24-05-16

Esoterisch vocabularium .(4)Intuïtie - Inspiratie.

Esoterisch vocabularium .(4)

 

intuïtie,weten, reactie, waarnemingen, onderbewustzijn, bovenbewustzijn,

Intuïtie.

Een niet beredeneerbaar erkennen of weten,

waarbij men op grond van het onderbewuste,

of hogere waarden als desnoods het eeuwige ik,

tot reacties komt of keuzen, die,

krachtens het redelijk gekende op dat ogenblik niet als redelijk kunnen worden beschouwd aan de hand van waarnemingen of besefte ervaringen en dus niet geheel verklaard kunnen worden.

 

Inspiratie.

Inwerking van krachten,

die men niet bewust kan kennen of juist omschrijven.

Ook dus het onderbewustzijn of bovenbewustzijn en geestelijke inwerkingen,

zo gericht op een eigen terrein,

dat een tijdelijke overprestatie mogelijk wordt.

Wanneer er inspiratie is, kan men wel stellen:

er zijn met het eigen denken of de eigen problematiek van de mens verwante wetenschappen,

kwaliteiten, eigenschappen of belevingen elders aanwezig,

die door de bestaande harmonie manifest kunnen worden in de mens en zo een geheel nieuw beeld of nieuwe mogelijkheden voor hem scheppen.

12:24 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: intuïtie, weten, reactie, waarnemingen, onderbewustzijn, bovenbewustzijn |  Facebook |

17-09-15

INSPIRATIE.

INSPIRATIE.

INSPIRATIE,onderbewustzijn, bron, geest, droom, eeuwigheid,

De inval, het idee, het plotseling oprijzen ervan waarvan ik zelf niet weet waar het vandaan komt, maar dat mij voor een ogenblik doordringt en bewust maakt van dit bestaan.

Inspiratie. Komt het uit de geest, komt het uit het onder­bewustzijn? Is het voortgebracht door invloeden in anderen, die ik nog niet ken? Ik weet het niet. Maar als ik de geïnspireerde ben, dan weet ik, wat in mij is geïnspireerd, heeft betekenis en zin en uit het wezen dat ik ben, vanuit de wereld waarin ik leef, in al datgene wat ik ken en zelfs in datgene wat ik niet erken nog als bestaand. Hier is een eenheid.

Een inspiratie omschrijft iets uit de eenheid in de termen van mogelijkheid, van tijd of misschien van plaats en reden van be­staan. Het is er.

Inspiratie is de stem, die zegt wat er gaat gebeuren.

Inspiratie is de band, die wordt gelegd tussen geest en geest en tussen mens en mens.

Inspiratie is de bron van de verwezenlijking van al wat in het gebeuren nu reeds leeft en nog niet waar is geworden.

Inspiratie is de weg die je zelf voelt te moeten gaan, aange­duid in termen van begrip en normen van bestaan en feiten ook mis­schien die nog niet feitelijk zijn

Als u ooit wordt geïnspireerd, zeg niet; Dit is zo hoog en goed. Maar zeg: Hier wordt in mij geleerd hoe ik zelf moet denken en leven en wat de wereld rond mij aan mogelijkheden in zich draagt.

Maak die dan vanuit uzelf waar zo goed als u kunt, met al wat u bent en wat u voelt dat het u is vergund te zijn. Dan wordt de inspira­tie deel van de werkelijkheid. Dan wordt de droom omgezet in het ook door u beleefde feit waaruit de eeuwigheid zichzelf aan mens en wereld openbaart.

15:08 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: inspiratie, onderbewustzijn, bron, geest, droom, eeuwigheid |  Facebook |

27-04-14

Ontwikkeling van het ik tot beheersing. 1/1 Het begrip beheersing.

 

ONTWIKKELING VAN HET IK TOT BEHEERSING

 

Eerste Les - HET BEGRIP BEHEERSING.

 

Beheersing als zodanig bestaat in het bewust en overlegd handelen, waarbij elke handeling een doel moet hebben. Beheersing houdt niet in de ontkenning van een bepaald doel als bv. zelfbevrediging. Dit is wel mo­gelijk maar niet noodzakelijk. Alle beheersing omvat verder, dat ‑ ook wanneer geen volledig overzicht omtrent verdere ontwikkelingen en gevol­gen bestaat ‑ het "ik" bewust deze consequenties aanvaardt en in deze consequenties zelf zoveel mogelijk buigt in de richting, die door het "ik" wordt beheerst en begeerd.

 

De beheersing, waarover ik hier in verband met het "ik" spreek, wordt geboren uit de wereldvoorstelling. Ieder van ons draagt in zich een wereldbeeld. Dit zal naar gelang van de grondreligie, die een bepaalde groepering of ras beheerst, kunnen verschillen. In al die gevallen zal het beeld zijn gebaseerd op een godheid, een relatie tussen godheid en mens, een doel van de schepping, een doel van het menselijk leven. Hierbij worden vaak feiten over het hoofd gezien. Toch is dit grondbeeld voor ons een noodzakelijk deel; want van hieruit alleen is een beheersen van het beleven mogelijk.

 

Dit is n.l. onze grondeigenschap, de basis waarop wij bouwen: slechts uitgaande van dat, wat wij innerlijk aan de hand van ras, religieuze voor ­scholing en maatschappelijke vorm bezitten, kunnen wij uitbouwen.

 

Elk verzet tegen deze grondvorm betekent een zo grote innerlijke strijd, een zo grote reeks van problemen en conflicten, dat wij daardoor voor ons­ zelf de werkelijke beheersing van het "ik" onmogelijk maken. Slechts de we­reld, die wij ons voorstellen, kunnen wij ook beheersen. Zelfbeheersing is alleen mogelijk in het kader van de voorstelling, die wij ons van een goede wereld maken.

 

De doorsnee mens is niet slechts onbeheerst in zijn stoffelijke uiting maar daarnaast in zijn gedachtewereld. In de stoffelijke uiting kunnen wij de onbeheerste factoren splitsen in instincten ( dus vaak uit erfelijke stoffelijke ervaring geboren), reacties, handelingen of ook onthoudingen. Wij zien daarnaast de door scholing verworven instincten, waarbij vele malen herhaalde ervaringen een vaste reflex hebben geschapen. Wij kunnen aan deze onbeheerste stoffelijke factoren niet zonder meer ontkomen. Het bestrijden daarvan heeft weinig zin. Zij zijn geboren uit de behoefte van de mensheid ‑ niet slechts van ons eigen wezen ‑ en helpen om het mense­lijk voertuig binnen een maatschappij of menselijke samenleving in stand te houden en ook in de wereld zoveel mogelijk te beschermen. De onbe­heerste en instinctieve handelingen, die dus direct uit het lichaam voortkomen, zullen wij over het algemeen slechts dan gaan beheersen, indien daarvoor een werkelijke reden bestaat en wij een zeer nauwkeurig omschreven doel hebben. Eenvoudige beheersing zonder meer is niet voldoende. Wel b.v. een beheersen omdat men lichamelijk iets wenst te be­reiken of door lichamelijke training tot een bepaalde geestelijke moge­lijkheid wil doordringen. Dit zal overigens in verdere lezingen worden behandeld.

 

Dan kennen wij de beheersing van de gedachten. De bewuste gedachte, die dus het regelmatige gedachteproces omvat dat u zelf kent in de direct toegankelijke herinnering, bouwt een wereldvoorstelling.

 

Die wereldvoorstelling is niet alleen gebaseerd op eigen waarneming, maar verder op al hetgeen wordt geabsorbeerd. U absorbeert o.m. drama­tiseringen door anderen. Romanlectuur, dichtkunst zowel als andere werken kunnen een zeer grote invloed hebben op uw eigen denkwijze.

 

U absorbeert ook meningen. U wordt verder in hetgeen u absorbeert be­paald door uw eigen waarnemingsvermogen, terwijl uw eigen lichamelijke voorkeuren eveneens het denkvermogen aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.

 

Zo staan wij met de onbeheerste gedachten voor de vraag: waar moeten wij beginnen?

 

In vele oosterse processen kent men het z.g. "blank maken" van de gedachten. Maar een absolute uitschakeling van de gedachte kan eerst worden bereikt na zeer veel training, Het is een moeizaam proces en daarom zeker als beginfase niet zonder meer raadzaam. Wel lijkt het mij voor de beheersing ‑van de gedachte belangrijk, dat wij ons realiseren wat de drijfveer is voor de gedachte. Ik wil hier enkele voorbeelden geven.

 

Er is het begeren dat men een presentje zal ontvangen. Dit komt vaak voor. Later blijkt echter, dat het present op zichzelf slechts een symbool is. Het is het symbool van een aanvaard worden, van een genegen­heid die anderen voor u koesteren of een respect dat zij tot uitdrukking brengen. Wanneer u deze begeerte dus ontleedt, zien wij daarachter een drijfveer. Deze drijfveer in het denken moet dan weer zijn gebaseerd op een gevoel van falen. Een mens, die zeker is van zijn eigenwaarde, verlangt slechts zelden daarvan een uitdrukkelijke bevestiging en zal over het al­gemeen weigeren langs een omweg (als b.v., het door mij geciteerde present)te komen tot een erkenning. Logisch is dus, dat wij in onze gedachtepro­cessen ‑ vóór wij kunnen overgaan tot het beheersen daarvan ‑ de motive­ringen zullen moeten bestuderen. Al deze motiveringen, die uit het di­recte en bewuste gedachteleven voortkomen, staan dus in relatie met het onderbewuste. En het onderbewuste is voor de mens niet beheersbaar uit de stoffelijke rede.

 

Verdergaande constateren wij dat dit onbeheersbare onderbewuste toch klaarblijkelijk kan worden beïnvloed. In stoffelijke vorm vinden wij een werkwijze voor de beheersing van het onderbewuste bv. door middel van hypnose en de werking van suggestieve processen, die ook onderbewuste reacties blijken te kunnen veranderen. Daarnaast kennen wij in de verschillende therapieën die daarvoor zijn ontwikkeld, de waarde van het in het bewustzijn brengen van delen van het onderbewuste. Door een afreageren kan het eveneens worden ontlast. Deze stoffelijke technieken kunnen echter nooit het gehele onderbewustzijn overheersen. Het is ook voor degene, die geestelijk zeer bewust is, in de praktijk niet of slechts zeer ten dele mogelijk een volledige beheersing over het onderbewustzijn te gewinnen. Wel kan een gedeeltelijke beheersing worden bereikt. In het onderbewustzijn n.l. worden ook zeer zwakke impulsen en impressies vastgelegd, die het directe denken van de mens niet kunnen bereiken. Soortgelijke impulsen en impressies geeft de geest over het algemeen af. Als de geest in staat is haar eigen impressies vol­doende scherp in het onderbewustzijn neer te leggen, kan zij hierdoor de reactie van het onderbewustzijn wijzigen. Dit staat in verband met geestelijke beheersing; uit de stof zeer moeilijk bereikbaar en slechts door middel van innerlijke oefeningen ‑ waarop wij later ook terugkomen ‑ toch uit de geest te bewerkstelligen.

 

Het bovenbewustzijn is niet ‑ zoals men vaak graag voorstelt een contact met hogere werelden alleen. Kort herhalende wat reeds in andere cursussen naar voren werd gebracht, herinner ik u eraan dat alle bovenbewustzijn is samengesteld uit het totaal der gedachte-invloeden, die rond een bepaalde wereld aanwezig zijn, waarbij de sterkte van de gedachte en de veelheid van de factoren, die dezelfde gedachten koesteren, aansprakelijk zullen zijn voor de invloed, die via het bovenbewustzijn door deze gedachten op u kan worden verworven. Nabijheid kan mede een factor zijn, die de sterkte bepaalt. De geest heeft in het bovenbewustzijn over het algemeen een ongeveer gelijk zeggenschap als een individu; de meest verlichte geest kan misschien een zeggenschap hebben in het bovenbewustzijn van 1000 individuen; t.o.v. het totaal bewustzijn van de wereld is dit dus niet veel. Wij kunnen nooit het bovenbewustzijn beheersen; wij zijn niet in staat de wereld te beheersen. Wel kunnen wij onze eigen ontvankelijkheid voor bepaalde delen in het bovenbewustzijn opvoeren en onze ongevoeligheid voor andere daarin aanwezige factoren aanmerkelijk vergroten. Op deze wijze kan ook hier een beheersing worden verkregen.

 

Ten laatste komen wij dan bij de geest. De geest in haar vele voertuigen onttrekt zich voor de mens aan een onmiddellijk kennen. De belevingen, die men met de geest of in de geest heeft, zijn over het algemeen zozeer gevoelsuitingen en zo zelden redelijk geheel vast te leggen of te verklaren, dat de doorsnee mens niet kan denken aan zelfs een erkennen van de factoren "geest" in het "ik" binnen de stoffelijke, redelijke vorm. Slechts het gevoel is hier belangrijk. Hieruit volgt dat een beheersing van de geest slechts kan worden verworven in geestelijke sferen en dat wij, zolang wij in een stoffelijk voertuig vertoeven, grotendeels voor de beheersing van de geest afhankelijk moeten zijn van hetgeen reeds vroeger werd bereikt.

 

In dit korte overzicht van het begrip beheersing vinden wij tevens een korte omschrijving van het "ik" in verschillende factoren. Onthoud echter dat het "ik" voor de doorsnee mens niet alleen bestaat uit de door mij genoemde factoren. Er bestaan identificaties met voorwerpen, met plaatsen, met bepaalde groepen of groeperingen, met bepaalde mensen, met bepaalde dieren. Heel vaak beseft men niet goed wat daar eigenlijk gebeurt en juist in verband met die beheersing zou ik u daarom graag ook het volgende willen voorleggen:

 

Er zijn mensen, die een dier hebben ‑ een paard, een hond, een kat, een kanarievogel, een goudvis ‑ waarvan zij buitengewoon veel houden. Deze liefde echter wordt vaak zover gedreven, dat zo'n dier een extensie van het "ik" wordt. Men tracht zich in te denken in het dier men spreekt als het ware voor het dier ‑ ook tot zichzelf ‑ en antwoordt het dier van uit zichzelf. Hierdoor wordt dus een deel van de persoonlijkheid als het ware ondergebracht in een ander wezen. Dit kan alleen voor het eigen voorstellingsvermogen volledig gelden.

 

Op dezelfde wijze zien wij soms ouders zich identificeren met hun kinderen. Opvallend is dat zij dan in de kinderen trachten de vervulling van hun eigen jeugdbehoeften, hun eigen jeugdverlangens te bereiken. Datgene wat zij heden als een tekort in eigen jeugd vinden, trachten zij de kinderen op te dringen, zonder daarbij te vragen, of dat voor die kinderen wel aanvaardbaar is. Zij zien immers - in het kind zichzelven en trachten door het­geen zij het kind geven al dan niet reële tekorten uit het verleden voor zichzelf te compenseren. Het zal u duidelijk zijn dat ook dit soort identi­ficatie niet geheel aanvaardbaar is. Dan kennen wij verder personen, die zich met een plaats sterk identificeren of met b.v. een huis of met bepaalde voorwerpen. Er zijn mensen, die meer lijden onder het breken van één bepaald vaasje dan onder de dood van 10 medemensen. Want met dit vaasje schijnt hun een deel van het eigen "ik" te sterven. Ook dit is natuurlijk niet reëel, maar de feiten zijn er. En de praktijk wijst uit, dat dit zich identificeren met andere delen van het bestaan, andere voorwerpen, groeperingen e.d. veel verbreid is. Hierdoor heeft het "ik" a.h.w. een zekere aanwas gekregen.

 

Als vroeger een zeilschip een paar reizen over de oceaan had gemaakt, dan moest het in het dok of op zijn minst in zoet water worden gebracht. Daarin zouden n.l. de mosselen en wormen, die zich hadden afgezet op de scheepsromp, sterven. Het zou voor de mens noodzakelijk zijn zo nu en dan werkelijk de relatie met zijn omgeving te verbreken en een korte tijd in een geheel ander milieu te vertoeven. Eerst dan zou die mens dus deze toevoegingen aan het "ik" weer wat objectiever gaan zien. Maar waar dit niet altijd mogelijk is, kunnen wij voor degenen, die beheersing van het "ik" nastreven, slechts een onderzoek van eigen wezen aanbevelen. Vraag u eens af in hoeverre dingen in uw omgeving, bepaalde mensen misschien, de plaats zijn gaan innemen van een deel van uzelf. Besef dat deze identificatie bewust zin kan hebben, maar dat zij ‑ onbewust ervaren ‑ betekent dat het "ik" steeds invloeden ondergaat, die niet de eigene zijn, die daardoor niet berekenbaar zijn en daardoor het onbeheerst zijn aanmerkelijk vergroten.

 

Dit deel van onze lezingen wil ik dan besluiten met de volgende opmerkingen:

 

Elk streven naar beheersing houdt een erkenning van onbeheerst­ zijn in. Het moeilijke hierbij is niet het streven naar de beheersing; dat is de meeste mensen aangeboren. Het moeilijke is het erkennen van die delen van het leven, waarin de beheersing noodzakelijk is. Het begrip tonen voor beheersing op juist die punten, die werkelijk ‑ en waarlijk voor stof en geest gelijkelijk ‑ van groot belang zijn. Daarnaast de moei­lijkheid voor menig mens zijn onbeheerstheid op andere terreinen wel te erkennen, maar niet te bestrijden voordat een redelijke beheersing op belangrijke punten is gewonnen. Misschien mag ik ook hier weer een klein voorbeeld geven.

 

Er is een schip op zee. Het stoot op de rotsen en het heeft een dertigtal lekken. Daarvan zijn er 27 onbelangrijk maar 3 ervan groot.

 

Aangenomen dat de bemanning groot genoeg is om ‑ gelijktijdig de pompen te bemannen en toch iemand in het ruim te sturen, zo zal duidelijk zijn, dat het belangrijk is de hoofdlekken te stoppen. In vele gevallen zal men de andere lekken zelfs desnoods verwaarlozen om aan dek over meer mankracht te kunnen beschikken op de momenten, dat het weer het noodza­kelijk maakt.

 

Een mens, die tracht alle onbeheerstheden gelijktijdig te bestrijden, zal in vele gevallen zijn materiaal (zijn wilskracht en zijn inzicht dus) ver­spillen aan het onbelangrijke en kleine en daardoor niet in staat zijn de grote lekken in zijn beheersing te dichten, waardoor hij als mens faalt en veelal ook geestelijk daarvan de consequenties moet ondergaan.

 

Het streven naar beheersing dient te allen tijde overlegd en selectief te zijn; aandacht kan niet aan alle facetten worden besteed. Het beste­den van aandacht aan een bepaald soort beheersing wordt mede gedicteerd door eigen leven, eigen geestelijke en stoffelijke behoeften.

 

Hiermee wil ik overgaan tot het tweede deel van onze lezingen en hierin bespreken wij allereerst nogmaals het "ik".

 

16:41 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Tags: beheersing, grondreligie, onderbewustzijn, bovenbewustzijn, wilskracht |  Facebook |

14-04-14

De menselijke psyche - deel 6 - bereiking van harmonie tussen geest en stof.

De menselijke psyche

 

Zesde Les. TER BEREIKING VAN HARMONIE TUSSEN GEEST EN STOF.

We hebben de vorige maal getracht aan te tonen hoe de strijd tussen stof en geest vooral op verstandelijk gebied voor de mens een ernstige hinderpaal kan zijn. Ik heb u toen beloofd, dat ik deze keer zal spreken over de wijze, waarop het lichaam de geestelijke invloeden kan ervaren door zich te ontspannen, terwijl ook de geest het lichaam beter kan leren begrijpen. U moet dit niet zien als een gebruiksaanwijzing zonder meer. Een ieder zal het voor zichzelf moeten toepassen en het aanpassen aan de manier, die voor de persoonlijkheid in haar omstandigheden het best geëigend is.

