08-02-09

DE DRUÏDEN.

D E  D R U Ï D E N.

Als we terugdenken, komen wij bij de druïden terecht, de zeer vroege Kelten. Die vroege Kelten waren, al klinkt dat misschien een beetje fabelachtig, een slavenvolk van Atlantis. De gehele opbouw van de druïden herinnert aan zaken uit dat fabuleuze verleden. Hun wijze van werken echter was toch meer op de natuur gericht dan op de lichtgeesten, die vooral door de witte Atlantiërs werden, vereerd.

De oorspronkelijke orde, want 't is altijd een orde, een aparte kaste geweest, bestond uit magiërs, tovenaars. Een groot gedeelte van hun kunde en kennis hebben ze waarschijnlijk overgeleverd gekregen uit deze vroege Atlantische beschaving. Het is heel waarschijnlijk dat de wijze waarop zij later een natuurverering hebben opgebouwd mede te maken heeft gehad met al datgene wat zij in het verleden eens hadden geleerd.

Er was in het begin dus geen splitsing van functies. De priester, was tevens bard. Hij was leermeester, heelmeester en gaf ook orakels. Maar al heel gauw ontstond er in die orde een splitsing van functies. Er was toen nog geen sprake van een werkelijke rangorde. Er waren magiërs die bijzonder bekwaam en beroemd waren. Natuurlijk zullen de anderen die niet zo bekwaam waren rekening met hen hebben gehouden; maar zij waren geen meester, geen hogepriester of iets dergelijks. Eerst toen de grote magiërs begonnen uit te sterven en dus veel van de oude kennis teloor was gegaan, bouwde zich een hiërarchisch geheel op. We zouden dit ongeveer als volgt kunnen indelen:

Boven aan de top de magiërs die tevens hogepriester waren. onder hen rituele priesters, die een aantal soms bijna zwart‑magische rituelen voltrokken voornamelijk in heilige wouden. Daarnaast waren er nog een soort koor‑priesters die vooral optraden bij bijzondere gelegenheden als mid‑zomer en mid‑winterwouden wanneer er grote plechtigheden plaatsvonden inclusief invocaties, incantaties, evocaties t.a.v. zon en maan.

Dan zien we een lichte scheiding, want de koorleden waren vaak ook nog heelmeesters. Maar er waren ook heelmeesters die bard waren. Hier loopt de zaak dus iets door elkaar.

De barden waren dichters, zangers, maar eigenlijk voornamelijk historici. Hun belangrijkste taak was het opleiden van jonge druïden en niet zoals u misschien denkt het rondgaan en verkondigen. Dat kwam meestal later, wanneer ze hun taak redelijk hadden vervuld gedurende een aantal jaren. Dan gingen ze op trektocht zoals bepaalde monniken dat in de middeleeuwen deden en ook Lama's nog in de jaren dertig.

Hun repertoire had een aantal eigenaardigheden. Zij bezongen voornamelijk veldslagen. Verder ging het over moed, over trouw, over goden en over offeren. Zij kenden wel liefdesliederen, maar die waren altijd nog wel aan strijd en geweld gekoppeld.

Symbolen gebruikten ze ook. Hun symboliek herinnert hier en daar zij het in een heel verre verte ‑ aan datgene wat we nog in Mexico vinden. Licht vertekend vinden we nog enkele van die symbolen terug in Oud‑Egypte voor de koppeling van de twee rijken.

Wat is hun werkelijke betekenis? Zolang zij de werkelijke magie kenden, hadden ze een grote geestelijke kennis. Daarnaast hadden ze een mate van materiële wetenschap die zelfs in uw dagen hier en daar nog opzien zou kunnen baren. Zij waren in staat om inderdaad met geesten te communiceren. Zij spraken ook met degenen die naar hun zeggen reizen tussen de sterren. Deze uitdrukking is een zeer ‑vrije vertaling van een oud‑Keltische formule, maar wijst erop dat ze nok ergens met de ruimtevaart verbonden waren, ‑althans overleveringen van die aard koesterden.

Zij konden bepaalde dingen absoluut beheersen. Zij kenden een weer‑magie die voor een deel ongetwijfeld uit meteorologische kennis bestond, maar daarbij toch wel opzienbarende stormen, regenvlagen of zonnige dagen kon opwekken precies zoals ze nodig waren.

Het is duidelijk, dat ze ook een heel goed verbindingssysteem hebben opgebouwd. Oorspronkelijk waren het de magiërs die dit systeem hadden. Het berustte voornamelijk op telepathie tussen hen, hun leerlingen en hun soortgenoten. Later echter werd er een heel verbindingssysteem gevormd. Dit strekte zich zo ver uit dat zelfs aan de grens van de Schotse Hoog­landen na drie ‑ vier dagen reeds bekend kon zijn, wat er ergens in Bretagne was gebeurd. De invloed van de druïden strekte zich dus betrekkelijk ver uit, want tot zelfs in Baskenland waren er druïden, althans ingewijden van de druïdische Cultus.

Dat zij grote politieke invloed hadden is zonder meer duidelijk. Deze invloed zal nog voortduren tot in de tijd dat de Romeinen Engeland bezetten. Hun geestelijke mogelijkheden zijn wat twijfelachtig. Er zijn magische riten waarbij een haan word geslacht, dat moest dan bij cockcrowing (eerste hanegekraai bij zonsopgang), gebeuren. En dan is het nog heel belangrijk of het een witte of een zwarte haan was. Voor de verschillende plechtigheden moest dit een andere kleur vogel zijn. Verder worden er offers gebracht van fruit en groenten. In sommige gevallen werden er ook mensenoffers gebracht.

Bij deze mensenoffers was het opvallend dat in de oude riten het hart uit het nog levende lichaam werd gerukt door de offermeester; iets wat we ook in Mexico vinden.. De darmen werden voor orakel gebruikt. Ditzelfde kan ook gebeuren met dieren, dat loopt dan van een koe, een hert tot een vogel toe. Al deze pogingen om de toekomst te kennen wijzen erop dat de oorspronkelijke kennis van de tijd, die de magiërs bezaten, teloor is gegaan. Maar ze konden vaak toch zeer opzienbarende voorspellingen doen en daardoor vergaarden zij ook veel bezit.

Het is bekend, dat de druïden vele schatten hadden. Er wordt gesproken van een fabelachtige hoeveelheid parels, al zou ik niet weten waar ze die vandaan hadden. Daarnaast beschikten ze over koper en lood; metalen die heel belangrijk waren in de tijd waarin ze leefden. Dat ze ook over goud zouden beschikken, lijkt mij in oudheid wel juist, maar voor de latere tijd weet ik het eigenlijk niet.

Wat konden zij doen? Zij konden een volk onderrichten. Door hun uitermate snelle overbrenging van gegevens tussen ver uit elkaar gelegen plaatsen konden ze ook voorspellingen doen die later worden bevestigd, ofschoon de voorspelling berustte op feiten die al waren gebeurd. Ze hadden een grote invloed op het volk en worden langzaam maar zeker een volledig afgescheiden kaste.

Was er in de begin‑ en middenperiode van de druïden nog de mogelijkheid voor een gewoon mens om tot de orde toe te treden, later werd dit in steeds mindere mate aanvaard. Huwelijken, oorspronkelijk toegelaten tussen buitenstaanders (vrouwen) en leden van de orde der druïden, werden ook verboden. Op den duur kwam er een regel waardoor de druïde alleen met een afstammeling van druïden mocht huwen. Ik denk, dat ze juist daardoor zeer geheimzinnig waren. Vergeet niet dat ze kenners van de natuur waren. Helaas niet van de menselijke natuur, anders hadden ze een aantal van hun leden ongetwijfeld uitgestoten.

Wij vinden bij hen een aantal symbolen die later (tot zelfs in strip­ verhalen toe) nogal opzien baren, zoals b.v. de gouden sikkel. De sikkel is het instrument waarmee wordt gesneden. Dat die van koper was (dus niet van goud) is ook weer te verklaren uit het feit dat dit een zeldzaam metaal was, dat het dus kostbaar was en dat het aanzien verleende.

Men zei ook dat dit metaal, mits met de juiste kruiden behandeld en op de juiste wijze eerst magisch voorbereid, in staat was om de draden van het noodlot door te snijden of, omgekeerd gebruikt, te hechten. Wanneer iemand op reis ging, dan zou hij, als een druïde hem wilde zegenen, zich aan de volgende plechtigheid dienen te onderwerpen. Er word een soort litanie gezongen waarmee allerlei krachten werden aangeroepen. Daarnaast werd met een tak, meestal een maretak (mistletoe) een magische ring om hem heen getrokken. Dan kwam de hoofddruïde, nam zijn sikkel en onder een incantatie die het verdrijven van alle kwaad ten doel heeft, werd de tak heen en weer bewogen en wel steeds werd de tak meermalen boven, diens hoofd heen en weer in de richting van de snijkant. Hierdoor word dan, naar men zei elke verbinding met kwaad verbroken en kon geen enkele magische draad of de noodlotsdraad de persoon verder beïnvloeden. Hij zou dan veilig zijn voor vele gevaren.

Dit zijn de eenvoudigste plechtigheden. Dat ze de barden steeds belangrijker maken is ook te begrijpen,. Magie‑ maakt meer indruk, als ze berijmd is. Het is net zoiets als bij Orde het Schone Woord dat de mensen meestal nogal versteld doet staan, omdat het een cadans heeft en een soort rijm. Op dezelfde manier heeft men dus langzamerhand van de barden de mensen gemaakt die de incantaties omwerken tot ze werkelijk bijna liederen worden.

In hun eigen omgeving zijn de druïden niet zo erg op dergelijk lange plechtigheden gesteld. Je zou zeggen, dat ze soms te lui zijn daarvoor. En omdat ze enkele nederzettingen hebben waaronder vroegere vestingen, enkel van die heuvels kun je nog aantreffen in Wales, zijn ze in staat om onderling een heel aparte leefwijze op te bouwen.

Hun betekenis voor het nageslacht ‑ die is er ongetwijfeld ‑ is te danken aan de manier waarop ze elkaar opvoeden. Er is een buitengewoon sterke discipline. Als u zich realiseert dat deze bij de stammen van die tijd niet bestond en dat zelfs bekenden moesten bidden, smeken en omkopen om de krijgers werkelijk mee te krijgen, zelfs de eigen onderdanen, dan kunt u begrijpen dat juist de echte organisatie en samenhang langzamerhand kon worden overgebracht naar delen van het volk.

Als we later met de Arthur ságen en legenden werden geconfronteerd, dan gaat het over een vorst die wel heeft geleefd, alleen heette hij geen Arthur en zijn burcht was heel anders dan men die zich tegenwoordig voorstelt. De Ronde Tafel waarover zoveel te doen is geweest was er ook niet. Datgene wat u tegenwoordig daarvan getoond wordt is, meen ik, in ongeveer 1490 gemaakt en later nog een keer gerestaureerd toen een koning voor politieke doeleinden die tafel nodig had. U ziet, de politiek doet ook veel. Maar de Arthurlegende toont ons Merlijn, de grote tovenaar. Merlijn was zeer waarschijnlijk een overleveringsfiguur geënt op een van de grote magiërs van de druïdén. Zo sterk speelde dus al datgene wat bij de druïde‑orde bestond en de kennis en middelen die ze bezat een rol in het volksdenken. Want de Arthur legende, al is ze natuurlijk neergeschreven door de meer geletterden, leefde eigenlijk voor een groot gedeelte reeds in allerlei volksoverleveringen en sagen. Mag ik daaruit de conclusie trekken dat de invloed op het gehele Engelse volk betrekkelijk groot is. Dat hun gewoonte om bij de opvoeding de berkenroede te hanteren ongetwijfeld nog invloed heeft in deze dagen. Zoals ook op vele scholen het z.g. 'caning' voorkomt waarmee de schuldige niet met strafregels maar met enkele slagen op het achterwerk pleegt te worden terecht gewezen.

De technische kennis van de druïden is grotendeels teloor gegaan. Toch kunnen we nu nog in restanten van oude loodmijnen en ook in andere mijnen iets vinden van een techniek die weliswaar primitief is, maar die toch ver boven het kennen en kunnen van die tijd uitgaat en zeker als we rekening houden met schachtdiepten van 200 m. die voorkomen. Zij zullen dus middelen hebben verschaft bij o.m. tin‑ en looddelving waardoor het volk eigenlijk een belangrijke rol kon gaan spelen o.m. in de ruilhandel.

Ik denk verder dat de wijze waarop zij een soort bondgenootschap, een discipline, ontwierpen die de arbeiders van een mijn t.a.v. elkaar verbond en vaak ook de bewoners van kustdorpen, nu nog doorwerkt in de volksaard. Als je Engelse organisaties ziet, dan zijn ze namelijk veel meer aan elkaar gebonden en veel sterker op elkaar ingesteld als leden dan u in Nederland doorgaans zult zien. Misschien is dat ook een van de redenen dat Maçonnieke Loges in Engeland voor het eerst een discipline vertonen die pas veel later wordt overgenomen door o.m. Parijs, later ook Brussel. Invloed hebben ze dus gehad op de historie.

Wat is hun betekenis in de historie? Dat kunnen we alleen filosofisch beantwoorden. Er bestaat in de mensheid altijd een soort overlevering. Deze overlevering wordt dan door enkele figuren gedragen. Als dragers van overlevering zijn de druïden ongetwijfeld van betekenis. Ze zin ook heel machtig; Het feit, dat zij hun eigen recepturen kennen; speelt natuurlijk een rol. Maar veel meer, meen ik, is het van belang dat zij, door de macht die zij vertegenwoordigen ook een aantal geestelijke elementen overbrengen aan het volk.

Als wij ons realiseren hoezeer Engeland in bijna alle kringen een soort bijgeloof of spiritisme kent (Je wil beide niet op gelijke trap zetten) en hoe men openstaat voor paranormale verschijnselen ook interesse heeft daarvoor, dan denk ik toch wel dat ook dit is terug te vinden in de riten van de druïden waarmee men soms geesten opriep en die dan ook inderdaad verschenen. Waarbij men ook werkte met vormen van mediumschap, maar ook met offergaven die waren bestemd op datgene wat men wilde oproepen; b.v. de zon bracht je een bloedoffer, de maan meestal een fruitoffer. Alleen wanneer zon en maan beide gelijktijdig worden geëerd en dan moeten ze beide nog te gelijk aan de hemel staan, dan gebruikte men het dubbele bloedoffer. Er waren dan twee plengaltaren in plaats van een. U kunt dat nog terugzien in Stonehenge en in verschillende andere tempelcirkels die zijn overgebleven.

Dat de druïden zich buitengewoon goed konden oriënteren is ook waar. Als we rekening houden, zelfs nu nog, met de wijze waarop in Stonehenge de stenen zijn gezet, maar ook de menhirrijen zijn opgericht in delen van Bretagne en de bijlringen met de bijlopening zijn georiënteerd, dan komen wij toch tot de conclusie dat deze mensen een zeer duidelijk begrip moeten hebben gehad van windstreken en van oriëntatie.

Ik denk, dat dit heeft bijgedragen tot zeker de vroegere zeevaart en tot legenden als die van Brendaan. Ze zouden wel eens te maken kunnen hebben niet met een heilige St. Brendaan maar met zeevaarders die juist door datgene wat de druïden aan zekerheden en aanwijzingen gaven in staat waren om verre reizen te ondernemen zonder daarbij de kust de volgen. Iets wat in die tijd uitzonderlijk moet zijn geweest.

Vraag je je af, of ze geestelijk erg belangrijk zijn geweest, dan sta ik eigenlijk in dubio. Enerzijds niet. Veel van hetgeen zij hebben gedaan is in heel Europa in die tijd ook gangbaar geweest. Het aanroepen van natuurgoden. Het werken met en in heilige wouden. Genezende bomen, ofschoon het een pijnlijke remedie lijkt, als je ziek bent om door een gespleten wilgenboom gesleurd te worden. Verder verering van stenen. Het maken van cirkels. Dat komt tot in Rusland voor. Zelfs in de buurt van Odessa zijn nog enkele van die ruïnes overgebleven welke niet zijn aangetast, door de kameraadschappelijke socialistische samenwerking.

Hadden die ruïnes een bijzondere betekenis? Ik denk, dat we hier weer moeten terugvallen op hun oorsprong; het feit dat daarin ook een zeer belangrijk deel van de witte magie werd bewaard. Daarnaast moeten we ook terugvallen op het feit dat ze voor Engeland een eigen vorm vonden die oorspronkelijk alleen in het zuiden domineerde ‑ maar langzamerhand tot zelfs in delen van ‑ de Hooglanden word geaccepteerd.

De druïden hebben in ieder geval een aantal riten gebracht waardoor geestelijke inwijding mogelijk was. In enkele gevallen dringt zich een parallel op met b.v. de Mithras‑inwijdingen al zijn de symbolen wat anders en ook de benamingen van de graden. Maar ook hier confrontatie met de elementen. Ook hier de strijd met en ten slotte de onderwerping aan de zon.

Het is heel belangrijk, dat men zich realiseert dat de druïden dus wel een uitzonderlijke groepering zijn. Maar hetgeen zij in hun verder bestaan voor een groot gedeelte leren eigenlijk een weerkaatsing is van het denken dat ook elders bestaat en dat daarbij disciplines worden gebruikt die eveneens elders aanwezig zijn.

Als wij spréken over b.v. de cirkel (een door de druïden nogal veel gehanteerd object), dan moeten we toch constateren dat die overal is te vinden. Ook in de Oeral, ook in de Kaukasus, ook in grote delen van Noord‑Afrika. Daarvoor behoef je heus niet alleen naar Engeland of Tagne te gaan. Dus buiten liet Keltische gebied zijn ze ook aanwezig. In hoeverre daar een invloed bij is van de z.g. eerste en tweede Atlantische trek, blijft een raadsel. Het is zeker mogelijk, dat een deel van die leer door een trek, die zich langs de Noord Afrikaanse kust en vervolgens deels weer terug, o.m. door een deel van Turkije, Griekenland zich aftakkend naar het noorden en verder weer terugkerend naar de kust (Bretagne) en waarschijnlijk ook naar Engeland, die verspreiding heeft veroorzaakt.

Een ding is zeker, in de tijd waarin de druïden een bekende grote organisatie zijn, is die trek allang afgelopen. Datgene wat zij hanteren is een geestelijk machtsmiddel waarbij ze hypnose en suggestie gebruiken, maar wel degelijk ook reëel contact opnemen met andere werelden dan de uwe. Zij hebben daardoor de mensen wel geestelijk voorbereid op een manier, die elders misschien wel door de opkomende kerstening voor een groot gedeelte teloor is gegaan. Ik ben mij ervan bewust, dat dit een algemeen beeld is. Laat ons volstaan met de stelling: De druïden waren een afgesloten priestergemeenschap, verdeeld in vele rangen en functies met grote politieke macht, met magische kennis en daarnaast rijkdommen die voor die tijd bijna onmetelijk waren.

 

 

 


 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

19-08-08

DIERSYMBOLEN in de MAGIE.

DIERSYMBOLEN IN DE MAGIE.

Als wij kijken naar de meest primitieve vormen van magie, dan valt ons reeds op dat het dier daarin een heel grote rol speelt. Gaan we kijken in de verschillende caves (grotten), dan vinden wij daar tekeningen, die vaak een ritueel doel hebben gehad. Men heeft daar met een enkele lijn, zo mooi dat een cartoonist in deze tijd met alle middelen die hem ter beschikking staan het niet zou kunnen verbeteren de dieren gekarakteriseerd die men jaagde. En dat is te danken aan het feit, dan men ook in die tijd al dacht dat de tekening identiek was met hetgeen was getekend. Dus ik teken een stier (oeros was het dan in die tijd) en ik trek daardoor a.h.w. een eeros aan. Wat ik zeg tegen de tekening, dat zeg ik eigenlijk tegen het dier.

Het is geloof ik vooral deze mentaliteit, die uit de vroege periode van de mensheid stamt ‑ althans uit een laten we zeggen wat verwilderde periode van de mensheid ‑ die de dier‑magie en ook de dier‑symboliek in de magie haar gezicht heeft gegeven.

De goden droegen dan ook vaak dierenmaskers. Ook dat behoeft ons niet te verwonderen. Als we naar Egypte gaan en we zien Anubis rondlopen met het masker van een jakhals, dan denken we aan de god van de dood. Maar we denken ook aan het geheimzinnige gebied van de woestijn, waarin je zo gemakkelijk sterft, waaruit je niet terugkomt. De enige die terug komt is steeds weer de jakhals. Is het dan niet logisch dat we het dier als attribuut gebruiken voor een god? Als we denken aan de rivier de Nijl, aan de ene kant gevaarlijk en verrader­lijk en aan de andere kant toch ook weer levenbrengend en vruchtbaarheid gevend, waarom zouden we dan ook niet een van de dieren in die Nijl, de kro­kodil (Sebek) niet alleen tot Nijl‑god benoemen, maar hem ook tot een vruchtbaarheidssymbool maken; wat dan ook in feite is gebeurd. Zo zien we overal weer dat de karakteristiek van het dier en de karakte­ristiek van de god a.h.w. worden vereenzelvigd. Dan komt men al vanzelf tot voorstellingen, die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben.

Een mooi voorbeeld daarvan vinden we b.v. in de Chinese Draak.

De draak is eigenlijk een fabeldier. (Er zijn er trouwens meer. Denkt u aan de griffioen.) Maar het belangrijke van de draak is weer de eigenschappen, die hij bezit. Hij spuwt vuur, hij vliegt, hij kan de aarde betreden en rivieren versperren. Kortom, hij gedraagt zich als een heerser van de vier elementen.

De oorspronkelijke Chinese magie (heel wat sterker dan de religie ooit is geweest) gaat juist uit van elementen, van elementale krachten. Dit komt zover dat de draak zelfs de figuur wordt van een machtige geest, die ergens in een berggrot woont en die uitgaat om zo hier en daar het een en ander te doen. Het zal u duidelijk, dat een symbool dat op die manier tot stand komt op den duur associatieve betekenissen krijgt. In de magie is niet zozeer het symbool op zich belangrijk als wel hetgeen wij er achter zoeken.

Laten wij eens kijken ‑ we hebben het nu over China gehad ‑ naar de Chinese magiër. Hij kan zich richten tot de Witte of de Hemeldraak. Hij vraagt de krachten van de natuur om hem te helpen. Dan moet hij zich met geestenzwaard, geestendolk en bovendien een bepaald soort fluitje (kennelijk heeft hij ook dressuurneigingen) met geheel zijn wezen richten tot deze Draak. Hij brengt brandoffers en bezweert de Draak hem te verschijnen; wat dan ook prompt gebeurt. De Draak kan dan de wensen horen van de magiër en zal deze vervullen, tenzij de magiër hem vreest. Een belangrijk punt weer in de magie! Zijn we bang voor iets, dan gaat de zaak niet door en worden we zelf het slachtoffer: ook als we te maken hebben met de beste en hoogste goden, zoals de Witte Draak.

Gaat de magiër nu het kwaad bestrijden, heeft hij dus geen positieve wensen maar wil hij kwade dingen doen of een kwaad, dat is geschied, herstellen, dan moet hij zich richten tot de Rode Draak. Daartoe brengt hij zichzelf in een trance. De Witte Draak kan naar je toekomen, de Rode Draak niet. De Rode Draak daar moet je naartoe gaan, want zou je die oproepen, dan roep je een kracht op die de aarde kan verbranden. Er staat letterlijk, dat je afdaalt in een grot en staat tegenover de Rode Draak, omspoeld door vuur enz. enz. en dat je hem dan met de ban van een paar namen, een gewijd zwaard en een gewijde dolk voortdurend in bedwang moet houden. Maar als je tegenover die Draak kunt staar. en niet voor hem terugdeinst (een heel belangrijk punt), dan zal hij zich jouw gevangene voelen en zal je een wens toestaan. Een element', dat we ook in sprookjes heel vaak vinden. Trouwens, ik zeg nu sprookjes. Wist u dat we daarin ook elementen vinden, die kennelijk be maken hebben met die oude dier‑magie?

 

De prins trekt uit. Hij is goed voor een vogel en deze komt hem helpen. Wat is het voor een vogel? Het is meestal een soort mees. Waarom? Omdat de mees in een bepaalde magie ook wordt gezien als de beheerser van de vogels. Vreemd genoeg dus niet de adelaar. Die is wel een vorst, maar het is de mees die invloed heeft. En dan is het ook duidelijk dat de magiër, die in die richting wil werken juist zoekt naar een mees met een bepaalde tekening en deze als offer brengt. U kunt natuurlijk zeggen: Ach, wat jammer van het lieve beestje, maar dat is nu eenmaal zo.

Als je een boodschapper nodig hebt, dan is daar de kraai. En vooral ook vinden we ‑ vreemd genoeg ‑ bij de Druïden de kraai als de boodschapper van kwaad, maar daarnaast ook de boodschapper van Wodan. De kraai is het, die de verbinding tot stand brengt tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden. Ik moet dus een kraai offeren, indien ik zeker wil zijn dat mijn boodschap de goden bereikt.

De magiër maakt gebruik van de kraai als boodschapper, maar daardoor gaat hij denken dat de kraai bijzondere eigenschappen heeft. Zo lezen we veel later in een recept uit ongeveer 1500, waarin wordt gezegd dat voor een bepaalde bezwering, waarmee een grote luchtgeest moet worden bezworen, het nodig is om in het reukwerk, te branden in het ‑voornaamste ‑wierookbekken (een houtskoolbekken). o.a. de hersens en een slagpen van een zwarte kraai. De cirkel dient met het bloed van die kraai te worden besprenkeld.Weer iets eigenaardigs.

Dan zien we heel vaak dat dieren een symbolische betekenis krijgen, omdat ze een rol spelen in een geloof. Het offer van een zwarte haan vinden we pas, nadat het Christendom vaste voet heeft gekregen in Europa. Waarom? Dat is heel begrijpelijk. Toen Petrus zijn meester verraadde, deed hij dat, voordat de haan kraaide. De haan is de bevestiger van het kwaad. Als het dus een satanistische ritus betreft (dat gebeurt zelfs in deze dagen nog wel hier,en daar), dan is het noodzakelijk dat voor elk verbond, voor elke belofte bloed eraan te pas komt. Het beste bloed voor een bevestiging is dat van een zwarte haan. Het mag geen kip zijn, het moet een haan zijn.

U ziet, dat dieren hun betekenis in de magie hebben door hetgeen ze betekenen en, door wat de mens erbij denkt. Als je ziet hoe enorm geconstrueerd die denkbeelden vaak op de achtergrond zijn, dan vraag je je wel eens af: Zijn die mensen nu wel bij zinnen geweest? Daarom moeten we ook naar een ander aspect kijken dat even belangrijk is.

Het dier heeft levenskracht, dat weet u allemaal. Maar een dier, dat minder zelfstandigheid van denken en van gedrag bezit dan de mens, zal dus altijd behoren bij een hogere entiteit,een overheersende natuurgeest. Die natuurgeest zal in karakter ‑ zo redeneert de magiër – overeenstemmen met het karakter van het dier. Als ik b.v. een hond offer, dan moet ik re­kening houden met dezelfde gevaren die ik krijg, indien ik een wolf offer. De geest die ik oproep is woest, maar hij bezit een enorme kracht om te achtervolgen.

Het offer van een kat komt niet zoveel voor. Dat is waarschijnlijk te danken aan het feit, dat katten in verschillende culturen (o.a. de Egyptische cultuur) heilig zijn geweest. De kat is ook het symbool van een wezen, dat wandelt tussen twee werelden. Het offer van de kat wordt dus alleen onder zeer bijzondere omstandigheden gebracht en ontsluit dan wat men noemt het rijk der doden. Hier wordt aangenomen, dat de kat ziet wat de mens niet ziet, weet wat de mens niet en a.h.w. wandelt in de wereld waarin ook de doden zijn. Voor bepaalde dodenbezweringen werden dus inderdaad katten geofferd.

Het is opvallend dat primaten, zoals b.v. de aap zelden worden geofferd. Uitzonderingen daarop zijn wel te vinden. Er zijn een paar stammen, die ook een aap als offer brengen, maar voor hen is de aap een gebruikelijk voedingsmiddel; het is dus gewoon een voedseloffer. In alle andere gevallen ziet men ervan af.

De aap lijkt op de mens. Hij is een geheimzinnig wezen. Als we denken aan Hanoeman met zijn apenleger, dan wordt wel gauw duidelijk dat het verschijnen en verdwijnen van die apen, het schijnbaar georganiseerde gedrag van die horden grote indruk moet hebben gemaakt. Men heeft gedacht: het zijn andere wezens dan wij,maar het zijn eigenlijk ook mensen of net als mensen, misschien zelfs demonen. Zo vinden wij het masker van de aap heel vaak als het mom van een krijger. Als er grote machten nodig zijn, dan roept de heidense magiër automatisch naar de aap.

De christen, die heeft geleerd dat dat niet kan, roept de een of andere goede vechter uit zijn eigen pantheon. Hij roept dus St. Michaël aan, de Aartsengel. Wat dat betreft is dit misschien een aardige grap.

Een magiër vergiste zich eens in de naam en in plaats van Michaël riep hij Gabriël. En in plaats van een bezieling voor zijn soldaten te krijgen, werden zij door een danswoede getroffen. (Het staat er letterlijk!) Het was vreemd genoeg een aanroeping, die door een magiër werd gedaan in ongeveer 700 na Chr. toen men de een of andere ketterse sekte te lijf wilde gaan. Dat die mannen door een danswoede werden getroffen, verklaarde de magiër met: "Ik heb me in de naam vergist. Gabriel blaast op een bazuin. En omdat het het Laatste Oordeel nog niet was, kon hij alleen maar een danswijsje spelen."

Ik hoop, dat u daarmee een idee krijgt van alles wat er eigenlijk aan de hand is. Want wat we ook zeggen over diersymbolen in de magie,we moeten een ding goed begrijpen:

De diersymbolen ontlenen hun bestaan niet aan het dier. Ze ontlenen hun bestaan aan de visies van de mens. Soms zien we zelfs dat bepaalde denkbeelden een hele evolutie doormaken. Bekend is in de middeleeuwen (het is het sterkst ongeveer tussen begin 1300 tot 1500) de verering van de Bok van Mendes. Nu zult u zeggen: De duivel is een bok, dus dat is een duivelverering. Dat had u gedacht. De natuurgoden werden vaak afgebeeld als halve

bokken. Denkt u eens aan Pan, denk eens aan de Saters. De geit werd het symbool van deze natuurgeesten.

De Grote Pan is niet, zoals de christenen hebben gezegd, de grote tegenspeler van de Christus, maar hij is ‑ en dat hebben bepaalde sekten lange tijd bewaard ‑ eigenlijk de aanvulling, het complement. De Grote Pan i s de natuur. De Christus is de bovennatuur, Er zijn zelfs mensen verbrand, omdat ze dat hebben verkondigd. Bepaalde kerkvaders zijn in die vroege periode (ong. 300) gewoon uit de kerk gestoten, omdat ze iets dergelijks verkondigden.

Nu is er een overdracht geweest van de natuur god, de Grote Pan, naar de geit. Maar een geit is vrouwelijk en de man was het suprème deel van de schepping, dus moest het suprème dier wel de bok zijn. U zou het niet zeggen, als u hem ruikt, maar zo dacht men dat. Er ontstond dus een verering van de bok. Heel vaak waren er ook afbeeldingen van een bok bij betrokken. Het symbool daarvan was over het algemeen een gelijk‑armig kruis waarboven twee bokshorens waren aangebracht. Hierdoor werd aangegeven, dat men de natuurkrachten stelde boven de miraculeuze krachten, die de kerk pretendeerde te bezitten. Het beroep op deze bok was het beroep op de natuurkracht. Door je op hem te beroepen kon je b.v. regen laten vallen of droogte veroorzaken. Je kon vee ziek maken of gezond maken. Je kon bronnen doen opdrogen en doen ontspringen. Zelfs de bliksem en de storm zou men door een beroep te doen op deze bok kunnen hanteren.

Op den duur werd dat een soort satanisme. De mensen, die daarbij betrokken zijn geraakt, vinden we vooral in de latere satanistische Loges. Denk b.v. aan de satanistische Loges in Parijs in 1600 tot 1800. Daar vinden we dan diezelfde Bok van Mendes, maar nu als de Satan.

In de heksenverhalen vinden we weer de Grote Bok. Denk maar eens aan de bekende verhalen over de Brocken. Op de Brocken verscheen de Grote Bok aan de heksen voor de grote heksensabbat. Daarbij is het symbool natuurlijk vertekend.

Maar wat betekent dit nu in de magie?

Nu zien we dat in de magie soms de oude en soms de latere betekenis wordt gebruikt. Zo bestaat er een aanroeping die zelfs nog gebruikt is in 1800 (het werd nl. ook door bepaalde alchemisten toegepast), waarbij letterlijk het symbool van de Bok wordt getekend. Daarboven en niet daaronder het symbool van het kruis (nu het verlengde kruis) en dan luidt de aanroeping:

"In de naam van de kracht, gesymboliseerd in het kruis, in de naam van de kracht, gesymboliseerd in de horens, roep ik U, o Grote Bok, Gij meester der natuur om mij bij te staan in mijn werkzaamheden." Dat werd dan meestal in het latijn gezegd. En als je ziet wat voor latijn het was, dan was het vaak potjes‑latijn; maar dat was dan voor de geheimzinnigheid.

Hier is kennelijk de bok het oude natuursymbool. Maar nu vinden wij ook in 1600 a 1700 satanisten die spreken. "Gij, Grote Bok, Gij verslinder van het licht." Met andere woorden: hier gaat het om het duister, om de demon.

U zult zich misschien afvragen: Kun je wat met dier‑symboliek doen in de magie? Nou, om eerlijk te zijn niet veel. Want de symboliek op zichzelf is niet zo erg belangrijk. Het belangrijke is juist, dat wij een voorstelling hebben en dat deze dan gestalte krijgt. En dan is het ook heel logisch, dat je b.v. net vossen‑magie in Nederland niets kunt doen, maar wel in Japan.

In Japan leeft op het platteland zelfs nu nog de overlevering van de vossen, die soms menselijke gestalten aannemen, die mensen kunnen beroven, die ze soms ook gastvrij kunnen ontvangen. De vreemde spookgeesten, die door de wouden dwalen en die in de bergen wonen. Deze vossen worden uitgebeeld als natuurgoden. Maar als je een beroep doet op de vossen, dan doe je dus een beroep op deze zwervende geesten van de natuur. Je kunt ze gebruiken als bode. Je kunt ze ook gebruiken om iemand te schaden of om iemand een lijfwacht mee te geven. Daarvoor is de vos als symbool volledig bruikbaar. En dan zal iemand, die in de magie de tekening van een vos of van een aantal vossen gebruikt en daarbij ook de juiste incantatie toepast, daarmee inderdaad iets tot stand kunnen brengen. Als je dat in Nederland zou proberen te doen, dan denk ik niet dat je veel resultaat krijgt. Hoogstens zou je een paar politie‑agenten aan de deur krijgen.

In Engeland bestaat de vos ook als magisch symbool, maar weer heel anders. De vos ‑ in Engeland ontzettend veel gejaagd ‑ staat bekend als een geweldig sportief, sluw en vlug dier. Als je dus snelheid en sluwheid nodig hebt, dan is het logisch dat je de vos als symbool daarvoor neemt. Zo staat in de bezweringen die o.a. nog in het museum van het eiland Man worden bewaard, het recept van een zalfje, dat je kunt vervaardigen , als je je een beetje sterker en handiger wilt maken. Dat zalfje bestaat dan behalve uit enkele kruiden (bijenwas zit er ook nog in) ook uit het bloed, en een deel van de hersens van een vos. Het geheel wordt goed fijngewreven en geroerd. Het zal wel geen aangenaam ruikend middel zijn, maar het schijnt de mensen een enorm zelfvertrouwen te geven. Volgens mij gebeurt dat hoofdzakelijk door de plantaardige bestanddelen ervan, dat wil ik er wel bij vermelden. Maar het idee, dat er iets van een vos in zit, dat je net zo geruisloos, net zo sluw, net zo snel kunt zijn als de vos, dat je net zo'n uithoudingsvermogen hebt als een vos, dat schijnt van groot belang te zijn.

Het is overigens een vorm van magie, die ook in Schotland nog een tijd is gebruikt. En dan komen we toch al heel dicht bij 1800, voordat dat een beetje verdwijnt. Zelfs heel vrome mensen gebruikten het daar.

Als je nu in Nederland over dier‑magie moet spreken, dan is het de vraag welk dier zou Nederland moeten hebben? Een leeuw? Neem me niet kwalijk, de Nederlandse Leeuw is een pop, die alleen brult, als een buikspreker hem bedient. Ik geloof dus niet dat dat redelijk zou zijn. Den Haag een ooievaar? Het bevolkingsaantal loopt terug. Dus daarmee moeten we even voorzichtig zijn. Ik geloof niet, dat je in Nederland met dier‑magie veel zou kunnen doen. Toch kent men ook hier bepaalde symbolen.

Een hond b.v. staat voor trouw. Nu bestaat er (het is uit de Achterhoek) een receptje waarmee "minnaressen zich de trouw hunner minnaars kunnen verzekeren." Gedateerd en het laatst gepubliceerd omstreeks 1870 Daar hak je een paar hondenharen in. Ik weet wel niet hoe je die hondenharen bij een minnaar naar binnen krijgt......Hier is dus kennelijk de hond als symbool van trouw aanwezig. Ik geloof, dat dat voor de Nederlandse magie wel zo ongeveer het enige is.

Er bestond nog wat vogel‑magie in het noorden, hoofdzakelijk op de eilanden. Het meest kwam het voor op Vlieland. Daar had men het symbool van de meeuw, speciaal de kopmeeuw. Daarvan werd gezegd, dat je een ziel kon laten wegvliegen als een meeuw. Dat was eigenlijk een middel om te zien. zo werd het beeld van een meeuw (vaak ook een opgezette meeuw) gebruikt bij bepaalde wichelarijen, vooral als het erom ging om te zien, of schepen waren vergaan of niet. Dat is weer begrijpelijk. Die mensen zaten in omstandigheden waar dat een rol speelde. Typerend is ook, dat van heksen wordt beweerd dat zij met breipennen in eierschalen roeien, wanneer zij de storm oproepen op zee. Hier is ook weer het vogelelement ergens mede aansprakelijk. Een vogel betekent: kunnen vliegen, begrenzingen overschrijden. Het betekent a.h.w. het vermogen tot registreren van iets wat elders niet zichtbaar is.

Laten we nu eens kijken hoe in Egypte de schrijver der goden werd uitgebeeld. Vreemd genoeg als een Ibis , een vogel.

Laten we dan nog een eind verder gaan. Er wordt in China een soort rijstvogel beschouwd als de spion van goden en demonen.

Als we gaan kijken in Zuid‑Amerika, dan vinden we daar ook bepaalde diersoorten, die worden beschouwd als godensymbolen. De gier b.v. werkt hier en daar nog als symbool van strijd. Je zou het niet zeggen. Je zou denken: prooi verslinder, dood aas eter. Maar in bepaalde streken is hij nog het symbool van strijdbaarheid. En dat is zeer waarschijnlijk, omdat men ‑ gezien de vreemde hals van het dier ‑ op hem de symboliek van de gevleugelde slang heeft overgedragen. Elders is de adelaar bekend of de condor. Deze worden beschouwd als grote jagers, ontzettend scherp ziend, geheim­zinnig, je weet nooit precies waar ze naartoe gaan en als vertegenwoor­digers van goden, geesten, of van voorouders. Dat is trouwens ook in Noord‑Amerika het geval geweest.

Er is b.v. bij de Sioux-indianen een onderstam geweest, die speciaal als totem de adelaar had. Als je dood ging, werd je een adelaar, indien je een groot strijder was geweest. Men nam zelfs aan, dat indien de stam in gevaar zou verkeren, er adelaars zouden komen om de stam te helpen, Dat is ook alweer dier‑symboliek.

Nu zult u begrijpen, dat als iemand in de Andes b.v. een bezwering wil doen, hij een condor laat meespelen. Die geheimzinnige macht daarbo­ven, die waarneming, die schaduw welke voorbij gaat die dood kan dragen, die je kunt aanroepen voor bescherming en je kunt hem misschien ook vra­gen je tegenstander te doden. Het is ook heel duidelijk, dat de Sioux in al hun bezweringen de adelaar een rol lieten spelen; dat ze bij hun dansen de adelaarsdans hadden. Zo kennen we trouwens heel veel vogeldansen.

Als je gaat kijken in Afrika, dan vind je daar ook een groot aantal ‑vogel‑en dierdansen. Sommige daarvan worden na de jacht uitgevoerd. Dan zijn ze niet veel meer dan een mogelijkheid voor de dansers om te laten zien hoe goed ze gejaagd hebben en hoe ze hun prooi te pakken hebben gekregen. Maar er bestaan ook bepaalde dierdansen, die een andere betekenis hebben. Zo heeft een bepaalde stam de dans der patrijzen. Hier wordt een vogelsoort uitgebeeld. Het blijkt een paringsdans te zijn, die heel wat verder gaat dan u zou denken. Het is een inwijdingsceremonie waarbij de jongemeisjes voor het eerst te maken krijgen met het andere geslacht. Van dat moment af zijn ze vrouwen en hebben ze een veel grotere vrijheid.

Gaan we kijken naar de Luipaardmannen, de Alligatormannen en de Leeuwmannen in Afrika, dan worden we weer geconfronteerd met mensen, die zich hullen in een symbolisch gewaad en daardoor voor hun eigen gevoel worden tot luipaard ,alligator, leeuw. Kortom, ze gaan beschikken over machten en gelijktijdig, omdat zij vertegenwoordigers zijn van de goden, een zekere zeggenschap krijgen over de natuurlijke dieren van dezelfde vorm. Hier is dus het aannemen van het uiterlijk van een dier het symbool van een macht, die ergens bij een god berust, maar die men door zijn gestalte a.h.w na te bootsen, ook op aarde verkrijgt.

Het is opvallend dat in de dier‑magie het dier eigenlijk altijd weer iets anders vertegenwoordigt. U denkt waarschijnlijk. Ach, symbolen! Symbolen, inderdaad.

Als ik een heraldiek dier beschouw, dan zie ik vaak een beest dat niet bestaat. Een éenhoorn b.v. Ik kan u vertellen hoe men aan die eenhoorn is gekomen. Het komt voort uit een misverstand van een beschrijving van bepaalde gazellensoorten en een neushoorn. Daaruit is de eenhoorn ontstaan. De éénhoorn is het begrip van een mate van kuisheid, van schuw­heid. Hij kon alleen door een maagd gevangen en bereden worden. Wat erg vervelend was als je zo'n rijdier had, want je kon nooit trouwen, dan was je meteen je rijdier kwijt. Hier moest de mens een symbool maken voor de denkbeelden die hij had. Laten we dat niet vergeten, want we spreken zo gemakkelijk over de symboliek als: nu ja, dat is allemaal ontstaan uit wat we in de natuur hebben gezien. Maar vaak is het ook omgekeerd.

Wij zien iets in onszelf en proberen daaraan vorm en gestalte te ge­ven. En dan wordt ons diersymbool niets anders dan een soort parabel. Als we nu kijken naar de eenhoorn‑bezwering die in Ierland heeft bestaan, dan komen we met grote verbazing tot de ontdekking dat de eenhoorn in die oude tijd eigenlijk diende als een middel om in vrede te kunnen reizen. Dat is heel eigenaardig. Het beeld van de eenhoorn werd dan getekend meestal met houtskool op steen, daaromheen werd ook nog een aantal lampen gezet, er werd reukwerk verbrand en dan zei men: "Zoals de eenhoorn onaantastbaar is, zo onaantastbaar maak ik u." Dus het was het overdragen van de eigenschappen van iets wat alleen maar een legende was.

Met dit alles weten we voorlopig toch wel waar we aan toe zijn. Ik kan nog kort een paar opmerkingen maken en daarmee besluiten.

Laten we dan heel eenvoudig beginnen met de Dierenriem. Waarom Dierenriem? Omdat we dieren gebruiken. Waarom gebruiken we dieren voor het grootste gedeelte daarvan? Omdat ze voor ons typen van mensen lijken weer te geven. De Stier, de Leeuw, de Vissen, de Schorpioen enz. Menen wij nu dat de mensen die eigenschappen hebben? Waarom hebben wij die beelden aan de hemel getekend? Omdat ze voor ons betekenis hebben.

Als ik een beroep doe op de leeuw en ik zou dat in de moderne magie doen, dan doe ik daarmede niet alleen een beroep op natuurlijke eigenschappen (voor Nederland is dat zelfs ondenkbaar, ik heb het al gezegd), maar ik zou een beroep doen op de eigenschappen, die door een deel van de kosmos worden vertegenwoordigd, ook als ik dat zelf niet helemaal besef. Als u zich associeert met een leeuw, dan zult u in 9 van de 10 gevallen eerder aan het sterrenbeeld denken. indien u met magie bezig bent dan aan een natuurlijke leeuw, die voor u alleen maar een tamelijk gevaarlijk showstuk is in de dierentuin.

Als u spreekt over een schorpioen, dan denkt u heus niet aan dat wonderlijke wezen, dat insect, dat zo levensgevaarlijk kan zijn en dat u overal in het Verre Oosten wel kunt aantreffen. Dan denkt u eerder aan een bepaalde karakteristiek. U beroept zich op een harmonie met die karakteristiek. Wij kunnen dieren dus ‑ onbewust misschien ‑ gebruiken als symbolen voor eigenschappen, maar ook voor een bepaalde afstemming. En in dit verband is het opvallend, dat kosmische denkbeelden en kosmische symbolen ook al door Paracelsus werden gebruikt in de vorm van diersymbolen. Bij Paracelsus is het diersymbool een tekening van een wolfskop, een verslinder van de ziekte, maar in wezen betekent het een harmonisatieproces. Met andere woorden: dit tekeningetje tezamen met een paar vreemde namen waaronder ook die van de heer Ligion (?) wordt genoemd, vertegenwoordigt niets anders dan harmonie, het herstellen van evenwicht.

In andere gevallen zien wij dat een slang wordt gebruikt om de wijsheid aan te duiden. Hoe men daaraan komt? Mogelijk heeft het bijbelverhaal daarin mede een rol gespeeld. Waarschijnlijk is het een overdracht van bepaalde vormen van slangenverering, die zoals u weet in het Oosten bestaat. Hoe het ook zij, de slang wordt getekend. Haar begrip is wijsheid. Als ik dus dit symbool in een bepaalde formule invoeg, die overigens uit allerlei symbooltekens bestaat, dan eis ik wijsheid of ik maak wijsheid tot regent over het geheel. Het ligt aan de plaats waarop het staat. De diertekening is dus in feite de weergave van een eigenschap.

In de huidige magie wordt overigens het dier weinig of niet meer gebruikt. Iets anders is het, indien wij te maken krijgen met de Grimoires die wat ouder zijn. Daarin vinden wij dieren genoemd, maar vooral als bestanddelen van o.m. bepaalde reukwerken en zalven. Hier zal degene die de werkelijke bestanddelen gebruikt zich grondig vergissen. Zo bestaat er een recept waarin men moet brengen:eén poot van een duif, het oog van een koe, de hersens van een ekster, een paar druppels bloed van een leeuw en dan hoort er nog een stukje haar van een gehangene bij. Iemand, die dat klaarmaakt, heeft wel een walgelijk mengsel, maar hij bereikt niet wat hij werkelijk wil hebben. Ekster: diefachtig wezen; grote bewegingsvrijheid; datgene wat mij iets kan toevoeren. Bloed van een leeuw: de moed die ik nodig heb. Ik geef u maar een paar voorbeelden. Op deze manier maak je een aantal eigenschappen duidelijk.

Die eigenschappen betekenen de instelling van de magiër. Voor het reukwerk of voor de zalf worden dan bestanddelen gebruikt, die de eigenschap ervan symboliseren; dus niet de werkelijke bestanddelen. Hier is het dier dus geworden tot geheimtaal. En wat dat betreft, wat moeten wij denken van een der Grimoires waarin letterlijk wordt gezegd dat "de magiër zich opstellen als een ram tegenover de zon. Daarna sist als een slang, waarop hij blaffend als een hond aankondigt dat de nacht verdreven zal worden."

Als je dat hoort, dan zeg je: Die man moet zich als een idioot aanstellen. Maar wat is de eigenschap van de ram? Als hij een tegenstander ziet, dan valt hij frontaal aan. Met andere woorden: de magiër moet zich niet met bijkomstigheden bezighouden. Hij moet zich precies voorstellen wat hij eigenlijk wil gaan doen en zich daarop richten.

Dan moet hij sissen als een slang; m.a.w. hij moet waarschuwen met de kracht die hij bezit. Dat kan b.v. "In de naam van het Zegel en van de geheime Naam die ik ken." dat is gewoon een formule; dat is hol sissen van de slang.

Dan moet hij blaffen als een hond. Wat doet een hond? Een hond is waaks. Een hond heeft vaak de neiging, wanneer het buiten donker wordt (een waakhond dus) om even wakker te schrikken en te blaffen om duidelijk te maken: er is iets aan het veranderen. Als de magiër moet blaffen als een hond, dan moet hij bijzonder waakzaam zijn, wanneer de verandering komt die zijn bezwering heeft opgeroepen. En dat impliceert dan weer dat hij de juiste incantatie moet klaar hebben, dat zijn wapens op de juiste manier moeten zijn ingesteld, dat hij het juiste Zegel moet bezitten. Het is dus niet zo dwaas als u zoudt denken.

Hier is het symbool weer een geheimtaal geworden waardoor het gedrag van de magiër wordt aangeduid. Ik zou zo verder kunnen gaan, want wat de mens met het dier al niet heeft gedaan en ook heeft aangedaan, is onbegrensd. Als, jij horen, dat iemand b.v. een persoon een "zoon van een teef" noemt, dan acht ik dit een belediging voor dit dierlijk ras, want het is in zijn eigenschappen eerlijker en wat mij betreft ook betrouwbaarder dan menig mens .

Voor mij is de diersymboliek in de magie een poging van de mens om vanuit de hem bekende wereld en de hem bekende voorstellingen iets te abstraheren wat goddelijke, althans niet zichtbare of bovennatuurlijke waarden weergeeft. Het dier is de voorstelling geworden van het onbenaderbare en daardoor niet alleen benaderbaar geworden, maar zelfs binnen het machtsbereik van de magiër gebracht. Want de mens is meester over het dier; althans kan er meester over zijn. Als hij de godheid terugbrengt tot de gestalte van een dier, dan maakt hij hem daarmee tot een wezen, dat ook aan hem zal gehoorzamen.

Als ik van Horus de gekroonde Valk maak, dan maak ik van Horus een kracht, die mede zal moeten reageren op mijn bezweringen en mijn weten. Zo is het altijd geweest en zo zal het wel blijven. Want het belangrijkste voor de mens is in het begin van zijn bestaan (hij was een jager) het dier geweest.

Zo heeft hij het dier langzaam maar zeker doen infiltreren in elke denkwijze, in elke filosofie. Zijn primitieve magie was gebaseerd op het dier.

Maar ook later heeft hij het dier gezien als de belangrijkste mogelijkheid om, in zijn magie datgene weer te geven wat hij wilde bereiken, om krachten te personifiëren op een wijze, waardoor ze voor hem beheersbaar werden.

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober