06-05-16

Flinkheid.

Flinkheid.

Flinkheid,stoffelijk leven, geestelijk leven,

Steeds op de problemen af durven,

gaan en ze nooit ontwijken.

De verantwoordelijkheden, die je in je leven hebt,

ook inderdaad zelf dragen.

Flinkheid wil ook zelfs zeggen: wanneer je weet wat je wilt,

ook zorgen dat je krijgt wat je wilt.

Dit is belangrijk want alleen de mens,

die steeds recht op de problemen af durft gaan,

zal alles kunnen volbrengen,

wat voor hem of haar geestelijk of stoffelijk als taak is weggelegd.

 

Slechts een mens,

die deze taken vervult,

kan tevreden het stoffelijk leven verlaten

om in een geestelijk leven verder te gaan

zonder noodzaak tot terugkeren.

12:19 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: flinkheid, stoffelijk leven, geestelijk leven |  Facebook |

23-08-09

BEGRENZING.

BEGRENZING.

 

Ik denk. En mijn gedachten bouwen grenzen van onmogelijkheden rond mijn mogelijkheid. Zo ben ik begrensd. Ik zie alleen het heden en ben begrensd in de tijd, omdat ik verleden en toekomst zie, als iets wat niet op dit moment en nu voor mij bestaat.

Ik zie de stof als enige vorm van leven en kan niet begrijpen hoe het geestelijk bestaan, al omvamen, toch zichzelf blijft. En ik noem misschien een voortbestaan een waan en ben begrensd zo in het denken, want grenzen bouw ik zelf.

Er is oneindigheid. En die oneindigheid, begrensd als zij ook moge zijn, is al wat ik kan beseffen en meer dan ik kan omvamen. Het is totaliteit, waarin het altijd nieuw is en nooit een grens mij remt. Maar op het ogenblik, dat ik mijzelf grenzen stel, ben ik be­grensd. Met mijn denken en mijn zekerheden, met mijn poging om als "ik" te treden tegenover een totaliteit heb ik mijzelf begrensd. Ik heb mijzelf kleiner gemaakt dan ik behoef te zijn. Ik heb mijzelf machtelo­zer gemaakt dan ik in wezen ben.  

Ik heb vele kwaliteiten en eigen­schappen, die ik bezit als mens in de stof of als geest eenvoudig ontkent en zo onmogelijk gemaakt.

Begrenzing is in de eerste plaats datgene, wat jezelf schept. En zegt men dan: Ik ben toch begrensd, zo dient men zich te realise­ren, dat een begrenzing op een ogenblik en in een tijd niet werkelijk telt.

In begrenzingen moet ge niet tellen op een ogenblik, maar over het geheel van b.v. een stoffelijk leven en ge zult zien dat dan vele grenzen, die ge eens meende dat ze aanwezig waren in feite niet heb­ben bestaan, behalve in uzelf en daardoor uw zijn hebben bepaald.

Ik stel. Er zijn geen werkelijke grenzen buiten misschien de gren­zen, die het Grenzen Gods zelve betekenen. En deze grenzen zijn voor mij onkenbaar ze bestaan voor mij niet. Alle andere grenzen kan ik teniet doen, indien ik zelf mijn besef verander. Niet in een enkel woord of in een uiterlijkheid alleen, maar in de totaliteit van mijn wezen de

mo­gelijkheid voelend waar ik eens"onmogelijk" heb gezegd.

Zo groei je verder tot grens na grens is gevallen en je tijden samensmeltend, wereld en sferen verenigd onbegrensd staat in tijd, in ruimte, in mogelijkheden.

---------------------------------------------------------------

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

02-01-09

OVERDRACHT VAN LEVEN.

Overdracht van leven.

Ik weet niet wat u zich daarvan heeft voorgesteld, maar leven zou je in verschillende vormen kunnen bezien.

Er is het materiele, het stoffelijke leven. Daarnaast is er een geestelijk leven dat een groot gedeelte van de tijd daarvan geheel los staat. Dan is er ook nog levenskracht, een energie die o.a. nog te maken heeft met levenslichaam, astraal lichaam en wat er verder nog voor voertuigen kunnen worden gevormd van halfstoffelijke aard.

Ons onderwerp zal zich met al deze zaken bezighouden. Dus niet met de voortplantingsrituelen, aangezien wij menen dat wij in de geest niet in staat zijn u daarvoor nog verdere aanwijzingen te geven die u niet kent.

Wanneer wij als geest leven, dan bestaat dat leven uit bewustzijn. Er is een kern van kracht. Deze kracht kunnen wij niet geheel ontleden. Het bewustzijn op zichzelf impliceert een ik‑voorstelling, maar daar­naast een groot aantal ervaringen en ook bepaalde eigenschappen als wilskracht en voorstellingsvermogen.

Wanneer nu een entiteit b.v. in het duister leeft, dan wordt het moeilijk om zo iemand te bereiken zolang hij alleen in zijn eigen beperk­te wereld bezig is. Er is een soort kortsluiting. Hij blijft voortdurend voortgaan met precies dezelfde dingen te herhalen, eventueel aangevuld met zelfbeklag en schuldgevoelens.

Nu kun je zo'n persoon soms iets van je leven geven. Je geeft hem iets van je ervaringen. Daartoe gebruik je een deel van de kracht die je bezit. Deze kracht wordt door de wil gericht op deze persoonlijkheid en geladen met enkele voorstellingen die van essentieel belang voor zo'n persoon kunnen zijn, omdat hij daardoor deze gesloten kringloop kan doorbreken. Schrikt hij dan wakker, dan zien wij dat hij bereikbaar is geworden je kunt deze persoon dan a.h.w. in het licht brengen. Je kunt hem losmaken van zijn eigen beperkte wereldvoorstelling, maar hij kan dat niet zonder meer verdragen. Daarom moet je zo iemand enige kracht gevend

Deze kracht is een deel van de energie waaruit je zelf bestaat. Je kunt die later weer aanvullen, maar op dat ogenblik is dat een gift die je zelf tijdelijk iets minder beweeglijk, iets minder sterk maakt.

Zo ziet u dat zelfs het helpen van entiteiten die zijn vastgelopen in de een of andere waanvoorstelling eigenlijk door overdracht van leven en levenskracht ongedaan kan worden gemaakt. Je kunt hen helpen.

Stel u nu voor dat wij datzelfde doen bij een mens. Een geest kan een mens energie geven. Die energie moet echter eerst vanuit deze entiteit worden gericht. Als je dat zonder verdere beperkingen doet, dan zal het resultaat over het algemeen maar zeer pover zijn. Ga je echter proberen die mens een bepaald beeld te geven, een bepaalde kwaliteit waarvan je een voorstelling hebt, dan ontneem je weer kracht aan je eigen wezen. Je richt die kracht op de persoonlijkheid en de persoon wordt geïnspireerd.

Er ontstaan denkbeelden die hem niet geheel eigen zijn. Er ontstaan afwijkende reacties en de persoon ontdekt opeens in zich de veerkracht en de energie waardoor hij de denkbeelden kan omzetten in feiten Op die manier kun je dus iemand helpen om in zijn leven een betere weg te kiezen. Er is een voorbehoud dit is alleen mogelijk, indien deze persoon ook zelf die verbetering werkelijk wil hebben.

Het is als bij zieken. Je kunt veel zieken helpen door hun kracht te geven. Die kracht moet echter bewust gebruikt worden, ze moet gericht zijn. Zelfs dan kun je de patiënt nog niet helpen, als deze diep in zijn hart zijn ziekte graag gebruikt als een verontschuldiging om bijv. niet te werken of andere dingen te doen die hij onaangenaam vindt. Sommige mensen zijn alleen ziek, omdat ze denken daardoor in het middelpunt van de belangstelling te staan. Zo iemand zou je kunnen genezen, maar ze willen niet genezen worden, want dan, valt voor hun idee hun belangrijk­heid weg, het recht dat ze hebben om aandacht te eisen. Dus ook daar zijn wij dan wat beperkt.

Als ik dit zeg vanuit de geest, dan is het duidelijk dat het ook in de stof moet bestaan. Als u iemand ziet die volkomen mismoedigd is, dan kunt u vaak alleen maar door een positieve gedachte naar die mens te sturen de mismoedigheid voor een deel wegnemen Dat doet u door een denkbeeld te vormen en dat met uw wil naar zo'n persoon toe te sturen. Maar de kracht die u hiervoor gebruikt is deel van uw eigen levens­kracht. Dat moet u goed beseffen.

Het lijkt allemaal zo eenvoudig. Men gaat uit van het standpunt, leven is iets dat ontstaat, wanneer een bepaalde biologische penetratie een feit is geworden. Maar dat is alleen een cellulair leven. De vat­baarheid en houdbaarheid ervan zijn eigenlijk beperkt. Maar voeg daar nu iets van die extra energie aan toe, die levensenergie, en wat zien wij? Opeens is een bevruchting de aanleiding geworden tot het ontstaan van een nieuwe persoonlijkheid. Er is een geestelijke binding. Wanneer er een bevruchting heeft plaatsgevonden en je wilt incarneren (het is moeilijk je voor te stellen waarom mensen in uw tijd willen incarneren), dan moet je je eigen levenskracht a.h.w. hechten aan dat biologisch beginsel. Als die binding tot stand is gekomen dan blijkt opeens dat de groeiprocessen (er zitten namelijk eigenschapskeuzen in) op zo'n ogenblik mede worden bepaald door die nieuwe kracht. De levens­kracht komt dan van een geest, die nog helemaal niet in de stof is. Maar de binding die je daarmee aangaat geeft leven. Ik mag hier terugvallen op uw ‑meer huiselijke situaties. U heeft kamerplanten. Sommige mensen hebben kamerplanten omdat het niet anders gaat. Die planten leven een poos. Wanneer ze sterven, komen ze terecht in de vuilverbranding en worden er nieuwe aangeschaft. Maar er zijn ook mensen, die in hun planten levende wezen zien. Alleen al de uit­straling van zo'n mens heeft invloed op de plant. Er zijn ook mensen die daarmee praten. Ik kan mij indenken dat iemand, die daar zit zich af­vraagt; is hij/zij van lotje getikt? Want Lotje krijgt van vele dingen de schuld.

Als je praat, dan richt je je aandacht op het voorwerp of op de persoon. Als je je aandacht richt, dan richt je ook een deel van je kracht daarop. Er ontstaat zelfs In uitwisseling van levenskracht. De plant gaat bijdragen tot je welzijn, maar jij geeft de plant de kracht om beter te groeien en te bloeien en zich aan te passen aan omstandigheden die voor de plant toch niet ideaal zijn. Overdracht van leven.

De kern van de kracht die in ons schuilt is leven. Wij zeggen God, want die komt altijd ergens op de achtergrond mee kijken. Als je in Hem gelooft, is Hij er en als je niet in Hem gelooft, is er toch iets onver­klaarbaars dat een naam moet hebben. Behalve als je bisschop bent of zoiets, dan is het natuurlijk meer een autoriteit waaraan je je eigen autoriteit ontleent. Maar als je zegt; hier is God, dan kun je niet zeggen; God is dit of dat, Maar één ding is zeker;

De kracht die wij God noemen is in ieder geval de basis van leven; alle leven dat voor ons mogelijk is. De energie waardoor die processen van bewustzijn zich in ons afspelen, worden alle veroorzaakt door een kracht en die is een bron. Waarom? Ik weet het niet, maar het is zo.