Om te komen tot een werkelijk contact tussen geest en stof en zo mogelijk tot een onderling begrip is het noodzakelijk, dat het lichaam in ontspannen toestand verkeert. Dat wil zeggen, dat het lichaam wel vermoeid mag zijn, maar dat het niet mag lijden onder bepaalde behoeften als honger e.d. Dit moet zoveel mogelijk worden uitgeschakeld.

Als men dan zover is, probeert men de gedachten wat rustiger te maken. Dit is misschien op het eerste gezicht een grote opdracht. Maar de doorsnee mens kan dit reeds bereiken door zijn gedachten niet meer te volgen. Men laat de gedachten her en der dwalen en vraagt zich niet af: waarom of waarheen?

Men neemt voor een dergelijke overpeinzing een zo gemakkelijk mogelijke houding aan. Voor de meesten zal dit betekenen een liggende houding; en wel zo, dat het lichaam ontspannen rust. Het is echter reeds mogelijk een dergelijke ontspanning te bereiken, gezeten aan een tafel, terwijl men het hoofd licht steunt in een van de handen.

Vanaf het ogenblik dat de gedachten dwalen, wacht men totdat die gedachten onverwachte en wel zeer plotselinge wendingen nemen. Men tracht dan deze wendingen voor zichzelf niet te verklaren, maar wel te onthouden of zo mogelijk vast te leggen. Voor iemand die ligt is het gemakkelijk een potlood en een blocnote naast zich te hebben en daar desnoods met één of twee woorden de opgekomen gedachte op vast te leggen. Heeft men die gedachte vastgelegd, dan gaat men rustig verder met ontspannen en denkt over hetgeen geschreven is zo weinig mogelijk na. Zit men aan een tafel, dan kan men dat misschien wat gemakkelijker doen. Enerzijds is dan het ontspannen van het lichaam moeilijker.

Men krijgt zo een aantal impulsen of steekwoorden, die eigenlijk de gang van het onderbewustzijn weergeven. Maar het onderbewustzijn is zoals we geleerd hebben ‑ de invloed, waardoor ook de geest in het bewustzijn haar drijven en drijfveren kenbaar maakt. Wat is er gebeurt? Door mijn lichaam en bewust denken zoveel mogelijk vrij te laten en geen redelijke verbinding te zoeken tussen de denkbeelden, heb ik datgene, wat in mijn onderbewustzijn ligt en datgene, wat mijn geest daarin afdrukt, kunnen vaststellen. Ik kan dit dan later verstandelijk gaan verwerken.

Ik heb echter voor de geest een mogelijkheid nodig. Het lichaam moet nl. op een gegeven ogenblik ook kunnen begrijpen dat de geest haar eigen zienswijze heeft. En het lichaam moet in staat zijn de lichamelijke noden, behoeften en zienswijzen aan de geest voor te leggen.

Wat is nu de sterkste band, die de geest aan het lichaam bindt? Wij weten, dat alleen hevige emoties, belevingen, die ‑ a.h.w. langs het lichaam gaande ‑ doordringen tot het geestelijk peil, onmiddellijk een band scheppen tussen geest en stof, die ‑ tijdelijk onderbroken ze beide tot een eenheid maakt. Wij zoeken dus een mogelijkheid om ons lichamelijk emotioneel te verliezen. Voor sommigen gebeurt dit door het 1ezen van een boek. Deze methode is echter niet zo aan te raden. Anderen doen dit door het luisteren naar muziek. Ja, er zijn mensen geweest, die door het genieten van een goede maaltijd en de toestand van behaaglijkheid daarop volgend een dergelijke toestand in zich wisten op te wekken.

Nu is het mogelijk de lichamelijke behoeften en noodzaken vast te leggen in een denkbeeld. Dat kan men verstandelijk doen. Men verbindt dit dan met de muziek, desnoods met de maaltijd. Men stelt zich dus in op deze impuls, die men aan de geest wil voorleggen. Doet men zo iets, dan zal de geest een zeker inzicht kunnen verkrijgen in al hetgeen de stof wenst; dit nu voorgesteld aan de hand van emotionele (niet‑redelijke) voor de geest verstaanbare waarden.

Als resultaat zal de geest een volgende maal (bij voorkeur na een niet te lange pauze), als zij de gelegenheid krijgt om zich in het onderbewustzijn en via de toestand van ontspanning aan het bewustzijn kenbaar te maken, zich aanpassen aan de stoffelijke noodzaak; en naarmate men dit herhaalt, meer en meer. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid een haast intuïtief gevonden leefwijze te volgen, waarin zowel geest als stof voldoening vinden.

Als wij op een dergelijke wijze de tegenstelling tussen stof en geest voor ons hebben verminderd, vinden we ook de mogelijkheid om de menselijke psyche (nu meer één en minder in strijd) sterker werkzaam te doen zijn met een bepaald vooropgezet doel. Dat doel zal stoffelijk redelijk moeten worden bepaald, daar de stofmens niet in staat is om geestelijke doeleinden zowel als de redenen daarvoor ook in zijn verstandelijke vermogens zodanig te verwerken, dat zij aanvaardbaar zijn. Dus de geest zal de stof via haar voortdurende intuïtie leiding geven; een zekere richting vaststellen.

Maar deze intuïtieve richting strookt lang niet altijd met hetgeen wij ons stoffelijk‑verstandelijk voorstellen als het mooiste of het meest acceptabele. Deze richting wordt ons gegeven door onze eigen geest. Wij moeten trachten te begrijpen, hoe wij hier stoffelijk‑redelijk gevolg aan kunnen geven. Meer nog: hoe wij van hieruit verder kunnen streven, opdat we zo kunnen komen tot een eenheid van streven. Is die bereikt, dan heeft de mens het hoogste punt bereikt, dat hij stoffelijk kan bereiken en staan alle geestelijke en stoffelijke mogelijkheden voor hem open.

Er zijn echter nog meer punten, waarop wij moeten doorgaan. Ik heb nu gesproken over één bepaalde methode om tot eenheid te komen. Is die eenheid dan niet altijd aanwezig? Als ik u mag verwijzen naar de vorige lessen: die eenheid is een zeer wankele. De geest met haar streven, hár wereld en de stof met haar streven en haar wereld zijn beide voortdurend slechts ten dele voor elkaar bereikbaar; zij hebben ook ten dele slechts één streven.

Het is voor ons noodzakelijk, dat wij naast de werkingen der onevenwichtigheden ons ook trachten te realiseren, hoe de menselijke psyche kan komen tot een absoluut evenwicht in haar wereld. Hiervoor is in de eerste plaats nodig een behoorlijk voorstellingsvermogen. Met dit voorstellingsvermogen gaan wij nu trachten deel te worden van de wereld. Niet alleen maar kijken naar een bloem, maar je voorstellen dat je een bloem, bent, die bloeit. Je voorstellen, hoe je reageert op zon en regen. Niet alleen maar een boom bewonderen, maar een ogenblik die boom zijn. Niet slechts een leeuwerik nastaren, als hij naar boven wiekt, maar trachten een ogenblik zelf met dat donkere puntje mee te stijgen tot dicht bij de zon. Niet idealiseren. Niet trachten er mensen van te maken. Niet voor jezelf zeggen: "0, ik ben een bloem. Wat ben ik blij, dat de zon schijnt. En wat, staan hier andere mooie bloemen rond mij." Want dat laatste ziet de bloem niet. Zij neemt ze zeker niet waar in de zin waarin u dat beschouwt. Gewoon proberen om het te zijn zonder meer. Niet denken, alleen maar trachten het te zijn.

Als je je met de wereld gaat vereenzelvigen, dan ga je aan je stoffelijk voorstellingsvermogen iets toevoegen, dat onmiddellijk verknoopt is met de paranormale eigenschappen, waarover wij al zoveel hebben gesproken in het begin van onze lezingen. Door de vereenzelviging nl. breid ik mijn bewustzijn sterk uit. Ik word dus ook op den duur niet ineens ‑ vatbaar voor alle invloeden, die de boom, de bloem of de leeuwerik bereiken. De scala van mijn waarnemingen op stoffelijk gebied breidt zich dus meer en meer uit. Ik kan mij daardoor meer één voelen met de wereld en onderga sterker de invloeden, die op haar heersen. Dit is een vergroting van het stoffelijk bewustzijn. Denk niet, dat het de geest is, die dit bewustzijn zo maar uitbreidt. Zij doet dit ongetwijfeld op haar eigen terrein, maar niet in verband met de stof.

De uitbreiding van bewustzijn, die op deze wijze wordt bereikt stoffelijk als zij is ‑ wekt in de stof totaal nieuwe reacties en emoties. Het emotioneel drijven in het lichaam aan de hand van deze invloeden spreekt onmiddellijk tot de geest. Het geeft dus de geest meer en meer de gelegenheid ‑ daar vooral bepaalde natuurkrachten zeer verwant zijn aan eigenschappen en toestanden welke die geest uit haar eigen wereld kent zich voor u stoffelijk kenbaar en verstaanbaar uit te drukken. Zij zal dus ook meer proberen één te zijn met de stof. Want deze stof biedt haar eindelijk een mogelijkheid zich uit te drukken in de haar bekende waarden.

Zij behoeft niet meer alleen te leren. Naast haar voortdurend leren van de stoffelijke, vastgevormde wereld vindt zij het geestelijk beweeglijke, stoffelijk starre beeld van de planten en het onbewust zich door krachten laten stuwen van de dieren. Het dier met zijn vage wisselende beelden, zijn herinnering, die zo kort is en zo klein, is voor haar het beeld van haar eigen wereld met haar steeds wisselende vormen. Het geduldig wachten, het ondergaan van het leven door de planten wordt door die geest een herkennen van haar zoeken naar hogere sferen waar zij evenzeer smekend wacht op het licht, waar zij zich koestert in licht en wijsheid uit hogere sferen en gebieden tot haar gebracht. Hierin leeft zij zich uit.

De geest heeft een band gevonden, die uitdrukbaar wordt op aarde. De vreemdheid van de stoffelijke wereld begint voor haar te verdwijnen. Zij gaat zich meer één voelen met het lichaam. Maar in dit één‑voelen zal zij ook meer de zuiver menselijke, stoffelijk verstandelijke processen meemaken. Zij trekt zich niet meer zo ver terug. In haar steeds intenser samenleven met de stof smeedt zij het geheel van het bewustzijn steeds hechter aaneen. Zij vermindert de waarde van het onderbewustzijn, terwijl zij gelijktijdig de bewuste waarde van het "ik" uitbreidt. Zij drukt zich steeds sterker af op het verstandelijk vermogen van de mens. En door de ontplooiing van dit vermogen geeft de geest deze mens de gelegenheid om zijn geestelijk bewustzijn en zijn ware drijfveren vanuit het eeuwigheidstandpunt (geest plus stof) vast te leggen in de materie; begrijpende hoe de stof op deze wijze betrokken in het eeuwigheidproces daardoor kan worden veranderd en verrijkt. Dit zijn de punten, die wij zeker nog moeten toelichten na mijn betoog van de vorige maand.

Ik heb u reeds er op gewezen, dat uit een strijd tussen stof en geest bepaalde neurotische verschijnselen worden geboren. Tevens heb ik er op gewezen, hoe deze invloeden het gehele wereldbeeld kunnen verschuiven, totdat u geen juiste voorstelling meer kunt krijgen van de wereld, waarin u leeft als stoffelijk mens.

De geest, op haar beurt kent ook bepaalde ziekelijke verschijnselen. Wij kunnen dit het eenvoudigst tekenen, als wij vaststellen dat zij leeft in de duisternis. Zij leeft in werkelijkheid precies zo in het licht als elke andere geest. Maar zij heeft zich van de werkelijkheid afgesloten en leeft in haar eigen wereld. Een geest in de duisternis is eigenlijk een geesteszieke, geest. Wanneer een dergelijke geest terugkomt zal zij evenmin de werkelijkheid willen accepteren als zij dit heeft gedaan in het duister. En veelal vlucht zij alleen voor een niet meer te dragen lot in een sfeer. De geest wordt op aarde geconfronteerd met de werkelijkheid, die zij moet accepteren in de stof. Zij wenst dit niet te doen. Als resultaat weet zij dan een streven in de stof leggen, dat volkomen vreemd is aan elke geestelijke waarde. Ongetwijfeld hebben de meesten van u dergelijke gevallen wel eens gezien of ervan gehoord. Mensen, die schijnbaar niet in staat zijn om werkelijk geestelijk te leven. Wat meer is: die alle geestelijke waarden bewust blijven ontkennen en onbewust voortdurend geremd zijn en tot afkeer worden bewogen, indien geestelijke waarden hun worden voorgelegd. Het zijn juist dezen, die vaak tot voertuig dienen van een geest, die uit een schaduwsfeer of zelfs duistere sfeer komt. Daar is de geest ziek. Een mens, die hier zou willen helpen, kan niet helpen dan alleen door de stof. Dat is begrijpelijk. Deze geest heeft in een vlucht voor geestelijke waarden ‑ wat de geest anders zelden of nooit doet ‑ zich geheel geworpen op de stof. Zij probeert de eenheid met de stof zo hecht te ervaren, dat zij nooit meer in haar niet‑aanvaardbare geestelijke sferen terug behoeft te komen. Maar via de weg van de stof kunnen wij zo'n mens en dus ook zo'n geest toch helpen.

Welke methode dient men hierbij te volgen? In de eerste plaats zullen, wij voorzichtig moeten zijn met geestelijke beweegredenen naar voren te brengen. Wij weten immers dat deze persoon daartegen een remming heeft en ofwel eenvoudig de waarden negeert, dan wel erger nog zich onmiddellijk terugtrekt en ook voor ons op de vlucht gaat. Wij moeten dus beginnen bij het stoffelijke punt. Maar wij moeten trachten het wereldse, stoffelijk aangename contact te verbinden met kleine geestelijke waarden, die voornamelijk in ons gedrag moeten liggen. Zij mogen dan niet volledig logisch zijn. Het onlogische zal de persoon opvallen en ‑ stofgebonden als de geest in zo'n mens is ‑ zal hij zich afvragen: Waarom deze verandering in de mij bekende stoffelijke waarden?

Deze vraag mag nooit geheel beantwoord worden. Indien u uw geestelijke beweegredenen uiteen zet, is de prikkel om dit na te gaan weggevallen. Dus ... nooit verklaren, maar het geheim van uw anders‑zijn gebruiken als een attractie voor geest en stofmens samen om dezen hierdoor meer en meer te intrigeren. Tot hij uit behoefte tot weten ‑ omdat dit onbekende immers niet kan worden aanvaard in de stoffelijke wereld ‑ u gaat volgen op uw pad. Indien dat gebeurt, heeft hij een wilsacte gesteld in de richting van het geestelijke en wordt voor de geest hulp mogelijk uit de geest, terwijl gelijktijdig de stofmens wordt bevrijd van vele vooroordelen, die hem tot op dat ogenblik beheersten.

De wisselwerking tussen stof en geest stelt ons soms dus in staat om vanuit het stoffelijke gebied te helpen waar dit geestelijk mogelijk is. Dat moet men altijd onthouden! Er zijn situaties en toestanden, dat de geest vanuit haar onstoffelijke werelden niets, maar dan ook niets vermag. De menselijke psyche wordt geregeerd door gedachten, bestrevingen en denkbeelden, die haar geheel kunnen afsnijden van elke geestelijke invloed. Terwijl daarentegen er ook mensen kunnen bestaan, die stoffelijk niet te benaderen zijn, ja, zelfs niet meer door een woord te beroeren, maar op wie een uitgezonden gedachte van geestelijke inhoud een zeer ‑ grote werking heeft.

Zo kunt u dus vanuit de stof uw medemensen helpen en genezen. Maar ook voor uzelf is het noodzakelijk, dat u weet wat u nu eigenlijk bent.

Stel als voorbeeld, dat een mens op zoek is naar waarden, zoals de meesten van u. Wat is uw drijfveer daartoe? Waarom zoekt u naar deze dingen? Wat is de onvrede, die u beheerst? Denk niet, dat dit onbelangrijk is. Want al hetgeen u leert, al hetgeen u bereikt, zal alleen worden bereikt juist dank zij deze situatie. Maar het zal onmiddellijk worden gekentekend door uw innerlijke toestand.

Waarom? De grote vraag, die elke mens zichzelf verstandelijk moet voorleggen. De vraag, waarop voor de geest althans geen redelijk antwoord mogelijk is. De stoffelijke analyse is dus wel het best dat wij in dit geval kunnen toepassen.

Nu is het zeer moeilijk jezelf te analyseren op een manier dat je niet komt tot zelfbedrog. Want laten wij niet vergeten, dat in de verstandelijke delen van de mens ‑ vooral in het onderbewustzijn ‑ er vaak een directe weerstand is tegen het erkennen van de werkelijkheid omtrent jezelf. Wij moeten dus proberen te ontdekken wat onze zere punten zijn.

Wat is hetgeen ons werkelijk drijft? Het antwoord geven wij onszelf, indien wij constateren wat de onderwerpen, de voorwerpen en de gedachten zijn, die wij voortdurend bewust of onbewust uit ons leven bannen. Datgene wat de stofmens niet erkent, datgene wat hij voor zichzelf verbergt, datgene wat hij vergeet, dat zijn de richtlijnen, die ons kunnen brengen tot de kern van ons probleem. Waarom?

Indien een mens streeft naar geestelijke waarden, dan kunnen wij zeggen dat de oorzaak van dit streven is gelegen in een onvrede; een probleem, dat u voor uzelf misschien niet erkent. Wij kunnen vaststellen, dat uw drijfveer kan worden teruggebracht tot een niet geheel stoffelijk of geestelijk aangepast zijn aan uw wereld. Hieruit trekken wij de conclusie, dat er dus een compensatie wordt gezocht voor waarden, die niet aanwezig zijn.

Welke waarden ontbreken u? De waarden, die u hier zoekt? Niet geheel. Wat u ontbreekt, is over het algemeen iets, waarvoor u een vervanging zoekt; en niet iets, wat u aangevuld wenst te zien. Als u deze dingen bestudeert, vraag u dan af: Wat zoek ik hierin eigenlijk te vinden? En door u deze vraag te stellen, zult u zelf aangeven in welke grootte van waarden u zult moeten zoeken naar het probleem. Waarom? In uzelf, naar de waarheid.

Het is altijd verstandig, als we een dergelijk onderzoek hebben gedaan ons dan af te vragen, of deze wijze van compenseren voor ons voldoende is. En dat geldt telkenmale weer. Er zijn bepaalde ogenblikken dat in een geestelijke bewustwording, een stoffelijke handeling je een ogenblik bevrijding geeft. Dat ze je a.h.w. even verheft boven je problemen en daardoor je innerlijk wat rust geeft. Maar dat kan alleen goed zijn, indien daaruit voor ons geen verdere problemen voortvloeien. De tendens, die wij nl. heel vaak opmerken ‑ vooral in het stoffelijk gedeelte van de mens ‑ is, voor zichzelf een oplossing te zoeken, die op zich een probleem is. Zo dus een dubbele vlucht inhoudend: eerst de vlucht in de beleving of de bewustwording, daarna de vlucht voor deze bewustwording en haar oorzaak wederom. in het probleem. Dat is natuurlijk een eindeloze keten.

Zo kan men nooit tot een doel komen. Het is zeer eenvoudig te zeggen: Deze dingen zijn voor mij toch eigenlijk wat te simpel. Het is heel gemakkelijk te zeggen: Hierin vind ik toch zoveel wijsheid. Maar wat bedoel je eigenlijk werkelijk? Wat zit er achter?, Wat is het waarom? Vindt u het niet belangrijk, omdat u meent dat het voor u niet is toe te passen en het‑ voor u zo abstract blijft? Zit daar niet de drijfveer achter: dat kan voor mij toch immers nooit wat betekenen? Zou het misschien een klein minderwaardigheidscomplex zijn of een angstgevoel? Of werpt u het van u af, omdat u een gevoel van schuld heeft en u zich eigenlijk onwaardig vindt deze dingen zo te accepteren? Vindt u dit zo mooi hooggeestelijk, omdat het u iets geeft waarmee, u de leeg­ te van uw leven vult? Is het voor u zo waardevol, omdat het inhoud geeft aan dingen, die u nooit juist heeft durven aanschouwen, maar waarvan u innerlijk weet dat u ze heeft verknoeid. Is uw zoeken naar geestelijk licht misschien een pleister op de wond van uw leven? Iemand, die werkelijk naar geestelijk inzicht streeft en niet alleen hierin een compensatie wil vinden, zal een antwoord moeten geven op deze vragen, zo eerlijk als hij kan. Dan alleen wordt het die mens moge­lijk de juiste geestelijke waarde te vinden. Want vergeet niet:

Zolang ons zoeken naar geestelijk licht, geestelijke bewustwording alleen maar een afleidingsmanoeuvre is, zolang ons ontkennen van bepaalde waarden slechts zelfbedrog is, onthouden wij de geest bepaalde waarden, die voor haar noodzakelijk zijn, wil zij in het stoffelijk leven een ware bewustwording vinden.

Het is een moeilijk onderwerp. Des te moeilijker omdat degenen, die eerlijk zijn dit misschien pijnlijk vinden. En degenen, die niet eerlijk zijn, zich hoogstens meer verheven voelen, omdat ze de waarheid die hierin schuilt voor zich willen ontkennen. Het lijkt mij echter noodzakelijk op het volgende te wijzen.

Het leven van de mens in psychisch opzicht is een verstoppertje spelen met jezelf. Zolang het een spelletje blijft, waarbij we weglopen voor het een en menen het ander ervoor in de plaats te kunnen stellen, kunnen we nooit psychisch geheel één‑zijn. Je kunt het misschien zover brengen, dat het verstandelijk bewustzijn en het onderbewustzijn gezamenlijk het lichaam regeren op de juiste manier. Maar wat kan dit betekenen, als de geest hierdoor verkommert? Dan is het doel van het leven niet vervuld en is het leven waardeloos. Wat hebben we eraan, wanneer de geest misschien voldoende waarden ervaart, maar dat de stoffelijke waardering nooit wordt uitgedrukt? Zij krijgt een vals beeld van zichzelf en de wereld. En zij zal lang moeten zoeken in de sferen om de waarheid te vinden.

Als u al deze, dingen heeft aangehoord of gelezen, zult u misschien vragen: Waarom dan deze toespraak? Waarom het werken van de geest? Werken zij niet een zelfbedrog in de hand? Neen. Ook hier baseer ik mij op de erkende waarden der psychologie als ook op de door ons besefte waarden der menselijke psyche. Indien uit ons werk zelfbedrog voortvloeit, zal de mens, indien wij het niet bieden, het elders gaan zoeken. Wij zullen in ieder geval trachten steeds weer dit zelfbedrog te onthullen. In meer stoffelijke waarden zal de mens deze onthulling niet vinden, zodat het goed is hier ons werk voort te zetten. Indien de mens werkelijk geestelijk licht zoekt, is dat natuurlijk elders ook te vinden. Maar dan kunnen wij door hem op deze wijze een inzicht te geven in de eigenaardige werkingen, die zich in het bewustzijn afspelen hem er misschien toe brengen de waarheid eerder te zien en te accepteren.

Twee dingen zou men eigenlijk aan elke mens moeten kunnen verbieden. Het eerste is: een gevoel van minder waard te zijn dan een ander. Want elke mens en elke geest heeft zijn eigen waarde, die in het eeuwige onvervangbaar is. Wanneer men zich verstandelijk ervan bewust is dat men gelijk is aan een ander, niet meer en niet minder, dan zal men ongetwijfeld juist daardoor de juiste houding in het leven vinden. En men zal door het onbevooroordeeld en zonder terughouding in het leven staan de geest haar grote bewustwording bieden. Terwijl op die manier het onderbewustzijn het meest actief wordt en ons zijn grote en totale ervaring meer en meer in elke handeling, daad en gedachte doet doorwerken en verwerken.

Het tweede punt: Wees nooit verlegen met jezelf. Denk nooit, dat de gedachten die je in je draagt, de behoeften die je hebt, de daden die je misschien hebt gesteld alleen maar door jou wor­den gedaan en dat ze slecht zijn. Realiseer je, dat wat voor jou een probleem is voor de gehele wereld een probleem is. Je behoeft je niet daarvoor te schamen. Exhibitionistisch ermee te koop lo­pen is schadelijk. Maar het normaal beschouwen als deel van het leven en het als zodanig behandelen, ook tegenover anderen, stelt je meer regel in het leven. Je krijgt daardoor een zuiverder beeld van je medemensen, een juister begrip van de waarderingen van je omgeving en hun werkelijke achtergrond. En zo alweer verstandelijk en geestelijk een grotere bewustwording.

Als men op een dergelijke wijze probeert het leven te benaderen, zal men erkennen dat in de menselijke psyche krachten wakker worden, die lang gesluimerd hebben. Krachten, waarover ik een volgende maal verder hoop te spreken.

11:25 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Tags: harmonie, onderbewustzijn, geest, stof, geesteszieke |  Facebook |

04-07-10

LEVEN en DOOD.

Leven en dood.

 

U leeft, maar u bent ook dood. Leven en dood zijn verschijnselen, die wij beoordelen vanuit de wereld, die de onze is. U leeft, omdat u in de wereld die u als de uwe beschouwt, bewust bestaat. U bent ook dood, omdat u in de werelden die u niet beseft, niet bewust bestaat. Leven en dood zijn in wezen een kwestie van bewustzijn.

Nu is het mogelijk om over leven en dood te spreken met alle plechtigheid, die men daar op aarde steeds aan verbindt. Maar wanneer mijn lichaam rust, volledig ontspannen – en ik heb deze toestand meegemaakt – dan kan mijn besef elders een evenbeeld van dat lichaam opbouwen en dan is de vraag: leef ik nu of ben ik dood? Het lichaam, dat ik hier achterlaat, functioneert praktisch niet meer. Het houdt zich alleen minimaal in stand. Het andere lichaam dat niet het mijne is, beweegt zich, spreekt met mensen, doet dingen. Leeft het nu omdat mijn bewustzijn bij dit tweede voertuig is? Dan ben ik geneigd om te zeggen: Dat laatste voertuig leeft en het andere is tijdelijk dood. Het is voor mij wat moeilijk u precies duidelijk te maken waar de gaping ligt tussen de werelden, de gaping tussen wat u leven noemt en wat u dood noemt.

Wanneer je als mens droomt dan kun je soms een wereld betreden, die vanuit stoffelijk besef niet bestaat. Toch is die wereld op dat moment voor jou werkelijk. Wat daarin gebeurt, dat vindt zijn weerspiegeling en ervaren in je denken. Leef je dan niet eigenlijk in je droomwereld? Nu zult u mij waarschijnlijk – u bent westerlingen – voorwerpen, dat een droom in je onderbewustzijn zetelt of in de hersenen. Maar of ik nu leef in mijn eigen hersenen of in een wereld, die anderen ook kunnen betreden, ik leef toch? Ik ben toch bewust? Ben ik meer bewust, dan zal mijn wereld groter zijn. Ben ik mij bewust van vele mogelijkheden, dan zullen mijn mogelijkheden in het leven groter zijn. En hoe groter mijn wereld wordt, hoe kleiner de kans dat ik sterf. Niet omdat ik onsterfelijk ben, maar omdat een zo groot gedeelte van mijn besef en mijn weten blijft voortbestaan zonder verandering, dat ik voor mijzelf het gevoel niet meer kan hebben een wereld te verlaten. Ik ga voort in de wereld waarin ik leef, ik laat misschien iets achter, maar dat is niets belangrijks en het besef bestaat voort.

Het hiaat tussen leven en dood is er dus een van begrip. Naar daar staat tegenover, dat een mens op aarde sterft en dat zijn lichaam achterblijft; dat dat lichaam vervalt, dat krachten die in dat lichaam een rol speelden, eenvoudig ophouden te bestaan. En dan zeggen de mensen: "Maar hoe kan dat dan?" Dan kun je toch niet zeggen, dat die mens leeft? Want dat lichaam is dood. Wanneer ik een zak of een buidel of een beurs heb en ik heb daar geld in zitten, dan kan ik die jas tijdelijk weghangen, het geld blijft erin. Maar stel nu dat ik zeg: Ik neem dat geld mee naar binnen, dan is er niets meer. Wanneer die jas dan verdwijnt dan is er geen geld verdwenen, maar die jas wel.

Levenskracht is iets wat ik nodig heb. Ook als geest heb je levenskracht nodig. Het is datgene, wat je plukt uit de kosmos en waarmee je voor jezelf de mogelijkheid schept om te ervaren, om een wisselwerking, een uitwisseling van krachten en mogelijkheden met anderen tot stand te brengen. Wanneer je nu denkt: ik heb dat lichaam dadelijk nog nodig, dan laat je daar wat levenskracht in, want ach, je hebt dadelijk die jas toch weer nodig en het geld wat erin zit. Maar wanneer je denkt: ik heb alles nu nodig, dan neem je het mee. Dan haal je het uit je zak, maar dan is die kracht weg.

Wat nu gebeurt bij het sterven van een mens is niet anders dan het gevoel hebben: ik heb alle krachten nodig, zodat hij alle kracht in dat ik opzuigt en daarmede het lichaam en een groot gedeelte van zijn zenuwkracht en daarmede van zijn reactiemogelijkheden ontneemt. Het lichaam kan dan toch nog even verder leven, maar aangezien de aanvulling, de stimulans, achterwege blijft, zal het op den duur geen energie meer nodig hebben. Dan zeggen we: Dat lichaam is dood. Zelfs sterven is een kwestie van het al of niet meenemen van je levensenergie.

Er zijn bewuste mensen geweest – ik heb er enkele gekend – die zeer lang hadden geleefd en die zeiden: "Nu is het tijd voor mij om te sterven." Ze gingen zitten, zonden hun geest uit en die geest nam alle levensenergie mee. En prompt stierf het lichaam. Daarom waren ze vrij in die andere wereld; voor u de grotere wereld, voor hen verder te gaan.

Ik heb altijd geprobeerd – op aarde reeds – de brug te vinden Die levensenergie is iets, wat je al heel vlug ontdekt en waar je betrekkelijk weinig last van hebt. Maar dan vraag je je af: hoe kan ik het bewustzijn veranderen? Nu blijkt, dat levenskracht, wanneer je het intenser maakt, groter maakt, het bewustzijn beïnvloedt. Iemand, die veel geestelijk bewustzijn heeft, heeft gemeenlijk veel vitaliteit. Iemand, die veel vitaliteit heeft, kan daarmede – wanneer hij zich daarop richt – een geestelijk bewustzijn verkrijgen. En dan kom ik vanzelf tot de vraag: is leven en dood niet iets wat gescheiden wordt door ons besef in de eerste plaats? Maar als dat het geval is, dan moet ik leven en dood kunnen overbruggen.

Dan moet u niet denken, dat ik hier groot wil doen. Dat heb ik in mijn tijd wel eens gedaan, maar het is overbodig. Maar ik heb ontdekt, dat wanneer een lichaam, dat van alle levensenergie ontbloot is, terwijl het nog kan functioneren – en dat kan vaak nog zijn enkele uren nadat iedereen zegt: Die is dood – dan kun je je eigen levensenergie nemen en aan dat lichaam geven. Dan blijft dat lichaam functioneren. Nu moet je echter die geest nog duidelijk maken, je moet hem dus opzoeken, dat dat lichaam bruikbaar is. Ik heb dat in mijn leven een drietal malen gedaan. Men noemde het opwekken uit de dood, maar het was eenvoudig een geest duidelijk maken, dat zijn lichaam nog deugdelijk is. En dan zie je als vanzelf dat hier alleen reeds het geven van de kracht een verandering maakt.

Zeker, een bewustzijn is noodzakelijk om zonder bewustzijn gaat het niet. Maar dat bewustzijn kan je vaak bereiken, want wie het lichaam kent, weet hoe degene die weggedoold is, zichzelf ziet. Stel je op die vork af en je kunt die persoon meestal wel vinden.

Hier blijken leven en dood, mijne vrienden, eigenlijk niets anders te zijn dan wat meer of wat minder besef, wat meer of wat minder energie. Zover gekomen heb ik mij afgevraagd of sterven noodzakelijk is. Ik ben tot de conclusie gekomen, dat het zeker niet onvermijdelijk is, ongeacht wat men zegt, maar dat het ik in vele gevallen – zonder dat het lichaam daarvan geheel op de hoogte is – het bestaan in de stof afwijst. Er is geen verlangen naar het stoffelijk leven.

Er is een ander leven, dat meer inhoud biedt, dat meer beleving heeft, meer kracht en wanneer het ik dan die wereld, betreedt – meestal een enkele maal – dan komt er een ogenblik dat ik zeg: En nu wil ik al mijn energie gebruiken om hier te blijven. Nou en dan ben je dood. Dus u behoeft niet dood, maar de tijd komt dat het voor u beter is, voor uw eigen besef, dat u dood bent.

Misschien zal een westerling hier een beetje cynisch lachen en zeggen: "Ach, wie wil sterven?" Ik antwoord u: Welke mens weet wat hij of zij werkelijk verlangt? In ons is een wereld, die veel groter is dan wat de mens zich daarvan voorstelt. Veel van de verlangens die wij kennen, zijn alleen maar de weerkaatsingen in de ongeregelde beweging van wat wij wereld noemen, van werkelijke begeerte, werkelijke verlangens, van werkelijke bewustzijnsvormen. En omdat we alleen in die weerkaatsing, die weerspiegeling zien, misvormd vaak, denken we dan: Dat kan alleen door het leven waar worden gemaakt. Het leven dat wij kennen. Maar ons "ik" weet beter. Ons "ik" weet dat de weerkaatsing niets is, maar dat het licht zelve bron is, werkelijkheid en beleving. En wat wij verlangen is daarin waar te maken.

Wie van u – u behoeft niet te antwoorden, ik wil u niet in verlegenheid brengen – wie van u heeft soms niet verlangd naar een eeuwige jeugd? Eeuwige jeugd heb je. Want het "ik" veroudert niet wanneer wij de stoffelijke vorm buiten beschouwing laten. Maar het bewustzijn van een mens is niet groot genoeg om de levensenergie zo te gebruiken, dat dat lichaam voortdurend alles reinigt en alles vernieuwt, en niet de slijtage kent. Dus het lichaam veroudert. En dan komt er één die zegt: "Ik heb nog zoveel te doen in het leven, maar hier is de jeugd. Ik wil die jeugd." Die jeugd, die je misschien met activiteiten in de stof tracht terug te vinden, die heb je, hier! En dat weet je, ook al kan dat stoffelijk besef dat niet helemaal aanvaarden. Dan komt er een ogenblik, dat je die jeugd een ogenblik beleeft en dan wil je niet meer.

O, er zijn andere dingen. Er is de dood door geweld. Een voorbijganger werd gedood door een luipaard, een tijger of een leeuw. Een mens wordt getroffen door het wapen van een medemens. Het organisme kan niet meer functioneren. We zeggen dan: dat is onvermijdelijk. Die mens is dood. Maar de wonderlijke situatie die zich voordoet is deze: de mens die dit ondergaat, vlucht ervoor weg. Hij kan het feit van zijn lichamelijke beschadiging niet aanvaarden en hij trekt zich met al zijn energie terug en sterft daardoor, terwijl hij – wanneer hij de geestelijke levenskracht zou gebruiken – gewoon in een ogenblik zou kunnen genezen. Maar hij doet het niet.

Nu kunt u natuurlijk hier dadelijk zeggen: "Dit alles is theorie." En dat is het in zekere zin voor u, omdat u nog niet zover bent dat u weet wat er in u leeft. Dat u weet wat u werkelijk beleeft en begeert. Omdat u nog gebonden zit aan de zin van eindigheid, die elk mensenleven schijnt te doortrekken als de geur van knoflook. Maar of het theorie is of niet, u komt in een toestand, waarin u die levenskracht zult meenemen, waarin uw besef ontdaan wordt van de weerkaatsingen, die in stoffelijke begrippen, vormen en idealen ontstaan. En daarom bent u eigenlijk onsterfelijk.

Nu is het gebruikelijk dat men zover gekomen zijnde, de mens wijst op de hogere machten, op de juiste peilers van bewustzijn, de juiste paden van leven. Maar waarom eigenlijk? Er is een hogere kracht en die vinden wij vanzelf wel. Er zijn bepaalde paden die wij moeten gaan, omdat dat de enige manier is om onszelf waar te maken. Maar die paden zullen wij toch moeten gaan. Waarom zouden wij daar zoveel drukte over maken? Er zijn idealen en denkbeelden, die ons helpen de juiste instelling te vinden, de juiste kracht te verkrijgen, maar als wij die kracht nodig hebben, vinden we de denkbeelden wel die daarbij horen. Het lijkt mij niet zo noodzakelijk bang te zijn voor de eeuwigheid om te zoeken naar de juiste woorden, de juiste wegen, de juiste ontsnapping. Ik dacht dat het veel eenvoudiger was. Maar ja, wat is een monnik, die wegloopt om te leren wat leven en dood is? Wat is iemand die een stoffelijk leven opgeeft, omdat het zinloos is geworden?

Ik ben anders dan u, ik was anders dan u. En daarom zal veel van hetgeen er voor mij waar is voor u een beetje vraagwaardig lijken. Toch ben u onsterfelijk of u wilt of niet, of u het gelooft of niet. Toch is de kloof tussen leven en dood er een die in uw bewustzijn ligt en die met de werkelijkheid van bestaan maar betrekkelijk weinig van doen heeft. Het enige wat u nodig hebt, is wat meer levenskracht. Levenskracht is er zolang je aanvaardt, dat ze tot je komt.

U bent wat oud geworden? Ik ben ook oud geworden, in uw jaren 134. Ik moet zeggen: ik zag er nog heel goed uit op die leeftijd. U bent wat zwak en wat ziek? Ik had het kunnen zijn wanneer ik mijzelf had toegestaan om het te zijn. Er is kracht. Gewoon hier, rond u, is die kracht en die is overal waar u gaat. Niet alleen hier maar overal. Je hoeft niet ergens te lopen zoeken van: poes, poes, waar is de kracht? De kracht is geen aap, die kwetterend door de bomen heengaat en die je niet vangen kunt. Kracht is de lucht, die je inademt. Kracht is het besef wat rond je is en wat voortdurend op je inwerkt.

Aanvaard die kracht en wees levend. En wees niet bang om een andere wereld te kiezen wanneer de tijd komt. Let wel, je moet het in jezelf voelen. Je moet gaan zonder geweld, natuurlijk. Iemand, die denkt dat het nodig is om zelfmoord te plegen, is een dwaas. Want door te denken dat het noodzakelijk is dit te doen, bindt hij zich in wezen aan een vorm en wereld en een besef, die hij wil ontgroeien.

Als je zegt: "Het leven is genoeg. Zodra ik in mijzelf geluk vind neem ik mijn levenskracht mee", ben je vrij. Als je denkt: ik wil nog zoveel betekenen op de wereld, grijp dan de kracht die rond je is. Laat die kracht gewoon in je trekken. Baad je erin alsof het een heilige rivier is. En voel dat ze de onvolmaaktheden langzaam maar zeker langs je afneemt, verteert; dat fouten worden opgevreten door de levenskracht als ijzer door een zuur. Voel het gewoon en u zult weten, dat er meer mogelijkheden zijn om te leven, intenser te leven, sterker te leven dan u ooit hebt gedaan.

Maar grijp dan nog een keer verder en zeg: "Deze kracht kan mij overal dragen. Die is overal in mij." Maak dan voor jezelf maar een zonnetje en noem het hemel of Nirwana of zoals u wilt en stuur je kracht naar die zon en besef daar en keer dan terug naar je lichaam. Dan weet je wat leven is en wat dood is. Dan weet je wat de werkelijkheid van de straal is.

Nog een ding. Een poging u iets te zeggen: Werkelijk leven is als een glimlach. Een lichte vreugde die zich nooit geheel ontvouwt, maar die in zich de warmte kent van eenheid met de dingen, van begrip voor de dingen. Een sterven is die glimlach, die wordt tot een spitspel van vonken. Een glimlach van kracht en het blijft een glimlach. Glimlach wat meer en leef wat meer. Niets wat in die tijd van u gebeurt is blijvend. Niet het goede, niet het kwade. Laat het gaan en glimlach, want er is leven, er is kracht. Adem die levenskracht in die rond je is en glimlach, want alles wat nutteloos en zinloos schijnt zal zijn betekenis hebben. Diep in jezelf weet je welke weg je zult gaan.

Glimlach, neem jezelf niet te ernstig. Laat de krachten komen. Je bent niet iemand, die een wereld moet veranderen. Je bent een verandering die wereld heet. Glimlach een beetje, adem de kracht in en ontplooi je besef in de wereld, waarin je wezen weerkaatst wordt, steeds weer. Dan heb je leven en dood tot een geheel gemaakt.

Dan heb je de levende kracht gevonden, die de kern is van alle verschijnselen. Wie deze kern bezit kan glimlachen omdat elk verschijnsel niet meer is dan een letterteken in het boek van de werkelijkheid.

Dat is mijn betoog. Ik heb mij zo goed mogelijk aan u aangepast. Ik heb getracht iets meer over te dragen zelfs en ik kan u wel wat kracht geven; maar waarom? Waarom moet ik u lucht inpompen wanneer u kunt ademhalen?

Er is kracht hier. Neem ze. Er is een zin en een kern van leven in jezelf. Geef die kracht daaraan en leef. Dan komt er misschien een dood. La.ch om de dood, want het leven is de werkelijkheid. En als je wilt kun je tegen de dood zeggen: "Wacht even." Maar het is vaak prettiger een voertuig achter te laten en de wereld te vinden, waarin je thuishoort.

Weest bewust van uw kracht. Weest bewust van de kracht rond u. Baadt uzelf wat in dat witte leven, dat mensen soms God noemen.

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

09-05-10

Intuïtie is in de eerste plaats...

Intuïtie.

Intuïtie is in de eerste plaats – wij mogen dat wel heel goed in de gaten houden – gedeeltelijk een voorkennis, die uit zuiver stoffelijke waarden kan ontstaan. Je weet iets bij intuïtie, omdat je onderbewust iets beredeneert, maar deze beredenering en haar factoren het bewustzijn nog niet bereikt hebben. Op deze manier doen wij intuïtief een juiste keus uit vele mogelijkheden, omdat wij aan de hand van ervaringen en hetgeen in ons leeft reeds de beslissing hebben genomen, maar deze nog niet rationeel kunnen verklaren. Dit is wel het eerste punt, waarop de nadruk moet worden gelegd. Intuïtie is dus lang niet altijd iets geestelijks, maar zal bij de doorsneemens toch zeker voor 80 tot 90% zuiver materieel zijn en voortvloeien uit het verschil in functie tussen bewustzijn en onderbewustzijn.

Wanneer wij dat hebben vastgesteld, dan volgt hier onmiddellijk uit, dat niet elke intuïtieve beslissing dus ook een juiste is, Want waar wij afgaan op onze eigen ervaringen, onze eigen onderbewuste waarden, is ons persoonlijk vooroordeel mede in het intuïtieve besloten. Onze reactie is dus wel een juiste, maar geen volledige. Ze is n.l. alleen voor ons juist. Indien wij echter in het eigen leven afgaan op deze intuïtie, dan zullen wij daar over het algemeen baat bij hebben. De intuïtieve vaststellingen, besluiten en ervaringen zullen vrij gebruiken als basis voor onze handelingen en – tenzij dringende redelijke argumenten daartegen bestaan – ons daaraan houden; wetende dat wij zo zoveel mogelijk in harmonie met het onderbewustzijn en het eigen wezen handelen en dus de grootst mogelijke resultaten verkrijgen.

Nu kan het ook voorkomen, dat wij intuïtief iets aanvoelen (nog steeds op de vooromschreven wijze), dat niet zó gerealiseerd wordt als wij ons dat voorstellen. Wij voelen n.l. dingen aan, zoals ze in ons leven; maar wij zijn meestal niet in staat ook intuïtief de rest van de geschiedenis te bemerken. Dus wij voelen intuïtief in een bepaalde persoon een mogelijkheid of een eigenschap aan, maar wij zijn niet in staat de verdere eigenschappen en mogelijkheden, die in die persoon liggen, mee te verwerken. Het gevolg is, dat wij op dat ene punt wel gelijk hebben, maar dat er soms belemmeringen zijn, of dat er soms toch nog een andere wending komt, waar wij die persoon niet voldoende juist observeerden en niet voldoende juist reageerden. Daarom mag worden gezegd van elke intuïtieve beslissing, die genomen wordt zonder verder geestelijk ingrijpen: deze beslissing is veelal juist, voorzover het onszelven betreft, maar kan nooit worden genomen als een vastlegging van toekomstige verschijnselen met absolute zekerheid.

Nu weten wij natuurlijk ook, dat onder de naam intuïtie nog heel veel andere dingen doorgaan. Om u een voorbeeld te noemen: Vele mensen hebben een zodanige sensitiviteit, dat ze de aura (dus de uitstraling van een ander mens) aanvoelen. Zij kunnen ook deze ervaring niet redelijk verklaren of vastleggen. Ze trekken daaruit conclusies, die dan in 9 van de 10 gevallen volkomen juist zijn. Maar het is weer volgens hen intuïtie, omdat er geen directe reden is. Ze handelen bijna instinctief, voorzover het normale denken aangaat.

Bij deze gevoeligheid kan o.m. optreden het aanvoelen van geestelijke entiteiten, van stoffelijke mensen en stoffelijke kwalen. Je kunt waarden in voorwerpen aanvoelen, mogelijkheden, in toestanden en dit alles op grond van bestaande uitstralingen of geestelijke krachten. Is dat het geval, dan heb je over het algemeen heel goede resultaten, zolang je er niet zelf bij betrokken bent. U kunt n.l. wel eens intuïtief aanvoelen, dat u dit of dat hebt. Er zijn mensen die voelen eigenlijk intuïtief aan, dat ze – noem maar wat op – t.b.c., kanker en dergelijke hebben. En dan denken ze: dat zal wel zo zijn. Dan gaan ze zichzelf zitten opzwepen. Wanneer je de basis nagaat, blijkt echter dat ze b.v. door gevallen in hun omgeving, die ze hebben aangetroffen en waardoor ze erg beroerd werden, door desnoods een artikeltje van de een of andere populaire dokter in een damesblaadje of het per ongeluk lezen van een medische encyclopedie, bepaalde symptomen hebben opgemerkt. Die zien zij bij zichzelf weerkaatst. Het gevolg is, dat ze zichzelf met een angst gaan verzadigen: zou het nu wel zo zijn? En dan zeggen ze: “Ik heb intuïtief aangevoeld, dat ik dit of dat heb”. Iets waar natuurlijk geen jota en geen steek van klopt.

U moet mij niet kwalijk nemen, dat ik dat zo definitief zeg. Deze intuïtie wordt n.l. vertekend door het verstandelijk denken plus zoveel factoren, die van buiten af het redelijk denken beïnvloeden, dat – indien zelfs een intuïtief zuiver kennen van eigen toestand mogelijk is, wat in trance-toestand voorkomt – er toch door dit vooroordeel nooit een volledig zuiver beeld wordt gewonnen. Tracht nooit intuïtief iets omtrent jezelf te bepalen en zeker niet, wanneer het je eigen stoffelijke positie of toestand omschrijft. Je zult je 9 van de 10 keren daarin vergissen en wel speciaal, wanneer het gaat om negatieve waarden. Zodra angst of begeren een rol speelt, is de intuïtie voor zover ze uzelf betreft niet meer betrouwbaar.

Dan noemen ze ook nog wel eens dingen intuïtie, die het eigenlijk helemaal niet meer zijn. Je krijgt een inspiratie. Maar die inspiratie houdt b.v. in: bepaalde handelingen zijn goed, niet goed, mogelijk, niet mogelijk; ik moet op een bepaalde manier denken; ik moet zo handelen. Dan weet je dit niet te rationaliseren. Je kunt het nergens plaatsen en je weet ook de bron niet precies. Je noemt het intuïtie. Wanneer echter bij proef (want dan moet je eerst a.h.w. een proef nemen, eerst eens kijken hoe het in elkaar zit) blijkt, dat hier inderdaad juiste indicaties zijn gegeven, juiste indices, geldt: dit is nooit zuiver intuïtief. Dit kan wel inspiratief zijn. Het verschil is klein, maar groot genoeg. Want hier is een kracht van buiten opgetreden. De rest blijft gelijk.

Dan moeten wij verder nog even opmerken, dat sommige mensen in staat zijn geestelijk ook te leven. D.w.z. ze leven niet alleen op aarde, maar bestaan soms in een bepaalde sfeer. Uit die sfeer kunnen ze voorwetenschap e.d. met zich meebrengen. Ze brengen daaruit ook mee een zuiver foresight, dus helderziendheid in tijd en ruimte. Al deze dingen worden dan onderdrukt door een verwerpen van het paranormale. Het wordt wederom intuïtie genoemd. En ik ben het daarmede voor een groot gedeelte eens, waar de doorsnee-mens niet in staat is zijn eigen geestelijk beleven voldoende duidelijk in de stof af te drukken. De werking daarvan zal dus in 9 van de 10 gevallen gelijkkomen aan dit van het onderbewustzijn en als zodanig intuïtief genoemd worden.

Ook het bovenbewustzijn van de mensen kan invloed hebben. U kunt door het denken van uw omgeving zeer sterk beïnvloed raken. Als resultaat zult u intuïtief (zoals u denkt) iets aanvoelen. U voelt wat in de lucht hangt, neemt dit waar zoals in het geval van die aura waarvan ik u vertelde, u absorbeert het, u kunt het niet rationaliseren, maar u zegt: "Ik heb zo'n gevoel dat dit of dat gaat gebeuren." Of: "Ik voel zo, dit is niet in orde. Of: "Dat zou eigenlijk de. enig juiste weg zijn." Ook hier dus weer intuïtie als een hulpmiddel.

Vóór de mens die aan esoterie wil doen en dat bewust wil doen, zou ik graag een paar regels stellen t.o.v. die intuïtie:

1.      Alles, wat ik intuïtief in mijzelf voel opkomen, geldt voor mij als eerste handelingsregel, zodat ik mij op het ogenblik van de intuïtie daar allereerst aan houd. Daarnaast zal ik eventuele afwijkende mogelijkheden zeer nauwkeurig onderzoeken. Datgene, wat ik intuïtief aanvoelde en wat mij door onderzoek mogelijk blijkt, neem ik voorlopig als vaststaande aan. Slechts daar, waar mij bij nader onderzoek een absolute onmogelijkheid blijkt te bestaan voor hetgeen ik intuïtief meende aan te voelen, zal ik mijn beslissing herzien.

2.      In de tweede plaats: Gezien het feit, dat elke intuïtieve resolutie t.o.v. mijn eigen persoon in meerdere of mindere mate onzuiver zal zijn, zal ik voor mezelf nooit mogen vragen om een bepaalde mening of een bepaald gevormd deel van een mening of beeld. Ik mag alleen afgaan op zuivere en erkende inspiratie. Verder op mijn innerlijke gevoelens van harmonie, die voor mij een handelingwet uitdrukken, zonder daarbij dus als intuïtie, als een beeld van wat is, te fungeren. Ik mag nooit verwarren wat mijn pad is en wat ik meen aan te voelen.

3.      In de derde plaats: Het gebruikmaken van een dergelijke gevoeligheid leidt soms tot situaties, waarin je zelf niet precies neer weet wat je wel en wat je niet moet doen. Op het ogenblik dat u niet precies weet, wat u moet doen, zult u dit nuchter en verstandelijk moeten overleggen, moeten nagaan wat verstandelijk en nuchter daarbij te pas zou kunnen komen en aan de hand van nuchter en redelijk denken uw verder gedrag en verdere beslissingen dus er aan vastkoppelen.

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

13-07-09

DE KLOPGEEST.

De klopgeest.

Een klopgeest klopt duidelijk en hard, maar niet altijd op dezelfde plaats. Als een bepaald meubel voortdurend klopgeluiden produceert, laat het eerst eens controleren op houtworm en zorg ervoor dat geen sta­tische elektriciteit zich daarin kan opzamelen. Een op verschillende plaatsen en duidelijk klinken van rappings (klopgeluiden) betekent hoog­stens dat er iemand, of iets aanwezig kan zijn. Velen reageren door vragen te stellen waarbij men de eis stelt twee keer voor "ja", drie keer voor “neen” of omgekeerd. Dit kan goed zijn, indien u zeker weet dat er een geest aanwezig is. Maar het kan ook iets anders zijn. Misschien is het wel een verdrogend stuk hout. U gaat dan door de antwoorden op de gestelde vragen allerhande vreemde conclusies trekken ten aanzien van uzelf, de omgeving, de toekomst of andere dingen. Vraag daarom altijd in geval van rappings of de entiteit eerst zijn volledige naam wil kloppen, daarbij uit­gaande van de bekende telling van letters, a 1, b 2, c 3 enz. Dat vergt wel enige tijd, dat weet ik. Maar als iemand energie genoeg heeft om elke avond in uw huis overal te kloppen, dan kan hij zich deze moeite ook geven. Als die naam inderdaad redelijk klopt, kunt u nog altijd verder gaan met uw vragen en met. het spelletje. 2 keer kloppen is "ja", 3 keer is "neen" of omgekeerd. Vergeef mij, dat ik hier een goede manier van hen, die met de geest willen communiceren onderwerp aan enige kritiek. Er zijn veel verschijnselen, die uit andere dan geestelijke oorzaken kunnen voortkomen. Brengen wij deze zon­der nadenken onder het hoofd "dolende geesten of spoken” onder, dan is de kans groot dat wij onszelf misleiden en eventueel. schaden.

Ik wil u enkele regels geven waarmee u rekening moet houden en waar­door u in staat zult zijn om werkelijke schade te voorkomen.

Wanneer die verschijnselen optreden, stel een vraag. Vraag een duide­lijk bewijs, dus een duidelijke handeling van die entiteit, welke niet destructief of schadelijk is. Heeft u te maken met b.v. een poltergeist, vraag dan desnoods of deze het vaasje met de twee rozen van de piano naar het piëdestal wil.brengen of omgekeerd. Als dergelijke dingen op uw verzoek gebeuren, kunt u in ieder geval aannemen dat rationele krachten aan het werk zijn.

Stel uw vragen verder zo, dat binnen het kader van de opgetreden verschijnselen, een duidelijk en onmiskenbaar antwoord mogelijk is. In de meeste gevallen dat wil ik u erbij zeggen zal n dit niet gelukken. Dan kunt u beter eenvoudig de zaak negeren of zo u dit onmogelijk wordt gemaakt en dat gebeurt wel eens gebruik maken van b.v. wat kerkwierook. Ik kan u daarvoor. de mixtuur Agnus Dei of Sanctus van de katholieke kerk aanbevelen. Twee wierookmengelsels waarin onder meer mirre voorkomt Daarnaast zet u een potje met wat brandende houtskool waarop u zout strooit in de vertrekken waar de verschijnselen plaatsvinden. U zult zien, dat ze meestal verdwijnen en niet terugkeren.

Indien wensen of verlangens tamelijk duidelijk worden kenbaar gemaakt, ga daarop in voor zover dit niet betekent dat u tegen uw eigen gevoel van juist handelen, dan wel tegen de belangen van anderen in behoeft te gaan. Indien u niet aan een verzoek kunt voldoen, maak duidelijk waarom niet en doe dat in dergelijke gevallen maar hardop.

Indien u te maken heeft met stemmen, die u allerlei dingen bevelen of verzoeken te doen, wees voorzichtig en wat achterdochtig. Indien u toe­vallig van slagroomsoezen houdt en de stem beveelt u tien slagroomsoezen te gaan kopen, dan is dit ongetwijfeld uw onderbewustzijn. Met andere woorden indien de stemmen erop aan dringen, dat u iets doet wat u eigenlijk wel graag zou doen, maar waarvoor u geen reden kon vinden, onthoudt u van actie. Reageer niet op die stemmen. Indien die stemmen u voordeel beloven, reageer niet. Zelfs als ze werkelijke entiteiten zijn, proberen ze alleen maar macht over u te krijgen.

Indien zij u een verzoek doen dat redelijk is, vraag om een bewijs. Dat bewijs kunt u zelf bepalen. Kies daarvoor altijd iets kleins in uw eigen omgeving b.v. het verplaatsen van een voorwerp, het aan en uit gaan van een licht. het doven of aansteken van een kaars. Ofschoon dit laat­ste door vele geesten niet gemakkelijk gedaan zal kunnen worden, zijn dit allemaal proeven, die u terecht kunt vragen. Maar u kunt zo’n geest niet het bewijs vragen te leveren dat het mogen om l0. uur 20 in de ochtend gaat regenen. Die geest behoort niet bij een geestelijk weerkundig insti­tuut en heeft daarover geen zeggenschap. Indien u het nodig heeft, zou bij een dergelijk bewijs kunnen leveren maar dan is het weer niet denkbaar dat hij tegen u zit te bazelen en u vraagt iets te doen.

Wees in uw benadering van spoken en spookverschijningen vooral nuchter. Heel wat ratten, muizen en takken hebben lange tijd geestelijke waarden vertegenwoordigd voor mensen, die graag daarin wilden geloven. Juist als u wilt geloven in zogenaamde spoken, in aardgebonden geesten en al wat daarmee samenhangt, moet u nuchter zijn. U zult ontdekken, dat een groot gedeelte van de verschijnselen eenvoudig te verklaren of op te heffen is. Wat er dan nog overblijft is reëel genoeg. Daarmee kunt u weren en opbouwen.

Onze vriend Henri heeft spoken eens omschreven als nozems uit de geest. Hoe zeer dit voor sommige entiteiten ook mag passen, u moet zich realiseren dat een spook in vele gevallen alleen maar een geest is, die tracht zich te oriënteren of een persoon, die door een hem obsederend denkbeeld ten aanzien van deze wereld of de ontwikkelingen daarop aan uw aarde gekluisterd is. Een zeker medegevoel is dan ook mijns inziens wel terecht.

Degenen onder u die zo heel graag geestverschijningen willen. zien (dat zijn er hopelijk niet velen), moeten zich verder realiseren dat een tafel, die opeens een two step danst of iets dergelijks geen bewijs is van een hogere en lichtende kracht. Hoogstens is dat een speels verschijnsel. Maar iemand, die dergelijke dingen nodig heeft om te spelen, kan toch de aarde nog niet bepaald,ver ontgroeid zijn. Onthoudt u, dat alle lichtende krachten en lichtende verschijningen een zekere waardigheid bezitten het kenmerk van licht ook als zij op aarde om aandacht vragen of zich proberen te manifesteren.

Realiseer u, dat geesten die u vertellen dat u uitverkoren bent u waarschijnlijk bedriegen waar u zelf, bij staat. Als u even nadenkt, weet u dat zelf.ook wel. Juist als u een geest (een spook even nuchter benadert als u een medemens benadert, kunt u in eventuele contacten daarmee voor uzelf groter inzicht, grotere kennis en vaak ook een juister begrip van de omstandigheden in de geest gewinnen. Als u echter de geest benadert alsof hij iets geheel anders zou zijn dan de mens, een soort super wezen, dat al moet het dan rammelen en kloppen alles beter weet, dan maakt u zichzelf tot veel minder dan u bent.

Er is licht. Er zijn lichtende geesten en entiteiten. Maar wie in het licht leeft en de volle kracht ervan kent en ervaart, is niet meer gedwongen zich, aan de mens te openbaren door het stukgooien van borden, het rammelen met ketenen of het doen kraken van al dan niet oude stukken houtwerk. Een lichtende geest heeft zijn middelen om de mens te bereiken en kan dit desnoods doen gedurende de slaap. Indien een lichtende geest zich openbaart aan een mens, dan geeft hij niet alleen maar belof­ten of voorschriften. Hij geeft ook inzicht, want inzicht is belangrijk.

Een lichtende geest zal u nooit bevelen geven. Een lichtende geest weet dat u voor uw eigen leven verantwoordelijk bent. Hij kan u ten hoog­ste een bepaalde wijze van denken of handelen suggereren. Maar dan zult u altijd nog zelf volgens uw eigen middelen moeten beslissen.

Indien u met al deze gegevens op de spokenjacht gaat, zult u ont­dekken hoeveel spoken er leven in de menselijke geest en voortkomen uit de behoefte van de mens om zichzelf te rechtvaardigen.

Men zegt tegen ons ook wel eens "spoken". Maar wij leggen u alleen onze gegevens voor. Wij dwingen u niet. Wij vragen u niet te aanvaarden. Wij leggen voor en laten het aan u over daaruit de juiste conclusies te trekken. Vraagt u ons om ons oordeel daarover, dan wordt dit altijd ge­geven met de omschrijving van de redenen waarom wij menen dat dit juist is. Nog steeds geen dwang, geen dwingende aanbeveling. Alleen van ons het voorschrift hoe iets zou kunnen gebeuren of zou kunnen worden ge­daan.

Werkelijke spoken zijn geobsedeerd. Een gebondenheid aan de materie komt voort uit iets.wat in henzelf bestaat en dat hun vermogen tot aan­vaarden van de nieuwe toestand beheerst. Geesten, die u alles voorschrij­ven zijn.spoken, ook wanneer zij zich tooien met de meest fraaie titels en in vele gevallen zijn dergelijke meesters niet eens echt.

Vele mensen creëren een Meester om zichzelf te ontdoen van een deel van hun verantwoordelijkheden. Vele mensen voelen zichzelf minderwaardig en creëren een geest, die hun veel belooft om zo een meerwaardigheid voor zichzelf te vinden en waar deze uitblijft. deze niet meer aan eigen misdragingen of tekortkomingen wijt. Besef dit goed

Als u dan toch een spook ontmoet, vraag heel vriendelijk wat het spook zou willen en maak duidelijk, dat u geen restaurant houdt, zodat u niet op elke wens zonder meer kunt ingaan. Vraag bovendien altijd aan een spook om even te bewijzen dat het gevraagde zinvol is.

 

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

26-03-09

DIE VREEMDE WERELD.

DIE VREEMDE WERELD.

 

Als je geestelijk uittreedt, dan kom je in een vreemde wereld terecht. In die wereld zijn alle dingen die je denkt waar. Daar zijn al je goden, al je demonen. Daar bestaan alle magische verhoudingen precies zoals je ze zelf hebt uitgedacht. Het is de wereld van het onmogelijke waarin je voor een ogenblik leeft wanneer je de mogelijkheden van je eigen bestaan hebt vergeten. Op deze manier kun je dan allerlei dingen vinden o.a. de innerlijke rust.

Maar er zijn ook nog heel wat andere zaken. Als we denken aan bepaalde hongerpraktijken die uit de voodoo stammen, dan kun je je als priester instellen op een wereld waarin alle goden van de natuur, alle krachten van leven en dood aanwezig zijn in een personifieerde vorm. En of het nu gaat om Baron Samedi (doodsgod in de voodoo cultus op Haïti) of om een andere godheid, als je er maar sterk genoeg aan denkt, dan ontstaan ze werkelijk voor je. Als ze voor je ontstaan en je kent de magische afweer, dan kun je met ze praten.

Zo kun je spreken met de goden van het leven, de goden van de dood. Je kunt spreken met de goden van de natuurkrachten, de bossen, de wateren, de luchten. De aarde zelf kun je eenvoudig bepraten om iets voor je te doen. Het gekke is, dat het vaak nog lukt ook. Want een hongan is heus niet alleen maar een zwendelaar (dat is hij wel eens) of een goochelaar, een hypnotiseur, een geestenbezweerder. Het is eerlijk gezegd iemand die heeft geleerd hoe je met bepaalde krachten kunt spreken. Hij pleegt daar dan wel een vertoning van te maken, maar die toch in wezen doordringt in de essentiële krachten van de wereld, van de lucht, van de wateren, van de planten of wat er dan ook maar in de buurt is.

Dat is iets waar vele mensen vreemd tegen aan staan te kijken Een indiaan misschien weer niet. Een indiaan heeft ook geleerd hoe je kunt spreken met de Manitoe, maar hij spreekt ook met de krachten die leven in de gewassen, de vogels, de slangen en de dieren die rond lopen. Alles is a.h.w. benaderbaar, is te beleven en dus ook te bespreken.

Dan is het misschien heel gek als je zegt, dat iemand die nu toevallig tot een slangentotem behoort langs een paar ratelslangen loopt en niet wordt, gebeten. Maar dat is een feit. Waarom? Omdat hij door zijn instelling, zijn uitstraling iets heeft wat de ratelslang doet denken dat is een ratelslang. En een ratelslang lust geen ratelslang.

Kijk bij de magie zoals ze ook elders bestaat, b.v. de goena goena. Bij de goena goena spreek je ook met allerlei geesten, met natuurkrachten, met kleine en met grote goden. Je spreekt a.h.w. met de zielen van anderen. Als je je dat voorstelt, wordt het waar. Maar het vreemde is dat, als je de voorstelling zo kunt opvoeren dat het voor jou waar is, dan kun je daarmee resultaten behalen die ondenkbaar zijn voor de normale redelijke regels.

Het is inderdaad een heel vreemde wereld waarin je vertoeft. Het is een wereld waarin allerlei parallellen naast elkaar schijnen te lopen. Onzichtbare dimensies misschien vol entiteiten, vol van geesten, van goden die niet eens echt bestaan maar die door de mensen zijn gedacht.

Iemand, die op zoek gaat naar die wereld, zal ontdekken dat ze ook vol is van nachtmerries. Dat is heel eenvoudig te verklaren. Als er een Nederlander op een weg loopt die eruit ziet als een snelweg en hij denkt er komt dadelijk een auto achter mij aan, dan komt die auto ook. Het feit, dat hij het verschijnsel vreest, realiseert het verschijnsel.

De meeste mensen vrezen heel veel dingen. De een is b.v. bang voor spinnen; hij ontmoet de spinnendemon. Een ander is doodsbenauwd voor water. Er zijn van die mensen die water alleen goed vinden om te wassen, maar eigenlijk vinden ze het vergif. Zo iemand denkt dadelijk gaat het regenen en zit ik helemaal in het water. Dan begint de overstroming al. U moet zich dat goed realiseren.

In die vreemde wereld waarin we zo’n beetje naast leven, worden niet alleen de dingen die je wilt of wenst waar, maar ook de dingen die je denkt en onbewust vreest. Dat hele gewoonteleven bestaat voor een mens. De wijze waarop hij het voor zichzelf heeft opgebouwd, wordt waar.

Bij de groene magie in Afrika vinden we mensen die tot de gekste veronderstellingen komen. Zij zeggen; Ik ben een luipaard of een alligator. Is dat wel zo gek? Want alligator of luipaard zijn is meer een kwestie van mentaliteit dan van vorm. De vorm is bijkomstig, de inhoud is bepalend.

Iemand, die in een luipaardsecte is ingewijd, voelt zich als een luipaard. Hij is bezeten door de geest van de luipaard. Dan moet hij ook doden als de luipaard. Dan zijn zijn beweegredenen opeens niet meer zuiver menselijk; er zitten bepaalde dierlijke reacties in. Bij de alligatorman is het precies hetzelfde. Er zijn nog wel meer groepen die zich aan een bepaald dier hebben gewijd.

Om te begrijpen wat er zich afspeelt, zou men dus allereerst moeten nagaan wat is het eigenlijk voor een vreemde wereld die wij in ons dra­gen? Wat zijn die dingen waarnaar we onbewust altijd uitkijken? Als dat gevaren zijn, dan kunnen we zeker zijn dat wij ze naar ons toe trekken.

Als wij altijd bang zijn dat de duivel achter ons loopt, dan zullen wij hem misschien niet zien staan, maar we zullen achtervolgd worden door de adem van het boze. Dat heeft niets te maken met de werkelijkheid. Het heeft te maken met onze fantasiewereld. Je kunt ook zeggen; Als ik geloof, dat er iemand is die mij voor uitglij­den behoedt, dan maakt menig ander al een slippertje terwijl ik nog over­eind blijf. Want dan heb je een situatie geschapen waardoor die vreemde fantasiewereld je in balans houdt. Dat is de kwaliteit die je in alle vormen van magie kunt vinden en in alle vormen van geesten, geloof en al wat erbij te pas komt.

Je schept gewoon een tweede wereld. In die tweede wereld schep je dingen die je bedreigen en dingen die je helpen. Zonder dat je het hele­maal begrijpt, word je daardoor voortgedreven. Laat mij u een eenvoudig voorbeeld geven, dan wordt het misschien wat duidelijker

U heeft ruzie met iemand. U denkt vandaag of morgen loopt hij ach­ter mij en steekt hij mij een mes in de ribben. Nu is dat op zichzelf krank­zinnig. Als u nu had gedacht hij komt morgen naar mij toe en brengt mij een snoepje, dan wordt dat misschien ook waar. U bent dan steeds bezig om de situatie a.h.w. om te polen zodat ze op aarde niet helemaal waar wordt zoals u die denkt, maar in een parallel, in een gelijksoortigheid van mentaliteit waar wordt. Dus, wilt u niet gestoken worden, dan moet u ook niet vrezen dat u wordt gestoken.

Zo zijn er ook mensen die vrezen dat zij ziek worden Er zijn mensen die zich steeds voorhouden Als ik nu eens (en dan hebben ze een ge­vreesde ziekte, de een reuma, de ander ca, de derde tbc) die ziekte zou krijgen. Dan krijgt u die. U trekt dan de situatie naar u toe.

Die vreemde wereld is een soort gedachtevervulling, geen wens­vervulling, want wat u vreest is meestal iets anders dan wat u denkt. Als je zegt; Ik hoop dat ik de hoofdprijs in de loterij win, dan betekent dat dat je er niet in gelooft. Maar als je zeker weet, dat je de hoofd­prijs zult winnen, dan zul je in ieder geval een prijs winnen ook al is het niet de hoofdprijs. Op die manier kun je dus heel veel dingen ver­wezenlijken.

Nu zijn er ook mensen die zeggen. Als we daarmee bezig zijn, doen we dan geen kwaad? U doet over het algemeen uzelf net zoveel kwaad als goed. U draait ge­woon de andere zijde van de dobbelsteen naar boven, maar het blijft de­zelfde dobbelsteen.

Bent u nu innerlijk een beetje rustig, dan zijn de invloeden van die parallelwereld veel minder. Dat betekent, dat u veel minder te maken krijgt met die onverwachte invloeden in uw leven en dat al die dingen die u nu niet precies verwacht toch waar worden, omdat u ze onbewust heeft gevreesd. Kijk, dan bent u al een stap verder.

Als u denkt, ik moet daar een magisch ritueel van malen, dan moogt u dat rustig doen. U danst driemaal rechtsom om de tafel, u steekt 25 kaarsen aan of een lamp van 25 kaars, wat maar het goedkoopste is. U brandt reukwerken. Als u die niet heeft, dan sprenkelt u een beetje parfum en u zingt de vijf hoogste narien van God die u kent voor u heen, daarna zegt u wat u hebben wilt. Dan is er in wezen niets gebeurd.

Wat heeft u nu werkelijk gedaan? Misschien kunt u in sommige dingen niet geloven, als u niet een illusie schept waarin het voor u waar wordt. Dat is nu hetzelfde wat we kunnen doen met mediteren.

Natuurlijk, al die meditatie en contemplatietechnieken hebben we al behandeld in de loop der tijd. Ze zijn allemaal wel een beetje anders.

De een zendt. Er is ook wel iemand die liever ontvanger speelt. Maar altijd weer, in de meditatie ga je je bezighouden met een wereld. Dat kan een schijnwereld zijn. Mediteer maar over het lijden van de we­reld, als je daar iets aan wilt doen. Maar omdat je er iets aan wilt doen, veronderstel je dat je er iets aan kunt doen. Dientengevolge zul je er iets aan doen.

Een ander mediteert over de goddelijke vrede. Kijk, zolang je die vrede voor jezelf kunt vinden, heb je die vrede. Dan gaat ze a.h.w. van je uit; dan ben je een brandpunt van waaruit die vrede langzaam maar zeker zich verbreidt. Maar als je altijd maar bezig bent te hopen op de goddelijke vrede, dan geloof je daar niet in. Dientengevolge zaai je feitelijk onvrede omdat je niet in vrede kunt geloven. En als dat niet te ingewikkeld of te moeizaam voor u is, dan kunnen wij er nog iets bij zeggen.

Wanneer ik contempleer, ik beschouw alleen maar, dan ben ik eigen­lijk bezig om alles te herleiden tot dat ene punt dat ik mij voor ogen stel, werkelijk of symbolisch. Dit betekent, dat ik alles neutraliseer behalve dat ene dat met het voorwerp of met de voorstelling te maken heeft. Dan wordt mijn verhouding tot dat voorwerp van groot belang.

U contempleert. U gaat uit van een roos. Een schitterend symbool overigens en bovendien iets, als je het werkelijk intens weet te bele­ven, dat je veel meer één kunt maken met de natuur. Je kunt natuurlijk net zo goed een boterbloem of een madeliefje nemen. Als je nu die roos ziet en je denkt aan de dorens, dan steek je jezelf geestelijk misschien. Maar dat geestelijk je steken wordt weer uitgedrukt in een feitelijk beleven. Als je goed kijkt, dan heb je je misschien met een aardappelmesje in de vinger gestoken, als je een dame bent. Ben je een heer, dan snijd je je mogelijk bij het scheren.

Wat ik nu zeggen wil is dit; Met contempleren, met mediteren en al die andere technieken zijn we steeds bezig om de vreemde wereld, die we eigenlijk beschouwen als een fantasie, dichter bij ons te brengen. Maar elke fantasie die we dichter bij ons brengen heeft de neiging zich in ons te verwezenlijken.

Nu wordt het ook duidelijk waarom de man daar boven op de rots staande naar de hemel staat te wuiven, de wolken wegdrijft of de regen roept. Wat hij doet is een beeld scheppen van iets dat er niet is. Maar wel zo dringend, dat de natuur geneigd is om te beantwoorden aan die voorstelling, zij het niet in die mate. Dus dat sprookje van de man, die eens een regendans van de Hopei indianen had gezien en op een camping ‘s avonds tot de mensen zei; Nu ga ik een regendans demonstreren, is eigenlijk een sprookje, een verhaal. Maar hij danste het zo goed dat het drie dagen bij bakken uit de hemel heeft gego­ten. De Bilt kreeg daarvan de schuld.

Als die man de uitbeelding van de regen in zijn gedachten had terwijl hij danste, dan was het onvermijdelijk dat er enige regen zou vallen. Indien er ook maar één mogelijkheid, één wolkje aan de hemel zou zijn dat zich kon ontladen, dan zou het zich ongetwijfeld boven hem hebben ontladen.

Dus denkt u nu niet dat u magische rituelen kunt gebruiken als een vervanging van die vreemde wereld en de relatie tussen die wereld en uw eigen wereld. Het is niet het ceremonieel dat het hem doet. Het is het beeld dat u in u heeft. Misschien wordt het nu ook duidelijk waarom zo­veel primitieve volkeren hun verwantschap met bepaalde zaken op die manier uitbeelden.

Laten we kijken in het zuiden van Afrika. Daar zijn verschillende stam­men die dat doen. Daar zijn mensen die zich bezighouden met zich één te voelen met bepaalde geesten. De redelijke westerlingen zeggen dan; Geesten bestaan niet. En als ze bestaan, dan komen ze toch niet om de zintuiglijke ervaring van de een of andere mens beter te maken. Maar het gekke is, de mensen die daarin geloven, kunnen op dagen afstand water ruiken. Zij kunnen precies aanvoelen wanneer de wind verandert. Ze zijn dus door het zich voorstellen daarvan afgestemd geraakt op de gebeurtenissen in de natuur. Als dat mogelijk is, dan moeten we daar toch een klein beetje gebruik van maken.

Als u nu denkt; ik wil morgen een beetje zon hebben, dan kunt u natuurlijk zeggen; Wolken ga weg, zon kom. De zon denkt barst maar en de wolken beginnen te huilen van het lachen. Maar als je je nu de zon kunt voorstellen die een straal naar jou toezendt en je kunt een kwartier lang die voorstelling volledig vasthouden, dan garandeer ik dat je er een zonnestraal aan overhoudt. Kun je het langer volhouden, dan kun je er misschien zelfs een mooie dag van maken. Maar dat is dan wel een hele inspanning. Mogelijk is het wel.

Als het mogelijk is, waarom zou het dan niet kunnen ten aanzien van onszelf? Als we namelijk met onszelf bezig zijn, dan kunnen we ons natuurlijk allerlei ideeën scheppen over wat we zouden willen zijn, maar we weten dat we het niet zijn, dus worden we dat ook niet. Maar wij kunnen ons misschien wel een voorstelling makén van iets wat voor ons mogelijk is. Iets wat uitgaat van hetgeen we zijn en toch voor ons mogelijk is, ook al is het niet waar. Op het ogenblik, dat wij dat kunnen vasthouden, hebben we inderdaad een tendens geschapen waardoor het voor ons waar wordt.

Ik zeg niet, dat het honderd procent waar wordt; daarvoor moet je veel getrainder zijn dan een beginneling. Maar goed, denk aan de honderdduizend en je vindt een dubbeltje. Dat is een begin van de rijkdom. Denk aan vriendelijkheid bij anderen en je zult ontdekken, dat ze op z’n minst minder hatelijk zijn. Je kunt een ander natuurlijk niet veranderen, maar je kunt de relatie tussen jou en de ander wel degelijk bijstellen. Als je dat nu leert doen, ga je daardoor als vanzelf ook meer harmonie scheppen met de wereld waarin je feitelijk denkt te leven. Dénkt te leven, want natuurlijk is het een complex van werelden waarin je leeft.

Als je op die manier innerlijk steeds meer tot rust komt, omdat de dingen, die je innerlijk werkelijk kunt geloven en kunt voorstellen, ook steeds duidelijker in de wereld buiten je aanwezig zijn, dan vind je innerlijke rust. Dan kun je zelfs een mate van vrede vinden. Ik wil niet zeggen, dat je de hoge vrede vindt. Ach, mijn lieve God, als je de hoge vrede hebt gevonden, dan hem je geen mens meer nodig! Tot die tijd kun je in ieder geval leven met die voorstellingswereld.

Als je je voorstelt, dat je aan een trapeze zweeft boven een verduisterde piste van een circus en je voelt dat je een greep zult missen, dan denk je nog een keer en dan pak je henry dan heb je toch de tweede trapeze of de vanger te pakken. Op het ogenblik, dat je die tweede gedachte direct laat vallen, dus de voorstelling corrigeert, heb je niet alleen de voorstelling gecorrigeerd, maar ook een onzekerheid.

Psychologisch gezien is natuurlijk een dergelijk denkbeeld zweven boven een duistere piste niets anders dan een aantonen van je eigen onzekerheid ten aanzien van de wereld. Je bent bezig met iets waarvan je zelf vindt dat het erg riskant is of erg onzeker. Je weet niet wat er onder je is. Als je dat dan zo corrigeert, dan zorg je in ieder geval dat je goed te land komt.

Zo kan een mens wel degelijk vanuit zichzelf niet alleen een innerlijke vrede bevorderen hoe mooi dat ook op zichzelf is, maar hij kan een evenwicht vinden waardoor de.vreemde wereld naast hem, die fantasiewereld, a.h.w. een voortdurende compensatie gaat betekenen voor wat hij ervaart als de tekorten in zijn eigen wereld. Dat te doen is een kunstje dat kan worden bereikt met de methode van Zen, van Yoga, met elke willekeurige, primitieve of zeer ingewikkelde esoterische meditatiemethode. Je kunt het overal vinden, maar het werkt wel.

Als slot van deze tekst, wil ik de mensen graag nog duidelijk maken dat het niet alleen maar fantasiewerelden zijn. Een fantasiewereld is niets anders dan een aanvulling van je werkelijkheid. Maar als de fantasiewereld sterk genoeg wordt gemaakt, dan begint ze een invloed te worden in je eigen wereld.

Zo kun je dus toch je eigen lot voor een groot gedeelte beïnvloeden. Zo kun je de werkelijkheid steeds weer een beetje aanpassen. En zo kun je komen tot een punt waarop een werkelijke harmonie bereikbaar is en alle bijkomstigheden eigenlijk langzaam maar zeker opzij worden geschoven.


 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

13-01-09

DE GESPLETEN MENS.

DE GESPLETEN MENS.

U denkt waarschijnlijk dat we nu onmiddellijk de kant uitgaan van de psychologie. Dat is eigenlijk niet de bedoeling.

De mens heeft aan de ene kant een tamelijk logisch denken. Hij denkt dus in oorzaak en gevolgverhoudingen, trekt conclusies en weet ook de toekomst te voorzien aan de hand van zijn ervaringen, aan de hand van het nu geconstateerde. Daarnaast achter wordt de mens geconfronteerd met een soort innerlijk weten dat volkomen a‑logisch is.

Als wij eens kijken naar de vrouw (dames, u moet het mij niet kwalijk nemen, het is geen discriminatie in dit geval), dan zien wij dat vrouwen de neiging hebben om schijnbaar onlogische conclusies te trekken. Daarbij blijkt echter wel dat ze heel vaak toch juist zijn. Als je dat moet vertalen kun je zeggen. Een vrouw denkt in hink-stapsprongen. De man echter denkt in marsritme. Daarin ligt het verschil. De vrouw gaat a.h.w. over een aantal tussenliggende stappen heen en neemt intuïtief zoals dat heet, een punt op dat schijnbaar geen direct logische samenhang vertoont en komt van daaruit tot een conclusie die eveneens, gezien het eerste en het tweede punt, niet logisch is. Dit zijn punten waar we eens over moeten nadenken. Er wordt natuurlijk gezegd. De vrouw werkt veel meer met het onderbewustzijn; iets wat ik waag te betwijfelen. Ik geloof dat het eerder een kwestie is van een denk‑discipline. Een mens leert op een bepaalde manier conclusies te trekken. Daarbij zal de vrouw meer intuïtief te werk gaan, al is dat in de laatste tijd afgenomen. De man is geneigd om precies volgens de regels te werk te gaan; iets wat ook de laatste tijd gelukkig iets is verminderd. De denk‑discipline maakt uit wat je redelijk in de wereld constateert en wat je in de wereld verwacht. Maar er zijn zaken, die redelijk gezien absoluut onzin zijn. Geloof bijvoorbeeld.

Een geloof is iets waar je absoluut geen redelijke basis voor kunt aanvoeren. Je kunt een rationalisatie geven. Maar die rationalisatie op zichzelf gaat alweer uit van een aangenomen punt. Dat punt is onbewijsbaar; het is niet logisch. Ideologieën. Deze gaan ervan uit dat alle mensen volgens een bepaald systeem zullen reageren en denken, ofschoon in de praktijk voortdurend blijkt dat de mensen dat nooit doen. Toch zijn er mensen, die aan een bepaald systeem, een bepaald geloof zodanig vastgekleefd zijn dat ze daardoor zelfs hun redelijkheid a.h.w. terzijde schuiven. Komt er dan een ogenblik waarop dat geloof in hun ogen of volgens hun gevoel faalt. Dan weten ze helemaal geen weg meer omdat zo den het kind met het badwater gaan weggooien en niet begrijpen dat de logische samenhang niets te maken heeft met het gevoelde geloof, het innerlijke geweten. Als wij spreken over een gespleten mens, dan spreken we vooral over dit punt. Want een mens is een eenheid. Hij zou het althans moeten zijn, Maar die eenheid zou dan ook als eenheid moeten kunnen functioneren en reageren. Mag ik u een vraag stellen? Een gewetensvraag. U behoeft daarop geen antwoord te geven, anders wordt het een Toren van Babel of een doodse stilte.

Hoe vaak doet u dingen terwijl u weet, dat u iets anders zoudt moe­ten doen? Het is maar een vraag. Als u weet wat u zoudt moeten doen, waarom doet u het dan niet? Dat kun je alleen verklaren, als je zegt; een mens heeft bepaalde instinctdrangen, gewoontepatronen. Hij heeft be­paalde gevoelspatronen en die zijn eigenlijk bepalend voor zijn feitelijke daden. Dit is een stelling, die natuurlijk volkomen in strijd is met de mens als redelijk wezen. Dat is duidelijk.

Toch ben ik bereid de stelling te verdedigen en te zeggen dat on­geveer 80 tot 90 % van de mensen waar ook ter wereld, dus van al wat er op aarde leeft aan mensen, niet door redelijk denken maar door die gewoontepatronen, denkpatronen en vooral gevoelspatronen worden bepaald. Als dat het geval is, dan staat die arme mens in een wereld waar hij niets van begrijpt. Want hij wil toch het goede; hij doet het alleen verkeerd. Hij bedoelt het wel goed, maar het valt altijd anders uit. Hij verwacht be­paalde dingen, maar redelijk gezien zou hij die niet mogen verwachten. Toch voelt hij zich in zijn verwachtingen beschaamd en wil dan vaak wraak gaan nemen op de wereld. Het is begrijpelijk, dat bij de mensheid er zoveel eigenaardige dingen ontstaan.

Als wij denken aan b.v. de houding van bepaalde sekten. Die kunt u in de islam zoeken, in India of waar u maar wilt. U behoeft heus niet te kijken naar wat hier in Nederland aan dat soort dingen allemaal voorhanden is. Dan blijkt vaak dat deze mensen in een tweestrijd verkeren en eigen lijk geen oplossing weten.

De orthodoxe islamieten b.v. willen in feite terug naar de tijd van Mohammed. Zij willen het geloof in zijn pure essentie beleven en daarom proberen ze de hele ontwikkeling van de wereld een beetje opzij te schuiven; zij willen er niet teveel mee te maken hebben. Alleen als het binnen het geloofspatroon past, dan is iets aanvaardbaar. Als je daar nu rekening mee houdt, dan wordt duidelijk waarom zoveel islamitische landen in deze tijd in grote moeilijkheden verkeren. Aan de ene kant is het een zeer echt een qua geloofswaarde tamelijk simpele geloofsgemeenschap Aan de andere kant zijn de eisen van de moderne wereld in strijd met de denkbeelden van de islam.

De islam zal u niet verbieden om een ander geld te lenen, maar wel om rente te vragen. De islam stelt, dat u als onderdaan 1/10 van uw in­komen moet betalen aan de staat. Ik denk, dat menig Nederlander blij zou zijn, als de Tiende Penning waartegen de mensen in Alva's tijd zo hebben gevochten nu nog van toepassing zou zijn. Maar in de moderne wereld kan dat niet, omdat de staat een veel te complex geheel is geworden, dat de functies daarvan te groot zijn en bovendien omdat de internationale ver­houdingen altijd weer elk land in zijn mogelijkheden en ook in zijn noodzaken bepalen. U denkt waarschijnlijk: dat is een gek verhaal. Toch is dat werkelijk zo.

Datgene wat er in Iran gebeurt is te danken aan de wens om terug te keren naar voorheen. Maar gelijktijdig heeft men wel de olieproductie nodig, want men moet het financieren, Aan de ene kant wil men geen rente betalen of rente ontvangen. Aan de andere kant heeft men eigen wapens nodig en die kunnen weer niet functioneren, als er niet allerlei rentepercentages bestaan. Het is juist daarom dat men in de eenvoudigere zaken die het volk niet direct kan zien zo ontzettend doordrijverig orthodox blijft.

Datzelfde kunnen we ook zien" als we in Nederland gaan kijken. Aan de ene kant is men in Nederland wel liberaler ingesteld. Het is vreemd, maar Nederland is een van de landen waar de meeste liberale socialisten wonen. Dat is al een, contradictio in terminis. In Nederland wordt men in feite nog steeds geregeerd door kerken, stemming en belang. De wetgeving wordt niet bepaald door de behoeften en de noodzaken van de gemeenschap maar door bepaalde idealen, zelfs als die niet passen in de structuur van een dergelijke kleine overbevolkte staat als het land is. Het is een gespletenheid die zich zowel maatschappelijk als anderszins voortdurend profileert.

Waar je ook gaat, waar je ook staat altijd weer ontmoet je het denkbeeld dat voert tot allerlei handelingen die redelijk gezien onverantwoord, overbodig of zelfs misdadig zijn. Wat zoudt u ervan denken, als we eens gingen kijken naar de wereld van het geloof? Waarom geloof je eigenlijk? Je gelooft, omdat je in jezelf de behoefte hebt een verklaring te vinden. Het geloof is een poging om je te onttrekken aan een logica, die je ‑ gezien allerlei patronen in je weken ‑ toch niet helemaal kunt volgen. Vergeving van zonden wordt steeds noodzakelijker naarmate de gelovigen zich duidelijk als zondaars ervaren. Want door het afwentelen van de schuld behouden ze dan voor zichzelf de mogelijkheid om in een redelijke gezondheid verder te zondigen. Als u kijkt naar allerlei ideële denkbeelden ‑ dan kunt u wat mij betreft gaan informeren bij de vakbondsman, bij de socialisten of liberalen ‑ dan zult u ontdekken dat ze wel bepaalde stellingen verkondigen, maar dat ze niet in staat zijn om volgens die stellingen zelf te loven. Waarom hebben ze die stellingen nodig? Omdat ze in hun streven en gedrag elementen erkennen die alleen via een dergelijk ideaal gerechtvaardigd kunnen worden. Dan is die mens niet alleen gespleten, maar hij is eigenlijk een beetje hulpeloos. Hij wordt door allerlei andere verschijnselen voortgedreven.

De gespleten mens is juist door die gespletenheid het slachtoffer van allerlei stromingen. Je hebt de behoefte om het beter te weten dan een ander. Maar hoeveel van die betweters zullen hun pretentie van beter voorgelicht of ingelicht te zijn niet baseren op de hoofdartikelen van de een of andere redacteur die ook niet beter is. Dan gaat men echter handelen alsof het waar is. Kijk eens naar die mens als geheel en probeer te begrijpen hoe de totale opbouw is. Wij hebben een geest. In feite ook een geloofspunt, maar langzamerhand kun je dat wel een beetje aanvaardbaar maken. Er is een deel van de persoonlijkheid dat ongeacht bestaan of niet bestaan van het lichaam aanwezig blijft. Daarin liggen herinneringen aan vele levens. Er is dus een heel ervaringspatroon opgebouwd. Dat ervaringspatroon wordt bij een geboorte op aarde omgezet in een conditionering. Je bent geconditioneerd tot bepaalde reacties op grond van vroegere belevingen en ervaringen waaraan je bewust geen deel meer kunt hebben.

Dan hebben we verder nog de geestelijke wereld. De geestelijke wereld heeft eigen wetten, eigen mogelijkheden, eigen verhoudingen, eigen krachten. Die passen niet in een redelijk mensenbeeld, maar ze zijn wel aanwezig. Ook deze spelen een rol in al hetgeen u bent, doet en zelfs in de wijze waarop u uw denken hanteert. Want wij mogen dat nu wel toeschrijven aan het onderbewustzijn, maar het is zeker dat deden en bewuste gedachten daardoor worden beïnvloed.

U komt dus op aarde en u bent niet zonder meer vrij; u bent geconditioneerd. U heeft bepaalde kwaliteiten als een soort Voorrecht boven anderen, maar u kunt ook beladen zijn met allerlei moeilijkheden die voor een ander mens niet eens redelijk benaderbaar of begrijpelijk zijn, hoogstens emotioneel aanvoelbaar. Dan begint u te leren om maatschappelijk te leven. Met andere woorden, u leert, dat uw wereld aan een aantal regels dient te gehoorzamen. U loert, dat in die maatschappij op een bepaalde manier dient te functioneren. Maar uw innerlijk zegt; neen, dat kan niet. Ik kan dit niet zus of zo doen.

Er zijn mensen, die op een gegeven ogenblik in hun leven zover komen dat ze eenvoudig alles erbij neer gooien, omdat ze die strijdigheden niet meer kunnen verwerken. Gaat u eens kijken naar b.v. de clochards in Londen of Parijs. Daar zijn mensen onder die b.v. advocaat zijn geweest, die een lange tijd buitengewoon goed hebben gefunctioneerd en nu als schamele bedelaars en drankzuchtigen langs de wegen lopen en is nachts misschien slapen boven de roosters van de Metro. Realiseer u wat dat betekent. Mensen die losgeslagen zijn. Iemand wordt geboren met een bepaalde drang. Hij komt terecht in een wereld waarin hij die, drang niet meer kwijt kan, waarin hij geen mogelijkheid meer ziet om datgene wat toch in hem zo dwingend bestaat vorm te geven. Dan krijgen we een andere vorm van drop-out. Wij krijgen de drugverslaafden, de drankzuchtigen; een vroegere vorm ervan. Wij krijgen te maken met mensen, die in opstand komen, die rebellen worden. Wij krijgen te maken met mensen wier gedrag, volgens de geldende norm althans, volledig a‑sociaal is. Dan zeggen wij; dat kan niet.

Ik vind het heel vreemd dat er mensen zijn die ontzettend verbolgen reageren op het feit, dat er nog steeds diefstallen en inbraken worden gepleegd, ja, dat er op straat zelfs berovingen plaatsvinden. Terwijl deze zelfde mensen ‑ zij het via rekenkundige trucs en andere handigheden ‑ wel degelijk ten onrechte veel grotere kapitalen anderen ontnemen. Kijk, dat kun je niet verklaren of je moet zeggen, Er moet een gespletenheid zijn. Deze gespletenheid wordt nu duidelijk. Deze mens wordt gedreven door een begeertepatroon, door een patroon van zelfzucht of van zelfbevestiging. Maar gelijktijdig probeert hij zich vast te haken aan een sterk gereglementeerd maatschappij, Daarin kunnen dergelijke afwijkingen niet voorkomen. Hij schakelt zichzelf a.h.w. helemaal uit. Wat hij zelf doet, valt immers niet onder die regels en dat hoofd. Dat is heel iets anders, zo vertelt hij zichzelf. Hij vergeet, dat redelijkerwijs een vergelijkbaarheid wel degelijk aanwezig is. Daarom gaat hij dan aan (Je ene kant eisen dat er voor orde en regelmaat wordt gezorgd, terwijl hij anderzijds voor zichzelf voorrechten opeist die precies overeenstemmen met datgene wat hij anderen wil verbieden. Natuurlijk een onzinnige situatie.

Laten ons nog even verder gaan kijken. Er zijn nog meer van die dingen. Iemand weet dat hij eigenlijk verstandig zou doen om op z'n eentje door het leven verder te gaan. Hij kan dan carrière maken. Hij kan zijn artistieke gaven verder ontwikkelen en al wat hij maar wil. Dan ontmoet hij een medemens en opeens is hij een en al emotie. In Nederland drukt men dat uit door te zeggen; hij denkt niet met z'n hoofd maar met z'n kl….        Als wij dan proberen de zaak goed te bekijken, dan blijkt dat instinctieve reacties mede op zuiver lichamelijke zaken en oorzaken zijn gericht en de daaruit ontstane handeling aanleiding kan zijn tot een volkomen a‑logisch gedrag, terwijl de mens zelf dit soms wel beseft, maar deze logica naast zich neerlegt. Vraag u eens af in hoeverre dit zinvol is.

Wij moeten proberen een eenheid te vormen met al wat er in ons bestaat. Dit betekent, dat we ook die instinctdrang moeten erkennen voor hetgeen ze is, zelfs als wij ons daaraan niet kunnen onttrekken. Het betekent dat wij al die onbewuste factoren, die ons conditioneren, moeten proberen zo niet naar voren te brengen en volledig te kennen dan toch in ieder geval te begrijpen, er zijn factoren die mij beheersen, Wij zouden het redelijk denken van do mens moeten aanpassen aan deze erkenning van zijn eigen dan toch tamelijk complexe structuur. Is dit mogelijk? Theoretisch is het denkbaar.

Als een mens de mogelijkheid heeft om zich van een groot gedeelte van zin instinctdrang en van een groot gedeelte van zijn innerlijke gevoelens te ontdoen door ze tot uiting te brengen, dan kan hij inderdaad zeer scherpzinnig en redelijk zeer logisch zijn. Maar zoals men zelfs in The Church of Scientology (een kerk die ik overigens niet zeer op prijs stel) de mens probeert te conditioneren tot hij alleen maar logisch functioneert, dan is dat een poging om de gespletenheid van de mens ongedaan te maken en daarmee al zijn mogelijkheden en capaciteiten op een logisch vlak te brengen en ze zo te laten ontplooien als iets wat menselijk logisch en redelijk gezien belangrijk is. U kunt het ook omdraaien.

Er zijn andere bewegingen waar wordt geprobeerd om de mens eigenlijk alles (zijn geloof, zijn emotionele behoeften) te laten uitleven. Waar men de mens tot een soort gemeenschapsdier gaat maken dat juist in die gemeenschap zijn eigen wereld vindt. En nu het typerende, ook onder deze omstandigheden zullen de op a-logische basis levenden in staat zijn buitengewoon scherpzinnig en logisch te reageren in de maatschappij. Alleen al vanuit maatschappelijk standpunt zou die eenheid dus wel zeer gewenst zijn en zou de eenzijdigheid die op dit ogenblik een groot gedeelte van de wereld toch bepaalt, ongedaan gemaakt kunnen worden. Maar wij moeten weten waar we aan beginnen.

Er zijn op aarde nogal wat mensen die dan geestesziek heten. Een geest is over het algemeen kerngezond. Er zijn echter bepaalde lichamelijke en psychische oorzaken waardoor zij a.h.w. in verscheidene persoonlijkheden uiteenvallen. Ook dit is gespletenheid. Er is zelfs een tijd geweest dat ze in de psychiatrie troef was. Als je geen andere verklaring meer wist, speelde je gespletenheid uit en dan was het in orde. Tegenwoordig, is men gelukkig al een eindje verder.

Deze z.g. ziekelijke gespletenheid komt ook voort uit het onderdrukken van een deel van de persoonlijkheid, van haar emotionaliteit, van haar behoeftepatronen. Hot reguleren ervan waardoor het instinctpatroon in het gedrang komt. Juist daardoor ontstaat dan naast de naar buiten volledig aangepaste persoonlijkheid een tweede ik. Een ik, dat juist al dingen doet die maatschappelijk niet aanvaardbaar, niet meer reëel of niet meer logisch zijn. De mens is een geheel. Zijn gespletenheid is alleen maar het afwisselend tonen van bepaalde delen van de totale persoonlijkheid.

Wanneer wij over de gespleten mens spreken en dat zijn we vanavond aan het doen, dan zitten we met precies hetzelfde probleem. Wij hebben niet te maken met mensen die in twee delen uiteenvallen. Wij hebben te maken met een mensheid die om welke reden dan ook bepaalde delen van het eigen wezen, zijn kwaliteiten en persoonlijkheden verloochent en zo in een situatie wordt gedwongen waardoor ze bepaalde delen van de persoonlijkheid excessief tot uiting gaat brengen. Het is toch eigenlijk krankzinnig, als je goed nagaat dat mensen, die gelijktijdig beulen en bewakers van concentratiekampen waren in hun dagelijks leven de meest zorgzame, liefdevolle, begripsvolle medeburger, huisvaders enz. waren. Hetzelfde geldt ook voor een soort dames, die zich in bepaalde kampen ook voor dergelijke diensten hebben geleend. Zodra je buiten het kamp kwam, had je met heel iets anders te maken. Het waren twee afzonderlijke persoonlijkheden. Maar zodra je in het kamp kwam, dan was je ook als bewaker onderworpen aan bepaalde denkbeelden" een soort wetmatigheid. Je moest een deel van je persoonlijkheid verloochenen. Daardoor was je uitermate wreed en onverschillig en om dat te compenseren was je buiten het kamp juist extra begrijpend, extra liefdevol. Het klinkt krankzinnig maar het is waar.

Het is eigenlijk waanzin dat mensen, die oorlogen beginnen en anderen de dood in drijven alleen maar omdat hun behoefte aan gelijk of aan macht dat nodig maakt, gelijktijdig in zichzelf de meest vrome vereerders zijn van een God en zich tot de uitverkorenen rekenen. Rationalisatie? Misschien wel, maar waarschijnlijk iets veel ergers, een gespletenheid.

 

Wat men op aarde doet en wat men met die macht wil doen is niet alleen de eigen persoonlijkheid op de voorgrond brengen, maar een kracht ontwikkelen waarmee je de wereld in handen hebt. Eigenlijk wil je vrede tussen jezelf en de kosmos. Je probeert die vrede op aarde af te dwingen desnoods met terreur, met allerlei dictatoriale praktijken, terwijl je aan de andere kant in God toch de rechtvaardiging vindt voor alles wat je doet, want je streeft toch naar God. Arme gespleten mensheid.

Een gespleten mensheid. Je kunt er zoveel voorbeelden van vinden. Wat moeten wij zeggen van christenen die elkaar bestrijden? Het komt toch voor. Wat moeten we denken van broeders in hetzelfde geloof de is1am in Irak en Iran die voortdurend met elkaar in oorlog zijn. Wat moeten wij denken van groepen mensen als in Libanon, die meestal hetzelfde geloof en vaak zelfs een vergelijkbaar sociaal doel, hebben en die alleen omdat zij het willen doorvoeren en een ander niet vertrouwen bereid zijn voortdurend opnieuw de levens van onschuldigen, van hun tegenstanders en zichzelf daaraan op te offeren? Dat is toch alleen maar te verklaren uit de gespletenheid die ik heb genoemd.

Als we naar u kijken, dan kunt u ook, als u helemaal eerlijk bent, wel toegeven dat u ook, niet helemaal redelijk bent. U probeert het wel te zijn, maar er zijn altijd wel delen van uw persoonlijkheid die om de een of andere reden onderdrukt worden. De een hunkert in zijn hart naar vrolijkheid en vreugde, maar op de een of andere manier is hij in een patroon terechtgekomen waardoor u en anderen hem aanspreken als droogstoppel.

Sommigen zoeken in hun hart naar een ideaal. In hun gedrag doen ze meer denken aan Don Juan of aan Messalina. De mensen zijn zo verdeeld tegen zichzelf.

Wij kunnen God niet onderbrengen in ons denken, zoals we echte liefde niet kunnen onderbrengen in redelijk denken. Zoals bij genegenheid, vertrouwen en al die andere dingen we niet eenvoudig maar kunnen eisen of kunnen geven, maar die we in onszelf moeten voelen. Wij leven in een wereld waarin onze gevoelens veel meer dan we beseffen bepalen wat wij zijn, wat we doen, hoe wij reageren. En als we dat verstandelijk kunnen begrijpen, dan zijn we in staat om er rekening mee te houden. Wat meer is om onze kwaliteiten, die er nu eenmaal zijn, positief te gebruiken en niet onszelf en misschien ook anderen te vernietigen door de voortdurende strijdigheden tussen denken en gevoel. Aan het begin van deze inleiding heb ik gezegd: Je. God. Maar God kun je redelijk niet bewijzen. Een zeer punt voor heel velen die in God geloven. Om hen tevreden te stellen wil ik allereerst stellen dat ik geloof in God. Wat is God anders dan een poging om iets een naam te geven of misschien zelfs te omschrijven waarvan wij voelen dat het wel ergens moet zijn, maar zonder dat we ooit kunnen waarmaken dat het direct manifest is.

Werpt u mij nu niet 'Voor dat er; zoveel wonderen zijn geschied. De meeste wonderen zijn ook op een andere manier te verklaren. Heel veel wonderen vallen eerder onder het hoofd: paranormale kwaliteiten dan onder het hoofd, direct ingrijpen van de Schepper zelf. Ik geloof in God, maar, ik weet niet wat hij is. Laat mij dat toegeven. En als ik niet weet wat God is, hoe kan ik dan weten wat God wil, wat God van mij eist of van een ander? Ik kan het eenvoudig niet weten. Ik kan handelen volgens hetgeen ik innerlijk aanvoel wat God of het Onbekende van mij eist. Daarmee beantwoord ik in ieder geval voor een groot gedeelte aan al die patronen waarover ik al heb gesproken. Ik kan het niet van een ander vragen. Ik kan er geen leer aan verbinden die een ander tot de letter aan mijn waarheid verknocht doet zijn.

U kunt zeggen, Ik geloof in Jezus Christus. Maar ook dat is een geloof. Ik zal daar niet verder op doorgaan. Wij hebben daar vroeger al meer over gesproken. Ik weet, dat Jezus bestaat. Ik weet. dat hij een grote lichtende geest is. Maar wat hij precies is, kan ik u niet zeggen. Nu heb ik persoonlijke ervaring, terwijl u het moet stellen met allerlei geschriften waarin deze Jezus op een bepaalde manier wordt voorgesteld. Ik weet eigenlijk niet eens zeker of hij heeft geleefd al weet ik dat hij bestaat. Waarom moet u dan van die Christusfiguur, die Jezus, iets maken dat de macht over de wereld heeft of zal krijgen? De rechtvaardiging van al datgene wat u zelf van anderen gaat eisen. Dat is niet regel. Je kunt je innerlijke wereld niet omvormen tot iets dat jou rationeel het recht geeft anderen te domineren, te beheersen en te vormen. Mijn conclusie;

Elke mens moet eerst eens leren zichzelf een beetje te begrijpen, te weten aan welke dwangneurosen en dwangpatronen hij is onderworpen. Op welke manier hij innerlijk staat tegenover de wereld waarin hij moet leven en wat hij daar eigenlijk van wenst. Dan pas kan hij zich redelijk gaan afvragen. Wat kan ik daarmee doen? Wat kan ik daarvan waarmaken? En dan zal blijken, dat u niet alleen tot een voor u juister en dus ook gelukkiger en beter leven komt, maar daarnaast dat de grote problemen, die kort na de overgang bij vele mensen oprijzen bij u wegvallen. Want ook hier hebben we te maken met gespletenheid.

In het duister leven is niet een noodzaak of een straf. Het is doodgewoon een niet in staat zijn een deel van datgene wat je bent en waartoe je werkelijk behoort te aanvaarden. De geest moet eveneens een eenheid zijn en kan niet delen van de stof verwerpen of ontkennen. Zomin als de stof de geest of delen van de geest kan verwerpen of ontkennen.

Deze inleiding heeft ten doel u duidelijk te maken dat er een eenheid nodig is. Een eenheid waarin intuïtie, geloof, aanvoelen en logisch denken tot een eenheid worden. Een wijze van leven waarin al datgene wat u zelf bent en u zelf voelt te moeten doen toch kan worden verenigd met het menszijn en de menselijke samenleving. Het doel van de inleiding was om duidelijk te maken dat het kan en u erop te wijzen dat het de enige manier is om geestelijk en stoffelijk verder te komen en verder te gaan dan een ontwikkeling waarbij we te maken hebben met een door instinct gedreven dier dat zijn daden vervolgens via logische denkwijzen probeert te verklaren.

 

 

B E S L U I T.

Wij hebben gesproken over de strijdigheden of gespletenheden die in de mens en in het mens‑zijn en de mensheid bestaan. Ik wil daarop niet zo nadrukkelijk altijd weer ingaan. Dat moet u begrijpen. Het is een onderwerp dat in feite werd gesteld over geloof en denken waaruit wij deze titel hebben gedistilleerd.

Het is misschien goed te begrijpen dat er in elke mens een verdeeld­heid bestaat. Want als we niet kunnen aanvaarden dat geloof en verstand gewoon twee verschillende dingen zijn, dan kunnen wij niet komen tot een samensmelting van beide in onszelf zonder gelijktijdig het contact met de werkelijkheid rond ons te verliezen.

Als wij spreken over de gehele wereld en alles wat daarin gebeurt, dan komen we ook dergelijke tegenstellingen en strijdigheden voortdurend tegen. Wij moeten deze aanvaarden. Ze zijn deel van het bestaan. Maar voor onszelf moeten we proberen datgene te vinden wat deze strijdigheden verbindt en niet zoals veel mensen doen een steeds scherpere begrenzing en scheiding tussen beide aanbrengen. Als wezen zijn we een geheel, ook al is voor ons besef de gespleten­heid en de strijdigheid een feit. Als wij leren leven als een geheel, dan zullen wij beter kunnen waarmaken wat er aan belangrijke factoren in ons leeft. Wij zullen daarnaast in de wereld kunnen leven zonder de werkelijk­heid daarvan uit het een te verliezen.

Ieder, die zoekt naar bewustwording en waarheid, moet begrijpen dat bewustwording de erkenning is van jezelf in de wereld waarin je denkt te leven en dat de waarheid is de verbondenheid die in en door jou bestaat met al het zijnde. Het is deze weg, die we moeten gaan. Het gaan van deze weg kan op vele verschillende wijze geschieden. Niemand kan zeggen welke weg de beste is. Je kunt alleen zeggen welke weg jezelf wilt gaan. Maar als u dan kiest voor een dergelijke weg, begin dan niet met te spreken over hetgeen er in de wereld fout is, dat kunt u later altijd nog doen. Praat ook niet over hetgeen er met uzelf fout is. Vraag u af wat uw wereld voor u betekent, wat u voor uw wereld betekent, en hoe u deze relatie op een voor u aanvaardbare wijze zo goed en zo intens mogelijk kunt aanknopen.

Wie zoekt naar de eenheid wordt door de verdeeldheid niet te zeer ge­stoord. Maar hijg die eerst zoekt de verdeeldheid te beseffen, zal de een­heid niet meer kunnen vinden.

Wij moeten streven naar het goede. Niet omdat het goede beter is dan het boze, maar omdat het goede het aanvaardbare is. Het aanvaardbare waarnaar wij streven brengt ons als vanzelf in contact met het aanvaardbare en dan kunnen wij een geheel vormen. We kunnen proberen uit alles toch een eenheid te maken die het ons mogelijk maakt verder te leven zonder innerlijk in conflict te komen zonder onnodig uiterlijke conflicten te veroorzaken.

Laten wij daarnaast nog oven constateren dat in een wereld als do uwe een ieder tot op zekere hoogte de plicht en het recht heeft zichzelf te verdedigen. Je behoeft niet weerloos te zijn. Maar een verdediging die uitgaat van de vernietiging van het andere is altijd verkeerd. Je moet uitgaan van het vinden ene mogelijkheid tot eenheid of samenwerking met het andere. Pas daar waar je deze eenheid voer jezelf kunt vinden, kun je haar in het andere misschien waarmaken.

Wie met verdeeldheid leeft, veroorzaakt verdeeldheid. Wie in zich probeert te leven in, met en vanuit de eenheid, zal rond zich een steeds grotere eenheid, een steeds groter begrip scheppen, Dit is, meen ik, de belangrijkste gedachte van deze bijeenkomst.

U kunnen veel meer zijn, als we beginnen met onszelf en onze wereld eerst eens te accepteren. We kunnen veel meer bereiken, als wij positief zijn en onze kritiek hoogstens beschouwen als een soort kader waarin ons begrip voor vooruitgang en eenheid word! opgebouwd, Ten laatste, wij moeten samen met anderen leven of we willen of niet. Daarom mogen wij nooit anderen afwijzen of afstoten, indien voor ons de vorm, die het contact aanneemt, onaanvaardbaar is, Maar laten we wel begrijpen, dat het andere ook zijn rechten heeft, dat het andere zichzelf mag, ja moet zijn, zo goed als wijzelf dit mogen en moeten zijn, Uit deze erkenning ontstaat niet alleen verdraagzaamheid, maar de mogelijkheid tot een werkelijke liefde tot de naaste en tot een werkelijke groei van het bewustzijn.

Daarmee neem ik werkelijk afscheid van u. Denk hierover maar eens na en probeer niet te krampachtig er iets mee te doen. Houd het in herinnering, maar als het zo te pas komt, pas het dan een keertje toe, dan komt u vanzelf verder.

 

 

 

 

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WENST UZELF EEN VOORDRACHT VAN GENE ZIJDE BIJ TE WONEN  ---  DAT KAN

OP 20 JANUARI 2009 OM 20.00 UUR GAAT ER EEN NIEUWE REEKS VAN MAANDELIJKSE SPIRITUELE BIJEENKOMSTEN VAN START

o.l.v. Gene Zijde.

Vervolgens iedere derde dinsdagavond van de maand om 20.00 uur.

Telkens zal er een onderwerp aan bod komen dat gelinkt is aan de huidige situatie op aarde.

Er wordt ook een mogelijkheid gegeven tot vragenstelling aan Gene Zijde.

Afsluiten van de avond door een begeleide meditatie.

Vooraf telefonisch inschrijven is noodzakelijk

Via het nummer 00 32 (0) 3 252 74 70

 

 

 

 

12-01-09

MAYA IN DE SFEREN.

MAYA IN DE SFEREN.

Maya is een titel die wij gebruiken voor begoocheling. Maar er wordt vaak iets bij vergeten. Maya was de moeder van Siddartha, de Gautama Boeddha. Zo zou je kunnen zeggen dat uit de waande verlichting wordt bereikt. Als iets in de sferen van toepassing is, dan is het dat wel.

Wanneer je overgaat, dan leef je in je eigen gedachtewereld. Je wordt geconfronteerd met de van anderen, maar eigenlijk is het toch een gedaagdenspel. Je schept je eigen wereld. Als je een Zomerland met mooie huisjes verwacht, dan vind je Biarritz in de sferen al heel gauw. Verwacht je lotusvijvers, dan kun je wandelen in parken. Wat je ook verwacht, dat komt er wel. Er is echter één ding dat je goed moet onthouden. Alle dingen worden door jezelf bedacht.

Dan ontmoet je een ander die ook een gelijksoortig beeld heeft en die je dan wijst op een klein detail. Dat detail had je oorspronkelijk niet opgemerkt. Je had er niet aan gedacht dus was het er niet, maar nu je ernaar kijkt, is het er. Op deze manier kunnen heel complexe werelden worden opgebouwd.

Er zijn sferen met steden en prachtige beeldhouwwerken, statige lanen en alles wat u maar wilt. Want stadsbewoners gaan ook over en die voelen zich in de vrije natuur niet onmiddellijk helemaal thuis.

Als wij dus zeggen, dat de sferen begoocheling zijn, dan hebben wij eigenlijk gelijk. Maar we moeten wel onthouden dat die begoocheling verandert. Wij drukken dat meestal uit met te zeggen dat je om hoog Je komt dan in hoog‑Zomerland, een berglandschap met tempels en noemt u maar op. En dat is wel ongeveer waar.

Het is de wereld van bezinning die men zich voorstelt. De mensen denken aan bezinning in termen van meditatie in de natuur, tipitjes, kerken, kathedralen of zelfs kloosters. Die zijn er, maar is de uiterlijke vorm die je aan de dingen geeft. Zo goed als je vermoeid kunt geraken van een voorstellingswereld waarin je hebt geleefd in laag‑Zomerland, zo kom je ook in hoog‑Zomerland langzaam maar zeker tot de ontdekking dat in feite het innerlijke proces van bewustwording, denken, uitwisseling van gegevens met anderen belangrijker is dan de omgeving die je daarbij hebt bedacht.

Dan komen we dus in een wereld waarin je geen voorstellingen meer gebruikt. Maar nog, steeds is de geest door haar bewustwordinggang, via incarnaties in de stof etc. geneigd om alles in tegenstellingen te zien.

Daarom spreken we daar over muziek, over trillingen van lagere aard. Later ga je misschien andere trillingen mede beschouwen en dan noem je dat een wereld van klanken of van kleuren. Maar die dingen zijn niet echt.

Het proces zelf spoelt zich niet af buiten je maar in je. Je wordt niet omgeven door een keurige wereld, maar in je zin allerlei gevoelens. Er zijn kleine erkenningen en die te samen kun je alleen in een caleidoscopisch schouwspel voor jezelf a.h.w. aanschouwelijk maken. Op deze wijze kom je dan aan werelden toe waarin onderscheid, zoals mensen dat kennen, bijna niet meer aanwezig is. UW spreken dan over de wereld van het Gouden Licht, het Witte Licht en doen dan net alsof het daar iets heel bijzonders is. Het is er eigenlijk niet. Er is een gloed, zeker.

Het Gouden Licht is een gloed van welbehagen, een soort koestering waarin alle begrippen langzaam, zonder dat je helemaal beseft hoe, samensmelten totdat je elke keer met een geheel te maken krijgt in plaats van met de tegenstelling. Om dat ogenblik, dat je zelfs geen verschil meer maakt tussen wat van buiten op je inwerkt en datgene wat in je leeft, tref je in het Witte Licht. Het is dus duidelijk, dat Maya inderdaad de moeder is van de verlichting of de Verlichte als u dat zo wilt.

Dat is met uw eigen wereld ook zo. U leeft in een wereld die voor een groot gedeelte wordt bepaald door uw denken, door uw gedachten, door dingen die u als vanzelfsprekend aanneemt, maar die eigenlijk niet zo zijn.

Heeft u wel eens een girocheque uitgeschreven? Een girocheque is geen geld. Het is namelijk niets. Het is een stukje papier plus een aantal boekhoudkundige bewerkingen. U zoudt brood mee kunnen kopen. U zoudt er niets mee kunnen doen. Maar omdat u is overeengekomen dat het betekenis heeft en iedereen of de meesten daarin geloven, heeft het die waarde. Dat is ook zo met begrippen als patria, democratie enz. Ook die dingen zijn voortgekomen uit denken plus een gemeenschappelijke afspraak. Ze zijn niet concreet en reëel waar, maar je kunt doen alsof ze echt zijn. En zolang mensen dat maar blijven accepteren is het voor hen waar.

Er bestaat een heel aardig verhaaltje van iemand die per ongeluk terechtkomt in een trein van de ondergrondse die verongelukt. Hijzelf merkt daar niets van. De trein raast verder met een zekere helling door lange donkere tunnels en eindelijk komen ze aan een station. Als ze dan uitstappen, zien ze daar allerlei duiveltjes rondlopen. Ze worden gedreven in een ruimte met een omheining van prikkeldraad. Buiten staan duivels met buikbakjes om brandpleisters e.d. te verkopen. Iedereen is daarvan erg onder de indruk. Iedereen denkt, nu wordt het mijn noodlot. Maar er is een mens bij die daar niet in gelooft. Het idee, dat daar een oude, manke duivel alvast brandpleisters aan de nieuwelingen wil verkopen voor brandwonden, vindt hij zo belachelijk dat hij begint te schudden van het lachen. Hij begint te schateren. Het is aanstekelijk. De rokende bergen en de zeeën van vuur beginnen langzamerhand in een mist te verdwijnen. Het kraakt een beetje en tenslotte blijft alleen de trein nog over en iedereen stapt als de bliksem in. Zo gaan terug en ze zijn niet verongelukt.

Het verhaal vertelt dan verder dat in de trein nog iemand zat van de geheime dienst (het zou in Engeland zijn gebeurd) die erg dankbaar was. He stapt uit op hetzelfde station als de man die heeft gelachen. Hij ziet dat de man blijft staan voor de Bank van Engeland en begint te lachen. En dan schiet hij hem dood, ook al weet hij dat hij daarvoor de strop krijgt. Want als die man om de Bank van Engeland had gelachen, dan zou het economische systeem in elkaar gestort zijn. Dit verhaaltje, zo onbenullig als het klinkt (overigens niet van mij maar van een schrijver op aarde), demonstreert waar het eigenlijk om gaat.

Maya is niet alleen maar een begoocheling die ons van buitenaf opgelegd. Maya is een proces dat zich in ons afspeelt en waarvan wij te samen met anderen deel uitmaken. Nu zal het u ook duidelijk zijn waarom in de duistere sfeer wel een hel kunt vinden. Een hel, compleet met vuurpoelen, met duivels en al datgene wat tot de helse rotisserie behoort.

Maar er zijn ook andere werelden. Kale werelden, woestijnwerelden. Er zijn werelden waarin alle planten vleeseters zijn of met doornen naar je steken of met papegaaibekken naar je bijten en waar je niet weet welke kant je moet uitgaan. Er zijn werelden waarin je probeert door krochten omhoog te kruipen om eindelijk uit do sombere duisternis de kilte of de hitte van een hels bestaan te ontkomen.

Er zijn ook werelden waarin iemand helemaal alleen zit en steeds maar geld telt. Zolang hij aan geld denkt, is het er. Maar als hij ook maar even aan iets anders denkt, dan verdwijnt het. Er zin werelden vol serpenten. Er zijn werelden die alleen doen denken aan de achterbuurten van een grote stad; alles is grauw, vuil en vaag. Alles wat daar lint is bedorven en rot. Al datgene wat de mensen tegen elkaar doen is onvriendelijk, onaangenaam. Dat zijn geen werelden die concreet bestaan. Het zijn werelden die zijn voortgekomen uit de gedachten van de overgeganen. Daarom is het altijd zo moeilijk om een proces, dat zich in de geest afspeelt, op de juiste manier te vertalen.

Als ik u vertel, dat wij naar beneden gaan, dan lieg ik al, want er is geen boven en er is geen beneden. Maar voor u is dat neergaan naar een toestand die minder is dan de mijne. Nou, dat doe ik dan inderdaad. Wanneer ik daar kom, dan kan ik soms iemand die graag uit zo’n wereld weg wil, helpen. Dan sta ik, volgens het verhaal dat je dan vertelt, in het licht je bent onaantastbaar en je brengt iemand in de lichtkring. Dat is de manier om het uit te beelden; anders kunnen mensen het vaak niet eens volgen. Wat is werkelijkheid?

Ik heb bepaalde denkbeelden in mij. Het zijn geen perfecte denkbeelden; er zit ook allerlei begoocheling bij, natuurlijk. Maar het is een prettiger begoocheling dan die van de ander. Op het ogenblik, dat ik met zo iemand contact krijg en hij mijn denken als regel kan aanvaarding begint daardoor als vanzelf zijn wereld te veranderen. Dan is hij a.h.w. met mij in mijn wereld. Hij moet dan alle indrukken verwerken. Hij moet voor zichzelf ook weer een beeld gaan opbouwen waardoor die wereld langzamerhand compleet wordt en alle hiaten die er misschien nog inzitten worden ingevuld. Op die manier haal je iemand uit het duister. Een duister, dat geen duister is, tenzij de mens zelf het als duister ervaart, dat hij zegt dat het donker is. Het is een eigenaardige wereld.

In uw wereld wordt veel gesproken over misleiding, bedrog en wat dies meer zij. In geestelijke werelden gebeurt dat ook wel, vooral als dode mensen pas zijn overgegaan. Want hun onderbewuste heeft een ander wereldbeeld dan zij zich hadden voorgesteld. Nu komen ze in die andere wereld terecht. Dan hebben zo het ineens tegen de pastoor, de dominee, de imam of wie dan ook die zij zien als verantwoordelijk voor hun beeld van het hiernamaals. Regel zijn die dingen nooit. Dit is een belangrijk punt dat u nooit over het hoofd moogt zien.

Wanneer u overgaat en u komt terecht in een geestelijke wereld dan is dat geen concrete wereld. Het is een wereld die uit uzelf voortkomt. In uw onderbewustzijn ligt b.v. schuldgevoel. In uw onderbewustzijn is een verzet en een onvrede. Dan zal uw wereld dat schuldgevoel uitbreiden in een trieste omgeving, de ontevredenheid in een voortdurende strijd met alles. En zo kunnen we door gaan.

Dat geldt ook voor u. Daarom is het zo belangrijk dat een mens die overgaat met zichzelf in harmonie is. Daarom is het ook zo belangrijk dat een geest, die in een bepaalde wereld of sfeer leeft, gaat beseffen dat de processen, die zich in het ik afspelen voor die entiteit veel belangrijker zijn dan alles wat hij om zich heen ziet.

Het is natuurlijk leuk om naar de Zomerlandse bloemenvelden te gaan kijken. Ze hebben daar tinten en kleuren zoals je op aarde nooit hebt gezien, omdat men zich die wel kan voorstellen maar ze niet kan weergeven of produceren. Ik kan me voorstellen dat een technicus die overgaat en een schuldbewustzijn heeft in een hel terechtkomt waar geen duivels zijn maar alleen robots en waar de straf wordt bepaald door computers. Waarom niet? Als dat zijn denkbeeld is. Als ik nu mijn eigen bestaan beschouw. Ik zit op het ogenblik net een beetje boven de vormwereld. Dan is het mij soms alsof ik deel uitmaak van een mateloos mooie symfonie. Maar is het een symfonie. Ik verklaar het als muziek, als klank. In wezen zijn het toch alleen gedachten die niet eens vormhebbende gedachten, eerder gevoelens, erkenningen die op mij worden afgedrukt. Maar voor mij wordt het een symfonie.

Een enkele keer zie ik iets dat lijkt op een schitterende zonsopgang of zonsondergang. Dan heb ik contact gehad met iets dat ik niet helemaal kan begrijpen, maar wat mij met een gevoel van wijding. Voor mij is de associatie daarvan het kleurenspel dat mij op aarde altijd heeft verbluft. De aarde heeft fantastische zonsopgangen en zonsondergangen die ik heb gezien in de tropen, ook wel in Nederland en elders op de wereld. Zo kom ik aan die beelden. Nu is het natuurlijk aardig om te zeggen" Je moet die beelden afschaffen. Maar kun je dat?

De verlichte is los van alle dingen. Hij maakt deel uit van alles, maar gelijktijdig is hij niet meer een zelfactief wezen. Pas wanneer hij zelf actief wordt en zich losmaakt, zal hij zich als verlicht manifesteren maar hij is het eigenlijke niet meer volledig. Hij heeft niet meer de toestand van perfecte harmonie.

Zo gaat het ons toch ook. Wij zijn wezens met een bepaald wereldbeeld, met een ik‑ voorstelling. Of die juist is of onjuist doet niet ter zake Een typisch voorbeeld,

Mensen die overgaan houden zeer sterk vast aan de laatste voorstelling die zij van zichzelf hadden. En dan kun je zien hoe mensen zichzelf en elkaar bedriegen. Er zijn mensen bij die er op aarde hebben uitgezien als een levend skelet. Als u hen nu ziet, zoudt u hen zo willen gebruiken als reclame voor de nieuwste mode. stralend. Aan de andere kant. Een heel goed mens gaat over en blijft altijd het oude vrouwtje met haar sloofje (schortje) om, alsof ze dadelijk op moet om Kniertje te spelen. Dit geldt niet voor Esther de Boor ‑ Van Rijk die zichzelf heel anders ziet Er zijn entiteiten die terugkeren naar hun jeugd. Een man van 90 Jaar sterft en als hij zich dan ziet hij eruit als 19. Het is geen vergissing. Het is gewoon het ik‑beeld dat hij heeft. Wij doen dingen. Waarom, doen wij die eigenlijk? Zijn ze noodzakelijk. Dat vraag ik mij wel eens af. Voor ons zijn zo noodzakelijk. De actie is voor ons een methode om ons a.h.w. te, verbinden met al datgene, Wat buitten ons staat. Maar is de actie op zichzelf zinvol in de zin van, als wij het niet doen het dan helemaal niet gebeurt? Ik zou zeggen, dat wij heel vaak bezig zijn om problemen op te lossen voor onszelf en voor anderen die niet zouden bestaan, als wij er niet over zouden denken. Dus ik leef eigenlijk ook in een wereld van begoocheling. Ik ben daar nog niet bovenuit gekomen, omdat mijn wezen nog niet in staat is de dingen allemaal te aanvaarden zonder ze gelijktijdig weer om te zetten in gradaties, in tegenstellingen.

Maya in de sferen is een werkelijkheid. Ook voor mij en ook voor u als u overgaat. Dan zijn er mensen die zeggen, dat is heerlijk, dat zal ik goed onthouden. Als ik dan overga, zal ik voor mij eens oven de ideale wereld te bouwen. Vergeet het naar!

Je kunt geen wereld bouwen met alleen denkbeelden, ze moeten gevoeld zijn. Je kunt niet zeggen, dat voor mij het schitterende kleurenspel zich kan openplooien, indien er niet in mij een ontroering is waardoor dat beeld wordt opgeroepen. Het is dat wat er diep in u leeft dat bepalend is en niets anders. Daaraan kunt u met uw wil en uw gedachten heel weinig doen. Pas als u gaat begrijpen dat u zelf onevenwichtig bent, omdat u op een bepaalde manier schulden wilt aflossen of u iets wilt bereiken en u daaraan gaat wijden of het echt is of niet, dan komt u verder.

Wanneer u overgaat, moet u de wereld waarin u terechtkomt maar aanvaarden. Niet uitroepen. Ja, maar ik ben lid van de Orde. Ik ben lid van de katholieke kerk of ik ben de Paus. Of, ik ben maar een moordenaar of een misdadiger of een politicus; u moet gewoon de wereld nemen, zoals ze is.

De wereld toont de problemen die in u leven. De spanningen die daarin bestaan, zijn de verbeelde weergave van de emoties en de onevenwichtigheid van de emoties die ook in de geest aanwezig blijven.

Dan kijk je eens heel goed naar die wereld. Als er een wereld is waarvan je zegt: ik wil haar eigenlijk niet, dan kun je niet zeggen. Ik verander haar. Je kunt wel zeggen; ik ga op weg. Het is helemaal geen sprookje dat er mensen zijn die een Jakobsladder naar de hemel aan het beklimmen zijn. Je krijgt er kramp van in de benen die je niet meer hebt. Je hijgt met longen die allang niet meer bestaan. Je lijdt eronder, maar je gaat verder. Dat is helemaal niet een proces van klimmen. De uitputting is de uitbeelding van de moeite die het je kost om langzaam maar zeker de gevoelens om te zetten in iets anders. Daarom zeg ik; ga op weg.

Als je een doel hebt onverschillig welk, en je gaat op weg, dan is het bijna zeker dat als je maar doorzet je dat doel ook bereikt; tenminste als dat doel te maken heeft met innerlijk, met je vrede. De rest blijft een spelletje dat je zelf projecteert.

Dan zijn er ook mensen die zeggen; kunnen wij dan niets doen voor onze dierbare overgeganen. Natuurlijk kunt u dat. Niet dat het voor u mogelijk is om b.v. door bidden en aflaten eventjes de zondaren uit het vuur te halen, een douche te geven en vervolgens in de hemel te parkeren. Maar omdat uw aandacht, uw genegenheid ‑ of die nu biddend uitdrukt of met een bloemetje of alleen maar in een voortdurende herinnering ‑ voor de ander een bevestiging is van zijn wezen.

Meestal zijn mensen, die pas zijn overgegaan nog zo sterk harmonisch met de wereld dat ze die dingen opnemen. Daardoor wordt voor hen het innerlijke gevoel van aanvaarding zo groot dat ze ook datgene wat naar hen toekomt kunnen aanvaarden zonder gelijktijdig in een verzet of in een poging om het te veranderen los te breken. Dat Is het begin van het bewustwordingsproces.

Dan kan ik natuurlijk ook nog wat zeggen over de verlichting. Ik heb het zelf niet meegemaakt. Ik moet hier dus spreken van horen zeggen.

Verlichting is eigenlijk het wegvallen van je persoonlijke problemen, van je persoonlijke gevoelens van onvolledigheid. Daardoor sta je open voor alles wat er rond je bestaat. Je ziet het niet meer als een belasting, een conflict of iets waaraan wat gedaan moet worden; je beleeft het gewoon en je blijft jezelf. Ik geloof, dat dat in de verlichting het werkelijk belangrijke is aanvaarden, niet afwijken, niet je laten verleiden tot acties al zijn ze nog zo leuk. Je niet laten omkopen zelfs door de behoefte een ander te helpen. Dat kan later wel. Het is de absolute verstilling waarin je alle dingen aanvaardt; tenminste dat hebben ze mij verteld.

Ik vraag mij wel eens af hoe zij eraan zijn gekomen, want Verlichten komen maar heel zelden terug. Als iemand zegt dat hij een boeddha is, dan kun je je afvragen of hij wel weet wat boeddha zijn betekent. Ik voor mij meen duidelijk te hebben gemaakt dat er inderdaad een leven vol begoochelingen bestaat, ook na de dood. Ik heb geprobeerd u aan te tonen dat datzelfde ook in uw wereld geldt. Ik hoop u duidelijk te hebben gemaakt dat ook die illusies een werkelijkheid zijn.

Uw girocheque is eigenlijk niets waar. Het is een boekhoudkundige fictie van geld. Maar als iemand uw chequeboekje steelt, dan zit u wel mooi onthand, of het illusie is of niet. Want voor u is het echt en voor uw wereld is het echt. Dat moogt u nooit vergeten. Maya is weliswaar illusie, meer achter maya staat de werkelijkheid. Een werkelijkheid die wij niet kennen en die wij daardoor in allerlei delen en tegenstrijdigheden interpreteren.

Ik hoop, dat ik u tevens heb duidelijk gemaakt dat je na die overgang je wereld niet willekeurig kunt veranderen, maar dat je wel kunt proberen in een steeds intensere, in een meer harmonische, mate zelf je wereld te zijn.

 

 


 

EPILOOG.

Wij hebben op uw verzoek gesproken over maya in de sferen.

Het zal u duidelijk zijn dat begoocheling een door denken geschapen onwerkelijkheid, niet alleen voor de sferen maar voor het gehele bestaan, bepalend is voor zover wij het beleven. Of wij dit erkennen of niet, maakt weinig uit, omdat wij geen methode kennen van zelfbewustzijn zonder juist die complexiteit van allerlei voorstellingen. Dat betekent, dat we nooit kunnen aannemen dat het bereiken van een bepaalde sfeer of wereld op zichzelf voldoende is. Alles is een proces waardoor wij langzaam maar zeker al datgene verliezen wat ons tot een ikje in de wereld maakte het voortdurend herkennen van de tegenstellingen tussen onszelf en het andere.

 Op het ogenblik, dat wij een versmelting aanvaarden, zullen wij nog bestaan, maar het bestaan heeft dan geen betekenis en geen zin meer middels uiting. Het is op zichzelf de ervaring van het geheel. Naar men mij vertelt, is dat een verrukking die door niets anders kan worden overtroffen. Maar zelfs daar weet ik niet, of dat een illusie is of niet.

 Wanneer wij vanavond afscheid van elkaar nemen, dan besef ik heel goed dat ik u achterlaat met meer onzekerheden dan zekerheden. Onthoudt u een ding. U bent het die bepaalt wat voor u goed en wat kwaad is. U bent het die bepaalt wat voor u waar is en wat onwaar is. U bent het die in het eind uitmaakt wat u voor de wereld en wat de wereld voor u betekent. U kunt echter deze dingen nooit splitsen. Het zijn altijd eenheden. Elke tegenstelling is een eenheid. Daarom moet u gewoon uw eigen weg zoeken.

Of u wilt denken over de sferen of niet, doodgaan doet u toch wel. U komt terecht in een andere vorm van bestaan. Daar ze voor een groot gedeelte uit uzelf wordt geboren, zal ze altijd anders zin dan datgene wat u heeft verwacht.

Zeker, als u harmonisch bent met de Orde, dan is er een contact. Dat betekent niet, dat er een hoop mensen op u staan te wachten en roepen, Hoera, daar hebben we weer een lid van de Orde! Het betekent alleen dat in uw bewustzijn de waarden, die de Orde uitdraagt, kenbaar worden en dat u dan langzaam gaat erkennen; he, hier zijn anderen die bij mij horen. Misschien dat u een voorstelling daarvan gaat maken en dan ontmoet u hen. Dat is de werkelijkheid. Daarom moet u vandaag leven zoals u het vandaag volgens uw beste innerlijk weten goed acht. Laat u niet misleiden door hetgeen anderen zeggen. Wat de wereld zegt, is eveneens illusie als datgene wat u zelf meent. Kies dan voor de illusie die het best bij u past. Zorg ervoor dat u innerlijk tevreden kunt zin. En laat het vooral niet zover komen dat men ‑ zoals onze vriend Henri eens zei ‑ later moet constateren, mijn grootste zonde was een gemiste kans. Want dat is de werkelijkheid, onze werkelijkheid.

Wanneer wij onszelf waarmaken, vergroten wij ons bewustzijn en ons vermogen om met anderen harmonisch te zijn. Op het ogenblik, dat wij dat vergoten en onszelf proberen om te vormen tot iets dat behoort tot de illusies of de werkelijkheid van anderen, zullen wij daardoor onszelf ongelukkig maken, ook al beseffen wij het niet. En dan zullen wij daaruit conflicten zien voortkomen die zowel op aarde als bij de maya in de geest van grote betekenis zijn.

Wees uzelf. Zorg, dat u altijd met en over uzelf tevreden kunt zijn. Als u dat doet, dan heeft u het belangrijkste gedaan dat een mens kan doen.

Ik dank u voor uw aandacht.


 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 


 

 

 

WENST UZELF EEN VOORDRACHT VAN GENE ZIJDE BIJ TE WONEN  ---  DAT KAN

OP 20 JANUARI 2009 OM 20.00 UUR GAAT ER EEN NIEUWE REEKS VAN MAANDELIJKSE SPIRITUELE BIJEENKOMSTEN VAN START

o.l.v. Gene Zijde.

Vervolgens iedere derde dinsdagavond van de maand om 20.00 uur.

Telkens zal er een onderwerp aan bod komen dat gelinkt is aan de huidige situatie op aarde.

Er wordt ook een mogelijkheid gegeven tot vragenstelling aan Gene Zijde.

Afsluiten van de avond door een begeleide meditatie.

Vooraf telefonisch inschrijven is noodzakelijk

Via het nummer 00 32 (0) 3 252 74 70