04-10-16

HERFSTSTORMEN.

HERFSTSTORMEN.

HERFSTSTORMEN, zomer, lente, winter, sterven,sneeuw,

Wanneer de wolken jagen en de takken breken, wreken zich gebreken van het verleden en de zomer.

De dromen van de lente zijn voorbij en de dreiging van de winter lijkt een sterven aan te kondigen.

Maar toch is het slechts het verwijderen van het ongezonde, een breken van het zondige, om te vinden het nieuwe wonder van de vrijheid, van natuurlijk opengaan.

De herfststorm is de bezem die de straten reinigt voor de stoet waarlangs de lente straks moet gaan.

En wie de herfststorm van zijn eigen leven vreest en in de zilveren draden sneeuw en kille winter ziet, beseft maar al te vaak nog niet, hoe juist in deze tijd zich fouten uit ‘t verleden wreken en oude banden plotseling breken, omdat het nieuwe leven voort moet gaan en voor dat nieuwen zorg en verliezen samen breken vrij baan, opdat men bewust weer van zichzelf zal wezen op ’n nieuwe baan.

U denkt misschien aan herfststorm als gevaar. Wie de stormen vreest, kan de storm niet bedwingen. Maar wie verstaat dat in het huilen van de wind een zingen klinkt van nieuwe tijd, die wordt door herfststorm niet bedreigd, maar eerder stil en strak bekoord. Hij zoekt het woord dat in de wind meeklinkt, zingt, als van ‘n nieuwtje omtrent komend zijn, een andere tijd. De herfststorm is een teken van de eeuwigheid die nog voorbij raast aan de mens die niet kan stille staan. Maar ben je stil, dan moet de herfststorm zwijgen, dan is de winter plotseling voorbij, dan wordt de lente plotseling goud. Want uit de stilte van ‘t stille zijn is de oneindigheid gebouwd, die wij verwerven moeten met ons streven onze normen door te breken.

En dat breken in het leven bezorgen weer late stormen, die rond een leeftijd, ach, de mens zo vaak ellende geven.

15:20 Gepost door Stem van Gene Zijde in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herfststormen, zomer, lente, winter, sterven, sneeuw |  Facebook |

28-11-14

HERFSTSTORMEN.

 

 

HERFSTSTORMEN.

 

herfst, storm, winter,vrijheid,bezem,sneeuw,sterven,eeuwigheid,goud,

 

 

Wanneer de wolken jagen en de takken breken, wreken zich gebreken van het verleden en de zomer.

 

De dromen van de lente zijn voorbij en de dreiging van de winter lijkt een sterven aan te kondigen.

 

Maar toch is het slechts het verwijderen van het ongezonde, een breken van het zondige, om te vinden het nieuwe wonder van de vrijheid, van natuurlijk opengaan.

 

De herfststorm is de bezem die de straten reinigt voor de stoet waarlangs de lente straks moet gaan.

 

En wie de herfststorm van zijn eigen leven vreest en in de zilveren draden sneeuw en kille winter ziet, beseft maar al te vaak nog niet, hoe juist in deze tijd zich fouten uit ‘t verleden wreken en oude banden plotseling breken, omdat het nieuwe leven voort moet gaan en voor dat nieuwen zorg en verliezen samen breken vrij baan, opdat men bewust weer van zichzelf zal wezen op ’n nieuwe baan. U denkt misschien aan herfststorm als gevaar. Wie de stormen vreest, kan de storm niet bedwingen. Maar wie verstaat dat in het huilen van de wind een zingen klinkt van nieuwe tijd, die wordt door herfststorm niet bedreigd, maar eerder stil en strak bekoord. Hij zoekt het woord dat in de wind meeklinkt, zingt, als van ‘n nieuwtje omtrent komend zijn, een andere tijd. De herfststorm is een teken van de eeuwigheid die nog voorbij raast aan de mens die niet kan stille staan. Maar ben je stil, dan moet de herfststorm zwijgen, dan is de winter plotseling voorbij, dan wordt de lente plotseling goud. Want uit de stilte van ‘t stille zijn is de oneindigheid gebouwd, die wij verwerven moeten met ons streven onze normen door te breken.

 

En dat breken in het leven bezorgen weer late stormen, die rond een leeftijd, ach, de mens zo vaak ellende geven.

