is om die grotere werkelijkheid helemaal te aanvaarden en helemaal te beseffen. Hij is eigenlijk ingesponnen; zijn wereld is klein. Daarom moet er een middel worden gevonden om tussen de menselijke werkelijkheid en de voor de mens tweede werkelijkheid een band te scheppen. Deze band wordt heel vaak geschapen van uit het denkleven. Wanneer ik in de gedachten iets opbouw dat ergens harmonieert met de grote werkelijkheid buiten mij, dan kan ik dus gebruikmaken van krachten en wetten, die in werkelijkheid bestaan; want wanneer het concept er eenmaal is, dan kan ik ook het venster openen. Zolang ik echter aanneem, dat er alleen maar een Niets daarbuiten ligt, zal ik het venster niet openen. Dit openen van het venster ‑ en daarmee heb ik mijn voorbeeld dan wel zo’n beetje uitgemolken, zoals dat heet ‑ is in het idee van de doorsnee mens ofwel goddelijk ingrijpen, dan wel magie. Goddelijk ingrijpen wordt het genoemd op het ogenblik, dat men zich niet bewust is zelf oorzaak te zijn voor de veranderingen die er plaatsvinden. Magie wordt het op het ogenblik, dat men zelf de aansprakelijkheid ervoor aanvaardt. Zo gezien is magie en alles, wat ligt buiten de menselijke werkelijkheid, eigenlijk helemaal niet onlogisch. Maar we moeten ons een beeld van die tweede werkelijkheid maken om er iets mee te kunnen doen.Wat ik mij vanavond heb voorgenomen, is dus u in een inleiding een klein beeld te geven van die tweede werkelijkheid en ook van de banden, die er bestaan tussen die tweede werkelijkheid en de uwe. Dan beginnen we maar eerst eens met een paar eigenschappen.In de tweede werkelijkheid bestaan alle mogelijkheden volledig. Op het ogenblik, dat iemand in de tweede werkelijkheid een mogelijkheid aanvaardt, wordt zij voor hem werkelijkheid. Zoals wij uit een stad naar een woud kunnen gaan en daar in een totaal andere omgeving, met andere lucht, andere omstandigheden, andere dieren, ja, zelfs met een andere verdeling van licht en schaduw en wat erbij hoort, kunnen komen, zo kunnen we ons met de gedachten ongetwijfeld verplaatsen. Aangezien in de tweede werkelijkheid de gedachte suprème regeert en voor ons de verwerkelijking van de ongetelde mogelijkheden afhankelijk is van onze eigen instelling, kunnen wij verder stellen, dat elke mogelijkheid van het menselijk voorstellingsvermogen realiteit wordt op het ogenblik, dat de mens leert zich in die tweede werkelijkheid te verplaatsen.Nu klinkt dat, alsof alles mogelijk zou zijn. En ik meende dat ik met mijn voorbeeld eigenlijk al aardig klaar was, maar ik heb het toch nog, even nodig. Want hoe wilt u een olifant in een huiskamer binnenhalen? Dat kan eenvoudig niet. Dan zou u eerst het hele huis moeten afbreken.

Als je bepaalde krachten in de wereld werkzaam wilt maken, zijn ze zo groot dat die wereld ze niet zonder meer kan bevatten. Je zou a.h.w. eerst alles moeten afbreken om die kracht ook werkzaam te maken; en daarbij blijkt er voor de relatie tussen tweede werkelijkheid en menselijke werkelijkheid wel een regel te bestaan.

  

1.Wij kunnen uit de tweede werkelijkheid geen enkele kracht binnen onze eigen werkelijkheid brengen, die niet past in de hier heersende condities en in deze condities niet kan worden uitgedrukt of niet kan worden weergegeven. En dat is heel belangrijk!

 

2.De tweede werkelijkheid is van uit menselijk standpunt een continuatie van de eerste werkelijkheid. Tussen deze beide is geen feitelijk verschil, doch slechts het verschil van concept of waarneming. Ook dit is interessant om even te constateren. De tweede wer­kelijkheid is dus alleen maar veel meer dan dat wat u kent; het is niet anders dan wat u kent.

  

3.In de tweede werkelijkheid is alles in essentie kracht.

  Op het ogenblik, dat een kracht door een gedachte wordt beroerd, neemt zij de vorm van die gedachte aan. Dat klinkt een beetje naar een astrale wereld en het heeft er ook wel iets mee te maken. Wij hebben een grote kracht, die niet gevormd is. Ze is evenwichtig inzichzelf. Nu komt daar een gedachte (dus een kleine kracht) bij. En zoals een betrekkelijk geringe explosie een atoombom tot ontploffing kan brengen, zo kan een betrekkelijk zwakke gedachte een gehele werkelijkheid gaan vormen, die tot dan toe alleen potentieel was, maar nu voor ons ineens regel gaat worden. Daaruit volgt weer iets anders:Alles, wat er in de tweede werkelijkheid bestaat, is voor een ieder gelijkelijk reëel, ongeacht de wijze, waarop het tot uiting komt. Er is dus de behoefte aan uiting; maar of die nu komt van een kat, een muis, een engel of een demon, van een zwakzinnige of van een geleerde, doet verder niet terzake. Wanneer eenmaal die werkelijkheid a.h.w. is beroerd, werkzaam is geworden, dan is zij voor een ieder op gelijke wijze werkzaam. U zou kunnen zeggen: Het is net als met een straat. Als een zwakzinnige een straat maakt, dan kun je wel zeggen; "Die zwakzinnige heeft dat voor zichzelf gedaan. Maar een ieder, die in de buurt komt, zal de weg zien liggen en eroverheen gaan.Alles, wat in de tweede werkelijkheid bestaat, kan in de menselijke werkelijkheid tot uiting komen voor zover het daarin kan worden bevat. De uiting zal in overeenstemming zijn met het karakter van de tweede werkelijkheid. De ervaring van de mens wordt echter gelimiteerd door zijn vermogen te zien en te aanvaarden.Verder moeten we ook nog vragen, of er in die tweede werkelijkheid leven is.Alles, wat waarlijk bewust leven is, bestaat niet in de tweede werkelijkheid, maar heeft daaraan voortdurend deel. De ziel b.v., als deel van de goddelijke Vonk, is dus geen deel van de tweede werkelijkheid; maar omdat zij als denkend vermogen optreedt, is zij ergens in de tweede werkelijkheid geopenbaard.Het is goed, dat we ons dit realiseren, want anders zouden we zeggen: We hebben een wereld bevolkt met allerhande wezens. Maar die wezens bestaan dus niet feitelijk. Zij zijn doodgewoon een mogelijkheid, een van de vele mogelijkheden, welke in die oneindigheid van kracht en potentie schuilt, die word geactiveerd door een bezield wezen. En hieruit volgt weer het volgende regeltje:In de tweede werkelijkheid kan alles tot openbaring komen, maar slechts van uit een bezielde kracht.Nu volgt daarop onmiddellijk de vraag: Moeten we dat dan willen? Neen. De gedachte op zichzelf is voldoende voor het doen ontstaan van de toestand en behoeft niet opzettelijk te worden uitgestoten; ze behoeft zelfs niet een bewust deel uit te maken van hetgeen de denker zich realiseert. Een punt, waarop ik dadelijk nog even terugkom.Dan komen we tot de vraag: In hoeverre een manifestatie in de tweede werkelijkheid kracht heeft? Ook dit kunnen we eenvoudig formuleren:De kracht, waarmee een toestand of mogelijkheid manifest wordt in de tweede werkelijkheid, is evenredig aan de kracht, die de manifestatie veroorzaakt. Hoe sterker ik geloof, denk of wil, hoe sterker, hoe meer gevormd de manifestatie zal zijn, die in de tweede werkelijkheid tot stand komt.Nu ik daarover het een en ander heb verteld, moet ik me toch ook nog afvragen, of de tweede werkelijkheid nog andere eigenschappen heeft, die apart liggen van uw werkelijkheid. En dan kom ik tot de volgende conclusie:Aangezien in de tweede werkelijkheid alles energie is en vorm a.h.w. slechts incidenteel ontstaat, kan zij niet waarlijk worden vergeleken met de menselijke wereld, die op vorm gebaseerd schijnt te zijn. Slechts indien wij ons realiseren, dat alle vorm op aarde dus in de menselijke wereld) is ontstaan uit wil en bewustzijn, kunnen ie' een vergelijking trekken. In die vergelijking moeten wij dan stellen, dat uit de tweede werkelijkheid eens de menselijke werkelijkheid werd geschapen door een voortdurende en grote intensiteit van denken, en grote en gerichte wilskracht, de aarde een vorm verkreeg, die zichzelf handhaaft zolang de initiërende kracht niet is uitgewerkt.Dan vraag ik mij verder af, hoe die wereld er dan wel uit kan zien? Is ze begrensd of niet?Als ik dat nazoek, dan ontdek ik weer een eigenaardigheid. Ruimtelijke verhoudingen bestaan er in de tweede werkelijkheid slechts dan indien een kracht of mogelijkheid wordt gerealiseerd. Er is geen feitelijke ruimte, zoals wij die kennen. Er is slechts een manifestatie, die in zich een ruimtelijk concept kan bevatten,Is er tijd? De tijd van de tweede werkelijkheid is geheel afhankelijk van de ontwikkeling van het denkbeeld, of van de door het denkbeeld georigineerde ontplooiing van een kracht tot een feitelijke mogelijkheid. Bijgevolg bestaat er geen feitelijk maar slechts een relatieve tijd. Waar tijd relatief is en ruimte niet feitelijk bestaat, kan eveneens worden gesteld, dat in de tweede werkelijkheid tijd en ruimte onderling verwisselbare waarden zijn; dat verleden en toekomst één geheel vormen; en dat wij binnen deze werkelijkheid dus niet aan een ontwikkelings‑ of tijdsverloop gebonden zijn, maar slechts aan de ontwikkeling, die in onszelf plaatsvindt. Ik voel u al zo langzamerhand denken: Tjonge, tjonge, wat wordt het zwaar. Toch is het nodig. Want wanneer u later de inhoud wilt terugvinden, dan zult u dat beeld van de tweede werkelijkheid toch heus voor uzelf moeten opbouwen; en dat 'kunt u niet zonder deze gegevens. Laten we dus deze noodzakelijke punten eerst constateren en dan overgaan tot de vraag:In hoeverre heeft de mens deel aan die tweede werkelijkheid en wat kan hij ermee doen?Ik kom dan allereerst tot de conclusie, dat de mens altijd deel heeft aan de tweede werkelijkheid, maar dat hij over het algemeen daarbij gelimiteerd blijft tot een gezamenlijk met anderen ervaren deel, dat hij als menselijke werkelijkheid of als het reële heelal pleegt te beschouwen.Wanneer wij met ons voorstellingsvermogen verdergaan dan het normale, dan komen wij niet in een andere wereld terecht, maar we breiden onze eigen wereld uit. Wij ervaren dan dingen er, brengen dingen tot werking of doen dingen ontstaan, die in onze wereld nog niet aanwezig waren.Bewust of onbewust zal elke mens gedurende zijn leven wel eens een contact met die tweede werkelijkheid hebben. In zeer vele gevallen wordt dat dan een kwestie van wensvervulling. Hij heeft een zeer intense wens, een zeer intens verlangen er, maakt dit tot werkelijkheid voor zover zijn wens eerlijk en oprecht in hem bestaat, maar ook niet voor zover zijn Er is dus een voortdurende uitwisseling van waarden tussen de menselijke werkelijkheid en de tweede werkelijkheid; de mens weigert het con­cept van die onbeperkte tweede werkelijkheid aanvaarden, omdat hij dood­ gewoon bang is voor onbegrensde mogelijkheden. Nietwaar, wat moet Chroetsjef ervan denken, als hij daar ineens moet gaan geloven in een wereld, waarin de wens van zijn medemensen hem plotseling tot de aap of de hond kunnen maken, die ter verheerlijking van de ruimte­ vaart een zachte dood in het heelal gaat vinden? Als hij daaraan gelooft, kan hij niet meer op zichzelf vertrouwen en aan zichzelf geloven. Ik noem nu een absurd voorbeeld. Het is precies hetzelfde met mathematica. Als ik daar een beeld neem, dat hier geldt als vaststaand en ik moet mij realiseren dat elke willekeurige interpretatie op een gegeven ogenblik de juiste kan zijn, dan heb ik geen basis meer.Wanneer je als mens moet geloven, dat al hetgeen je nu goed en belangrijk noemt op een gegeven ogenblik waardeloos is en dat andere dingen, die je eigenlijk liever helemaal uit je leven zou wegdrukken, ineens het enig belangrijke worden, ja, dan voel je je ook niet gelukkig meer; je hebt geen zekerheid. Die zekerheid van de mens maakt het hem dus meestal onmogelijk om de tweede werkelijkheid te benaderen. Toch zijn er mensen geweest ‑en ik zou zeggen door alle tijden heen ‑ die de tweede werkelijkheid hebben ontmoet. Ze hebben ergens de beslotenheid van het kamertje van menselijk denken verlaten. Ze zijn terecht gekomen in een wereld met ongekende mogelijkheden en krachten, maar ze bleven mensen. Ze waren onzeker; en daarom hebben ze voor zichzelf systemen opgebouwd, waardoor ze bepaalde delen van die tweede werkelijkheid a.h.w. konden realiseren. Dit heet, als het gaat om de innerlijke waarden van de mens esoterie. Gaat het om de meer uiterlijke waarden, de wereldwaarden, dan heet het magie. In beide gevallen heeft de mens getracht om een deel van die werkelijkheid in kaart te brengen.En zo kunnen we naar deze twee menselijke systemen grijpen als een voorbeeld en een verklaring van wat er voor de mens mogelijk is.Een magiër denkt. Hij ondersteunt zijn denken wel degelijk met alles, wat er in zijn eigen wereld past, maar hij bouwt een volkomen onredelijk, onlogisch beeld op; en dat beeld wordt met een betekenis bezield door zijn denken. Indien hij dit ver genoeg weet voort te zetten, ontstaat er een invloed, die hetgeen hij eerst slechts als mogelijkheid stelde werkelijkheid maakt.Nu wil ik niet zeggen, dat hij goud maakt of mensen op afstand gaat neerschieten, ofschoon ook dat bestaat. Wij kennen b.v. de pijl‑magie, een deel van de zwarte magie van de tovenaars in Tibet. We kennen de pijl‑magie, zoals die voorkomt op Nieuw‑Guinea en Borneo, waarbij men iemand volgt door een pijl af te schieten. We kennen de speer‑magie, die voorkomt in Midden‑Afrika, waarbij men een speer werpt en uit de vlucht van de speer en de wijze, waarop hij inslaat, precies kan lezen waar iemand is, waar men iets kan vinden en zelfs op die manier ook iemand kan doden. In al deze gevallen is er geen reële verbinding.Wanneer ik een pijl neem, ik maak er een bosje stro aanvast, ik prevel er een paar woorden over en ik schiet hem af, dan is het absoluut onlogisch, dat die speer precies de richting aangeeft, waarin een persoon, een wezen of een voorwerp dat ik zoek zich bevindt. Toch blijkt het proefondervindelijk waar te zijn.Maar er is iets anders gebeurd. Ik heb die pijl gebruikt als een deel van mijn eigen werkelijkheid, maar ook als een deel van die tweede werkelijkheid; en in die tweede werkelijkheid bestaat de mogelijkheid dat een afgeschoten pijlzelfstandig denkt en waarneemt en dus een richting bepaalt. Doordat ik nu iets heb, wat in de tweede werkelijkheid mogelijk is. geloof ik erin. Ik wil dit, en ik geef het vorm. Gelijktijdig verricht ik de daarbij behorende handelingen in de materie. Het resultaat is, dat ‑ voor zover het de grote werkelijkheid betreft ‑ de geschapen mogelijkheid en de feitelijke handeling identiek zijn geworden en het resultaat is dus het gewenste, ook als dat menselijk gezien onredelijk is. Met dit enkele voorbeeld probeer ik u duidelijk te maken, waar het om gaat.Op het ogenblik, dat een mens iets uit die grote werkelijkheid, die z.g. tweede werkelijkheid, beseft en dit voor zichzelf a.h.w. tot werkelijkheid gaat maken, zal alles wat er in die tweede werkelijkheid bestaat en mogelijk is, volgens het denken en de wil van degene, die in dit geval dus als magiër optreedt, ook inderdaad worden gerealiseerd; want er is een te grote overeenkomst om te zeggen: dit hoort niet bij elkaar.De toestand van "ik schiet de pijl" uit mijn voorbeeld, is volledig identiek met de gedachte, die in de grote werkelijkheid bestaat "ik schiet een pijl". Alleen, de gevolgtrekking aan het schieten van de pijl verbonden is een andere. Dit is alleen maar een kwestie van kracht. Zolang het slechts een kwestie van kracht is, kan het denken de tweede werkelijkheid overplanten in de menselijke werkelijkheid. Dit is dus bewuste magie. Nu kunnen we het ook anders doen. Wanneer ik in mijzelf keer en ik ga mij een toestand denken, die in de grote werkelijkheid feitelijk is en werkzaam wordt, maar met mijn eigen werkelijkheid een grote overeenkomst vertoont, een bepaalde congruentie, dan komt er een ogenblik dat een mens in verrukking verkerend b.v. leviteert; hij zweeft. Dat zweven is menselijk gezien onmogelijk; men noemt het een wonder. Maar het ontrukt‑zijn aan de aarde, uitgaande van mijn persoon, van mijn mogelijkheden, moet worden uitgedrukt; en in de grote werkelijkheid is dat een loskomen van de aarde. Zo leviteert men. Ik wil niet zeggen, dat je niet op een andere manier kunt leviteren, maar alweer, er is een kennelijke verbinding tussen de menselijke werkelijkheid (dus het uitgangspunt van de mens zijn intense eenheid met zijn intense gerichtheid op iets, wat er in de grote of tweede werkelijkheid bestaat) en het feit, dat beide voor hen samenvallen. Daardoor worden alle krachten (dus ook langs deze innerlijke weg) geactiveerd en gericht op de mens zelf. Nu is er echter een bepaling bij. Wanneer er geen mogelijkheid is om als mens een gelijkheid van toestand in die tweede werkelijkheid en in mijn eigen werkelijkheid tot stand te brengen, zal ik wel iets buiten mijn eigen werkelijkheid tot stand brengen, maar het zal in mijn eigen werkelijkheid niet kenbaar zijn, want er is een zekere congruentie nodig. Ik kan mij op dit ogenblik iets gaan voorstellen, dat niet bestaat. Als ik mij de toestand kan indenken, waarin het kan ontstaan en deze naboots, dan ontstaat het. Kan ik dat niet, dan zal het buiten mij ontstaan, maar ik zal het niet als deel van de werkelijkheid zien. Voor andere mensen, die alleen de menselijke werkelijkheid beleven, is dit niet meer kenbaar.Een mens rekent met ruimte. Hij rekent met tijd. Hij wil voor alles een plaats hebben. Maar in een kracht is er geen plaats te vinden. Je kunt niet zeggen, dat een magnetisch veld ergens een plaats heeft. Het is een toestand. Een toestand eventueel van de ruimte. Maar het kan ook een potentiële kracht zijn, die nu niet is gerealiseerd, zoals bij een spoel waardoor nog geen elektrische stroom loopt. Toch is dat veld potentieel aanwezig. Ik kan dus niets daarvan zeggen. Ik kan alleen maar zeggen, dat er een vaste relatie bestaat tussen de kracht en het verschijnsel.Ik kan verder stellen, dat ik als mens (dus uitgaande van ruimte en tijd, uitgaande van verschijnselen en niet alleen van krachten, die voor mij nog slechts potentieel zijn) in mijn zoeken naar die tweede werkelijkheid tevoren al een toestand schep, voordat de tweede werkelijkheid voor mij kan worden gerealiseerd. En dat is ook belangrijk; want ik kan de tweede werkelijkheid dus niet beseffen, zoals zij bestaat. Ik kan het alleen doen aan de hand van mijn persoonlijke beïnvloeding daarvan, waardoor een kenbaarheid is ontstaan. Eerst wanneer mijn denken op zichzelf een weerklank heeft gevonden en zo de eerste uiting bestaat, kan ik voor mijzelf een concept van de tweede werkelijkheid vormen. Dit impliceert, dat in de tweede werkelijkheid alle dingen mogelijk zijn, die wij voor onszelf mogelijk achten en die wij ons als mens kunnen voorstellen binnen het tijdruimtegebied.Aan de andere kant moeten we er rekening mee houden, dat ruimte en tijd in de grote werkelijkheid dus totaal andere betekenissen hebben dan in onze eigen wereld. Het is zeer moeilijk om een volkomen gelijkheid van tijd, tijdsontwikkeling en tijdsverloop te verkrijgen in die tweede werkelijkheid en in de uwe, want buiten u is het concept dat werkzaam is; het is de realisatie die het tijdsverloop bepaalt. Bij u is het daarentegen de meting. De ruimte bestaat voor u, als we het goed bezien, eigenlijk uit de afstand, die of iets voor ons moet afleggen. Wanneer u zegt. "De tafel, staat zover weg," dan kijkt u en constateert in feite de tijd, die er nodig is om een realisatie van die tafel te verkrijgen van, uit twee verschillende hoeken, uw twee ogen. Daaruit komt uw concept van afstand voort. Wanneer u één oog dicht doet, dan kunt u uit de herinnering misschien de afstand nog wel aflezen. Maar komt u in een totaal nieuwe omgeving, dan zal het u zeer moeilijk vallen die afstand te schatten; waaruit alweer blijkt, dat dus de zintuiglijkheid voor het begrip "ruimte" erg belangrijk is, ook voor richting. Nu zijn wij gewend om ons, wanneer we op aarde zijn, de lichte krachten ergens boven, op de daktuin, voor te stellen. En zodra we met de .duistere krachten te maken hebben, dan denken we aan het stookhuis beneden. Dat is een heel typische realisatie eigenlijk, want er is in feite geen boven en geen beneden. Maar ‑ en nu het typische ‑ op het ogenblik, dat ik denk en er een uiting komt uit de tweede werkelijkheid, zal zij voor mij inderdaad boven of beneden mij liggen. Het is dus niet moeilijk te zeggen, dat de hel boven je is en de hemel beneden je. Als je daarin gelooft, is dat voor jou waar; want je verandert niet in de tweede werkelijkheid, alleen laat je een daarin bestaande mogelijkheid zich manifesteren. Maar omdat je die volgens jouw begrip op een bepaalde plaats hebt gesteld, heb je een relatie tussen jezelf en die tweede werkelijkheid geschapen, die voor jou als richting kan worden uitgedrukt.Nu komen we natuurlijk tot de opmerking, die haast onvermijdelijk is in een geval als dit; Wat moeten we daar nu allemaal mee doen? Het is zo ingewikkeld, kan het niet eenvoudiger? En dan kan ik alleen maar antwoorden: U bent voortdurend verbonden met de tweede werkelijkheid. U hebt bepaalde dromen, waarin u niet helemaal gelooft. Doordat u er niet helemaal in gelooft, belemmert u voor uzelf de verwerkelijking. U maakt ze eenvoudig onwaar. Wanneer u bepaalde dingen voor uzelf nastreeft en u begeert ze niet volledig, dan maakt u de bereiking ervan voor u onmogelijk.Maar we zien ook het omgekeerde. Wanneer een mens volledig gelooft in een verwerkelijking ‑ al zal niemand anders er vertrouwen in hebben dan kan hij het onmogelijke waar maken. Er zijn helaas maar enkele mensen, die daartoe werkelijk in staat zijn, maar het gebeurt toch nog.Zo kun je zeggen, dat elke mens door zijn denken alleen al ergens met die grote werkelijkheid in contact staat en krachten schept, die zijn eigen leven beïnvloeden. Hij is zich daarvan niet bewust en gebruikt als verklaring daarvoor ideeën als karma, fatum, goddelijke wil, enz. Heel juist is dit niet. Wanneer wij beschikken over een soort landkaart van begrippen en wij kunnen ons op één begrip volledig concentreren, dan maken wij dit waar. Het enige, dat ons dan nog rest, is te zorgen dat datgene, wat wij dus hebben geschapen, ook in onze eigen wereld ergens ontstaat; en als het begin van de ontwikkeling in onze wereld bestaat, zullen de gevolgen eveneens in onze wereld kenbaar worden.Elke mens, die leert gericht te denken en dit denkbeeld ergens althans in zijn beginfase ~ tot werkelijkheid te maken, heeft daarmede voor zich de tweede werkelijkheid in dienst gesteld van zijn eigen werkelijkheid en een kracht geschapen, die in zijn eigen wereld voortdurend blijft voortgaan. Daarmee staan we dus al heel dichtbij de normale praktijk. Een mens is ziek. Ik geloof in die ziekte. Ik geloof, dat die ziekte die mens zal doen sterven. Alle voorwaarden om het sterven waar te maken zijn aanwezig. Dan schep ik een kracht, welke die persoon doet sterven. Ik kan die kracht ook zo scheppen, dat ik hoop op de dood. Dan breng ik de mogelijkheid van het sterven dichterbij. Maar een andere gedachte (vande patiënt b.v. of van iemand in diens omgeving) kan dan een wijziging betekenen. Het is niet wat ik alleen maar probeer.Een mens loopt vol goede gedachten en goede voornemens en hij bereikt niets. Waarom? Omdat het niet voldoende is om goede gedachten en goede stelregels te kennen. Het is noodzakelijker om zijn beginsituatie van de grote werkelijkheid voor jezelf te realiseren, dus om te zetten in een materiele mogelijkheid, die in de beginfase, volledig daaraan gelijk is en zo een harmonische werking te doen ontstaan, die de tweede werkelijkheid parallel maakt volgens menselijk denken en identiek maakt volgens geestelijk denken met de werkelijkheid. En dan is het mijn eigen streven, dat voortdurend uit de vele keuzemogelijkheden die er bestaan kiest, zodat elk, dat je in de werkelijkheid hebt ‑ ook het moment nu b.v. ‑ je een groot aantal mogelijkheden geeft. Wanneer mijn gerichtheid blijft bestaan (dus mijn intens denken), dan zal elk ogenblik dat die gedachte bestaat de keuze in die tweede werkelijkheid bepaald zijn; m.a.w. wat er aan kracht nog verder wordt geopenbaard. En zo is de volledig sterk gerichte wil in staat om elke gewenste toestand of situatie te doen ontstaan, doden op te wekken, zieken te genezen of omgekeerd, mensen te doden of ziek te maken.Er is geen criterium van goed of kwaad te stellen. Als mens doe je dat graag. Je zegt natuurlijk: Al het goede is dat, wat we waar kunnen maken. Maar we kunnen het slechte toch niet waar maken. Toch is dat wel degelijk zo. Het gaat er niet om, of iets voor mij goed of kwaad is. Het vereiste is: Het waar maken in de materie van een beginsituatie of droombeeld met een bepaalde intentie; en als de gevolgen daarvan kwaad zijn, dan kunnen we er zeker van zijn dat ze voortgaan.Er is gelukkig een beperking bij. Op het ogenblik, dat tegengestelde werkelijkheden uit de grote werkelijkheid worden geactiveerd en krachten tot ontplooiing komen, zullen zij elkaar opheffen daar, waar zij ‑ strijdig met elkander ‑ even krachtig zijn. Denkt u nu maar aan twee jongens, die aan het spelen zijn. Zij staan op een plaats en proberen elkaar weg te duwen. De sterkste wint. Degene, die het langst volhoudt, wint ook. Maar als ze ontdekken dat ze even sterk zijn en ze zien geen onmiddellijk resultaat, dan kunnen ze er ook mee ophouden.De onbewuste mens roept heel veel werkingen op. Maar omdat er gelijksoortige werkingen van anderen ontstaan, worden de directe gevolgen niet kenbaar. Men zegt: Dit is niet mogelijk. Het resultaat is, dat de kracht zijn eigen evenwicht herkrijgt en geen deel wordt van het menselijk leven. Als u bewust die tweede werkelijkheid wilt activeren, dan zult u dus in vele gevallen het denken van anderen ergens moeten neutraliseren.Wanneer ik voor een mens welvaart, vrede, geluk of wat anders wil scheppen, dan moet ik er rekening mee houden, dat er ook denkbeelden zijn, die daarmee in strijd zijn. Op het ogenblik dat ik volledig en intens vertrouwend voortga met die intentie en met het herhalen van dezelfde, stofsituatie (de beginsituatie), waaruit de identieke ontwikkeling a.h.w. voortspruit, kan ik op den duur dus elke niet‑bewuste werking door mijn bewuste gerichtheid overwinnen. Er is een tegenstand, maar die is nimmer onoverwinnelijk. Slechts daar, waar een door geambieerde verwerkelijking volkomen in strijd is met het totaal menselijk denken, geloof en bewustzijn, zullen er zoveel onbewuste krachten tegenover mij staan, dat de verwerkelijking in de menselijke wereld niet mogelijk is.

Nu krijgen we nog een heel eenvoudig staartje.

  Wat zijn de grote mogelijkheden, die er voor de mens direct bestaan in verband met die tweede werkelijkheid?

 

1.       Gedachten zijn directe krachten. Elke gedachte, die bewust is gericht, kan dus bewust worden gerealiseerd, niet alleen in jezelf maar ook in anderen. Telepathisch contact, telepathische beïnvloeding is mogelijk dank zij deze tweede werkelijkheid en ‑ dat is ook belangrijk ‑ bezit daarbij geen enkele beperking van ruimte of tijd, tenzij het geloof in een gevestigd en onveranderlijk verleden voor de meesten een beïnvloeden van het verleden onmogelijk schijnt ie maken.

  

2.    Op het ogenblik, dat mijn geloof aan krachten (positieve of negatieve krachten, levenskracht of   gedachtekracht), die even­ eens in de tweede werkelijkheid bestaan, voldoende is geformuleerd en een beginsituatie is geschapen, kan ik deze krachten in mijn eigen wereld tot uiting brengen. Ik kan daarmede anderen beïnvloe­den en hun zo levenskracht schenken, hun gedachten beïnvloeden, hun omgeving afschermen. Ook dit lijkt me voor u wel interessant en belangrijk.

 

3.     Wanneer een mens weigert een beeld uit de tweede werkelijkheid te aanvaarden met inzet van zijn gehele wezen, zal geen enkel beeld door anderen geschapen hem kunnen beïnvloeden. De mens, die niet gelooft aan het vuur, zal zich niet branden. Dat klinkt dwaas, maar het is waar. De mens, die niet gelooft aan een demon, kan door een demon niet worden getroffen. De mens, die niet kan geloven aan b.v. de pijl van haar, zal nimmer door een zwart magiër op die wijze kun­nen worden getroffen.

  Het is ons eigen denken en ons eigen vertrouwen, ons eigen geloof en ook de praktijk van ons bestaan, ons leven in sfeer of wereld, dat bepalen zal welke krachten door anderen in de tweede werkelijk­heid gewekt voor ons gelden en welke door ons ‑ zover het ons be­treft ‑ teniet kunnen worden gedaan. Alle afscherming, alle mogelijk­ heid tot het scheppen van sfeer berust hierop. Een mens die een juiste instelling heeft en die weet te continueren, zal rond zich een sfeer hebben, die hem onaantastbaar maakt voor alle niet daarmee strokende beelden uit de tweede werkelijkheid en gelijktijdig hem bijzonder ontvankelijk maakt en ook bijzonder gevoelig voor de mo­gelijkheden, die wel harmonisch zijn met zijn wezen. Naarmate de mens dus meer gericht denkt en leeft, en daarbij minder angst heeft voor bepaalde verschijnselen of mogelijkheden, minder verwachtingen a.h.w. en meer in­nerlijke zekerheden, zal hij voor zichzelf in zijn wereld de mogelijkheid scheppen om steeds meer zijn innerlijk leven te maken tot bepalende factor van de menselijke werkelijkheid, waarin hij bestaat.Zo, nu heeft u dus het een en ander gehoord over de tweede werkelijkheid. U zult wel begrijpen, dat daarmee de kous nog lang niet af is, want de tweede werkelijkheid is één van de belangrijkste factoren in alles, wat bij de mens magie heet en wat de mens magische mogelijkheden of mirakel noemt. De achtergronden van geloof en geloofsverwezenlijking, ja, zelfs de wijze, waarop je in het hiernamaals voortbestaat, is afhankelijk van je houding tegenover die tweede werkelijkheid. Wij zijn dan ook wel van plan om daarover een tweede lezing te geven, waarin we dus deze aspecten in het bijzonder op de voorgrond gaan schuiven. Nu is het echter voldoende dat u begrijpt dat de tweede werkelijkheid elke voorstelbare mogelijkheid bezit; dat elke gerichte gedachte in de tweede werkelijkheid een mogelijkheid van potentieel tot regel maakt, maar dat de realiteit in de menselijke wereld alleen kan worden ervaren, wanneer een zekere congruentie bestaat tussen de stoffelijke situatie en het geprojecteerde beeld van de grote werkelijkheid.

   

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

  

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

       http://www.saint-pierre-les-bregines.org/    http://www.scribd.com/people/view/31429-rober  

09-03-08

K R A C H T .

KRACHT.

Zoals altijd bij het begin van elke bijeenkomst moet ik u er op wijzen dat wij, sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. We hopen dat u zelf zult nadenken over al datgene dat wordt gezegd.Ik zou graag nog eens met u willen spreken over kracht. Krachten zijn dingen waar we in wezen niet veel over weten, of dit nu geestelijke of materiële krachten zijn. We weten wel in welke vorm ze verschijnen, eventueel hoe we ze om kunnen zetten, maar de bron daarvan is en blijft ons toch wel onbekend.Wanneer je terugzoekt komt er een punt waarbij je zegt: Hoe hier kracht kan uitkomen, weet ik niet. Het is duidelijk dat wij geestelijk met dezelfde problemen worden geconfronteerd als u in de stof. Het is erg moeilijk om te zeggen bijvoorbeeld wat God is, wat God doet. We kunnen wel.veronderstellen, maar we kunnen niet weten en dat betekent dat we bij het beschouwen van krachten niet uit kunnen gaan van de werkelijke oorzaak, van de werkelijke bron.Dan blijkt verder nog dat, zover het geestelijke krachten betreft, een groot deel daarvan zich toch aan de directe rede van de mens onttrekt. Er zijn kwaliteiten, we kunnen er verklaringen voor vinden, maar we kunnen de juistheid van die verklaringen nooit bewijzen.Wie leeft in een dergelijk wereldje waarin alles in twijfel wordt getrokken, zal zelf in moeilijkheden komen. We hebben een wereld opgebouwd en of die wereld nu echt is of niet, dat weten we eigenlijk zelf niet helemaal. Dingen zijn voor ons echt die voor een ander niet zouden bestaan. We kennen grenzen die in de natuur bijvoorbeeld niet voorkomen, maar goed ook, anders zou elke mug een paspoort bij zich moeten hebben. We kennen allerhande onmogelijkheden die eigenlijk niet zo onmogelijk zijn, maar die voor ons onmogelijk lijken en die we daarom verwerpen. We willen ze eventueel terugvinden in bijvoorbeeld de insectenwereld, of we zouden ze terugvinden ergens tussen de sterren, maar bij ons als mens zo zegt men, bestaan die dingen niet.Basis van alle kracht, zover het ons ik betreft, is geloof ik wel gelegen in de verschillende werelden waartoe wij behoren en dat is dan de allereerste stelling al die onbewijsbaar is. Een mens, zou je kunnen zeggen, leeft op verschillende niveaus gelijktijdig. Eén daarvan, op het ogenblik het laagst bereikbare, is het stoffelijke. Daarboven vinden wij niveaus van levenskracht in een levenslichaam. We vinden daarnaast bijna een astraal voertuig. We vinden daarboven een groot aantal geestelijke voertuigen.Wanneer u deze stelling voorlopig wilt aannemen dan kunnen we het volgende beeld opbouwen. Wanneer elke wereld een hoger trillingsgetal heeft, dan betekent dit dat die energie als het ware meer voltage heeft bij minder spanning.Ik hoop dat dat voor de meesten begrijpelijk klinkt. Wanneer u op aarde, laten we eens zeggen, een wisselstroom hebt van 10 volt en die gaat naar het levenslichaam, dan kom je al tot 30. Ga je nog verder omhoog naar de geestelijke voertuigen, dan loopt het zeer snel op. En wanneer je het hoogste geestelijk ontwikkeld lichaam van een mens bekijkt, dan zou dat ongeveer een voltage moeten hebben van ongeveer 20 000. Dit betekent dat krachten die erg klein zijn op het niveau 20 000, erg groot worden op het niveau 10. Het is een omzetting als het ware van spanning in stroom. Het is een elektrisch voorbeeld hoofdzakelijk en diegenen die er weet van hebben die kunnen aan de hand van de wet van Volt en de wet van Ohm deze zaken verder ontleden. Voor diegenen die die kennis niet hebben, een tweede voorbeeld.Wanneer een kogeltje met een gewicht van 1 g valt van 1 cm, dan is het praktisch niets. Wanneer het valt van een hoogte van 100 m dan maakt het een flinke deuk in hetzelfde materiaal dat het daarnet niet kon beroeren. Maar valt het van een hoogte van 10 km dan is de kans erg groot dat het inderdaad het hele materiaal doorslaat, dus er een gaatje in maakt, er doorheen gaat.Dat houdt in dat onze hogere geestelijke voertuigen, met betrekkelijk weinig energie vanuit hun eigen standpunt, betrekkelijk grote kracht kunnen hebben op stoffelijk niveau. Maar de moeilijkheid daarbij is: er is geen vorm voor. Die kracht is er wel, maar ze moet omgezet worden in iets dat gebruikt kan worden. Een geest kan door de deur gaan, maar hij kan de deurknop niet omdraaien om de deur open te maken, laten we het zo stellen. Pas wanneer die geest iemand kan beïnvloeden die die knop omdraait, of beschikt over materiaal dat hij samen kan voegen dat hij greep krijgt op die deurknop, kan hij de deur openmaken.Dat is nu het probleem waarmee we zitten met die kracht. We hebben voortdurend een omvorming nodig om terecht te komen op een niveau waarbij je ze inderdaad kunt gebruiken. Bij heel veel mensen is het eigenlijk een kwestie van: Ja, ik kan het niet aanvaarden. Ze zetten gewoon ergens een onderbreking in hun aanvaarding van de innerlijke kracht en dat betekent dat al wat daarboven ligt dan niet meer toegankelijk is. Ze zouden die onderbreking kunnen opheffen, maar dan zitten ze weer met de moeilijkheid dat hun rede en hun redelijkheid daar niet aan kan beantwoorden. Heel veel mensen willen met geestelijke kracht wel iets doen, dat kan net zo goed zijn een medemens genezen als de toekomst voorspellen of iets anders doen. Misschien willen ze een medemens beïnvloeden, of overheersen ermee. Theoretisch bestaat dus mogelijkheid natuurlijk, maar je hebt er weer het grondmateriaal voor nodig: je moet de kracht zo omvormen dat zij op die manier bruikbaar is.We hebben duidelijk de basis gelegd dacht ik voor een beschouwing over een krachtbron. We hebben nu geconstateerd dat het voorstelbaar is dat er geestelijke krachten bestaan met een zeer hoge mogelijkheid van werking, maar dat ze alleen op aarde kunnen inwerken wanneer er iets is waardoor ze in kunnen werken. Dat is van belang. Want wat is de mens in feite? Normalerwijze een wezen dat met een beperkt deel van zijn eigen geestelijke kracht, plus ongeveer 90 ' van zijn eigen levenskracht, functioneert op een stoffelijk redelijk niveau, waarbij hij bovendien nog instinctief gedreven en beperkt wordt in het gebruik van zijn rede.Maar stel nu eens dat die mens de rede en alles wat daar bijkomt voor een ogenblik terzijde schuift. Dat kun je natuurlijk moeilijk, want je vraagt je af: Wanneer ik die rede prijs geef, geef ik dan niet teveel prijs? Er zou een antwoord op te bedenken zijn. Hoeveel mensen geloven niet allerhande dingen? Herinnert u zich de tijd nog dat een palmtakje van de palmpaas gedoopt in wijwater, waarna gesprenkeld werd en gebeden, een bescherming heette te zijn tegen blikseminslag? Dat is toch ook iets dat men lange tijd aanvaard heeft en het is toch in wezen zinloos. Er zijn mensen geweest die eens hebben gedacht dat je door gewoon hitte aan hitte toe te voegen, of bijvoorbeeld waar teveel bloed is, bloed weg te nemen, dat je zonder meer het menselijk lichaam tot evenwicht kon brengen.Geloof me, de vroegere doktoren hebben meer patiënten verloren aan aderlating dan aan ziekte. Dus er zijn voldoende beelden waarvan je zegt: Ja, die rede, die redelijkheid en al die geleerdheid die haalt toch ook niet alles uit.Dus u gelooft in Gód, u gelooft in Jezus, u gelooft in menselijkheid en medemenselijkheid, democratie en wanneer u dat doet doet u het niet altijd op redelijke basis. Waarom zouden we dan in het geval van de kracht wel een redelijke basis verlangen? Laten we even eens kijken of er mogelijkheden zijn om die kracht een beetje dichterbij te brengen, een beetje meer aanvaardbaar te maken.En dan is het eerste punt al dat ik heb: Wanneer ik, menselijk gezien, met die kracht wil werken, dan verkeer ik redelijk gezien in een toestand van hysterie, of, als u het anders wilt zeggen, in een toestand van fantastische overladenheid. Het werkelijkheidsbegrip valt weg.Er is een tweede werkelijkheid. Deze tweede werkelijkheid kan kennelijk, zij het tijdelijk, in de plaats treden van de normale werkelijkheidsnormen die de mens kent en daardoor zijn werkingen mogelijk die redelijk gezien, volgens de normale normen, niet zouden mogen ontstaan. Dan vraag je je af: Hoe werkt zo'n suggestief proces en welke zijn de krachten die er in spelen natuurlijk? De krachten die er in spelen zijn de krachten van het eigen wezen. De kern ervan, de basis ervan, ik heb het u al gezegd, is eenvoudig niet terug te vinden. Er is een onbekend iets, noem het God. Daaruit krijgen wij kracht die in de hoogste geestelijke voertuigen en in de ziel aanwezig is. Waarom? Weten we niet. Op het ogenblik dat die kracht door ons gebruikt wordt op een harmonische en evenwichtige wijze, wordt ze aangevuld. Wanneer ik dus mezelf beperk, kan ik geen kracht of niet voldoende kracht ontlenen aan het onbekende. Maar op het ogenblik dat ik dat beheerst doe, kan ik het wel.De kracht gaat dus steeds van het hoogste voertuig naar het daarop volgende voertuig. Het is dus niet zo dat je ineens overschakelt van bijvoorbeeld een hooggeestelijk voertuig op de stof. Theoretisch is het misschien denkbaar, maar de praktijk wijst uit dat we eerst alle tussenliggende fasen en stations moeten bereiken en in elke fase zien we dat maar een deel van de kracht in het hoogste voertuig kan worden aanvaard, dat is punt één.Punt twee is dat deze kracht wordt omgevormd, veranderd wordt in een vermogen dat weer bij het voertuig hoort dat ontvangt. De normale reeks van dergelijke fasen zal bij de gemiddelde mens liggen tussen de 5 en de 7. Er zijn er meer, maar die komen niet zo vaak voor. Toch kun je wel stellen dat de werking van die kracht als bijvoorbeeld levenskracht, steeds bij elke overdracht het kwadraat aan vermogen oplevert, het kwadraat aan werkzame kracht en gelijktijdig vermindering van de gespannenheid, de vibratie van de kracht.Dan kunnen we verder zeggen: Wanneer die kracht op die manier naar beneden gaat, en dat is toch een beetje onbekend, waarom kunnen we er dan wel mee werken en waarom zouden we het niet doen? Waarom zouden we er wel mee werken? Omdat kracht in alle gevallen iets is dat we nodig hebben. Die kracht is niet afhankelijk van de manier waarop je leeft, eet, denkt. Ze is alleen afhankelijk van de wijze waarop je innerlijk evenwichtig bent. Daar waar geen evenwicht, men zegt ook wel innerlijke harmonie, bestaat is het bijna niet mogelijk die krachten juist te ontvangen en gericht te gebruiken, dat leert de ervaring.Dus, daar zitten we met het onbekende. Waarom zouden we het gebruiken? Omdat we daarmee veel dingen kunnen doen. Omdat we daarmee vooral voor anderen heel veel kunnen betekenen. Omdat we daardoor mogelijk in de wereld waarin we leven een grotere mate van harmonie kunnen doen ontstaan. Er is meer eensgezindheid, minder isolement tussen de verschillende persoonlijkheden. En waarom zouden we het niet doen? Wel als je mens bent, ben je erg trots op je rede, op je denkvermogen. Wanneer je denkvermogen wordt aangetast, wanneer je eigen theorieën of zelfs je lievelingsovertuigingen worden aangetast door hetgeen die kracht doet, heb je het gevoel dat je daardoor minder waard wordt. Wanneer je dus het beeld dat je van jezelf hebt wilt behouden en het beeld van de wereld dat je lief is ook in stand wilt houden, dan is het verstandiger om van die kracht af te blijven. Je kunt natuurlijk zeggen: Ja, dat is alleen de groten voorbehouden. Dat hoor je heel vaak. Wij zijn te klein, te nietig, wij zijn onmachtig en noemt u maar op. Er zijn zoveel van die termen dat ik daarmee alleen al een avond kan vullen. Ze zijn excuses, meer niet, want elke mens vangt, voor zover wij weten, uit dezelfde bron kracht voor zijn laagst ontwikkelde voertuigen. In elke mens bestaat de krachtstroom naar beneden toe. In elke mens bestaat de mogelijkheid om allerhande belemmeringen, die tussen de verschillende werelden of voertuigen bestaan, teniet te doen. Het blijkt echter dat dat geen wilsakte, geen bewuste wilsakte althans is. Wat doe je dan ? In de eerste plaats ga je u niet bezighouden met hogere geestelijke waarden, want op het ogenblik dat je dat doet bouw je toch eigenlijk weer je eigen redelijke vermogens op. Je gaat proberen om alles aan te passen aan je eigen wereld. Dat moet je niet doen. Je moet jezelf aanpassen aan de totale wereld waarin je bestaat als persoonlijkheid als ik en dat kun je nooit doen met zuiver stoffelijke middelen. De redelijkheid valt dus op een gegeven ogenblik weg.In de tweede plaats: Hoe kun je, als je met jezelf in strijd bent, veel presteren? Een mens die tegen zichzelf gekeerd is die heeft de eenheid niet meer waardoor hij de kracht voldoende transformeert. Hij zal dus een mate van innerlijke rust, van harmonie moeten bereiken. En dis is dat in een wereld als de uwe soms moeilijk. U hoeft alleen maar te denken aan alle staatslieden, natuurrampen en andere ongelukken die op aarde voorkomen en u bent al onmiddellijk in een toestand van innerlijke opwinding en verdeeldheid. U trekt ten strijde tegen de wereld,.tegen het onrecht in de wereld, maar u sluit u wel af voor al datgene wat daarboven is want de uiterlijke verdeeldheid en de uiterlijke strijd betekenen nog niet dat er in de totaliteit geen eenheid is. Daarom is het beter om je met je denken totaal los te maken van de wereld. Daarvoor kun je allerlei suggestieve processen gebruiken, je kunt zelfsuggestie gebruiken, je kunt fantaseren desnoods want het gaat niet om de werkelijkheidswaarde waaruit de rust gewonnen wordt, het gaat om de rust die ontstaat.Redelijk gezien is dit onzin, praktisch gezien is het de enige manier haast voor iemand die geen langdurige scholing heeft doorgemaakt.Dan komen we aan een punt dat nog merkwaardiger wordt wanneer je de zaak redelijk ontleedt. Wanneer ik fantaseer, dan bouw ik voor mezelf een schijnwerkelijkheid op. Wanneer de hele werkelijkheid, zoals de mens die ziet, echt zou zijn, zou het betekenen dat je er geen contact meer mee hebt. Maar een groot gedeelte van de menselijke wereld is eveneens een schijnwereld. Het zijn ook allerhande voorstellingen die niet werkelijk bestaan, dat zijn allerlei stellingen die ook geen hout hakken, zoals dat heet. In de fantasiewereld kan een analogie, dus een vergelijkend beeld worden.opgebouwd van je eigen wezenlijke stoffelijke wereld en dat beeld dat je opbouwt kan de drager worden van de kracht. Deze kracht wordt dan zo gericht, dat ze rond u de neiging heeft alles wat bestaat in werkelijkheid zodanig aan te essen aan het beeld dat u geschapen heeft, dat hierdoor het verschil tussen de wereld en uw droombeeld kleiner wordt.Waar dit mogelijk is moet natuurlijk de kracht ook voldoende zijn. Ik geloof niet dat één van u de behoefte gevoelt om een stalen bint met een gewicht van vele honderden kilo's met één vinger op te tillen. Men begrijpt dat dat niet kan. Geestelijk gaat dat precies hetzelfde. Je kunt de wereld niet veranderen omdat je de krachten alleen kunt gebruiken binnen de voor jezelf aanvaarde mogelijkheden die ook stoffelijk zouden kunnen bestaan. Dit betekent: Ik kan alleen datgene doen wat past binnen een werkelijkheidsvoorstelling die anderen bezitten.Ik kan een zieke genezen, inderdaad. Maar als hij een dokter is die er niet in gelooft, die overtuigd is van zijn eigen diagnose, wordt het moeilijker, niet omdat hij dokter is, maar omdat hij een zo complex werkelijkheidsbeeld heeft dat het ingrijpen daarin erg moeilijk wordt en dit betekent dat zijn lichaam en zijn voertuigen, want die spelen ook een rol, dus die krachten niet op kunnen nemen en verwerken op de manier waarop de fantast, de dromer of de genezer, of zoals je het noemen wilt, zich dit beeld voor ogen stelt.Is er iemand die helemaal niet denkt en die niet gelooft, maar die redelijk aanvaardt wat hij ziet, wat hij beleeft, dan is hij wel te helpen. Heeft iemand een voorstelling dat het alleen op een bepaalde wijze kan gebeuren, dan wordt het alweer moeilijker. Je ziet, het is een kwestie van zuiver vervangen van een werkelijkheid die iedereen kent, door een fantasiewerkelijkheid van degene die kracht geeft en een aanvaarding, althans instinctief, het hoeft niet redelijk te zijn, van die fantasiewereld of van een deel daarvan door die ander die de ontvanger moet zijn van de kracht.Wat zou je kunnen gebruiken om die kracht in jezelf gemakkelijker op te wekken? Het antwoord is: Elke suggestieve voorstelling waarbij het begrip van de totale kracht in zijn vele vormen samenvalt met het beeld dat je van jezelf maakt. Heb je niet voldoende zelfvertrouwen, dan moet er ook nog een voorstelling bijkomen van die krachtbron. We hebben de laatste tijd wat lessen gegeven waarbij we het volgende voorbeeld hebben gebruikt.Iemand die deze oefening wil doen begint met zich te ontspannen, de ogen te sluiten en te zorgen dat hij niet door zijn houding zijn lichaamsstromen een beetje kortsluit. Dus, bij voorkeur geen gekruiste benen, geen armen over de borst gevouwen en zo. De rest komt niet zo opaan. Wanneer je degen sluit probeer je een voorstelling te maken dat men ergens staat, het geeft niet waar, het geeft niet hoe. Men stelt zich verder voor dat men een gevoel heeft op het voorhoofd, één, twee centimeter boven de neuswortel en dat men voelt dat het werkt. Stel je voor dat je in een spiegel kijkt en dat er een soort karbonkeltje zit dat licht geeft. Probeer je voor te stellen dat dit licht sterker en sterker en sterker wordt. Gewoon een autosuggestief proces dus. Wanneer je eenmaal zover bent dat je die lichtstraal kunt visualiseren, in gedachten dus werkelijk zien, dan moet je je voorstellen dat het niet bij één straal blijft, er komen stralen van verschillende kleuren bij. Wat u overhoudt is uiteindelijk een rechte lichtbundel die een beetje lijkt op een rechtgebogen regenboog, alle kleuren zijn er wel in vertegenwoordigd. Het volgende beeld dat wordt voorgesteld is: Stel u een lichtschijf, een zon voor die langzaam van rechts naar links door uw blikveld drijft. Probeer verder gelijktijdig het denkbeeld van de van u uitgaande lichtbundel in stand te houden. Wanneer de schijf en de lichtbundel elkaar ontmoeten, komen ze tot stilstand. U voelt de kracht van die lichtende schijf nu als een warmteprikkeling in uzelf trekken. Alweer, het is nog een suggestief proces. Het is een soort fantasie die ergens wel met een geestelijke werkelijkheid te maken heeft, maar zeker niet stoffelijk redelijk is. Het is dus gewoon wanneer je het doet een experiment. Maar voel je inderdaad die warmte, dan heb je iets bereikt. Je hebt al uw redelijkheid en daardoor alle tegenstellingen in jezelf en de wereld tijdelijk uitgeschakeld. Je hebt uzelf ervan overtuigd dat je kracht ontvangt. Dit betekent dat je die kracht aanvaardt: Je hebt ten derde, het gevoel dat je eigen vermogens onmetelijk versterkt worden want die kracht blijft maar naar je toestromen.Wanneer je voelt dat die warmte komt, probeer ze in je op te nemen. Probeer je ermee te vullen totdat je het gevoel hebt: nu kan ik niet meer en denk dan niet dat je dan plotseling energieker bent geworden, dat heeft er niets mee te maken. Wanneer u dit gevoel van verzadiging hebt, stel u de persoon of het feit voor waarop u die kracht wilt richten. Probeer ook hiervan-,. een zo nauwkeurig mogelijk gedachtebeeld op te laden. U bouwt dus werkelijk zo dat het herkenbaar is, het hoeft niet identiek te zijn met de werkelijkheid, maar het moet voor u herkenbaar zijn.Op het ogenblik dat u die voorstelling hebt opgebouwd, denkt u aan de kracht en stelt u voor dat deze als een soort bliksem uitgaat naar de voorstelling, dan hebt u daarmede het geheel van uw krachten tijdelijk gelijkgericht, u hebt uw eigen vermogen en mogelijkheid vergroot.U hebt daarbij bovendien zeer nauwkeurig gericht en wel op een voorstelling die zodanig is geconstrueerd dat u ze zelf kunt overzien en dat wat we kunnen overzien kunnen we geestelijk beroeren. We zijn zelf op deze wijze tot transformator en instrument geworden, projector zou u misschien kunnen zeggen, waardoor het mogelijk is een beïnvloeding te doen plaatsvinden, Quod erat demonstrandum, wat gedemonstreerd zou moeten worden, aangetoond, zeker.Wanneer je werkt met deze oefeningen zul je zien dat het in het begin een beetje moeilijk is, vooral het vasthouden van voorstellingen, waarvan je toch het gevoel hebt dat ze kunstmatig zijn. Zeker, het vasthouden van het beeld van twee van dergelijke voorstellingen, zoals in dit proces noodzakelijk, vergt wel enige oefening. Maar wanneer je eenmaal zover bent dat je dit kunt, bereik je er ook iets mee. Stel je geen grote resultaten voor. Denk niet dat u de wereld even verandert of dat u die regenbui wegjaagt, omdat u toevallig van plan was uw middagmaal in open lucht te nuttigen. Dat zijn dingen die hebben er niets mee te maken, dat is allemaal te ver gegrepen.. Misschien ook te grillig voor uzelf en voor anderen om te aanvaarden. Maar u kunt een zieke ook beter maken, u kunt een stemming veranderen. Let wel, niet een feitelijke verhouding, maar wel de stemmingen die er ten grondslag aan kunnen liggen. U kunt bepaalde denkbeelden met een grote sterkte uitstralen.Alles wat u op dit terrein kunt doen is voornamelijk een psychische beïnvloeding, ook wanneer de resultaten daarvan soms fysiek merkbaar zijn. Onder laboratoriumcondities zou je met deze procedure bovendien bijvoorbeeld niet aangesloten spoelen tijdelijk als magnetisch kunnen laten fungeren, zodat meters uitslaan of bepaalde voorwerpen worden aangetrokken en weer losgelaten.Je kunt er dus dingen mee doen. Is het duidelijk dat het weinig zin heeft om alleen maar voorwerpen aan te trekken en los te laten? En wat betreft metertjes laten draaien, de wereld is zo al dolgedraaid. Maar wat je wel kunt doen is leren jezelf in te stellen op een harmonie, steeds weer, met alle persoonlijkheden die je voorstelt. Geen stoffelijke relaties, geen zakelijke relaties, gespreksrelaties, dat heeft er niets mee te maken. Gewoon harmonie, eenheid, overeenstemming. Probeer het zover te brengen dat u als het ware het gevoel hebt dat een deel van uzelf een ander kan aflezen. Ik weet, dat gaat voorbij, maar hierdoor bereikt u een beter begrip voor de ander en gelijktijdig zal de ander ten opzichte van u, al begrijpt u misschien niet waarom, niet meer het gevoel hebben dat hij begrensd wordt, dat hij sterk wordt gescheiden door het een of ander. Dat is erg belangrijk. Het isolement tussen de mensen is namelijk één van de grootste hinderpalen voor de menselijke ontwikkeling.Staat u me enige afwijking toe op dit punt? Ik zal maar aannemen dat u zwijgend toestemt. Naarmate de bevolkingsdichtheid van een gebied toeneemt en gelijktijdig de zogenaamde welvaart en de technische mogelijkheden van de mens groter worden, heeft hij gelijktijdig het gevoel dat hij zich af kan scheiden en af mag scheiden van zijn medemensen. Ik wil niet zeggen dat het onverschilligheid is, maar men heeft zich te sterk gericht op zijn eigen belangen en zijn eigen vaardigheden zonder meer. Men heeft het gevoel het zonder de anderen te kunnen doen. Hierdoor ontstaan steeds grotere verdeeldheden. Je zou kunnen zeggen dat uiteindelijk ieder mens deel uitmaakt van een groep waarbij de leden elkaar niet verstaan, maar die gezamenlijk strijden voor een doel of een recht of een voorstelling die echter in de werkelijkheid van alle anderen niet eens zou kunnen bestaan. Het is een absolute vervreemding van de algemeen menselijke werkelijkheid, maar daardoor ook het teloorgaan van de algemene medemenselijkheid. Medemenselijkheid is zeker niet: stoffelijk voor een ander zorgen of vechten tot een ander iets krijgt. Het is in de eerste plaats begrijpen wie de ander is en beantwoorden aan die ander, hoe moeilijk dit moge zijn.Dit verder terzijde, wat taalkundig heel lelijk, grammaticaal onmogelijk en toch zakelijk juist is. We gaan weer terug naar de kracht. Wanneer je door die kracht de afstand tussen de mensen kunt verminderen, dan wordt de mogelijkheid van werkelijk begrip en werkelijke samenwerking tussen de mensen groter, dat zult u met me eens zijn. Of het experiment dan op zichzelf een droom, een fantasie, een zelfbegoocheling of wat anders moge zijn, wanneer het dit mogelijk maakt, dan heeft het zin. Want we zijn niet alleen, niet in de wereld, niet in een sfeer, niet in de geest. We kunnen ons afsluiten, zeker, wij kunnen misschien onze auto in het middelpunt zetten van onze wereld en alles daarvan afhankelijk maken. We kunnen onze bankrekening verklaren tot het altaar en de tempel Gods en de God dienen die op dat altaar zijn offers vergt. Maar daarom veranderen wij niets aan het feit dat de mensen als een eenheid moeten functioneren, zoals in de "Verklaring van de rechten van de mens" staat dat elke mens gelijkwaardig is aan elke andere mens en dit betekent dat de nadruk nooit mag liggen op de verschillen, alleen op de overeenkomsten. Realiseer je, dat je met dergelijke op zichzelf krankzinnig lijkende proefneminkjes en experimenten heel veel kunt doen.Maar het betekent wel dat je afstand moet doen van het eigen wereldje, waarin jij als een klein godje uitmaakt wat er zou moeten gebeuren. Dat je in staat bent een mate van gezag aan anderen te delegeren, dat je in staat bent daar waar je niet de vaardige en de kundige bent, je ook inderdaad te onderwerpen. Dat je in staat bent tot een reële samenwerking. Dat is heel iets anders dan wat veelal onder samenwerking wordt verstaan. Samenwerking betekent een ander te helpen totdat hij het alleen tot verder nut kan opknappen: dat is geen samenwerking, dat is exploitatie. Daar hebben we geen behoefte aan.Wat doe ik dan met vrijheid, met licht, met kortom deze kracht waarover ik het heb, in de vormen waarin we ze graag zouden zien? We moeten proberen ze gewoon terug te brengen tot iets dat beleefbaar is, proberen die kracht in onszelf te wekken en te laten werken. Nu weet ik wel dat we de laatste tijd nogal gehamerd hebben op juist dit onderwerp, maar kijk rondom u: Het land staat er economisch slecht voor, nietwaar? Is dat werkelijk nodig? Wanneer alle mensen bereid zijn met elkaar samen te doen en samen te werken, nee, dan. staat België er goed voor. Maar zolang ieder zijn eigen belangen ten koste van alles verdedigt, zijn eigen beetje meer verdedigt ten koste van de ondergang van anderen, staat het er slecht voor. Begrijpt u wat ik bedoel? En het is niet alleen in een staat zo, hoor. Het is vaak in de gezinnen ook. Het is in de relaties tussen vrienden en bekenden zo. Daar moeten we proberen een beeld te vinden, een beeld van die kracht, een fantasiebeeld desnoods, maar we moeten iets produceren waardoor deze grenzen tussen de mensen geslecht kunnen worden.Deze illusie, dat je als mens alleen kunt zijn en leven en werken, alleen aan jezelf behoeft te denken, moet je je niet laten opleggen. Nu weet ik wel: dit klinkt net als een politieke toespraak, er is maar één verschil: ik meen het eerlijk. Wanneer we dat gaan doen hebben we niet veel nodig. U zit hier bij elkaar. Ik merk dat u een beetje geladen bent op dit ogenblik, althans een groot deel van u. Waarom? Omdat ik de waarheid heb gezegd. Omdat ik gekke dingen heb gezegd.die toch eigenlijk inhaken op iets dat u aanvoelt dat in die werkelijkheid bestaat. Laten we dan meteen inhaken bij die kracht zelf. Want als hier een spanning is, dan is er sprake van iets van die kracht.Denk niet dat ik u zit te kapittelen, dat ik. een boetesermoen zit uit te spreken. U bent mogelijk beter en zeker niet slechter dan de meeste andere mensen, maar wanneer je iets wilt zijn en iets betekenen dat meer is dan alleen maar een voorbijgaande hinderpaal voor de rijping van de mensheid tot een volgend stadium, dan moet je die kracht gebruiken, dan moet je iets met die kracht doen, dan kun je die kracht oproepen met 1001 woorden. Je kunt haar alleen voelen, je kunt haar dromen, je kunt ze je voorstellen.Als het je verandert en je sterker maakt gaat het niet om de methode, dan gaat het om de innerlijke verandering, de innerlijke kracht die daardoor tot stand komt. Dan zeg ik u het volgende: Er is hier meer licht en meer kracht in ons allen en rondom ons allen dan we zouden weten te gebruiken. Er is wel degelijk een mogelijkheid om de grenzen te slechten wanneer u alleen maar zou weten hoezeer een groot deel van u op dit moment in deze woorden versmolten is. Dan zou u dat al inzien. Waarom zouden we bidden anders dan door innerlijk uit te grijpen naar het hoogste wat we kennen? Waarom zouden we spreuken spreken en zo verklanken wat in onszelf perfect al bestaat en beleefd wordt? Waarom zouden we met grote woorden spreken? Laten we onze dromen dromen van het licht. Het licht dat om ons heen is, het licht dat tot ons doordringt. Laten we dan maar in zelfsuggestie en suggestie overspoeld worden door het licht. Maar laten we die kracht aanvaarden, laten we ze absorberen en zeg tegen jezelf: Ik wil niets van een ander, maar ik wil zijn voor de anderen. Dat is toch zo moeilijk niet. Zeker, er zijn consequenties, maar daar praten we niet over. Het licht is er, de kracht is er en ik wil niets van een ander, van niets en niemand. Ik wil leven met en voor de ander, ik wil leven met en voor de God die mij heeft voortgebracht, voor en met alle schepselen en met alle licht en met de werelden waartoe ik behoor. Ik wil leven als deel van de mensheid, één met de mensheid waarvan ik nu deel uitmaak. Ik wil de rust en de harmonie die ons erfdeel zijn, die de basis zijn van ons wezen. Uitstralen, waarmaken, betekenen, hoe en waar ik ook moge bestaan, wat ook mijn leven moge zijn. Dat is de werkelijkheid, de kracht, niet alleen hier, maar altijd.

Wanneer de zegels verbroken worden, de laatste geheimen geopenbaard worden, wie en wat denkt u dan dat de mensheid anders is, anders kan zijn dan juist die eenheid van licht en harmonie? U kunt kiezen. Isolement, redelijkheid, stoffelijke bereiking, gewichtigheid, rijkdom misschien of eenheid. U kunt ze niet allebei tegelijk hebben. Maak eerst die keuze innerlijk. Beleef eerst in jezelf de kracht, de mogelijkheid die er bestaat en ga dan van daar uit eens een keer verder. Zie jezelf niet als heerser, zie jezelf niet als slaaf. Aanvaard het gezag van hen waarvan je erkent dat ze kundig zijn. En ontken je eigen gezag niet op de punten waarop je weet zelf kundig te zijn. Maak jezelf waar als deel van het geheel. Er is een kracht, men noemt ze de Goddelijke Kracht, in bepaalde vormen de Heilige Geest, men geeft dat tienduizend namen, maar het is één en dezelfde Kracht waaruit wij putten , altijd door. Ze zijn uit hetzelfde Licht, waarin wij leven, waardoor wij leven en waarin wij zouden moeten leven, altijd door. Er is één Kracht en haar uiting is de harmonie en laten we de harmonie erkennen, beleven en aanvaarden en zo de kracht vinden om de harmonie waar te maken. Dat is alles dat ik te zeggen heb.

   

v      U hebt het over kracht. U geeft een methode aan om die kracht bij jezelf te ontwikkelen, maar is dat niet hetzelfde als wat je hebt bij suggestie of zelfhypnose?

Dat heb ik inderdaad in mijn rede aangeduid en ik heb daar meerdere malen nadrukkelijk op gewezen. Ik heb u duidelijk gezegd: we gebruiken hier een suggestief proces en werkelijkheidsvervreemding of fantasie en droom. Maar .. wanneer suggestie zoveel dingen kan doen, waarom zou je haar verwerpen? Wanneer de dokter een placebo geeft en de patiënt wordt beter, zegt men dan dat hij met suggestie genezen is? Toch is er geen werkzaam bestanddeel dan de suggestie in het geneesmiddel.Wanneer we kijken naar wat suggestie kan doen voor mensen, ook direct en lichamelijk, dan is het ontstellend dat men hieraan zo weinig aandacht geeft in positieve zin, dat men die suggestie wel wil gebruiken om u te ver uitgemalen meel te laten eten en vervolgens weer te betalen voor de zemelen, maar dat men u niet wil helpen daardoor gezonder te worden.Ik hoor steeds weer de mensen- en dat is toch ook een suggestie,- zeggen dat we allen zondig zijn. Waarom niet de suggestie dat we allen dragers zijn van de goddelijke genade en het goddelijk licht? Dat is even waar en meer waard. Zeker, het is zelfhypnose, het is zelfsuggestie, maar de krachten die daardoor worden losgemaakt zijn geen suggestie, ze zijn werkelijkheid, ze zijn op de duur ook constateerbaar, dat heb ik betoogd. Is het dan niet reëler om deze methode te gebruiken en innerlijke harmonie en rust te vinden, de grenzen tussen mens en mens een beetje te verbreken, te verzwakken, harmonie mogelijk te maken met steeds meer mensen dan om met een verwerpen van deze procedure aan de kant te blijven staan in het pantser van de zelfrechtvaardiging met verwerping van alle dromen en gelijktijdig het prediken van het onmogelijke? Je moet een beslissing nemen. Wanneer de priester inde biechtstoel zegt: Absolvo te.. dan kunnen we zeggen: het is een Sacrament, maar het kan dit alleen zijn wanneer de gelovige het als zodanig beleeft. M.a.w. het is een suggestie waardoor de patiënt in een toestand komt dat hij zich vrij voelt van de last van zijn zonden. Dat zijn de geheimen van de biecht. En zo kan ik verder gaan. Wanneer u een ouwel neemt en u spreekt er een paar woorden over, dan kun je wel zeggen: Dit is nu het Lichaam van Jezus Christus. Maar als de gelovige het niet gelooft, wat dan? Dan blijft het een ouwel. Maar wanneer je Christus ziet, of het in een ouwel is of in een stuk brood of in een appel of in een peer, een stuk ananas of wat je ook maar vindt, een tomaat, en je hebt het gevoel: Dit is nu een deel van God dat tot mij komt, zul je daardoor die toestand bereiken waardoor die God werkzaam wordt. En ook dat is suggestie, al kunnen we dan ook zeggen: Ja, hier is het een feitelijke en lijfelijke verandering en al die dingen meer. Je hebt er geen deel aan tenzij je eerst die werkelijkheid aanvaardt, die niet redelijk is, die niet kenbaar is, die pas beleefbaar wordt op het ogenblik dat je de werkelijkheid prijs geeft voor iets anders, een droomwereld, een schijngebeuren, een fantasie vanuit een zuiver redelijk standpunt.Wanneer de groten van deze wereld gebruik hebben gemaakt van deze middelen, wanneer de grootmachten van deze wereld voortdurend gebruik maken van soortgelijke middelen om u in een bepaalde richting te dwingen of te overtuigen, zou je dan die middelen-, niet mogen gebruiken om daardoor deinnerlijke rust te vinden, te leren die krachten te gebruiken en niet alleen maar te ontvangen, te leren meer mens te zijn, je meer één te weten met de hoogste kracht waaruit je voortkomt. Ik geloof dat er geen enkel redelijk argument bestaat waarbij je de zinvolheid van het door mij gegeven voorbeeld het was alleen een voorbeeld, kunt bestrijden. Het is bruikbaar. Het heeft één voordeel: het is niet gebonden aan een geloof, een aanvaarding van punten die je misschien toch in twijfel brengen. Het is niet gebonden aan een systeem dat je misschien niet aanvaardt, maar waardoor je je onderdrukt voelt. Het is niet gebonden aan enigerlei status op aarde of enigerlei inwijding die je moet ontvangen. Het is eenvoudig een korte weg, maar als zodanig bruikbaar. En wat meer is: Bij enige oefening kun je zelf constateren dat ze bruikbaar is en haar anders, zonder enige consequentie of enig schuldgevoel, terzijde leggen. Ik dacht dat ik daarmee de reden waarom wij een dergelijk proces aanbevelen mede had verwerkt in de beantwoording van de vraag.Ik neem aan, vrienden, dat ik hiermede mag sluiten. Hartelijk dank voor uw geduld en dank voor uw aandacht. Sta mij toe de hoop uit te drukken dat u dit niet alleen beschouwt als een interessant betoog, een interessante ervaring, maar als een mogelijk uitgangspunt desnoods op uw eigen wijze, voor een grotere beleving van de kracht, de kracht van het werkelijke Licht en dus ook van de werkelijke God, die deze wereld zo hard nodig heeft.Dat dit Licht steeds meer van u, steeds sterker zich in uw wereld mag manifesteren is mijn van harte gemeende wens.

Goeden avond.

   

Uitgesproken te Antwerpen op 17 maart 1981.

         
Wenst u zelf een voordracht van Gene Zijde bij te wonen ?Dat kan op donderdag 20 maart 2008 om 20 uur.Voor inschrijving  tel  03 252 74 70

  

   

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

   

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

 

       http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

   

http://www.scribd.com/people/view/31429-rober