Den zeggen wij dit; de kracht, die ons leven vormt en die voor ons ook onbenoembaar en onkenbaar is, kan door ons dankzij ons bewustzijn in vele vormen worden gebracht. Ze kan in vele vormen en gedaanten worden uitgestraald. Elke keer als wij dit doen, dragen wij leven over. Als wij daar nu even bij stilstaan, dan wordt misschien duidelijk hoezeer ook in de menselijke gemeenschap de contacten tussen mensen van uiter­mate groot belang zijn. Het is niet alleen maar gezelligheid. Het is niet alleen maar het elkaar begrijpen.

Als mensen met, elkaar een zekere harmonie vormen, dan zal de le­venskracht van de een gaan compenseren bij de ander. Er is overdracht van bewustzijn. Er is overdracht van krachten.

Als zeer veel mensen samen zijn, dan behoeven wij ons niet af te vragen wat zij willen. Misschien zijn ze willoos. Maar als daar een stem is die hen tot eenheid brengt, één voorstelling die hen tijdelijk hun persoonlijk zijn even doet vergeten, dan vermengt zich de uitstraling van al die mensen. Ze wordt een voor mensen en ook voor een bepaald geestelijk niveau wel een zeer grote kracht en kan zich ontladen. U heeft plaatsen waar dit gebeurt. U gaat naar Lourdes en naar Fatima. Misschien dat anderen naar Benares gaan en in de Ganges duiken voor een massale reiniging en plotseling diezelfde eigenaardige kracht ondergaan die mensen kan genezen in Lourdes of in andere bedevaartplaatsen.

Hier is sprake van een overdracht van leven. Dit alles is zeer positief, want bij een dergelijke overdracht van leven verstoor je het leven van een ander niet.

E r zijn echter ook entiteiten, die wij niet zeer op prijs stellen in onze omgeving, die hun hele levenskracht in een mens willen werpen. Soms lukt hen dat, want een geest heeft vaak meer kracht dan een mens. Hij kan a.h.w. die mens opslorpen als een geestelijke spons, zodat de per­soonlijkheid praktisch weg is en alleen nog maar wat stoffelijke restan­ten overblijven. Dan kan die entiteit leven in het lichaam dat hij zo be­heerst. Alleen kan hij zich niet geheel losmaken van zijn wereld, van zijn achtergronden, van zijn voorstellingen.

Zo'n mens is dan bezeten door die geest. Het is geen duivel, geen demon. Het is gewoon een wezen zoals mensen wezens zijn. Een wezen zon­der lichaam met zoveel kracht dat het eenvoudig leven heeft genomen. Het heeft zijn persoonlijkheid met de gehele inhoud praktisch overgedra­gen in een stoffelijk voertuig waarop hij geen recht heeft, dat niet het zijne is.

Dan kun je wel die entiteit soms uit drijven. Er is zelfs geestendrijver hier in het westen. Ik hoor dat hij allerlei uitbannings­riten heeft geschreven. Daarmee kun je zo'n entiteit onder spanning zet­ten. Wat gebeurt er dan.

Op dat ogenblik is de beheersing en daardoor de schijnbare eenheid van levensenergie van je voertuig er van jezelf niet meer aanwezig.

Het resultaat is, dat zo'n mens bijkomt. Men zal dan zeggen. Dat is vol­doende je hebt de demon uitgedreven. Maar er is dan nog meer nodig. Je moet zo iemand steun geven en als een priester of dominee (die doen dat ook) bij te brengen en te troosten, hem vertellen dat het allemaal goed is. Vervolgens zegent hij hem misschien ook nog. Hij is er zich mis­schien niet van bewust dat hij op dat moment zijn leven aan die ander geeft.

Leven op zichzelf is oneindig. Mensen denken, wij worden geboren om te sterven. Het is dan ook geen wonder dat zoveel mensen u dat toewen­sen; val dood! Een leven is onvernietigbaar Het kan in vorm enigszins veranderen, maar het is onaantastbaar.

Ben je een ingewijde, dan kun je eenvoudig zeggen. Mijn werkelijke levenskracht overheerst alles. Dan word je misschien 800 jaar als je een grote taak op aarde hebt; daarna ga je verder. Hoe kun je zo lang leven? Heel eenvoudig omdat je dan de stoffelijke processen volledig beheerst en daarbij verontreinigingen voortdurend kunt uitwerpen zodat de vernieuwing zich in het voertuig voortzet. Op zichzelf een volkomen logisch proces, maar de doorsnee‑mens heeft niet voldoende bewuste levensenergie om dat te doen.

Nu komt het voor dat zo'n ingewijde komt bij een man die dood is. De geest is nog bij het lichaam, misschien is de band nog niet helemaal verbroken, maar stoffelijk gezien is die man dood. Dan komt zo'n ingewijde en zegt; jij hebt niet voldoende kracht om in dit lichaam te leven. Ik geef je mijn kracht. Ik geef je de kracht waaruit ik zelf besta. Gebruik die. Keer terug tot je lichaam. En dan zegt hij meestal hardop voor de omgeving, opdat die niet schrikt; kom, sta op. Wordt wakker. Dan zegt degene die daarnet dood was; wat is er met mij gebeurd?

U lacht daarom maar wordt er niet van Jezus verteld dat hij doden heeft opgewekt. Van Lazarus zijn wij niet zeker, omdat zijn naam inhoudt dat hij ook in een andere toestand zijn situatie kan hebben veroorzaakt. Ook bij anderen, b.v. hel, dochtertje van Jairus. Bijna dood of helemaal dood. Jezus zei; hier heb' je mijn leven. Wakker worden.

De Boeddha heeft het ook gedaan. Grote wijzen in India hebben dat gedaan. Wijzen in het verleden, Apollonius van Tyana b.v. heeft het ge­daan. Het is niet een kwestie van een man die dat ooit heeft gedaan. Het is vaak voorgekomen. Maar dan moet je weten hoe je leven kunt over­dragen. Als je zelf niet voldoende dit leven kent, meester bent ervan, dan is dat gevaarlijk.

Je kunt niet onbeperkt zeggen; dit is mijn leven, doe ermee wat je wilt. Dan heb je zelf geen leven meer over. Sommige mensen doen het, omdat ze toch al geen leven hadden. Het is altijd nadelig en voor je ge­zondheid en voor je geestelijke ontwikkeling. Je moet weten wat je doet.

Je hebt een bepaalde hoeveelheid kracht. Die voel je in jezelf. Ze is een klein deel van het werkelijke leven dat in je woont. Datgene wat je nu aanvoelt alleen dat kun je geven. Je kunt dat overdragen aan een ander. Geef je het geheel, dan ben je zelf niet meer. Maar soms zijn het betrekkelijk grote delen.

Overdracht van loven is nooit een langdurig proces. Het is geen kastelein die achter de tapkast staat en zegt; hier zit ik de hele avond leven uit te schenken. Het is een explosie, een ontlading. Het is een flits van energie. En als je nog niet zo explosief bent (Nederlanders zijn doorgaans niet explosief behalve ais hun beurs in het geding is) concentreer je dan: ik voel dat leven in mij. Ik geef dit leven aan die ander. Zo eenvoudig is dat. Het is niet ingewikkeld.

Geen grote bezweringen. Geen grote versieringen. Zelfs geen lang­durige voorbereiding. Als je leven in jezelf voelt, dan kun je dat over­dragen aan een ander. Je kunt dan met die ander alles delen of je kunt met die ander alleen een klein deel van die kracht delen; dat moet je zelf weten. Maar je kunt alleen geven, als het plotseling is. Je voelt het in je en je zegt: ik wil dit geven. Overdracht van leven is een wils­kwestie Als u niet wilt, dan gebeurt het niet.

Niemand kan van u leven stelen. Grote verhalen over vampiers. Bram Stoker is daarmee begonnen en sedert dien houden anderen het vuur brandend. Vampiers die leven van uw bloed. Och, er zijn misschien wel geestelijke vampiers. Mensen, die u in ontspannen toestand proberen te brengen en dan uw levensenergie a.h.w. in de harmonie opnemen niets teruggeven. U zegt dan: het zijn schatten van mensen. Zo lief. Maar als ze weg zijn, dan voelt u zich zo maar zo leeg. Vampiers in die zin bestaan. Maar als u niet wilt, dan zegt u; ik geef geen levenskracht. O zeker, ik neem het contact aan, maar ik geef niets, tenzij ik wat terugkrijg. Met andere woorden: als zo iemand komt, zeg dan tegen uzelf; ik draag geen kracht over. Dan gaat de ander met een tekort aan kracht naar huis, vermoeid door het proberen te krijgen wat niet te krijgen was.

Er zin personen die op een heel andere manier tijdelijk meester wor­den over u. Ze kunnen u suggereren dat iets waar is wat niet waar is. Ze kunnen u allerlei dingen voorleggen. Maar als u niet zegt: ik laat me oplossen in dat geheel, dan kan u niets gebeuren. Anderen zien mis­schien de goden. U ziet alleen dat anderen gek doen. Deze gemeenschap­pelijkheid van bewustzijn is een soort roes. In deze roes kunt u absoluut anderen ertoe brengen hun krachten aan uw wil over te dragen.

De levenskracht die in u zit, domineert de levenskracht van anderen. Zend haar uit. Maak hen tot andere mensen, beïnvloed hun gedachten. Alles is mogelijk, ook vampirisme. Geen politieke propaganda bij sommigen, maar het is en blijft vampirisme. Het is anderen leegzuigen van hun levenskracht.

We hebben leven. We kunnen leven overdragen, wanneer wij willen. Wij moeten oppassen dat wij niet bestolen worden, als wij niet werkelijk die kracht aan een ander willen afstaan, het moet bewust zijn. Onthoudt u dit;

Er bestaat geen enkele stoffelijke of magische rite, gebruik, mode of handeling waardoor de overdracht van leven waarover wij nu spreken kan worden waargemaakt. Al die dingen zin een ambiance waardoor de be­reidheid kan ontstaan. Ze zijn nooit de werkelijke gave van het leven zelf.

Wees een deel van de grote kracht. Maar in ons is een kracht die leven heet, die wij kunnen overdragen aan andere levende wezens, die wij kunnen overdragen aan velen of aan enkelen, als wij dat willen. Zolang wij ons be­wust zijn van deze krach in ons zin wij in staat te voorkomen dat anderen onze kracht, ons leven nemen om daarmee te doen wat ze zelf willen.

Wij zin meester van ons leven. Er is maar een kracht en dat is de Bron zelf, Je kunt zeggen ‘uit' of je kunt zeggen wees vervuld met meer kracht.'

We moeten met hetgeen wij hebben echter woekeren. Wij moeten ermee werken. Dan zeg ik u dit; elke mens, die zich bewust is van alle leven dat in hem bestaat en dit niet bindt aan uiterlijke verschijnselen of te­kenen, kan die kracht richten op alle dingen die hij belangrijk acht; op zin eigen lichaam, op planten, bloemen, dieren desnoods op een woning, op een medemens, een zieke, eer gezonde, een dwaas. Ofschoon ik mij af­vraag wie genoeg kracht bezit om zin kracht te delen met alle dwazen

Dit in het onderwerp voor vanavond. Ik ben mij ervan bewust dat dit maar een zeer onvolledige en tekortschietende inleiding is. Maar de pun­ten, die voor u interessant en belangrijk zin in dit onderwerp, kunt u na de pauze ter sprake brengen. Ik hoop, dat u dat zult willen doen. Want u heeft zich misschien iets anders voorgesteld van 'het overdragen van leven' en niet beseft dat het zo volledig deel is van alles wat u bent, wat u doet, wat u ervaart. Voor eventuele tekorten in mijn taalbeheersing verontschuldig ik mij nederig.

 

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober