25-09-15

EINSTEIN.

EINSTEIN.

Einstein. Een naam en niet meer dan een naam, want het besef dat zo geheten heeft, bestaat nog steeds, maar het heet anders. Dat wat was, is nu in een andere vorm. En dat wat nu is, herhaalt wat was zon­der zichzelf te veranderen, maar anders in verschijning tegenover de wereld, want niets is gelijk voor de mens, wanneer de tijd erbij betrok­ken wordt.

Maar is tijd eigenlijk niet slechts een uitdrukking van verandering? Een verandering van plaats, van uiterlijkheid of inhoud?

Einstein heeft op zijn wijze deze mystieke werkelijkheid gestalte gegeven. Hij heeft duidelijk gemaakt dat de tijd geen werkelijkheid is, maar dat de tijd alleen maar een maatstaf is waarmee wij het verschijnsel meten en dat de relativiteit wordt bepaald door het enerzijds zus en anderzijds zo zien van een verschijnsel. Er is geen vaste regel en geen vaste wet die altijd kan gelden in de beperking van het menselijk zijn.

Het menselijk zijn is ontwikkeling. Maar ontwikkeling kan alleen ontstaan, indien wij uitgaan van de veranderingen die zich in en rond ons voortdurend manifesteren. Wij zijn geen meesters van de tijd, wanneer wij leven in de tijd. Maar wij kunnen wel meesters worden van het besef dat de tijd uitdrukt.

Alles is betrekkelijk. Alles kent wetten die veranderen, wanneer de omstandigheden veranderen zonder dat hun wezen daardoor wordt gewijzigd.

Dat is wat Einstein in mij wakker roept, de zekerheid dat in de voortdurende verandering een werkelijkheid heeft maar dat de wijze waarop we die werkelijkheid beseffen steeds weer een andere zal zijn tot wij met die werkelijkheid verenigd zijn.

29-11-14

EINSTEIN.

EINSTEIN.

 

Einstein, mystieke werkelijkheid, relativiteit, tijd, werkelijkheid, meesters,

 

Einstein. Een naam en niet meer dan een naam, want het besef dat zo geheten heeft, bestaat nog steeds, maar het heet anders. Dat wat was, is nu in een andere vorm. En dat wat nu is, herhaalt wat was zon­der zichzelf te veranderen, maar anders in verschijning tegenover de wereld. taant niets is gelijk voor de mens, wanneer de tijd erbij betrok­ken wordt.

Maar is tijd eigenlijk niet slechts een uitdrukking van verandering? Een verandering van plaats, van uiterlijkheid of inhoud?

Einstein heeft op zijn wijze deze mystieke werkelijkheid gestalte gegeven. Hij heeft duidelijk gemaakt dat de tijd geen werkelijkheid is, maar dat de tijd alleen maar een maatstaf is waarmee wij het verschijnsel meten en dat de relativiteit wordt bepaald door het enerzijds zus en anderzijds zo zien van een verschijnsel. Er is geen vaste regel en geen vaste wet die altijd kan gelden in de beperking van het menselijk zijn.

Het menselijk zijn is ontwikkeling. Maar ontwikkeling kan alleen ontstaan, indien wij uitgaan van de veranderingen die zich in en rond ons voortdurend manifesteren. Wij zijn geen meesters van de tijd, wanneer wij leven in de tijd. Maar wij kunnen wel meesters worden van het besef dat de tijd uitdrukt.

Alles is betrekkelijk. Alles kent wetten die veranderen, wanneer de omstandigheden veranderen zonder dat hun wezen daardoor wordt gewijzigd.

Dat is wat Einstein in mij wakker roept, de zekerheid dat in de voortdurende verandering een werkelijkheid heeft maar dat de wijze waarop we die werkelijkheid beseffen steeds weer een andere zal zijn tot wij met die werkelijkheid verenigd zijn.

12:07 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: einstein, mystieke werkelijkheid, relativiteit, tijd, werkelijkheid, meesters |  Facebook |

22-07-09

EINSTEIN.

EINSTEIN.

 Einstein. Een naam en niet meer dan een naam, want het besef dat zo geheten heeft, bestaat nog steeds, maar het heet anders.

Dat wat was, is nu in een andere vorm.

En dat wat nu is, herhaalt wat was zon­der zichzelf te veranderen, maar anders in verschijning tegenover de wereld. taant niets is gelijk voor de mens, wanneer de tijd erbij betrok­ken wordt.

Maar is tijd eigenlijk niet slechts een uitdrukking van verandering?

Een verandering van plaats, van uiterlijkheid of inhoud?

Einstein heeft op zijn wijze deze mystieke werkelijkheid gestalte gegeven.

Hij heeft duidelijk gemaakt dat de tijd geen werkelijkheid is, maar dat de tijd alleen maar een maatstaf is waarmee wij het verschijnsel meten en dat de relativiteit wordt bepaald door het enerzijds zus en anderzijds zo zien van een verschijnsel.

Er is geen vaste regel en geen vaste wet die altijd kan gelden in de beperking van het menselijk zijn.

Het menselijk zijn is ontwikkeling.

Maar ontwikkeling kan alleen ontstaan, indien wij uitgaan van de veranderingen die zich in en rond ons voortdurend manifesteren.

Wij zijn geen meesters van de tijd, wanneer wij leven in de tijd.

Maar wij kunnen wel meesters worden van het besef dat de tijd uitdrukt.

Alles is betrekkelijk.

Alles kent wetten die veranderen, wanneer de omstandigheden veranderen zonder dat hun wezen daardoor wordt gewijzigd.

Dat is wat Einstein in mij wakker roept, de zekerheid dat in de voortdurende verandering een werkelijkheid heeft maar dat de wijze waarop we die werkelijkheid beseffen steeds weer een andere zal zijn tot wij met die werkelijkheid verenigd zijn.

 

 ---------------------------------------------------------------------------

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

22-02-09

FILOSOFIE? Sommige mensen zeggen...

 

FILOSOFIE?

 

 

Sommige mensen zeggen; een filosoof is een mens, die op basis van een enkel wankel feit een toren van veronderstellingen opricht. Een ander heeft gezegd Een filosoof; is een mens, die graaft in de werkelijkheid en probeert ze op aarde te verankeren. Ze hebben allebei een klein beetje gelijk.

Het belangrijke van de denker is, dat hij probeert aan de beperkingen van feiten en wereld zover te ontsnappen dat hij een overzicht krijgt. Soms over de ontwikkelingen op de wereld. Soms over geestelijke zaken. Soms over beide. Zoals om er een te noemen b.v. een Teilhard de Chardin heeft gedaan.

Wanneer je bezig bent met filosofie komt er een ogenblik, dat een mens losraakt van al die dingen, die nog met de feiten te maken hebben. Hij wordt a.h.w. een soort mysticus, die zich uitdrukt in filosofische begrippen. Dat is het punt waarop de mens eigenlijk eer. hoogtepunt in zijn uiting van geestelijke waarden kan bereiken. Want de mystieke beleving, de mystieke wereld is de wereld van het onzegbare. Het is de wereld waarin alle dingen wel zijn, ,maar niet meer omschreven kunnen worden.

Het is een wereld, waarin de tijd een manipuleerbare factor is geworden en waarin niets meer vaststaat en alle dingen samengereikt kunnen worden in een moeizaam zoeken alsof een dichter probeert de woorden te maken tot een vers, dat het onzegbare doet meeklinken.

Wij allen zijn min of meer mysticus want een deel van onze werkelijkheid ligt in een wereld die onomschrijfbaar is. Wij kunnen met onze associaties. met onze kennis en onze mogelijkheden nooit die gehele innerlijke wereld naar buiten brengen. Maar we kunnen ze beleven. Maar die beleving in vele gevallen een loslaten betekent van vele zaken, die ons anders gebonden houden aan aardse rede, aan voortdurende denkspelletjes, gebruiken we veelal een soort sleutelbegrip.

Een filosoof denkt na over het leven en dan zegt hij; Is het leven wel leven? Als het leven leven is, waarom is het dan zo beperkt in mijn ogen? En als het niet bestaat, hoe kom ik dan aan het gevoel dat ik leef? Dan kun je natuurlijk uitroepen Cogito ergo sum. Ik denk, ik besef, dus leef ik. dus besta ik. Maar de filosoof denkt verder na en zegt;

Ja, ben ik er eigenlijk wel echt? Ik denk nu wel, maar is er een ander die mij denkt, zodat ik denk, wat hij mij zegt te denken, ter­wijl ik denk, dat ik zelf denk.

Je komt terecht in een wereld van het onbestemde en het onbekende. Dan komt er het ogenblik, dat de mysticus zijn beleving niet meer omschrijft en ze alleen nog maar uitdrukt als een straling. Dan komt er het ogenblik, dat hij zijn beleven van totaliteit alleen nog maar kan uitdrukken in een soort zang. Of het nu het hooglied van Salome is of de ode aan Zuster Jon van Franciscus (onverstaanbaar). Al die dingen zijn een poging om te weten dat er leven is niet meer dat ik leef.

De filosoof met zijn toren van Babel probeert de hemelvaart te bereiken door argument op argument te stapelen, denkbeeld aan denkbeeld te rijgen. Maar altijd komt er een ogenblik dat hij zeggen moet; Ik kan niet verder. Hier sta ik voor het gebeuren dat onomschrijfbaar is. Dan kun je Einstein heten, je komt aan een gebied, waarbij je in feite mysticus wordt en voor anderen niet meer benaderbaar en begrijpbaar bent, zelfs al gebruik je de meest abstracte en gelijktijdig reële taal die er bestaat, omdat je je beleven niet kunt overdragen.

Het is vaak een samenzang van dingen die geboren wordt op het ogenblik dat de toren van gedachten ineen valt. Het is een enorm akkoord, waarin de hele hemel mee schijnt te spreken, wat in de plaats komt van de zorgvuldig geconstrueerde tonen van een rietfluit.

Wij zijn. Zijn wij? En zo we zijn, wat zijn we? Er is geen antwoord mogelijk. We kunnen theorieën aandragen. We kunnen de hemel omschrijven. We kunnen zoals de kabbalisten hebben gedaan precies uitmaken wat de rangorde en de volgorde is van alle engelen. Wat hun taken zijn. En waar eenieder zich zal bevinden. We weten niets.

Maar kan er een heelal bestaan, een God bestaan die chaos is? Chaos is het verval. Het is de ondergang van samenhangen. Dat is de tegenstelling van de eenheid. Er móet een orde zijn. Wanneer ik die  orde niet uitdruk in allerlei denkbeelden omtrent de indeling van de hemelen dan zeg ik niet, dat die hemelen zo zijn. Maar dan zeg ik alleen, dat voor mij de orde moet blijven bestaan omdat ze de zin en  de basis is van alle dingen.

Wanneer ik spreek over de chaos dan spreek ik over het voor mij onvatbare. Een amorfe werkelijkheid die zich voortdurend in nieuwe vormen herkneedt, een werkelijkheid die een angstdroom en een vervulling gelijktijdig kan zijn. De hel die mensen zich voorstellen, of het nu in de ijshel van de oude Germaan is, de Vikings of dat het de warme hel is met zijn stookhuis van onderen zoals dat wordt voorgesteld in bepaalde christelijke groeperingen. Het is altijd nog een gevormde wereld. Het is een wereld met samenhang.

Een mens kan zich niet voorstellen, dat er een wereld bestaat zonder samenhang. En toch, hoe is alles ontstaan? We denken dat er een werking is geweest in het onbekende en dat daaruit plotseling werkingen zijn voortgekomen resulterende in een ontstaan van kleinste delen, het ontstaan van gaswolken, het ontstaan van hitte, druk, zonnen en sterrennevels. Maar weten we dat wel? We denken het. Voor ons moet er een samenhang zijn, een oorzaak en gevolg werking. Maar is oorzaak en gevolg in tijd uitgedrukt dan niet de weergave van indeling, van ordening?

Ieder kan op zijn wijze nadenken, filosoferen, kan proberen oneindigheden te vatten in woorden. Ieder zal ontdekken dat er een ogenblik komt, dat je ofwel jezelf tegenspreekt of dat een verdere ontwikkeling niet meer mogelijk is. Het dichtste bij kim je misschien als je zoals b.v. een jongen heeft gedaan, zegt; Ja, wij kunnen vele dingen ontleden maar we komen altijd aan een onbekend gebied, wat daarin ligt weten we niet. En toch, zonder het onbekende zou de samenhang van alles wat we kennen niet bestaan.

Wij zijn het onbekende. Maar we omschrijven alleen de invloeden die we hebben op onze eigen bewustzijn en dat van anderen. Wij zijn de eeuwige kracht, maar gevangen in een reeks begripsbeperkingen waardoor we ons hulpeloze schepselen achten. We zeggen dat engelen gevallen zijn. Maar zijn wij niet als de engelen, deel van God, gevallen tot de beperking van eigen besef? En in het groeien van ons beseffen terugworstelen naar die status, waarin we deel van God zijn en meer niet.

Is dit filosofie? Voor een deel. Is het mystiek? O ja, voor een deel zeker wel. Bovenal is het zoals ik het uitdruk menselijk. Mens zijn betekent denken. Mens zijn betekent tijd beleven, ook als geest. AL is tijd dan een andere waarde. Mens zijn betekent steeds weer andere grenzen opstellen rond jezelf, waardoor je aan jezelf beperkingen toekent, die in je wezen misschien niet eens bestaan.

Is het dan niet voldoende te weten dat wij zijn, hoe dan ook? Of we nu misschien de roman figuren zijn van een kosmische schrijver of zelfstandige wezens, wat maakt het uit? Wij bestaan en we voelen in onszelf een verbondenheid met alle dingen, die we niet kunnen ontzeggen. Is dat niet voldoende.

Een mens bouwt zich een beeld op van het ik. Een versteende reeks van eigenschappen en beperkingen, vaak bovendien nog op het voetstuk geplaatst van mijn gelijk en mijn redelijkheid. Maar is het standbeeld ooit de persoon zelf? Op zijn best is het een momentopname. Vastlegging van een kleine fase uit een oneindig gebeuren. Het ik dat ik ken is niet belangrijk. Het wezen dat ik denk te zijn is niet belangrijk. Het is maar een standbeeld, dat ik opricht om mijzelf voor een ogenblik te kunnen aanschouwen. Maar wat er in mij leeft en werkt, dat is belangrijk. De voortdurende veranderingen in mij, die gelijktijdig een voortdurende bevestiging zijn van mijn uiteindelijke onveranderlijkheid, dat is belangrijk.

Al mijn grenzen zullen vergaan. Al mijn voorstellingen van mijzelf zullen sterven. Maar dat, wat ik ben, is zover ik kan overzien blijvend. Nu in de ene vorm dan in de andere manifesteert het zich. Nu met de ene dan met de andere beperking worstelt het verder om zichzelf te zijn zoals het denkt dat het is.

Maar ik besta wel degelijk. Of ik gedroomd wordt of geschapen ben, het maakt geen verschil, want ik beleef. Ik beleef het licht en de kracht die in mij bestaan. Ik beleef de werkelijkheid die uit mij straalt en die door de gehele wereld voortdurend weerkaatst, wat ik uiteindelijk in mijzelf aan erkenningsvermogen draag.

Ik leef. Hoe dieper ik graaf, hoe meer ik terecht kom in een wereld die niet meer te bepalen is. Al wat uiterlijke werkelijkheid schijnt is niet veel meer dan het glimmende huidje van een zeepbel geblazen in een oneindige luchtruimte.

Mensen die daar naar toe werken, die proberen die werkelijkheid te vinden, die niet willen stilstaan alleen bij de glimmende weerkaatsingen aan de buitenkant aan het dunne omhulsel, dat wij onze werkelijkheid noemen, zijn de denkers, de filosofen. Meer nog, de denkers en de filosofen banen de weg, maar wij moeten de weg gaan.

Die weg kunnen we alleen gaan op het ogenblik, dat zelfs het denken ophoudt te bestaan, dat er alleen nog maar existentie is in een rijkelijk delen van al wat is,. zonder zelfs te kunnen omschrijven wat je zelf bent en wat anders is. De mystieke beleving, die niets heeft te maken met een sacrament of et een wonder of met een weten. De mystieke beleving, die een terugkeer betekent tot de grondwaarde van alle existentie.

Er zijn heel wat filosofen geweest. Een Chinees filosoof meer dan 2000 jaar v. Chr. spreekt over de kleinste delen die heen en weer zwalken, alsof hij zou weten hoe een atoom er uitziet. Een Griekse denker spreekt over "de Daemon in mij" (het licht in mij, niet de demon zoals men wel eens denkt). Een werkelijkheid, die hij niet kan vertellen of verklanken op een andere manier dan eenvoudig te zeggen; "Er is iets in mij dat leeft, dat mij beweegt. Een denker, die zoekt naar de kosmische harmonieën en die muziek en mathematica en redekunst samen voegt alsof hij door een versmelting van al deze dingen probeert om iets weg te vagen van de grenzen, waaraan een mens gebonden is.

Zijn formules zijn nog bekend Pythagoras is nog de bezoeking van menig jong student. Haar de Pythagoreeën waren de zoekers naar waarheid, die misschien een taal gebruikten van meetkunde, van algebraïsche vergelijkingen, maar die gelijktijdig de structuur van de harmonie probeerden te vinden omdat de harmonie de enige uitdrukking is, waarin je werkelijk en innerlijk jezelf kunt beleven.

Er zijn heel wat filosofen geweest op de wereld. Sommige hebben geprobeerd hun beleven en hun denken vast te leggen als een soort dialoog met God. Andere hebben geprobeerd om de grenzen te overschrijden door feiten en veronderstellingen zodanig te mengen, dat er ideale beelden ontstonden. Maar allemaal hebben ze ergens gezocht naar het essen, de essentie van het zijn. Het zijn zelve.

Wanneer u zich bezig houdt met allerlei denkbeelden, wanneer u geconfronteerd wordt met oude beschavingen of met nieuwe ontwikkelingen of verwachtingen voor de toekomst, dan zijn het allemaal alleen paar kleine punten, die een omtrek tekenen waarbinnen het werkelijke zijn bestaat. De grote kunst is altijd weer om uit de feiten en waarschijnlijkheden terug te keren naar de kern, naar de as waarom alles zich moet bewegen en draaien. De niet constateerbare punten in de lichten, die uiteindelijk toch de werkelijke oorzaak zijn van alle gebeuren.

Daarom zou ik van u allen een klein beetje filosofen willen maken. Misschien ook een klein beetje mysticus/mystica. Een mens, die zoekend door de uiterlijkheden niet alleen een innerlijke wereld betreedt, maar ook beseft dat de beleving van die innerlijke wereld niet gelieerd kan zijn aan de wereld buiten je zonder meer, dat ze een beweegkracht kan zijn in de uiterlijkheden, maar dat ze nimmer een verklaring of een vervulling van uiterlijkheden in zich draagt.

De kern is AL het andere komt uit de kern voort. Zoeken naar de kern is zoeken naar een waarheid, die niet te verklanken en niet te verwoorden valt. Maar die in zijn beleving een zinvolheid betekent voor de schijnbaar belangrijke en onbelangrijke feiten, die je op dit  ogenblik je leven noemt. Leven in en vanuit de eeuwigheid is de weg om de tijd te overwinnen om de verschijnselen van de tijd hun werke­lijke betekenis te geven.

 

 


 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

20-01-09

NATUURWETENSCHAPPEN en de GEEST.

NATUURWETENSCHAPPEN EN DE GEEST.

Natuurwetenschappen omvatten een betrekkelijk groot gebied.

Als wij denken aan b.v. atomen, dan behoort dat bij natuurwetenschappen. Denken wij aan eenvoudige chemie, natuurwetenschappen en zo kunnen we verder gaan.

In al deze gevallen echter hebben wij te maken met wetenschappelijk, denken. Een wetenschapper probeert te verklaren waarom een verschijnsel waarbij herhaling optreedt plaatsvindt. Is de verklaring juist, dan zal hij op grond van die verklaring verdere proeven kunnen nemen. Aan de hand van deze proeven ontstaat op den duur een theorie die een geheel gebied kan omvatten en waarin alle mogelijkheden van dat gebied dan nader kunnen worden onderzocht. Het nadeel van deze werkwijze is natuurlijk dat je geneigd bent elk fenomeen waarmee je wordt geconfronteerd te interpreteren binnen het kader van al datgene wat reeds bekend is. Je past het a.h.w. bewust of onbewust aan de bestaande theorieën en aan vroegere constateringen aan.

Een tweede feit is, dat in de wetenschap nog wel eens een rol speelt, is de fout die wordt gemaakt en niet wordt ontdekt. Om u enkele voorbeelden daarvan te geven:

Heel veel kinderen hebben tegen heug en meug spinazie gegeten omdat daar zoveel ijzer in zat. Alleen bleek later wel dat men de plaats achter de komma verkeerd had bepaald. Het was dus niet 0,4 bij wijze van spreken maar 0,004. Zo heeft men elders een bepaald handboek gehad waarin juist de komma vergeten was. Men ging voortdurend uit van de grote waarden. Niemand heeft het nagerekend en op grond van de resultaten zijn een paar theorieën ontstaan die pas ongeveer 20 jaar geleden zijn rechtgezet. Toen ontdekte men dat die theorieën onzin waren, omdat ze namelijk uitgingen van feiten die niet reëel waren.

Ik wil niet zeggen dat de wetenschap als zodanig onjuist is. En zeker de natuurwetenschappen hebben in vele gevallen bijgedragen tot een nadere kennis van het menselijke milieu en een nadere kennis van mogelijkheden waarover een mens beschikt. De mens is echter meer dan een chemisch geheel. Hij werkt weliswaar op een wijze die men soms atomair of subatomair zou kunnen noemen, maar het past weer niet in de theorieën die daaromtrent ontwikkeld zijn.

De mens heeft bepaalde z.g. vaste waarden. Denk aan tijd. Denk aan bijvoorbeeld afstanden zoals die gemeten worden binnen een 3‑dimensionaal stelsel. Men neemt dat allemaal als vaststaand aan en gaat met de bepaling van b.v. de snelheid van licht uit van de tijd die nodig is voor een lichtstraal om een zekere afstand te doorlopen.

In de werkelijkheid is het een beetje anders. Licht hoeft geen constante snelheid; toch wordt dat aangenomen. Licht is namelijk een partikelstraling die sterk wordt beïnvloed door magnetische velden en struc­turen. In de ruimte zijn die, in ruime mate aanwezig, zodat op een gegeven ogenblik een sterk magnetisch veld een vlieden kan voorspiegelen terwijl er in feite sprake is van een toenadering en ontstaat er een rood shift. Er zijn meer van deze voorbeelden te noemen, maar ik geloof dat liet mij te ver zou voeren om al deze punten zeer uitvoerig te belichten.

Daar tegenover staat de geest. De geest zou je het best kunnen om­schrijven als een energiewezen. Deze energie is in zichzelf natuurlijk, wel begrenst, een soort werveling. In die werveling treden allerlei verschillen van potentieel op. Er zijn dus vermogensuitwisselingen. Deze processen bepalen in feite liet denken en het leven van de geest.

In de geest is een kern aanwezig. Je zou het kunnen vergelijken met een cel. Een cel heeft een wand; dat zou dan het menselijk lichaam kunnen zijn. Daarbinnen bevindt zich plasma, het protoplasma. Daarbinnen bevindt zich weer een celkern die bepalend is voor het functioneren van het ge­heel. De kern in zijn wezen is datgene wat we dan ziel plegen te noemen, althans in de termen van Orde, omdat het hier gaat om het werkelijk onveranderlijke en onsterfelijke deel van ons wezen.

Een geest die te, maken krijgt met ruimte zal die ruimte niet zien als een in afstanden te bepalen geheel. Het is eerder een conglomeraat van toestanden waarheen men zich willekeurig kan wenden, ook als voor een mens op aarde de afstand misschien lichtjaren is of duizenden kilo­meters. Voor de geest is het richten van de aandacht gelijk aan het aanwezig zijn. Het zal u duidelijk zijn dat daarom een groot aantal van de dingen, die in de natuurwetenschappen als vaststaand worden aangenomen voor de geest soms een beetje wonderlijk om niet te zeggen onaanvaardbaar lijken.

Wij hebben andere zintuigen; d.w.z. wij zien niet zoals u gericht met een hoek van 90 tot 120 graden. Ons blikveld is 360 graden in elke richting. Onze waarneming en liet beeld dat wij van de dingen krijgen, is daarom anders. Ook dit speelt een grote rol.

Verder: wij zijn energiewezens. Het is duidelijk, dat energie in welke verschijningsvorm dan ook voor ons meer concreet en reëel is dan materie. Materie is wel een samenstel daarvan, maar wij zien het samenstel alleen, als wij ons daarop in het bijzonder richten om een menselijke voorstelling te krijgen. In andere gevallen zien wij eenvoudig de energieconglomeratie de wervelingen die daarin plaatsvinden, het spel.

Als wij kijken naar een stuk metaal, dan zien wij b.v. een heel trage moleculaire verschuiving die niet eens een totale moleculaire rotatie wordt. Kijken wij naar gas, dan zien we een wervelend spel dat meer doet denken aan vuurvliegjes dan aan wat anders. Het is dus heel erg moeilijk om een parallel te trekken tussen de natuurwetenschappen zoals de mens die hanteert en het beleven, het waarnemen, het denken van de geest.

Eerst wanneer de geest bewust een groot gedeelte van haar eigen mogelijkheden onderdrukt, is benadering mogelijk. Wat zouden wij denken van b.v. de atoomchemie? Voor ons is atoomchemie een betrekkelijk grof werken, want je werkt met stelsels van energiedelen. Voor ons is het heel begrijpelijk dat er b.v. een baanverspringing van elektronen plaatsvindt. Dat vloeit voort uit de geaardheid van het elektron, in zichzelf een wervelend deeltje energie dat een eenzijdige polariteit naar buiten vertoont terwijl aan de andere kant de massa weer een tegengerichte werking heeft. Maar wanneer het spin‑moment te groot wordt, springt eenvoudig het elektron van de ene baan naar de andere; het corrigeert zijn omloop.

Hetzelfde zou gebeuren, wanneer een versnelling of vertraging van baanomloop zou plaatsvinden bij uw planeten. Dan krijgen we ook een baanverandering. Aangezien dat proces op veel grotere massa’s betrekking heeft of op een veel grotere energie‑eenheid, krijg je dan als vanzelf een tra­ger verloop van het proces. Het is dan menselijk wel constateerbaar.

Datgene wat er gebeurt met de kleinste deeltjes niet. Maar verschil voor ons is er eigenlijk niet, want tijd, zoals u die ziet, kennen wij niet. Er is een fenomeen. En de opeenvolging van waargenomen fenomenen vormt dan een persoonlijke tijd.

Kijken wij naar b.v. chemische reacties, dan zeggen wij: in de chemie wordt bij de mensen heel veel verwaarloosd, namelijk dat als je bepaalde stoffen samenvoegt deze bij opname in het lichaam (medicijnen) een zekere werking vertonen. Haar gelijktijdig wordt er een binding aangegaan met deeltjes en energie binnen het lichaam waardoor neveneffecten optreden die soms veel erger zijn dan het geneesmiddel in feite zou kunnen genezen op ander gebied.

Het zal u bekend zijn dat in de chemotherapie heel veel secundaire verschijnselen optreden. Dat is heel begrijpelijk, wij hebben hier te maken met in feite kunstmatige constellaties van kleine delen en die zijn niet erg stabiel. Zodra ze met andere energieën in aanraking komen, vallen ze uiteen. In dat uiteenvallen ‑ en dat is nu het typische – ontstaan nieuwe bijkomstige stoffen die eveneens gaan werken. Als die stoffen in zeer kleine hoeveelheden ontstaan, is er kans dat bij het proberen van geneesmiddelen dat niet wordt ontdekt.

Ze hebben ons wel eens gevraagd waarom wij zo voor natuurgeneeswijze zijn. Ik zal proberen u dat duidelijk te maken. Wij menen namelijk, dat in de natuurgeneeskunde natuurlijke producten worden gebruikt en wel zodanig dat de deeltjes onderling een natuurlijke en vaste samenhang hebben. Daardoor is een hercombinatie, zoals in de chemotherapie, waarschijnlijk en zullen dus secundaire gevolgen over het algemeen eerder uitblijven. Maar het is niet alleen dit.

Als wij kijken naar uw sterrenkunde, dan zeggen we: die astronomen weten het allemaal heel aardig te vertellen, maar ze beseffen te weinig wat de structuur is van de ruimte, wat de invloed is van b.v. de kern van het Melkwegstelsel op de energieën die daar een rol spelen.

Hoe de verhouding tussen deze en van de buitenkant van het Melkwegstelsel komende stralingen niet wordt bepaald door een gelijke snelheid van licht, maar door een versneld licht van buitenaf en een vertraagd licht van binnenuit het Melkwegstelsel. Dat zijn dingen die je de mensen kunt vertellen, maar dan zeggen ze: wij zien dat zo. Dan hebben ze gelijk. Ze zien dat zo.

Wetenschap is eigenlijk een poging om het menselijk denken te omschrijven, want het is de menselijke waarneming die prevaleert, zelfs als er gebruik wordt gemaakt van instrumenten die het normale mense­lijke waarnemingsvermogen aanmerkelijk uitbreiden.

Voor een geest is het heel gewoon te zeggen: ik kan mij het gemakkelijkst manifesteren als er een bepaalde interferentie van bepaalde tril­lingen zijn. Dan zeggen mensen: ja, trillingen dat is zo vaag. Welke tril­lingen bedoelt u. Welke frequenties? Dan kun je alleen zeggen als je het heel globaal wilt doen. Een groot gedeelte van onze mogelijkheden liggen op de hoogte van de centimetergolven en lager. Hier namelijk ontstaan de meeste interferentiemogelijkheden. Daarmee kun je spelen, die kun je be­ïnvloeden, die kun je modelleren want je bent zelf energie. Je kunt wat afremmen, je kunt wat versnellen en a.h.w. je eigen vibratie overzetten op de botsing tussen b.v. twee draaggolven. Dat kan de aanleiding zijn tot verschijnselen als de 'directe stem' die kan worden gebruikt als er een medium is. Daarbij is de ene tussenstof de atmosfeer met haar eigen lading en de andere tussenstof is een deel van het celplasma dat uit het lichaam van een medium kan worden ontnomen. Tussen die beide ontstaat de mogelijkheid een spanningsveld te creëren. Dat spanningsveld kan fluctueren en kan zijn beweging aan de lucht overbrengen en wij heb­ben de directe stem.

Als wij het op een bandrecorder doen, dan heb je weer precies het­zelfde. De bandrecorder zelf heeft een bepaalde trillingswaarde. Dat is de basis die over het algemeen op de koppen staat. Er is dus een basisfrequentie aanwezig. Daarnaast komt een modulerende frequentie (het kan een radiosignaal zijn). Als het radiosignaal nu ongeveer gelijk sterk is als het signaal dat op de koppen staat, kun je dat moduleren. Je kunt dus een stemgeluid voortbrengen. Helaas is het daarbij niet mo­gelijk om effecten als ruis (voor de techniek heb ik een helper meege­bracht) niet geheel te onderdrukken. Dan kom je tot allerlei eigenaar­dige verschijnselen die de mens niet helemaal kan verklaren en die hij dan probeert weg te verklaren.

Daarnaast hebben wij het wonderlijke feit dat men in vele weten­schappen voortdurend bezig is om de dingen te bepalen en men niet be­grijpt dat er een voortdurende wisselwerking is tussen het ding en het denkend vermogen dat in de buurt is. Zo kan het zijn dat in een labora­torium een bepaalde laborant zekere proeven altijd met goed resultaat weet te volbrengen, terwijl anderen er steeds net naast grijpen; het is het niet helemaal. Het verschil is dan de inbreng van de concentratie en de gedachten van de laborant waardoor het patroon dat hij in gedachten heeft gemakkelijker wordt bereikt. Er is a.h.w. een matrix waardoor de bestaande mogelijkheden worden bijgestuurd tot een specifiek resultaat.

Het zal duidelijk zijn dat we op vele andere wetenschappelijke gebieden te maken hebben met de geest als een soort verstoorder van vrede, want de kennis die men bezit is aantastbaar. Dan kun je uitroepen: dat is mystiek. Maar wat is mystiek anders dan een aanvoelen waardoor een kennis naar voren wordt gebracht die ook met de feiten van de wetenschap bereikbaar is. Het is een soort intuïtie. In hoe grote mate dat een rol kan spelen kunnen wij zien, als wij te maken hebben met grote mathematici.

Een mathematicus is iemand, die denkt in een bepaalde symbooltaal. In die symbooltaal zijn zeer veel verschillende benaderingen en afleidingen mogelijk. Het kiezen voor het patroon daarin geschiedt nu heel vaak intuïtief. Op deze wijze, is Lorentz tot bepaalde conclusies en ontdekkingen gekomen. Maar hetzelfde kunnen we ook zeggen voor de aartsvader (Einstein) die de atoomchemie en ook nog wat anders tot stand heeft gebracht.

In al die gevallen is een intuïtief element dat eigenlijk bepalend is voor de afleiding die ontstaat. Degene, die dan zegt dat de mathematica toch een zeer concrete wetenschap is, vergist zich dus. Want ze is evenzeer afhankelijk van de intuïtieve effecten van degenen die ermee werken, als bij wijze van spreken resultaat dat een kaartlegster krijgt die niet alleen van haar kaarten afhankelijk is, maar wel degelijk ook van haar manier om die kaarten te benaderen en daardoor bepaalde resultaten te verkrijgen.

Nu ben ik bang, dat ik menig mathematicus een beetje beledigd heb. De geest weet, dat er overal bepaalde invloeden en storingen optreden. 0 zeker, een natuurwetenschapper zal waarschijnlijk de schouders wat ophalen, als hij hoort vertellen over stralingen die uit het heelal komen en die op aarde groeiprocessen, menselijke reacties mede bepalen, omdat hij niet beseft in hoeverre energieverhoudingen belangrijk zijn voor alle stoffelijke processen inclusief groeiprocessen, inclusief balancies en inbalancies in het menselijk lichaam, inclusief zelfs visuele en auditieve interpretaties. Want het denken is ook een energetisch proces. Het is daarom soms betreurenswaard dat mensen, die tot zo grote prestaties weten te komen natuurwetenschappers hebben ontzettend veel bereikt in de laatste eeuwen gelijktijdig zo blind blijven voor de kwaliteiten die in henzelf schuilen.

De geest kan hen daarvan natuurlijk een verwijt maken, maar het zal niet terecht zijn, want ze zijn opgevoed in een denkpatroon van feiten, feiten, feiten. Al datgene wat je niet kunt aanpakken, wat je niet kan bewijzen dat bestaat niet. Het is alleen opvallend dat zovelen onder hen toch nog gelovig zijn. Want als ze een geloof zouden benaderen zoals zo een paar andere facetten van bestaan en ontwikkeling benaderen, dan zou­den ze ook moeten zeggen: dat bestaat niet.

 Maar goed. Het geloof is een traditie en het wordt a.h.w. niet aan­getast, het wordt niet wetenschappelijk benaderd. Daar aanvaardt men het innerlijk proces wel. Maar als het geloof zo belangrijk is voor het leven, zoals velen van hen nog steeds denken, is dan dat innerlijk proces niet voor alle beleven evenzeer belangrijk? Als dat het geval is, dan moeten wij onze directe en feitelijke constateringen intuïtief benaderen en interpreteren en niet alleen maar op grond van hetgeen in het verleden door anderen is vastgelegd.

Als wij teruggaan in de geschiedenis van de natuurwetenschappen, dan komen we terecht in 1700 ‑‑ 1000 ‑ 1900 bij mensen die alleen als amateurs zou je kunnen zeggen hun wetenschap beoefenen. Velen van hen doen buitengewoon belangrijke ontdekkingen. Hoe kan dat? Omdat zij intuïtief reageren. Als een enkeling van hen dan op grond van de feiten zijn eigen visie gaat herzien, dan krijgen we allerlei schandalen zoals bij het ontstaan van do evolutietheorie. Wat dat betreft is het bezoek aan de Galapagos eilanden een ramp geweest voor de wetenschapper die nu een grote naam heeft en tevens voor alle z.g. wetenschappers en denkers van zijn tijd die worden geconfronteerd met zaken die in het geloof niet thuishoren.

Realiseer u: de geest ziet de dingen anders, beleeft de dingen anders. Daardoor interpreteert zij anders. Een geest, die aan natuurwetenschappen wil doen en daarbij de stoffelijke beperkingen wil verwisselen voor de mogelijkheden van de geest, komt steeds weer tot conclusies die vanuit stoffelijk standpunt mystiek of misschien zelfs belachelijk zijn.

In elke mens schuilt een geest. De capaciteit van de geest om haar omgeving te beïnvloeden, om zelfs de tijdlapse per gebeurtenis te variëren en zo a.h.w. de waarnemingstijd uit te breiden of te verkorten bestaat voor een mens ook. Hij maakt er echter geen gebruik van. Ik zou al deze mensen in de natuurwetenschappen en wat dat betreft vele wetenschappers willen toeroepen: beste mensen, realiseert u zich wel dat u door uw denken te veranderen uw mogelijkheden tot daadwerkelijke constateringen en wetenschappelijke verklaringen eveneens wijzigt?

Het is uw denken dat bepalend is. Juist door het feit, dat er een wetenschappelijke discipline is ontstaan die een bepaalde wijze van denken aan een ieder heeft voorgeschreven met uitsluiting van alle intuïtieve momenten, zeker als het gaat om constateringen van bewijsvoering, heeft men gelijktijdig een groot gedeelte van de mensen a.h.w. doof en blind gemaakt voor verschijnselen waaraan ze toch zelf voortdurend deel hebben.

Dan zullen we nu proberen een paar dingen met elkaar in overeenstem­ming te brengen. Atoomchemie gaat op het ogenblik uit van brute kracht. Maar is brute kracht noodzakelijk als je te maken hebt met energieën die ten onrechte worden beschouwd als onuitputtelijk en die aan eigen wetten gehoorzamen waardoor ze ook op andere wijze deze energie kunnen vrijmaken, maar tevens totaal nieuwe stoffen kunnen creëren.

 Als je spreekt over atoomfusie, dan schudt menigeen nadenkend het hoofd en zegt: Ja, maar wij hebben dan te maken met een reactie die niet in een vat kan worden bevat zonder meer. Wij kunnen geen dempings materialen gebruiken, wij hebben velden nodig. Magnetische velden vragen meer energie dan de reactor kan opleveren. Dat is absoluut onjuist, ofschoon het argument zelfs nu nog vaak wordt gehoord.

Een magnetische fles is betrekkelijk eenvoudig te creëren. Als ze is gemaakt, kan ze met een minimum aan energie in stand worden gehouden.

Alleen daar waar ongewone veranderingen van druk en spanning of van actie en reactie binnen deze magnetische afscherming bestaan, wordt meer energie vereist. De aanloopenergie is groot. Het vergt een betrek­kelijk korte tijd (met de huidige middelen zou je het binnen anderhalf uur kunnen doen), maar daarna heb je dan ook een energiebron die veel meer energie levert, veel minder onaangename nevenresultaten veroorzaakt en naar buiten toe praktisch geen straling. Dat is een heel be­langrijk punt, meen ik. Het is de energievorm van de toekomst, ook als velen daar tegenwoordig niet aan willen.

Op dezelfde manier komen we op een gegeven ogenblik tot het besef dat bepaalde plantaardige stoffen wel degelijk ook in zeer geringe ver­dunningen een grote werkzaamheid vertonen. Dan komen wij tot een geneeswijze waarin we die stoffen gaan combineren en niet meer kunstmatig al­lerlei stoffen gaan samenstellen die weliswaar bruikbaar zijn en in vele gevallen zeer nuttig, maar die aan de andere kant enorm gevaarlijke af­valstoffen achterlaten, die enorm kostbare en energie kostende processen vereisen.

Dan zeg ik: zelfs als wij het hebben over de gewone natuurkunde, komen wij tot allerlei vernieuwingen van denken zodra wij het denken in termen van velden en energieën bij de mensen vaste voet zien krijgen.

De zwaartekracht wordt dan heel iets anders. Zwaartekracht is dan een combinatie van veldverschuiving plus het ontstane spanningsverschil. Dat dan de zwaartekracht wordt bepaald door de beweging van massa en ruimte moge juist zijn, maar alleen onder de conditie dat punt 1, daar­bij een veld wordt gesneden door deze massa en punt 2. dat deze massa een zeker eigen rotatie, een zeker eigen veld bezit. Dan zou je zwaar­tekracht kunnen variëren.

Je zou b.v. het weer op aarde gemakkelijk kunnen reguleren als je begrijpt dat een groot gedeelte van de weerfenomenen tot stand wordt gebracht door ladingsverschillen die resulteren in stromingsverschillen die de verschillende drukgebieden ‑ hoog of laag ‑ tot stand brengen. Vandaar af gelden de regels die men op het ogenblik hanteert praktisch volledig. Maar misschien is het u wel eens opgevallen dat bij weersverwachtingen soms plotseling de zaak niet uitkomt. Waar men dacht te maken te hebben met een cycloon, blijkt deze opeens bijna verdwenen te zijn.

Daar waar men dacht dat er een anticycloon was, blijkt zich een enorme drukwerveling op te bouwen en hebben we plotseling met een cycloon te maken. Als je weet hoe het met de stralingen (de aarde ontvangt stralin­gen) en de daardoor ontstane statische spanningen en mede daardoor ont­stane varianten in het aardmagnetische veld zit, zou je dit alles kunnen bekijken. Je zou door eenvoudig statische spanning het statisch opladen van bepaalde delen van de atmosfeer te laten plaatsvinden in staat zijn om te bepalen welke regenwolken waarheen gaan. Vanuit ons standpunt is dat heel eenvoudig.

Wanneer u dan legenden hoort van de een of andere meester die op een bergtop staat en even een paar regenwolken aanroept waarna het precies regent daar waar hij het wil en niet waar hij het niet wil, dan denkt ieder­een; een leuk sprookje of: dat kan alleen een geestelijk zeer groot meester doen. In feite doet deze man niets anders dan door zijn eigen energie een kleine verstoring van evenwicht in de bestaande energieverhouding veroorzaken en wel zo, dat het door hem beoogde effect daardoor wordt benaderd.

Hij kan dit dan later enigszins bijsturen.

In de natuurwetenschappen is men, behalve als het gaat om de afstemming van bepaalde procedures, nogal huiverig voor alchemie, magie en wat dies meer zij. Dat is alleen begrijpelijk, als we zien hoe schuw men is in het z.g. logische denken om onlogische, niet direct constateerbare krachten aan te nemen, zeker als de proeven niet haalbaar zijn, omdat een zelfde situatie op aarde niet altijd een zelfde energiesituatie ten gevolge kan hebben. Er zijn wat dat betreft onnoemelijk veel punten waarover ik zou kunnen uitweiden. Maar het doel van een avond als deze is een algemeen beeld te scheppen.

U denkt. Denken is energie. Ook als men dit wetenschappelijk niet voldoende kan constateren zijn gedachte uitstralingen in feite ruimteloos, d.w.z. dat zij grote ruimten kunnen overspringen en daarbij zijn ze niet volledig tijdgebonden. Dat wil zeggen, dat een gedachte kan worden ontvangen door b.v. een telepathische recipiënt doordat de zender deze heeft geformuleerd en uitgezonden. Ook kunnen er vertragingen optreden. Al deze dingen maken toch wel duidelijk, dat alle denkprocessen invloed hebben op de omgeving.

Er is iets. Laten we het maar niet definiëren want wetenschappe­lijk is dat nog niet te doen. Maar er is iets dat wel degelijk invloed heeft op voorwerpen, dat invloed heeft op levensprocessen, dat invloed kan hebben op zeer veel verhoudingen en situaties in de omgeving voor­al als deze niet geheel evenwichtig zijn. Zou het dan niet redelijk zijn om ook eens te denken aan het menselijk denken, aan het menselijk energiepotentiaal in verband met al datgene wat men natuurwetenschappelijk wel onderzoekt?

Zeker, je kunt van de aarde bepalen hoe oud ze is. Je kunt dat precies nagaan. Met koolstofproeven kunnen we al heel ver komen en met een beetje veronderstelling kunnen we nog veel verder gaan. Maar die veronderstelling, ook als ze bevestigd lijkt te worden door de feiten, is geen zekerheid. Ze is en blijft veronderstelling.

Voor de geest ligt dat een beetje anders. Elk stratum over de gehele aarde heeft een eigen uitstraling. Die uitstraling zou je met een beetje handigheid kunnen omrekenen in tijd volgens menselijk concept. Dan is de ouderdom van de aarde maar ook van allerlei processen en levensprocessen op aarde opeens wel goed bepaalbaar. Als je dat doet, kom je tot verbazingwekkende constateringen.

Ik weet, dat wetenschappelijk mensen niet hebben geleefd in het Plioceen, de tijd dat enorme reptielen in de meerderheid waren. Maar er waren wel degelijk mensachtigen ook als het geen homo sapiëns waren. Zoals er ook in die tijd al paarden en honden waren al zagen ze er anders uit. De omstandigheden, die voor de grote reptielen snelle onvruchtbaarheid en uitsterven betekende brachten een groei impuls voort voor de meeste warmbloedige dieren, die aanvankelijk angstig vluchtend en als slaven geleefd hadden onder de heerschappij van Tyran­nosaurus Rex en al die andere sauriërs. De geest kan dat zien. Voor de geest is dit vanzelfsprekend. Wetenschappelijk is het niet aantoonbaar, ja bijna onmogelijk.

Als wij kijken naar de verschillende ijstijden van de aarde, dan kunnen wij die in de geologie over het algemeen aardig aflezen. De dateringen zijn er nogal eens wat naast, maar dat zal toch niet meer dan een 10.000 jaar zijn; dat is in het verleden niet zo belangrijk.

Waardoor komen die processen tot stand? Hoe verlopen die processen? Wat voor invloed hebben ze gehad op de aardrotatie? Wat voor invloed heb­ben ze gehad op de as-hoek van de aarde? Dat zijn dingen waarover je dan wel kunt speculeren als mens, maar als geest wéét je dit.

De laatste ijstijd b.v. is mede bepalend geworden voor de overigens wat trage wankeling van de aardas waardoor de magnetische polen voortdurend iets verschuiven. Voor die tijd heeft de aarde een periode gekend dat ze een bijna rechte as-stand had; d.w.z. dat er veel minder sprake was van jaargetijden dan tegenwoordig. Die omstandigheden hebben bijgedragen tot gebeurtenissen zoals het ontstaan van leven, de ontwikkeling van het leven enz. Zoals de laatste ijstijd mede aanleiding is geweest tot de terugkeer van een aantal dieren naar de oceanen, terwijl ze voor die tijd wel degelijk op het land hadden geleefd. Als je die dingen allemaal nagaat, dan is dat werkelijk ontstellend.

Je kunt een heel programma zien van die ontwikkeling van alle wezens op aarde uitgedrukt in een soort energetische reeks flikkeringen; kleine ontladingen op iets wat wij dan bij gebrek aan beter maar de tijdlijn zullen noemen. Voor de geest vanzelfsprekend, maar voor de wetenschapper op aarde niet benaderbaar. Dientengevolge zou hij moeten zeggen: ik heb het gevoel dat het wel mogelijk moet zijn, maar logisch gezien heb ik dit en dat en dat geconstateerd, dus het is er niet. De logica is de dood van zeer veel door de geest mogelijk geworden ontwikkelingen geweest in het verleden en zal het waarschijnlijk in de toekomst ook zijn.

Een ander punt is, dat men altijd uitgaat van massaliteit. De mensen. De mensen bestaan niet. Er zijn wezens die elk voor zich mens zijn.

De dieren, de ontwikkeling, de evolutie. Het is allemaal aardig en logisch te beredeneren. Alleen, er klopt iets niet in. Er zijn verschuivingen. Er zijn onevenwichtigheden. De geest voelt die aan. Zelfs de mens wordt ermee geconfronteerd, naar hij drukt ze weg, omdat zijn denken nu eenmaal gericht is op een oorzaak en gevolg conclusie die steeds kan worden voortgezet en op het huidige punt herhaalbaar is.

Mijne vrienden, ik heb het u al gezegd: de wereld van de natuurwetenschapper en de wereld van de geest zijn niet met elkaar volledig in overeenstemming te brengen, niet zolang de benadering van het wetenschappe­lijke op aarde plaatsvindt zoals nu het geval is. Zolang er sprake is van een gedachtediscipline die tevens gevoelens, intuïtie en dergelijke voor een groot gedeelte uitschakelt en als ze al worden gebruikt alleen worden toegepast binnen het kader van reeds vaststaande regels of veronder­stellingen. En toch gaat er veel veranderen.

Het zal u bekend zijn dat de laatste tijd ook in de wetenschap steeds meer een soort mystiek aan het groeien is; iets wat net niet meer wetenschappelijk is. Wij zien dat mensen, die eens dachten uit te gaan van een vaste lijn op een gegeven ogenblik terechtkomen in een raadselgebied.

Zoals Jung in zijn tijd reeds heeft moeten toegeven. Wij kunnen wel onbekende gebieden ongeveer omschrijven, maar wij kunnen daar niet in doordringen.

Steeds meer mensen proberen desondanks in dat onbekende door te dringen, deel te worden van een wereld, die niet logisch, niet redelijk is en daaruit te leren hoe ze hun z.g. feitenwereld moeten benaderen.

Als dit in de wetenschap steeds meer het geval is ‑ en heus we hebben het gezien bij astronomen, wij hebben het gezien bij mensen die, in de kernfysica werken, we hebben het gezien bij mensen die zich bezighouden met chemie, natuurkunde, geologie enz ‑ dan hebben wij in feite te maken met een nieuwe golf van ontwikkelingen waarmee men langzaam maar zeker probeert de innerlijke mens mede te integreren in het menselijk nog uitdrukbare en verklaarbare. En dan ondergaat de wetenschap een verandering. Dan zijn na­tuurwetenschappen niet meer een aantal verschillende specialismen en disciplines. Dan zijn ze een geheel concept van energie, van beleving, van kracht. Van daaruit worden die verschijnselen begrijpelijk en verklaarbaar, zelfs in hun onregelmatigheden, in hun schijnbaar misschien onlogisch schijnen.

 Als de wetenschap zo ver komt, zal zij meesterschap kunnen krijgen over in het begin waarschijnlijk allereerst het magnetisme en de daarmee verbonden verschijnselen. Daarna over energiebronnen en al wat daarmee samenhangt. Verder vermoedelijk in de beheersing van materiestructuren. Tenslotte zal men dan zo ver komen dat men leert dat een afstand niet altijd doorlopen behoeft te worden, als men van het ene punt naar het andere gaat. Maar als dat het geval is, zal de geest eindelijk ook op dit gebied contact kunnen krijgen met de mensen en op een andere manier dan alleen door intuïtie kunnen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de mensheid, die eindelijk de grenzen van tijd en ruimte overschrijden en daardoor in staat is voor zichzelf een volledige uiting van de eigen persoonlijkheid tot stand te brengen.

Dat zal ongetwijfeld nog lang duren, maar het begin is er.

En zo vreemd als het moge klinken, juist deze vaak zeer dogmatische natuurwetenschappen lijken een eerste punt waarin deze verandering zich sterker en sterker zal doen gelden, al is het maar omdat men een zodanige discipline heeft geleerd, ook t.a.v. denken en werken, dat men de vaagheden zal vermijden die prevaleren in alle mensenwetenschappen.

Ik hoop u daarmee een klein, misschien onvolledig beeld te hebben gegeven van de relatie tussen geest en natuurwetenschap en daarnaast een beetje hoop te hebben gegeven voor de toekomst. Want in uw tijd zult u het niet meer meemaken.

Maar u komt nog wel een keer terug. Het zou heel prettig zijn terug te keren in een wereld waarin de mensen onderling meer mens zijn juist omdat zij meer besef hebben van de krachten waardoor zij omringd zijn.

 


 

 

 

AFSLUITING.

We hebben ons bezig gehouden met de vraag; wat is eigenlijk de samenhang, het verschil, de tegenstelling misschien tussen de geest en de na­tuurwetenschap. In mijn inleiding heb ik u daarvan, meen ik, een redelijk juist beeld gegeven. Maar het is heel erg belangrijk dat u begrijpt dat de werkelijkheid dichter ligt bij de geest dan bij de wetenschap.


 

De wetenschap is niets anders dan een formulering van het weinige dat kenbaar en constateerbaar is in een totaal van in wezen onbekende en zelfs niet bewust ervaren kwaliteiten, eigenschappen, mogelijkheden en omstandigheden.


 

Wij leven echter mede als deel van het geheel en uit dat geheel. Wij moeten niet blijven stilstaan bij de fenomenen van vandaag. Wij moeten de moed hebben om toe te geven dat wij eerder hebben bestaan als mens of als dier op aarde. Dat wij andere vormen van bestaan hebben gekend. Wij moeten bereid zijn toe te geven dat wij niet de eenmalige kroon van de schepping zijn, maar dat wij eenvoudig wezens zijn die voortdurend in andere vormen en andere mogelijkheden zich weer met zichzelf zullen confronteren. De wetenschap kan ons dan helpen aan een zeker houvast ten aan­zien van ons milieu. Maar ze kan ons nooit helpen om onszelf volledig te kennen. Dat is een proces dat wij alleen introspectief tot stand kun­nen brengen.

Wij moeten niet alleen naar buiten kijken maar ook naar binnen. De wereld in jezelf is vaak belangrijker dan de wereld buiten je, als je leert om die innerlijke wereld volledig te beleven.

Ik geloof, dat wij allen tezamen, mens en geest, voortdurend door­drongen moeten zijn van het besef dat de wetten, die wij constateren alleen maar vage uitvloeisels zijn van het wezen van het onbekende. Onze wetmatig­heden helpen ons ze onder omstandigheden te hanteren. Zo helpen ons echter nooit om ze te kennen en te beseffen. Dit laatste ‑ voor zover het voor ons bereikbaar is ‑ ligt in ons innerlijk, niet in uiterlijke omstandigheden.

En daar wij innerlijk één kunnen zijn met de kracht, innerlijk verbonden kunnen zijn met het heelal, kunnen we daaruit de rust, de kracht, de mogelijkheden putten waardoor wij in staat zijn om ook in de beperkingen van een leven dat dan aan schijnbare regels en wetmatigheden gehoorzaamt onze weg zodanig te kiezen dat wij trouw kunnen blijven aan hetgeen wij innerlijk

zijn en gelijktijdig door de ervaring van onze wereld tot een beter begrip kunnen komen van al datgene waarvan wij deel zijn.

Het is misschien iets dat u te vaak hoort in deze dagen: dat we de eenheid moeten beseffen en beleven. Maar wanneer alle wetten ophouden te bestaan, blijft alleen dat beleven over. Niet de wereld bepaalt ons, maar onze aanvaarding of beleving van onze wereld bepaalt wat wij zijn en ervaren.

Er zijn vele raadselen die we niet kunnen oplossen. Als wij kleine raadselen kunnen oplossen, dan mogen we trots zijn, maar dat betekent niet dat wij wezenlijk bereikt hebben. We dringen slechts door in het voor ons nu onbekende om te ontdekken dat het onbekende onmetelijk groot is. Maar als we het innerlijk beleven en ons één voelen met het onbekende, dan zal datgene wat ons vreemd en ongrijpbaar lijkt plotseling deel zijn geworden van onze ervaring en ons wezen en daardoor de mogelijkheid scheppen om binnen onze beperking al datgene tot stand te brengen wat noodzakelijk is.

Het leven van de mens heeft alleen zin, indien hij uitdrukking geeft aan zijn verbondenheid met het geheel. Het wezen en het denken van de mens zijn alleen belangrijk, indien zijn innerlijk wezen mede tot uiting komt in al datgene wat hij doet en wat hij zoekt.

Als ik ten aanzien van de wetenschap misschien hier en daar wat hard ben geweest, dan was dat niet omdat ik de wetenschap verwerp. Ik verwerp niets. Wat ik verwerp is de scherpe begrenzing waardoor men werkelijkheden opbouwt die het onmogelijk maken om waarlijk bewust inner­lijk jezelf te zijn.

Mijn geloof is, dat natuurwetenschappen omschrijvingen zijn van de mogelijkheden die in onszelf schuilen. Als wij die mogelijkheden leren gebruiken, dan zijn de wetten van de natuurwetenschappen plotseling variabel.

U zult het gehoord hebben: u bent meer en u kunt meer dan u denkt. Maar dan moet u dat eerst innerlijk beleven, anders kunt u het niet waar­lijk denken. En als u niet denkt, kunt u als mens geen vorm geven aan het­geen er in u leeft. Daarom is bewustwording een van de meest belangrijke factoren. Daarnaast het gevoel van verbondenheid met al; met alle leven, alle gebeuren, de zinvolheid van alle dingen. Eerst als u dat innerlijk en in uw uitingen weet samen te brengen in een geheel, wordt uw leven een voortdurend proces van benadering van het onbekende, bewustwording van uzelf en vervulling van datgene wat diep in u leeft.

Mag ik hiermede u danken voor de mij gegeven aandacht, voor de vragen die u ongetwijfeld met nadenken tot stand heeft gebracht en de wens uitdrukken dat een afscheid, zoals wij thans nemen, beseft zal worden als een uiterlijkheid, omdat de innerlijke verbondenheid ook door een dergelijk afscheid niet ongedaan kan worden gemaakt.

 

 

 


 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

11-01-09

EVENWICHTEN en WETTEN.

EVENWICHTEN EN WETTEN.

Evenwichten. Er bestaat een wet van compensatie of van gelijkblij­vende velden. Dat wil zeggen; als er in de kosmos aan de ene kant iets gebeurt, er aan de andere kant eveneens iets gebeurt zodat een even­wicht in stand blijft.

Gelijkblijvende velden wil zeggen. Als er energie is in een bepaal­de hoeveelheid, dan kan die energie niet zonder neer verminderen tenzij een ander veld sterker wordt. Of omgekeerd: als beide velden evenveel zouden verliezen.

Het evenwicht in de kosmos gaat veel verder dan de mensen denken. Het is niet alleen een stoffelijke wet. Het is een wet waarbij voortdu­rend die compensatie een rol speelt. Als u iets doet dat goed is, dan zal er elders iets gebeuren dat volgens uw opvatting kwaad is. Beide dingen kunnen in hun eigen verband even doelmatig zijn, maar als het ene gebeurt, kan het andere niet uitblijven.

Een heel eenvoudig beeld van wat er in feite gebeurt, kunt u zien als u in staat was een atoomkern te kunnen bekijken. Er zijn tegenwoordig modellen van. Bij een atoomkern hebben we een samengestelde kern en daar omheen lopen een aantal elektronen. Het evenwicht wordt bepaald door het ge­wicht van de kern plus het aantal elektronen in omloop. Maar die elektronen blijven niet altijd in dezelfde baan; zij springen van de ene baan naar de andere. Soms verdwijnen ze. Maar op het moment dat er één ver­dwijnt, verschijnt er ook weer één Daardoor kan elk element behalve de instabiele elementen (dat is een ander punt), dus werkelijk zichzelf blijven, terwijl er toch een voortdurende uitwisseling is van kleinste delen.

Hebben wij instabiele elementen (radium enz), dan hebben we met iets anders te maken. Hier wordt inderdaad uit de buitenste laag via de kroon‑laag (?) voortdurend afgegeven. Dat wil zeggen: punt 1, de ba­nen veranderen en compenseren niet. Punt 2, er worden op den duur elektronen daardoor in een zo grote buitenbaan gebracht, dat ze verdwijnen in de buitenwereld. Dat is den de radiatie. Maar als ze verdwijnen, dan ontstaat er een verandering in de kern van het atoom. Ook daar beginnen de kleinste delen hun dans.

Ze komen dan eerst terecht als een vervangend element tijdelijk op een baan van een elektron. Dat zou echter evenwichtverstorend zijn, daar­ door worden ze versneld a.h.w. van de ene baan naar de andere gedwongen. Daaruit ontstaat weer een wat hardere radiatie dan dergelijke elementen afgeven.

U zult zeggen. Wat hebben wij daar eigenlijk aan? Het is echter be­langrijk dat u begrijpt dat evenwichten blijven bestaan. Want als kleinste delen door zo'n instabiel element naar buiten worden gedreven, dan ont­staat daarbuiten een verandering van energie. Die verandering van ener­gie is direct of indirect of door de eigen wenteling en eventueel ook nog door moleculaire deling of moleculaire beweging van de atomen van invloed. Die invloeden zijn gering. Ik denk, dat ze in de laboratoria op het ogenblik nog moeilijk volkomen duidelijk en wetmatig te registre­ren zijn, maar het is er.

Dit is dan het eerste punt dat u goed moet onthouden: er zijn altijd evenwichten. Die evenwichten zijn de werkelijke wetten van de kosmos.

Er bestaan wetten van harmonie en overdracht. Daar kunnen we dan o.a. bij zeggen: op het ogenblik, dat op een of meer delen een grote identiciteit bestaat tussen twee afzonderlijke eenheden, zal een over­dracht van al wat de harmonische delen betreft van de ene eenheid naar de andere eenheid plaatsvinden.

Dat is dan ook een verklaring voor heel veel paranormale ver­schijnselen, b.v. telepathie, bepaalde empatische uitwisselingen en wat dies meer zij. Ook hier zijn wetten. Maar die wetten zijn weer geen vaste wetten. Laten wij het heel eenvoudig zeggen: op grond van de wet van de zwaartekracht heeft men een hele tijd gezegd: wat naar boven gaat, moet ook weer naar beneden gaan. Tegenwoordig weet men dat dit niet zo is.

Als men met een zekere snelheid van de aarde vertrekt, komt er een ogenblik dat men misschien naar de maan gaat of veel verder. Dit ligt aan de energie die men heeft, maar men komt niet terug. Met andere woorden; hier is geen sprake van een vaste wet in de zin van een onveran­derlijke wetmatigheid. De formulering is onjuist, maar je kunt wel zeg­gen: wanneer de energie van een zwaartekrachtveld wordt gecompenseerd door een andere gerichte vorm van energie, ontstaat er een toestand waardoor beweging gelijktijdig ontsnapping aan zwaartekracht betekent.

Dan hebben we ook heel veel menselijke wetten. Het zou dwaas zijn om daar helemaal aan voorbij te gaan. Mensen maken bijv. een wet; dit is van mij, dat is van jou. Eigendomsrecht heet dat dan. Nu is het natuurlijk de vraag; is dat reëel? In een mensen maatschappij, ja. Maar het is geen wet. Men heeft daarvoor wel regels opgesteld en men heeft daaraan allerlei consequenties verbonden. Er zijn zelfs landen waar voor diefstal zwaarder wordt bestraft dan voor moord.

Het gaat er in feite alleen om dat bezit samenhangt met kracht plus behoefte. Waar dus kracht in welke vorm dan ook aanwezig is, kan bezit worden gehandhaafd. Wanneer behoefte groot wordt, zij een kracht die de aantasting van bezit ten gevolge heeft. Dat is wel iets anders dan Marx heeft geleerd. Ook Lenin heeft daar nooit zo over ge­dacht, maar ondanks alles is het waar.

Er zijn mensen die zeggen: er bestaan wetten die stellen dat alle mensen gelijk zijn. Nou, kijk maar even rond. Er zijn er niet veel. Je kunt ze gemakkelijk even vergelijken. Bent u werkelijk allemaal gelijk? Neen, dat kan niet, inderdaad.

Een dergelijke wet die een gelijkheid stelt, stelt gelijktijdig iets dat niet waar is. Menselijke wetten gaan uit van gebruiken, van mode. Kosmische wetten daarentegen gaan uit van bestaande krachtsverhoudingen. Dan kan een dergelijke wet vele miljoenen jaren van kracht blijven. Maar na zoveel miljoenen jaren kan er iets veranderen.

Bijvoorbeeld: er is in het heelal een voortdurende beweging. Sterren treken eigen banen. Maar steeds weer wordt daardoor een bepaalde hoeveelheid energie omgezet in bewegingsenergie. Bewegingsenergie echter komt nooit voor de volle honderd procent tot uiting. Laten we zeggen, dat één dui­zendste procent van die energie niet meer in verschijning treedt in dit heelal. Dan hebben wij te maken met een z.g. energielek. Op een gegeven ogenblik is er dan zoveel energie verdwenen dat beweging in feite niet meer mogelijk is. Dan hebben we een statisch Al.

Een statisch Al kan zichzelf niet handhaven, omdat beweging eigenlijk alle krachten gelijktijdig tot stand brengt als tijd, zwaartekracht e.d. Wanneer die krachten wegvallen, is een bestaan in de voor u bestaande vorm niet meer mogelijk. De grootste kans die je dan hebt is, dat in deze stasis de materie dus vervalt. Dat is in feite een omzetting van energie. Materie is vast geworden energie.

Daar is nog steeds een lek. Dat wordt nu echter groter en ze krijgen we een tweede heelal waarin dan een evenwichtsverstoring plaatsvindt en de big Bang begint. Daar ontstaat dan weer de herschepping.

Het is trouwens eigenaardig dat de Hindoes dit beeld al vele duizend jaren hanteren als ze spreken over de “dag en de nacht van Brahman”. Want wanneer alles sterft, blijft de sterkste ziel over. En omdat deze nog bestaat, zichzelf is, kan hij denken. Doordat hij denkt schept hij de nieuwe era, de nieuwe schepping, die dan weer naar haar ondergang toe gaat.

Het zijn misschien heel eigenaardige opvattingen volgens westers standpunt, maar ze zijn tamelijk reëel. Als ik spreek over die lek naar een andere dimensie, dan zult u ook zeggen: is dat wel zo.

Het is bewijsbaar dat van alle omgezette energie altijd een zeer gering gedeelte niet meer terug is te vinden.

Punt 1: het is bewijsbaar.

Punt 2: er is een wet van evenwicht wanneer die energie hier niet is, dan moet ze ergens anders zijn. Als ik dat 'ergens anders' dan stel als een tweede heelal, dan zou u kunnen zeggen, dat is een beetje specu­latief. Maar waarom eigenlijk? Want dat er andere dimensionale verhou­dingen bestaan dan de mensen kenden, is zo langzaam maar zeker ook al begrijpelijk geworden op aarde.

Wij hebben nu een paar voorbeelden gehad van wetten. Wij hebben gezien hoe evenwichten heel sterk daarmee vervlochten zijn. Zijn er misschien vragen?

v     Hoe bewijst men dat een ster ….verder niet te verstaan.

Heel eenvoudig. Als je in een gecontroleerde ruimte onverschillig welke energie opwekt en omzet in een andere energie, ontstaat er altijd een verlies. Dit verlies kan voor een deel worden verklaard door z.g. nevenwerkingen. Voorbeeld: bij warmte‑energie ontstaat iets dergelijks. Maar er blijft altijd een klein deel over waarvan je niet kunt zeggen, dat is hier of daar terechtgekomen. Oorspronkelijk dacht men dat het aan een fout van de apparatuur lag. Men heeft die toen verfijnd, maar de afwijking bleef bestaan. Wat meer is; voor bepaalde omzettingsprocessen blijft dat geringe gedeelte dat niet meer terugkeert ook altijd hetzelfde. Dat is hetgeen men op aarde op het ogenblik kan bewijzen

Dat lek ligt ongeveer op één 27 miljoenste van het totaal van de energie. Het is dus niet iets waarvan u last krijgt op de elektriciteitsrekening. Het is inderdaad een lek. Er zijn bepaalde processen gemeten waarbij het zelfs een kwestie is van ongeveer één 200e van de energie die niet meer is terug te vinden. Dit is echter alleen voor zeer specifieke processen. Dat veel kleinere getal schijnt echter algemeen te gelden en voor te komen.

v     Een vraag over parallelwerelden.

Dit is weer iets anders. Een parallelwereld is een wereld van ge­beurtenissen waardoor een afwijking op een keuzepunt beide mogelijkheden verwezenlijkt. Om het eenvoudig te zeggen: Napoleon trekt naar Rusland. Hij wordt verslagen. Dat is uw wereld. Maar hij had met dezelfde moeite en drie andere beslissingen kunnen winnen. Dan zou er een parallelwereld bestaan waarin Napoleon heeft gewonnen. Maar daardoor is dan de gehele verdere ontwikkeling afwijkend en zou men nu in Nederland waarschijnlijk Frans hebben gesproken. Terwijl wij hier te maken hebben met een andere dimensie; een totaal ander bestel vergelijkbaar met dat van uw wereld dus in het geheel vier dimensies inhoudende. Dit vier‑dimensionale stel­sel is rustend. Er komt echter wel voortdurend energie binnen. Die energie is echter statisch. Ze komt niet tot enige openbaring, tot­dat er een kritieke massa wordt overschreden. Dat kan alleen, indien er een zeer snelle toevloed van energie is waardoor het evenwicht niet kan worden bewaard. Op dat ogenblik gaan de energieën in beweging komen; er ontstaat een soort werveling.

Deze werveling veroorzaakt bindingen. Er ontstaan kleinste deeltjes (atomen). Bij het ontstaan van die atomen treedt de z.g. explosie op waardoor een grote hoeveelheid energie in die kleinste delen komt te liggen. Dat is dan o.m. de gloeiing. Zo ontstaan er velden. In die velden wordt de materie a.h.w. cycloonachtig aangezogen. Maar wanneer de beweging vertraagt, wordt de energie overgenomen door de materie zelf die daardoor in rotatie komt. In deze rotatie ontstaat een massa die zich afscheidt van het oorspronkelijke geheel en dat noemen we dan meestal een ster,

Dan gaan we nu weer terug naar wetten.

Als wij het heelal in wetten willen beschrijven, dan is het natuurlijk erg leuk om dat stoffelijk te doen. Maar er zijn ook geestelijk aller­lei wetten, bijvoorbeeld:

"Alleen datgene wat in mij bestaat is buiten mij kenbaar. Maar al wat buiten mij kenbaar is, kan voeren tot een hergroepering van dat wat in mij bestaat. Hieruit kan een vernieuwing voortkomen waardoor het tot een grotere uitwisseling kan komen met hetgeen buiten mij bestaat.'' Dat is de wet van ontwikkeling in de sferen.

Wij kunnen ook zeggen: er zijn kosmische wetten in de zin van: er zijn een aantal centra die mede met incarnatie te maken hebben. Wij noemen ze voor het gemak Heren, maar dat is natuurlijk ook maar een naam. Een dergelijke kracht heeft een eigen basistrilling of basisfre­quentie. Al datgene wat tot die frequentie behoort zou daardoor ook voortdurend beïnvloed blijven.

Anders gezegd; het is net als een genetische overbrenging van eigenschappen. Behoor je tot de blauwe straal, de rode straal of do gele straat dan heb je grond eigenschappen in je bewustzijn die de opbouw van het geestelijk bewustzijn bepalen om daarmede eveneens invloed te hebben op do incarnatiecyclus en de eventuele leringen die tijdens de incarnatie worden gezocht. Het is, tenzij je tamelijk hoog stijgt, niet mogelijk meer stralen te ervaren. Maar als je dichter hij de bron komt, ga je ontdekken dat er naast jou een andere straling ontstaat. Dan wordt het mogelijk om het harmonische tussen twee stralen tot stand te brengen. Vanaf dat ogenblik, ofschoon je bepaald blijft door je oorspronkelijke heerser, heb je dus twee invloeden in je.

Dit betekent, dat je de wereld kunt benaderen, maar ook begrijpen volgens twee afwijkende waarden.

U zult zeggen. Wat hebben wij daarmee te maken? Er is een begin geweest. Misschien mag ik hier even bijbels worden. Ik wil niemand daar­ mee ergeren.

In den beginnen was het Woord en het Woord was God. Waarom het Woord? Wat is het Woord? Het Woord is de uiting van een gedachte of begrip. Je zou dus kunnen zeggen. In den beginne was de uiting en de uiting was God. Maar wat heeft die uiting veroorzaakt? Daar sta je dan even bij stil en zeg je: dat is niet op te lossen. Maar als er nu een wet bestaat die zegt dat elke uiting zichzelf slechts kan openbaren in tegendelen, dan zijn we op een punt gekomen dat we zeggen: zolang er geen Woord is, is het eenheid. Maar als het Woord wordt gesproken, dan ontstaat de tegenstelling tot het Woord. Waar de uiting is, krijgen we automatisch een splitsing in tegendelen.

Er is een wet die zegt dat alles één geheel is en desalniettemin slechts kenbaar in zijn tegendelen.

Openbaring houdt in: het bestaan van grenzen. Als de grenzen elk voor zich definieerbaar zijn, is het tussenliggende gebied omschrijfbaar ge­worden. Het is deze basiswet, want het is gewoon een wetmatigheid. U zult nooit anders aantreffen waar dan ook. Of u gaat naar een heel andere galaxy (melkwegstelsel), het is precies hetzelfde. Er moet een tegenstelling zijn, De wijze waarop ze wordt ervaren, kan geheel anders zijn, de interpretatie kan anders zijn, maar de tegenstelling is onver­mijdelijk. Zonder tegenstelling geen kenvermogen.

Dan worden wij daardoor als vanzelf gewezen op onze z.g. kosmische wetten, de wet van evenwicht, de wet van harmonie, de wet van aanvullende tegendelen zegt men ook nog wel eens. Wij gaan dan begrijpen, wetten zijn in feite de regels die voor ons de kenbaarheid en de begrijpbaarheid van onze wereld (of dat nu een geestelijke of een stoffelijke is) bepalen, Deze zijn onveranderlijk, omdat ze inherent zijn aan het begrip dat er binnen mogelijk is. En dan hebben wij een aantal vaste waarden gevonden.

Er zijn mensen die zeggen: wij kunnen toch met onze logische benaderingen wetten formuleren en dan weten we hoe onze wereld in elkaar zit. Dan vraag ik de heren alleen maar: hoe wilt u telekinese verklaren? Zij zeggen dan: dat is waarschijnlijk dit en dat. Ze hebben dan heel mooie verhalen daarvoor. Spiritisten zin ook hetzelfde. Zij hebben ook mooie verhalen, maar wat is de werkelijkheid.

Emoties zijn kracht. Op het ogenblik, dat de emotie wordt verbon­den met een stuwende gedachte, ontstaat daaruit een werking, die niet meer gebonden is aan de persoonlijkheid, maar die gebonden is aan het object van de gedachte. Dat wil zeggen; emotie is net zozeer energie als denken. Als wij dat nu in een menselijke wet willen uitdrukken, weet u wat we dan moeten zeggen? Het is een beperkte wet. Ze is variabel in haar factoren. Daar waar emotie gelijk is aan begrip is er beheersing. Daar waar begrip en beheersing aanwezig zijn, ontstaat emotie: dat is eigenlijk wonderbaarlijk. realiseer u eens even wat er gebeurt.

Als u een telekineet bent, dan kunt u zich aanwennen om een enorme emotie te voelen, onverschillig hoe u die opwekt, en gelijktijdig aan een bepaald object te denken. Daardoor kunt u zich verplaatsen. Op een gegeven ogenblik kan die emotionaliteit plus het denkbeeld zelfs een automatisme vormen. Wanneer het denkbeeld ontstaat, rijst de emotie. Waar die emotie ontstaat, ontstaat een denkbeeld waardoor de uiting van de emotie als kracht buiten het ik mogelijk is. Maar dan is er ook een ding dat zeker is; zonder emotie is er geen mogelijkheid tot telekinese. Maar zonder denkbeeld is er geen telekinetisch effect. Dat is heel belangrijk. Hier zitten we nu aan de essentie van een menselijk denken, de levende menselijke mogelijkheden.

Het is heel mooi om u te vertellen dat er zoveel sferen zijn. Wij kunnen ook nog de engelen gaan indelen in Tronen, Heerschappijen enz. Dan zeggen wij: dat hebben we toch mooi gedaan. Maar het denkbeeld op zichzelf bepaalt voor ons het vermogen tot uitgrijpen naar die wereld.

Als u gelooft in Aartsengelen, dan zijn er Aartsengelen. Niet omdat er Aartsengelen zijn, maar omdat elke kracht die u beroert door u als Aartsengel zal worden vertaald. Het is niet de indeling der dingen zoals de mens veroorzaakt of voor zichzelf opbouwt die bepalend is, het is altijd het product daarvan met de emoties die daarmee verbonden zijn. Het gaat zelfs verder. Ook, onbewuste inhouden van het bewustzijn kunnen vormend zijn voor de emotie. Ook niet bewust ervaren emoties kunnen via een denkbeeld een prestatie, een uiting tot stand brengen.

Ik weet het, het is heel erg moeilijk, want de mens van deze tijd is zeer goed thuis in allerlei logische redeneringen en begrippen, maar met emoties weet hij over het algemeen weinig raad. Toch zou je die emoties op dezelfde manier moeten kunnen benaderen als tegenwoordig leervermogen, geheugen, verstand, herinneringscentra en al die dingen meer wil je werkelijk iets bereiken daarmee volgens de huidige menselijke technieken.

Wat voor wetten, zijn er verder?

Elk wezen heeft een geheel eigen trillingspatroon. Dit patroon bepaalt niet alleen de mogelijkheden van het wezen, maar ook de relatie van dit wezen met alle andere vormen van bestaan. Anders gezegd: een wezen, onverschillig waar het vertoeft, is in zijn wereldcontact en in zijn we­reldmogelijkheden bepaald door hetgeen het is. Maar gelijktijdig is het in zijn mogelijkheden en uiting eveneens gehouden aan de wisselwerking met het oorspronkelijke trillingsgetal. Eenvoudiger gezegd komt het hier­ op neer;

U heeft een uitstraling die nog persoonlijker is dan een vinger­afdruk. Door deze persoonlijke uitstraling bepaalt u, bewust of onbewust, wat uit de wereld naar u toekomt, wat begrepen kan worden en wat niet. Er is dus een selectief proces gaande. En dat maakt dan ook weer duide­lijk waarom er een wet is die zegt:

Als alle delen van het Al een eenheid vormen, kunnen zij dit alleen zijn door zichzelf te blijven in aanvaarding en begrip voor al het andere. Dat is ook heel begrijpelijk. Een eenheid kan alleen daar ont­staan waar alle delen zichzelf kunnen blijven en gelijktijdig als deel van de eenheid kunnen functioneren. Dat betekent dat, als er een eeuwig­heid bestaat waarin alles opgaat in God uw persoonlijkheid niet meer als zodanig wordt ervaren, maar uw uitstalling uw ervaring en al wat daar verder toe behoorde aanwezig moet blijven, omdat anders het geheel niet volledig kan zijn. Dat geldt voor elke entiteit of het nu een vlo is, een mens of het een Einstein is of een dorpsidioot.

Dan komen we als vanzelf nog tot andere punten.

De mens heeft de wereld op zijn manier voorzien van begrippen als goed en kwaad. Maar wat is goed en wat is kwaad? Het blijkt een zeer relatie­ve benadering te zijn. Goed en kwaad worden in feite bepaald door de beoordelaar. Toch zijn die waarden er wel. Dan moeten we zeggen: er is geen goed en er is geen kwaad, maar er is wel datgene wat voor het ik harmonisch is en wat voor het ik niet harmonisch is, ongeacht de grond waardoor die harmonie of het niet‑harmonisch zijn is ontstaan. En dan blijkt, dat wij in feite te maken hebben met het harmonische principe dat de hele kosmos regeert.

De wet van harmonie zegt b.v. ten aanzien van sterren, dat zij in overeenstemming met hun massa plus hun oorspronkelijke versnelling een proces van energie-afgifte veroorzaken dat gelijktijdig een veld tot stand brengt dat hun eigen beweging, (meestal langs gebogen lijnen) vormt in de oorspronkelijke richting. En dan staat erbij; maar als twee sterren elkaar zover benaderen dat hun eigen invloedsvelden elkaar doorsnijden, dan ont­staat er: voor beide een baanafbuiging.

tussen beide een materiaal­ afscheiding.

De materiaalafscheiding is dan in overeenstemming met de nu weer afwijkende banen van beide, meestal gedeeltelijk tussen beide sterren. Dat is de origine van heel veel planeten.

Voor mensen is dat precies zo. U zou zeggen: dat bestaat alleen daarboven. Neen, het bestaat hier ook. Als twee mensen met een veld (een uitstraling) waarbinnen een zekere harmonie bestaat (een zeker contact) bestaat elkaar benaderd, dan ontstaat ertussen hen een wisselwerking. Hoe die wisselwerking verloopt, dat weten we niet. Dat kan een zakencontract zijn, het kan een oorlog zijn, het kan een huwelijk met nageslacht worden. Zij kunnen elkaar echter alleen beïnvloeden, indien ze geestelijk gezien een baangelijkheid hebben. Harmonie moet geestelijk bestaan om stoffelijk tot uitdrukking te kunnen komen,

v     Datgene wat de mensen aan emoties verdringen en waarvan ze zoveel last krijgen, hoe wordt dat vanuit uw visie?

Heel eenvoudig. Als u een emotie verdringt, dan wil dat niet zeg­gen dat die emotie niet bestaat. Het, wil alleen zeggen, dat u die emotie uit uw bewustzijn bant. Maar door de werking van die emotie, zowel naar buiten toe als in zichzelf, gaat alles normaal verder. Hierdoor ontstaat een voortdurende aftwijking tussen het beeld, dat u redelijk aanvaardbaar acht gedurende de onderdrukking en de werkelijkheid om u heen. De grote last die u daardoor krijgt is in feite, dat er een punt wordt bereikt waardoor het verschil tussen uw wereldbeeld en de werkelijkheid buiten u zo groot is geworden dat de emotie daardoor niet meer verdringbaar is. U bent dan niet gewend aan het verwerken van die emotie. U komt dus tot een veel grotere emotionaliteit, maar gelijktijdig tot een grotere verwarring in uw wereldbeeld, omdat de ­relatieverandering die nu ontstaat u niet kunt aanvaarden. En dan begint u met het verdringen niet meer van uw emoties, maar van een deel van uw wereldbeeld.

Ik heb onopzettelijk, niet direct al teveel wetten geciteerd. In het verleden hebben we daaraan halve boekdelen besteed. Op een avond als deze kun je toch niet alles goed verwerken. Het was mijn bedoeling u eerst duidelijk te maken dat evenwichten voor ons wetten worden op het ogenblik, dat wij door die evenwichten mede worden bepaald. Ik wilde u verder duidelijk maken, dat evenwichten op zichzelf niet zonder meer onveranderlijk zijn; dat er verschuivingen kunnen optreden zonder dat evenwichtigheid verloren gaat. Nu wil ik u wijzen op iets dat volgens velen ook bijgeloof is, namelijk dat wij tijdperken hebben op aarde. Sommigen hebben het over de 7 rassen. Anderen hebben het weer over de tijd van Aquarius die nu begint. Dat zijn natuurlijk maar namen die het beestje krijgt. Maar laten wij eens reëel zijn.

Er ontstaan veranderingen van evenwicht. Voor een deel hangen die samen met de baan van de zon en veranderingen in haar eigen actie. Daarnaast kunnen de samenhangen met grote geestelijke veranderingen; de contacten op geestelijk terrein worden anders. Dan treedt hierdoor inderdaad een verandering op. Elke verandering op zichzelf betekent een periode die voor ons onevenwichtig is omdat wij de zich nieuw vastleggende evenwichtsverhoudingen nog niet kennen, Daarom zal elke periode, die over het algemeen wel een duur heeft van ongeveer 20 eeuwen, worden vooraf gegaan door een periode van 600 a 700 jaar van absolute chaos en daar ook door gevolgd worden in zekere zin.

Verandering is chaos. De werkelijkheid kan zich veel sneller wijzigen dan bewustzijn en gevoelsleven van schepselen (geesten of mensen) dit kunnen verwerken. Daar die verwerking niet volledig mogelijk is, ontstaat er voor die mensen of die schepselen chaos. Deze chaos heeft echter de neiging uit te kristalliseren in een nieuwe vorm van ordening. Want het gehele principe van de kosmos is vreemd genoeg ordening. Chaos is daarbij een nevenverschijnsel, wanneer die evenwichten welke de ordening bepaalt zich wijzigen.

Ik hoop, dat dit u zal helpen om uw eigen tijd ook een beetje te begrijpen.

Wij leven in een tijd dat iedereen zich afvraagt: hoe moet dat nou? Hoe kunnen ze? Waarom doen ze dat nou? De werkelijkheid is veel sterker veranderd dan mensen tegenwoordig kunnen en willen begrijpen. Maar ze voelen dat het niet helemaal in orde is. Een ieder probeert op zijn ma­nier wanhopig om die oude zekerheid terug te vinden en daardoor ont­staat het chaotische gedrag. Daardoor zijn mensen in opstand tegen el­kaar. Daardoor verwaarloost men bewust of onbewust zaken waarvan men wel degelijk weet dat ze bestaan. Daardoor probeert men zich zelfs te onttrekken aan werkelijkheden om oude dromen nog maar zo lang mogelijk te kunnen handhaven. Maar de veranderingen vinden plaats.

Het wonderlijke is, dat de verandering in de mens dan niet uit een erkenning van de nieuwe noodzaak, de nieuwe evenwichtigheid voort­komt, maar eigenlijk uit een rationalisatie. Wij kunnen zo niet verder gaan. Dat gaat men langzamerhand begrijpen. Dus moeten wij ons aanpassen, opdat wij onszelf kunnen blijven en onze wereld kan blijven bestaan.

Dan komen er dictatoren die de dictatuur aanvaarden om de democratie te kunnen handhaven. Er komen mensen, die de sociale zorg op­bouwen om eigenlijk een te grote onafhankelijkheid van de mensen te onderdrukken. Of omgekeerd, mensen, die de sociale zorg willen afbreken zonder te begrijpen dat ze daardoor gelijktijdig de vrijheid en de nood­zaak tot vrijheid en agressie van de betrokkenen veel groter maken.

U zit in een periode waarin die dingen ook voor u kenbaar worden. Mag ik u een paar raadgevingen verschaffen? U kunt het altijd naast u neerleggen als zo u niet bevallen.

1. Bedenk, dat er geen vaste regels of wetten van goed en kwaad bestaan anders dan die welke de maatschappij openlijk belijdt zonder ze ge­lijktijdig te handhaven.

2 In een wereld waarin vele dingen nadrukkelijk worden verklaard, moet u begrijpen dat hetgeen men zegt niet meer identiek is met hetgeen men werkelijk wil of zelfs met wat men wezenlijk kan. Verlaat u daarom niet op de goede bedoelingen van de mensen hoe goed ze ook zijn, maar ga af op de feiten. Schep uw eigen wereld, uw eigen zekerheid. Maar alweer, doe dit niet ten kost of ten laste van anderen.

3. Probeer nooit de wereld te hervormen, want de wereld die u ziet, bestaat voor een groot gedeelte niet meer. U zou zich richten op za­ken die helemaal niet meer van belang zijn en waarop u dus in wezen ook geen invloed kunt uitoefenen. Probeer voor uzelf een steeds beter begrip te krijgen en een juister aanvoelen van de wereld om u heen.

Daardoor kunt u zelf beter handelen en kunt u anderen soms helpen om een beter begrip te hebben voor hun eigen mogelijkheden en daarmee ook voor de voor hen bestaande verplichtingen, want dat is het laatste woord dat ik nog moet zeggen:

De wet van evenwicht en compensatie bepaalt dat daar waar moge­lijkheid is ook verantwoordelijkheid bestaat. Daar waar een ontvangen mo­gelijk is, daar bestaat ook een verplichting. Niets bestaat zonder zijn tegendeel.

 


 

 

SLOTREDE.

Wij zijn bezig geweest over wetten. Ik heb getracht dat duidelijk te doen. Misschien heeft u gedacht: hoe hangt dat allemaal eigenlijk samen? Hoe kom je ertoe om dat allemaal bij elkaar te brengen?

Voor mij is de hele kosmos iets dat duidelijk is. Misschien neem ik teveel aan. Het blijkt enigszins uit de vragen dat dit voor u niet altijd mogelijk is. Waar ik tekort ben geschoten, vergeef mij dat alstublieft. Aan de andere kant heb ik u toch, geloof ik, wel enkele dingen kunnen leren die van belang zijn.

Er zijn wetten. Een kosmische wet is echter een wet, die je niet kunt overtreden of veranderen. Ze is eenvoudig datgene wat je leven en je vlak van bewustzijn bepaalt. Er zijn daarnaast allerlei kosmische even­wichten. Binnen deze evenwichten nemen wij wel een plaats in, maar op zichzelf worden deze evenwichten bepaald door de structuur van de kos­mos. Wij kunnen het evenwicht niet werkelijk verstoren. Het enige dat wij kunnen doen, is een compenserende werking elders veroorzaken. Daar waar wij dit niet kunnen weten of kunnen overzien, dienen wij vanuit ons eigen bewustzijn verder te leven en gelijktijdig zoveel mogelijk daarbij uitgaande van onszelf zonder enige verplichting te scheppen t.a.v. of voor anderen.

Als u dat heeft geleerd, dan heeft u een heel belangrijke les geleerd. U heeft dan geleerd hoe u deze wetmatigheden en al wat daar verder bij te pas komt voor uzelf het best kunt beleven en daardoor misschien ook beter kunt beseffen.

Maakt u niet al te druk over die dingen, het heeft weinig zin.

Maakt u druk over uzelf.

Spreek niet over een kosmische harmonie, als u niet eerst in uzelf har­monie heeft gevonden.

Spreek niet over kosmische evenwichten, als u niet eens in staat bent de mate van evenwichtigheid ten aanzien van uzelf en uw wereld, zoals u die beleeft, te bereiken. Ga uit van uzelf. Besef, dat alle wetten die mensen hebben geschreven niet wezenlijk wet­ten zijn. Ze zijn tijdelijke voorwaarden die voortdurend kunnen veranderen.

Daarom behoeft u daaraan niet gebonden te zijn.

Dan heb ik een ontzettende interesse ontdekt voor de big Bang tijdens de vragen. Ik vermoed, dat sommigen van u dol zijn op vuurwerk. Ik zou willen zeggen. Mensen, hoe het begint en hoe het eindigt is eigen­lijk onbelangrijk zolang je maar het beste maakt van hetgeen er is.

Het andere is wetenschappelijk interessant.

Ik heb voorbeelden gegeven die slaan op het atoom e.d. Erg ingewikkeld misschien voor sommigen. Ze zijn eigenlijk simpel, voor mij. Die voorbeelden op zichzelf zijn niet zo belangrijk als het feit, dat u begrijpt dat een zekere compensatie onvermijdelijk is. Als u iets doet, verwacht dan niet dat u datgene wat u doet terugkrijgt. Wat u terugkrijgt is een compensatie. En deze compensatie zal niet uw wil en uw denken vervullen, maar een aanvulling zijn in uw wezen en in uw beleven.

Dat is de enige wisselwerking die er in bewustwording kan zijn.

Ten laatste, vrienden. Onthoud dat alle dingen verder draaien. Je draait door de herfst naar de winter en de winter draait verder naar het voorjaar. En voor je het weet, zit je niet te denken aan de bontjas in de kast, maar of de mot niet in je badpak zit.

Zo is het hele kosmische bestaan, tenzij uw eigen kracht en bewust­wording verandert. Dan wordt uw plaats een andere, het proces blijft voortgaan.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

 


 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

 



 

WENST UZELF EEN VOORDRACHT VAN GENE ZIJDE BIJ TE WONEN  ---  DAT KAN

OP 20 JANUARI 2009 OM 20.00 UUR GAAT ER EEN NIEUWE REEKS VAN MAANDELIJKSE SPIRITUELE BIJEENKOMSTEN VAN START

o.l.v. Gene Zijde.

Vervolgens iedere derde dinsdagavond van de maand om 20.00 uur.

Telkens zal er een onderwerp aan bod komen dat gelinkt is aan de huidige situatie op aarde.

Er wordt ook een mogelijkheid gegeven tot vragenstelling aan Gene Zijde.

Afsluiten van de avond door een begeleide meditatie.

Vooraf telefonisch inschrijven is noodzakelijk

Via het nummer 00 32 (0) 3 252 74 70

 

20-09-08

TIJD EN HET EEUWIGDUREND NU.

TIJD EN HET EEUWIGDUREND NU.

De tijd en het eeuwigdurend Nu zijn twee zaken die een schijnbare tegenstelling vormen. Ik zal u duidelijk maken waarom. In de inleiding zal ik soms nogal moeilijke formuleringen gebruiken. Trekt u zich daar niets van aan; het wordt wel duidelijker.

Het eeuwigdurend Nu is het punt van absolute gelijktijdigheid waarin geen ruimte meer bestaat, maar het totaal van alle mogelijkheden in het "ik" zelf beleefbaar zijn. Als zodanig is er geen opeenvolging meer mogelijk, geen afmeting en geen besef in menselijke zin.

De tijd daarentegen is een functie of verschijnsel van ruimte. Het betekent in wezen versnelling door ruimte waardoor er een opeenvolging van momenten ontstaat die afzonderlijk registreerbaar zijn.

Gaan we uit van de mens, die is in dit alles het belangrijkst; dan kan worden gezegd: De mens heeft zolang hij op aarde leeft een genormaliseerd tijdsbesef, afhankelijk van de rotatie van zijn planeet en van de verschillende indelingen van tijd die de mensen onderling zijn overeengekomen.

Dit is een zuiver stoffelijk of lichamelijk ritme dat zelfs psychisch niet geheel doeltreffend is. In de gedachte kan de tijd sneller of langzamer gaan dan de genormde aardtijd verloopt.

Geestelijk gezien is er wel een tijd, maar deze is zo volkomen afhankelijk van de werking van eigen besef en de registratie van de wereld daarbuiten, dat geen enkele norm is aan te leggen. Elk tijdsgevoel in geestelijke zin is zuiver persoonlijk en kan niet door externe factoren worden bepaald. Het zal u duidelijk zijn dat een eeuwigdurend Nu zinloos is, indien we het beschouwen vanuit een menselijke werkelijkheid.

Een mens leeft, dat wil zeggen dat er voortdurend kleine veranderingen zijn. Ik stuur een impuls af. Die impuls wordt omgezet in een woordassociatie. Die woordassociatié wordt tot woord. Het woord wordt uitgesproken, u begrijpt het of u begrijpt het niet en daarna volgt het volgende woord. Terwijl ik dit zeg, hebben zich hele ketens van mogelijkheden afgespeeld waarbij een specifieke keuze mijnerzijds of uwerzijds het eindresultaat heeft bepaald. Daarom, kunnen wij menselijk gezien niet uitgaan van het eeuwigdurend Nu als een belevingsfactor. Wanneer wij desondanks in contact komen met dit eeuwigdurend Nu (dat is ook in menselijke vorm mogelijk), dan is het voor ons een absolute verstilling. Wij zijn niet in staat de gelijktijdigheid van alle mogelijkheden in ons zodanig te beseffen, dat wij weten te bestaan. Wij verliezen tijdelijk ons bestaan in menselijke zin en zullen daarna met een gevoel van kracht, van vreugde, van licht, van opluchting terugkeren in de tijd.

De tijd is voor ons een cyclisch verschijnsel. Dat wil zeggen: in de tijd herhalen zich allerlei factoren. Op aarde kunnen wij ons dat het best voorstellen als de jaargetijden. Het is winter geweest, lente geworden, zomer geweest, het wordt herfst en dus komt de winter. De ene winter is niet gelijk aan de andere en ook de ene zomer is niet gelijk aan de andere, maar er is wel een zeker ritme. Als we dit ritme echter uitbreiden, dan blijkt dat het tijdsbesef van een ego kan worden uitgedrukt in een spiraal. Wij herhalen steeds dezelfde mogelijkheden en indrukken, maar in een korter tijdsbestek en tevens met een andere interpretatie of belevingsmogelijkheid. De invloeden, die we echter ontmoeten, zijn altijd weer dezelfde. Daarom wordt gezegd: De mens zelf leeft in een spiraal van tijd die eerst, als ze volledig beseft is, kan leiden tot het erkennen van het, eeuwigdurend Nu waarin het ego het totaal bestaande wel in zich draagt en beseft, maar daarin geen afzonderlijke acties of functies meer uitoefent. Het is enigszins vergelijkbaar met wat men met Nirwana bedoelt. Het is een zijnde en toch een niet‑zijn, een volledig bewust registreren, maar gelijktijdig niet bewust actief zijn, omdat actie op zichzelf overbodig wordt, daar men alle dingen in zich bevat.

Kan men zeggen dat tijd eindig is? Dat is heel erg moeilijk. Aan de ene kant kan een mens zich oneindig niet voorstellen. Een oneindige tijd, wat men eeuwigheid pleegt te noemen, is in wezen niet voorstelbaar. Maar ook kan men zich het ophouden van de verschijnselen zoals ze nu bestaan evenmin voorstellen. De meest gangbare voorstelling is daarom: De tijd is een cirkel. Wie haar zo benadert, kan de cirkel overzien als een oppervlak. Wie zich echter langs de rand daarvan beweegt, denkt steeds voorwaarts te gaan, ofschoon hij in feite dezelfde weg aflegt. Voor hem is de weg eindeloos, omdat hij geen begin en geen einde heeft. Als u nu dit beeld van eeuwigheid stelt tegenover de tijdloosheid, dan krijgt u onwillekeurig een beter begrip van het eeuwigdurend Nu.

Het eeuwigdurend Nu is het overzien van de gehele weg. Ook als hij, geen begin of einde heeft, is dat voor ons niet belangrijk. Wij zien het geheel. Wij kennen zijn betekenis en inhoud. De voortdurende herhaling is overbodig geworden. De wenteling van het Rad, zoals de Tibetaan het uitdrukt, is aan ons voorbijgegaan. Wij bevinden ons op een punt waar we alles gelijktijdig kunnen overzien en beseffen. Dan is er ook geen behoefte meer om voorwaarts te gaan, om actie te voeren, ons te ontwikkelen en te ontplooien, want wij bevatten het allemaal. Hierin zit natuurlijk een kleine, moeilijkheid.

Wanneer er geen tijd meer is, dan is er ook geen ruimte. Als er geen ruimte is, is er ook geen tijd. Ruimte is namelijk een voortdurend verschil van potentialen van werkingen. En als we de ruimte in haar geheel overzien, dan kunnen we daaruit concluderen: er zijn altijd zoveel veranderingen gaande, er zijn zoveel krachten van verschillende soort steeds werkzaam dat we ons daaraan niet kunnen onttrekken. Maar als we begrijpen dat tijd juist is: het afzonderlijk en opeenvolgend registreren van alle verschillen die er zijn, dan zullen we ook begrijpen, op het ogenblik, dat er voor ons geen tijd is, is er voor ons ook geen ruimte meer. Alles is even dichtbij en even veraf. Het is er eigenlijk alleen in onze gedachten wat natuurlijk een zuiver menselijke omschrijving is en daarom de werkelijkheid slechts zeer ten dele benadert.

Nu wil je als mens toch graag die eeuwigheid erkennen en ergens beleven. Het resultaat is, dat de mensen een groot aantal stellingen hebben ontworpen waarin ze de oneindigheid van de tijd proberen aan te tonen en gelijktijdig een besefspunt willen omschrijven dat dan toch heel dicht bij het eeuwigdurend Nu komt. Er zijn verschillende stukjes poëzie of poëtisch proza, die erop wijzen hoe mensen zich dat voorstellen. Ik zal er één van citeren:

Ik ben door vele levens gegaan. Vele malen ben ik gestorven. Vele malen heb ik teruggezien op wat ik was en vooruit gezien naar dat wat ik wilde worden. Nu zit ik aan de kloof van de tijd en in de leegte gaat de storm van de verandering aan mij voorbij. Boven mij bloeit de boom der herinnering en nu weet ik wat ik in al die vormen en altijd ben geweest”.

Dit geeft precies weer waar het eigenlijk om gaat.

Wanneer het "ik" tot stilstand komt, maar zich ook bewust is van alle dingen ‑ al is het maar omtrent zichzelf ‑ dan is er een eeuwigdurend NU aangebroken, dan is er ook een voltooiing. Want zolang je bezig bent in een wereld die buiten je bestaat, dan heb je krachten nodig, dan wil je werken, dan wil je je ontwikkelen, wil je contacten leggen, kortom, je wilt al datgene doen wat menselijk is en wat ook de geest eigen is. Op het ogenblik echter dat dit Nu aanbreekt, is het a.h.w. een hergroeperen van al wat ­geweest is. Alle dingen die deel van je zijn, bestaan in je. Er is geen wereld meer buiten je die je moet beïnvloeden. Er is niets meer wat je moet veranderen. Het enige dat je nog kunt doen is beseffen. En tussen besef en verandering speelt zich ons onderwerp af.

Je zoudt natuurlijk kunnen uitgaan van allerlei eigenaardige effecten en verschijnselen. Er zijn mensen, die in dergelijke gevallen graag Einstein aanhalen, die via de sleutelformule (E = Mc2) allerlei speculaties mogelijk maakt t.a.v. het wezen van ruimte en tijd, de verschuiving van tijd en zelfs de verschuiving van ruimtelijkheid. Men kan namelijk uitgaande van Einsteins berekeningen zeggen: Wanneer ik op een gegeven ogenblik de snelheid van het licht heb bereikt, staat de tijd voor mij stil. De ruimte betekent voor mij een gelijktijdigheid en eerst wanneer mijn snelheid terugvalt tot beneden die van het licht, zal ik mij weer van ruimte bewust zijn en op een bepaalde plaats in het geheel in verschijning kunnen treden. Dat is wel heel mooi, maar wie kan het waarmaken? Degenen die er zo over denken, zou ik erop willen wijzen dat er ook mensen zijn geweest die zeiden: Wanneer je de snelheid van het geluid eenmaal benadert, dan kom je in zo'n enorme pressie terecht, dat je eraan te gronde gaat. Je moet langzamer vliegen dan het geluid.

Nu vliegen er allerlei prulwapens rond die snelheden halen tot zelfs mag. 5 toe, d.i. vijfmaal de geluidssnelheid. Er zijn ook raketten ontworpen die die snelheid zelfs vertienvoudigd kunnen halen zonder dat er iets gebeurd. Zeker, je overwint bepaalde grenzen, dat is waar. De eigen situatie van zo iemand verandert daardoor, ook dat is waar. Maar de mogelijkheid bestaat. En als ze bestaat t.a.v. geluid, waarom zou ze niet bestaan t.a.v. licht. Waarmee ik maar wil zeggen, dat die stellingen allemaal heel beperkt en relatief zijn en dat al deze mathematische uitwerkingen op een gegeven ogenblik berusten op een niet volledig kennen van de praktische mogelijkheden. Maar dat zal u minder interesseren, want een mens denkt al heel gauw, als hij met een titel als deze te maken krijgt: wat moet ik met mijn tijd beginnen? Hoe, kan ik die tijd gebruiken om het eeuwigdurend Nu waar te maken? Daarvoor zijn geen regels te geven.

Het eeuwigdurend Nu is eigenlijk een verstilling van het besef, onverschillig hoe deze wordt bereikt en onder welke omstandigheden deze tot stand komt. Het is dus even goed mogelijk dat je het vindt bij een praatprogramma op de televisie als in een kerk. Het is even goed mogelijk als gevolg van vermoeidheid zowel als van diepgaande contemplatie. Er zijn geen normen te geven.

Je kunt je tijd niet gebruiken om het eeuwigdurend Nu te betreden. Het eeuwigdurend Nu is er namelijk altijd. Wat wij doen, is ons bewegen in het geheel van het voor ons mogelijke, wat het eeuwigdurend Nu in feite is. Het zal misschien meer zijn, maar voor ons is liet alleen datgene wat we in onze laatste en volledige ontwikkeling zullen beseffen. Dus geen richtlijnen helaas voor geestelijke ontwikkeling in deze richting. Aan de andere kant enkele conclusies, die toch wel samenhangen met de ontwikkelingen in de tijd en al wat daaruit voortkomt.

Ieder van u heeft over reïncarnatie wel voldoende gehoord. Het zal u bekend zijn dat wij dus formuleren, dat karma in dit verband bestaat uit het opgedane bewustzijn plus de consequenties die men bij incarnatie daaruit trekt. Geen noodlot dat is opgelegd, geen onvermijdelijk iets, maar eenvoudig een keuze die men heeft gemaakt en die men zelfs nog kan aanpassen tijdens een bepaald leven.

Als u zo kijkt naar deze hele gang van zaken, dan wordt u duidelijk dat voor een mens tijd eigenlijk voornamelijk bestaat uit een opeenvolging van ervaringen. Dit is niet uit te drukken in stoffelijke tijd, aardtijd. Het moet inmentale of liever nog in geestelijke tijd worden uitgedrukt in een aantal ervaringen. Die ervaringen brengen een besef mee van een aantal mogelijkheden. Wanneer die mogelijkheden in zichzelf evenwichtig en volledig zijn geworden, dan zal het "ik" niet de behoefte hebben om verder te gaan. De noodzaak tot incarnatie valt weg. Dit betekent tevens dat de basis is gelegd voor elke geestelijke uitwisseling die verder zal plaatsvinden. Ook als u tot het hoogste bewustzijn zult stijgen, dan is in de beproevingen en ervaringen die u op aarde heeft doorgemaakt, vastgelegd wat u bent in het kosmisch geheel. Er komt dan een ogenblik, dat u ook niet meer de behoefte heeft u uit te drukken of meningen uit te wisselen. Misschien zou je het kunnen uitdrukken als‑. ik heb nu het gevoel dat ik alles wat voor mij bereikbaar is weet en ook innerlijk een vrede en harmonie ken met dit weten. Op dat ogenblik houd je op te bestaan als een geuit individu. Je bent niet meer ruimtelijk of geestelijk uitdrukbaar. Je bent niet meer een werkzame factor t.a.v. anderen. Je bent alleen nog maar een besef van al wat je bent geweest, van al wat je zult zijn.

Voor u geldt dus wel degelijk dat alles wat u doet of niet doet, alle,; wat u bent of niet bent deel uitmaakt van die ervaringscyclus. Alles wat u ooit bent geweest in de tijd zal deel uitmaken van datgene wat aan het eind uw wereld zal zijn: het eeuwigdurend Nu. Deze innerlijke wereld waarin het uiterlijke niet meer bestaat en waarin de enige relatie, die men nog kent als van buiten zichzelf komend, God is. God, die men echter alleen nog kan vertalen in het eigen besef en in de erkenning van het totaal van mogelijkheden en tegenstellingen die men in zich erkent.

Daar sta je dan. Wat moeten we dan doen met al die ruimtelijke zaken en verhoudingen? Ik denk hier b.v. aan de normen van de astrologie in haar vele verschillende vormen. Ik denk aan alle magische benaderingen. Ik denk aan alle mogelijkheden om via symbolen het eigen besef in andere werelden of in andere toestanden te verplaatsen. Het antwoord is heel eenvoudig: Op het ogenblik, dat wij te maken hebben met de astrologie, hebben wij een concrete reeks mogelijkheden. Al datgene wat astrologisch voor ons mogelijk is geweest en door ons werd beseft, maakt deel uit van ons eeuwigdurend Nu. Al datgene wat wij bereiken via magie is in wezen een waarmaken van een deel van onszelf. Het is voornamelijk een confrontatie met het eigen "ik". Als je de krachten uit het diepst van de hel oproept, dan confronteer je nog jezelf met wat je bent. De relaties, die dan ontstaan zijn eigenschappen van je persoonlijkheid, je eigen kwaliteiten. En als je de hoogste hemelen kunt aanroepen en de meest lichtende kracht op aarde kunt uitstorten, dan betekent dat nog steeds dat het deel is van je wezen, dat is deel van wat je bent.

De magie is in feite dus ook een erkenning van eigen mogelijkheden waarbij men moet beseffen, dat eigen harmonische mogelijkheden alle werkingen in ruimte en tijd bepalen en dat deze mogelijkheden tevens de bestanddelen zijn van een eeuwigdurend Nu waarin men ten slotte de bereiking en de vrede ervaart.

Dan kunt u zeggen: Maar als ik nu mijn bewustzijn kan verplaatsen naar een andere wereld...? Dan heeft u alleen maar iets gerealiseerd wat – hoe dan ook en in welke toestand dan ook ‑ ooit voor u beleefbaar zou zijn.

Wanneer u uittreedt naar b.v. een Zomerlandsfeer, dan treedt u uit naar een wereld die uw werkelijkheid is geweest of zal zijn. U doet dus niets anders dan een beetje terugkijken of vooruitkijken. De harmonische relaties die daarin tot uiting komen zullen voor u altijd bestaan. Ze zijn dus niet afhankelijk van een tijdsaspect. Op deze manier wordt duidelijk dat al wat wij in de tijd beleven zijn eigen en grote betekenis heeft, maar dat deze betekenis tevens gelimiteerd is tot en gericht is op het ware wezen van het "ik". Dat brengt ons in deze inleiding tot een laatste punt dat van meer filosofische aard is.

Als ik geloof in een God (ik doe dit, maar ik kan het van u niet eisen) en ik neem aan, dat ik deel ben van die God, dan is het mogelijk dat ik in harmonie kom riet die totale Godheid en mij van deze harmonie bewust word. In die totale Godheid zal de kracht waaruit ik ben opgebouwd een eigen functie hebben. Zoals er cellen in het lichaam zijn die een eigen functie hebben. Je kunt van een spiercel niet verwachten dat ze de functie overneemt van een hersencel of omgekeerd. Je kunt niet verwachten dat een bloedlichaampje de taak gaat overnemen van een zenuwcel of omgekeerd. Er schijnt dus sprake te zijn van een specialisatie. Onze harmonie is een eenheid met een geheel waarbij de eenheid als zodanig ervaarbaar is en alle werkingen in het geheel mogelijk zelfs beseft kunnen worden, maar wij toch onszelf blijven. Wij zijn een functie. Wij zijn in het besef van het Goddelijke een specialisatie van de vele functies die in het Goddelijke bestaan zodat op ons niveau aan één deel van die totaliteit zo volledig mogelijk uiting wordt gegeven.

Dit is uit de aard der zaak filosofie, speculatief, maar het benadert voor zover ik het kan nagaan de waarheid toch wel aardig. Zeker voor zover men die in menselijke woorden kan uitdrukken.

Dan stel ik: Wat je bent en wat je doet, doet eigenlijk niet ter zake, want wat je bent is vastgelegd. En wat je doet is alleen maar het realiseren van mogelijkheden die behoren tot dat wat je al bent. Die mogelijkheden bepalen je besef, maar niet je wezen. Je wezen is vast. Je beleven, je mogelijkheden daar heb je keuze in, daar kun je wat aan veranderen, wat aan toevoegen of wat weglaten. Aangezien je je nooit kunt onttrekken aan het wezen van je "ik" binnen de totaliteit, zal niets van hetgeen je doet of laat op deze werkelijkheid invloed hebben. Alleen je beleving en de weg die voor jou voert tot de totale harmonie, tot het bereiken van het eeuwigdurend Nu zal een andere zijn.

Dan blijkt dat onze keuze in het leven niet kan en mag worden bepaald door datgene wat wij zien als het enig goede, maar dat het moet worden bepaald door datgene wat voor ons harmonisch is. Het goede kan in ons bestaan. Al datgene wat ons wezen vollediger bevestigt en in ons geen tegenstellingen oproept is goed voor ons, niet voor een ander. Zo komen we als vanzelf dus weer aan de harmonische weg.

De harmonische weg van de mens is in feite synthese. Het is niet de afzonderlijke ontwikkeling zonder meer. Neen, de harmonische weg is de samenvoeging van alle ervaringen en alle ontwikkelingsmogelijkheden, zodat uit het totale "ik", voortdurend een wil, een besef en een kracht kunnen optreden. Deze synthese is het enige dat in onze belevingswereld van overwegend belang zal zijn. Zodra wij de synthese bereiken, is harmonie mogelijk, dan verdwijnt onze onvrede. Dan zijn onze hunkeringen niet meer bepaald gericht, maar zijn ze gedefinieerd als belevingswaarde. Ze kunnen niet meer worden gericht op staat, op persoonlijkheden, voorwerpen of toestand. Ze zijn een erkenning van besefswaarden. Daarom is het voor een mens, die iets wil begrijpen van het wezen van de tijd en van het eeuwigdurend Nu, belangrijk dat hij deze synthese voor zichzelf probeert te vinden. Niets verwerpend van hetgeen je bent geweest en hebt gedaan. Niets verwerpend. van hetgeen je weet en erkent. Niets verwerpend van hetgeen je hebt bereikt aan nieuw weten en nieuw erkennen, maar voortdurend zoeken naar die ene “al” bepalende factor waardoor dit alles tezamen voor jou zinvol en harmonisch is.

Waar u die harmonie in uzelf kunt vinden, daar bereikt u een bewustwording, die u voert ‑ zij het misschien nog door vele cirkels van tijd heen ‑ tot een eeuwigdurend Nu. Het is de zelfverwerkelijking, die onttrokken zijn, dat kan niet anders, aan alle beperkingen en bepalingen die door mensen zijn gesteld en die nooit door omschreven wetten kan worden geregeerd. Het enige dat regeert is het geheel van uw mogelijkheden, die zijn vastge­legd in het "ik" buiten de tijd.

Wanneer u leeft, moet u uw keuze maken in de richting van synthese, van harmonie. U moet proberen om het conflict te vermijden waar dat mogelijk is. U moet proberen een aanvaarding te vinden voor de wereld en voor uzelf waar dat maar enigszins bereikbaar is. Daardoor bevordert u inderdaad uw bewustwording, uw kracht en ten slotte uw ontwikkeling. Zolang u in die richting streeft, blijft het andere onbelangrijk, want zelfs piramiden vergaan tot stof. Zelfs reizen door de ruimte verbleken tot sprookjes, die langzaam maar zeker in een stamelend ras verstommen.

Het leven blijft. Het leven bent u in de tijd en buiten de tijd. Wat u nu bent is het eeuwigdurend Nu, maar dat wordt niet beseft. Wordt het beseft, dan is deze, tijd en alles daarin behouden. Niet meer als iets wat u beheerst, maar als een functie van uw wezen die u zelf erkent en niet meer behoeft te beheersen, omdat ze slechts een onderstreping van de afgeronde harmonie is waarin u de perfecte evenwichtigheid van het bestaan in God heeft gevonden.

De hoop, dat dit onderwerp u heeft geholpen enig inzicht te krijgen in de wezenlijkheid van al datgene wat u bent, beleeft, vreest en verlangt.

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

21-03-08

CHRISTUSGEEST in het AQUARIUSTIJDPERK.

DE CHRISTUSGEEST IN HET AQUARIUSTIJDPERK.

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik er u op wijzen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk u a.u.b. zelf na. Het is voor een mens altijd nog leerzamer zijn eigen fouten te maken dan die van anderen zonder meer na te volgen.

Als u een onderwerp wilt stellen is het welkom.

   

v      Wilt u ons spreken, broeder, over de Christusgeest in het Aquariustijdperk?

 

De Christusgeest in het Aquariustijdperk? Ja, daar kunnen we over praten, natuurlijk, maar van te voren wil ik een kleine definitie plegen. Wanneer wij spreken over de Christus in dit onderwerp bedoelen we de Christusgeest, een deel van het goddelijke, die als een soort emanatie kan afdalen over één mens of over vele mensen. Van het Aquariustijdperk hoef ik niets te vertellen. Dat is een nu aanbrekende periode van ongeveer 2100 jaar, een periode waarin het sterrenteken Aquarius zou heersen. Een periode dus waarin techniek, broederschap en mensenliefde samen zouden moeten gaan.En als u dat weet, begrijpt u dat we wel zeer aan het begin dan die periode staan. Wanneer we denken aan de Christus, dan denken de meeste mensen aan Jezus. Maar Jezus is een verschijningsvorm, een voertuig. De Christus zelf is een deel van de totaliteit, men zou kunnen zeggen een soort planeetgebonden deel van het goddelijke. Deze kracht werkt altijd op de mensen in en verschijnt in vele vormen en niet slechts in één. Mensen die bang zijn voor de komende tijd vooral die hopen dan op de wederkomst van Christus. Maar beseffen ze wat ze zeggen? Ze denken aan de terugkomst van een gloriërende Jezus, bijvoorbeeld. Maar wat is de essentie van datgene wat we Christus noemen? Het is een enorme liefde voor al het geschapene. Het is een voor de mensen bijna ontstellende rechtvaardigheid en het is daarnaast, denk ik ook, een vanuit menselijk standpunt vaak wonderdadige inwerking waardoor,vele zaken kunnen ontstaan die op aarde niet wetenschappelijk voldoende verklaard kunnen worden.Sta mij toe het zo te formuleren. Dit alles samenvattende moeten wij ons afvragen: In welke tijd van een Aquariusperiode zou die Christusgeest het hardst inwerken? En het antwoord dringt zich bijna op. Altijd weer wanneer de Christusgeest zich op aarde heeft gemanifesteerd was dat in periodes van verdrukking, van kwelling, om niet te zeggen van chaos. Het is of een chaotische situatie juist deze kracht meer tot leven wekt en of mensen, die onder chaos, onder dreiging en terreur lijden, ook meer openstaan voor deze kracht. We zouden moeten zeggen dat dus de Christusgeest op dit moment, op aarde wel merkbaar zou moeten zijn, kenbaar zou moeten worden, waarschijnlijk binnen een twintig, vijfentwintigtal jaren.We moeten niet denken dat de Christusgeest in het Aquariustijdperk nu eventjes orde op zaken komt stellen. Uiteindelijk, zoals Jezus zelf al zei: Hij is de weg, maar degene die daarvoor kiest, moet hem zelf gaan. De aarde is een school. Je leert op aarde hoe je evenwichten kunt vinden, hoe je harmonieën kunt vinden, maar ook hoe je tekort schiet. En zolang er een aarde bestaat en een mensheid, zal de scholing verder gaan. Laten we dus niet denken dat de mensheid de mogelijkheid krijgt om zonder zichzelf in te spannen, enige moeite te doen of enig offer te brengen, nu eventjes in een paradijselijk duizendjarig rijk terecht kan komen. Dat klinkt allemaal mooi, maar het is waanzin.De werkelijkheid is dat de Christusgeest inwerkt op steeds meer mensen, dat in de meeste verschijningsvormen iets van die totaliteit zich uitbreidt onder de mensen: een nieuw denken, een nieuw beleven, een nieuw zoeken. En vergeet niet: zoeken is nog niet direct vinden.Er is een ontstaan van een innerlijke belangstelling, een innerlijke gerichtheid en daarnaast waarschijnlijk een langzaam en voorzichtig je losmaken van de regels en de wetten en de disciplines die zolang de wereld hebben geregeerd om daarvoor in de plaats te leven vanuit je diepste innerlijk en daarin iets wonderbaarlijks, als een soort licht, te herkennen. Een proces dat zich op dit ogenblik reeds, zij het traag, zo hier en daar aan het voltrekken is. Een terugkeer naar een innerlijke waarde.Er zijn altijd periodes geweest in de geschiedenis waarin mensen, ook wetenschappers, gedreven door een bepaalde ideologie, door bepaalde gevoelens, eenvoudig hebben gezegd: Wij willen alleen op deze manier werken. Om u een voorbeeld te geven: In de periode dat Duitsland nationaal-socialistisch geregeerd werd, heerste onder de erkende wetenschappers daar de stelling: experimentalisme is de enige juiste vorm van wetenschappelijke benadering en daarom heeft men zich o.m. tegen Einstein en nog enkele anderen gekeerd, want dat waren theoretici. Op dezelfde wijze zien we dat met het geloof, met sociaal denken gebeuren. Er is een bepaalde tendens in de wereld en op een gegeven ogenblik mag je eigenlijk alleen nog maar zus of zo denken en handelen. Niet dat men zegt: we ontnemen je de vrijheid, maar wil je passen in het kader van de gemeenschappen die er dan bestaan, dan moet je op een bepaalde manier denken en reageren.De bevrijdende werking van de Christusgeest is nu juist dat, die betrekkelijkheid van al deze maatschappelijke normen en waarden laat inzien. Niet dat ze zegt: gooi ze opzij, maar er zijn belangrijker dingen. En op het ogenblik dat je dat gaat begrijpen en gaat zoeken naar de meer belangrijke krachten in jezelf, dan komt er ook een ogenblik dat je in jezelf een licht hebt. Dat licht heeft de mensen altijd beroerd. Eis een tijd geweest dat men zei: God spreekt door mij, ik ben een profeet. Er is een tijd geweest dat men heeft gezegd: God heeft me geroepen, en men werd priester of kloosterling. Nu is er een tijd waarin hetzelfde klinkt in vele mensen en men niet meer zegt: Je moet in een bepaald systeem gaan, al zullen er zijn die dat proberen zo te vertalen. Het is: Je,moet, zelf de verantwoordelijkheid dragen voor je eigen leven, maar ook voor de relatie met je medemens. Het is: Heb je naaste lief gelijk jezelve en God boven alle dingen maar dan niet meer uitgedrukt als een geloofsdogma, maar als een beleving, als een werkelijkheid die van jou uitgaat.En wanneer de mens dan zo gegrepen wordt, dan voel je al heel snel dat er in hem krachten schuilen die er altijd niet zijn en ja, in het begin doe je dat allemaal wat onbeholpen. De een tracht te magnetiseren, de ander gaat helderziende waarnemingen doen en weer een ander zoekt nog een nieuwe methode. Maar dat is maar een begin want diep in jezelf ga je begrijpen dat het gaat om een harmonie, een samenklinken, om een langzaam één worden met de mensheid zonder dat ik daarbij mezelf verlies. Ik wil mezelf niet oplossen in de mensheid, ik wil mezelf zijn als een waardevol deel van de mensheid, maar dan niet in strijd, maar dan juist in die eenheid, die samenwerking, die harmonie die noodzakelijk is.Ik geloof dat je zo die werking van de Christusgeest wel best kunt vertalen in deze dagen. Er zullen steeds meer mensen zijn die op enigerlei wijze die roepstem horen. De een is misschien een bisschop die opeens besluit, zelfs tegen zijn overheid in, op te komen voor de verdrukten. De ander is misschien een of andere simpele broeder in een of ander klooster die opeens besluit toch maar iets van de vreemde kracht die hij in zich voelt, te gebruiken om de zieken die hij verpleegt, iets gezonder te maken.De derde is misschien een warhoofd, punk mijnentwege, ik weet niet of het al uit de mode is, het gaat snel bij u tegenwoordig, maar iemand die in zichzelf voelt: Ja, de manier waarop ik leef en mezelf probeer te zijner moet toch nog iets anders zijn, er moet iets zijn van: ik beteken niet alleen in eigen ogen, nee, ik beteken door wat ik ben voor anderen en het feit dat ik die betekenis kan hebben is mij voldoende.En stel nu eens, die gedachte heb ik al meer gesteld, dat er een soort gemeenschappelijk bovenbewustzijn is. Alle gedachten van de mens, alle gevoelens van de mens stralen uit. Ze hangen als een soort atmosfeer rond deze aarde en ze kaatsen steeds weer deze impulsen die je in jezelf hebt terug, soms versterkt. Als je aan een probleem denkt en je gaat er even op in die eenheid, dan krijg je misschien tien antwoorden en dan moet je zelf uitzoeken wat je past, maar je krijgt antwoord. En stel nu eens verder dat er steeds meer mensen door deze vreemde Christusgeest worden beroerd, steeds meer mensen dit gevoel van harmonie, van eenheid van de kracht van de vader in zichzelve gaan voelen, dan zijn die gevoelens en die gedachten mede in het bovenbewustzijn tegenwoordig. Het is of ze elkaar daar versterken, elkaar helpen en gelijktijdig nog een bron vormen van hulp en kracht voor degenen die misschien nog niet bewust in zo'n proces meewerken of zelfs maar onbewust er op afgestemd zijn, maar die gewoon in nood zitten en die daaruit dan toch die ene flits krijgen waardoor ze dan toch iets beter, iets juister dan de anderen, iets gelukkiger een oplossing kunnen vinden.Dat proces zet zich voort. Steeds meer mensen gaan denken aan de medemens, niet omdat ze zo buitengewoon medemenselijk zijn, het is een rotterm, net als naastenliefde, die dingen zijn doodgepraat, maar doodgewoon omdat je gaat begrijpen dat je pas werkelijk jezelf kunt zijn wanneer je als het ware leeft in anderen. En dan zegt Christus, zoals Jezus reeds op aarde gezegd heeft: Dwing ze niet om in te gaan. Verkondig de boodschap, geef de kracht en drijf duivelen uit, genees de zieken in mijn Naam en de Naam des Vaders en ga verder. En dat zul je dan ook gaan gevoelen. In het begin zul je dan ook ongetwijfeld nog vastlopen in sektarisme van allerhande soorten. Mensen die ondanks alles niet gelukkig zijn wanneer er geen gezag. is dat hen zegt: Zo moet je zijn, omdat ze nog niet kunnen vertrouwen op die kracht in henzelf. Maar het vertrouwen wordt sterker en sterker. Dan ontstaat er inderdaad een broederschap onder de mensen, een broederschap die behoort bij een hogere harmonie en een hogere wereld, ongetwijfeld, maar een broederschap die met al haar onvolledigheid, met al haar onvolkomenheden gelijktijdig toch de mensen helpt om meer bewust te zijn en steeds minder beheerst te worden door procédés, procedures en technieken.Dan moet u niet denken dat de Aquariusperiode een tijd is waarin de techniek zal worden uitgebannen, maar de mens gaat de techniek beheersen en wordt niet, zoals nu in feite vaak het geval is, beheerst door datgene wat hij technisch heeft voortgebracht. Denk niet dat Aquarius aan alle bureaucratie een eind maakt, maar zij zal zich niet meer willen bemoeien met het leven van de eenling. Ze zal alleen maar proberen een kader te scheppen waarin die eenling zichzelf kan zijn. Ze wordt weer dienstbaar, in plaats van zoals nu als heerser op te treden. Dan komen we als vanzelf naar het gouden ogenblik van deze nieuwe era, het ogenblik dat er werkelijk vrede op aarde is omdat de mensen niet meer denken aan hun eigen macht en gezag, hun belangrijkheid, hun gelijk.In de eerste plaats denkt men aan anderen omdat zij niet als vijand van die anderen betekenis kunnen hebben in zichzelf, maar alleen wanneer zij de verbondenheid die in hen leeft weten uit te breiden over de hele wereld.En wanneer u mij dan vraagt: Spreek over de Christusgeest in Aquarius, wat kan ik dan anders doen dan deze, op een preek gelijkende rede te houden?We zeggen: De Christus is er, ook nu. De Christusgeest is er, ook nu en ook in u, niet als een of ander dogmatisch wezen dat u zegt wat u moet zijn, maar als een vreemde kracht, een stille harmonie, als een sterkte, als een vreugde die u in uzelf soms ervaart een kort ogenblik en waaruit u dan de kracht put en het besef om als mens meer menswaardig te leven. Het is die Christusgeest die je zegt: Je bent niet afhankelijk van de plaats die anderen je in de maatschappij geven. Je bent afhankelijk van datgene wat je vanuit jezelf in die maatschappij voor anderen bent.De mensen vergeten wel eens dat dat Jezus, die de Christus werd genaamd, een revolutionair was, maar hij was geen terrorist, hij was geen opstandeling zonder meer. Hij was iemand die zijn waarheid in zich vond, uitdroeg en consequent ook zelf daarnaar handelde. Het is niet alleen de zachte, de lieflijke en de lijdende Jezus die we ons voor ogen moeten stellen, want dan vergeten we iets. Dan vergeten we dat Hij aan de ene kant de gewone vreugden van de mens kon delen en er vrolijk mee kon zijn, (de bruiloft van Kana, het zogenaamde wonder van wijn), dat Hij aan de noden van de lichamelijke mens dacht en niet alleen aan de ideologie (de bergrede, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging), dat Hij hard kon zijn toen Hij een snoer greep en daarmee zijn gesel zwaaiende, handelaars en geldwisselaars uit de tempel wierp. Jezus in niet alleen maar een lijdzame figuur, Hij is wel degelijk een strijder, maar het is een strijder die niet tegen mensen strijdt, maar tegen toestanden. Hij is een prediker, maar Hij verkondigt geen dwingende leer, maar geeft alleen een inzicht, nieuwe wijsheid. Die Jezus is in zijn tijd de brenger van nieuwe krachten. Zijn leerlingen doen wonderen en ze zijn niet de enigen want Kanaän werd in die dagen overspoeld door wonderdoeners, waarvan een groot gedeelte ook wel hebben gezegd dat zij de Messias waren. Maar Jezus deelde zijn Kracht met anderen. Hij vervulde hen van het besef van eenheid waardoor zij hetzelfde konden doen wat Hij deed, ook wanneer het een kwestie was van duivelen uitdrijven, van zieken genezen, of alleen maar schouwen in de harten van de mensen, zodat je de redenen van hun droefheid kon verstaan en daarvoor wat blijheid in de plaats kon geven.Wanneer wij spreken over de Christusgeest in deze dagen, dan mogen we die eigenschappen van Jezus niet vergeten, want zij waren in zijn tijd en in de uitdrukking van zijn tijd de uitdrukking van de Christus. Een nieuwe openbaring, zou je kunnen zeggen, in die dagen. In deze dagen krijgt het allemaal een andere gestalte. 0 ja, er zijn meesters en leerlingen geweest, er zijn leraren geweest, er is een wereldleraar geweest en er is een wereldmeester geweest en die hebben ongetwijfeld vernieuwingen gepredikt, maar een vernieuwing die alleen van buitenaf moet komen , die alleen maar een systeem is en weinig waard is.De sleutel tot de eigenlijke kracht die Aquarius eens zal openbaren ligt in de mens en het is vanuit die mens dat het bewustzijn van die kracht zich kan verbreiden zonder gelijktijdig slaven te maken van diegenen die kracht zoeken. Vrij ben je, mens. Na je dood zul je pas beseffen hoe vrij. Binnen een kader van mogelijkheden ben je vrij te bewegen zoals je wil. Zeg dat het leven een schaakbord is, maar je wordt niet bepaald als koning, als paard, als toren, als pion, als raadsheer, als dame. Je hebt de vrijheid om je over alle vakken te bewegen zoals je wil, volgens je eigen vermogens, je eigen kunnen. Je bent vrij, maar die vrijheid heeft pas betekenis wanneer je het geheel aanvoelt en niet alleen maar kijkt naar al de kleine blokjes waarop jij toevallig zou staan. En dat is niet rationeel zonder meer mogelijk.

Aquarius is de tijd waarin de ziel van de mens zijn wijsheid uitstuurt, terwijl het denken van de mens die wijsheid gebruikt om daardoor de redelijkheid op een juiste wijze te etaleren en te verwezenlijken. Is dit voldoende? Hebt u verder niets te vragen?

 

Wat is de plaats vaN de Kerk in het Aquariustijdperk?

De kerk is een gebouw. Wanneer een God een tempel heeft, dan is die gebouwd door de harten der mensen. Let wel, ik zeg niet, door de breinen van mensen, zoals een geloof een weten des harten is en niet een rationeel weten. Wanneer de kerk begrijpt waar het om gaat, dan zal zij proberen om de leer die zij verkondigt zelf volledig in de praktijk te brengen, in dienende nederigheid, niet met pomp en status, niet met een organisatievorm vol hiërarchieke wegen, statuten en noodzaken. De kerk zal terug moeten naar de gelovigen. De gelovige moet God beleven, niet de kerk, God verkondigen. Wanneer de kerk dat begrijpt, ik vraag mij af welke kerk u bedoelt? Er zijn er een paar waarvan ik aanneem dat ze niet zullen willen begrijpen, maar wanneer de kerk dat begrijpt dan zal ze langzaam maar zeker haar uiterlijkheid, haar ritualisme verliezen en daarvoor in de plaats worden een vereniging van zielen met God. Als dat gebeurt dan heeft ze inderdaad alle redenen om te bestaan. Dan zal ze niet vragen: Ben je gedoopt of niet? Beken je onze waarheid of die van een ander? Ze zal zeggen: Zoek je God? Wil je God beleven? Of wil je met ons samen de harmonie van God een ogenblik waarmaken? Wees welkom, zonder enig voorbehoud, zonder enige verplichting.

Een kerk die zegt, vanuit ons geloof, zoals wij het formuleren: Wij voelen de noodzaak om in mensenliefde voor mensen te zorgen. Niet in grote lijnen denkende voor de komende duizend jaar, maar kijken naar de noden die er nu zijn en op God vertrouwend voor morgen.Ik vrees dat vele van de kerken in deze tijd tot een dergelijke verandering niet in staat zijn. Het geloof is langzaam maar zeker een denkgewoonte geworden waarbij de innerlijke waarden op zijn minst genomen licht verminkt zijn. De kerk heeft een hele hoop posities weg te geven, belangrijkheid, macht, zij het geestelijke, maar toch macht. Ze heeft in alle schijn van nederigheid die ze haar volgelingen oplegt voor velen de mogelijkheid gegeven tot stille zelfverheerlijking en zolang ze dat blijft doen, zal ze gedreven worden door degenen die in zich die zelfverheerlijking het belangrijkste vinden. Gedreven worden door hen die in de koude letters van regels geloven en niet in God die werkt in de harten van alle mensen. En dan zal die kerk ten onder gaan.En u zegt: Wat is de plaats van de kerk in Aquarius? Ik denk dat wat overblijft van de kerken, de kerken zoals ze nu bestaan, langzaam wegsmelt tot het een aantal sekten worden met wat simpele gelovigen en een paar zichzelf verheerlijkende leiders. En wat overblijft is een gemeenschap van zielen. Ik denk niet meer aan een kerk met kathedralen of koninkrijkzalen of wat dies meer zij. Ik denk aan een kerk die op elke plaats en op elk ogenblik, wanneer er wat rust en stilte is, samen kan komen en dan automatisch een quorum heeft, een juiste hoeveelheid tenminste en de mensen zullen in stilte samenzijn, ze zullen de eenheid ervaren zoals dat eens bij de agapès bij de eerste Christenen het geval was. Misschien zullen ze tafelen samen, misschien zullen ze zingen, misschien zullen ze alleen maar mediteren, maar ze worden beroerd door een eenheid en God spreekt in hen. De kerk van de toekomst is het Pinkstergebeuren oneindig herhaald en dan zal dat ongetwijfeld vormen kennen. Sommigen zullen het Christelijk, anderen Rooms-katholiek willen formuleren, weer anderen zullen het zoeken in de verschillende richtingen die nu zijn voortgekomen uit de leer van Mohammed of de vele varianten die bestaan van Boeddhisme, Hindoeïsme of zelfs Shintoïsme of wat dies meer zij. Want de vorm is voor een mens vaak noodzakelijk om wat in hem leeft voor zichzelf nog enige gestalte te geven. Maar het zal geen dwang meer zijn op anderen. De tempel die je bouwt voor God bouw je in jezelf, niet in de harten van anderen. De God die in je leeft manifesteert zich als godheid, niet als een deel van jouw persoonlijkheid, maar door de manifestatie van die godheid weet je wat je moet zijn en wat je moet doen. Ik denk dat er veel gelovigen zullen zijn in het Aquariustijdperk, maar ik denk dat er weinig kerken zullen zijn.Voldoende?We kunnen aan dit alles misschien nog een klein stukje toevoegen. Laat ons eens spreken dan over de waarheid. Misschien is dat op een avond als deze ook belangrijk. De waarheid is wat we zelf innerlijk willen en denken, niet datgene wat anderen ons opleggen. Wanneer u een geschiedenisboek leest, dan leest u leugens, niet omdat wat er in staat geheel onwaar is, maar omdat de werkelijke samenhangen en belangrijkheden eenvoudig weggewerkt worden: Zelfs wanneer u een bijbel leest dan zult u daar vele dingen in vinden die niet behoren tot de tijd waaruit zij pretenderen te stammen. De anekdotes die we aantreffen werden al lang verteld voordat een bepaalde vorst of profeet of wie dan ook er volgens de bijbel deze beleving had. Denk bijvoorbeeld aan de kinderen door de beer verslonden omdat ze kaalkop riepen naar de profeet. Nu kan ik mij voorstellen dat ze dat deden, maar het verhaal is zo oud dat we het terug kunnen vinden in bijvoorbeeld legenden in India die zo oud zijn dat ze gedateerd moeten worden in de tijd van, of zelfs nog na de tijd van Ur, d.w.z. de tijd dat Abraham wegtrok. Toch is die legende veel later in de tijd geplaatst als een voorbeeld van de algoddelijke hoogheid. Men heeft een verhaal verteld om duidelijk te maken hoe groot de God van Israël was, maar men heeft er niet bijgezegd dat het niet echt gebeurd was.Men heeft liederen en gezangen voor God, maar vele ervan zijn niet geboren in de harten van degenen die zogenaamd als dichter of verkondiger optreden. Ze stammen uit Babylon, Assyrië, zelfs uit Griekenland, uit Egypte. Let wel, wat ik hier zeg is letterlijk waar. Wanneer we waarheid zoeken, kunnen we dat niet zoeken in hetgeen ons overgeleverd is zonder meer. Zelfs wanneer je een wetenschappelijk werk leest vol berekeningen, zou je sommige berekeningen nog eens na moeten gaan. Het is toch al voorgekomen in Engeland dat iemand een fout in een berekening maakte die werd afgedrukt en nog dertig jaar daarna ging ieder uit van die formule en vroeg zich af waarom ze zo weinig resultaat had. Dat is in de moderne tijd gebeurd.Je staat zelf voor het herkennen van de waarheid. Hoe kun je de waarheid herkennen als je niet eerlijk bent tegenover jezelf? Wanneer je niet tenminste in jezelve waar durft te zijn?Wanneer je denkt aan Aquarius, want wat dat betreft hoor je misschien nog bij degenen die zich met UFO's bezig houden, vraag je dan eens af waarom je denkt dat het dan in orde zal komen en waarom u zich zo weinig afvraagt hoe u iets in orde kunt maken. Misschien vindt u dan een waarheid omtrent uzelve: Dat u bang bent voor bepaalde aansprakelijkheden, dat u bepaalde verantwoordelijkheden niet wilt dragen, dat u te bang bent iets te verliezen wat u meent te hebben. Het kan leerzaam zijn.Vraag u eens af wat u wezenlijk gelooft, echt, diep, waar gelooft. Niet de formulering, maar: "Hoe is het voor mezelf?" Misschien vindt u een waarheid die ontstellend is omdat zoveel van wat u in uw geloof klakkeloos aanvaard hebt, eigenlijk alleen maar een aanwensel is en geen beleving. Maar als u beleving overhoudt, dan hebt u de sleutel gevonden niet alleen tot de waarheid, maar ook naar een groter bewustzijn, een juister beleven, een beter bestaan. Er zijn duizenden wegen die tot de waarheid leiden, maar geen enkele weg die tot de waarheid voert voor u kan beginnen met een leugen Onbegrip? Ja. Dwaasheid? Ja. Ze kunnen alle aan het begin staan van een tocht naar de waarheid, maar een leugen, dat niet. En jezelf niet toe willen geven wie of wat je bent, het zoeken naar een mooie uitlegging voor hetgeen je doet of laat, dat zijn de dingen die je de tocht naar de waarheid onmogelijk maken. Als er iets is waar de mens verliefd kan op geraken, dan is het die illusie die hij omtrent zichzelf in zichzelf heeft opgebouwd. Realiseer u dat.Wanneer we spreken over de Christusgeest zoals we daarnet gedaan hebben, dan moeten we begrijpen dat een aanvaarding daarvan geen formulering is of niet maar alleen een wilsakte, maar dat het een beleving is, dat het een stil zijn is tot er iets in je spreekt.Wanneer we spreken over een Aquariustijdperk, denk dan niet aan dwingende sterren. 0 zeker, uw reis door dit deel van het heelal heeft ermee te maken. De uiterlijke condities variëren. U zult ongetwijfeld andere stofwolken op uw tocht door de ruimte ontmoeten en die zullen invloed hebben op de werking van uw zon en misschien zelfs indirect op de baanverhouding tussen de verschillende planeten. Dat is denkbaar. Maar Aquarius zoals u het ziet en zoals we het allemaal willen zien is toch vooral een innerlijke toestand. Aquarius is niet een dwingende macht van buitenaf, het is een bron in jezelf, het is een nieuwe mogelijkheid die je ontdekt, het is een nieuw bestaan dat je tot uiting kunt brengen, en dat is belangrijk. Ik heb natuurlijk gemakkelijk praten, ik weet het wel. Ik ben dood en u moet nog. Aan de andere kant: ik leef en ik vraag me soms af: hoeveel van u is er al dood? Het is niet prettig als je het zo zegt maar het is wel waar. Want als je eenmaal bent overgegaan, zoals men dat netjes uitdrukt, dan leer je dat niet kunnen opgaan in anderen, niet uzelf kunnen vergeten in het deel zijn a.h.w. met anderen, eenzaamheid betekent, verlatenheid, de troosteloosheid van droeve, grauwe sferen waarin schimmige gestalten rondwaren zonder elkaar wezenlijk te willen zien of te willen bekennen. Dan weet je dat je alleen vanuit die harmonie, vanuit de innerlijke kracht en vreugde die bestaat in het samenzijn, het samengaan met alle vormen, gestalten en gedachten die je bereikt en daaruit waarlijk lichtend kunt zijn.Is het soms niet waar dat in uw wereldje het er soms maar allerslechts uitziet? Economisch gaat het ons niet zo goed. Politiek liggen de zaken moeilijk. De vrede is in gevaar. De publieke moraal is niet meer te overzien. In een moeilijke tijd leeft u. Ja, u leeft natuurlijk langer dan al uw voorouders. U hebt veel meer tijd om te leven. U hebt een betere voeding. U leert veel meer. U kunt veel meer. Vroeger als een graaf geluk had, dan had hij een valsgestemde bard met een nog minder goed gestemde luit. U draait aan een knopje en de hele wereld schettert en toetert u toe in de meest perfecte vorm. U hebt het zo slecht. Zie maar liever eens naar de feiten, lieve mensen. Waarom hebt u het zo slecht? Omdat u hangt aan uiterlijkheden en u niet vraagt: Wat zit er in mij? U moet die waarheid in uzelf eerst vinden en aanvaarden en dan denken anderen dat je gek bent omdat je niet wilt verdienen maar het ver hebt vergeten en probeert te dienen. Maar in het dienen, ondanks alles, voel je zelf, krijg je een zekere vrijheid, krijg je toch ergens een licht en een kracht waarmee je zelfs in de meest hopeloze dagen tot jezelf zegt: Ik kan niet anders, ik moet verder gaan. Dat komt omdat de waarheid aan het begin staat.Niemand kan u welvaart en geluk voor altijd beloven, de Christusgeest niet, de Aquariustijd niet en kerken beloven het u soms wel, maar dan is het, om een vriend van mij te citeren, heel vaak tegen contante betaling zonder garantie van levering van die plaats in de hemel waarover men het heeft. Laten we eerlijk zeggen: Waarheid ligt in onszelf. Wanneer wij ten aanzien van onszelf niet waar durven en kunnen zijn, wordt onze hele wereld één warnet van leugens, van misvattingen, van zelfbeklag, van fata morgana. Maar als we waar durven zijn voor onszelf, dan bouwen we in onszelf, vergeef me de term a.u.b. een tempel voor God, een tempel die u niet moet zien als een gebouw of een.schitterend verlichte grot met een altaar. Een tempel is eenvoudig een plaats waar God kan zijn. Waar waarheid is, daar kan God zijn. Waar God kan zijn, daar is bewustzijn, daar is ontwikkeling mogelijk, daar is groei en vrijheid, daar is harmonie denkbaar. En eerst daar waar harmonie ontstaat en eenheid met alle dingen, althans beleefbaar, hoe weinig ook, daar hebben we de sleutel gevonden tot de hoge werelden van de geest, tot de vrije werelden van het licht en tot de alomvattende vrijheid waarin wij niet meer onszelf zijn, maar waarnemend en deel hebbend het totale leven voor onszelf bezitten en gelijktijdig de uitvoerders zijn van de waarheid en het leven van anderen.

Vergeef me dat ik u deze toegift heb aangeboden. Misschien bent u het er niet mee eens, maar bedenkt u dan maar één ding: Christus kan de duivel uitdrijven, maar uw pretenties niet. God in zijn rechtvaardigheid kan u alles vergeven, maar uw zelfmisleiding maakt het u onmogelijk die te aanvaarden. Wanneer u werkelijk verder.wilt gaan, en ik neem aan dat u hier bent omdat u verder wilt gaan, vraag dan niet naar namen, vraag niet naar zekerheden, vraag uw eigen hart en laat de waarheid die u daarin erkent uw leven verder leiden, uw daden verder bepalen, dan verzeker ik u dat uw eerste zoeken naar waarheid de Christus maakt tot een.kracht die in u woont en u maakt tot waarschijnlijk geestelijk toch een perfect lid van alles wat Aquarius kan voortbrengen en bepalen.

 

 

 

 

 

IMPROVISATIE.

 

 

 

  

liefde, rechter, edelmoedigheid

   

Er is een rechter in het dal

 

er is een dag die komen zal

 

waar ieder voor die rechter staat

 

en al zijn waan, zijn schijn

 

en zijn illusies achterlaat

 

om slechts voor hem zichzelf te zijn.

 

Maar de liefde die in de rechter leeft

 

de kracht die alles leven geeft

 

die alle zijn met zijn doordrinkt

 

die in de stilte liederen zingt

 

die spreekt geen oordeel, laat begaan

 

en laat je uit jezelf bestaan

 

omdat in edelmoedigheid

 

hij juist de mens weer heeft bevrijd

 

van ban en drang van schuld en macht

 

maar slechts hem tot zichzelve bracht

 

opdat hij in zijn ik bestaan

 

uiteindelijk breken zal met waan

van eigen exclusiviteit

 

van eigen zijn, oneindigheid

 

van al zijn macht en pracht en wegen

 

vol van onveranderlijke zegen

 

goedkeuring der totaliteit

 

en levend als zichzelf beseffen zal

 

ik ben een deel van eeuwigheid

 

ik ben een deel van alle zijn

 

en kan slechts door mezelf te zijn

 

niet oordelen hier voor de tijd

 

levend met edelmoedigheid

 

die anderen als zichzelf aanvaardt

 

vindend band en liefde met het al

 

waardoor mijn leven eerst zichzelve

 

waard geworden is en wanneer ik dan

 

diep in mezelf veroordeling en oordeel mis

 

en slechts nog ken die grote kracht

 

die alle zijn in zich aanvaardt

 

dan spreekt de rechter in mij uit:

 

wees welkom want je bent het leven waard.

  

Uitgesproken te Antwerpen op 18 september  1984.

            

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

   

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

        http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

  

http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

          

13-02-08

EEN NIEUWE WERKELIJKHEID.

EEN NIEUWE WERKELIJKHEID.

Wanneer we spreken over een nieuwe werkelijkheid dan zijn er enkele punten die we goed moeten begrijpen. Werkelijkheid is een concept. De wereld is niet zoals ze werkelijk is voor u, ze is voor u zoals u haar waarneemt, zoals u haar beleeft, vertaalt en op haar reageert. En wanneer u in deze periode leeft dan maakt u dus een ontstellende reeks van veranderingen mee. Die veranderingen liggen niet in de feiten, de feiten zijn nog steeds dezelfde. Ze liggen in uw eigen benadering van die feiten. En daarom kan een nieuwe werkelijkheid nooit zijn: een verandering van de feiten van de kosmos, het kan wel zijn een verandering van de reactie van de mens hierop.Dan beginnen we ons af te vragen wat heeft die nieuwe werkelijkheid van node? In de eerste plaats een andere benadering van onze eigen persoonlijkheid. Wanneer je in de materie leeft dan ben je geneigd om een hele reeks dingen als deel van jezelf te beschouwen, die dat niet in feite zijn. Dat is uw bezit misschien, uw menselijke relaties daarnaast bepaalde denkbeelden. Wanneer u in een zekere godsdienst bent opgevoed dan kunt u misschien uiterlijk die godsdienst vaarwel zeggen maar er zijn enkele essentiële denkwijzen van u overgenomen en u beschouwt die zozeer als deel van uw eigen denken dat u de oorsprong daarvan niet meer beseft. Nu is er op het ogenblik een gistingsproces aan de gang, waarbij de mensen dus in verzet komen tegen de dingen die ze in de maatschappij zien. Maar gelijktijdig komen ze ook in verzet, al beseffen ze dat misschien niet. tegen datgene wat zijzelf zijn in die maatschappij. Er is dus sprake van een revolutie op het ogenblik die in de eerste plaats reikt naar de mens zelf. Wat ben ik? Wat is mijn betekenis? Wat is de waarde die ik werkelijk bezit? Wanneer wij tot een besef van een nieuwe werkelijkheid willen komen, dan zullen we in de eerste plaats uit moeten gaan van een samenhorigheid die nooit gebaseerd kan zijn op vaste maatstaven, regels of verbindingen. Probeer u eens even in te denken:Wanneer een mens niet meer gemotiveerd wordt door het behouden van bezit, het verdedigen van status, door het verdedigen van zijn geloof of andere ficties, hoezeer die misschien ook in de werkelijkheid werden uitgedrukt, dan zal die mens toch veel meer vrij zijn. De mens zal niet meer zo snel bang zijn omdat bij de aantasting van bv. zijn denkwijzen of zijn ideaal niet meer gaat ervaren als een aantasting van zijn persoonlijkheid. Waar de angst minder wordt, daar kan de mens zich meer bezighouden met datgene wat hijzelf is, hij werkelijk is. Zijn betekenis kan nooit voor hem meer liggen in de betekenis die anderen hem toekennen, bij kan die betekenis alleen vinden door wat hijzelf ziet als zijn relatie met anderen. Zijn betekenis met anderen en hij weet dat hij elk ogenblik kan veranderen. Hij zoekt dus elk moment zoveel mogelijk zich zelf te zijn, en zo zelfverzekerd en waar mogelijk te zijn. Als je vandaar uitgaat dan krijg je dus vanzelf een beeld dat afwijkt van de nu geldende normen. Stel bv. u leeft in een land, een natie u bent een volk en in dat volk kennen we dan natuurlijk nog de nationale geschillen, die zijn overal, dat zijn allemaal illusies er in eigenlijk geen natie van specifiek Belgen, Fransen enz. Er zijn gemeenschappen, en wanneer die gemeenschappen gebaseerd zijn op een bepaald patroon van denken en handelen, dan is het logisch dat eenieder de bedreiging van deze waarden, van deze wetten van de gemeenschap, gaat ervaren als een bedreiging van zijn eigen persoonlijkheid. Maar neem deze verplichte binding, dit je vastklemmen aan een bepaalde binding, aan een bepaalde regel, weg en die mensen kunnen ineens begrijpen dat de ander op zijn manier het ook goed meent dan kun je begrijpen dat een Rus een even goed mens kan zijn als een Amerikaan. Zo denken betekent ook de grenzen anders zien, je vraagt je niet meer af waar kan ik in mijn land, in mijn stad, in mijn gemeenschap het beste werken. Je vraagt je af wat voor werk wil ik doen, waar kan ik dat het beste vinden. Dat is ook een heel verschil. Je houdt je niet meer bezig met procedures als het enig belangrijke, je vraagt alleen maar wat is het eindproduct, daar heb ik mee te maken. Je gaat dus je onttrekken aan allerhande werkingen die normalerwijze dus buiten de beschouwing staan. De meeste mensen houden zich niet bezig met het eindproduct. Laten we het zo zeggen, de meeste mensen vragen zich af hoe de kok in de keuken de spijzen heeft toebereid terwijl ze zich zelden de tijd gunnen om te proeven wat het resultaat van die arbeid is. U zult begrijpen dat een nieuwe werkelijkheid in de eerste plaats gebaseerd moet zijn op vrij worden. Maar vrij worden betekent veel meer dan alleen maar vrij worden van een zekere materiële gebondenheid. Het betekent ook een vrij worden van een aantal veronderstellingen die je beperken in je denken en leven. Bv. Hoeveel mensen hebben niet geleerd dat al die stemmetjes die je hoort verbeelding is? En hoeveel mensen, die helderhorend zijn, hebben daardoor zich afgewend van waar te nemen totdat ze geestelijk doof zijn geworden? Het aantal is vaak ontstellend. Mensen hebben telepathische begaafdheid, maar je mag je niet bezighouden met de gedachten van een ander, en al dat interpreteren nu dat loopt toch verkeerd uit. Wat in het resultaat? Dat degenen die sensitief zijn dat niet méér worden omdat ze kunstmatig de zaak onderdrukken. Er zijn morele en ethische normen, sociale normen die in feite bepaalde gevoeligheden van een mens en mogelijkheden amputeren. Een werkelijkheid die niet alleen dus uw aardse meer is, u leeft in de stof, in u bestaat iets wat we geest noemen en die geest die draagt in zich nog weer een hele reeks van mogelijkheden. Dit alles kan tot uiting komen, maar kan pas tot uiting komen wanneer ik niet meer bepaalde delen wegschuif, ik kan niet zeggen ik neem één deel van de geestelijke waarheid wel aan en ik druk de rest verder weg, want wanneer ik een deel verwerp, verwerp ik het geheel. Ik kan niet selecteren hier een feitje uit die sfeer en daar uit die wereld uit die sfeer. En dan kom je dus tot de meest eigenaardige situaties.Een nieuwe werkelijkheid zou in de eerste plaats volgens mij moeten zijn: Een vrijwording van beperkingen, vooral de beperktheid van je eigen denken.Wanneer u normaal overgaat doet u dat met een wereldconcept gebonden aan de materie. U kunt u dus geen ander bestaan voorstellen, dan in die materiële vormen. U leeft in een wereld waarin u nog langere tijd aan de hand van materiële vormen en normen leert, leeft en erkent. Dat is een wat treurige geschiedenis eigenlijk, omdat een groot gedeelte van uw energie besteedt aan het zien van vormen die er niet zijn, aan het in standhouden van illusies. Maar ach dat kunnen we nog allemaal accepteren, er is een zomerland en als u daar eenmaal inkomt dan gaat het wel. Maar nu komt het ogenblik, dat u verder moet dan dit. U kunt niet blijven reageren in vorm, de vorm en de gedachte zijn twee verschillende dingen. Wanneer een kunstenaar een beeld ontwerpt dan heeft bij in zijn gedachten iets dat méér is dan hij ooit in het materiaal kan uitdrukken. Hij kan ten hoogste, wanneer hij erg gelukkig is en erg begaafd, zoveel laten doordingen van zijn intentie in het materiaal dat soortgelijke associaties bij anderen worden gewekt. De werkelijkheid bestaat overal in elke sfeer, in elke wereld, maar wanneer wij weigeren om goed te beschouwen, en dat doen we dus omdat we vorm bv. noodzakelijk vinden, omdat we bepaalde kleuren of trillingen als criterium beschouwen voor bestaan, voor uiting, aanwezigheid, dan valt als vanzelf ons vermogen tot juist associëren weg, de Goddelijke bedoeling, de werkelijke inhoud gaat teloor. Dat heb je zowel maatschappelijk als geestelijk. Bezie je dit zo nuchter en logisch mogelijk. dan moet je zeggen: Wij weten in ieder geval dat een groot deel van de beperktheid van de hedendaagse mens ligt in hetgeen hij denkt te weten. Hij denkt de dingen te weten omdat hij zekerheden stelt die het resultaat zijn geweest van zijn onvolledige waarneming, zijn onvolledige constatering. Maar wanneer we nu in een nieuwe werkelijkheid binnendringen, dan zijn die zekerheden weg. Zeker er zijn natuurlijk werkregels, waar we vanuit gaan. We baseren ons wel op hetgeen ons geleerd is, op de ervaring die we hebben, maar we nemen niet zonder meer aan dat het daarin gestelde altijd juist is. Dan nemen we dus niet meer aan dat de theorie van de econoom het feit van een maatschappelijke ontwikkeling weergeeft. Dan nemen we niet meer aan dat de stelling van de socioloog de werkelijke ontwikkelingen in de massa kan om schrijven. We weten dat er uitzonderingen zijn, maar we gaan die uitzonderingen nu niet terzijde schuiven onbelangrijk, integendeel. We gaan begrijpen dat de uitzonderingen het belangrijkste is. Dat is altijd zo geweest, van de middelmatige denkers, die deze wereld veel heeft gekend, zijn er maar weinige die iets hebben gedaan wat in die mensheid blijvend is afgedrukt. Maar soms komt er een geniaal iemand die zich helemaal niet houdt aan de gangbare methodiek, en gangbare praktijken en die creëert iets. Het kan een of andere denker zijn, het kan iemand zijn die natuurkundige experimenten doet het kan een geestelijk denker zijn, het kan iemand zijn die theorieën ontwerpt omtrent ruimten en energieën als een Einstein. Die mens in eigenlijk alleen een stimulans voor de mensheid omdat bij anders is.Dit anders zijn is dus belangrijker dan het beantwoorden aan een gangbare norm. Wanneer wij een nieuwe werkelijkheid opbouwen moeten we dus niet streven naar het handhaven van een bestaande norm, maar we moeten juist ontwikkelingsmogelijkheden gaan scheppen voor al datgene wat van die norm afwijkt. We moeten die ontwikkelingsmogelijkheden niet verdelen (zoals sommigen van u misschien al onmiddellijk hebben gedaan) in de goede en de verkeerde ontwikkeling. We moeten eenvoudig proberen uit te vinden waar deze ontwikkelingsmogelijkheden nu passen. Wanneer iemand een geniaal inbreker is, dan zal hij ook geniaal zijn in het vervaardigen van sloten. Hij zal ook een geniaal waarnemer moeten zijn. In deze functie kan hij met behoud van zijn normactie zichzelf zijn. Hij kan buitengewone grote diensten bewijzen aan de gemeenschap van het gemiddelde.Er zijn vooroordelen die we dan moeten afschaffen, dat is waar, maar aan de andere kant de moordenaar van vandaag kan de mensenredder van morgen zijn. De moordenaar van vandaag komt heel vaak alleen tot moorden omdat dit zijn enige mogelijkheid is zijn “anders zijn” ten aanzien van de gemeenschap uit te drukken. Dat is natuurlijk een gevaarlijke theorie. Het is beter om te zeggen dat wij psychisch onderzoekende hebben moeten vaststellen dat op grond van de verschillende waarnemingen de persoon psychologisch niet geheel toerekeningsvatbaar is of zo iets. Kortom we zeggen bij verschilt van de norm en daarom mag, je hem niet straffen. We zouden juist moeten zeggen deze mens verschilt van de norm dus moet hij kunnen leven op een wijze die van de norm verschilt. Wanneer we verder gaan denken, wanneer het uitzonderlijke, het belangrijke wordt en niet de handhaving van een norm of een normalisering, dan gaan we dus ook af van de ontwikkeling van al datgene wat ons boven de norm kan verheffen, niet om tegenover die norm te staan als iets anders, maar eenvoudig omdat dat de enige mogelijkheid is om trouw te zijn aan onszelf en aan de ander. Dit betekent een geestelijke ontwikkeling die bv. de wereldleraar heeft voorzien, toen hij in een van zijn leringen heeft gezegd: “ De techniek is er om te gebruiken, maar wij zijn er om te leven, de techniek is er niet om ons te leven.” Hij wilde daarmee duidelijk maken dat we wel degelijk van alle mogelijkheden die we hebben gebruik mogen maken, maar dat we zelf boven die mogelijkheden moeten staan, wij nemen de beslissing, niet een ander. En wanneer hij later zegt dat de ware essentie van de mens eigenlijk is “zijn verbondenheid met het geheel" dan bedoelt bij daarmee geen normalisering maar juist het vinden van die uitzonderlijke ene plaats binnen het geheel waarin je werkelijk past. Een individualisatie zal dus zeker het resultaat zijn van een nieuwe werkelijkheid, van een nieuwe levensbeschouwing, een nieuwe houding en daarmee behoef je de dingen niet te veranderen. Bv. Wanneer u erg blij bent erg prettig en u komt langs een wat vervallen boerenhoeve dan zult u waarschijnlijk zeggen dat is rustiek, dat heeft zijn eigen schoonheid, een eigen karakter. Als u een slechte bui hebt dan zegt u het stinkt hier wat een rommel, u ziet het anders. Wanneer ik het rustieke zie, dan behoef ik nog niet de verschijnselen die erbij te pas komen te aanvaarden, als dat stank en rommel zouden zijn. Ik kan stank en rommel elimineren en het rustieke laten bestaan.Een nieuwe werkelijkheid is dus niet het vernietigen van het oude dit zou dwaasheid zijn, maar wel het reinigen van het oude, zodat het zijn goede kanten behoudt maar ontdaan wordt van al zijn egaliserende invloeden die als u het mij vraagt de stank en de ellende zijn van de maatschappij.Vandaag is het voor de wereld nog normaal dat de mens leeft en dood gaat en daarmee basta. Er zijn enkele mensen die den geloven dat ze in de hemel zijn of in het vagevuur of de hel. Anderen geloven in het zomerland maar een werkelijk contact is zelden, heel zeldzaam. En een contact voor iedereen kenbaar is als zodanig, komt praktisch niet voor. Wanneer wij in een nieuwe werkelijkheid treden dan is de scheiding tussen de sferen niet zo concreet meer, dan is de voorstelling van dood als einde of als een voortbestaan in een bepaalde conditie er niet meer, maar staat er tegenover de erkenning van de persoonlijkheid. Die persoonlijkheid blijft voortbestaan omdat men niet meer denkt aan lichamelijke eigenschappen, of contacten of kwaliteiten maar aan de persoon. Er zal dus een reëler contact mogelijk zijn. Maar waar dat contact bestaat, daar zal ongetwijfeld ook het gebruik van bepaalde dingen als ectoplasma bv. astrale vormen toe kunnen nemen. Dan zullen de doden van vandaag misschien een andere vorm van levenden zijn voor de mens van morgen.Laten we stellen dat er een naar miljoen jaar voorbij zijn, dat de mensen niet zichzelf hebben uitgeroeid, dan moet die mensheid evolueren, dan zou er een toestand denkbaar zijn waarin die mensen geestelijk bestaan en alleen maar een lichaam gebruiken zoals je nu bij folkloristische gebruiken misschien de oude streekdracht aantrekt. Die mensen zouden net zo reëel leven, maar ze zouden niet meer, sterven. want ze zouden hun wereldcontacten kunnen behouden zolang ze dat willen. Wanneer ze dan overgaan, zoals dat heet, dan zou het niet meer een kwestie zijn van, je verdwijnt uit mijn wereld, maar dan zou het zijn: Ik ga voorlopig naar een andere wereld. Dat klinkt erg fantastisch, het ligt ontzettend dichtbij de werkelijkheid. Ontzettend dicht erbij. Zeker ik zeg nu een miljoen jaar, het kan in veel minder tijd, of meer.Wanneer je een nieuwe werkelijkheid zoekt, dan moet je begrijpen dat die werkelijkheid altijd een grootser concept moet zijn en nooit een kleiner. Wanneer ik denken eenzijdig wil maken bv. binden aan één ideologie dan belemmer ik daarmee elke andere ontwikkeling van de vrijheid van de mens, ik maak hem kleiner en er is geen sprake van een nieuwe werkelijkheid er is alleen sprake van een werkelijkheid die een deel van de oude werkelijkheid verwerpt, zonder daarvoor nieuwe dimensies te krijgen. Dat blijkt bv uit de ontwikkeling van het communisme. Wanneer we het vroege communisme zien, dan hebben we daar te maken met een zuivere ideologie. Hier is sprake van een geloof. daarna krijgen we de Bolsjewistische revolutie waarbij de massa dus geregistreerd en georganiseerd wordt. Dit gaat tegen het kapitaal. De boeren zijn lastig, ze worden uitgeroeid. De kooplieden de hooggeplaatste worden uitgeroeid, worden geminacht en hun nakomelingen kunnen ten hoogste in de laagste lagen van de nieuwe maatschappij een plaats vinden. Zo was het. Het zal menigeen onder u niet bekend zijn dat er op het ogenblik miljonairs zijn, al heten ze natuurlijk anders, in de Sovjet Unie dat is werkelijk zo. Dat er mensen zijn die een soort dynastie hebben gevormd die erfelijk lijkt te zijn, omdat functies van Vader op zoon blijken over te gaan en daarmee de zeggingschap in een bepaald productie apparaat bv. een bepaald deel zelfs van het partijapparaat, dat is ook voorgekomen. Hier is men langs andere wegen weer teruggekeerd naar het Oleargisch-Feodorisme dat in de Tsarentijd bestond, met alle kapitalistische invloeden natuurlijk. Dan kun je zeggen de Sovjets zijn andere, maar dat is niet helemaal waar. Hun benadering en hun verklaring is anders, het resultaat is nog steeds hetzelfde als vroeger. Er is nog steeds een tsaar, alleen is hij niet meer erfelijk hij wordt zogenaamd gekozen. In feite worstelt hij zich boven de anderen uit. Hij is dus iemand die kans ziet om voortdurend de anderen neer te slaan die hem in zijn gang naar de hoogste plaats zouden kunnen tegenhouden. We hebben te maken met een maatschappij die we niet helemaal begrijpen kunnen misschien. Hetzelfde zien in China. In China bestaan wel degelijk hogere standen, het is zelfs zo dat de culturele revolutie van Mao-Toe-toeng eigenlijk gericht was tegen de macht van de communistische kapitalisten je kunt het niet anders noemen, de mensen die het voor het zegge hadden. En dat was noodzakelijk omdat Mao zijn eigen macht alleen op die manier dacht te kunnen handhaven. Bewezen is overigens dat bij daarin niet geslaagd is. U kunt nu wel zeggen, er zijn dus grote verschillen maar als we het goed bekijken is alles hetzelfde. Je kunt dus niet vanuit een communisme of vanuit een kapitalisme of vanuit een of ander isme, tot een nieuwe werkelijkheid komen, dat is alleen een hergroepering van de normen en waarden van de oude werkelijkheid.Maar stel nu dat ik dus zeg: communisme in niet belangrijk het kan mij niet schelen of ik communistisch leef of in een kapitalistische staat leeft ik ben mijzelf, ik leef mijzelf, kan ik mijzelf niet zijn dan wil ik niet leven. Dan heb ik dus bereikt, dat ik mij vrij zie van alle stellingen. Dat ik mij vrij zie van de maatschappij van haar ideologieën van haar vooropgezette denk wijzen, ik denk zelf. Ik handel zelf. Dan kan ik in die maatschappij nog wel degelijk een functie vervullen. Ik heb wel degelijk plaats daar, maar die plaats wordt niet meer door een ander mij opgelegd. Ze kunnen zeggen ga daar naar toe, maar dan zeg ik, ik ga niet. Ja maar dan brengen ze je wel er naartoe. Best breng me er naartoe, ik ga wel mee. Zodra je er bent begin je weer terug te wandelen. Een dergelijk verzet is niet te overwinnen. En dat is het begin eigenlijk van die wereldvernieuwing. Het andere denken, het andere concept van bestaan dat noodzakelijk is, heeft natuurlijk allerhande stormen achter de hand. Nu kijken we bv. naar de wereld van vandaag dan weten we allemaal dat de economie van de wereld. zoals ze nu loopt, niet verder kan gaan. Er in nl. een eigenaardige tendens ontstaan. Men wil steeds meer bezitten en steeds meer produceren, daarvoor heeft men steeds meer de bezittingen van anderen nodig zodat men aan de bezitters steeds meer moet geven om te komen tot de productie of de bereiking van iets wat men bezitten wil. Dit betekent dat een zeer groot gedeelte van de valuta bv. volkomen afhankelijk zijn geworden van de grote maatschappijen die werken van de geldgevers. Als vroeger de kleine vorsten in Brandenburg, Beieren bv. afhankelijk waren van hun geldgevers zo zijn de grote staten op het ogenblik, de kleine ook, in feite afhankelijk van hun bankiers. Of zich dit nu maatschappijen noemen voor landbouw of productie of een andere naam geven van bank, zij zijn de werkelijke meesters. Maar die meester die eisen meer dan op den duur kan worden opgebracht, zonder dat het iedereen opvalt. En dat is een deel van de crisis waarin u nu komt te verkeren, het betekent dus dat men geen genoegen meer neemt met de feitelijke rentewinsten voor bezitters van 20% (dat komt heus voor, meer dan u denkt, op het uitgezette kapitaal) terwijl een ander daarvoor in feite met minder genoegen moet nemen. Men heeft het opgevangen door de zogenaamde geldschepping, men heeft dus meer geld in omloop gebracht zodat men dacht rijker te zijn, maar dat geld heeft nog steeds gezamenlijk dezelfde totale reële waardebetekenis. Resultaat was dus inflatie. En nu komt er een ogenblik dat die inflatie niet meer voort kan gaan omdat ze anders bepaalde belangen en voordelen van de bezitters gaat aantasten. Ze moet dus gestopt worden, maar degenen die in een zgn. welvaart of in de mogelijkheden van de consumptie willen delen, nemen er geen genoegen mee hun eigen aandeel te verkleinen. Het resultaat kunt u nu dus aflezen er gaat een groot aantal kleinere firma’s en zaken, kleine fabrieken over de kop. Dat kan niet anders, er komt een werkloosheid. Dan komt er een veel grotere spanning tussen regiem in al die landen, en bevolking dan tot nu toe en we krijgen te maken met steeds grotere groepen ontevredenen. Daardoor zullen een groot aantal waarden beïnvloed worden en dan gaat het niet meer alleen om bankwaarden maar ook om persoonlijkheidswaarde. Je persoonlijke veiligheid, je persoonlijke zekerheid zou in het geding kunnen komen.Dat betekent weer dat de mens gedreven wordt tot een scherpere verdediging van zijn bezit, van zijn persoonlijkheid zelfs. Het eindresultaat is heel waarschijnlijk een chaos, politiek , economisch, zeker duurt het jaren voordat zich dat heeft uitgewerkt maar in die chaos moeten we een nieuwe oriëntatie vinden. We moeten een nieuwe plaats vinden waarin wij zeker kunnen zijn dat het zin heeft om te leven. Dan zullen de kerken uitroepen, kom dan bij ons. Maar de kerken hebben een deel althans van het vertrouwen van hun gelovigen verloren. De gelovigen beginnen zo langzamerhand uit te vinden dat ze zelf wel eens mee willen praten over wat nu wel en niet waar is, wat wel en niet belangrijk is, ze willen het geloof terugbrengen tot de essentiële waarde, maar omdat te doen moeten ze de bestaande bouwwerken, allerhande hiërarchische structuur en financiële structuren en dergelijks doorbreken, dat zijn ook grote weerstanden, dat betekent een splijting. Het is heel waarschijnlijk dat na deze paus er nog 2 of 3 komen, en dat daarna de betekenis van het pausschap een geheel andere zal worden. Dan zal de paus inderdaad weer primus interparia zijn, de eerste onder zijns gelijke en niet meer de vergoddelijkte figuur die boven allen staat. Daarmee zal de betekenis bv. van Rome veranderen. Van de Rooms Katholieke kerk, maar ook de betekenis van het Christendom, want hetzelfde proces wat zich afspeelt bij de Christenen in de Katholieke Kerk speelt zich ook af bij allerhande andere Christelijke sekten en groeperingen. Ook daar zegt men we willen nu zo langzamerhand wel eens de werkelijkheid zien, we willen ons niet meer bezighouden met de formules die u opwerpt, we willen terug naar de feiten. Een dergelijke revolutie moet in het begin voeren tot wat men noemt morele ontsporingen. Dat is een heel mooi woord het betekent allen maar dat een mens zich dus niet meer houdt aan de zedelijke normen die als juist gelden. Er zullen steeds meer mensen zijn die zeggen ja wat trek ik me aan van wat men zegt, ik leef en ik zal sterven op de manier waarop ik dat goedvind. Ik doe wat ik juist vind. En dan zullen alle anderen zeggen ja maar daar gaat de wereld aan te gronde. Het is heel waarschijnlijk zoals bv. op het ogenblik in Griekenland eigenlijk reeds is gebeurd. er mensen zijn die zeggen: Wij moeten ons daartegen verzetten wij moeten die oude zedelijke waarden terugbrengen, die moet weer voor iedereen gelden en dat gaat niet. Want je kunt een zedelijke waarde alleen hanteren en handhaven wanneer zij voor de mens een betekenis heeft, of dat nu veiligheid is, of dat dit misschien een godsdienstig gevoel van juistheid is doet niet ter zake, maar als dat gevoel er niet meer is houdt je de normen niet meer in je hand. En dan krijgen we dus als gevolg van de economische crisis de hergroepering op economisch en sociaal terrein, krijgt men inderdaad een grote strijd om wat men noemt de juiste zedelijkheid en die gaat er ook onderdoor die verandert ook.Dan staan we in een werkelijkheid waarin de mens eindelijk los in gekomen van gedurende vele jaren gefixeerde normen. De normen die u op het ogenblik in uw eigen leven en bestaan aanlegt stammen gemiddeld van rond 1800 tot 1850 ouder zijn ze niet. Het zijn geen eeuwig zedelijke wetten en normen, het zijn gewoon wetten en normen die ontstaan zijn eigenlijk dankzij Napoleon, de terugkeer van Frankrijk tot het keizerrijk. Een daarmee het herstel van de adel de dynastie, een poging om het oude terug te vinden en daardoor een neiging om bepaalde dingen veel scherper te formuleren en de mensen op te leggen. Dat is vooral kerkelijk zeer sterk doorgedrongen. Hier zitten we dus al met een heel aardige geschiedenis. Een geestelijke werkelijkheid, een nieuwe werkelijkheid die niet meer met de normen met de algemeen dooddoeners en leuzen te bepalen is. Wat zal dat voor het geestelijk leven betekenen? Natuurlijk een artiest die vandaag de dag probeert om in de wereld wat te doen, die probeert de mensen te ergeren, ze ergens te choqueren, maar als je dat nu niet meer kunt doen wat dan? Dan kun je alleen nog maar proberen iets uit te drukken dat voor een ander betekenis heeft. Dan gaat de kunstenaar dus niet meer, zoals nu, boven zijn publiek staan of bij wordt zoals dat in het verleden vaak is geweest de dienaar het oog van het publiek, maar hij wordt a.h.w. de medewerker de stimulans brengende voor een eigen besef en eigen denken dat voor ieder anders kan zijn. In sommige kunstnormen vinden we tegenwoordig deze pretentie wel, men doet alsof, maar in de praktijk blijft dit beperkt tot kleine groepen die eigenlijk net zo rigide, zo stoer en stijf vastgeroest in een bepaald maniertje van denken en redeneren als al die andere daarbuiten die ze dan verachten. Maar wanneer de kunstenaar,dan dienaar wordt dan zal ook een ander dienaar moeten worden. Hij zal dan zijn betekenis nooit meer kunnen ontlenen bv. aan zijn politieke redevoeringen. Een politieke redevoering is onbelangrijk geworden, het gaat er niet meer om hoe de dingen gezegd worden, het gaat om de inhoud van wat gezegd wordt, en de reactie die daarop ontstaat, het gaat om de feiten, niet om de voorstelling die ervan wordt gegeven.U ziet een dergelijke revolutie is zelfs in de nabije toekomst denkbaar en omdat ze vrijheid brengt, brengt te een groot geestelijke vrijheid met zich. Vrijheid van geestelijk beleven waar ik in het begin al op heb gedoeld en daarnaast geloof ik ook de vrijheid om binnen te trekken in sferen want veel mensen treden uit tijdens hun droom, waarom zouden die ervaringen die men wel onbewust tijdens de slaap op kan nemen die niet op kunnen nemen terwijl men wakker is? Men zou kunnen gaan beseften hoe allerhande werelden met elkaar in verbinding staan. Voor de mens zou een andere wereld een sfeer niet een terrein meer zijn dat hij eigenlijk niet betreden kan, of slechte met heel veel moeite en heel veel inwijding, het zou normaal deel zijn geworden van zijn leven. Hij zou leren samenwerken en samenleven met de geest, maar de geest is niet alleen maar een reeks van geesten die zijn over gegaan. Daar zijn alle krachten, alle besefkrachten die er in de hele kosmos bestaan, betrokken. Daar zouden we kontakten ons voor kunnen stellen met de arme Jezus van Nazareth maar evengoed met de bezielende kracht van een zon. We zouden misschien verlossers kunnen zien die ergens in een andere sterrenstelsel, een andere sterrenhemel hebben geleefd. We zouden kennis kunnen maken met wezens die leven in de enorm grote krachtbronnen die ergens in de ruimte aanwezig zijn, waarin een voortdurend spel van krachten eigenlijk de enige werkelijkheid is? Je zou losraken van de aarde en materiële beperktheid. Ik geloof dat dat een heel belangrijk punt is. Ik geloof ook dat dit bereikt kan worden. Maar een nieuwe werkelijkheid kan nu eenmaal niet door de mensen onmiddellijk aanvaard worden, ze hebben vaak een zekere aansporing nodig om zich daarmee bezig te houden. U weet dat er wereldleraar is geweest, er is een wereldmeester geweest. Wat zij hebben gedaan is vreemd genoeg niet het brengen van een nieuwe leer, dat verwacht je eigenlijk van ze. Wat ze hebben gedaan is het toepassen van het bestaande mogelijk maken. Ze hebben geprobeerd om de verstarring van het geestelijk leven van de mens, langzaam maar zeker, te doorbreken en een nieuwe geestelijke ontwaking tot stand te brengen. Ze hebben dat gedaan met gelijkenissen met praktische werken, ze hebben dat vooral gedaan met bet vastleggen van allerhande invloeden en factoren in delen van de wereld. Ze zijn beiden trouwens op het ogenblik weer actief op deze aarde. Wat zij hebben willen voorbereiden zal nog door anderen moeten worden aangevuld. Het is nu eenmaal niet zo dat een openbaring zo ineens kan geschieden en ineens over die hele wereld aanvaard is. Integendeel ze groeit in het verborgene tegen een zekere verdrukking, met een zekere angst voor de maatschappij. Dat is in de oudheid steeds gebeurd, dat gebeurt nu ook. Maar er zal een ogenblik komen, dat er mensen,gevonden worden die gaan begrijpen wat de praktische inhoud, de praktische betekenis is, zij zullen degenen zijn die volgens mij, de nieuwe geestelijke richtlijnen gaan geven waar men zich dus niet aan gebonden behoeft te achten, maar die eenvoudig een soort recept vormen voor een ontwikkeling die je doormaakt, een recept voor een bepaalde mogelijkheid te werken met je eigen begaafdheden en je eigen persoonlijkheid. Ik meen dat dit aspect ook nadruk krijgt in de komende tijd, mede gezien het feit dat heel veel zelfs zeer oude geesten, personen die wij dus noemen hoogst licht, wezens die leven in een wereld die ook voor mij niet voorstelbaar is, dat deze zich naar de aarde hebben gericht, dat ze zich met de aarde bezighouden, Een dergelijke inzet van hogere geestelijke krachten kan alleen plaats vinden wanneer er werkelijk zeer belangrijke schokken in het denken van de mensheid zullen ontstaan. Het begin van de nieuwe werkelijkheid staat voor de deur, ook die werkelijkheid van vrij, persoonlijk en bewust leven die ik u van avond geschetst heb.

Goeden avond vrienden.

  

Uitgesproken te Antwerpen op 16 december 1969.

    

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's:

  

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

       http://www.saint-pierre-les-bregines.org/ 

19-01-08

GEWAARWORDEN en INTROSPECTIE.

Gewaarworden en introspectie.

   Introspectie is een gewaarwording van de innerlijke mens, waarbij men tijdelijk de uiterlijke wereld vergeet. Waarneming is het constateren van feiten, welke men onmiddellijk verwerkt tot illusies, zodat ze passen in het wereldbeeld dat men heeft. Een gewaarwording kan berusten op zuiver cerebrale activiteiten, dus de hersenen, de zintuigen, nemen waar. In andere gevallen voelt men aan. Ook dit is een gewaarwording. Voorbeeld: u komt binnen een huis, waar net een daverende ruzie is geweest, maar je wordt natuurlijk ontvangen: ‘god, wat leuk, dat je aankomt'. Want u kent die komedie waarschijnlijk wel. Nu voelt u gewoon een drukkende sfeer aan. U bekort uiteraard der zaak uw bezoek en toch kunt u niet zeggen hoe die gewaarwording is ontstaan. Een mens heeft rond zich een gevoeligheidszone. Bij beschaafde mensen bedraagt die over het algemeen niet meer dan een meter aan beide zijden buiten het lichaam, aan alle zijden. Dat is ongeveer de receptiviteit van de aura. Een minder beschaafd mens heeft vaak een aanvoelingsvermogen dat verder reikt, soms zelfs tot honderden meters. Dit hangt onder meer samen met territoriumbewustzijn, een dierlijke factor, maar daarnaast ook met het opvangen van signalen, die niet tot de zintuiglijke kwaliteiten kunnen doordringen. Het geheel dáárvan is ook gewaarworden. Wanneer u zich nu naar binnen toe keert, dan wordt u niet meer geconfronteerd met een feitenachtergrond die u moet inpassen in uw wereldbeeld. Integendeel, u begint met een ik-beeld - en dat ik-beeld is gemeenlijk onjuist - en in dit ik-beeld zoekt u nu bepaalde factoren te herkennen. Let wel: u moet dus éérst weten waar u naar zoekt en wanneer u dat doet, dan ontmoet u enkele onbekenden, hiaten tussen de bekende factoren als het ware. Wanneer men zich hierop richt, wordt men zich bewust van een aantal invloeden in de mens, die we eenvoudigheidshalve zullen klasseren als onderbewustzijn. Verder blijkt dat u uit de omgeving signalen ontvangt en heel waarschijnlijk daarnaast ook uit het totaal van de aarde en de mensheid. Wij klasseren deze dan maar als bovenbewustzijn. Het bovenbewustzijn blijkt een gemeenschappelijke factor te zijn, welke het geheel van de gedachtebeelden enige tijd in zich draagt en aflezing van die gedachtebeelden mogelijk maakt op het ogenblik dat uw eigen instelling sterk geconcentreerd en op één punt gericht is en dit punt in die gedachtewereld voorkomt. Het is bijvoorbeeld een verklaring voor het vaak bijna gelijktijdig ontstaan van één en dezelfde uitvinding in verschillende landen of delen van de wereld. U ontmoet dit, maar u ziet het als een deel van uzelf. U gaat in die introspectie dus proberen om aan uzelf te verklaren waar het vandaan komt. En dan begint u aan het precies hetzelfde als de oermens. U komt tot bepaalde taboes, u hebt bepaalde totems voor uzelve opgericht, voorouderlijke krachten of misschien een god, de heilige geest en daar komt dan de hele zooi onder. In ieder geval, op deze wijze krijgt u dan een innerlijk beeld. Dat innerlijk beeld wordt weer uitgedrukt in termen en normen die bekend zijn, dus die passen in het cerebraal denken, want anders kun je er niet bewust van worden. Je moet nu eenmaal op een of andere manier de zaak vertalen. Misschien lachen de mensen, wanneer ze horen dat vroegere heiligen, anachoreten enzovoorts de hemel zagen als een kristallen stad met een bestrating van goud, waar iedereen lammetjespap at met zilveren lepeltjes. Ik vereenvoudig het beeld natuurlijk enigszins nu. Maar voor hen was dit de grootste glorie. Zij moesten de schoonheid, het overweldigend geheel uitdrukken en deden dit dan in kristallen kathedralen, in kostbare straten en al die dingen meer. En op dezelfde manier vertelt u uw innerlijk bewustzijn ook van andere werelden en sferen in termen die voor u passen. Ik hoop dat ik niet te ver afdwaal. Als het zo is, graag één toeroep en we keren tot het onderwerp zelf terug. Nu zijn wij bezig bijvoorbeeld met te denken aan ons werkelijk ik, het zogenaamde superego, voor mij zoiets als mighty mouse, een tekenfilmfiguur. Maar goed, men gelooft daarin. Wat is het superego anders dan het werkelijke ik? Het werkelijke ik echter is tijdloos en kan dus in tijd niet gedefinieerd worden, het kan alleen beleefd worden. Men kan zich gewaarworden dát het werkt, maar men kan niet zeggen wat het is en hoe het werkt. En dan zegt men: ja, maar er moet een geestelijke wereld zijn. En nu komen we dichter bij de aarde, dus dichter bij degenen die nog niet zo lang zijn overgegaan en we zitten in zomerland. Zomerland? Het lijkt wel een reisbrochure. Maar goed. Wat is zomerland? Ja, zegt de één, het is een schitterend land met dorpjes en daar zitten de mensen te zingen rond lichtende zuilen. Ja, voor die mensen is dat zo. Het is een voorstelling die bestaat, ook bij mensen die al gestorven zijn, want de meeste mensen denken dood is af, nou, het valt tegen hoor. Je krijgt nog een hele reeks andere mogelijkheden en belevingen voor dat je eindelijk de rust hebt gevonden en dat is dan zoiets als nirwana, deel zijn van een totaliteit die wel leeft, maar niet meer zelfbeslissende factor zijn, alleen het geheel ondergaande. Goed, dan bouwt een ander zomerland op, die zegt: o nee, ik zie lotusvijvers en zo nu en dan ontspruit daar een bloem en in die bloem zien wij dan de ziel van een mens die zojuist gestorven is. Mooi beeld, lotus, wortelend in de modder, bloeiend aan het oppervlak en daarin de ziel opstijgend naar de hemel. Ik vind het een mooi beeld. En ergens heeft het nog wel zin ook. Maar dacht u nou werkelijk dat het hiernamaals een soort hortus botanicus was? Dat is toch onzin. 'Ik heb er bloemen gezien, zó mooi, zoveel kleuren, je kunt ze niet beschrijven'. Klopt. U hebt iets gezien wat u vertaald hebt als een tuin. En het aantal varianten daarin was zo groot, dat u ze niet benoemen kon. U hebt ze dus kleur gedoopt. Met introspectie zijn we dus bezig om datgene wat we innerlijk gewaarworden, te vertalen in termen waarvan we ons bewust kunnen zijn. En ik geloof dat je dat áltijd in de gaten moet houden. Het is o zo gemakkelijk om te zeggen: o ja, je hebt dat en dat lot, dat komt van een vroegere incarnatie. Het lijkt wel of het bestaan een vervolgroman is: elke twee generaties een aflevering. Dat is niet reëel. We moeten reëel blijven. Reïncarnatie bestaat. Zij is geen noodzaak, zij is geen verplichting, zij is een gebeuren, waartoe het ik komt, wanneer het zich geestelijk niet verder kan bewegen of ontwikkelen. Je zoudt kunnen zeggen: het is een soort kosmische wet dat alles wat in een bepaald niveau wil integreren, eerst zélve dit niveau in zich moet dragen. En dan kunnen we zeggen: ja, maar, wat houden we ons daar mee bezig? We houden ons bezig met licht en duister. We houden ons, wanneer we mens zijn en bewustzijn en bewustwording nastreven, bezig met tegenstellingen. Wij kunnen niet iets op zichzelf definiëren zonder dit te doen aan de hand van uitersten die bijvoorbeeld in ons waarnemingsvermogen of in ons denkvermogen bestaan. Daarbinnen komen wij tot definitie. En realiseer u nu goed dat bewustwording dus een proces is, waarbij je steeds meer van de feiten, werkelijkheid, gelegen áchter de illusoire wereld, die de mens daaraan heeft verbonden, kunt correleren. Je kunt ze samenvoegen en je kunt ze gaan begrijpen als één permanente reeks van invloeden, met één aan te duiden werking in je eigen bestaan. Dit is natuurlijk voor degenen die bewustwording nastreven een wat pijnlijke constatering. Je kunt namelijk niet bewust worden door alleen maar in steeds hogere werelden te zweven, want mensen die zweven, ach, die maken vandaag of morgen ook een noodlanding (en dan hopen we alleen maar dat er geen flats in de weg staan). Dus realiseer u dat goed. Je moet niet zweven, je moet gewoon als mens in je eigen wereld en de limieten van waarneming en dergelijke die je door je waarnemingsvermogen, door je mens-zijn worden opgelegd, die moet je accepteren. Maar je moet samenhangen leren kennen die verder grijpen dan alleen het menselijk redelijke. De menselijke logica is een werktuig, een werktuig dat je kunt gebruiken, omdat het is toegespitst op de beperkingen van het menselijk denken en waarnemingsvermogen. Daarboven bestaan andere werelden. We kunnen niet komen met een superlogica, want die is niet te volgen. Maar we kunnen misschien een of andere taal vinden, waardoor we iets wat boven de logica van anderen uitgaat, toch op een voor hen kenbare wijze kan worden uitgedrukt. Zoals Einstein met zijn E=mc2. Als je dat na wilt gaan rekenen, dan ben je wel een tijdje bezig. Maar deze stelling bleek hanteerbaar, óók wanneer de afleiding daarvan voor velen nog een raadsel was. En daardoor ontstond een verandering in bepaalde wiskundige procedures. Er ontstonden zelfs totaal nieuwe vormen van wiskunde. Bewustwording is iets dergelijks. In jezelf voltrekt zich een proces, waardoor je eindelijk meer van de werkelijkheid aanvaardt dan redelijk logisch en zintuiglijk voor anderen aanvaardbaar is. Maar dan ben je pas aan het begin. Want dan moet je dat omzetten in iets wat op je eigen wereld van toepassing kan zijn. En pas wanneer het daar bruikbaar is, toepasbaar is, hanteerbaar is - let wel, ik zeg niet wetenschappelijk constateerbaar, omdat de wetenschap een voortdurende herhaling bij gelijke oorzaken van hetzelfde effect veronderstelt en dat is iets wat niet altijd bestaat - maar het moet op je eigen wereld toepasselijk zijn. Dan pas je dit ontdekte principe toe op je eigen materiële leven en je ziet dat daardoor bepaalde veranderingen ontstaan.

Die veranderingen houden ook in dat je de wereld anders gaat zien, dat je jezelf anders gaat beleven en mogelijk ook beter gaat beheersen en op deze wijze komt tot wat men dan bewustwording noemt. D.w.z. een uitbreiding van bewustzijn die echter altijd uitgaat van het punt dat op dit ogenblik door het ego als werkelijkheid wordt aanvaard.

  

Uitgesproken op 6 oktober 1992.

 

  

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's:

  

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/