17-04-17

Drie regeltjes ter overdenking.

Drie regeltjes ter overdenking.

 

gave, dicipline, vanzelfsprekend,

 

 

 

 

 

 

 

Elk bevel aan jezelf zal worden uitgevoerd.

Elke gave die vanzelfsprekend is, is blijvend.

Elke van buitenaf opgelegde discipline leidt tot afstomping.

 

 

 

11:39 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gave, dicipline, vanzelfsprekend |  Facebook |

03-10-16

ONTHECHTING.

ONTHECHTING.

onthechting, scheiding, leven, gave,

Ik mag mij niet hechten aan wat de wereld mij biedt, want de wereld zou mij knechten. Mijn geest verdraagt dat niet. Ik moet mij onthechten, opdat het leven voor mij niet betekent het Zijn. Want, ben ik gehecht aan het leven, is scheiding van ‘t leven mij pijn, dan is mij, de dood een nood geworden. Dan is mij duister het bestaan, omdat ik droom van ondergang en lijden, al weet ik: dit alles is slechts waan.

Ik mag mij niet hechten, ik mag niet bezitten, ik mag niet begeren, verlangen, zoveel. Toch heeft de wereld zoveel gaven, wordt in de sferen zoveel weer je deel, dat je er voortdurend je toch kunt gaan laven, gaan laven aan drank van de eeuwigheid. De gave, die vluchtig je even beroert, terwijl je onberoerd zelve weer verderschrijdt.

Onthechting wil niet zeggen: verlaten alles, wat U de wereld biedt. Dat wil niet zeggen, dat ‘t kwaad is te leven, terwijl je van het leven geniet. Onthechting wil zeggen: niets vast te bezitten. Niets te zien als vast deel van je eigen bestaan. En zonder rouw, traan of verlangen, wanneer ‘t je verlaat, weer verder te gaan.

Onthechting wil zeggen: sterk zijn in daden. Stil zijn in woorden. Vol zijn in kracht. Opdat je begrijpt, hoe de volheid van ‘t leven in evenwicht rond je wordt samengebracht. Want evenwichtig bestaan is ons allen gegeven.

Onthechting is niet ‘n afscheid van weelde der wereld. Geen afscheid van de vreugden voor oog en voor oor. Niets van wat de wereld aan schoonheid bezit, aan verrukking gaat door onthechting voor U teloor in werkelijke zin.

Zij doet je beseffen:

Wil ik mij verheffen? Niets bezat ik aan ‘t begin en niets zal ik bezitten aan ‘t einde. Waarom zou ik mijzelf verrijken met bezit? Waarom zou ik uitgrijpen naar alle gaven? Waarom zou ik spreken van zwart en van wit? Waarom zou ik door het leven heendraven, belastend mijzelf met zorgen en nood? Waarom zou ik vrezen armoe of dood? Het leven geeft en ik ga mijn weg, terwijl ik mijzelf onthecht aan de dingen, maar niet mij ‘s levens gaven ontzeg.

Onthechting betekent: Jezelf bedwingen. Kracht bezitten, die je steeds weer geleidt, wanneer je je laat vangen of haast werd gevangen op de weg van bezit en van tijdelijkheid.

Eeuwig is het leven en eeuwig zijn de krachten, die met je leven en gaan door het Zijn.

Eeuwig de kracht, waaruit je eens werd geboren.

Eeuwig en lichtend en sterk en ook rein.

Die dingen gaan je nooit verloren.

Zij zijn je wezen, je kracht, je bestaan.

Voor onthechting moet je leren juist daardoor niets te vrezen, en rustig je wegen steeds verder te gaan.

18:12 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: onthechting, scheiding, leven, gave |  Facebook |

18-07-16

ONTHECHTING.

ONTHECHTING.

ONTHECHTING,droom, leven, gave,kracht,weelde, wereld, rein, gebo

Ik mag mij niet hechten aan wat de wereld mij biedt, want de wereld zou mij knechten. Mijn geest verdraagt dat niet. Ik moet mij onthechten, opdat het leven voor mij niet betekent het Zijn. Want, ben ik gehecht aan het leven, is scheiding van ‘t leven mij pijn, dan is mij, de dood een nood geworden. Dan is mij duister het bestaan, omdat ik droom van ondergang en lijden, al weet ik: dit alles is slechts waan.

Ik mag mij niet hechten, ik mag niet bezitten, ik mag niet begeren, verlangen, zoveel. Toch heeft de wereld zoveel gaven, wordt in de sferen zoveel weer je deel, dat je er voortdurend je toch kunt gaan laven, gaan laven aan drank van de eeuwigheid. De gave, die vluchtig je even beroert, terwijl je onberoerd zelve weer verderschrijdt.

Onthechting wil niet zeggen: verlaten alles, wat U de wereld biedt. Dat wil niet zeggen, dat ‘t kwaad is te leven, terwijl je van het leven geniet. Onthechting wil zeggen: niets vast te bezitten. Niets te zien als vast deel van je eigen bestaan. En zonder rouw, traan of verlangen, wanneer ‘t je verlaat, weer verder te gaan.

Onthechting wil zeggen: sterk zijn in daden. Stil zijn in woorden. Vol zijn in kracht. Opdat je begrijpt, hoe de volheid van ‘t leven in evenwicht rond je wordt samengebracht. Want evenwichtig bestaan is ons allen gegeven.

Onthechting is niet ‘n afscheid van weelde der wereld. Geen afscheid van de vreugden voor oog en voor oor. Niets van wat de wereld aan schoonheid bezit, aan verrukking gaat door onthechting voor U teloor in werkelijke zin.

Zij doet je beseffen:

Wil ik mij verheffen? Niets bezat ik aan ‘t begin en niets zal ik bezitten aan ‘t einde. Waarom zou ik mijzelve verrijken met bezit? Waarom zou ik uitgrijpen naar alle gaven? Waarom zou ik spreken van zwart en van wit? Waarom zou ik door het leven heendraven, belastend mijzelve met zorgen en nood? Waarom zou ik vrezen armoe of dood? Het leven geeft en ik ga mijn weg, terwijl ik mijzelve onthecht aan de dingen, maar niet mij ‘s levens gaven ontzeg.

Onthechting betekent: Jezelf bedwingen. Kracht bezitten, die je steeds weer geleidt, wanneer je je laat vangen of haast werd gevangen op de weg van bezit en van tijdelijkheid.

Eeuwig is ‘t leven en eeuwig zijn de krachten, die met je leven en gaan door het Zijn.

Eeuwig de kracht, waaruit j’ eens werd geboren.

Eeuwig en lichtend en sterk en ook rein.

Die dingen gaan je nooit verloren.

Zij zijn je wezen, je kracht, je bestaan.

Voor onthechting moet je leren juist daardoor niets te vrezen, en rustig je wegen steeds verder te gaan.

11:35 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: onthechting, droom, leven, gave, kracht, weelde, wereld, rein, geboren |  Facebook |

02-01-15

KRITIEK EN KRITISCH DENKEN.

KRITIEK EN KRITISCH DENKEN.

kritisch denken, kritiek, gave, oordeel,existentialistisch, mystiek, occult, religieus,Vlaanderen,

Kritiek is iets, dit iedereen heeft op alles wat hem niet past. Met andere woorden: het is een poging om de onjuiste of onaangename punten daarin naar voren te brengen en de hiaten te vinden. Wat dat betreft zal de mens, die de kritiek uitoefent, heel vaak, wat men noemt, spijkers op laag water zoeken. Dan gaat dat ongeveer als volgt.

Iemand zegt. "De dichter heeft het toch maar schoon uitgedrukt. A thing of beauty is a joy for ever." Waarop prompt een criticus zegt: "Maar die mijnheer "Ever' ken ik niet. En dat de dichter dit zonder meer beweert, moet hij eerst maar eens aannemelijk maken."

Kijk eens, hier wordt dus eenvoudig een waarde verdraaid. Ever kan "altijd" zijn; het kan ook een persoon zijn. En zelfs van "joy" zou je ook nog weer een persoonlijkheid kunnen maken. Hier gaat men dus proberen er iets in te lezen, dat er eigenlijk niet mede bedoeld is. En dat is iets, dat menigeen helaas beschouwt als "kritisch denken".

Kritiek, die werkelijk goed wordt gebracht, betekent het erkennen van fouten, maar gelijktijdig het geven van een opbouwend oordeel. Wanneer ik ontdek, dat ergens in een plan of in een boek een aantal hiaten bestaan, dan is het heel logisch dat ik dit constateer en hierop de nadruk leg. Maar dan moet ik ook zeggen, hoe het anders zou moeten zijn. Ik moet dus mijn kritiek niet slechts gebruiken om ergens een ander te verwonden of iets waardeloos, te maken; neen, ik moet haar gebruiken om datgene, wat bestaat, waardevoller en juister te maken. En dit ‑ meen ik is het punt, waarbij kritisch denken in het geding kont. Want kritisch denken, d.w.z. denken met een gave van oordeel over en onderzoek van bepaalde punten, is al te vaak slechts een naar voren brengen van je eigen standpunt.

Een geestelijke, die onze voordrachten naleest, zal ongetwijfeld kritisch denken. Maar zijn kritiek gaat dan niet uit van de stellingen, die, door ons worden geponeerd en de waarschijnlijkheid daarvan. Neen, hij gaat uit van zijn geloof; dus van zijn manier van denken. Hij constateert de verschillen tussen zijn denken en ons denken en komt op grond daarvan tot een oordeel. U zult begrijpen, dat dit met werkelijk kritisch denken niets heeft uit te staan, ook al wordt het maar al te vaak zo genoemd.

Kritisch denken wil zeggen: niet zonder meer aanvaarden. Alles wat je hoort, wat je leest, op je laten inwerken, nagaan wat daarin juist kan zijn en wat daarin onjuist kan zijn. Door op zo'n manier je gedachten te laten gaan ‑niet alleen over datgene, wat is gebracht maar ook over de eventuele fouten en goede punten daarin ‑ kan men in de eerste plaats het gebrachte, zo'n gedachte enz., veel beter verwerken. Het spreekt meer tot je. Je gaat de werkelijke, betekenis ervan duidelijker inzien.

In de tweede plaats zul je door een dergelijk kritisch denken al snel komen tot, een poging om te verbeteren. Wij leven op een wereld, waarin wij als individu staan tegenover een groot aantal andere individuen en een meestal niet geheel begrepen kosmos. Ieder onzer geeft daaraan zijn persoonlijke uitleg en tracht die op zijn wijze te beleven.

Men verzamelt zich in groepen om daaraan existentialistisch, religieus, mystiek, occult of op een andere manier, uiting te geven.

Dit alles is natuurlijk en aanvaardbaar. Maar wanneer wij tegenover de rest van de wereld staan en het ondanks al onze pogingen om een eenheid met die wereld te bereiken blijkt, dat hierin geen verandering komt, dan zullen wij op een gegeven ogenblik moeten zeggen: Waar zit de fout in het denken van die ander? Ik kan dat alleen goed inzien, als ik niet slechts zijn stellingen maar ook de mijne aan dezelfde kritiek onderwerp.

Hierin nu schuilt de grote fout, die de meeste mensen maken. Kritiek op zichzelf is beoordelen. Kritisch denken echter is een poging om de beoordeling om te zetten in een direct geconstateerd verband van al dan niet logische waarden, een vergelijking tussen het gekende en het eventueel geponeerde; verder een vergelijking van de juistheid van wat je zelf allereerst aanvaardt met dat, wat een ander aanvaardt. Ik meen, dat ik hiermede het hoofdpunt van het onderwerp wel heb behandeld.

Want, vrienden, kritiek zullen wij altijd hebben. Sommigen staan onmiddellijk met hun kritiek klaar, anderen verbergen die. Sommigen hebben de neiging alles aan te nemen en hun kritiek ten slotte op zichzelf te richten. "Ik ben zeker te dom om het te begrijpen." Of: "De fout zal wel bij mij liggen."

Anderen zoeken de fout alleen bij een ander, want wat zij kennen is juist, is goed. Een mens, die ermede begint zijn eigen stellingen op hun waarschijnlijkheid en juistheid te toetsen en daarna de stellingen van een ander, komt in de eerste plaats tot een juiste vorm van kritiek want hij beseft dat zijn oordeel persoonlijk is, gebaseerd op zijn stellingen en de relatie tussen die stelling en hetgeen hij elders vindt.

In de tweede plaats zal hij door ook zijn eigen stelling aan dezelfde proef te onderwerpen, welke hij aan de stelling van een ander oplegt, de eerste juister definiëren en eventueel herzien.

Ten slotte zal hij, aan de hand van de vergelijking, waardoor beide waarden op dezelfde wijze worden getoetst, vaak kunnen komen tot een aanvulling van dat, waarop hij kritiek heeft en eventueel tot een verbetering van hetgeen daarin werd, vastgelegd of gesteld.

Het verschil tussen kritiek en kritisch denken is dus moeilijk aan te geven. Maar wij kunnen toch wel stellen: kritiek betekent een oordeel. Om een juiste kritiek uit te oefenen, moet men eerst kritisch kunnen denken. En kritisch denken impliceert, dat men zowel de eigen gedachten en stellingen als die van anderen, de eigen visie zowel als die van anderen, aan gelijke proeven onderwerpt en op gelijke wijze nagaat. Alleen dan is resultaat mogelijk.

Nu kan ik nog heel veel gaan zeggen over kritiek. Want de beste kritiek komt, zoals u weet, van de mensen die ergens iets van afweten. In Vlaanderen zegt men, dat de beste stuurlui aan wal staan. Het is dan ook heel gemakkelijk om van uit je, eigen wat geïsoleerde standpunt een oordeel te vellen over de werkingen, de gedachten, de beïnvloedingen, die anderen ondergaan of presteren.

Hoe zou je zelf in een gelijke situatie handelen? Dat is de grote vraag. Ik moet mij daarom niet alleen bij kritisch denken en in het uitoefenen van kritiek beperken; neen, ik moet voor mijzelf eerlijk nagaan, wat ik zelf kan. Alleen als ik zelf in staat ben hetzij een verbetering te suggereren, hetzij een gelijkwaardige stelling te poneren met dezelfde waarschijnlijkheid, heb ik werkelijk het recht tot kritiek. En dat betekent, dat heel veel beroepscritici dus maar betrekkelijk weinig recht hebben om te kritiseren.

Het is eenvoudig om te zeggen. "Ja, wij behoeven per slot van rekening toch geen musicus te zijn om de prestaties van een musicus te kunnen beoordelen." Dat is waar zolang wij ons beperken tot de prestatie als zodanig. Zodra wij echter aan onze kritiek op deze prestatie (dus op de klankenreeks) een kritiek op de musicus gaan verbinden, dan gaan wij werken met onze instelling en ons oordeel t.o.v. iemand, die onder geheel andere condities werkt, beleeft en mogelijkerwijze een hele reeks hinderpalen moet overwinnen, waarvan wij eenvoudig niets afweten. Punt l.: Het is dus gevaarlijk om met je kritiek verder te gaan dan alleen over wat kenbaar wordt. Punt 2.: Er behoeft van mij niet te worden verwacht, dat ik bv. dezelfde roman kan schrijven of een gelijkwaardige, als de schrijver, wiens werk ik moet beoordelen. Maar ik heb alleen het recht diens werk te beoordelen, als ik‑kan aangeven waar zich de fouten bevinden, hoe deze kunnen worden verbeterd.

Een kritiek, die alleen fouten aanwijst, is geen werkelijke kritiek. Het is een poging tot zelfverheffing ten koste van anderen.

Dan hebben we nog de menselijke behoefte tot kritiek. Wat is hiervan de achtergrond? De menselijke behoefte tot kritiek, vooral aan zelfkritiek, is betrekkelijk klein. Maar u zou het beter zo kunnen stellen: Waarom heeft de mens er zoveel behoefte anderen te kritiseren?

Dat is eenvoudig te verklaren. Naarmate ik mij bewust ben van een geringer vermogen, van minder capaciteiten op een bepaald terrein dan een ander, zal ik meer geneigd zijn anderen, die wel iets presteren, aan te vallen. Het is voor mij immers zo moeilijk, zoals het voor iedere mens altijd moeilijk zal blijven om de meerwaardigheid van een ander te erkennen. Dit wordt sterker naarmate ik iets op een ander terrein presteer.

Wij krijgen dan bv. de ingenieur, die op grond van zijn kennis der meetkunde kritiek uitoefent op de composities Van Wagner bv., daarbij niet begrijpend, dat dit twee geheel verschillende dingen zijn, Wij ontmoeten dan een musicus, die een oordeel wil uitspreken over de lijnen van een brug, niet beseffende dat bepaalde moeilijkheden in de constructie, bepaalde eisen daaraan gesteld, een andere lijn van de structuur onmogelijk maakten. Maar als hij dit zou beseffen en toegeven, dan zou hij ook moeten erkennen dat de ander groter is dan hijzelf.

Geloof mij, de doorsnee‑mens oefent op eenieder kritiek uit en al durft hij dat niet openlijk te zeggen ‑ zelfs op zijn God. Alleen op zichzelf zal hij weinig kritiek dulden. Want degene, die hem op zijn fouten wijst, ziet hij als iemand die zijn persoonlijkheid aantast. Wanneer hij zelf kritiek uitoefent, meent hij echter dat hij zijn eigen persoonlijkheid versterkt.

En dit is dus het typische verschijnsel: wie groot wil zijn onder de mensen, doet dit heel vaak niet door zichzelf boven anderen te verheffen, maar door te trachten hen, die boven hem staan naar beneden te trekken. Hij meent, dat dit de eenvoudigste oplossing is en is daarbij even dwaas als een misdadiger, die een jaarlang een bepaalde bankroof voorbereidt en heel wat meer tijd en moeite besteedt aan deze onwettige bezigheid voor een beloning, die kleiner is dan hij voor wettige arbeid met wettige beloning zou kunnen verdienen.

De mens is altijd geneigd zich tegen de regels te verzetten. Hij aanvaardt niet graag. En als hij aanvaardt, is dit in 9 van de 10 gevallen een berusting, omdat de zaak waarom het gaat hem niet interesseert.

De neiging op iedereen en alles kritiek te hebben is dus in feite een uiting van een soort minderwaardigheidsbesef, dat gepaard gaat met een behoefte tot zelfverheffing en vaak ‑ maar niet altijd ‑ een vorm van narcisme, waarbij men de zelfbewondering alleen kan handhaven door alles buiten zich eenvoudig neer te drukken.

12-11-14

Fantasie ~ werkelijkheid.

Fantasie ~ werkelijkheid.

 

eenheid,gave,fantasie,kracht,autoriteit,ervaring,

 

Eenheid kan zich alleen in tegenstellingen manifesteren.


Elk bevel aan jezelf zal worden uitgevoerd.


Elke gave die vanzelfsprekend is, is blijvend.


Elke van buitenaf opgelegde discipline leidt tot afstomping.


Er is geen fantasie, die niet ergens waar is.


Er is slechts één kracht, waarin, waardoor, waarvoor en waarmee je leeft.

Die kracht leeft net zo goed in jou als in al het andere.


Erken geen andere autoriteit dan je eigen ervaring.


Erken het deel en tegendeel dat in je leeft.

18:00 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eenheid, gave, fantasie, kracht, autoriteit, ervaring |  Facebook |