 

 

15:40 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: herfst, storm, winter, vrijheid, bezem, sneeuw, sterven, eeuwigheid, goud |  Facebook |

17-12-09

SNEEUW.

SNEEUW.

 Sneeuw, een witte deken die modderig aan je laarzen plakt en menig slippertje doet maken aan iemands die toch eigenlijk niet zo graag was uitgegleden.

En toch, het zijn duizenden kristallen die schitteren in de lucht.

Het zijn bloemen van ijs die als veren drijven op de wind.

Het is de schoonheid van de natuur die pas haar schoonheid dan verliest, wanneer ze samenkomt met het menselijk verkeer, met de menselijke moeilijkheden met menselijke strijd.

De sneeuw is een schoonheid die uit de eeuwigheid wordt geboren.

De wet van het kristal.

De wet van de natuur.

Als ze dan in witte lagen over heel de wereld ligt dan is er altijd weer de mens die rillend zich verplicht voelt om een grens te trekken aan het wit, om smetteloosheid toch weer te vervangen door iets wat beter past bij het eigen zijn, bij de belangen van het mens zijn.

Denkt u aan sneeuw, denk dan aan een onvergankelijkheid.

Want de kristallenbloemen, onder banden al verpletterd, herleven weer in hogere lucht en dwarrelen weer wit naar beneden.

Een vlucht van schoonheid uit kristal geboren.

Zo is het leven.

Zo is de werkelijkheid.

De schoonheid die op aarde incarneert, verweert, vermoddert en verloedert vaak.

Maar denk niet aan wat achterblijft.

Denk aan het feite dat schoonheid altijd herontstaat en dat waar licht in iets ook leeft nimmer licht vergaat, maar slechts de vorm die het te kort en ook te schaars gedragen heeft.

 

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

21-10-09

HERFSTSTORMEN.

HERFSTSTORMEN.

 

Wanneer de wolken jagen en de takken breken, wreken zich gebreken van het verleden en de zomer.

De dromen van de lente zijn voorbij en de dreiging van de winter lijkt een sterven aan te kondigen.

Maar toch is het slechts het verwijderen van het ongezonde, een breken van het zondige, om te vinden het nieuwe wonder van de vrijheid, van natuurlijk opengaan.

De herfststorm is de bezem die de straten reinigt voor de stoet waarlangs de lente straks moet gaan.

En wie de herfststorm van zijn eigen leven vreest en in de zilveren draden sneeuw en kille winter ziet, beseft maar al te vaak nog niet, hoe juist in deze tijd zich fouten uit ‘t verleden wreken en oude banden plotseling breken, omdat het nieuwe leven voort moet gaan en voor dat nieuwen zorg en verliezen samen breken vrij baan, opdat men bewust weer van zichzelf zal wezen op ’n nieuwe baan.

U denkt misschien aan herfststorm als gevaar. Wie de stormen vreest, kan de storm niet bedwingen. Maar wie verstaat dat in het huilen van de wind een zingen klinkt van nieuwe tijd, die wordt door herfststorm niet bedreigd, maar eerder stil en strak bekoord.

Hij zoekt het woord dat in de wind meeklinkt, zingt, als van ‘n nieuwtje omtrent komend zijn, een andere tijd. De herfststorm is een teken van de eeuwigheid die nog voorbij raast aan de mens die niet kan stille staan.

Maar ben je stil, dan moet de herfststorm zwijgen, dan is de winter plotseling voorbij, dan wordt de lente plotseling goud. Want uit de stilte van ‘t stille zijn is de oneindigheid gebouwd, die wij verwerven moeten met ons streven onze normen door te breken.

En dat breken in het leven bezorgen weer late stormen, die rond een leeftijd, ach, de mens zo vaak ellende geven.

 

---------------------------------------------------------

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

23-08-08

Een NIEUWE WEG in de SFEREN.

EEN NIEUWE WEG IN DE SFEREN.


veldweg1207

Er is de laatste tijd in de sferen veel veranderd. Een sfeer is eigenlijk niets anders dan een gedachtebereik waarin men voor zich een voorstelling van leven opbouwt aan de hand van wisselwerkingen tussen verschillende persoonlijkheden.

Nu zijn er vroeger heel veel mensen geweest, die een zeer concrete voorstelling hadden van het leven na de dood. Wij hebben in de sferen een groot aantal hemelse Jeruzalems gehad in verschillende uitvoeringen. Wij hebben gehad grote tuinen, lotusvijvers, kortom, alle landschappen die men zich maar denken kan, soms voorzien van schijnwezens of schijnvormen, die als een soort dienaren moesten optreden. De mensen zijn dit concrete geloof ontgroeid. Zij zijn meer en meer gekomen tot het erkennen van God en eventueel een voortbestaan als een abstractie. Daarnaast hebben zij ook als zij overgaan meestal de behoefte om iets van hun eigen wereld te reproduceren. Misschien is dit voor u verbazingwekkend, maar wij hebben tegenwoordig zelfs enkele wolkenkrabbers in Zomerland. U kunt zich daar ook per auto doen vervoeren, want ook daaraan is door sommigen gedacht. Het blijkt, dat vele flatbewoners zozeer verlangen naar een eengezinswoning, dat zij zich deze voorstellen als behorend tot een hemelse status. Wij hebben daarom ook een paar tuinsteden.

Dit alles maakt duidelijk, dat de verandering plaatsvindt door een verandering van bewustzijn van degenen die overgaan. Daarbij moet u rekening houden met het feit, dat bij de enorme toename van de wereldbevolking ook degenen,die ongeveer gelijktijdig aan onze kant komen, sterk in aantal zijn toegenomen. Het resultaat is, dat wij te maken krijgen met verwarrende hoeveelheden beelden. Degenen echter, die abstracter hebben gedacht, voelen na de dood niet zo sterk als voorheen de behoefte om zich alles in vormen te denken en in vormen voor te stellen.

Als wij spreken over een nieuwe weg in de sferen, dan gaat het hier in de eerste plaats om iets wat geheel nieuw is. Het gaat wel om iets wat tot ongeveer een 40 jaar geleden alleen voor enkelingen bestond: een soort sluippaadje over de bergen; nu is het snelweg 1 A geworden. Laat mij proberen u enkele van de beelden en mogelijkheden daarvan te schetsen.

Bij de overgang is het eerste contact altijd nog wel op vorm gebaseerd. Na overweging ten aanzien van het voorgaande bestaan in de stof zal de geest echter zich heel vaak afvragen: waarom zou ik verder dromen? Daarmee verandert alles en wordt het hele bestaan een aantal vage vlekken waarbij een duisterder ervaren als een donkere stip wordt waargenomen en een lichter ervaren wordt uitgedrukt in stippen van lichtende kleuren.

De reactie, die een mens dus voelt bij contacten, wordt bijna onmiddellijk vastgelegd in kleur en vooral in licht‑donkerverhoudingen.

Als we zo beginnen, dan is het duidelijk dat we te maken krijgen met afwisselende reeksen van besef. Wij beginnen beneden rond Zomerland. De duistere sferen laten wij een ogenblik rusten.

De eerste ervaring is een soort ruimte waarin je zweeft. Daar zijn allerlei verschillend gekleurde lichamen zichtbaar. Ze zijn in omvang of vorm niet geheel te definiëren, maar je zou kunnen zeggen: het lijkt alsof je door een nevel een aantal lichten ziet. Als hier gedachten worden uitgewisseld, dan zijn deze eerder van een vuurwerkachtig patroon. Denkt u b.v. aan "pauwenveren" als ze omhoog schieten. U kent die dingen wel.. zilverregen, goudenregen enz., die zich zo mooi tegen de donkere hemel aftekenen. Een dergelijke indruk krijg je van de gedachten; het zijn geen beelden meer.

Als je verder gaat, blijkt al heel snel dat je geen behoefte hebt aan een scherpere formulering. De verschillende kleurvlekken worden een veelkleurig geheel waarin een onderscheid tussen de ene persoonlijkheid en een andere moeilijk te maken is. Als ik weer een onvolledige vergelijking mag geven: het is als een actiedoek van Karel Appel.

Van daaruit ga je verder naar een ruimte waarin eigenlijk persoonlijkheden niet eens meer gedefinieerd. zijn. Wat daar plaatsvindt is een heen en weer pieken van allerlei stralen. Het is zo, dat de denkbeelden en hun origine duidelijk kenbaar worden, maar de bron zelf zich niet sterker vertoont dan de straal zelf. Misschien is het eenvoudigste beeld hiervoor het model van een atoom zoals dit kan worden voorgesteld door een aan tal geprojecteerde lichtpunten, die zich zeer snel bewegen. Je ziet eigenlijk lijnen. Er is soms wel een iets scherper puntje dat een deeltje moet weergeven, maar het onderscheid IS maar heel moeilijk te vinden. In deze wereld zijn de gedachten een voortdurende uitwisseling van gegevens, maar niet meer van vorm. Wat wordt uitgedrukt is meer informatie. Die informatie kan b.v. een vorm van Godsbewustzijn uitdrukken. Ze kan evengoed uitdrukken een relatie met iemand op aarde of zelfs een commentaar op gevoels‑ en besefsinhouden van een persoon.

Als wij ook dit voorbij zijn, dan komen wij terecht in een wereld, die doet denken aan een nevel. De nevel zelf is lichtend,‑ ze heeft geen be­stemde kleur Het licht heeft geen bepaalde oorsprong. Als persoonlijk­heden zich.hierin bewegen, dan is het alsof het kleine stukjes goudfolie zijn, die zich daarin bewegen. U kent wellicht een likeur "bruidstranen". Daarin zijn kleine stukjes bladgoud, die als het ware door de vloeistof dwarrelen. Op soortgelijke wijze zie je hier dat goud schemeren in een ne­vel, die zelf lichtend is. In deze sfeer wordt het contact voornamelijk uitgedrukt in gevoelens van empathie. Hier wordt een gevoel van eenheid of versmelting bereikt. Er is geen definitieve scheiding meer tussen bepaalde persoonlijkheden. Inhouden verenigen zich tot één geheel. Je weet soms zelf niet meer of je je iets herinnert wat je zelf hebt meegemaakt of dat je je iets herin­nert wat door een ander werd beleefd.

Hierboven is een licht spel, dat doet denken aan een kristallisatieproces. Er zijn nu vaste lijnen, maar deze zijn bestaansmogelijkheden. De verschillende wegen daarin tekenen zich zeer scherp af, zoals de lijnen die kunnen ontstaan in een sneeuwkristal of in een ijsbloem.

Je weet: dit is een soort stolling van de tijd en daarin oriënteer je je ten aanzien van een leven dat vast ligt. Dat wil zeggen: niet hoe je de wegen gaat,.maar de wegen die je zult kunnen gaan. Hier ontstaat dan ook voor het eerst een abstracte Godsaanvaarding. God is niet meer een per­soonlijkheid en ook niet meer een zich bewegende kracht. God wordt hier uitgedrukt als mogelijkheid. Elk kristal op zichzelf is God. Niet God op zichzelf is God als een concrete waarde, maar eerder zoals de koude die zich kenbaar kan maken in het ontstaan van het sneeuwkristal.

De gehele situatie lost zich dan op in een steeds helderder wordend licht. (Licht is hier vergelijkend gebruikt.) Je zou kunnen zeggen: een onthulling zonder grenzen. Het is alsof elke horizon wegvalt. Het begrip 'oneindigheid' krijgt niet meer alleen als mogelijkheid of als term vorm, maar is deel van je beleven en gelijktijdig van je persoonlijkheid.

Van hieruit komt men dan tot de werkelijk hoge sferen waarin de ervaring wordt geconcretiseerd in een eigen streven temidden van een totaliteit.

Wat ik u beschrijf wil niet zeggen, dat de andere sferen niet bestaan. Al de vormwerelden zijn er nog wel. Er zijn ook nu nog oude steden te vinden, kleine dorpen en parkachtige landschappen.Er zijn nog steeds de kleine scholen, de achthoekige tempeltjes in de bergen waar men voor de wat lage balustrade zit en mediteert. Ze zijn er allemaal nog. Maar het is alsof deze vormen langzaam maar zeker aan het verbleken zijn. Er zijn steeds minder personen, die behoefte hebben aan een zo sterke vormuitdrukking van het bestaan.

Voor de hogere sferen van klank, kleur en licht kan alleen worden gezegd, dat in deze sferen zich nu ook al lagere vormen kunnen bewegen Misschien niet gelijk aan degenen, die eens deze sferen vanuit de vorm hebben bereikt, maar hun wereld is meer aanvaardbaar.

Leraarschap is niet meer: delen in de gedachten van een hoge geest. Het is een continu deelhebben aan iets waarvan je niet alle feiten begrijpt dat in de wereld van volwassenen staat.

Het is soms alsof je een kind bent en leert klanken te associëren met betekenissen, dat leert met bepaalde gebaren en grimassen iets uit te drukken en ook dat je door een bepaald gedrag meer kunt loskrijgen dan je eigenlijk rechtens toekomt.

In deze situatie kan dus volgens mij werkelijk worden gesproken van een nieuwe weg door de sferen, die steeds meer gebruikt wordt. Hoe wij dit voor oen mens moeten beschrijven, blijft mij voorlopig enigszins een raadsel.

Er zijn natuurlijk ervaringen, die bepaalde vergiften en roesverwekkende stoffen de mens kunnen schenken. En ofschoon deze niet het reële beeld van de sferen oproepen, zijn daar vergelijkbare situaties in. Als je bepaalde middelen hebt ingenomen, dan is het alsof je kleurgevoeligheid groter wordt. Alles wordt omgeven door kringen van kleur.Er zijn veel meer kleurnuances en het geheel schijnt je voortdurend te overspoelen. Geluiden worden zodanig gecombineerd met gedachten, dat je "chopsticks" kunt spelen op een piano en denken dat het Rachmaninof is. Er is dus een verandering van eigen besef; de dingen krijgen een nieuwe inhoud. Bij die inhoud is het opvallende dat hun vorm eigenlijk verwaast door allerhande nieuwe details, die erbij komen;détails van kleur, van emotionele reactie. Ik meen, dat dit nog wel het dichtste bij komt bij deze nieuwe weg door de sferen, omdat wij ook daar voortdurend worden geconfronteerd met nieuwe betekenissen, die echter niet bestaan in een verandering van waarde, maar a.h.w. het uiteenvallen is van die waarde in vele factoren. Vormen en lijnen omschrijven eigenlijk alleen nog maar het vlak waarin de werkelijkheid zich manifesteert, maar niet meer de werkelijkheid verdelen in stukjes.

Het leven in een sfeer is altijd een soort droom. Je denkt en plotseling ben je elders. Je vreest en het gevreesde wordt waar. Je droomt van een bereiking en de bereiking is nabij, maar je moet haar op de juiste manier aanvaarden of ze is plotseling weer verdwenen in een chaos van gebeurtenissen. Zo leef je in een sfeer. Het is je eigen harmonische oriëntatie waardoor steeds meer kenbaar en duidelijker wordt en steeds meer bereikbaar.

Ook in de duistere sferen, die ik tot nu toe buiten beschouwing heb gelaten zien we soortgelijke verschijnselen. Vroeger waren er sferen die ik kon beschrijven als de sombere achterbuurten van de een of andere grote stad. Achterbuurten met harde mensen, waar je kunt sterven op straat zon­der dat iemand omkijkt, waar de een de ander probeert te bedriegen met al­lerhande zaken, waar rook, roet en vuil neerslaan totdat alles goor is. Zelfs de nieuwe artikelen in de winkelramen hebben een vuile waas alsof ze reeds bedorven zijn, voordat ze verkocht worden. Dergelijke sferen zijn er veel geweest en bestaan ook nu nog wel. Maar ook hier blijkt, dat duister een andere betekenis kan hebben. Het is een poging om weg te vluchten. In deze vlucht manifesteer je vooral ook de emoties die je hebben bewogen.

Er zijn werelden denkbaar waarin geen vorm is, maar een voortdurende dreiging en beleving van geweld. Het geweld is een emotie geworden. Het zijn schokgolven, die over je heen spoelen zonder dat je kunt zeggen wat ze zijn. Er zijn geen mensen die je mishandelen, er zijn geen pistolen of geweren die op je schieten, er is geen wrede rechter of beul die op je wacht. Er is al­leen maar de naamloze sensatie van golven die op je afkomen. Duister in ver­schillende schakeringen. Misschien het best beschreven als allerlei tinten van grijs tot het afgronddiepe zwart.

Als die golven je beroeren en je reageert daarop, dan trek je pijnlijk weg. Je weet niet wat ze zijn. Je herkent ze niet als je eigen harmonische mogelijkheden, geschapen door angst, maar met levenskracht en vormen die tegengesteld gericht zijn tot je bestaan. Ook hier is niet meer zo sterk uitgedrukt het verval van vorm, dat het gevolg is van een vlucht voor de werkelijkheid van je eigen wezen.

Eens kon je zeggen dat zielen, die zichzelf ontvlucht zijn, heel diep onderin een put liggen als maden in de modder, onbekwaam zich te bewegen. Maar nu kun je zelfs dat niet meer zeggen. Je kunt alleen zeggen: er is een roetzwarte neerslag. Je weet niet eens of het vlokken zijn of het regen is een,oceaan ,die vele mijlen boven je staat. Het is verstikkend. In die verstikking blijkt er zo nu en dan nog een glimp van licht of een voorbijgaande schemer te zijn. Verder is er niets dan alleen de emotie van absolute verlatenheid. Ook in het duister blijkt dus de wat abstracter en misschien wat realistischer benadering van de laatste halve eeuw een grote invloed te hebben gehad.

Dat alles is misschien als beschrijving interessant,naar het mij voorkomt voor een mens in uw wereld ,niet van praktische betekenis. Nu wij weten dat deze nieuwe condities er zijn is het ook mogelijk om een weg te ontwerpen om van deze abstracties gebruik te maken. Daardoor kunnen we een juistere vorm van harmonisch leven en denken vinden, die tijdens het stoffelijk bestaan reeds actief is in onszelf en die daarna het meer en meer mogelijk maakt te interfereren met de hoogste werkelijkheid waarin de definitie eigenlijk alleen nog is de emotionele eenheid met een totaliteit. Ik wil proberen deze weg, in korte zinnen te schetsen.

 

1. Onthoud, dat niets naar zijn uiterlijkheden kan worden bepaald.

Probeer de dingen te voelen. Probeer ze a.h.w. te proeven met uw geest. Als u steeds weer, zelfs als u een kunstwerk beschouwt, niet alleen maar zegt: wat stelt het voor? wat is het? maar u laat gaan en zegt: wat voor smaak heeft het? hoe beroert het mij? wat voor emotie kan hierin voor mij liggen, zonder te redeneren, dan zult u ontdekken dat u hierdoor gemakkelijker de voor een mens abstracte waarden die een mens en ook een geest uitstraalt, zult kunnen aanvoelen. Deze gevoeligheid kan u ook na de dood zeer te stade komen.

 

2. Als u werken wilt met krachten, dan is het natuurlijk heel prettig om u een heilige of een engelbewaarder voor te stellen. Ik vind dat laatste gevangenisachtig klinken. U heeft dan altijd een bewaarder naast u. Maar goed, u moogt het voor mij wel doen. U moogt zich voor­ stellen, dat iemand uit de geest naast u staat en u helpt.Daar is geen bezwaar tegen. Maar misschien kunt u zich ook voorstellen dat op het ogenblik dat er hulp komt, er gewoon een beetje meer licht alsof er een wolkje even voorbij de zon is getrokken en ze nu weer doorkomt. Voel het gewoon aan als een grotere intensiteit van kracht. Als u daarop leert reageren, zult u niet alleen veel juister kunnen reageren als u een mens wilt genezen of als u hulp heeft gevraagd voor de oplossing van problemen, maar u zult bovendien niet meer de beperking van de vorm kennen in hetgeen u aanroept. Het resultaat is dus dat u er a.h.w. vrijer tegenover staat, meer kunt absorberen als het nodig is en u minder allerhande regels en beperkingen gaat opleg­gen, indien het niet noodzakelijk is. Deze aanvaarding zonder meer als licht, als werking, betekent dat u in de sferen eigenlijk al direct na de overgang op zijn minst reeds aan de grens van de hoge sferen kunt ervaren. U sluit u niet meer af in vormen, u beleeft eenvoudig het aanwezig zijn van licht, van lichten­ de kracht.U vraagt niet meer naar een verstandelijke definitie, u on­dergaat. Maar het ondergaan betekent ook verandering van besef en verrijking.

Altijd als wij een bepaalde vorm van kracht nodig hebben en wij niet kunnen volstaan met dat licht, omdat wij ons willen concentreren, ga dan uit van een kleur.

 

3. Stel u voor, dat een onzichtbare lamp die kleur uitstraalt. Door dit u voorstellen van een kleur en gelijktijdig het emotionele ervaren "nu is er een bepaalde kracht aanwezig", zult u gevoeliger worden voor de verschillende hogere krachten, die in vorm misschien niet zo gemakkelijk te beleven zijn, maar waarvan de gedachten als een kleur en de emotionele instelling daaraan verwant gemakkelijk kunnen worden beleefd in het stoffelijk bestaan en na de dood. zeer zeker ook in de sferen.

 

4. Probeer nooit u bezig te houden met uw angsten. Angst, ook zelfs de angst dat een ander zou zien wat u werkelijk bent (dat bestaat ook) is het meest gevaarlijke dat er bestaat. Deze angsten zijn het waardoor u later in liet Schaduwland ronddoolt of u zelfs in een meer duistere sfeer een tijdlang probeert te verbergen. Wees niet bang voor negatieve dingen. Als zij komen, dan komen zij wel. Doe dat ook in uw leven. Wat komt, dat komt. Zeg echter daarnaast: Als er ook maar één vonk­ vreugde een vonk licht,een kleine verbinding tussen mij en het leven of de werkelijkheid is, dan zal ik deze niet ontleden in oorzaak en gevolg, maar als totaalbeeld aanvaarden. Ik zal mij één voelen met al het goede dat ik in mijn wereld vind. Op deze manier stelt u zich steeds meer open, ook na de dood, voor de werkelijk lichtende krachten die altijd rond u zijn. Het maakt het u mogelijk deze nieuwe weg gemakkelijk te volgen. Het maakt het u mogelijk zonder de belemmering van voorstellingen de geremdheid van de veronderstelde grenzen van het eigen wezen en van de totaliteit te ervaren en daaruit voort­durend uzelf te verrijken met nieuwe besefswaarden, soms zelfs met nieuwe gegevens.

 

5. Geloof in een God, maar praat er niet teveel over. God is al­leen de aanduiding van de essentie van alle dingen. Wij werken in deze essentie. Wij werken in de dingen die daaruit bestaan. Waarom zouden wij ons voortdurend bezighouden met de vraag wat het wezen is of de kracht is? Laten wij ons bezighouden met het erkennen van hogere krach­ten, die hoe dan ook zich steeds weer bij ons manifesteren. Laat ons leren ook voor onszelf een beroep te doen op die krachten. En dan niet zeggen ‑ zoals sommigen doen ‑ 0, goede geesten of lieve geestjes, doe dit nu even voor mij. Straal uw behoefte uit en zeg: Dit zal worden vervuld. Het erkennen van een behoefte en de zekerheid, dat die behoef­te niet lang zal bestaan, verandert uw instelling en uw uitstraling. Daar heeft u geen God bij nodig. God is er toch wel. U heeft de eenheid nodig waardoor alles wat .rond u is tot u kan komen, of dat nu komt uit een gemeenschappelijk bovenbewustzijn van mensen of uit sferen van de geest of uit de diepte van de kosmische krachten zelf.

 

Zeg niet wat u moet krijgen. Vraag hulp en wacht zes seconden. Hierdoor bereikt u dat u zelfs uzelf kunt helpen met deze energieën. Het betekent, dat u nooit overgeleverd bent aan uw angsten of aan duistere projecties van anderen. Want op het ogenblik, dat er iets negatiefs voor u bestaat, dat u er bang voor bent of denkt. dit kan ik niet dragen, of dit moet anders, doe dan een beroep op die kracht. Zeg niet wat er moet veranderen. Zeg alleen. ik aanvaard die kracht en de werking van die kracht in mij in de grote en kosmische harmonie.

Dat zijn dan woorden die eigenlijk te ver gaan, want u zoudt het moeten voelen. Op deze wijze ~schakelt u voortdurend de werkelijk hoogste krachten in. Dat betekent, dat u in de sferen voortdurend die werkelijk hoogste krachten in en rond u zult kunnen ervaren. Dat betekent dat de tekortkomingen die u heeft, kunnen worden aangevuld met nieuwe harmonieën, die uit deze kracht tot stand komen. Het impliceert, dat al uw bewustzijnsnormen, die u als mens heeft, kunnen smelten als sneeuw voor de zon, omdat u de werkelijke kracht in uzelf erkent en ziet dat vormen niets anders zijn dan de camouflage van een werkelijkheid.

Er zijn onnoemelijk veel kracht. Krachten, die in de sferen bestaan en ook in uw eigen wereld. Ik heb mijn aanwijzingen vooral gebaseerd op de dingen, die reeds in u bestaan en die u op aarde kunt vinden. Vraag nooit die dingen, waarin u niet kunt geloven. Er zijn heel vee1 mensen met een soort "Faust‑syndroom". Zij roepen voortdurend de eeuwigheid aan en zeggen; maak mij weer 20 jaar. Het lijkt mij niet raadzaam dergelijke wensen uit te spreken, want het is maar een illusie dat een mens van 20 jaar gelukkiger is dan een mens van 80 jaar. Dat komt alleen, omdat men terug kijkt naar wat men is geweest en niet kijkt naar wat nu is en kan en vermoogt. Dat is vaak meer dan men denkt.

Vraag de dingen, waarin u kunt geloven. Dingen, die u zelf aanvoelt als juist en goed. Doe het niet spottend of oppervlakkig, alsof u bang bent dat het zou kunnen gebeuren. Zeg gewoon. Dat is mijn beroep,hier is het licht, dat is mijn werkelijkheid. Want alles wat wij in de sferen hebben, is gebaseerd op het aanvaarden van een grotere werkelijkheid.

Er zijn vele wereldjes, die zich van elkaar onderscheiden en toch behoren ze alle tot een en hetzelfde niveau. Er zijn mensen, die denken dat het mooier is om in de sferen binnen te gaan in een kathedraal dan in een oude tempel gewijd aan Osiris, Re, Horus of Isis. Maar er is geen verschil. Deze vormen zijn alleen maar vormen. De goden, die daar wonen zijn alleen maar de vage vlekjes van het menselijk onbegrip voor de totaliteit. Er is geen verschil in waarde en betekenis. Datgene, wat u daar kunt vinden in die kerk, die tempel of misschien hier op aarde in een kerk of in een tempel, is hetzelfde wat u kunt vinden in de hoogste sferen. Alleen is het daar vollediger, minder begrensd en beperkt.

 

‑ Sferen zijn niet van elkaar gescheiden door grenzen met poorten en sterke wachters. Dat kunnen de Dodenboeken beschrijven, maar dat is niet de werkelijkheid. De wachters zijn onze eigen angst voor het verliezen van iets wat wij denken dat wij zijn; en dat moeten wij voorbij gaan.

De poorten zijn niets anders dan onze beperkte mogelijkheden om een grotere werkelijkheid te aanvaarden. De grens bestaat in ons. De poort bestaat in ons. De wachter bij de poort bestaat in ons. De wachter op de drempel be­staat in ons. Wij zijn dat zelf. Er zijn geen grenzen. Er is één kosmos met een besef en daarin zijn alle dingen, die men sferen en werelden kan noe­men, samengebracht tot dat ene geheel van leven en levende kracht.

U moet dus niet denken, dat een weg naar de sferen een soort pad is, dat is uitgestippeld. Dat is maar een gelijkenis. Het is gewoon een verliezen van het besef van beperking. Een mens, die zijn gebondenheid aan vormen verliest, heeft al veel gewonnen. Hij, die de angst voor zijn eigen angst verliest, die begrijpt: er is altijd een positief tegenwicht voor al wat mij schijnt te bedreigen, heeft veel meer gewonnen. En het meest heeft hij gewonnen, die beseft: ik ben deel van alle dingen. Naarmate ik dit juister aanvoel en meer besef, zal dat wat ik schijn te zijn in onbelangrijkheid verzinken, zich misschien oplossen als de ochtendnevel bij het opkomen van de zon.

 

Ik heb getracht u een beeld te geven. Een beeld echter, dat zijn vaagheid ontleent aan de onbegrensdheid van de persoonlijkheid, die de nieuwe weg vormt. Ik heb getracht duidelijk te maken waarom dit in deze tijd zo intens is. Maar het belangrijkst dat ik heb gezegd is, dat deze weg niet alleen begint na de dood. Hij begint op elk ogenblik, waarop een mens de krachten in zijn leven beter gaat beseffen, zijn angsten minder belangrijk acht en zijn gevoeligheid voor dat rond hem is steeds meer openstelt, totdat al wat hem omgeeft voor hem een besefte of mede gevoelde waarde is geworden.

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober