03-04-17

Oneindig eenvoudig.

Oneindig eenvoudig.

 

werkelijkheid, eenvoud, denkbeelden,

 

Pas op dat je jouw opvatting

over de werkelijkheid,

niet méér voor waar aanziet,

dan de werkelijkheid zelf.

 

Realiseer dat je jezelf

door denkbeelden beperkt,

de werkelijkheid is oneindig eenvoudig.

10:46 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: werkelijkheid, eenvoud, denkbeelden |  Facebook |

12-12-16

VRIJHEID.

VRIJHEID.

vrijheid, denkbeelden, vermogen,bewustzijn,

Hoe kan ik, vrij zijn, als ik besef hoezeer ik gebonden ben? Ik ben niet instaat om waar te maken wat ik denk, omdat ik denk in de termen van mijn wereld, mijn mogelijkheden, mijn wezen. Ik ben niet in staat om waarlijk vrij te zijn, als ik al mijn denkbeelden kan waarmaken, want ik zal gebonden zijn aan mijn denkbeelden

Werkelijke vrijheid is het vermogen om zover afstand te nemen van jezelf van al datgene wat je bent en wat je omringt dat je daardoor alle dingen gemakkelijker kunt aanvaarden zoals ze zijn en gelijktijdig je eigen vermogen en mogelijkheden in elke situatie opnieuw kunt vinden.

Wil je werkelijk vrij zijn, dan moet je leren dat gisteren voltooide tijd is, dat morgen nog onontplooide tijd is, maar dat het heden de onvoltooide tijd is waarin je kunt leven op het ogenblik van heden. Vrij zijn betekent aanvaarden wat is en dan vandaar uit vertrekkende proberen beter te zijn of het beter te maken.

Ware vrijheid is niet onderwerping, maar het is de erkenning van de onvermijdelijkheid die voortvloeit uit het feit dat iemand die vrij is dit alleen wezenlijk kan zijn indien hij anderen die vrijheid ook wil laten.

Geestelijk zul je pas vrij zijn op het ogenblik dat je denkbeelden je niet meer ketenen in beperkingen die niet tot het werkelijke wezen het werkelijke ego behoren.

Vrij zijn is opgaan in een geheel en leren beseffen dat de wetmatigheden daarvan overeenstemmen met al wat je zelf bent, wat je wilt en wat je bewustzijn is.

Geen wereld zonder wet kan vrijheid geven, maar wel een wereld waarin de wet de uitdrukking is van de vrijheid die je ervaart omdat de wet een deel is van datgene wat je zelf bent en wilt zijn.

17:47 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vrijheid, denkbeelden, vermogen, bewustzijn |  Facebook |

16-08-16

Communicatie.

Communicatie.

cummunicatie,wezensinhoud, denkbeelden,

De verbinding, die tussen wezens kan bestaan en een ongeveer juiste overdracht van wezensinhouden tussen hen mogelijk maakt.

Onder mensen betekent het dus de mogelijkheid je werkelijke denkbeelden over te dragen en niet beperkt te blijven tot schematische voorstellingen, die voor velerlei interpretaties, ook van het bedoelde afwijkende, dus vatbaar zijn.

Ik zou hier enkele noten bij willen plaatsen.

Communicatie tussen mensen betekent dus een elkander wederzijds willen aanvaarden en begrijpen, desnoods met tijdelijke terzijde stelling van eigen vooropgezette denkbeelden en stellingen.

Het denken vanuit de ander maakt de bedoelingen van de ander duidelijker en de reactie van eigen ik op de werkelijke inhoud van de ander, uiteindelijk mogelijk.

 

12:44 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: cummunicatie, wezensinhoud, denkbeelden |  Facebook |

26-09-15

FILOSOFISCHE ESOTERIE.

FILOSOFISCHE ESOTERIE.

 

FILOSOFISCHE ESOTERIE,denkbeelden, werkelijkheid, kracht, licht, Al, harmonie,

 

Diep in mij ligt een werkelijkheid. Die werkelijkheid benaderen betekent voor mij mijzelf kennen. Maar hoe meer ik mijzelf leer kennen hoe minder ik nog filosofisch zal zijn. Want juist waar de werkelijkheid steeds meer kenbaar wordt, heeft men geen behoefte meer aan een opbouw van denkbeelden; daar zijn het de feiten die spreken. Daar is het de onveranderlijke en eeuwige werkelijkheid die in en door ons voortdurend tot uiting komt.

Filosofische esoterie is de voorbereiding. Het is het je klaarmaken om een grens te overschrijden; de grens van de werkelijkheid. De esoterie is daarom belangrijker dan de werkelijkheid. Want alle wijzen van denken en redeneren kunnen niet opheffen dat u uzelf belemmert te zijn wat u bent. Laat ons daarom stellen:

Aan alle krachten die er zijn wil ik deel hebben.

Alle licht dat bestaat wil ik in mij mede dragen.

Alle kracht, die rond mij aanwezig is, wil ik in mij erkennen en uiten voor zover het mij mogelijk is. Want ik ben deel van het Al en het Al zal zich manifesteren in zijn werkelijkheid en zijn harmonie door mij. Daarin vind ik de kracht, de werkelijkheid en de zin van mijn bestaan.

Wie zo durft denken, ook al is dat meer geloof en filosofie dan werkelijkheid op dit ogenblik voor de meesten van u zal ontdekken, dat de kracht in uw wezen steeds sterker wordt, dat het licht rond u steeds kenbaarder wordt en dat uw vermogen om naar buiten toe voort te brengen steeds toeneemt, terwijl uw behoefte om uzelf als persoonlijkheid te manifesteren in feite afneemt.

Dit is de weg naar de werkelijke harmonie.

Leer jezelf kennen door zelf deel te zijn van een geheel, zodat je niet meer jezelf tegen het geheel behoeft af te zetten.

14:50 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: filosofische esoterie, denkbeelden, werkelijkheid, kracht, licht, al, harmonie |  Facebook |

28-04-15

STEL GEEN GRENS...

STEL GEEN GRENS...

 

grens, licht, waarheid, werkelijkheid, denkbeelden, harmonie, disharmonie, eeuwigheid, leven, tegenstrijdigheid,

 

Om het licht te bereiken moet je soms eerst door het duister gaan.

Onderzoeksdrift maakt je geest helder en aandacht maakt je klaar wakker.

Ontwikkelen maakt alles minder ingewikkeld, breng het complexe terug tot een eenvoudige, begrijpelijke waarheid.

Pas op dat je jouw opvatting over de werkelijkheid, niet méér voor waar aanziet, dan de werkelijkheid zelf.

Realiseer dat je jezelf door denkbeelden beperkt, de werkelijkheid is oneindig eenvoudig.

Richt je aandacht op wat je wel harmonies vindt.

Richt je in een disharmonische situatie op één punt van harmonie, laat die harmonie zo groot worden dat ze de disharmonie absorbeert.

Stel geen grens tussen jezelf en het licht.

Stel je alles als volmaakt voor.

Strijd nooit met dat wat je als disharmonies ervaart.

Te willen zijn wat je niet bent vernietigt jezelf.

Tegenstrijdigheid in jezelf blokkeert dat iets wat je verbeeld waar wordt.

Tijd en eeuwigheid zijn één leven.

14-08-14

ENKELE PRAKTISCHE DENKBEELDEN

 

ENKELE PRAKTISCHE DENKBEELDEN.

denkbeelden,mode,seks,gebruiken,beter mens, veranderingen,

Vraag je niet af hoe je er anderen kunt toebrengen te doen wat zij goed achten, help hen om zo volledig te doen wat ze zelf zeggen te willen, dat ze daardoor zelf begrijpen dat het beter is het anders te doen.

 

Zeg nooit iets wat je niet helemaal bedoelt. Iemand zou je daaraan kunnen proberen te houden.

 

 

Maak je niet te druk over allerhande veranderingen van opvattingen betreffende mode, seks en gebruiken want dat is altijd zo geweest.

Maak je liever druk over de veranderingen die je zelf nodig hebt om een beter mens te worden.








 

11:04 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: denkbeelden, mode, seks, gebruiken, beter mens, veranderingen |  Facebook |

02-07-10

Goden en demonen.

Goden en demonen.

Vanavond wil ik eens met u gaan spreken over goden en demonen. Dat lijkt een titel, die eigenlijk eerder thuishoort in de een of andere lezing over de mythologie van vreemde volkeren, maar wij hebben zelf te maken met goden en demonen.

Let wel, ik ontken niet dat er entiteiten bestaan, die – van ons standpunt uit beschouwd – lichtend of duister zijn, enti­teiten, die voor ons een dreiging van vernietiging of een belofte van vervulling met zich brengen. Maar deze entiteiten zijn slechts zeer zelden reëel te ervaren.

Wanneer wij de zaak heel simpel stellen, kunnen wij beweren: De mens denkt associatief. Al datgene, wat hij beleefd en ervaren heeft in zijn totaliteit, gebruikt hij als referentiewaarde voor zijn ervaring. Elke prikkel, ontvangen uit de buitenwereld, wordt niet rechtlijnig (en dus objectief), maar associatief (dus met aan­vullingen en interpretaties) in het ik verwerkt.

Op het ogenblik dat ik een prikkel onderga, die voor mij persoonlijk lichtend, goed en aangenaam is (onverschillig wat de wereld daarvan denkt), zal ik dus niet alleen harmonisch zijn (het vorige onderwerp zal u waarschijnlijk daaraan herinneren), maar ik zal ook al datgene, wat in mij aan voorstelling van goed aanwezig is, mede op de voorgrond schuiven.

Wanneer ik dingen doe, die voor mijzelf en volgens mijn be­wustzijn onjuist zijn, word ik geconfronteerd met alle duistere as­sociaties, met alle angsten. Het ik kent zijn werkelijke angsten natuurlijk wel, maar zal de omschrijving daarvan bewust achterwege laten.

Indien nu via handelingen in magie b.v. of esoterisch stre­ven de associatie "duister" wordt gewekt, zal zij de gestalte aan­nemen van die angst, die in de mens het sterkst en het meest ver­borgen is. Indien men het goede nastreeft – esoterisch of magisch – en wij vinden dus de juiste associatiewaarde weer, dan komt zij tot uiting als het meest lichtende, het meest krachtgevende, het meest sterkende, wat wij ons weer associatief kunnen voorstellen. Ik ge­loof dat dit op zichzelf duidelijk genoeg is en geen verdere toe­lichting behoeft.

Indien ik nu te maken krijg met mijzelf en ik wil mijzelf niet helemaal erkennen (iets wat de meeste mensen en ook sommige geesten eigen is), zal ik alle verschijnselen van kwaad (dus mijn eigen asso­ciatie) beschouwen als iets, wat van buiten mij komt. De duivel draag ik in mij, omdat het mijn disharmonische ervaring is, uitgebeeld in het karakter van mijn grootste angst.

Mijn goden zijn eveneens mijn associaties met het goede, uitge­beeld in de geïdealiseerde vorm van mijn heimelijkste verlangens, mijn grootste bewondering.

Dan zijn goden en demonen dus niet zonder meer krachten, waar­aan wij onderworpen zijn. Het zijn krachten, die wij moeten kunnen over­winnen en die wij in zekere zin kunnen richten en gebruiken. De mach­teloosheid van de mens tegenover het Hogere komt voor een groot ge­deelte voort uit zijn onvermogen om de beelden te regeren, die hij zelf daaraan verbindt.

In de esoterie kennen wij het zelfonderzoek, waarbij wij op een gegeven ogenblik de meest duistere gestalte van het ik erkennen. Zolang wij kunnen beseffen, dat het deel is van het ik, kan het ons niet deren. Op het ogenblik dat wij daaraan eigenschappen toekennen, die wij niet bezitten, wanneer wij het zien als een kracht die van buitenaf op ons inwerkt, kan het ons wèl deren en zijn wij kwetsbaar.

Voor de Godheid geldt precies hetzelfde. Wanneer wij deze God erkennen als deel van ons eigen wezen, kan Hij ons eigenlijk niet ver­der stimuleren. Wij kunnen dus niet boven onze redelijke verwachtingen uitkomen. Op het ogenblik dat wij de God buiten ons zien als een kracht, die op ons inwerkt, zullen wij echter – gestimuleerd door dit schijnbaar buiten ons bestaande – komen tot een maximale pres­tatie, die boven ons eigen voorstellingsvermogen ligt.

In de oude inwijdingen was heel veel hierop gebaseerd; en ik geloof ook, dat in de magische praktijk zeer veel daarop gebaseerd is. De mensen, die bij bepaalde negerstammen b.v. heilige dieren uit­beelden, kiezen daarvoor – vreemd genoeg – dieren, die gevreesd worden: de luipaard, de alligator, enz. Bij bepaalde andere sekten zien wij, dat het gevreesde overwonnen en verzwolgen moet worden. In beide gevallen spreekt men – vanuit het westen gezien – van iets onredelijks.

Maar wanneer ik één ben met het meest demonische dat ik mij kan voorstellen, dan leef ik mijzelf uit. Ik geef mijn slechte zijde dus de volledige gelegenheid zich te openbaren; en ik kan de schuld (het gevoel van onjuistheid) afschuiven op de invloed, die ik buiten mij veronderstel.

Wanneer ik het kwade overwin, zoals bij bepaalde sekten van slangeneters, dan zal ik door het afbijten van de kop van een leven­de slang b.v. (en bij voorkeur een giftige slang) bewijzen, dat ik sterker ben dan het kwaad en ik voel mij dan ook tegenover het kwade onaantastbaar worden.

Beide zijn zeer primitieve begrippen, primitieve riten ook; maar beide houden in een benadering van de negatieve figuur in de mens. In het ene geval associatie; in het tweede geval overwinning door het symbool te overwinnen.

Ga ik vandaaruit verder, dan moet ik wel concluderen, dat hier – althans psychologisch gezien en ook geestelijk volgens mij – dingen gebeuren van veel grotere reikwijdte, dan alleen uit de prak­tijk kan worden afgeleid.

Een mens, die het kwaad overwonnen meent te hebben, zal b.v. menen, dat het kwaad hem dus in geen enkele vorm meer kan benaderen. Wij krijgen te maken met een grote onredelijkheid. Is in die onredelijk­heid de mens volledig overtuigd, dan zien wij dat hij zichzelf verwon­dingen toebrengt, die anders fataal zouden zijn, zonder dat zij in we­zen fataal zijn. Maar is hij ook nog maar één ogenblik bang voor het boze, dan wordt hij het slachtoffer van hetgeen hij zelf eigenlijk als mogelijkheid nastreeft.

Hieruit kunt u esoterisch de volgende conclusie trekken: Wanneer ik het kwade in mijzelf wil erkennen, moet ik voortdurend wéten dat het deel van mijzelf is, mijn eigen verantwoordelijkheid, voortkomend uit mijn eigen denken en mijn eigen beelden. Ik moet er zeker van zijn, dat ik dit kwade evengoed bemeesteren kan wanneer ik het afzonderlijk beschouw, als wanneer ik het in het normale le­ven dus als een invloed onderga. Op het ogenblik dat de esotericus dit vergeet en dit kwade in zijn wezen als een werkelijkheid hanteert of beschouwt, wordt hij er het slachtoffer van.

Wat betreft het goede moeten wij dus ook meteen maar de ge­volgtrekking plaatsen. De esotericus, die in zichzelf het goede erkent als deel van zijn eigen wezen zonder meer, kan daar weinig mee doen. Hij kan daaruit slechts zijn eigen mogelijkheid bepalen. Elke mogelijkheid, die esoterisch wordt bepaald, moet redelijk worden uitgedrukt. En redelijk betekent ook associatief ... dus vertaald.

Dan kunnen wij concluderen dat degene, die het goede ziet als een deel van zichzelf zonder meer, door dit te zien alleen zich be­rooft van de mogelijkheid door hogere krachten a.h.w. geholpen en geïnspireerd te worden.

Stelt de esotericus, dat deze krachten van licht en goed buiten zijn wezen bestaan en hem beïnvloeden, dan is hij hen onder­danig. Er is geen sprake van een vrije bewustwording, maar van een gehoorzaam zijn aan wat in feite de eigen associaties zijn. Hier valt het element redelijkheid eveneens weg; maar daarnaast ook een ander criterium, nl. het aanvaardbare. (Het aanvaardbare behoeft niet altijd redelijk te zijn.)

De enig juiste benadering van het lichtende en het goede is dus uit te gaan van het standpunt: het zijn mijn eigenschappen, het is deel van mijn wezen en vormt in mij de uitdrukking van een meer omvattende kracht. Deze uitdrukking zal gelden voor alles wat ik ben in licht én duister; voor het goed wat ik erken en het kwaad wat ik erken. Beschouw ik mijzelf geheel als een uitdrukking van of een verlengstuk van de Godheid, dan behoud ik nl. enerzijds mijn eigen besluitvaardigheid, mijn eigen evenwichtigheid, terwijl ik anderzijds de mogelijkheid heb in het erkennen van het licht de ho­gere kracht op een niet meer rationele manier te aanvaarden en te verwerken.

Kunt u dit begrijpen, dan zijn de volgende stappen eigenlijk nog eenvoudiger en zult u die ongetwijfeld zonder meer kunnen vol­gen.

De mens, die in zich is gekomen tot de erkenning dat goed en kwaad voor zijn eigen wezen bestaan doordat hij in zijn geheel een verlengstuk is van het Oneindige, zal – doordat hij aan goed en kwaad in zich geen aparte figuur of gestalte meer verleent – in feite leven tot het maximum van zijn mogelijkheden; en hij zal dit maximum uitdrukken op een associatieve wijze, krachtens zijn emotie, krachtens zijn intuïtie. Dus niet krachtens zijn verstand.

En dat is weer een heel moeilijk punt, dat begrijp ik wel. Maar wanneer u denkt aan de wetenschap, aan de mensen van de we­tenschap, dan zult u heel vaak zien, dat zij bij duizend mogelijke benaderingen van een probleem "intuïtief" zegt men dan of "door een gelukkig toeval" de juiste weg kiezen. Dat zij in een hele reeks van redelijke beredeneringen a.h.w. inspiratief aanvoelen waar de hiaat schuilt; en dat zij op grond daarvan tot een ver­nieuwing komen.

Anders gezegd: Terwijl het wetenschappelijk denken een sys­teem is, kan het slechts voortbouwen op datgene wat is. Intuïtie en inspiratie – een vorige maal is u dat ook al duidelijk gemaakt – kunnen waarden geven, die niet binnen het geheel besloten liggen, maar die wel met de middelen van het geheel kunnen worden uitge­drukt.

Wanneer dat geldt voor de wetenschap, dan moet dat gelden voor elke mens en voor elke vorm van leven. En dan zitten we hier eigenlijk midden in de magie.

Al datgene wat ik ken en alle associaties in mij bewust be­staande (dat is heel grof geschat ongeveer 1/3 van het totaal) is voor mij slechts de bepaling van middelen, nimmer zonder meer van de weg. De weg moet ik intuïtief bepalen. En op grond van mijn erkenning: Ik ben deel van het Hogere. Ik druk een waarheid uit voor mijn eigen verantwoordelijkheid, in het evenwicht van mijn eigen per­soonlijkheid, via mijn daad, via mijn erkenning, via mijn denken.

Ik bepaal dus mijn richting niet verstandelijk. Maar zodra ik haar bepaald heb, kan ik haar met de mij ter beschikking staande associaties, plus kennis die dus ook in de associaties een rol mee­speelt, een voor mij aanvaardbare vorm geven (rationalisatie) en daarnaast dus ook een procedure ontwerpen, die beantwoordt aan hetgeen voor mij verstandelijk mogelijk is.

Ik geloof dat u tot zover geen moeilijkheden zult hebben. Maar nu wordt het moeilijker.

Op het ogenblik dat ik mij volledig heb gewijd (in een vol­ledige overgave dus) aan dit vervullen van een taak, die niet re­delijk behoeft te worden erkend of omschreven, is datgene wat ik tot stand breng, niet alleen meer zaak van mijzelf. Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid, ik moet werken met mijn eigen middelen. Maar op het ogenblik dat ik tekort schiet in de werkelijke taak (niet in de gestelde taak maar in de werkelijke taak), krijg ik een aanvulling van bovenaf. Het andere spreekt in of door mij.

Dit kan soms de vorm krijgen van een inspiratie, maar soms van een onverklaarbare beweging, een plotselinge ommekeer in den­ken of streven, ja, zelfs in het nemen van een plotseling besluit, dat eigenlijk niet valt binnen het kader van het normale.

Wat gebeurt er nl.? Doordat ik het hogere aanvaard als leidsnoer van mijn leven, ben ik niet alleen voortdurend intuïtief aan het zoeken naar het juiste doel (in feite mijn juiste placering in de maatschappij, in de schepping), maar ik ga bovendien al datgene van de in mij bestaande bewustzijnswaarden, die normalerwijze niet worden gebruikt, liëren met dit doel.

Dit doel is emotioneel, vraagt dus geen verstandelijke ver­klaring en kan dan ook zonder rationele werking onmiddellijk uit het totaal van mijn bewustzijn beelden en waarden te voorschijn bren­gen. Het brein van de mens werkt dan als een computer, waarin bui­ten het onbewuste ook wel degelijk de geest en zelfs zielekracht mede een rol spelen. Wij zien het eindresultaat, wij zien niet meer de procedure.

En daar ik op deze manier werk met mijn gehele wezen, zal ik ingeschakeld zijn in alle wereld, in alle sfeer, waarin ik ook maar enigszins bewust zou kunnen bestaan. De wereld van mogelijkheden wordt langs deze weg voor mij uitgedrukt binnen het kader van mijn beleefde werkelijkheid.

Misschien is deze laatste zin voor u wat duister. Laat me het verduidelijken.

De werkelijkheid, waarin u leeft, is dus één mogelijkheid uit vele. Laten we zeggen (als een spelletje): In deze wereld sterft meneer Jansen. Maar meneer Jansen had ook nog kunnen blijven leven. Er is dus een andere mogelijkheid: de mogelijkheid die zou bestaan, wanneer meneer Jansen een actieve factor was geworden in plaats van een "in memoriam".

Dit klinkt misschien allemaal vreemd voor u, wanneer ik dat zeg. Maar die mogelijkheid houdt dus ook waarden in, conclusies, denkbeelden, maar ook actiemogelijkheden, die in déze werkelijkheid redelijk niet meer denkbaar zijn, want meneer Jansen is er niet. Maar wanneer ik ben aangesloten a.h.w. op de oneindigheid, dan zal voor mij die andere mogelijkheid een rol gaan spelen. Want ik ben mij – zij het meestal op hoger niveau – van die andere mogelijkheid bewust en ook van de consequenties daarin. Ik kan nu in mijn eigen wereld gaan optreden – zonder het precies te beseffen – als vervanger van de factor Jansen. En ik kan daardoor dus dingen realiseren, die ei­genlijk niet meer denkbaar zouden moeten zijn.

Wanneer ik mogelijkheden – en dus alle keuzemogelijkheden, ook degene die ik niet kan beheersen in mijn eigen wereld – kan intro­duceren (via mijn bewustzijn dus) in een berekening van hetgeen nu bereikbaar is, blijkt dat de bereikbare punten van denken, bewustzijn, leven en uiting aanmerkelijk meer omvatten dan verstandelijk ooit be­redeneerd kan worden.

Deze uitbreiding van mogelijkheden betekent voor mij een vrij worden van wat je kunt noemen: de menselijke beperktheid. Ik ben nog beperkt in mijn lichamelijke uitdrukkingsmogelijkheid, in mijn mo­gelijkheid tot formeren van denkbeelden zelfs (redelijke denkbeelden); maar ik ben dus niet meer beperkt door een wereld, die mij a.h.w. met de neus op de feiten wil drukken. Want de feiten zijn variabele fac­toren.

In de magie gaat men juist uit van dit erkennen van variabele factoren. Laat mij een voorbeeld geven.

Ik heb wederom meneer Jansen. Meneer Jansen is doodziek. Hij is niet meer te redden. Maar wanneer een bepaald chemicus niet ge­storven zou zijn, dan zou de verdere ontwikkeling van zijn theorie een formule tot stand hebben gebracht, waardoor een medicament denk­baar wordt. Meneer Jansen is dus niet in feite hopeloos; hij is alleen ho­peloos, gezien de huidige omstandigheden.

Nu bestaat in deze wereld die kennis niet. Maar wat wel be­staat is mijn mogelijkheid om – zonder dat ik dat verstandelijk hele­maal kan beredeneren – die formule te componeren.

En dat kan dan de vorm aannemen van een geneesmiddel, een natuurgeneesmiddel misschien, of wat anders. Het kan ook de vorm aannemen van een bepaald beroep op krachten, op psychische krach­ten, levenskrachten. In dat geval heb ik dus het onmogelijke mogelijk gemaakt, doordat ik een factor, die in mijn eigen wereld niet be­staat maar die elders in het Goddelijke dus wel bestaat, in mijn eigen wereld tijdelijk te introduceren.

Dan komen wij vanzelf aan de beperking, want u begrijpt dat dit niet onbeperkt mogelijk is. De beperking is in de eerste plaats mijn vermogen om datgene, wat ik besef, verstandelijk om te zetten. Het is misschien niet nodig dat ik precies de formule begrijp, maar ik moet haar dan toch kunnen vertalen in bestanddelen; of dat nu kruiden zijn, of dat het misschien een bepaalde geestelijke disci­pline is, of wat anders. Waar ik de mogelijkheid tot vertaling niet bezit, ben ik machteloos.

Er zijn nu echter methoden om daaraan weer te ontkomen. Men kan nl. een groot gedeelte van de redelijke factoren, die je voor een zelf werkzaam zijn nodig hebt, omzetten in schijnbaar zinloze formules. Dit geldt overigens voor de esoterie net zo goed als voor de magie. Want ook In mijzelf kan ik met schijnbaar zinloze formules soms iets bereiken, wat niet bereikbaar is door het direct gebruik van het denken alleen.

In de magie kennen we dan de magische formules, de magische diagrammen, de verschillende samenstellingen van stoffen, die – bijna krankzinnig aandoende – toch werkzaam zijn zoals in bepaalde amuletten. Kortom, wij zien in die magie eigenlijk heel veel onrede­lijke dingen, die in menselijke taal hoogstens een symbool kunnen zijn maar nooit een kracht.

En nu het typerende: Omdat de andere mogelijkheid via het symbool aanvaard kan worden, kan zij (voor zover het niet een sa­menstelling van zuiver materiële aard betreft) via deze formule in de eigen wereld worden gerealiseerd, of via dit symbool.

Hiermee zijn wij eigenlijk gekomen in een wereld, waarin fan­tasie, waarin een andere werkelijkheid, ineens dichtbij komen te staan. En ik heb nu opzettelijk allerhand formules zoals meer-dimen­sionale werelden, etc. vermeden. Ik heb alleen gezegd: Al het denk­baar mogelijke bestaat. Ook wanneer het in mijn eigen wereld door het ontbreken van bepaalde factoren niet mogelijk wordt geacht, kan ik door een beroep te doen op die andere ontwikkeling, die in de schep­ping vastligt, in mijn eigen schepping dus dingen tot stand brengen, die ik eigenlijk niet eens begrijp, mits ik symbolen gebruik.

U zult zich afvragen, waarom ik dit dan bij zuiver materiële procedures niet kan doen. Theoretisch zou dit mogelijk moeten zijn, theoretisch. Maar in de praktijk kun je moeilijk aan een appel de nodige grein arsenicum en andere stoffen (misschien digitaline en weet ik wat nog meer) toevoegen, die voor de bewuste formule, waar­mee meneer Jansen gered zou kunnen worden, onontbeerlijk zijn. Die omzetting vraagt een zodanig grote geestelijke kracht, dat zij zelfs met een beroep op allerhand symbolen en zelfs een beroep op goden niet mogelijk is.

Voor destructieve werkingen geldt precies hetzelfde veer. Ik kan eenvoudig geen destructie tot stand brengen, wanneer daar­voor materiële krachten nodig zijn. Ik kan alleen gebruik maken van al die vernietigende werkingen, waar dus geestelijke kracht een rol bij kan spelen.

Ik kan niet het ijzer van een brug breken. Ik kan misschien wel de kristallisatie van een bepaald deel van een brug tot stand brengen, waardoor dit sneller breekt dan normaal kan worden ver­wacht. Ik kan niet een mens gif ingeven. Maar ik kan hem misschien een suggestie geven, waardoor hij onder de dominantie van zijn eigen psyche alle symptomen van vergiftiging vertoont en er eventueel ook aan overlijdt.

In de zwarte magie wordt daarvan onnoemlijk veel gebruik ge­maakt. En het projecteren van denkbeelden speelt daarbij zoals u weet een grote rol. De procedure van "het zenden van de dood" b.v. – door veel primitieve volkeren gekend – berust in feite 3/4 op suggestie en projectie.

Wil ik goden werkzaam maken, dan gaat het ongeveer op dezelf­de manier. Ik kan – nogmaals – niets stoffelijk tot stand brengen. Maar ik kan alles wat te maken heeft met veldverhoudingen, spannings­verhoudingen, dus kortom alle energieverhoudingen van zenuwkracht af tot spanningen in de lucht toe, wijzigen.

Wanneer de magiër zegt: "Ik breng de goden ertoe om regen te geven", en hij doet dit met een formule, met een gebaar of misschien met een regendans, dan klinkt dat wat ongelooflijk. Maar zo ongeloof­lijk als het lijkt is het niet, wanneer wij ons realiseren, dat in de lucht altijd stof aanwezig is, en dat een verandering van lading van stof in de lucht alleen reeds voldoende is om een afzetting van waterdamp te vormen. En wanneer waterdamp tot een verdichting komt rond stofpartikels, hebben we een regenwolk. En waar regenwolken zijn is heel vaak de mogelijkheid tot regen eveneens aanwezig.

De energie, die wordt uitgegeven, schept dus niet een regen­wolk of trekt ze niet alleen nabij; maar zorgt voor een energetisch focus. Er wordt een brandpunt van energie geschapen, waarin de vor­ming van waterdamp, de vorming van wolken (dus condensatie van wa­terdamp in hogere luchtlagen) en eventueel het zich verdichten van de wolk (waardoor de regen dus sneller komt) kan worden waargemaakt.

Magie, zeker. Spelen de goden daarbij een rol? De mensen doen inderdaad een beroep op alle krachten in henzelf; ook op de krach­ten, die zij niet beseffen en waarin ze niet geloven. Zij kunnen iets dergelijks alleen tot stand brengen, wanneer zij volledig overtuigd zijn van de werking. M.a.w. wanneer zij zich een verlengstuk voelen van een hogere kracht. En daarmee is weer beantwoord aan hetgeen ik zo even eigenlijk reeds als eis voor een dergelijke werking stelde.

U moet zich realiseren dat de beperktheid van de mens, zowel in zijn zoeken naar een innerlijk pad als ook in zijn zoeken naar uiterlijke verschijnselen en werkingen, eigenlijk niet zozeer gebonden is aan formules of zelfs maar aan zijn eigen vermogen om zichzelf' te begrijpen; maar dat ze vooral toch wel verbonden is aan het ver­mogen om de delen van zichzelf te herkennen, te aanvaarden. En een herkenning en een aanvaarding behoeven nog geen kennis in te hou­den. Zodra ik mijzelf aanvaard zoals ik ben en daarmede een bestem­ming voor mijzelf erken, die hoger gaat misschien, zal ik in mijzelf bewust worden van al hetgeen met die bestemming kan samenhangen.

Indien u het voorgaande goed onthoudt of eventueel naleest, zal het u duidelijk zijn dat al hetgeen ik in mijzelf niet aan goed of aan mogelijkheid erken, door mij gezien kan worden als een inwer­king van het Hogere op mij. Dit houdt in, dat ik geen kennis behoef te bezitten van het Hogere op zichzelf. Ik moet het slechts aan­vaarden, ik moet de verbondenheid aanvaarden.

Wanneer ik die verbondenheid aanvaard, openbaar ik mij dus aan mijzelf. En daar elke aanvaarding van een godheid – dat is ook weer typerend – de mens brengt tot besef van de betrekkelijkheid van die godheid, zal de geprojecteerde godheid steeds groter en meer omvattend zijn; maar dan zal de mens gelijktijdig zijn vóórdien bestaand godsbegrip in zich assimileren, in zich opnemen – hetzij als kennis, hetzij als zelfkennis. Misschien is het nu duidelijker voor u.

Ik wil het niet al te lang maken, maar ik heb toch nog twee punten, die mij van het hart moeten.

Wanneer er geen duivel is behalve de angst, die in mijzelf leeft, wanneer niets mij zo intens kan aantasten en bedreigen als de verborgen angst, die in mijn wezen bestaat, dan heeft het geen zin aan te nemen, dat ik de duivel tevreden kan stellen. Ik kan nooit aan de duivel of aan het kwade voldoende tegemoet komen om er rust mee te krijgen. Want al hetgeen ik doe om het duistere a.h.w. tevreden te stellen, brengt weer een verscherping van de angst en een nadere definitie van de angst, die mij tot de daad heeft ge­bracht. Een slavernij dus.

Maar wanneer ik het kwade in relatieve zin kan hanteren, dan ga ik beseffen dat ik voor mijzelf een maatstaf heb, die alleen voor mijzelf precies zo zal bestaan. Zolang ik mijn eigen maatstaven niet verloochen en daarbij al hetgeen door mij als kwaad is erkend vermijd, zal ik meester kunnen blijven over de duistere delen van mijn persoon­lijkheid.

En daarnaast natuurlijk – en dat is het tweede punt – het is eenvoudig genoeg je voor te stellen dat je macht hebt. Maar zodra het begrip van macht of vermogen, goddelijke kracht b.v. in zich een denkbeeld brengt, dat behoort tot de kwade kant van mijn wezen, de door mij eigenlijk verworpen of met angstbeelden geassocieerde delen van mijn wezen, zal ik hierdoor mijzelf een verwezenlijking onmogelijk maken. Ik zal een voorbeeld geven:

Wanneer ik zeg: Ik ben arm. Armoede is verwerpelijk. Nu grijp ik naar de goddelijke kracht om mij rijk te maken. En ik weet in mij­zelf, dat anderen hierdoor armer zullen moeten worden – dat kan niet anders – dan zal ik dus gelijktijdig de vervulling van mijn wens als diefstal, als een onrecht ervaren. En hierdoor komt die z.g. kwade kant van mijn bestaan in het spel. De angst, die zo wordt gewekt – ook al komt ze op bewust niveau zelden geheel tot uiting – belet de uitvoering van al hetgeen nodig is om die rijkdom te vergaren.

Dan kunt u het met mij eens zijn, dat het voor ons zeer belang­rijk is de goden en demonen van onze eigen persoonlijkheid te leren kennen. Niet omdat ze zo belangrijk zijn of eeuwig, of dat ze waarden zijn van het Oneindige, maar omdat zij de voorstellingen en de beelden zijn, waarmede wij moeten werken.

Wanneer ik weet waar ergens voor mij die gesloten kast is, waarin de verschrikking schuilt die ik niet aandurf, dan kan ik zor­gen, dat ik er niet aan voorbij behoef te gaan en dat ik er zeker niet in behoef door te dringen.

Wanneer ik weet waar de deur is, die opent naar een zonnige voormiddag in mijn wezen, dan kan ik altijd de sterkte en de vreugde en het licht van de lente binnenhalen, zelfs wanneer het verder in mijn leven nacht is.

Daarom behoef ik niet precies te omschrijven wat het kwade is of wat het goede is. Ik behoef mijn goden en demonen geen gestalte te geven en geen namen. Ik moet ze erkennen als wezen.

En wanneer ik dit heb gedaan, dan heb ik de twee belangrijke factoren voor mijn geestelijke bewustwording zowel als voor mijn – zullen we zeggen – psychische en occulte bereiking gedefinieerd. Nl. datgene, wat mij altijd in gevaar brengt en tot slaaf maakt. En datgene, waaraan ik kracht kan ontlenen en wat mij vrij maakt.

Door te zorgen dat ik het kwade in mij – datgene wat ik zelf veroordeel (let wel, en niet wat een ander kwaad noemt) – kan ver­mijden en daardoor de associatie daarmee, zal elke kracht van goed die ik mij voorstel volledig geactiveerd worden en hierdoor mijn eigen vermogens in stoffelijke zowel als in geestelijke zin aanmerkelijk ver­groten.

De zelfkennis, die door deze wijze van leven ontstaat, brengt met zich dat de aanvaarding van hogere werelden en hogere waarden steeds gemakkelijker wordt. En wie het hogere gemakkelijker aanvaardt – dat is toch duidelijk – leeft in feite bewuster, kan het kosmische beter in zich verwerken en zal minder gelimiteerd worden door zijn beperkt vermogen tot associëren, door de beperkingen van een dogma­tische kennis, die voor hem tot middel zijn geworden. En die daardoor als formuleringsmogelijkheid een grote rol spelen, maar in zijn werke­lijke leven eigenlijk alleen maar zijns werktuig om eigen eeuwigheid uit te drukken.

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

 

03-06-10

Als een mens in de spiegel kijkt...

SPIEGEL.

 

Als een mens in de spiegel kijkt, ziet hij niet zichzelf zoals hij is, maar zoals hij denkt dat hij is. Alleen degene, waarop hij zijn aandacht richt, wordt door hem althans enigszins redelijk erkend. Zo zien veel mensen zichzelf mooier of lelijker, jonger of ouder, dan zij in feite zijn. Zij gaan af op hun eigen denkbeelden. En alles wat de spiegel hun zegt, zelfs wanneer het een volledige weerkaatsing is wordt eenvoudig genegeerd. Het is duidelijk dat wanneer je dat gewoon met een spiegel doet die bestaat uit wat glas met een laagje kwikzilver of uit gepolijst metaal, je dat zeker doet met de grotere spiegel van de wereld.

In de wereld leven wil zeggen de wereld en al wat erin gebeurt interpreteren. De interpretatie van de wereld betekent het gevoel dat je hebt, de wijze waarop je beleeft. Als je het beleven dus kunt realiseren, kun je ook zeggen: "Alles, Wat ik erken, ben ik zelf." Iemand, die graag roddelt, erkent ontzettend veel kwaad in de wereld, nietwaar? Dan is deze krachtens die wijze van beleven en uitdrukken alleen reeds iemand, die in zich dit kwaad draagt en zou moeten overwinnen. Iemand, die alleen sombere dingen ziet, is niet alleen een realist, maar hij is iemand, die op z’n minst genomen in zichzelf het goede denken omdraait. Zo is de hele wereld een spiegel, waarin je jezelf voortdurend ziet, maar waarin je weigert jezelf te erkennen.

Dat gaat zelfs nog een stapje verder, wanneer we in de kosmos kijken. Want God spiegelt Zich in Zijn schepping. De macrokosmos spiegelt zich in microkosmos, het grote en het kleine, ze zijn elkaars evenbeeld. En God, de Almachtige en Zijn kleine schepselen als de mens zijn ook elkaars evenbeeld. Maar de mens ziet niet naar de goddelijke werkelijkheid, die in hem leeft. Hij ziet niet naar het beeld, dat hij van zichzelf heeft gemaakt. En hij probeert zelfs God te ontkennen of God te maken tot een product van zijn eigen gedachten, waardoor hij zonder al te veel moeite of last zichzelf in dezelfde waan kan blijven voortbewegen. Maar dat neemt niet weg, dat God er is. Dat voortdurend de hele schepping en al wat er bestaat u hetzelfde toeroept, wat de spiegel u toeroept: Ken uzelf. Wees u bewust van uzelf. Realiseer u wie en wat u bent. Kijk niet alleen naar de uiterlijkheden.

Een spiegel van glas en kwikzilver weerkaatst misschien niet, wat verborgen zit achter uw wezen, ofschoon de lijnen van uw gezicht, ja, zelfs de eigenaardige wijze, waarop u zich plaatst in het gelaat, heel vaak een aanwijzing is van wat u in feite bent. Neen, het innerlijk wordt weerkaatst in de reacties van anderen. Wanneer u een voortdurend vriendelijk mens bent, dan zal de wereld vriendelijk tegen u zijn. Maar voelt u zich wat te nederig of te minderwaardig, durft u niet voor uw eigen waarde uitkomen, dan merkt u dat u een voetveeg bent. Wanneer de wereld misbruik van u maakt, dan is het niet de schuld van de wereld maar van uzelf. U geeft de wereld de kans.

Wanneer u dit bewust doet, zult u zich nooit vernederd daardoor gevoelen. Want dan zegt u: dat zie ik als een taak, of dat zie ik als een noodzaak. Maar op het ogenblik, dat het u ergert en hindert, bewijst het uw eigen onvolkomenheid. Let dus op in de wereld waar u zich aan ergert en u zult ontdekken waar eigenschappen in uzelf schuilen, die niet deugen volgens uw eigen bewustzijn.      Mee eens, nietwaar? En de dan gaan we nog een stap verder. God spiegelt Zich in de mens, zich in God. Is God almachtig? Ook de mens. Is de schepping een gedachte Gods? Met de gedachte schept de mens zich elke we­reld, die hij begeert. Is God eeuwig? Het menselijke in de mens is onsterfelijk want het is een deel van zijn wezen, dat nooit kan worden uitgeblust. Alles is een spiegel, wanneer je het ervan maken wilt. En als je dat nu wilt omzetten in een wat dichterlijke vorm en ik ben er trots op, dat ik dat ook een beetje kan ja, ik mag mezelf een tikje op m’n schouder geven, ik heb het nu zo netjes en ernstig gedaan dan zou ik het b.v. zou in kunnen kleden:

De boom spiegelt zich in het water, toont zich daarin de bloesempracht, zoals de schaduw en het duister het beeld van diep verborgen nacht. De boom toont zich met vrucht en luister van een volle zomertooi, maar laat ook in de spiegel vaak de bladeren vallen. Hij ziet zijn kaalheid daar onthuld en is niet van zichzelf maar van een spiegelbeeld vervuld, dat wordt beoordeeld en bekritiseerd. "De boom”, zo zegt de boom al ziende in het water:"staat er nog redelijk bij". Maar wordt het winter later, dan zegt hij: "Neem me niet kwalijk, ik ben zo vrij, boom daar in het water, je bent te kaal, je hebt geen leven. Kijk naar mij dan zie je hoe een boom moet streven."

De mens leeft in de massa en ziet zichzelf in de massa weer, ziet zijn eigen eigenschappen en eigen fouten keer op keer. Hij tracht de mensheid te beleren: "Zie naar mij, zoals ik doe is goed. Kijk naar mij dan kun je leren, hoe of je leven moet."

Hij weet niet, dat hij spreekt slechts tot zichzelf, een mens vindt pas bewustzijn, wanneer hijzelf leeft naar alle lessen, die hij voortdurend anderen geeft. Dan heeft de spiegel doel, dan leer je corrigeren tot achter ‘t beeld van waan zich openbaart: het beeld des Heren, dat wat in werkelijkheid bestaat. En dan pas is t dat voor je wezen de kosmos zelve openstaat.

Daarmee ik maar wil zeggen, vrienden, dat als we onszelf eens leren beheersen, waar we anderen hun onbeheerstheid verwijten, wij een heel stuk verder zouden komen. En als we datgene, wat we in anderen zo zondig vinden, zelf eens zouden nalaten, we heel wat beter zouden zijn. Vooral, wanneer we zouden leren, dat er in het leven geen uitzonderingen zijn. Als een regel voor anderen geldt, geldt hij voor ons precies hetzelfde. Of….. hij geldt voor ons niet, maar dan ook niet voor die anderen. En bepaalde dingen moeten nu eenmaal aanvaard worden, want voor anderen gelden ze. Dan kunnen wij er niet aan ontkomen, dan bestaan ze voor ons net zo.

Als we dat accepteren, dan toont zich voor ons langzamerhand eerst wat we noemen een beeld van de werkelijkheid, van "Het Leven". "Zo is het Leven", zeggen we dan. Maar een tijdje later zeggen we: "He, zo zijn wij." En nog een tijdje later: "Ach, zo ben ik." En zeggen we: "Zo ben ik", dan kijken we nog eens om ons heen en zeggen we: "Kijk, zo is God," En het gekke is, als we zover zijn gekomen, dan valt het "ik" meestal mee en dan is God ons een openbaring.

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

03-04-10

MASSAHYSTERIE.

MASSAHYSTERIE.

 

Daar, waar velen samen zijn, een ogenblik geconcentreerd op één denken, op één doel, verliest de mens een deel van zijn zelfstandigheid. De waarden veranderen, de wereld is anders, het gedrag wordt anders. De mens wordt deel van een veelkoppig wezen, dat massa heet en men spreekt over massahysterie; een soort ontwrichting van een klierevenwicht, waardoor de mens zich anders gedraagt dan normaal aanvaardbaar wordt geacht.

Het is een menselijke overtuiging, want is niet elke mens deel van een massa? Zijn zij, die in de kerken tot verstilling en vroomheid komen, niet evenzeer deel van een bepaalde massaliteit en kunnen wij ook hun beleving en uiting dan niet toeschrijven aan massahysterie? Zijn de mensen met hun poli­tieke vooroordelen, met hun denkbeelden omtrent manierismen die in de maat­ schappij wel of niet juist zijn niet evenzeer slachtoffers van een massaal den­ken, een massale gerichtheid en als zodanig van een massahysterie? Want een mens wil altijd weer de afwijking van de algemeen geldende norm buiten het normale plaatsen. En toch zeg ik u, dat vele mensen, die in de massaliteit voor een ogenblik hun beheersing schijnen te, verliezen, zich meer gedragen volgens hun natuurlijke eigenschappen en mogelijkheden dan zij, die schijnbaar beheerst innerlijk ziek worden door de spanningen hun opgelegd door een deel‑zijn van de massa. Zij zijn vaak meer het slachtoffer van een massahysterie dan degenen die zich uiten.

Wie daaruit geestelijke lering wil trekken, beseffe dit: Niemand kan zich eraan onttrekken deel te zijn van de mensheid, van groepen in de mensheid. Niemand kan zich eraan onttrekken, dat hij doel is van de kosmos en van bepaalde delen van de kosmos, zoals de totale mensheid. Hij zal door die invloeden voortdurend worden benaderd en soms worden overspoeld. Hij zal telkenmale weer een doel van wat hij zijn "ik" noemt zien opgaan in een groter geheel, in een andere totaliteit. Dit is normaal. Dit is onvermijdelijk. Dit is noodzakelijk. Want de mens moet niet groeien naar de vergroting van een eigen "ik", dat zich isoleert van al het andere, maar naar een vrij en bewust gebruiken van het eigen "ik", juist in het contact met anderen, als deel van de groep.

Vrij zijnde in zichzelf, maar reagerende in het bevrijd‑zijn van zijn persoonlijke grenzen door zijn behoren tot de groep.

Wanneer wij deel willen zijn van God, dan ontstaat er een vervreemding van de menselijke rechten, wetten en denkbeelden, die wij evenzeer massahysterie kunnen noemen. Maar is dit niet datgene, wat men u overal aanprevelt als het beste, het grootste wat ooit geestelijk bereikbaar is? Is niet het verliezen van het ego in de grote totaliteit, het bewust‑worden van jezelf als deel van een grote eenheid het doel, dat men zich stelt?

Laat men dan niet oordelen over massahysterie, maar laat men eerder oordelen over de massa als geheel en laat men zich afvragen. Waar vind ik ‑ bevrijd van de remmingen die de massa mij heeft opgelegd ‑ mijn eigen harmonie met het hogere en het grotere? Waar kan ik mijzelf vergeten zonder mij geheel te verloochenen? Waar kan ik mijzelf vergeten en opgaan in het grotere deel zijn van iets waartoe ik behoor? Want dit is het deel van het leven. Al het an­dere is menselijke dwaasheid, waarin men onderscheid maakt om zich te recht­vaardigen en zo zichzelf verwijdert van de menselijkheid waartoe men behoort.

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

 

25-08-09

VOORUITGANG.

VOORUITGANG.

 

Het vooruitgaan is het verlaten van wat is; niet slechts het groeien naar dat wat nog moet komen.

Als wij vooruitgang zoeken ‑ geestelijk of stoffelijk – dan zullen wij voortdurend iets achter ons moeten laten. Een kuiken, dat zijn ei verlaat, moet de schaal doorbreken, daarmee ook de beperking en veiligheid verlaten voor een wereld, die het ongetwijfeld vijandig en groot toeschijnt. Dat is vooruitgang voor ons. De ontmoeting van het onbekende vol gevaren. Het zoeken naar nieuwe gedragsregels en mogelijkheden, die het ons mogelijk maken het nieuwe te ervaren, te beleven en toch onszelf te blijven. Maar vooruitgang betekent wel degelijk ook afscheid nemen van iets van jezelf.

Vooruitgang ligt voor de mens in het denken; voor de geest in het concept dat, hij van zijn wereld heeft. Een mens, die afscheid kan nemen van zijn lievelingsideeën en andere groter denkbeelden voor zich te aanvaarden en te hanteren, gaat ongetwijfeld geestelijk zowel als stoffelijk vooruit. Hij, die wil behouden wat hem dierbaar is, sluit zichzelf op, in wat eens misschien een ruim vertrek leek, maar dat langzaam maar zeker een duffe stoffige cel werd.

De geest, die zich wil afsluiten van grote nieuwe onoverzienbare en vaak ontstellend gevaarlijke werelden, zal blijven in zijn eigen klein domein, tot ook dit zo klein en bedompt is geworden, dat men alles zou willen offeren om te vluchten.

Je kunt vooruitgang niet ontlopen. Je kunt haar voor jezelf tegenhouden, maar dan komt het ogenblik dat je voor jezelf moet vluchten. Daarom is het noodzakelijk, dat wij innerlijk anderszins trachten voortdurend te groeien. Te groeien vooral in wijdheid van denken. Te groeien in wijdheid van gevoelen. Te groeien vooral in aanvaarding van mogelijkheden. Want slechts degene, die voortdurend anders en meer wil zijn, meer wil beleven en in zichzelf wil erkennen, zal de vooruitgang vinden die hij begeert. Hij, die door anderen tracht vooruitgang te verwerven, verstart in de onmacht die hij zichzelf oplegt door zijn daden te staken en ondergeschikt te maken aan anderen.

Gij zijt uzelve. Uit uzelve leeft gij. Uit uzelve moet, gij leren. Uit uzelve zult gij leven en denken, totdat gij beseft wie gij zijt. En beseffende wie gij zijt, zult ge de tijdloze waarheid van uw wezen neerschrijven in het wezen van de Onveranderlijke, waaruit alles voortkomt.

 

---------------------------------------------------

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober