06-05-16

Flinkheid.

Flinkheid.

Flinkheid,stoffelijk leven, geestelijk leven,

Steeds op de problemen af durven,

gaan en ze nooit ontwijken.

De verantwoordelijkheden, die je in je leven hebt,

ook inderdaad zelf dragen.

Flinkheid wil ook zelfs zeggen: wanneer je weet wat je wilt,

ook zorgen dat je krijgt wat je wilt.

Dit is belangrijk want alleen de mens,

die steeds recht op de problemen af durft gaan,

zal alles kunnen volbrengen,

wat voor hem of haar geestelijk of stoffelijk als taak is weggelegd.

 

Slechts een mens,

die deze taken vervult,

kan tevreden het stoffelijk leven verlaten

om in een geestelijk leven verder te gaan

zonder noodzaak tot terugkeren.

12:19 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: flinkheid, stoffelijk leven, geestelijk leven |  Facebook |

26-03-14

WIJ ZIJN BESCHAAFD ...


Wij zijn beschaafd, want wij hebben musea - al gaan wij er alleen naar kijken, wanneer er werkelijk iets bijzonders te zien is. Wij hebben een opera - dank zij staatssubsidies - , kennen een 5-daagse werkweek, kinderbijslag, A.O.W. enz.. Men mag dan ook wel zeggen: Hoe cultureel en beschaafd vloeit tegenwoordig het leven des gerusten landmans voort...

 

Wanneer ik echter vanuit mijn wereldje uw wereld bezie, weet ik soms waarachtig niet meer, of ik nu moet lachen of huilen. Want de schijn is mooi, maar de rest...

 

Wij leven in een vrije democratie. Tenminste, wanneer u tot de juiste partij behoort. En wanneer u geen lid bent van een bond, kan het soms heel moeilijk worden uw beroep uit te oefenen of een baantje te krijgen. Er zijn vele bedrijven, waar u uit wordt ge­gooid, wanneer u geen lid wenst te worden van 'n bond of bedrijfs­schap. Maar het staat u volledig vrij om naar eigen believen te handelen en niet te eten. Als dat geen democratie is, weet ik het niet. Onze bedrijven zijn vrije ondernemingen, Natuurlijk wordt het brood steeds duurder, ofschoon het wel wat goedkoper zou kunnen. Maar dan zou men moeten concurreren. Of niet soms? De wet is immers verplicht hen daarbij te helpen? U leeft in de vrije wereld. Dat u een paspoort en visa nodig hebt, heeft met vrijheid niets te maken. Zomin als het feit, dat een ijverig agent je aanhoudt, wanneer je geheel particulier in de trein een paar woorden over het hoofd van de regering zegt, het land tot een politiestaat maakt. Zelfs al maakt men niet eens excuses en vergoedt men de schade niet. Uiteindelijk veroordeelt men u toch niet? Een nacht in de cel is ook het ergste niet, moet u maar denken. Wij zijn uiteindelijk beschaafde mensen. Wij gunnen ieder zijn vrijheid, een ieder zijn recht. Dat is overal op de wereld zo, al zal men de termen vrijheid en recht soms moeten zien vanuit een superdemocratisch of dogmatisch-bolsjewistisch standpunt.

 

Wat de één doet, kan men de ander niet ontzeggen. Een atoom­proef kan gevaarlijk zijn. Maar zijn niet particulieren in hun auto's op de wegen even gevaarlijk als de wetenschapsmensen met hun proeven? En de wetenschapsmensen hebben nog een edel doel. Zij hebben de vrijheid zo lief, dat zij alles in orde maken om de wereld uit elkaar te laten vliegen als hun merk van vrijheid bedreigd zou worden.Wees eerlijk, stel de feiten vast. Dan zult u toe moeten geven, dat wij tegenwoordig werkelijk beschaafd zijn. Vroeger waren de mensen natuurlijk nog niet beschaafd. Wanneer je dan een vijand had, stampte men hem met een grove, niet eens mechanisch verfijnde knots tot puree. Tegenwoordig drilt men mensen, die niet eens onze per­soon­lijke vijanden zijn, vol gaatjes met mooie kogels. Dat is lang zo rommelig niet en bovendien behoef je dan je handen niet vuil te maken. De beschaving grijpt steeds verder rond zich; overal wordt men steeds beschaafder. Nog is het nodig bommen te gooien, huizen en fabrieken te ver­nietigen. Maar gelukkig zijn de apostelen van de beschaving bijna zo ver dat men gehele steden vol mensen zonder enige schade uit kan roeien met een enkel gaswolkje. Snel, veilig en voordelig. Degene, die getroffen wordt weet niet eens, dat hij dood ging. Zeg maar eens, dat de wereld geen beschaafde wijzen weet te vinden, om de rechten van de mens en de vrijheid te handhaven. Vindt u mij cynisch? Toch is dit maar een begin. Wij leven in een be­schaafde maatschappij, waarin een ieder zich moet kunnen uiten. Iedereen moet zich kunnen uiten, onverschillig hoe. Dat is uw recht. Maar pas op dat u niemand slaat, of dit verdiend of zelfs noodzakelijk is, danwel niet. Want dan bent u schuldig aan molest enz. Pas ook op, dat u, terwijl u u met privé-zaken bezig houdt, nooit tegen een politieman zegt: Bemoei je er niet mee, kerel. Want dan krijgt u geen pak slaag - al voelt u het zo wel - maar een wettelijk juist gestelde bekeuring. Wij zijn beschaafd en houden van kunst. Kom broeders, steek de handen in potten vol verf en klieder doeken vol. Wij lachen wel, maar zo wordt de moderne kunst geboren. En die levert geld op. Natuurlijk is het moeilijk, heren kunst­smijters, te zien, wat uw doek voorstelt. Maar wij zijn beschaafd en hebben intellect. Men weet zich te behelpen met een titel. Het is dus niet erg, wanneer u een paar vegen te veel geeft. Dan verandert hoogstens uw "Dromend naakt" in een wel doorleefde "Ham op keukentafel". Weet u geen raad meer met al uw atonale effecten? Noem uw kompositie "Symfonie der chaos" en met de titel is alles gerechtvaardigd, ja, zelfs kunst geworden. Vrees niet broeders, dat men u uit zal lachen. Wij zijn beschaafd, niet­waar?

 

Zo beschaafd zijn de mensen, dat zij niet toe kunnen geven, dat zij uit eigenbelang een crisis op internationaal vlak hebben doen ontstaan. Eigenbelang is niet beschaafd. Dat klinkt te lelijk. Maar de meest gewaagde avonturen zijn onmiddellijk gerechtvaardigd, wanneer aannemelijk kan worden gemaakt, dat men handelde in het belang van de Westelijke, Oostelijke, Aziatische vrijheid. En wanneer men ooit te ver gaat, trekt men zich terug. Natuur­lijk niet omdat men angst heeft voor de gevolgen van een volhouden, maar eenvoudig omdat men de wereld zozeer liefheeft. Zo edel en beschaafd is men op uw wereld. Neem mij niet kwalijk, dat al dit schermen met "de beschaving" mij wat bespottelijk lijkt. Vroeger waren de mensen niet beschaafd. Toen hadden zij nog een primitief geloof, toen dachten zij waarlijk nog, dat er wonderen gebeurden en luidde hun meest belangrijke gebod: "Ik ben de Heer, uw God, en gij zult geen vreemde goden voor mijn aangezicht stellen". Is het niet veel beschaafder om naar de kerk te gaan, maar innerlijk te stellen: of er nu werkelijk een God is, interesseert mij niet. Wanneer ik het maar goed heb, is immers alles in orde? Eigenlijk ben ik zelf God. Ik ben toch veel te beschaafd, veel te cultureel om nog iets anders dan mijzelve waarlijk en oprecht te aanbidden?"

 

De beschaving breidt ook de geboden uit. In de oude wet staat: Gij zult niet stelen. De moderne wereld is te beschaafd om deze primitieve visie nog zonder meer te aanvaarden. Voor haar luidt dit gebod dan ook in de praktijk: Gij zult niet stelen, wanneer gij geen invloed hebt om de gevolgen te voorkomen of te dom bent om te stelen zonder u te laten betrappen. Oh, U vindt dit overdreven. Men steelt niet in uw kringen. U hebt gelijk. U behoort niet tot de mensen, die asbakjes en biergla­zen meenemen, potloden in hun zak steken, belasting ontduiken, lekker op een tram niet betalen, smokkelen alleen voor jezelf, of zelf maar een lekker koekje of een sigaartje extra nemen op 'n ogenblik. dat de gastheer of de gastjuffrouw net niet keek. Niet­waar? Of bent u al zo beschaafd, dat u meent, dat dit alles werke­lijk niets met stelen te maken heeft? Het zijn natuurlijk kleinighe­den. Maar waar is het principiële verschil tussen een koekje en tien mille?

 

Overigens zijn de moderne mensen allemaal erg principieel. Sommigen hebben zelfs uit principes geen principes. Dat is be­schaafd. Zonder principes geen beschaving, dus zijn wij allen in alles zeer principieel - met de mond. Het zou uitermate onbeschaafd zijn er op te wijzen, dat al deze principes alleen de mantel der liefde zijn, waarachter zich het werkelijke spel der beschaving afspeelt. Ik wil eens een paar punten principieel ontleden. Zo hebben b.v. atoom­proeven vele misgeboorten veroorzaakt in Japan. Maar misvormde kinderen zien leven, wetende, dat je zelf daarvoor aansprakelijk bent, is niet aangenaam. Niet beschaafd. Daarom heet zoiets "top-secret". Wanneer een bepaald blad in de U.S.A. een rapportage daarvan wil maken, moet het daar van af zien. De pers is natuur­lijk vrij. Maar gezien de belangen van bepaalde adverteerders - waarop instan­ties pressie uit kunnen oefenen - moest men besluiten deze sensatio­nele rapportage te vervangen door een artikel over de goede zorgen, die besteed worden aan kinderen, die misvormd geboren zijn door andere oorzaken.

 

Het zijn de gewone mensen, die hiervoor mede aansprakelijk zijn. Want zij vinden het beter de zorgen en verantwoordelijkheden aan anderen over te laten. Dat is beschaafder nietwaar. Klaarblijke­lijk is men pas werkelijk beschaafd, wanneer men zichzelve helpt te bedriegen. Laat mij dan eens enkele kenmerken van de huidige bescha­ving noemen. Iedereen wil op de voorgrond treden. In een zekere stad komt jaarlijks een heilige kindervriend. Voor de kinderen. Maar hij wordt zozeer door volwassenen omringd, dat de kinderen praktisch niet aan de buurt komen. Dit is geen kinder­lijkheid van de volwassenen, maar eenvoudig een zo zeer opgaan in het spel dat belangrijkheid schijnt te geven, dat de redenen van het spel eenvoudig worden vergeten. De beschaving weigert de feiten onder ogen te zien. Ook wanneer het gaat om godsdienst, politiek en bedrijfsleven. Volgens haar is het dwaas toe te geven, dat bv. melk langzaam aan te duur is geworden, om nog werkelijk een volksvoedsel te zijn. Men heft liever een cent per liter extra om overschotten op te slaan of te vernietigen en te adverteren: Drink meer melk. Bent u al melkbrigadiertje? Zelfbedrog, eigenbaat, meeloperij. Dat zijn de zere plekken in het heden volgens mij. Men merkt dezen echter niet gemakkelijk op, omdat de illusie der beschaving dergelijke fouten op een prettige manier pleegt te bedekken.

 

Er was een hedendaagse beschaving noodzakelijk om overal prikkeldraad en bordjes met verboden toegang te doen plaatsen. Nederland is al een zeer beschaafd land. Daar zijn haast geen stukken land meer die betreden kunnen worden zonder het gevaar te lopen door woedende boswachters verbaliseerd te worden, in heer­lijke militaire oefeningen terecht te komen e.d.. De Nederlander zelf is echter ook beschaafd: Hij trekt zich van al die verbodsbepalingen niets aan, tenzij de overheid in de buurt is, en geniet met cultureel verantwoorde griezels van eigen moed wanneer hij er zonder kleer­scheuren af is gekomen.

 

Eens was het ideaal van de mensheid de vrijheid: Miss Liberty. Maar nu men beschaafder is geworden, voelt men meer voor miss World, die in alle opzichten minder om het - welgevormde - lijf heeft. Van de vrijheid blijft alleen nog de slagzin: 'Take no liberties with miss World'. En deze slagzin is niet direct de uitdrukking van de wensen van de toeschouwers, die maar wat graag liberties zouden nemen, zij het door de ogen uit te krabbelen of door te knuffelen. Toegeven doet men natuurlijk niet. Maar als niemand het ziet, kun je rustig de kat in het donker knijpen. Dat is beschaafd.

 

Wanneer wij zeggen, dat de mens zich eens wat meer met zijn geestelijke problemen bezig moet houden, geeft men ons onmiddellijk gelijk. Al naar gezind­heid stelt men, dat de mens moet leren meer op God te vertrouwen en vergeet vooral de collecte niet. Of: Wij moeten de zegeningen en de straffen, die ons gegeven worden aanvaarden. Vergeet nooit, dat de Heiland onze schuldenlast voor ons draagt. En dan vindt men een zondetje meer niet zo erg, zolang het maar niet opvalt. Het is toch een ander, die de lasten draagt, nietwaar?

 

Onoprechtheid vinden wij ook in andere facetten van de bescha­ving. Er is ter wereld geen enkele beschaving geweest, waarin men zoveel over vrede heeft gesproken, terwijl men zoveel dodelijke wapens aanmaakte. Waar is er een be­schaving geweest trots op haar wetenschappelijke vooruitgang, die beweert alle weten­schappelijk onderzoek te steunen om gelijktijdig iedereen, wiens wetenschappelijk onderzoek niet bruikbaar lijkt te zijn, een verder onderzoeken - door onttrekking van middelen, steun, faciliteiten enz. - on­mogelijk te maken?

 

Men kan natuurlijk, zoals ik dit nu doe, de gehele ontwikkeling met al zijn fouten spottenderwijs bespreken. Maar men kan het ook ernstig doen, maar dat gebeurt al zoveel en heeft op de doodgeoreer­de mensheid weinig of geen uitwerking meer. Het schokkend beeld is wel het enige, dat nog begrepen en aangevoeld wordt.

 

De atoombewapening is een verschrikkelijke noodzaak. Dat heeft u al zo vaak gehoord, dat dergelijke uitdrukkingen praktisch deel uitmaken van de "bescha­ving". Daarom zeg ik het liever anders: Is het werkelijk zo ernstig, wanneer er eens een paar atoombom­men ont­ploffen? Natuurlijk. Er zouden veel doden vallen. Het nage­slacht zou misvormd op de wereld komen enz. Maar wanneer wij onze vrijheid daarmede kopen, is die prijs niet zo hoog?

 

Al zouden alle mensen er dood aan gaan, wanneer onze beschaving maar blijft leven....

 

En al het geestelijk gezeur, over God en innerlijke waarden is uitein­delijk overbodig. Ziet u kans met esoterie tot een 4-daagse werkweek te komen? Niet? Nou dan! Dat is toch niet mogelijk, niet­waar? Waarom dan esoterie? Wat kun je uiteindelijk met godsdienst en esoterie doen, nietwaar? Wat betaalt het, wat levert het op? Is het tenminste mogelijk er een beschaafde subsidie voor te krijgen? Zo niet, is het nutteloos. Wij zijn uiteindelijk beschaafde mensen. Bijgeloof, dat niets oplevert, dient men te dulden, of, wanneer het even kan, te bestrijden.

 

Geld, invloed, is alles. Wanneer er kunst moet zijn, zo is de oplossing al heel eenvoudig. Subsidieer en betaal. Dan komt de kunst vanzelf. En zou de door ons geld geschapen "kunst" de eeuwen niet trotseren, zo is dat niet ernstig. Dan leven wij toch niet meer, nietwaar. Maar tijdens ons leven zijn wij dan toch zeer cultureel en zeer beschaafd geweest. Wij zijn een Meacenas geweest. Daar gaat het toch maar om, niet?

 

Wanneer iemand ons niet bevalt, behoeven wij hem niet te helpen. Als hij werkelijk kunstwerken maakt, moet hij dat maar voor eigen rekening doen. Wie niet gehoorzaamt aan ons oordeel, heeft van ons niets te verwachten. Zou de man met zijn laatste bloed het kunstwerk van de eeuw scheppen, dan zijn wij natuurlijk niet ongene­gen dit werk na zijn dood in een van onze musea te hangen en lovende woorden te spreken. De kunstenaar kan toch zijn eigen inzichten niet meer ver­dedigen. Dan kan men hem dus veilig gaan beschouwen als een kenmerk van de grootste geest van cultuur en beschaving in Nederland gedurende de twin­tigste eeuw. Alles is aanvaardbaar zolang het geen weerstand biedt. Wat weerstand biedt kan waarde hebben, maar die kan pas erkend worden, nadat de mogelijkheid tot weerstand niet meer bestaat. Dit is de kern van het aspect der beschaving, zelfs van het kernbomprobleem. Want ofschoon een kernexplosie vele kernen gewelddadig uit elkander pleegt te drijven, zo is de kern toch overal het­zelfde: wij zijn beschaafd en moeten ten koste van alles onze beschaving handhaven - vooral in ogen van anderen.

 

De beschaving maakt van alle mogelijkheden gebruik. Vrij kan een ieder - die het betalen kan - met zijn auto door het land razen. Wanneer er een krasje op het lak komt door een onvoorzichtigheid van anderen, komt men beschaafd uit zijn wagen en verrijkt de Nederland­se taal met enkele - naar wij hopen beschaafde - nieuwe woorden. Bij rond 5000 van dergelijke ongevallen per dag wordt de taal dus snel rijker. Dank zij de vrijheid, die men in het verkeer met de rechten van anderen neemt, wordt de goede moedertaal steeds rijker. Hoe beschaafd zijn wij.....

 

Men berekent alles, alles wordt gepland - ook al een beschaafd modern woord. Niemand is er aansprakelijk voor, wanneer de woning­nood blijft duren, omdat er niet voldoende huizen gebouwd kunnen worden. Per slot van rekening is men beschaafd. Eerst dient men alles te plannen, dan moet de winst nog berekend worden. Maak 127 plannen voor een kleine woning en laat die 837 malen herzien. Het kost veel tijd, maar het moet nu eenmaal. Want dat is een beschaafde manier om een dergelijk plan te benaderen. Wanneer de bouwer die het plan indiende, dan de bouwvergunning nalaat aan zijn kleinkinderen en dezen, door hun nageslacht omringd, de eerste steen leggen, zal iemand ongetwijfeld zeggen: Hoe groot zijn toch de zegeningen van onze beschaving. Hoe beschaafd zijn wij. De beschaving biedt nog meer voordelen. Wanneer u bedrukt, belast en beladen bent, behoeft u alleen maar een telefoonnummer te draaien en reeds klinkt een troostende stem in uw oren, die zegt: "Vertrouw toch op God. Bedenk, dat het leven ook nog zoveel schoons geeft". Wanneer je je, omdat niemand in je omgeving zich voor je interesseert, toch nog op wilt hangen, kan men dat telefonisch niet verhinderen. Maar gij gaat in ieder geval niet ongetroost van deze wereld heen, nietwaar? Men heeft getracht u te helpen - omdat alle mensen rond u tekort zijn geschoten, haalde het wel niets uit - maar men is beschaafd. Of niet soms?

 

Over ouden van dagen doet men sentimenteel. Maar tijd heeft men niet voor hen. Er is zoveel anders te doen. Tennissen, kegelen enz. De gevoelens zijn er. Alles in de maatschappij wordt officieel steeds beter, steeds schoner. De praktijk is wel eens anders. Maar wie daar oplet, is een kniesoor. Bewondering a.u.b. voor de voor­uitgang, zelfs indien de mensheid daarin te loor gaat. Wij zijn beschaafd, rijk. Vroeger deed een burger wel - stel u voor - 10 jaren met een pak. Nu koopt men er wel drie per jaar misschien. Maar dat is ook wel noodzakelijk. want na 3 maanden is een modern kostuum vaak reeds kennelijk versleten. Dat is bescha­ving.

 

De primitieve volkeren beschilderden hun gezichten met oorlogs­kleuren. Onbeschaafd, hoor. De mannen van deze beschaafde wereld doen dat niet meer. Sommigen gaan natuurlijk wel stilletjes naar een schoonheidssalon om zich bij te laten werken, verven en watergolven, maar dat wil men nog niet eens weten. Alleen de werkelijk steeds oorlogzuchtigen bij de primitieven zullen zich met oor­logskleuren beschilderen. In de beschaafde wereld is dat het deel van het vrouwelijk geslacht, dat de verfindustrie een nieuw terrein van werkzaamheden verschafte en de chemische industrie tot een van de meest lonende branches van de beschaafde wereld maakte.

 

Ik ben wat oppervlakkig volgens uw denken. Maar natuurlijk. Ik spreek immers over: wij zijn beschaafd ...? De beschaving is als een appel, die mooi is opgepoetst, maar van binnen reeds wormstekig is. Iedere oppervlakkige be­schouwer zou denken, dat het echt een appel­tje is om in te bijten - tot hij er zijn tanden inzet. Maar wie zal bijten? De meesten kijken alleen en laten het proeven van de vrucht aan iemand anders over. De moderne beschaving lijkt mij wat bouwvallig: zij trekt haar nieuwe thesen en procedures even gemakkelijk en licht op als nieuwe gebouwen, die zo snel oprijzen. Dat een dergelijk huis na een jaar al een ruïne is, schijnt van minder belang te zijn. Het is in ieder geval gebouwd, nietwaar. Als het er op aankomt, is het oude waar in een modern pakje en heel wat minder houdbaar dan vroeger.

 

De mensen van heden willen wel geloven in geestelijke krachten en in ingewijden, die over de wereld trekken. Zij geloven daar wel in en vinden het zelfs heel prettig, maar je hoort er zo weinig van, weet u. Daarom geeft men meer aandacht aan Lizzy Taylor en Elvis Presley, want daar hoor je nog tenminste iets van. Het is wel niet veel moois, maar je hoort tenminste steeds weer iets anders. Natuur­lijk is men geestelijk hoogstaand. Wij voelen de nieuwe tijd reeds kloppen in onze harten. Wij weten en voelen: Zo dadelijk barst de nieuwe tijd als een bloesem open. En wij laten die nieuwe tijd rustig barsten, want wij hebben wel wat anders te doen.

 

Men is zo beschaafd, dat men alles, wat maar geheim zou kunnen zijn, topsecret noemt. Daardoor weet niemand ervan, behalve de vijand. Want die is zo dom niet. Men zou dit wel kunnen weten, maar vergeet het liever. Dan kan men tenminste blij zijn met al die heerlijke geheimen, die men heeft. Wanneer ik de moderne kerken zie, vraag ik mij af wat men nu bij het bouwen daarvan heeft gedacht. Misschien heeft men zich afgevraagd, wat passender zou zijn bij deze tijd: Een moderne schaapsstal, een silo - voor gebeden - of een auditorium, waar gezellige voordrachten over de zonden van andere mensen gehouden kunnen worden. Schijnbaar is elke vorm op het ogenblik denkbaar en toelaatbaar. Nog bouwt men bij de meeste kerken torens, die naar de hemel rijzen. Maar in de kerken zitten mensen, die alleen nog maar naar de grond schijnen te kunnen kijken. Ook dit schijnt deel te zijn van de moderne beschaving. Klaarblijkelijk wil menige moderne mens God nog wel erkenning geven, op voorwaarde, dat hij zich niet verder met de mensheid bemoeit.

 

Ook dit zal men niet zeggen. Maar stel u eens voor, dat men in een vergadering, of zelfs in de V.N., net staat te vertellen, hoe eerlijk en oprecht men wel is. Stel u voor, dat opeens Gods stem klinkt en zegt: Je liegt. Ofschoon men ook dit wel weg zou weten te praten, zoals vele andere dingen. Er zijn natuurlijk vele aardbevingen en rampen de laatste tijd. Maar dat dezen op een onnatuurlijke wijze samenvallen, is alleen maar een toeval. Natuur­lijk zouden de mensen, hun explosies en hun experimenten, er iets toe bij kunnen dragen. Maar dat willen wij niet erkennen. Dus, toeval, anders niet.

 

Bovendien: De mensen zijn beschaafd. Met al hun proeven wensen zij werke­lijk geen rampen te veroorzaken. Hoe zou de natuur dus kunnen reageren op die dingen, wanneer de mensen dat werkelijk niet zo bedoelen? Ofschoon iedereen toe zal geven, dat het dwaas is dit te stellen, doet men in de praktijk of het niet alleen waar, maar zelfs de onomstotelijke waarheid zou zijn, die geen verder onderzoek verdient. Natuurlijk zijn er mensen, die anders denken en handelen. Maar ik wil mijn mening omtrent bepaalde facetten van de hedendaagse mens toch wel even definiëren.

 

Moderne naastenliefde: De wijze, waarop men schuldgevoelens t.a.v. anderen afkoopt door een dubbeltje in een busje, of een storting op een gironummer.

 

Moderne verdraagzaamheid: Zeggen dat je verdraagzaam bent, wanneer je vreest, dat de ander wel eens sterker zou kunnen zijn dan jij.

 

Moderne deugd: Doen wat iedereen doet en er voor zorgen, dat, zodra je iets doet, wat niet een ieder goed vindt, niemand daarvan iets merkt.

 

Modern geestelijk leven: Een tasten en zoeken in het duister, waarbij men zich voortdurend zelve tracht te overtuigen van de waarheid der dingen, die men graag zou willen geloven, omdat men bang is voor de waarheid, die men reeds kent.

 

Moderne vrede: Een vorm van oorlog, die meer offers vraagt dan een open­lijke oorlog in het verleden, maar het voordeel heeft, dat men er meer aan kan verdienen.

 

Moderne revolutie: Een uitwisseling van stromannen, welke wordt geleid en bepaald door de managers van de belanghebbende partijen buiten het land zelf.

 

Scherp? Ja. Waar? Neen, gelukkig niet helemaal. De wereld is nog niet helemaal beschaafd. Zo hier en daar op de wereld is er nog iets over van nuchter begrip, van de waarheid. Ergens zijn er nog mensen die beseffen dat naastenliefde niet bestaat in een gebedje en het storten van een tientje ten bate van anderen, maar in een eerlijk pogen om zelf een ieder, die daaraan behoefte heeft, zelve te helpen. Er zijn nog mensen, die beseffen, dat niet het grootste, het massale de loop van de wereld bepalen, maar eerder het kleine, het onverwachte, het ver­borgene. Er zijn in uw dagen nog mensen op de wereld, die werkelijk beseffen, wat geestelijke leiding betekent, ook al zijn zij in verhouding weinigen. Voor hen is geestelijke leiding geen preek of dekreet, maar een innerlijk beleven. Geen leiding van vreemde geestelijke krachten zondermeer, maar allereerst een inner­lijk zoeken naar begrip en waarheid. Zelfs zijn er mensen, die nog de moed bezitten, alles gewoon bij zijn naam te noemen, zoals de onbeschaafde mensen van vroeger. Zij zien de werke­lijkheid nog en laten zich nog niet misleiden door mooi klinkende woorden. Men lacht tegenwoordig vaak over de primitieve volkeren en meent dat de wereld toch werkelijk nooit een beschaving als de huidige heeft gekend. Maar de oude beschavingen hadden opvattingen van eer en recht, die heden helaas vergeten zijn. Daar stelde men: Zelfs wanneer uw grootste vijand u om bescherming en gastvrijheid vraagt, zult gij hem deze niet weigeren. Gij zijt verplicht uw medemensen te helpen, zelfs ten koste van uzelve.

 

De oude beschavingen - die het bij de huidige immers niet kunnen halen - waren misschien minder ingewijd in alle geheimen van de natuur dan de kinderen van heden. Maar zij kenden wel een slag­zin, die men in uw tijd schijnt te vergeten: Er is geen leven, geen kracht, niets in de natuur, dat niet voortkomt uit de Goden. Alles, ook onze eigen kennis, komt uit het Goddelijke voort. Daarom mag men slechts vanuit het Goddelijke zijn kennis gebruiken. Daar waar God de mensen voert, kunnen zij veilig gaan, zullen de krachten van het Al de mens straffen voor zijn verwaandheid. Vroeger waren er despoten. Goed. Maar er was ook menselijk recht, menselijk denken en streven. Nu is alles beter. Alles staat op papier. Maar wanneer een jury een menselijk oordeel wil vellen, moet zij liegen om een menselijk oordeel te kunnen vellen. Is er dan geen menselijkheid meer op aarde, die nog eerlijk kan zijn? Stellingen, gedragsregels, wetten, verdragen. Papier, geloofs­waarden, papier. Wat voor 'n zin heeft het, als mens in kerken te bidden, dat Gods geest kerkvergaderingen zal zegenen en wijsheid zal geven bij de problemen die men moet oplossen, wanneer dit alles ontaardt in een regen van papier? Heeft een dergelijk gebed zin, wanneer de mensen meer en meer hun eigen leven laten regelen door papieren en niet eens meer de moed hebben om God te vragen: Heer, leer mij vrede vinden met mijn eigen leven? Neen. De mentaliteit van deze beschaving lijkt mij onjuist. Men schijnt te zeggen: Wat voor 'n zin heeft het om gelukkig te zijn in een hutje op de hei, wanneer men op comfortabele wijze ongelukkig kan zijn in een wolken­krabber. De mens van heden zoekt steeds weer het grote, het massale. Hij overziet de hele wereld en meent, dat dit hem beschaafd maakt, ofschoon hij de kleine belangrijke dingen van het leven meer en meer vergeet. Van mij mag men zeggen: Wij zijn beschaafd. Maar in mijn ogen zijn velen meer barbaars dan ooit tevoren. Laat mij stellen, dat de waarden, die de mens beschaving noemt, niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. De mens is lichamelijk een dier. U weet dit. Erken dit dan ook en probeer niet te vertellen, dat de mens lichame­lijk meer dan een dier is. Men beroept zich op de techniek en wijst op de krachten, die de moderne mens tot zijn beschikking heeft. Dat hij innerlijke krachten bezit, weet hij vaak wel, maar men prefereert over het algemeen deze krachten te laten sluimeren, omdat zij mogelijkerwijze met de techniek en waan van belangrijkheid die men koestert, in strijd zou kunnen zijn. Wie zo wil leven, moet dit zelf weten. Maar erken dit tenminste.

 

Men durft in deze dagen geen waarde te hechten aan telepatische waar­nemingen en waarschuwingen. Anderen zouden het vreemd kunnen vinden. Een gees­telijk net, dat geheel de wereld omspant, lijkt menigeen een droom van dwazen, maar men vindt het gewoon, dat men even belt naar New York. Waarom dan zeggen, dat een lichtende band rond de wereld onmogelijk is? Wanneer u dit niet wil erkennen, wanneer u daarin geen belang stelt, geef het toe. Maar zeg niet dat het onmogelijk is. Misschien wacht men tot ook voor geestelijke contacten een rekening wordt gepresenteerd, zodat men daaraan kan weten, dat het werkelijk echt is geweest. Vele mensen zullen eerlijk en oprecht zeggen dat dit alles gebazel is. Zij zullen stellen, dat zij heus wel geestelijk streven. dat zij, aan de hand van bekende feiten, geestelijk streven. Deze mensen maken zich zorgen over de muur in Berlijn. Maar zij beseffen niet, dat zij in zich een dergelijke muur hebben opgericht tussen verstand en geest, tussen hun leven en hun God. Deze mensen noemen zichzelve vaak vrije denkers. Zij geloven aan God, maar menen dat God nimmer een hel geschapen kan hebben. Dit ondersteunen zij met vele filosofische stellingen. Maar zij weigeren de conclusie te trekken, dat dan de mens zelve de hel geschapen moet hebben. En dit is waar. Wordt voor vele mensen op aarde het leven niet tot een hel, omdat zij alle contact met hun medemensen hebben verloren? Zou de hel iets ergers kunnen zijn dan eenzaamheid? De mensen scheppen echter steeds meer bronnen van eenzaamheid: Grote flatgebouwen, waar je je onbekende buren voortdurend verwenst. Haat tegen systemen en volkeren, die men niet werkelijk kent. Dit is treurig, omdat men toe moet geven, dat velen een hel scheppen, terwijl zij iets goeds willen scheppen.

 

Wij zoeken naar iets goeds. Dan heeft het geen zin ons te ergeren over de zonden van hen, die vandaag niet in de kerk zijn of fiolen van toorn te storten over het hoofd van een staatsman, die toevallig net een reisje maakt naar het andere eind van de wereld. Maar iets goeds kan alleen worden gevonden, wanneer men begint eerlijk te zijn. De waarheid over uw beschaving is, dat zij huichelt. De waar­heid, die er achter verborgen ligt, is de volgende: In deze dagen kan de mens alleen nog in zichzelve waarlijk God vinden. De mens kan alleen nog waarlijk leven, wanneer hij alleen uitgaat van de aanspra­kelijkheden, die hij zelve voelt. De mens van heden kan een belangrijke taak vanuit het grote licht vervullen. Maar hij zal die taak alleen kunnen vinden, wanneer hij niet blijft wachten tot men hem die taak plechtig thuis komt bezorgen, maar zelve een taak zoekt.

 

De geestelijke waarheid is niet zo somber als het beeld, dat ik u gaf, want de mens van heden kan zeer veel goeds tot stand brengen, heeft vele mogelijkheden tot bewustwording en zal vele krachten en gaven kunnen ont­wikkelen. Om dit te kunnen verwezenlijken zal hij echter allereerst zelfver­trouwen moeten hebben. Belangrijk is vooral, dat men leert niet meer te zeggen: "Wanneer een ander mij het bewijs geeft, zal ik geloven", maar stelt: "Ik geloof in mijzelve,van­uit dit geloof zal ik volbrengen." Bovenal zal de hedendaagse mens afstand moeten doen van een mentaliteit, welke inherent schijnt te zijn aan de moderne bescha­ving. Hij zal niet meer mogen stellen: In de eerste plaats houd ik mij aan alle regels en wetten, dan zal ik streven, maar dient te stellen: "In mijzelve alleen kan ik de ware wet van het leven vinden. Deze zal ik leven zonder enig voorbehoud. Daarna eerst zal ik, zover dit mogelijk is, mij aan wetten en regels van anderen houden". Maak vooral, vrienden, niet de fout van velen door te stellen: "Op de verwachtingen en denkbeelden van anderen baseer ik mijn positief denken". Denk positief, maar ga daarbij uit van de waarhe­den, die gij zelve kent. Anders baseert gij al uw pogingen tot positiviteit op een illusie. Dit positieve denken is voor de wereld van heden van het aller­grootste belang. Positief denken wil nl. zeggen: in jezelve de positieve krachten van het leven vergaren, waarmede men vanuit zichzelve dan anderen kan bereiken en helpen. Ook kan men met deze positieve krachten dan vanuit zichzelve met anderen werken. Mis­schien meent u, dat positief denken niet met beschaving samenhangt. Toch is dit wel het geval. Men kent algemeen een vorm van positief denken, die echter de feiten niet erkent en daardoor geen werking kan hebben. Voorbeeld: De koersen op de beursen zullen niet verder dalen. Men meent dit waar te maken, door het voortdurend te herhalen. Maar ik vrees, dat men nog wel enige maanden moet wachten voor het werkelijk zover is.

 

Hoe positief een dergelijk geluid ook kan zijn, hoezeer men ook zich met deze gedachte vereenzelvigt, zij zal geen werking kunnen uitoefenen, omdat zij niet bestaat uit gedachten die de werkelijke toestand mede erkennen. De basis van het werkelijk aktief positivis­me is gebaseerd op een erkennen van de huidige werkelijkheid - daarbij alle bekende factoren dus in aanmerking nemende. Wanneer nu de mens zich op de werkelijkheid baseert en dan positief gaat denken, ontdekt hij, dat hij niet alleen staat. In het begin denk je dit soms wel. Na enige tijd echter ontdek je, dat er vreemde kontakten ontstaan. Soms zijn dit mensen die op je weg komen. In de meeste gevallen ontdek je dat vreemde gedachten je beroeren. Andere tekenen van een dergelijk contact is opeens het binnenfladderen van een geschrift of boekje, dat je verder helpt, of zelfs alleen maar een gevoel van blijmoedigheid, zonder dat je weet van waar het komt of waarom. De oude magiërs - zij waren niet beschaafd. Wij alleen zijn beschaafd, wij alleen weten alles - gebruikten als beeld van derge­lijke kontakten mathematische figuren. Driehoeken, vierkanten, cirkels, ja, zelfs de ankh. Deze oude vergeten tekens blijken nu een verklaring te bevatten voor de werkingen van het positieve denken. Wanneer een mens eerst in zich eigen waarheid erkent - daarbij rustig toegevende, dat hij uiterlijk anders is, dan hij voorgeeft te zijn - zal hij bij elke positieve gedachte ontdekken, opgenomen te zijn in een keten, ring, cirkel, die met hem harmonisch is en hem dan ook de kracht geeft waarmede hij iets tot stand kan brengen, wanneer dit noodzakelijk is. Want elke positieve erkenning van de werkelijkheid geeft je een contact met mensen en wezens, die je niet kent, maar die precies zoals jij denken en leven.

 

Zeg dat het patroon een driehoek is. Dan is A harmonisch met B en har­monisch met C. De relatie A-B kan hij niet bevatten; misschien dat B en C niet met elkaar geheel harmonisch zijn, met A samen echter vormen zij een driehoek, waarin een meervoud van de krachten schuilt, die elk van hen voor zich zouden kunnen wekken. Zolang de relatie bestaat, kan elk van hen putten uit het gemeen­schappelijk reservoir, wanneer daartoe een noodzaak bestaat. Dit geldt alleen voor bestrevingen en erkenningen, die binnen de gevormde harmonie een plaats hebben natuurlijk.

 

Andere vormen eerder een cirkel, een keten, een kruis enz. Wie zal zeggen, hoeveel verschillende mogelijkheden er zijn om een harmonische keten te vormen? De basis van alle vormen is echter steeds weer: Eerlijk zelferkenning, terzijde­stelling van alle zelfbedrog en de poging om door positief denken iets te bereiken. Dan kan men met gezamenlijke krachten een zieke genezen, ergens een ongeluk voorkomen. De kracht is misschien in verhouding tot andere energieën klein. Door haar juiste plaatsing binnen de werke­lijkheid heeft zij echter mogelijkheden om veel te bereiken: zij zal immers steeds op de juiste plaats en tijd worden aangewend? Dan kan werkelijk op deze wijze een mens zijn levens­lust, zijn vrede herge­ven, zal men mensen tot nieuw leven kunnen wekken, wanneer zij ten onder dreigen te gaan in mistroostigheid enz..

 

Neem mij niet kwalijk, dat ik u dit voorhoud. Het bestaat natuurlijk niet echt. Daaraan mogen wij niet geloven nietwaar. Wij zijn uiteindelijk be­schaaafde mensen....

 

Menigeen meent althans, dat een beschaafd mens dergelijke bijgelovigheden niet mag en kan aanvaarden. Maar zij, die werkelijk geleerd hebben positief te denken, weten wel beter. Want dezen ontdekken, hoe de kracht in hen groeit, keer na keer, dag na dag. Zij weten vaak niet eens wat het licht eigenlijk is, dat zij op hun weg ontmoeten. Dan zeggen zij maar: Het is God, het is de Chris­tus enz.. Onbewusten kunnen de werkelijke keten van kracht niet erkennen in zijn werkelijke gedaante. Maar zij weten, dat het positief is en goed. In zichzelve groeien deze mensen, worden sterker en sterker. Op een gegeven ogenblik staan zij dan, schijnbaar geïsoleerd, in de wereld. Maar zij zijn gelukkig. Met een enkel handgebaar genezen zij een zieke - wat zo niet mag, want wij zijn beschaafd...- en zien met enkele oogopslag, waar het feitelijke probleem van de ander ligt. Zij kunnen de ander dan helpen met een enkel woord, met een enkele gedachte, die zij hem zenden. Enig positief denken, enig begrip voor de werkelijkheid, is natuurlijk noodzakelijk daarbij, ook in hen die zij helpen. Maar zij doen het dan toch maar.

 

In de ogen van velen, die zich beschaafd achten, zijn dergelij­ke mensen natuurlijk primitief en dom. Stel u voor: die mengen potverdorie dingen, die niet bij elkaar horen. Godsdienst, zaken­doen, erotiek, filosofie, alles schijnt voor hen een en hetzelfde te zijn. en dat kan en mag niet, wanneer je beschaafd bent. Dan horen er overal de juiste schotjes tussen te staan.

 

Dit zie ik in uw wereld vaak: Men lacht mensen uit, omdat zij eenvoudig onbeschaafd, bijgelovig enz. zijn in de ogen der alleswe­ters. Maar zij bereiken iets. Dat kan van de anderen niet altijd worden gezegd.

 

Wanneer ik de mensen hoor zeggen: wij zijn beschaafd, dan denk ik altijd: helaas hebben jullie in zekere zin gelijk. Want elke keer, wanneer jullie aan beschaving werkt, schaaf je ook meteen een stukje van de ware persoonlijkheid weg, snijd je een randje van de werke­lijkheid af. Zo geef je steeds weer iets prijs van je werkelij­ke leven, van je werkelijke kracht, van je innerlijke vermogens, van je harmonie met wereld en God.

 

Zoals vroeger te vaak gerande munten aan waarde inboetten, zo verliest menigeen in de schijn van beschaving een groot deel van zijn werkelijke waarde. Men lacht dan misschien beschaafd om de "simpele zielen", die pentagrammen tekenen en daarmede denken iets te bereiken. Maar die lach duidt op domheid, want de lachers kunnen het pentagram niet eens werkelijk lezen en weten niet eens, waarom zij eigenlijk lachen.

 

Is een pentagram niet een uitdrukking van de verhoudingen tussen krachten op aarde, in de hemelen, in de sferen? Is de onbe­holpen spreuk, of het Hebreeuwse inschrift, in feite niet de uit­drukking van de harmonische gedachte, waarin deze krachten met de mens samen werken? Lach dan maar om een werkelijk amulet. Want dat is volgens de lachers ook een mooi of lelijk symbool zonder­meer.

 

Maar ik zeg u dat deze dingen werkelijk kracht hebben. wanneer u in uw denken een ogenblik aanvoelt: Dit is een taak, u gaat erop af en vervult die taak, dan blijken dergelijke dingen te werken. Zij geven de mens mogelijkheden, die hij anders alleen via veel concen­tratie zou kunnen bereiken         en zou men, om beschaafd te blijven, een taak, zending, of roeping moeten noemen en eerst bij anderen gelden in moeten zamelen, om die taak vooral zo gemakkelijk mogelijk te kunnen volbrengen. Maar direct er op af gaan, is niet "en vogue".

 

Maar degene, die in de werkelijkheid staat, zal beseffen: Wan­neer er in mij een drang is tot het vervullen van een bepaalde taak, zelfs op een bepaalde wijze, dan beseft men: Hier zijn positieve krachten werkzaam. Dit is nood­zakelijk. Stoffelijk kan men die noodzaak en soms zelfs de mogelijkheid niet zien. Maar toch weet men dan: Dit is het ogenblik, dat ik handelen moet, dit is het ogenblik, dat het bewustzijn in mij herboren wordt en nieuwe wegen zich voor mij openen. Men beseft daarnaast al snel, dat niet altijd de kracht ook via het eigen ik tot uiting zal komen, maar in vele gevallen zal dienen als krachtbron voor een ander deel van de harmonische keten, welks bestaan men stoffelijk niet eens beseft.

 

Sommige mensen vinden het dwaas de handen te vouwen en tot God te bidden, te zeggen: God, ik kan niet meer, help mij. Nu is dat natuurlijk niet erg beschaafd meer. Een beschaafd mens gaat niet eerst naar God, die gaat naar de sociale dienst. Maar een mens, die eerlijk, sprekende uit de waarheid, die hij leeft, kan zeggen: "God, hier ben ik, hier sta ik. Die wereld van U, mijn God, begrijp ik niet helemaal. Maar ik weet dat er een werke­lijkheid is. De rauwe werkelijkheid van een wereld vol gevaren. Met een zon, die werkingen vertoont, die mogelijk de aarde zullen beroeren. Een wereld vol mensen, die verteerd worden door monomane gedachten aan hun recht, hun gelijk, zozeer zelfs, dat ik soms vrees, dat zij in staat zijn de wereld te vernietigen, alleen om te voorkomen, dat hun ongelijk bewezen zal worden. Het is een vreemde wereld, die Gij in stand houdt, God. Maar ik weet, dat Gij ook in mij leeft, door mij werkt. Geef mij dan het kontakt met mens of geest, waaruit ik leven kan, laat mij Uw doel dienen". Deze mens zal veel verkrijgen, veel bereiken voor zich en anderen.

 

Misschien lijkt u deze vorm van geloof, van bidden, te eenvou­dig, niet beschaafd genoeg. Er komen te weinig mooie woorden in voor. Maar als je zo bidt, dan behoef je dat niet eens met woorden te doen. Alleen reeds wanneer je zo bidden en geloven kunt, leeft de werkelijkheid reeds in je, is de harmonie met anderen, met lichte krachten ook, bereikbaar. Dan ben je niet meer beschaafd volgens de geldende norm. Dan loop je onbewogen voorbij, waar anderen vol medelijden blijven staren, omdat je weet, dat je hier niets kunt of moogt doen. Maar dan kan je ook bidden, waar anderen alleen nog maar lawaai kunnen maken. Dan is God je evenzeer nabij op de kermis als in de kerk. Dan beleef je de schoonheid van de werkelijke wereld zogoed in de eenzaamheid van de natuur, als in de razende drukte van een overvolle stad. Want dan spreken alle dingen. De discipelen van het mooie, het beschaafde, beseffen niet, dat in het kinderlijke, in het primitieve, in het gewelddadige desnoods, vaak een mogelijk­heid schuilt tot het verwerven van een harmonie, die grote krachten brengt en verrijkt.

 

Wonderlijk zijn de wegen van hen, die zeggen redelijk te denken, de steunpilaren van de maatschappij: Men stelt, dat in de beschaving een persoon­lijke vrijheid onontbeerlijk is. Dus gaat deze vrijheid, als een gouden munt in vroeger dagen, van hand tot hand. Ieder haalt er voor zich een snippertje af, menend, dat dit geen kwaad kan. En niemand begrijpt, dat er op die manier op den duur geen werkelijke vrijheid over kan blijven. Zo ook de democratie. Een ieder, die enige macht of invloed heeft, neemt er zijn snippertje af. Maar binnenkort heeft niemand meer wat. Ook niet zij, die namen. Want de kernwaarde, de demo­cratie zelf, is dan teloor gegaan.

 

Zelfs bij het geloof blijkt een ieder iets daarvan voor zich persoonlijk op te eisen. Iets er af kan toch geen kwaad, zo schijnt men te denken. Je moogt toch wel iets voor jezelf opeisen? Maar van het geloof blijft alleen een lege huls. Ook de kunst lijdt onder dezelfde afbrokkeling: Kunst is een je innerlijk uiten in schoonheid, zodat anderen daarin kunnen delen. Een scheppen. Maar elke keer heeft iemand - met de beste bedoelingen - iets afgenomen van de verant­woordelijkheid van de schepper, iets geknabbeld van de scheppingszorgen, het scheppingsleed, zonder welke een waarlijk scheppen voor de kunstenaar haast niet mogelijk is. Want spanningen, innerlijk leed, zorg, zijn voor de meeste mensen noodzakelijk, indien zij in staat willen zijn iets van oneindigheid weer te geven in stoffelijke vormen.

 

Er zijn meer voorbeelden te geven. Het voorgaande is echter reeds voldoende om duidelijk te maken, dat de beschaafde mens van heden de essentiële waarden der dingen over het hoofd ziet. Om echter werkelijk en blijvend iets tot stand te brengen, dient men zich op de werkelijkheid te baseren, niet op wensen. Iemand, die eerlijk toegeeft, dat er op het ogenblik sprake is van een algehele regressie in industrie en welvaart, zal ook hierin bepaalde positieve waarden ontdekken. Dan kan zo iemand stellen: Met mijn denken en daden kan ik zelfs uit deze door allen als negatief beschouwde en gevreesde toestanden iets goeds tot stand brengen. Want wanneer men begint zich op de werkelijkheid te baseren is men in staat, het beste en edelste van de werkelijkheid te behouden, terwijl men de minder aanvaardbare waarden kan afzwakken, of zelfs geheel terzijde schuiven.

 

Bij het gebruiken van positieve krachten is het belangrijk, dat de mens beseft, dat hij, door zijn denken en daden, tot brandpunt kan worden van de geestelijke krachten van duizenden anderen, die gelijkgestemd zijn. Te weten, dat voor een positief denkend en strevend mens de noodzaak tevens het kunnen inhoudt, geestelijk zowel als materieel, geeft zelfvertrouwen. Dan kan men misschien stellen, dat dit bijgelovig is, wetenschappelijk onaanvaardbaar enz. Maar dit is werkelijkheid, dit is leven. Nu zult u allen wel geneigd zijn positief te denken. U tracht immers in alle dingen allereerst het goede te zien en zo weinig mogelijk aandacht te schenken aan de lelijke dingen. Dit heeft echter alleen waarde, wanneer u uitgaat van het goede, zoals u het ziet en beleeft en niet alleen uw denken en werken baseert op het goede , waarvan men u vertelt, terwijl het voor u abstract en misschien zelfs strijdig met het eigen ik is.

 

Probeer verder het begrip "goed" niet alleen in verband met uw eigen voordeel en uw eigen wensen te beschouwen. Want resultaten blijven steeds weer uit, wanneer men uitgaat van eigen standpunten alleen, wanneer men alles in over­eenstemming wil brengen met het beeld, dat men zich van een ideale wereld heeft gevormd. Besef steeds weer de werkelijkheid van uw wereld en leef deze werkelijk­heid. Maak vooral niet de fout van de doorsnee mens in deze dagen, die stelt: "Wij zijn beschaafd. Daarom kunnen wij deze dingen niet meer in het leven aanvaarden, mogen wij gene dingen niet meer van anderen verwachten". Maak u vrij van voorop­gezette meningen en tracht een vrij, levend, tintelend bestaan te voeren, waarin de nieuwe dingen, alle mogelijkheden steeds worden erkend als deel van de werkelijkheid, eigen leven en eigen taak. Of u nu 100 jaren oud bent of 20, ga uit van uzelven. Stel: Ik zoek en aanvaard alleen het werkelijk bestaan. Ik zoek het positieve in alle dingen te vinden. Daarop zal ik al mijn gedachten blijven richten tot er een antwoord komt uit de oneindigheid. De nu heersen­de "beschaving" zal daaraan misschien ten onder gaan. Maar dan blijft het esoterisch sterke mensdom bestaan.

 

Denk niet, dat uw Westerse beschaving kan blijven bestaan. Wees er van overtuigd, dat andere volkeren en andere leefwijzen de overhand zullen krijgen. Wanneer de nieuwe eeuw begint, zal Azië in de wereld meer beslissen dan Amerika. Het is wel zeker, dat, wanneer de nieuwe eeuw begint, Europa niet tot derde wereldmacht geworden is, zoals het nu droomt. Wel kan het worden tot behoedster en bakermat van een wijsheid, die bij volkeren, die hun vorm van leven nu hernieuwen, teloor zal gaan. Wat teloor gaat, is grotendeels de waan van meerwaardigheid, die een groot deel van het blanke ras beheerst. Maar het werkelijke Westen zal blijven bestaan. Waar nu de kathedralen staan van Reims, Parijs en Keulen, waar nu de grote kerken van de middeleeuwen leeg staan, herinneringen aan een verleden, dat voorgoed voorbij lijkt te zijn gegaan, zal de mens van het Westen een nieuwe kracht gewinnen. Daar zal hij, door zijn positief denken, zijn eerlijk en waar bewustzijn, een licht ontsteken, dat de eerbied afdwingt van Oost en West. Het wormstekig geworden Europa, dat zich vaak de bron van de hedendaagse beschaving pleegt te noemen, zal tot een bron van geestelijk licht worden. Dit heeft niets te maken met Engelsen, Amerikanen, Duitsers en Fransen. Dit heeft alleen te maken met mensen. Want juist het vermoeide land der blanken, waar men zich beroemt op een beschaving, die schijn is, zal worden tot een bron van nieuw leven en nieuw licht.

 

Het zal u duidelijk zijn dat de waan, de verdraaiing van de werkelijk­heid, de ontkenning van eigen werkelijk wezen, eerst opgeheven zullen moeten worden. Dit is de reden, dat ik u vandaag (op sarcastische en voor sommigen zelfs ergerlijk vervelende wijze) sprak over het onderwerp: Wij zijn be­schaafd.....

 

Niet de beschaving van heden kan de mensheid redden. Daarom moest u duidelijk worden gemaakt, dat het niet een verdergaande beschaving is, waar gij mensen naar dient te streven. Gij dient, reeds in deze tijd, de basis te leggen voor de tempel van innerlijk bewustzijn, die zal blijven staan, wanneer films en rock en roll voorbij zijn gegaan, wanneer er zelfs geen sprake meer zal zijn van vergrotingen van export of een nieuwe EEG. Wanneer door tijd en omstandigheden deze kenmerken, van wat men bescha­ving gelieft te noemen, wegvallen, dient het positief denken te blijven, voerende tot een innerlijke erkenning van de Goddelijke waarheid. Dan zal de kracht gevonden moeten worden in het scheppen van innerlijke en banden met allen, die met het ik, harmonisch kunnen zijn. Europa, dat oud en moe begint te worden - ook al beseft het dit niet -, heeft de beste mogelijkheden, om dit alles te volbrengen en zo het geestelijke licht herboren te doen worden in de nieuwe tijd. Dit is de positieve waarde van deze dagen, de ontwikkelingsmoge­lijkheid, waarin de toekomst verzekerd wordt. Indien u echter meent, dat dit alles on­belangrijk is of slechts bijgeloof, haal dan rustig uw schouders op, ga verder en fluister tot uw naasten: Kolder. Wij weten beter, want wij zijn beschaafd.

 

Is er onder u misschien nog een non-conformistische barbaar, die zijn commentaar wil geven?

 

  • Het komt mij voor, dat u alleen de negatieve zijden van deze beschaving hebt belicht. Zijn er ook positieve zijden aan deze beschaving?

 

De positieve zijde van deze beschaving is meestal in dat, wat men on­beschaafd pleegt te noemen. Ik heb getracht dit duidelijk te maken. Wat men beschaving noemt is n.l. gebaseerd op maniërismen, niet op de werkelijke persoon­lijkheid van de mens. Zij berust eerder op een ontvluchten aan de werke­lijkheid en de persoonlijke aanspra­ke­lijkheden, dan een alleen daaruit bestaan en leven.

 

Achter de uiterlijke beschaving, welke opgebouwd wordt uit lege vormen en ontwijkingen van de werkelijkheid, leeft wel degelijk veel, wat goed is. In deze tijd wordt reeds gebouwd aan de toekomst. In deze dagen, met al hun omwen­telingen, rampen en ellende wordt inderdaad reeds het harmonisch geestelijk net opgebouwd, waaruit zo dadelijk een nieuwe bewustwording het leven der mensheid weer terug voert naar de waarheid. Reeds nu bereidt men de tijd voor, dat mensen weer in waarheid en besef zullen leven, de tijd dat het leven weer het volle en gelukkige bestaan is, de tak, die het behoort te zijn. Er wordt nu reeds gewerkt aan het vergroten van innerlijk, geestelijk en stoffelijk kontact tussen mensen, dat, gebaseerd op de werkelijkheid, in de plaats kan treden van de vele lege of leugenachti­ge leuzen, die men nu nog verkondigt als hoogste wijsheid. Er is veel positiefs in uw wereld. Ik heb dan ook met spot en felheid niet uw wereld aangevallen. Ik heb slechts het vernis der werkelijkheid, dat men beschaving noemt, waarop men in uw dagen zo trots is, waarop men zich al te vaak beroemd, aangevallen, om de werke­lijke gedaante van de wereld te tonen en duidelijk te maken, wat uw "beschaving" in feite is. Deze beschaving is een verdorven vrucht aan de boom der mens­heid. Dit wil nog niet zeggen, dat deze boom niet gelijktijdig ook gezonde vruchten draagt. Het bederf ligt in de wijze, waarop men in onwaarheid leeft en meent niet anders te kunnen. Vele mensen bevestigen de meningen en oordelen van anderen. Zij zeggen steeds: Ja, ja natuurlijk, zeker. Innerlijk zijn, denken en leven zij echter geheel anders. Daardoor wordt de bevestiging in hen tot een gif, dat zij bij anderen gaan spuien, zo het leven van anderen vaak ongelukkiger makende dan noodzakelijk is. Men doet dit, omdat eerlijk zijn in vele gevallen voor de mensen van heden gelijk schijnt te staan met onbeschaafd zijn.

 

Toch is het beter, een spanning die innerlijk bestaat, meteen te uiten. Dit kan wel een onaangenaam ogenblik betekenen, maar men heeft zijn verstoord evenwicht hersteld, zijn innerlijke spanningen gespuid, zodat men onmiddellijk weer positief kan zijn.

 

U meent, dat ik alleen de negatieve aspecten van de beschaving heb belicht. Dit is niet waar. Ik heb de nadruk gelegd op bepaalde mogelijkheden, die dank zij de voorafgaande ontwikkeling - dus de beschaving - nu bestaan. Daarom zie ik mijn betoog zeker niet in zijn geheel als een negatieve beschou­wing van uw wereld, maar eerder als een noodzakelijke en gezonde kritiek.

 

In de ogen van velen is kritiek altijd negatief, wanneer zij iets af­breekt - zelfs wanneer zij andere wegen of mogelijkheden aan stipt. Maar wie zo denkt, moet het evenzeer negatief vinden, wanneer men een aantal onbewoonbaar verklaarde krotten wil afbreken, om op de vrijgekomen plaats een nieuwe school te bouwen.

 

Gezien de vele ontwikkelingen, de vele vormen van menselijk denken, de wijze, waarop men in formalisme vast is gelopen in alle landen, zal men ook geestelijk moeten breken, voor er gebouwd kan worden. Ik geef toe, dat ik eerst en uitvoerig heb afgebroken. Ondermeer brak ik de staf over het begrip be­schaving, zoals nu bij velen bestaat, maar even uitvoerig heb ik gewezen op de kracht, die er achter deze beschaving in de mens bestaat, sprekende over positief denken enz. Daarbij gaf ik blijk van meer optimisme, dan menig realistisch mens in deze dagen op kan brengen.

 

Goeden avond, vrienden.

 

Uitgesproken: 23 november 1962

 

02-01-09

OVERDRACHT VAN LEVEN.

Overdracht van leven.

Ik weet niet wat u zich daarvan heeft voorgesteld, maar leven zou je in verschillende vormen kunnen bezien.

Er is het materiele, het stoffelijke leven. Daarnaast is er een geestelijk leven dat een groot gedeelte van de tijd daarvan geheel los staat. Dan is er ook nog levenskracht, een energie die o.a. nog te maken heeft met levenslichaam, astraal lichaam en wat er verder nog voor voertuigen kunnen worden gevormd van halfstoffelijke aard.

Ons onderwerp zal zich met al deze zaken bezighouden. Dus niet met de voortplantingsrituelen, aangezien wij menen dat wij in de geest niet in staat zijn u daarvoor nog verdere aanwijzingen te geven die u niet kent.

Wanneer wij als geest leven, dan bestaat dat leven uit bewustzijn. Er is een kern van kracht. Deze kracht kunnen wij niet geheel ontleden. Het bewustzijn op zichzelf impliceert een ik‑voorstelling, maar daar­naast een groot aantal ervaringen en ook bepaalde eigenschappen als wilskracht en voorstellingsvermogen.

Wanneer nu een entiteit b.v. in het duister leeft, dan wordt het moeilijk om zo iemand te bereiken zolang hij alleen in zijn eigen beperk­te wereld bezig is. Er is een soort kortsluiting. Hij blijft voortdurend voortgaan met precies dezelfde dingen te herhalen, eventueel aangevuld met zelfbeklag en schuldgevoelens.

Nu kun je zo'n persoon soms iets van je leven geven. Je geeft hem iets van je ervaringen. Daartoe gebruik je een deel van de kracht die je bezit. Deze kracht wordt door de wil gericht op deze persoonlijkheid en geladen met enkele voorstellingen die van essentieel belang voor zo'n persoon kunnen zijn, omdat hij daardoor deze gesloten kringloop kan doorbreken. Schrikt hij dan wakker, dan zien wij dat hij bereikbaar is geworden je kunt deze persoon dan a.h.w. in het licht brengen. Je kunt hem losmaken van zijn eigen beperkte wereldvoorstelling, maar hij kan dat niet zonder meer verdragen. Daarom moet je zo iemand enige kracht gevend

Deze kracht is een deel van de energie waaruit je zelf bestaat. Je kunt die later weer aanvullen, maar op dat ogenblik is dat een gift die je zelf tijdelijk iets minder beweeglijk, iets minder sterk maakt.

Zo ziet u dat zelfs het helpen van entiteiten die zijn vastgelopen in de een of andere waanvoorstelling eigenlijk door overdracht van leven en levenskracht ongedaan kan worden gemaakt. Je kunt hen helpen.

Stel u nu voor dat wij datzelfde doen bij een mens. Een geest kan een mens energie geven. Die energie moet echter eerst vanuit deze entiteit worden gericht. Als je dat zonder verdere beperkingen doet, dan zal het resultaat over het algemeen maar zeer pover zijn. Ga je echter proberen die mens een bepaald beeld te geven, een bepaalde kwaliteit waarvan je een voorstelling hebt, dan ontneem je weer kracht aan je eigen wezen. Je richt die kracht op de persoonlijkheid en de persoon wordt geïnspireerd.

Er ontstaan denkbeelden die hem niet geheel eigen zijn. Er ontstaan afwijkende reacties en de persoon ontdekt opeens in zich de veerkracht en de energie waardoor hij de denkbeelden kan omzetten in feiten Op die manier kun je dus iemand helpen om in zijn leven een betere weg te kiezen. Er is een voorbehoud dit is alleen mogelijk, indien deze persoon ook zelf die verbetering werkelijk wil hebben.

Het is als bij zieken. Je kunt veel zieken helpen door hun kracht te geven. Die kracht moet echter bewust gebruikt worden, ze moet gericht zijn. Zelfs dan kun je de patiënt nog niet helpen, als deze diep in zijn hart zijn ziekte graag gebruikt als een verontschuldiging om bijv. niet te werken of andere dingen te doen die hij onaangenaam vindt. Sommige mensen zijn alleen ziek, omdat ze denken daardoor in het middelpunt van de belangstelling te staan. Zo iemand zou je kunnen genezen, maar ze willen niet genezen worden, want dan, valt voor hun idee hun belangrijk­heid weg, het recht dat ze hebben om aandacht te eisen. Dus ook daar zijn wij dan wat beperkt.

Als ik dit zeg vanuit de geest, dan is het duidelijk dat het ook in de stof moet bestaan. Als u iemand ziet die volkomen mismoedigd is, dan kunt u vaak alleen maar door een positieve gedachte naar die mens te sturen de mismoedigheid voor een deel wegnemen Dat doet u door een denkbeeld te vormen en dat met uw wil naar zo'n persoon toe te sturen. Maar de kracht die u hiervoor gebruikt is deel van uw eigen levens­kracht. Dat moet u goed beseffen.

Het lijkt allemaal zo eenvoudig. Men gaat uit van het standpunt, leven is iets dat ontstaat, wanneer een bepaalde biologische penetratie een feit is geworden. Maar dat is alleen een cellulair leven. De vat­baarheid en houdbaarheid ervan zijn eigenlijk beperkt. Maar voeg daar nu iets van die extra energie aan toe, die levensenergie, en wat zien wij? Opeens is een bevruchting de aanleiding geworden tot het ontstaan van een nieuwe persoonlijkheid. Er is een geestelijke binding. Wanneer er een bevruchting heeft plaatsgevonden en je wilt incarneren (het is moeilijk je voor te stellen waarom mensen in uw tijd willen incarneren), dan moet je je eigen levenskracht a.h.w. hechten aan dat biologisch beginsel. Als die binding tot stand is gekomen dan blijkt opeens dat de groeiprocessen (er zitten namelijk eigenschapskeuzen in) op zo'n ogenblik mede worden bepaald door die nieuwe kracht. De levens­kracht komt dan van een geest, die nog helemaal niet in de stof is. Maar de binding die je daarmee aangaat geeft leven. Ik mag hier terugvallen op uw ‑meer huiselijke situaties. U heeft kamerplanten. Sommige mensen hebben kamerplanten omdat het niet anders gaat. Die planten leven een poos. Wanneer ze sterven, komen ze terecht in de vuilverbranding en worden er nieuwe aangeschaft. Maar er zijn ook mensen, die in hun planten levende wezen zien. Alleen al de uit­straling van zo'n mens heeft invloed op de plant. Er zijn ook mensen die daarmee praten. Ik kan mij indenken dat iemand, die daar zit zich af­vraagt; is hij/zij van lotje getikt? Want Lotje krijgt van vele dingen de schuld.

Als je praat, dan richt je je aandacht op het voorwerp of op de persoon. Als je je aandacht richt, dan richt je ook een deel van je kracht daarop. Er ontstaat zelfs In uitwisseling van levenskracht. De plant gaat bijdragen tot je welzijn, maar jij geeft de plant de kracht om beter te groeien en te bloeien en zich aan te passen aan omstandigheden die voor de plant toch niet ideaal zijn. Overdracht van leven.

De kern van de kracht die in ons schuilt is leven. Wij zeggen God, want die komt altijd ergens op de achtergrond mee kijken. Als je in Hem gelooft, is Hij er en als je niet in Hem gelooft, is er toch iets onver­klaarbaars dat een naam moet hebben. Behalve als je bisschop bent of zoiets, dan is het natuurlijk meer een autoriteit waaraan je je eigen autoriteit ontleent. Maar als je zegt; hier is God, dan kun je niet zeggen; God is dit of dat, Maar één ding is zeker;

De kracht die wij God noemen is in ieder geval de basis van leven; alle leven dat voor ons mogelijk is. De energie waardoor die processen van bewustzijn zich in ons afspelen, worden alle veroorzaakt door een kracht en die is een bron. Waarom? Ik weet het niet, maar het is zo.

Den zeggen wij dit; de kracht, die ons leven vormt en die voor ons ook onbenoembaar en onkenbaar is, kan door ons dankzij ons bewustzijn in vele vormen worden gebracht. Ze kan in vele vormen en gedaanten worden uitgestraald. Elke keer als wij dit doen, dragen wij leven over. Als wij daar nu even bij stilstaan, dan wordt misschien duidelijk hoezeer ook in de menselijke gemeenschap de contacten tussen mensen van uiter­mate groot belang zijn. Het is niet alleen maar gezelligheid. Het is niet alleen maar het elkaar begrijpen.

Als mensen met, elkaar een zekere harmonie vormen, dan zal de le­venskracht van de een gaan compenseren bij de ander. Er is overdracht van bewustzijn. Er is overdracht van krachten.

Als zeer veel mensen samen zijn, dan behoeven wij ons niet af te vragen wat zij willen. Misschien zijn ze willoos. Maar als daar een stem is die hen tot eenheid brengt, één voorstelling die hen tijdelijk hun persoonlijk zijn even doet vergeten, dan vermengt zich de uitstraling van al die mensen. Ze wordt een voor mensen en ook voor een bepaald geestelijk niveau wel een zeer grote kracht en kan zich ontladen. U heeft plaatsen waar dit gebeurt. U gaat naar Lourdes en naar Fatima. Misschien dat anderen naar Benares gaan en in de Ganges duiken voor een massale reiniging en plotseling diezelfde eigenaardige kracht ondergaan die mensen kan genezen in Lourdes of in andere bedevaartplaatsen.

Hier is sprake van een overdracht van leven. Dit alles is zeer positief, want bij een dergelijke overdracht van leven verstoor je het leven van een ander niet.

E r zijn echter ook entiteiten, die wij niet zeer op prijs stellen in onze omgeving, die hun hele levenskracht in een mens willen werpen. Soms lukt hen dat, want een geest heeft vaak meer kracht dan een mens. Hij kan a.h.w. die mens opslorpen als een geestelijke spons, zodat de per­soonlijkheid praktisch weg is en alleen nog maar wat stoffelijke restan­ten overblijven. Dan kan die entiteit leven in het lichaam dat hij zo be­heerst. Alleen kan hij zich niet geheel losmaken van zijn wereld, van zijn achtergronden, van zijn voorstellingen.

Zo'n mens is dan bezeten door die geest. Het is geen duivel, geen demon. Het is gewoon een wezen zoals mensen wezens zijn. Een wezen zon­der lichaam met zoveel kracht dat het eenvoudig leven heeft genomen. Het heeft zijn persoonlijkheid met de gehele inhoud praktisch overgedra­gen in een stoffelijk voertuig waarop hij geen recht heeft, dat niet het zijne is.

Dan kun je wel die entiteit soms uit drijven. Er is zelfs geestendrijver hier in het westen. Ik hoor dat hij allerlei uitbannings­riten heeft geschreven. Daarmee kun je zo'n entiteit onder spanning zet­ten. Wat gebeurt er dan.

Op dat ogenblik is de beheersing en daardoor de schijnbare eenheid van levensenergie van je voertuig er van jezelf niet meer aanwezig.

Het resultaat is, dat zo'n mens bijkomt. Men zal dan zeggen. Dat is vol­doende je hebt de demon uitgedreven. Maar er is dan nog meer nodig. Je moet zo iemand steun geven en als een priester of dominee (die doen dat ook) bij te brengen en te troosten, hem vertellen dat het allemaal goed is. Vervolgens zegent hij hem misschien ook nog. Hij is er zich mis­schien niet van bewust dat hij op dat moment zijn leven aan die ander geeft.

Leven op zichzelf is oneindig. Mensen denken, wij worden geboren om te sterven. Het is dan ook geen wonder dat zoveel mensen u dat toewen­sen; val dood! Een leven is onvernietigbaar Het kan in vorm enigszins veranderen, maar het is onaantastbaar.

Ben je een ingewijde, dan kun je eenvoudig zeggen. Mijn werkelijke levenskracht overheerst alles. Dan word je misschien 800 jaar als je een grote taak op aarde hebt; daarna ga je verder. Hoe kun je zo lang leven? Heel eenvoudig omdat je dan de stoffelijke processen volledig beheerst en daarbij verontreinigingen voortdurend kunt uitwerpen zodat de vernieuwing zich in het voertuig voortzet. Op zichzelf een volkomen logisch proces, maar de doorsnee‑mens heeft niet voldoende bewuste levensenergie om dat te doen.

Nu komt het voor dat zo'n ingewijde komt bij een man die dood is. De geest is nog bij het lichaam, misschien is de band nog niet helemaal verbroken, maar stoffelijk gezien is die man dood. Dan komt zo'n ingewijde en zegt; jij hebt niet voldoende kracht om in dit lichaam te leven. Ik geef je mijn kracht. Ik geef je de kracht waaruit ik zelf besta. Gebruik die. Keer terug tot je lichaam. En dan zegt hij meestal hardop voor de omgeving, opdat die niet schrikt; kom, sta op. Wordt wakker. Dan zegt degene die daarnet dood was; wat is er met mij gebeurd?

U lacht daarom maar wordt er niet van Jezus verteld dat hij doden heeft opgewekt. Van Lazarus zijn wij niet zeker, omdat zijn naam inhoudt dat hij ook in een andere toestand zijn situatie kan hebben veroorzaakt. Ook bij anderen, b.v. hel, dochtertje van Jairus. Bijna dood of helemaal dood. Jezus zei; hier heb' je mijn leven. Wakker worden.

De Boeddha heeft het ook gedaan. Grote wijzen in India hebben dat gedaan. Wijzen in het verleden, Apollonius van Tyana b.v. heeft het ge­daan. Het is niet een kwestie van een man die dat ooit heeft gedaan. Het is vaak voorgekomen. Maar dan moet je weten hoe je leven kunt over­dragen. Als je zelf niet voldoende dit leven kent, meester bent ervan, dan is dat gevaarlijk.

Je kunt niet onbeperkt zeggen; dit is mijn leven, doe ermee wat je wilt. Dan heb je zelf geen leven meer over. Sommige mensen doen het, omdat ze toch al geen leven hadden. Het is altijd nadelig en voor je ge­zondheid en voor je geestelijke ontwikkeling. Je moet weten wat je doet.

Je hebt een bepaalde hoeveelheid kracht. Die voel je in jezelf. Ze is een klein deel van het werkelijke leven dat in je woont. Datgene wat je nu aanvoelt alleen dat kun je geven. Je kunt dat overdragen aan een ander. Geef je het geheel, dan ben je zelf niet meer. Maar soms zijn het betrekkelijk grote delen.

Overdracht van loven is nooit een langdurig proces. Het is geen kastelein die achter de tapkast staat en zegt; hier zit ik de hele avond leven uit te schenken. Het is een explosie, een ontlading. Het is een flits van energie. En als je nog niet zo explosief bent (Nederlanders zijn doorgaans niet explosief behalve ais hun beurs in het geding is) concentreer je dan: ik voel dat leven in mij. Ik geef dit leven aan die ander. Zo eenvoudig is dat. Het is niet ingewikkeld.

Geen grote bezweringen. Geen grote versieringen. Zelfs geen lang­durige voorbereiding. Als je leven in jezelf voelt, dan kun je dat over­dragen aan een ander. Je kunt dan met die ander alles delen of je kunt met die ander alleen een klein deel van die kracht delen; dat moet je zelf weten. Maar je kunt alleen geven, als het plotseling is. Je voelt het in je en je zegt: ik wil dit geven. Overdracht van leven is een wils­kwestie Als u niet wilt, dan gebeurt het niet.

Niemand kan van u leven stelen. Grote verhalen over vampiers. Bram Stoker is daarmee begonnen en sedert dien houden anderen het vuur brandend. Vampiers die leven van uw bloed. Och, er zijn misschien wel geestelijke vampiers. Mensen, die u in ontspannen toestand proberen te brengen en dan uw levensenergie a.h.w. in de harmonie opnemen niets teruggeven. U zegt dan: het zijn schatten van mensen. Zo lief. Maar als ze weg zijn, dan voelt u zich zo maar zo leeg. Vampiers in die zin bestaan. Maar als u niet wilt, dan zegt u; ik geef geen levenskracht. O zeker, ik neem het contact aan, maar ik geef niets, tenzij ik wat terugkrijg. Met andere woorden: als zo iemand komt, zeg dan tegen uzelf; ik draag geen kracht over. Dan gaat de ander met een tekort aan kracht naar huis, vermoeid door het proberen te krijgen wat niet te krijgen was.

Er zin personen die op een heel andere manier tijdelijk meester wor­den over u. Ze kunnen u suggereren dat iets waar is wat niet waar is. Ze kunnen u allerlei dingen voorleggen. Maar als u niet zegt: ik laat me oplossen in dat geheel, dan kan u niets gebeuren. Anderen zien mis­schien de goden. U ziet alleen dat anderen gek doen. Deze gemeenschap­pelijkheid van bewustzijn is een soort roes. In deze roes kunt u absoluut anderen ertoe brengen hun krachten aan uw wil over te dragen.

De levenskracht die in u zit, domineert de levenskracht van anderen. Zend haar uit. Maak hen tot andere mensen, beïnvloed hun gedachten. Alles is mogelijk, ook vampirisme. Geen politieke propaganda bij sommigen, maar het is en blijft vampirisme. Het is anderen leegzuigen van hun levenskracht.

We hebben leven. We kunnen leven overdragen, wanneer wij willen. Wij moeten oppassen dat wij niet bestolen worden, als wij niet werkelijk die kracht aan een ander willen afstaan, het moet bewust zijn. Onthoudt u dit;

Er bestaat geen enkele stoffelijke of magische rite, gebruik, mode of handeling waardoor de overdracht van leven waarover wij nu spreken kan worden waargemaakt. Al die dingen zin een ambiance waardoor de be­reidheid kan ontstaan. Ze zijn nooit de werkelijke gave van het leven zelf.

Wees een deel van de grote kracht. Maar in ons is een kracht die leven heet, die wij kunnen overdragen aan andere levende wezens, die wij kunnen overdragen aan velen of aan enkelen, als wij dat willen. Zolang wij ons be­wust zijn van deze krach in ons zin wij in staat te voorkomen dat anderen onze kracht, ons leven nemen om daarmee te doen wat ze zelf willen.

Wij zin meester van ons leven. Er is maar een kracht en dat is de Bron zelf, Je kunt zeggen ‘uit' of je kunt zeggen wees vervuld met meer kracht.'

We moeten met hetgeen wij hebben echter woekeren. Wij moeten ermee werken. Dan zeg ik u dit; elke mens, die zich bewust is van alle leven dat in hem bestaat en dit niet bindt aan uiterlijke verschijnselen of te­kenen, kan die kracht richten op alle dingen die hij belangrijk acht; op zin eigen lichaam, op planten, bloemen, dieren desnoods op een woning, op een medemens, een zieke, eer gezonde, een dwaas. Ofschoon ik mij af­vraag wie genoeg kracht bezit om zin kracht te delen met alle dwazen

Dit in het onderwerp voor vanavond. Ik ben mij ervan bewust dat dit maar een zeer onvolledige en tekortschietende inleiding is. Maar de pun­ten, die voor u interessant en belangrijk zin in dit onderwerp, kunt u na de pauze ter sprake brengen. Ik hoop, dat u dat zult willen doen. Want u heeft zich misschien iets anders voorgesteld van 'het overdragen van leven' en niet beseft dat het zo volledig deel is van alles wat u bent, wat u doet, wat u ervaart. Voor eventuele tekorten in mijn taalbeheersing verontschuldig ik mij nederig.

 

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober