24-05-16

Esoterisch vocabularium .(4)Intuïtie - Inspiratie.

Esoterisch vocabularium .(4)

 

intuïtie,weten, reactie, waarnemingen, onderbewustzijn, bovenbewustzijn,

Intuïtie.

Een niet beredeneerbaar erkennen of weten,

waarbij men op grond van het onderbewuste,

of hogere waarden als desnoods het eeuwige ik,

tot reacties komt of keuzen, die,

krachtens het redelijk gekende op dat ogenblik niet als redelijk kunnen worden beschouwd aan de hand van waarnemingen of besefte ervaringen en dus niet geheel verklaard kunnen worden.

 

Inspiratie.

Inwerking van krachten,

die men niet bewust kan kennen of juist omschrijven.

Ook dus het onderbewustzijn of bovenbewustzijn en geestelijke inwerkingen,

zo gericht op een eigen terrein,

dat een tijdelijke overprestatie mogelijk wordt.

Wanneer er inspiratie is, kan men wel stellen:

er zijn met het eigen denken of de eigen problematiek van de mens verwante wetenschappen,

kwaliteiten, eigenschappen of belevingen elders aanwezig,

die door de bestaande harmonie manifest kunnen worden in de mens en zo een geheel nieuw beeld of nieuwe mogelijkheden voor hem scheppen.

12:24 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: intuïtie, weten, reactie, waarnemingen, onderbewustzijn, bovenbewustzijn |  Facebook |

27-04-14

Ontwikkeling van het ik tot beheersing. 1/1 Het begrip beheersing.

 

ONTWIKKELING VAN HET IK TOT BEHEERSING

 

Eerste Les - HET BEGRIP BEHEERSING.

 

Beheersing als zodanig bestaat in het bewust en overlegd handelen, waarbij elke handeling een doel moet hebben. Beheersing houdt niet in de ontkenning van een bepaald doel als bv. zelfbevrediging. Dit is wel mo­gelijk maar niet noodzakelijk. Alle beheersing omvat verder, dat ‑ ook wanneer geen volledig overzicht omtrent verdere ontwikkelingen en gevol­gen bestaat ‑ het "ik" bewust deze consequenties aanvaardt en in deze consequenties zelf zoveel mogelijk buigt in de richting, die door het "ik" wordt beheerst en begeerd.

 

De beheersing, waarover ik hier in verband met het "ik" spreek, wordt geboren uit de wereldvoorstelling. Ieder van ons draagt in zich een wereldbeeld. Dit zal naar gelang van de grondreligie, die een bepaalde groepering of ras beheerst, kunnen verschillen. In al die gevallen zal het beeld zijn gebaseerd op een godheid, een relatie tussen godheid en mens, een doel van de schepping, een doel van het menselijk leven. Hierbij worden vaak feiten over het hoofd gezien. Toch is dit grondbeeld voor ons een noodzakelijk deel; want van hieruit alleen is een beheersen van het beleven mogelijk.

 

Dit is n.l. onze grondeigenschap, de basis waarop wij bouwen: slechts uitgaande van dat, wat wij innerlijk aan de hand van ras, religieuze voor ­scholing en maatschappelijke vorm bezitten, kunnen wij uitbouwen.

 

Elk verzet tegen deze grondvorm betekent een zo grote innerlijke strijd, een zo grote reeks van problemen en conflicten, dat wij daardoor voor ons­ zelf de werkelijke beheersing van het "ik" onmogelijk maken. Slechts de we­reld, die wij ons voorstellen, kunnen wij ook beheersen. Zelfbeheersing is alleen mogelijk in het kader van de voorstelling, die wij ons van een goede wereld maken.

 

De doorsnee mens is niet slechts onbeheerst in zijn stoffelijke uiting maar daarnaast in zijn gedachtewereld. In de stoffelijke uiting kunnen wij de onbeheerste factoren splitsen in instincten ( dus vaak uit erfelijke stoffelijke ervaring geboren), reacties, handelingen of ook onthoudingen. Wij zien daarnaast de door scholing verworven instincten, waarbij vele malen herhaalde ervaringen een vaste reflex hebben geschapen. Wij kunnen aan deze onbeheerste stoffelijke factoren niet zonder meer ontkomen. Het bestrijden daarvan heeft weinig zin. Zij zijn geboren uit de behoefte van de mensheid ‑ niet slechts van ons eigen wezen ‑ en helpen om het mense­lijk voertuig binnen een maatschappij of menselijke samenleving in stand te houden en ook in de wereld zoveel mogelijk te beschermen. De onbe­heerste en instinctieve handelingen, die dus direct uit het lichaam voortkomen, zullen wij over het algemeen slechts dan gaan beheersen, indien daarvoor een werkelijke reden bestaat en wij een zeer nauwkeurig omschreven doel hebben. Eenvoudige beheersing zonder meer is niet voldoende. Wel b.v. een beheersen omdat men lichamelijk iets wenst te be­reiken of door lichamelijke training tot een bepaalde geestelijke moge­lijkheid wil doordringen. Dit zal overigens in verdere lezingen worden behandeld.

 

Dan kennen wij de beheersing van de gedachten. De bewuste gedachte, die dus het regelmatige gedachteproces omvat dat u zelf kent in de direct toegankelijke herinnering, bouwt een wereldvoorstelling.

 

Die wereldvoorstelling is niet alleen gebaseerd op eigen waarneming, maar verder op al hetgeen wordt geabsorbeerd. U absorbeert o.m. drama­tiseringen door anderen. Romanlectuur, dichtkunst zowel als andere werken kunnen een zeer grote invloed hebben op uw eigen denkwijze.

 

U absorbeert ook meningen. U wordt verder in hetgeen u absorbeert be­paald door uw eigen waarnemingsvermogen, terwijl uw eigen lichamelijke voorkeuren eveneens het denkvermogen aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.

 

Zo staan wij met de onbeheerste gedachten voor de vraag: waar moeten wij beginnen?

 

In vele oosterse processen kent men het z.g. "blank maken" van de gedachten. Maar een absolute uitschakeling van de gedachte kan eerst worden bereikt na zeer veel training, Het is een moeizaam proces en daarom zeker als beginfase niet zonder meer raadzaam. Wel lijkt het mij voor de beheersing ‑van de gedachte belangrijk, dat wij ons realiseren wat de drijfveer is voor de gedachte. Ik wil hier enkele voorbeelden geven.

 

Er is het begeren dat men een presentje zal ontvangen. Dit komt vaak voor. Later blijkt echter, dat het present op zichzelf slechts een symbool is. Het is het symbool van een aanvaard worden, van een genegen­heid die anderen voor u koesteren of een respect dat zij tot uitdrukking brengen. Wanneer u deze begeerte dus ontleedt, zien wij daarachter een drijfveer. Deze drijfveer in het denken moet dan weer zijn gebaseerd op een gevoel van falen. Een mens, die zeker is van zijn eigenwaarde, verlangt slechts zelden daarvan een uitdrukkelijke bevestiging en zal over het al­gemeen weigeren langs een omweg (als b.v., het door mij geciteerde present)te komen tot een erkenning. Logisch is dus, dat wij in onze gedachtepro­cessen ‑ vóór wij kunnen overgaan tot het beheersen daarvan ‑ de motive­ringen zullen moeten bestuderen. Al deze motiveringen, die uit het di­recte en bewuste gedachteleven voortkomen, staan dus in relatie met het onderbewuste. En het onderbewuste is voor de mens niet beheersbaar uit de stoffelijke rede.

 

Verdergaande constateren wij dat dit onbeheersbare onderbewuste toch klaarblijkelijk kan worden beïnvloed. In stoffelijke vorm vinden wij een werkwijze voor de beheersing van het onderbewuste bv. door middel van hypnose en de werking van suggestieve processen, die ook onderbewuste reacties blijken te kunnen veranderen. Daarnaast kennen wij in de verschillende therapieën die daarvoor zijn ontwikkeld, de waarde van het in het bewustzijn brengen van delen van het onderbewuste. Door een afreageren kan het eveneens worden ontlast. Deze stoffelijke technieken kunnen echter nooit het gehele onderbewustzijn overheersen. Het is ook voor degene, die geestelijk zeer bewust is, in de praktijk niet of slechts zeer ten dele mogelijk een volledige beheersing over het onderbewustzijn te gewinnen. Wel kan een gedeeltelijke beheersing worden bereikt. In het onderbewustzijn n.l. worden ook zeer zwakke impulsen en impressies vastgelegd, die het directe denken van de mens niet kunnen bereiken. Soortgelijke impulsen en impressies geeft de geest over het algemeen af. Als de geest in staat is haar eigen impressies vol­doende scherp in het onderbewustzijn neer te leggen, kan zij hierdoor de reactie van het onderbewustzijn wijzigen. Dit staat in verband met geestelijke beheersing; uit de stof zeer moeilijk bereikbaar en slechts door middel van innerlijke oefeningen ‑ waarop wij later ook terugkomen ‑ toch uit de geest te bewerkstelligen.

 

Het bovenbewustzijn is niet ‑ zoals men vaak graag voorstelt een contact met hogere werelden alleen. Kort herhalende wat reeds in andere cursussen naar voren werd gebracht, herinner ik u eraan dat alle bovenbewustzijn is samengesteld uit het totaal der gedachte-invloeden, die rond een bepaalde wereld aanwezig zijn, waarbij de sterkte van de gedachte en de veelheid van de factoren, die dezelfde gedachten koesteren, aansprakelijk zullen zijn voor de invloed, die via het bovenbewustzijn door deze gedachten op u kan worden verworven. Nabijheid kan mede een factor zijn, die de sterkte bepaalt. De geest heeft in het bovenbewustzijn over het algemeen een ongeveer gelijk zeggenschap als een individu; de meest verlichte geest kan misschien een zeggenschap hebben in het bovenbewustzijn van 1000 individuen; t.o.v. het totaal bewustzijn van de wereld is dit dus niet veel. Wij kunnen nooit het bovenbewustzijn beheersen; wij zijn niet in staat de wereld te beheersen. Wel kunnen wij onze eigen ontvankelijkheid voor bepaalde delen in het bovenbewustzijn opvoeren en onze ongevoeligheid voor andere daarin aanwezige factoren aanmerkelijk vergroten. Op deze wijze kan ook hier een beheersing worden verkregen.

 

Ten laatste komen wij dan bij de geest. De geest in haar vele voertuigen onttrekt zich voor de mens aan een onmiddellijk kennen. De belevingen, die men met de geest of in de geest heeft, zijn over het algemeen zozeer gevoelsuitingen en zo zelden redelijk geheel vast te leggen of te verklaren, dat de doorsnee mens niet kan denken aan zelfs een erkennen van de factoren "geest" in het "ik" binnen de stoffelijke, redelijke vorm. Slechts het gevoel is hier belangrijk. Hieruit volgt dat een beheersing van de geest slechts kan worden verworven in geestelijke sferen en dat wij, zolang wij in een stoffelijk voertuig vertoeven, grotendeels voor de beheersing van de geest afhankelijk moeten zijn van hetgeen reeds vroeger werd bereikt.

 

In dit korte overzicht van het begrip beheersing vinden wij tevens een korte omschrijving van het "ik" in verschillende factoren. Onthoud echter dat het "ik" voor de doorsnee mens niet alleen bestaat uit de door mij genoemde factoren. Er bestaan identificaties met voorwerpen, met plaatsen, met bepaalde groepen of groeperingen, met bepaalde mensen, met bepaalde dieren. Heel vaak beseft men niet goed wat daar eigenlijk gebeurt en juist in verband met die beheersing zou ik u daarom graag ook het volgende willen voorleggen:

 

Er zijn mensen, die een dier hebben ‑ een paard, een hond, een kat, een kanarievogel, een goudvis ‑ waarvan zij buitengewoon veel houden. Deze liefde echter wordt vaak zover gedreven, dat zo'n dier een extensie van het "ik" wordt. Men tracht zich in te denken in het dier men spreekt als het ware voor het dier ‑ ook tot zichzelf ‑ en antwoordt het dier van uit zichzelf. Hierdoor wordt dus een deel van de persoonlijkheid als het ware ondergebracht in een ander wezen. Dit kan alleen voor het eigen voorstellingsvermogen volledig gelden.

 

Op dezelfde wijze zien wij soms ouders zich identificeren met hun kinderen. Opvallend is dat zij dan in de kinderen trachten de vervulling van hun eigen jeugdbehoeften, hun eigen jeugdverlangens te bereiken. Datgene wat zij heden als een tekort in eigen jeugd vinden, trachten zij de kinderen op te dringen, zonder daarbij te vragen, of dat voor die kinderen wel aanvaardbaar is. Zij zien immers - in het kind zichzelven en trachten door het­geen zij het kind geven al dan niet reële tekorten uit het verleden voor zichzelf te compenseren. Het zal u duidelijk zijn dat ook dit soort identi­ficatie niet geheel aanvaardbaar is. Dan kennen wij verder personen, die zich met een plaats sterk identificeren of met b.v. een huis of met bepaalde voorwerpen. Er zijn mensen, die meer lijden onder het breken van één bepaald vaasje dan onder de dood van 10 medemensen. Want met dit vaasje schijnt hun een deel van het eigen "ik" te sterven. Ook dit is natuurlijk niet reëel, maar de feiten zijn er. En de praktijk wijst uit, dat dit zich identificeren met andere delen van het bestaan, andere voorwerpen, groeperingen e.d. veel verbreid is. Hierdoor heeft het "ik" a.h.w. een zekere aanwas gekregen.

 

Als vroeger een zeilschip een paar reizen over de oceaan had gemaakt, dan moest het in het dok of op zijn minst in zoet water worden gebracht. Daarin zouden n.l. de mosselen en wormen, die zich hadden afgezet op de scheepsromp, sterven. Het zou voor de mens noodzakelijk zijn zo nu en dan werkelijk de relatie met zijn omgeving te verbreken en een korte tijd in een geheel ander milieu te vertoeven. Eerst dan zou die mens dus deze toevoegingen aan het "ik" weer wat objectiever gaan zien. Maar waar dit niet altijd mogelijk is, kunnen wij voor degenen, die beheersing van het "ik" nastreven, slechts een onderzoek van eigen wezen aanbevelen. Vraag u eens af in hoeverre dingen in uw omgeving, bepaalde mensen misschien, de plaats zijn gaan innemen van een deel van uzelf. Besef dat deze identificatie bewust zin kan hebben, maar dat zij ‑ onbewust ervaren ‑ betekent dat het "ik" steeds invloeden ondergaat, die niet de eigene zijn, die daardoor niet berekenbaar zijn en daardoor het onbeheerst zijn aanmerkelijk vergroten.

 

Dit deel van onze lezingen wil ik dan besluiten met de volgende opmerkingen:

 

Elk streven naar beheersing houdt een erkenning van onbeheerst­ zijn in. Het moeilijke hierbij is niet het streven naar de beheersing; dat is de meeste mensen aangeboren. Het moeilijke is het erkennen van die delen van het leven, waarin de beheersing noodzakelijk is. Het begrip tonen voor beheersing op juist die punten, die werkelijk ‑ en waarlijk voor stof en geest gelijkelijk ‑ van groot belang zijn. Daarnaast de moei­lijkheid voor menig mens zijn onbeheerstheid op andere terreinen wel te erkennen, maar niet te bestrijden voordat een redelijke beheersing op belangrijke punten is gewonnen. Misschien mag ik ook hier weer een klein voorbeeld geven.

 

Er is een schip op zee. Het stoot op de rotsen en het heeft een dertigtal lekken. Daarvan zijn er 27 onbelangrijk maar 3 ervan groot.

 

Aangenomen dat de bemanning groot genoeg is om ‑ gelijktijdig de pompen te bemannen en toch iemand in het ruim te sturen, zo zal duidelijk zijn, dat het belangrijk is de hoofdlekken te stoppen. In vele gevallen zal men de andere lekken zelfs desnoods verwaarlozen om aan dek over meer mankracht te kunnen beschikken op de momenten, dat het weer het noodza­kelijk maakt.

 

Een mens, die tracht alle onbeheerstheden gelijktijdig te bestrijden, zal in vele gevallen zijn materiaal (zijn wilskracht en zijn inzicht dus) ver­spillen aan het onbelangrijke en kleine en daardoor niet in staat zijn de grote lekken in zijn beheersing te dichten, waardoor hij als mens faalt en veelal ook geestelijk daarvan de consequenties moet ondergaan.

 

Het streven naar beheersing dient te allen tijde overlegd en selectief te zijn; aandacht kan niet aan alle facetten worden besteed. Het beste­den van aandacht aan een bepaald soort beheersing wordt mede gedicteerd door eigen leven, eigen geestelijke en stoffelijke behoeften.

 

Hiermee wil ik overgaan tot het tweede deel van onze lezingen en hierin bespreken wij allereerst nogmaals het "ik".

 

16:41 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Tags: beheersing, grondreligie, onderbewustzijn, bovenbewustzijn, wilskracht |  Facebook |

19-04-14

De menselijke psyche - deel 10 - de menselijke psyche i.v.m. stof en geest.

De menselijke psyche

Tiende Les. DE MENSELIJKE PSYCHE i.v.m. STOF EN GEEST.

Als we de menselijke psyche beschouwen, is het begrijpelijk dat de evenwichtigheid tussen alle factoren, waaruit de psyche is opgebouwd, een noodzakelijkheid is voor een gelukkig en gezond leven. Wat meer is, voor een bewustwording moeten we ook dit evenwicht weten te vinden. Want je kunt op de wereld en in de sferen niets bereiken door eenzijdigheid. De veelzijdigheid van ons wezen, van onze interesses is van groot belang. Wij stoten hier echter onmiddellijk op een onaangenaam feit in de stoffelijke wereld.

Stel, dat u werkelijk veelzijdig bent in uw belangstelling in de wereld, dan kunt u in vele gevallen niet beantwoorden aan de eisen, die de maatschappij aan u stelt. Op het ogenblik, dat u gaat zeggen: "Ik specialiseer mij", krijgt u voor uw omgeving meer waarde, maar gelijktijdig gaat u uw leven beperken. Wij moeten ook daartussen een gezonde middenweg weten te vinden. Nu zou ik dan op grond van datgene, wat wij (aan onze kant) van de psyche weten, het volgende naar voren willen brengen:

De psyche bestaat nu eenmaal uit een groot aantal verschillende vlakken. Het belangrijkst vanuit geestelijk standpunt ‑ daarover kan niet getwist worden ‑ is de geest zelf. Maar deze geest zal zich via het onderbewustzijn voortdurend in de stof moeten uiten. Zij kan nooit een volledig bewustzijn hebben omtrent de stoffelijke waarden in de zin, waarin de stof dit verstandelijk beleeft. Wij hebben dus in de eerste plaats aan de geest een mogelijkheid te bieden tot een algemene doelstelling in het leven. kiezen voor onszelf een richting, waarin we vorder zullen gaan.

Dan hebben we te maken met het bovenbewustzijn, dat het gezamenlijk denken van de mensheid afdrukt. Ons bewegen, ons handelen en ons redeneren wordt natuurlijk erdoor ook beïnvloed. Dit is voor ons al­leen maar de wijze waarop wij onze weg zullen gaan.

Dus: de geest stelt het doel; het bovenbewustzijn bepaalt de weg; het onderbewustzijn definieert de wijze waarop wij de weg gaan; de rede re­gistreert, hoe wij de weg gaan in bepaalt in hoeverre een afwijking van de werkelijke weg plaatsvindt.

Wetend, dat ik op deze wijze mijn levensdoel heb gesteld en bereid ben de consequenties van het gestelde doel en de andere waarden, die in mij liggen te aanvaarden, kom ik psychisch op een gegeven ogenblik midden in de volle werkelijkheid te staan met het vermogen die werkelijkheid te aanvaarden. Mijn werkelijkheidsaanvaarding brengt met zich mede, dat de beleving van de stoffelijke wereld en de materiële wereld wel de gelijk grotendeels vanuit mijn persoonlijkheid moet geschieden. De wetten buiten mij zijn alleen een leidraad voor mij voor zover ik krachtens mijn bewustzijn mijzelf daar nog kan invoegen. Op het ogenblik dat ze mij niet passen, leg ik ze opzij en is het afgelopen. Dit klinkt asociaal. Er zullen heel veel mensen zijn, die menen mij te kunnen verwijten, dat dit eigenlijk een verkeerde stelling is. Toch zou ik die stelling gaarne willen bevestigen en wel om de volgende redenen:

De wereld buiten ons is niet precies zoals wij haar ervaren en waarnemen. Onze ervaring en waarneming houden onze persoonlijke waardering, voor die wereld in. Baseren we ons op wat de wereld lijkt te zijn, dan zullen we nooit en te nimmer in de gelegenheid zijn ons bestaan in die wereld volledig uit te leven.

Als je een bewustzijn hebt en je wilt dat bewustzijn niet verrijken, omdat je het ziet als een vastgelegde waarde, leef je dogmatisch. Nu kan een dogma goed zijn, als de innerlijke onzekerheid het noodzakelijk maakt om, vaste waarden te stellen, waarop men kan bouwen. Maar in je leven heb je andere vaste waarden. Je hebt je persoonlijke beleving; de wereld rond je met al hetgeen ze je toont en brengt. Is het dan niet redelijk, dat ik mij baseer op die wereld buiten mij, aannemende dat ze zich zal aanpassen aan mijn wezen en ik zo ervaring opdoe en leer zien wat in die wereld permanent is en wat door mij zelf gewijzigd en gevarieerd kan worden?

Op het ogenblik, dat ik zover kom en zo leef, wordt het volgende punt duidelijk: Mijn wereldbeleving, mijn wereldaanvaarding bepalen voor mij de totale beleving - ook geestelijk en in het onderbewustzijn ‑ van die wereld. elke angst, die in de mens leeft, komt voor 9/10 voort uit het onderbewuste. Waarom?

De mens bouwt zich een foutief beeld op, gebaseerd op een eenmaal opgedane ervaring. Ben je nu geneigd je wereld te nemen als een vaste waarde dan zul je ook de onbewuste angst nooit kunnen verliezen, want er bestaat geen variatiemogelijkheid. Dus: ben je één keer bang geweest voor iets, dan blijf je in je hart daarvoor bang. Ben je één keer iets ontvlucht, dan meen je dat je het steeds weer kunt en zult moeten ont­vluchten. Gevolg: afwijking, een neurotisch verschijnsel; misschien op den duur een totale afwijking, die aanleiding geeft tot psychische ex­cessen.

Daaruit volgt weer dat onze werkelijke, onze stoffelijke, beleving van groot belang is, omdat ze voor ons droomleven bepaalt. En denk niet, dat dat gekheid is. Want het droomleven definieert een groot gedeelte van de onderbewuste invloeden. Maar daarnaast legt het ook tevens de tendens voor de dagbeleving in ons vast.

U weet, wat ik u heb verteld over het karakter op stoffelijke basis. Ik vertelde dit om u duidelijk te maken, dat er heel veel in het leven is, waaraan je zelf betrekkelijk weinig kunt doen.

Maar de wijze, waarop u reageert en op de zaken ingaat, bepaalt hoe het van binnen werkt, hoe de gedachten die beelden vormen.

Dan komen we op een punt, waarbij het droomleven soms belangrijker wordt dan het werkelijke leven. 0, geen afwijking. We krijgen te maken met de mensen, die in hun dromen alles beleven wat ze in werkelijkheid niet kunnen of willen aanvaarden. We krijgen te maken met mensen, die de werkelijkheid ontvluchten en haar automatisch maar steeds weer doormaken, terwijl ze gelijktijdig in hun dromen zichzelf boven de mensheid verheffen op een voetstuk, dat eigenlijk volkomen irreëel is. Een foutieve wereldaanvaarding. Een foutief ontstaan onderbewust beeld. Hoe duidelijk is het niet, dat hieruit een innerlijke strijd moet voortkomen. Dit maakt ons het volgend punt wel duidelijk.

Elk ogenblik, dat ik leef, zullen de verschillende waarden in mij tegenover elkaar staan, en met elkaar worden geconfronteerd. Naarmate ik echter grotere verschillen in mijn innerlijk en uiterlijk beleven tot stand breng, maak ik het mij minder mogelijk om deze waarden ten opzichte van elkaar compenserend te Laten optreden. Het resultaat is de onevenwichtigheid, die ons ‑ terwijl wijzelf volledig ervoor verantwoordelijk zijn ‑ drijft tot een leven dat geestelijk absoluut vernietigend is en gelijktijdig onze realiteitsbeleving in deze wereld en dus ook ons contact met wereld en maatschappij in groot gevaar kan brengen.

Wetend, dat wij alleen door een juist evenwicht goed kunnen leven, zijn we geneigd naar dat evenwicht te zoeken op een vaak krampachtige manier. Een eigenaardig, verschijnsel in de totale psychische reacties van de mens is, dat hij ‑ zodra hij ten koste van alles een bepaald punt wil bereiken ‑ zal falen. Want deze richting, waarbij al het andere terzijde wordt gesteld, is een scheppen van een disharmonie tussen het "ik" en de omringende wereld. We kunnen ons dus wel naar een doel toe ontwikkelen, maar we kunnen nooit een bepaald doel afdwingen, zonder daarvoor gelijktijdig afstand te moeten doen van een groot gedeelte van de verdere wereld. En dat betekent ook van een groot gedeelte van ons leven moeten dus wel degelijk goed nagaan, wat er eigenlijk gebeurt.

Een doel stellen is zeker goed. Maar als je je dit doel stelt, dan moet je je dat niet stellen als iets, wat van nu af aan volkomen wordt verwerkelijkt, maar als iets, waarop je je voor zover de omstandigheden je dit mogelijk maken steeds verder zult toeleggen. Dit is een zeer groot verschil. En het brengt in de totale reactie van het eigen wezen ook zeer grote verschilpunten met zich mede. Op het ogenblik, dat de‑ mens zegt. "Ik zal dit doen" en hij daarin niet slaagt, komt er in hem een gevoel van frustratie, van niet‑bereiking, van zwakte enz. Als resultaat zal hij ontmoedigd zijn. En zelfs als hij zich vol hartstocht eraan blijft vastklampen, komt hij tot een zich zozeer vasthouden aan een bepaalde houding, dat hij het doel vergeet. Zoals een drenkeling, die zich zo sterk vastklampt aan een houten balk, dat je hem met geweld ervan moet losrukken, wil je hem in de boot halen. Op deze manier mag een mens nooit leven.

Om een redelijk leven op psychische grondslag te kunnen leiden, moeten we beseffen: Het is noodzakelijk, dat wij ‑ hierbij geleid door ons besef van aanvaardbaarheid en verantwoordelijkheid ‑ ons gehele stoffelijk leven zoveel mogelijk vervullen, opdat wij ons niets ontzeggen, zonder dat hiervoor in ons leven een tegenwicht bestaat. Elke ontzegging, die niet door het eigen wezen volkomen wordt geratificeerd, brengt een verschuiving van psychische waarden met zich mede, waardoor datgene, wat in het lichamelijke gemakkelijk te uiten en weer te vergeten zou zijn, tot een onuitwisbare indruk in het onderbewustzijn wordt, met als resultaat een obsederende werking, die op den duur elk redelijk voortstreven voor ons onmogelijk zou maken.

Men realiseert zich:

Wat voor mij in gedachten het belangrijkst is, zal ik te allen tijde trachten op enigerlei wijze; zo om te zetten ‑ hetzij in de daad, hetzij door het uit mij te verdringen ‑ dat ik voldoende kracht overhoud om een nieuwe denkwijze in mij te ontvangen.

Alle geestelijke bewustwording is gelegen in de voortdurende verandering van mijn innerlijke waarden.

Alle menselijke gezondheid en kracht ligt in het voortdurend omzettingsproces van het metabolisme.

Vergelijk deze beide waarden en je kunt zeggen: Een mens, die te weinig eet, zal ongezond zijn, evenzeer als hij die teveel eet. Zo kun je van de geest zeggen: De mens, die zich teveel richt op bewustwording en zijn wezen daardoor verwaarloost, is als hij, die teveel heeft gegeten. Hij zal moeilijk in beweging komen, kwalen vertonen en tenslotte niet meer kunnen lopen. Ook degene, die te weinig aandacht aan zijn geestelijke belangen besteedt, zal geestelijk verhongeren en ‑ tenzij hij op een stoffelijk beleven overgaat om vandaaruit voor de geest nieuwe voeding en nieuwe impulsen te verkrijgen ‑ ledig blijven en niet vooruit kunnen gaan. Het beeld is naar ik meen duidelijk.

De daad is voor ons steeds weer een noodzakelijke beleving. Wij kunnen niet aan de daadstelling ontkomen. Elke theorie, die in ons leeft en elke gedachtegang, die in ons bestaat, krijgt pas waarde, indien we de moed hebben ze in onze wereld in de daad om te zetten. En zetten we ze om in de daad, dan hebben we daardoor een realisatie, een bewustwording van ons weten bereikt, waardoor dit weten wordt overgebracht naar de hoogste deel van ons bewustzijn, te wetende geest en de verschillende onderbewuste waarden. Vandaaruit wordt deze daad tot een voortdurende stimulans, die ons verder zal voeren in dezelfde richting langs hetzelfde pad.

Heeft de daad in ons een zondebesef doen ontstaan, dan zal deze ‑ juist door het zondebesef over te brengen in ons leven ‑ de strijd tegen de zonde mogelijk maken als realiteit. Is de daad een bevestiging van hetgeen wij weten als goed, dan zullen wij eerst daardoor in staat zijn de weg van het goede verder te volgen, omdat krachtens onze overtuiging de vestiging van dit nu ook in de geest levende bewustzijn een opvolgen van de eenmaal geschapen oorzaak tot noodzaak wordt.

De menselijke psyche leeft niet alleen uit de geest. Zij leeft ook dank zij haar stoffelijke realiteit. Verwerp één van deze waarden, misbruik één van deze waarden en het geheel wordt vernietigd en onbruikbaar.

 

13:37 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Tags: droomleven, bovenbewustzijn, onderbewuste angst |  Facebook |

07-01-09

GEESTELIJKE INWIJDING.

GEESTELIJKE INWIJDING EN DE STOFFELIJKE WEERSLAG.

Geestelijke inwijding is in feite het bereiken van een toestand van verlichting. Ze kan op velerlei wijzen ontstaan. Soms is ze het gevolg van een aantal meditatieve processen. In andere gevallen is het een voortdurende verandering van wereldbeeld waardoor men onbewust alles in nieuwe samenhangen gaat zien. Dat men het woord 'geestelijk' hier voorop stelt, wijst erop dat wij te maken hebben met een proces dat niet door stoffelijke invloeden of directe stoffelijke leringen wordt bepaald. Daarom lijkt het mij goed om dit proces eerst een ogenblik onder de loep te nemen.

Men denkt vaak dat je naar inwijding moet verlangen. Dat is niet altijd waar. In je leven doe je een aantal ervaringen op. Een deel van deze ervaringen resoneert met herinneringen in de geest. Hierdoor ontstaan banden tussen het geestelijke deel van het "ik" het onderbewuste en het bewustzijn. Vanaf het ogenblik dat een dergelijke resonans is ontstaan, beginnen steeds meer invloeden zich aan je op te dringen.

In het begin krijg je het gevoel dat je heel wat bent; dat is een illusie. Daarna krijg je het gevoel dat je over gaven beschikt. Je wordt helderziend, helderhorend, je gaat genezen. Noem dergelijke paranormale kunstjes maar op. Gedurende deze periode doe je wel ervaringen op, maar je bent nog niet in staat om zelf te zien wat er gebeurt, Door de praktijk krijg je langzamerhand enig begrip voor die samenhang. Maar zodra het begrip ontstaat, valt de z.g. gave voor een deel weg. Zij is dan onbelangrijk geworden en past niet in het verdere ontwikkelingsproces.

Hierbij wil ik als noot aantekenen, dat mensen die een gave hebben daaraan over het algemeen een overmatig belang hechten en hierdoor eigenlijk juist de bewustwordingsprocessen die noodzakelijk zijn voor een voortgaan onderbreken.

Het is duidelijk, wanneer je tot stilstand komt, dan voel je je gefrustreerd. Er is een periode van onrust, van leegheid. Een vriend van ons heeft dit eens beschreven als een gevoel onder een glazen stolp te zitten. De wereld kan je niet volledig meer beroeren. Je hebt voor jezelf vaak het idee dat je wat gevoelsarm aan het worden bent. Gelijktijdig heb je ook minder mogelijkheid en ook minder aanleiding om op de wereld te reageren. Zonder het meestal helemaal te weten word je een buitenstaander; je observeert.

Dit observatieproces, deels mentaal deels geestelijk, doet je langzamerhand een paar ontwikkelingslijnen en parallellen zien. Je gaat begrijpen dat je wereld niet is opgebouwd uit een vast schema zonder meer of uit een aantal toevalligheden. Je gaat zien hoe de samenhangen liggen. Dit is de eerste fase.

Er ontstaan dan harmonieën die weer wat paranormale belevingen of mystieke belevingen met zich meebrengen. De persoon in kwestie heeft meestal de neiging over te gaan tot meditatieve of contemplatieve processen. In deze periode voelt men zich verder geneigd om de wereld te gaan verbeteren. Een Sisyphuswerk uit de aard der zaak die nooit voltooid kan worden.

Zolang je je nog richt op de wereld, ben je weer niet in staat om je eigen processen juist in te schatten. Iemand, die de wereld wil verbeteren, is iemand die zichzelf overschat, de wereld onderschat in de zin van het wereldgebeuren niet beseft. Vergeef mijl als hier wereldverbeteraar aanwezig zijn, maar de analyse is juist.

Vanaf het ogenblik echter dat je zelf goed wilt functioneren, meestal weer na een aantal frustrerende ervaringen, ontstaat er innerlijk een aantal processen. Je kunt ze als droombelevingen beschouwen die in vele gevallen zijn opgebouwd uit eerst een aantal symbooldromen, uit bepaalde paranormale of uittredingsdromen en dan krijg je plotseling belevingen.

Er gebeurt iets in ons. Wij weten niet waarom, maar we zijn intriest, uiterst vredig of blijmoedig zonder meer, we voelen ons met kracht geladen. Al deze dingen zijn van voorbijgaande aard. Hier is de resonantie tussen stoffelijk bewustzijn en geestelijk "ik” zo groot geworden dat een aantal van de geestelijke ervaringen zonder meer kan worden afgedrukt. De stof zoekt nog steeds naar een verklaring. Ze wil verwoorden, ze wil uitbeelden, kortom, grijpbaar maken voor een mentaal verstand met zijn achtergronden van herinneringen, zijn emotionele menselijke relaties. Deze beelden echter ontwikkelen zich verder.

De fase waarin deze droombeelden belangrijk worden is er meestal één waarin wij voortdurend een wisseling ervaren tussen duister en licht. Op dat ogenblik gaan wij vergelijken. Dit innerlijk vergelijken is gelijktijdig een zoeken naar een innerlijk evenwicht.

De oude methoden die we hebben gebruikt voor contempleren enz. stellen wij terzijde. Het is alsof wij langzaam maar zeker in onszelf leren stil te zijn. Deze innerlijke stilte kan niet worden uitgedrukt? Ze kan niet worden vertaald, maar zij brengt een gevoel van zekerheid, van vrede, van evenwichtig zijn dan gekomen aan een fase waarin de geestelijke inwijding zich feitelijk gaat afspelen.

Je visie op de wereld wordt een andere. Je gaat samenhangen zien waar anderen die niet zien. Je ziet noodzaken maar ook overbodigheden op een manier die voor een normaal mens niet geheel aanvaardbaar is. Dankzij dit inzicht heb je vele mogelijkheden in de stof. Je reageert juister dan een ander. Je kunt vaak tevoren al bepaalde dingen zien. Je bent a.h.w. een beetje helderziend in tijd. Je voelt mensen, aan; je hebt empatische ervaringen. Al deze dingen bij elkaar zijn uiterlijkheden. Klamp je er niet aan vast, want ze zijn niet belangrijk. Ze zijn alleen een deel van een proces waardoor je beeld van de wereld verandert.

In deze periode krijgt, u ook veel contact met entiteiten die niet meer tot de menselijke wereld behoren. Soms zijn dit overgeganen. In andere gevallen kunnen het ook persoonlijkheden zijn die geen menselijk bestaan op aarde hebben gekend.

De contacten blijven vaag. Maar elke keer als we een dergelijk contact hebben gehad, is het of we onze wereld een beetje anders zien. Elke keer weer hebben wij het gevoel dat we anders moeten reageren. Er ontstaat een vorm van gejaagdheid die enige tijd kan aanhouden en die bij niet stabiele karakters zelfs zou kunnen leiden tot eenzijdige waanzin: godsdienstwaanzin e.d. komen in deze fase nogal eens voor.

Kun je dit voorkomen of uit een dergelijke illusie terugkeren tot de werkelijkheid, dan ga je ontdekken dat er een kracht is die in alle dingen spreekt. Er is een voortdurende wisselwerking tussen ons en al datgene wat om ons heen is. Entiteiten zijn een normaal deel geworden van de wereld. Hun invloeden, hun inwerkingen worden door ons verwerkt alsof ze bij wijze van spreken verkeersborden langs de weg waren. In deze fase ontwikkelt zich een aanvoelen dat niet meer verstandelijk uitdrukbaar is, maar het brengt met zich mee een enorme krachtreserve daarnaast een bijzondere voorkeur.

Op grond van deze voorkeur zijn we geneigd om dergelijke inwijdingen dan a.h.w. in stralen uiteen te rafelen, ik behoor tot de eerste, jij tot de derde en hij tot de zevende straal. Dat is natuurlijk onmogelijk. Als je je daarmee gaat bezighouden, dan blijft er niets over dan lazerstralen voor iedereen.

U heeft een harmonie. Bij een geestelijke inwijding ontstaan harmonische gebieden. Alles wat er in dat gebied is, werkt op u in. Op uw beurt bent u in staat om in dat gebied in te grijpen. Langzaam maar zeker wordt uw wereld groter en bevat dan ook wat u noemt hogere trillingen of hogere harmonieën. U gaat dan volgens de termen van de ene straal naar de volgende. In werkelijkheid wordt uw wereldbeeld groter, de geestelijke betrokkenheid omvat meer, gelijktijdig worden stoffelijke gebeurtenissen minder belangrijk.

Wanneer de inwijding zich dan zover voltrekt dat inderdaad de geestelijke wereld voor u gelijkwaardig is geworden aan uw eigen stoffelijke wereld, dan zult u zien dat de meeste menselijke opvattingen voor u geen zin meer hebben; dat u geheel vanuit uw innerlijk bewustzijn werkt en dat u voortdurend zoekt naar een schema of een plan waardoor uw manier van zijn en leven meer inhoud zal krijgen.

Heeft u deze periode doorleeft, dan ontstaat een innerlijk contact (noem het de stem van God of iets anders) waarin het ik wordt meegesleept door een hogere macht en toch als zichzelf en zelfstandig blijft waarnemen, beleven en reageren. Vanaf dit ogenblik kan worden gesproken van een voltooide geestelijke inwijding. Wij zullen nu verder gaan met de stoffelijke gevolgen wat nader onder ogen te zien.

Wanneer je begint, dan voel je je bij de wereld zeer nadrukkelijk betrokken. Je hebt de behoefte om je gaven en je mogelijkheden enerzijds te etaleren en gelijktijdig voor jezelf a.h.w. verdiensten te vergaren door ze voor anderen te gebruiken. In deze periode kun je zeggen dat je meestal, niet altijd, nogal eigenwijs bent, doordrijverig en volgens je medemensen op een of ander gebied meestal geschift. Dat is niet iets om je over te ergeren; dat is een normaal verschijnsel, dat gaat voorbij.

Naarmate je meer resonans krijgt met de geestelijke wereld, zullen je reacties meer to the point zijn. Ze zijn duidelijker ze zijn scherper omlijnd en doelmatiger. In deze periode zul je een mens alleen nog helpen, als hij niet slechts hulp nodig heeft maar deze ook wenst. Je zult mensen misschien met een enkel woord een andere stemming bijbrengen omdat je hun stemming aanvoelt, maar je hebt niet meer de behoefte te zeggen; dat doe ik wel.

Materiele zaken worden eigenlijk wat minder belangrijk. Het is geen kwestie van: het is nu eenmaal mijn recht of zo hoort het. Materiele bemoeienissen zijn in deze periode meestal niet veel meer dan formaliteiten. Je moet proberen om iets dan toch op de een of andere manier goed in orde te maken.

Heel veel mensen, die deze fase hebben bereikt of hebben doorlopen, tonen een heel eigenaardige relatie met de buitenwereld. Aan de ene kant zijn ze zeer onverschillig. Het is net of het meeste aan hen voorbijgaat. Aan de andere kant doen zo zeer veel moeite om zich te handhaven tegenover anderen, om zich zelfs te profileren op een voor iedereen aanvaardbare en kenbare wijze. Zo krijg je dan te maken met mensen die zich geen zorgen maken over het verlies van een miljoen, maar er wel over mopperen dat er tegenwoordig geen centen meer zijn, omdat ze op deze manier zo nu en dan iets te weinig krijgen. Nu is dit maar een voorbeeld.

Gaan we nog verder, dan blijkt dat mensenliefde iets anders is dan hetgeen men in het zoeken naar geborgenheid en eenheid tot nu toe daaronder heeft verstaan. Het is alsof de gevoelswereld meer uitwaaiert en gelijktijdig materiele uitdrukkingen van minder belang zijn. Ze zijn er. Ze kunnen aangenaam zijn, ze kunnen doelmatig zijn, maar als het erop aan komt, tellen ze eigenlijk niet. Er gaan achtergronden tellen. Vanaf dit moment krijgen we ‑ u heeft het al gehoord ‑ bepaalde gaven na een rustperiode.

Wij krijgen ook de neiging om anderen a.h.w. onopvallend te helpen en te leiden. Degenen, die zich dan leraar noemen, komen niet verder. Degenen, die op de achtergrond blijven en proberen iedereen een beetje bij te sturen als het zo uitkomt, zijn degenen die het meest vooruitkomen. In deze periode kun je over het algemeen stoffelijk bereiken wat je wilt. Wil je minister‑president worden, dan zou dat kunnen. Alleen, iemand die zover is gekomen zegt: ik zal wel gek zijn.

Je kunt miljoenen vergaren, maar wie zover is gekomen heeft het gevoel, ach, het komt er eigenlijk niet zo op aan. Wat ik nodig heb, zal ik toch wel krijgen, hoe dan ook. Het is alsof je relatie komt los te staan van 'de voor wat hoort wat theorieën, die nu eenmaal de wereld beheersen.

Een stap verder en je maakt gewoon de omstandigheden die je prettig vindt. Als je eten wilt hebben en er is niets, dan wens je het en dan komt iemand het wel brengen of je vindt het toevallig toch nog in een koelkast waarvan je dacht dat ze leeg was. De voorbeelden zijn misschien wat laag bij de grond, maar ik meen dat ze sprekend en duidelijk zijn

Als je zover bent gekomen dat je de resonantie met alle dingen begint te ervaren, de kracht in alle dingen gaat beseffen, dan ben je in staat alles om te buigen zoals het nodig is. Theoretisch zou je goud kunnen maken. Alleen, je vraagt je af waarom je de moeite zoudt doen; het kan zo ook wel. Gedurende deze periode heb je vaak het gevoel dat je niet meer helemaal in je eigen wereld loopt. Je loopt langs de weg, je weet dat je voeten het pad betreden en toch zie je gelijktijdig een schimmige wereld om je heen die ander is, soms een duistere, soms een lichtende. Je spreekt met de entiteiten alsof ze medemensen zouden zijn. Alleen, je behoeft niet meer woorden te formuleren, het spreekt in jezelf. Het is duidelijk dat hierdoor je gedrag sterk wordt beïnvloed.

Iemand, die op deze manier met zijn hoofd in een geestelijke wereld loopt te wandelen, zal iets doen wat een normaal lichaam niet kan. Dat is namelijk het energiepatroon voortdurend aanvullen. De levenskrachtcirculatie blijft harmonisch en gelijk en gelijktijdig een verhoogde afvoer van vermoeidheidsstoffen tot stand brengen. Met andere woorden: er is minder kans op lichamelijke veroudering. Er is een grotere lichamelijke veerkracht en deze gaat gepaard met een grotere onverschilligheid voor het stoffelijke.

Als je je afvraagt of een persoon, die een geestelijke inwijding geheel of bijna geheel heeft doorlopen ook nog allerlei gaven demonstreert (eerlijk gezegd zelden)? Nou, je hebt dan de gaven wel, maar je gebruikt ze alleen, als het nodig is en bovendien wil je niet de last op je laden van het opvallend gebruiken van een gave. Want daardoor zou je afhankelijkheden scheppen en die zijn ‑ dat weet je nu ‑ niet zo goed. Alles moet in een natuurlijk patroon, in een soort geestelijke ecologie plaatsvinden.

Het resultaat is dat iemand, die een geestelijke inwijding heeft doorlopen over het algemeen stoffelijk alles heeft wat hij nodig heeft, maar nimmer overdaad. En dat hij enerzijds wel degelijk precies weet wat zijn rechten en plichten op menselijk gebied zijn, maar anderzijds deze steeds verwaarloost omdat hij een andere visie heeft op het leven.

Bij de volledige inwijding, indien die geestelijk is verlopen als genoemd, krijgen wij dus te maken met mensen die afstandelijk zijn, die leraarschap doorgaans proberen te vermijden, die overmacht beschikken maar weigeren die te gebruiken, die anderen wel degelijk helpen en dienen, maar altijd zo onopvallend mogelijk. En die daarnaast in alle dingen zoveel betekenis zien dat ze samenhangen kennen die voor anderen absoluut niet op te merken zijn.

Hoe moet je dit als een stoffelijk resultaat samenvatten? Misschien kun je dat het best zo zeggen: iemand, die een geestelijke inwijding heeft doorgemaakt, is niet wereldvreemd, maar hij is onverschillig. Een dergelijke persoon beschikt over vele vermogens en krachten. Hij is in staat om aanvallen ‑ zowel geestelijke als meer stoffelijke ‑ met weinig moeite af te weren. Maar in vele gevallen zal hij aan zichzelf denken en zich realiseren dat het belangrijker is om een bepaalde rol te spelen in het geheel, een bepaalde functie te vervullen dan het eigen ik onbeperkt te beschermen met gevolgen die niet geheel stoffelijk zijn, maar die toch met het stoffelijke lichaam samenhangen.

Een geestelijke inwijding begint gewoonlijk, wanneer tenminste de 16‑bladige lotus via het chakra is opengebloeid. Wanneer de inwijding is voltooid, zal het voorhoofdchakra voor tenminste ¾ geheel open zijn. Dat wil zeggen, dat geestelijke zintuigen dus een veel grotere invloed hebben dan voorheen, Men kan beter krachten ontvangen en uitstralen dan bij een normaal mens gewoonlijk gebruikelijk is.

Wordt de inwijding met concrete mystieke belevingen bekroond, dan betekent dit vaak dat ook het kruin‑ of topchakra zich begint te openen en dat dit ook weer 3/4 tot geheel geopend is wanneer men enige tijd op deze wijze heeft geleefd. Dan is er geen mogelijkheid meer voor u om u te onttrekken aan astrale werkelijkheden.

U kunt dan gebruik maken van astraal‑dubbel, van levenslichaam wat u maar wilt. U bent kortom in staat om elk deel van uw wezen, inclusief de geestelijke delen, afzonderlijk te gebruiken en uw gehele aandacht daarin tijdelijk te centreren.

Voor de waarnemer zou dat kunnen betekenen dat u zo nu en dan in een periode van daadloosheid vervalt waarin u maar voor u heen zit te staren om dan opeens op te staan met allerlei briljante ideeën of met een energie die men u nooit zou hebben toegedacht. In die schijn­ bare rustperiode bent u op een ander niveau actief. Doordat U geeste­lijke voertuigen evengoed kunt gebruiken als het stoffelijke voertuig is het mogelijk om het stoffelijke lichaam te laten rusten. U kunt dus met zeer veel bewuste geestelijke activiteiten (uittredingen e.d.) rustig verder gaan, terwijl het lichaam zich ontspant en herstelt. Belangrijk is, dat u in al deze gevallen zelf harmonisch blijft.

Een harmonie, die geestelijk bestaat en wordt beleefd, straalt uit naar het stoffelijke lichaam. Het geeft u een grotere recuperatievermogen, minder ziekten e.d. en tevens een weten dat niet meer in alle gevallen is onder te brengen in menselijk weten.

Wil men over kennis beschikken, dan kan men een groot gedeelte daarvan aflezen uit het gemeenschappelijke bovenbewustzijn of zelfs de gemeenschappelijke bovenbewuste herinnering die men ook wel de Akasha Kroniek noemt. U heeft dus vele mogelijkheden.

Een eindconclusie is niet te trekken. Elke vorm van geestelijke inwijding betekent het open bloeien van een persoonlijkheid met zeer specifieke kwaliteiten en eigenschappen. De manier waarop ze wordt beleefd heeft mede te maken met de achtergronden die men heeft gehad. Iemand, die in zijn jeugd veel met occultisme te maken heeft gehad, zal over het algemeen de verschijnselen die hij ontmoet vertalen in termen van het oude occulte.

Iemand, die kerkelijk is geweest, zal het eerder vertalen in de termen van engeltjes en duiveltjes. Zo kunnen we door gaan.

Het gebruik van krachten is eveneens gebonden aan de voorgeschiedenis, want u heeft een bepaalde karakteristiek. U bent menselijk het product van erfelijke karaktereigenschappen, geestelijk ingelegde versterking van eigenschappen, daarnaast herinneringsvermogen en eventueel op de achtergrond nog incarnatieherinneringen. Als u die allemaal bij elkaar voegt, dan ontstaat er iets wat evenmin te dupliceren valt als een vingerafdruk. Volkomen gelijk kan het niet zijn. De manier waarop u vertaalt, de wijze waarop u dit uiterlijk beleeft, is dus zeer afhankelijk van uw voorgeschiedenis en uw achtergronden op aarde en eventueel in vorige stoffelijke levens.

De geestelijke belevingen worden voor een groot gedeelte mede bepaald door de hoogst bewuste trap die je geestelijk hebt bereikt. Het is het hoogst geestelijke bewustzijn dat bepalend is voor alle coördinatie ten aanzien van geestelijke processen en ontwikkelingen die je doormaakt. Ook hier is de uiting individueel en is er geen algemene norm te trekken.

Als ik in deze inleiding dit enigszins heb gedaan, dan is dit alleen omdat de door mij genoemde symptomen en de door mij aangeduide trappen van ontwikkeling zo vaak voorkomen dat ze voor de meeste mensen doeltreffend zullen zijn. Het betekent niet, dat ze voor allen gelijk en altijd doeltreffend zijn.

Tenslotte nog dit, als u zoekt naar geestelijke inwijding, zult u haar vaak niet vinden. Maar als u zoekt naar iets wat u goed noemt, naar vrede of harmonie en dus niet op uzelf gecentreerd bent, zal een geestelijke inwijdingsprocedure zich veel eenvoudiger en sneller kunnen afspelen.

Als u zich laat verblinden door bepaalde kwaliteiten die u ontwikkelt door gebeurtenissen (al is het maar dat u geesten ontmoet of zelfs uw droomleven) dan zult u daardoor veelal uw eigen ontwikkeling tijdelijk afremmen. Aanvaard deze dingen eenvoudig alsof ze erbij horen en ga verder. De geestelijke inwijding kan niet alleen worden afgemeten aan de stoffelijk waarde en de waarderingen. Ze is een geheel eigen proces met kosmische betekenis.

Ten laatste: een mystieke beleving kan niet gereproduceerd worden. Een mystieke beleving is een innerlijk proces waarbij geestelijke voertuigen mede een rol spelen. Daar u dit niet verstandelijk kunt omschrijven, is het ook niet mogelijk een redelijke verklaring te geven of uitdrukking te geven aan het gehele proces van het mystieke beleven.

Als u daarmede rekening houdt, dan zal het voorgaande u misschien kunnen helpen om bepaalde fasen van de, geestelijke ontwikkeling bij uzelf te onderkennen. Zo dit het geval is, zouden misschien ook de laatste drie regels u van dienst kunnen zijn om dit proces zonder stokken te laten voortgaan.

 

 


 

SLOTREDE.

Geestelijke inwijding is een gebeuren, niet een omschrijfbaar iets. Wanneer diep in jezelf labyrinten openbreken en je wanhopig, als een rat misschien, door het labyrint naar uitwegen zoekt, als je toch weer in jezelf een vrede of een kracht vindt, steeds weer in jezelf een verbetering vindt, dan gebeurt er iets, dan verandert je wereld. Wij allen ‑ of we willen of niet, weten of niet ‑ zijn op weg naar een geestelijke inwijding. Want wij groeien. Wij worden niet groter of machtiger. Maar kleiner wordend in onze wereld zien wij gelijktijdig die wereld veel meer als een geheel, als een organisme. Wij beseffen onze eigen functie in het geheel steeds beter. Daarom kan ik zeggen dat in verhouding hier een groot aantal aanwezigen reeds bezig is met een geestelijke inwijding die min of moet bewust wordt doorleefd. De anderen maken die eveneens door.

Laten wij niet denken aan een geestelijke inwijding die iets aparts is, iets voor de enkeling. Het is een deel van het proces van leven. Niemand kan de totaliteit leren bevatten voordat hij zover is gegroeid dat hij leert de eenheid met het geheel te ervaren en het een‑zijn der dingen zelf te beseffen.

Onze werkelijkheid groeit naarmate ons besef groeit. Naarmate ons besef groeit kijken wij meer door de uiterlijkheden heen; worden wij wijs. En naarmate wij wijzer worden, leren wij de onbelangrijkheid der uiterlijkheden beseffen en in de innerlijke versmelting vinden wij dan het antwoord op alle dingen.

Dat uiterlijkheden soms een soort merkteken daarvan zijn is bijkomstig. Want uw wereld, hoe belangrijk ze ook voor u is, is niet veel meer dan een kort vertoeven in het motel Aarde voordat u weer terugkeert naar uw thuis dat de werkelijke wereld omvat.

De vragen, die u zich stelt, zijn begrijpelijk. Maar de werkelijk­heid is een andere.

In u leeft de eenheid. In u leeft de kracht. In u en vanuit u werkt het besef. En naarmate u minder uw beperkte persoonlijkheid van heden op de voorgrond stelt en meer probeert op te gaan in het geheel, zult u zich meer bewust worden van deze krachten in u.

Geestelijke inwijding is een deel van het proces van leven. De stoffelijke kentekenen ervan zijn bijkomstig. Het geheel van een in­wijding wordt altijd weer gedragen door het vermogen om gewoon als mens zolang je mens bent menselijk te leven, je niet onttrekkend aan delen van het mens‑zijn maar bewust mens zijnde anderen te dienen door datgene wat je als mens bent en kunt zijn.

Aan het einde van alle dingen staat de oplossing van alle vragen. Geestelijke inwijding betekent dat je ophoudt vragen te stellen en in de plaats daarvan leert waarmaken wat je bent.

Vanuit welke leerschool u ook begint eens komt het ogenblik, dat u op eigen benen moet staan; dat u het zelf moet doen; dat u het zelf moet waarmaken. Geen Meester kan dit voor u doen. De Meester kan u een weg tonen. U moet hem gaan.

De Meester kan u een kracht tonen. U zult haar moeten aanvaarden, ontwikkelen en gebruiken voordat ze werkelijk betekenis heeft.

Groeien naar de ontspannen vrede, de ontspannen harmonie waarin u deel kunt zijn van alle dingen zonder uw mens‑zijn te ontkennen, lijkt mij het belangrijkste van alle dingen voor hen die de geestelijke inwijding verder nastreven.

Sta mij toe te eindigen met de hoop uit te spreken dat het u gegeven moge zijn uw geestelijke werkelijkheid te zien als een integrerend deel van de taak die u heeft ten aanzien van anderen. Laat mij daaraan toevoegen, dat enige nostalgie naar uw beperkte zijn van vroeger dwaasheid is, want in dat verleden past u niet meer.

Droom ook niet van uw toekomst. Daarvoor bent u niet groot genoeg op dit ogenblik. Wees uzelf in het heden en probeer de kracht te beseffen die in u woont.

Hiermee, vrienden, dank ik u voor uw aandacht. Ik wens u toe de innerlijke kracht en wijsheid waardoor u uit het doolhof kunt overgaan naar werelden van vrede die u kracht geven om meer en beter mens te zijn.

 

 

 

 


 

 

WENST UZELF EEN VOORDRACHT VAN GENE ZIJDE BIJ TE WONEN  ---  DAT KAN

OP 20 JANUARI 2009 OM 20.00 UUR GAAT ER EEN NIEUWE REEKS VAN MAANDELIJKSE SPIRITUELE BIJEENKOMSTEN VAN START

o.l.v. Gene Zijde.

Vervolgens iedere derde dinsdagavond van de maand om 20.00 uur.

Telkens zal er een onderwerp aan bod komen dat gelinkt is aan de huidige situatie op aarde.

Er wordt ook een mogelijkheid gegeven tot vragenstelling aan Gene Zijde.

Afsluiten van de avond door een begeleide meditatie.

Vooraf telefonisch inschrijven is noodzakelijk

Via het nummer 00 32 (0) 3 252 74 70

 

 


 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

15-12-08

BEWUSTZIJNS VERNAUWING & VERRUIMING.

VERNAUWING EN VERRUIMING VAN BEWUSTZIJN.

Het bewustzijn van een mens bevat een aantal verschillende factoren. De relatie tussen deze is bij waakbewustzijn, dus zoals u nu bent, over het algemeen nogal summier. Wij kennen in het waakbewustzijn de z.g. onderbewuste beïnvloeding, de bovenbewuste beïnvloeding en de geestelijke beïnvloeding.

Als je alleen tot Jezelf beperkt blijft, dan treed je toch een geheel nieuwe wereld binnen. In een dergelijk geval zullen we dan niet spreken van verruiming van bewustzijn maar van vernauwing. Want wat is er gebeurd?

In plaats van je bezig te houden met de verschillende werkelijkheden waartoe je behoort, ben je in feite teruggevallen op een stukje van je persoonlijke inhoud. Het is duidelijk dat een dergelijke vernauwing, vernauwing van bewustzijn, wonderlijke gevolgen kan hebben. Denk maar eens aan de LSD‑trip. Ik weet, dat dit als bewustzijnsverruiming wordt aanbevolen, maar dat is maar zeer beperkt juist. Wat gebeurt er namelijk?

LSD, sterk verwant aan de vergiftigingsverschijnselen van moederkoren, is een betrekkelijk eenvoudige vergiftiging waardoor de relatie met de wereld buiten je, de werkelijkheid, wordt verbroken. Je ontvangt nog wel indrukken, maar je kunt ze niet meer geheel aan de werkelijkheid verbinden.

In de tweede plaats heb je de neiging om binnen te treden in een soort fantasiewereld. Het is je eigen innerlijk met de daarin bestaande spanningen, onevenwichtigheden, problemen, maar evengoed met alle gloriedromen die er zijn. Het ene ogenblik voel je je opgenomen in een kosmisch bewustzijn, het volgende ogenblik echter worstel je door een duistere stroom vol dreiging. Een dergelijke beleving kan je t.a.v. je eigen persoonlijkheid vele dingen laten erkennen.

Het is duidelijk dat een mens die zijn eigen onderbewustzijn of een gedeelte daarvan heeft beleefd dit gemakkelijker naar zijn waakbewustzijn kan overbrengen en daardoor een zekere beheersbaarheid heeft gekregen over een innerlijke wereld die hij eigenlijk eerst niet baas kon, omdat hij niet in staat was ze te zien en te kennen, Als ik dus zeg. Dit is bewustzijnsvernauwend, dan moet u niet denken dat ik daarmee het nut of het gevaar van LSD op enigerlei wijze onderschat.

Nu kennen wij ook bewustzijnsverruimende middelen. Ik wil niet een van de meest bekende hier vermelden, want dan krijg je te snel dat men zegt; Laten wij het ook eens proberen.

Er is een cactusvrucht, de peyote die als ze op de juiste manier wordt gebruikt, de mens inderdaad afsluit van zijn eigen wereld. Maar in tegenstelling tot wat LSD doet legt ze geen verband met een eigen innerlijke wereld maar brengt hem eerder in contact met werelden die van astraal of laag‑geestelijk karakter zijn. Het zijn vaak ook lichtende werelden. In een dergelijke wereld kun je a.h.w. buiten de tijd treden. Je kunt de dingen gemakkelijker overzien. Je kunt betekenissen gemakkelijker begrijpen. Vooral kun je ook bepaalde spanningen, die door onbegrip ontstaan, teniet doen.

De peyote werkt dus, vanuit ons standpunt althans, bewustzijnsverruimend. Ze heeft echter het nadeel dat dit alleen kan gebeuren, terwijl er een verhoging van de bewustzijnsdrempel heeft plaatsgevonden waardoor men zich van de eigen wereld ternauwernood bewust is.

In die periode kun je wel bepaalde rituele of gewoonte dingen doen. Je kunt echter niet bewust denken. Je kunt ze ook niet bewust variëren. De werkelijkheid is een innerlijke geworden. Je kunt echter die innerlijke werkelijkheid wel delen met anderen die onder een soortgelijke beïnvloeding staan. Dit is iets typerends voor het effect van werkelijke bewustzijnsverruiming.

Er is een totaal nieuwe of een aanmerkelijk verscherpte beleving. 0nze beleving ligt op een niveau, dat door anderen gelijk of tenminste vergelijkbaar wordt ervaren, als ze van soortgelijke middelen hebben gebruik gemaakt.

Het zal u duidelijk zijn dat ik hier middelen heb aangestipt, omdat ze in deze tijd nogal veel worden gebruikt en omdat de meeste mensen zich eigenlijk niet helemaal realiseren wat er daarmee gebeurt. Het wil niet zeggen, dat je je bewustzijn niet kunstmatig kunt verruimen of vernauwen door zuiver concentratie. Ook dat is mogelijk.

Als wij te maken hebben met een trance‑toestand, dan is er in zekere zin sprake van een bewustzijnsvernauwing. Er is namelijk geen plaats meer voor de eigen persoonlijkheid of slechts een zeer beperkte plaats. Daarvoor worden andere factoren in de plaats gezet. De reactie op zui­ver lichamelijke beïnvloeding is eveneens gemodificeerd (ze is niet nor­maal) terwijl daarnaast een ontvankelijkheid voor of een verbondenheid met een andere wereld kan ontstaan, waarin dan toch allerlei grotere krachten zich zouden kunnen manifesteren.

In gevallen van diep‑trance is het zelfs mogelijk dat de persoonlijkheid zich geheel naar een andere wereld of naar een andere plaats in de stoffelijke wereld begeeft, terwijl het lichaam op dat ogenblik in feite wordt gemanipuleerd door anderen. Ook hier heb je dus een redelijke benadering.

Toch kun je zeggen dat een trance‑toestand op vele manieren kan worden veroorzaakt. maar zelden door middelen, dus door chemicaliën of natuurproducten. Het is eerder een kwestie van psychische beïnvloeding. Dat kan hypnose zijn, al of niet optische, vermoeidheid. Het kan zelfhypnose zijn. Het kan het resultaat zijn van bepaalde concentratie‑oefeningen. Hier krijgen we dus iets wat vergelijkbaar is met wat ik heb gezegd over de peyoti, want de communicatiemogelijkheid met de normale wereld blijft bestaan. Alleen ‑ en dat is nu het nadeel – als de trance voldoende diep is, dan is er een zeer beperkte overdracht en dus een zeer beperkte herinnering aan al hetgeen er in de trancetoestand is gebeurd. Een voordeel heb je ook daarbij in de trancetoestand is de eigen geaardheid altijd mede bepalend voor de gebeurtenissen en voor de mogelijkheden.

Wanneer wij ons bezighouden met meditatie‑ en concentratie‑oefeningen, dan worden we eigenlijk ook geconfronteerd met een vernauwing van bewustzijn. Maar een vernauwing van bewustzijn kan overgaan in een verruiming van bewustzijn.

Als ik mij concentreer, dan sluit ik alles uit behalve. Eén object, één gedachte, één onderwerp. Ik probeer voor mijn hele wereld ongevoelig te zijn. Deze ongevoeligheid kan zover gaan dat lichamelijke beroeringen niet meer worden gevoeld; dat ook harde geluiden in de omgeving eigenlijk niet meer bewust worden geconstateerd. Er zijn gevallen bekend van mensen, die in een dergelijke toestand zelfs door een brand, die rond hen woedde, niet werden gestoord. Wat gebeurt er?

Je brengt je bewustzijn terug tot één enkel punt. Maar dit punt is niet het werkelijke doel. Je zoekt de wereld daar achter. Door je eigen wereld a.h.w. te herleiden tot één enkel punt heb je een brandpunt geschapen. Vanuit dat focus zijn dan indrukken, die daarmee gereleerd zijn, uit een desnoods kosmische wereld te ontvangen.

Het zal u duidelijk zijn dat concentratie en meditatie in zekere zin erg nuttig kunnen zijn voor een uitbreiding van het bewustzijn. Je leert andere werelden kennen, je leert nieuwe gevoelsinhouden maar ook nieuwe inzichten vinden die je wel degelijk ook in je eigen wereld later kunt gebruiken.

Als we het hebben over bewustzijnsvernauwing, dan behoeven we niet eens zover te gaan dat we denken aan geestelijke oefeningen, aan meditatie en dergelijke. Ik heb mij laten vertellen dat bij heel veel mensen televisieseries, als Dallas een bewustzijnsvernauwing tot stand brengen. Hier gaat men zozeer op in een illusiewereld dat de werkelijke wereld pas met een schok wordt ontdekt op het ogenblik dat er weer reclame komt of dat een omroeper aankondigt dat er nu de een of andere minister zal gaan spreken. Op dat moment wordt een lichte weerzin t.a.v. de eigen wereld plotseling kenbaar. Dit resulteert over het algemeen dan in t.v.‑snacks, een drankje of een gesprek. Op de achtergrond blijft de zwartheid van alle daden in hogere en rijkere kringen nog enige tijd voortwoekeren.

Dit is natuurlijk een wat lachwekkend voorbeeld. Maar wanneer u naar een bioscoop, een theater of een concert gaat, dan zijn er ogenblikken dat u zozeer opgaat in hetgeen er geboden wordt dat u daardoor van uw eigen wereld a.h.w. vervreemdt. Dit vervreemdingseffect kan natuurlijk alleen innerlijke belevingen teweeg brengen. Wij hebben dan ongeveer hetzelfde als met LSD, de eigen fantasiewereld wordt levendig. Ze projecteert gevoelens en eventueel beelden of inhouden.

Het is echter evengoed mogelijk dat muziek een sleutel wordt. Dat wil zeggen, dat ze ons brengt op een punt waarop wij gevoelig gaan worden voor andere delen van onze persoonlijke werkelijkheid. Vooral voor de meer geestelijke delen. Denkt u niet dat dit alleen beperkt is tot muziek of schouwspelen. Het is evengoed mogelijk bij beeldhouwwerken, schilderstukken. Het kan zelfs in de natuur voorkomen, als u gewoon kijkt naar het gedrag van een libelle of de drukte van een paar mieren. Het is gewoon een door je eigen werkelijkheid heenbreken.

Wat is nu de grotere werkelijkheid waartoe de bewustzijnsverruiming ons toegang verschaft? Men denkt dan over het algemeen aan werelden die een beetje op de menselijke lijken, aan toestanden van Zomerland compleet met zangkoren, bergen, parken, kleine huisjes en misschien ook de mogelijkheid ergens een neut te nemen. Dat laatste zie je voorkomen bij mensen die wel goed hebben geleefd, maar toch teveel neuten op hun zang hadden. De geestelijke werkelijkheid is iets anders. Misschien kan ik het zo zeggen.

Als u een caleidoscopisch beeld ziet, dan kunt u dat beeld steeds veranderen. maar de deeltjes blijven hetzelfde. Zolang u nu alleen maar één deeltje ziet, zult u geen patroon herkennen. Een geestelijke werkelijkheid bevat echter vele deeltjes. Het zijn werelden met elk hun eigen invloed, hun eigen kracht. Je behoort ertoe, je bent er deel van, maar je bent normalerwijze als mens er niet van bewust.

Als je nu een bewustzijnsverruiming ondergaat, treed je binnen in een werkelijkheid waarin niet alleen de stoffelijke maar ook vele geestelijke en buiten de tijd liggende factoren plotseling hun werk tonen in je bestaan, maar evengoed in relatie met al het andere. Het resultaat is, dat je je eigen wereldbeeld gaat veranderen. 0 zeker, je keert weer terug tot tot je eigen vlak, maar je hebt nu het gevoel dat er een betekenis is. En veel van hetgeen zinloos leek, krijgt nu juist inhoud omdat de begrenzing van je leven opeens een andere vorm van je bestaan representeert. Je erkent a.h.w. de geest van jezelf en van het andere en dat is dan wat wij noemen, de bewustzijnsverruiming. Het is dus het doordringen buiten de norm van je eigen bestaan. Omdat dit heel vaak gebeurt op grond van allerlei stoffelijke voorstellingen die niet in de realiteit als zekerheid kunnen bestaan (religie e.d.) noemt men den dergelijke vorm van beleven soms mystiek.

Mystiek is aan de ene kant op grond van onbewezen stellingen komen in een toestand waardoor de zin van het geheel je duidelijker wordt en je, teruggekeerd, al datgene wat je daarvan kunt behouden weer vertaalt in de termen van je onbewezen stellingen.

Mystiek kan nog verder gaan. Mystiek is namelijk ook het zien van verschijnselen en het vinden van een verklaring, een betekenis daarvoor, die niet evident is en niet feitelijk aantoonbaar.

Als ik u iets vertel over b.v. het leven in andere Melkwegstelsels, dan zoudt u dat mystiek kunnen noemen. Het behoort namelijk voor uw wereld niet tot datgene wat constateerbaar is. Maar datgene wat ik daarover vertel en wat een relatie zou hebben met uw eigen zonnestelsel en uw wereld, zoudt u ten dele kunnen constateren. Ik wil niet zeggen dat het voor mij mogelijk is om dat ook inderdaad te doen. Ik wil hier geen voorbeeld geven van de mannetjes uit de een of andere nevel als Andromeda en dan zeggen; Dat betekenen ze dus voor uw zonnestelsel. Maar invloeden van buitenaf treden wel op.

Die invloeden zijn constateerbaar. Als ik tegen u zeg dat er op dit moment nog steeds een rood‑periode loopt, dan kunt u de schouders ophalen. Toch bestaat die rood‑periode en ze komt vreemd genoeg tot uiting in het niet‑rationeel maar meestal het emotioneel bepaalde gedrag van vele mensen. Dat kunt u om u heen voortdurend constateren. U kunt het misschien ook, als u eerlijk bent, in uw eigen persoonlijke benadering van de dingen vaststellen. Als u dat doet, dan moet u mij niet kwalijk nemen als ik zeg dat dat mystiek is.

Als ik een kenbaar verschijnsel heb en vind daarvoor een niet‑rationele verklaring, dan heet dat mystiek. Nu zou dat een kwestie kunnen zijn van fantasie, natuurlijk. Maar stel nu eens dat er een kenvermogen is dat veel verder gaat.

Als je God ontmoet, dan is dat een mystieke beleving. Maar wat is God? Dat weet je niet. Er is een invloed die je als zodanig benoemt. Maar je kunt haar ondergaan. Je kunt er een absolute rust en vrede in kennen of ‑ wat even vaak voorkomt ‑ je kunt daaruit plotseling een gevoel krijgen van een taak of van een zending, dan wel krachten uit verwerven. Die God blijft mythos. Voor jou is de beleving werkelijk. Indien iets van die kracht, iets van de zinrijkheid van die roeping of zending, iets van de vrede van de beleving je bij blijft, dan is dat ook stoffelijke gezien ‑ realiteit.

Dan kunnen we niet zeggen, dat er in een dergelijk geval zonder meer een bewustzijnsvernauwing is opgetreden. Integendeel, er is een bewustzijnsverruiming opgetreden. Maar wij beschikken niet over de stoffelijke mogelijkheden om dat juist te uiten, om dat goed te omschrijven. Dan zouden we onze stoffelijke toestand in dit geval als een bewustzijnsvernauwing moeten beschouwen. Vanuit een geestelijk standpunt is dat ook volkomen waar.

Geestelijk bestaan er zoveel factoren die stoffelijk niet zijn weer te geven dat, wanneer je terugkeert tot de beperking van het stoffelijke denken, het stoffelijke, redeneren, je dit inderdaad als een bewustzijnsvernauwing ervaart. Voor u zal ongetwijfeld bij het betreden van onze werelden het omgekeerde het geval zijn.

Terug naar onze oefeningen met de werkelijkheid van de mens op aarde.

Bewustzijnsvernauwing. Een aardig voorbeeld daarvan heeft u gezien de laatste tijd in het gedrag van de Sovjet‑Unie nadat een passagiersvliegtuig werd neergehaald. Men meent, dat hier opzettelijk wordt gelogen. Dat is niet waar. Maar degenen, die de verklaringen afgeven, kunnen eenvoudig de feiten niet zonder meer accepteren. Zij moeten op de een of andere manier zichzelf rechtvaardigen. Dus zal alles wat die rechtvaardiging in de hand werkt voor hen waar zijn, ook als de feiten het tegendeel schijnen te bewijzen.

Dat is precies hetzelfde wanneer er iemand bij u komt, misschien is het u wel eens overkomen, die heeft gezegd. 'Gelooft u aan God?' U hoeft dan geantwoord; Dat is een vraag waar ik geen antwoord op weet. 'Gelooft u dan aan de Here Jezus?' 'Nu ja, hij heeft misschien wel bestaan, maar zeker is het niet.' 'Hoe kunt U dat zeggen" Dat God is, staat in de bijbel. Dat de Here Jezus heeft geleefd, staat in de Evangeliën.' Dan kunt u zeggen. Bewijs het mij dan. 'Maar het Evangelie is het bewijs. Dat bijbelboek is het bewijs dat God bestaat.' Wat kun je dan zeggen? Bewustzijnsvernauwing. Onvermogen om in te zien dat de bewijsvoering die men gebruikt eigenlijk een cirkelredenering is. Het onvermogen om in te zien dat men zich bezighoudt met zaken waaraan men alleen maar een gevoelswaarde kan verbinden, maar niet zoals men pretendeert een rationele verklaring en daarmee het recht tot rationele uitwerking van regels, wetten en voorschriften.

Hetzelfde is ook; Nederland is een democratie. Heeft u dat al gehoord? Heeft u het ook ervaren? 0, niet? Misschien is degene die zegt dat Nederland een werkelijke democratie is iemand, die aan bewustzijnsvernauwing lijdt. Dat geldt eigenlijk voor alle landen. Werkelijke democratie kan namelijk niet bestaan in een gemeenschap die veel groter is dan maximaal 10.000 mensen. Boven dat aantal wordt het altijd op de een of andere manier een autocratie.

Die autocratie kan zich dan vermommen als een bureaucratie, een technocratie, een dictatuur of hoe dan ook. in feite is er een kleine klasse die beslist. Als je dat nu niet kunt aanvaarden, heb je last van bewustzijnsvernauwing. Op het ogenblik dat je zegt; Hij heeft gelijk en het moet veranderen, zou dat eveneens een vorm van bewustzijnsvernauwing kunnen zijn. Want een werkelijke democratie is niet mogelijk in een grote gemeenschap, al is het maar omdat niet in elke beslissing allen in voldoende mate gekend kunnen worden.

Een representatieve democratie zoals u die kent is geen democratie, omdat niet kan worden gekozen voor degene die men werkelijk voor zich de juiste representant zou vinden, maar omdat moet worden gekozen uit een aantal personen die men niet kent, behorende tot groepen die wel een programma verkondigen maar van wie men nooit weet of ze het uitvoeren. Denkt u even na!

Bewustzijnsverruiming is, inzien dat in een gemeenschap als de uwe een werkelijke democratie in feite onmogelijk is. Dan kom je verder. Want dan kun je je gaan afvragen wat is werkelijk, wat is zinrijk? Op het ogenblik, dat werkelijkheid en zinrijkheid samen een beeld vormen niet alleen van datgene wat je bent maar ook van je relatie met de wereld, is er sprake van een bewustzijnsverruiming.

Nu zijn er mensen die zeggen; Maar er zijn toch zoveel middelen, laten we eens een beetje hasj nemen. Dat is in Nederland de laatste ontwikkeling. Vroeger at men haché. Dat had een andere lucht.

Hasj is inderdaad in zoverre bewustzijnsverruimend dat het een tijdelijke prikkeling van het waarnemingsvermogen veroorzaakt. Hierdoor ontstaat er een uitgebreidere, maar wel selectief uitgebreidere visie op de werkelijkheid. Dit betekent een intensifiëring van een aantal belevingen, een intensifiëring van bepaalde gevoelsmatige reacties en gelijktijdig een veranderd besef van je mogelijkheden of prestaties.

Als je dit bekijkt, dan zeg je; Ja, bewustzijnsverruiming in beperkte zin. Inderdaad, je ziet een aantal dingen die op aarde werkelijk zijn. Je beleeft een aantal mogelijkheden die de mens lichamelijk ontzegd blij­ven, ofschoon zo door andere wezens op aarde (bepaalde insecten, bepaalde dieren) wel worden ervaren. Maar gelijktijdig wordt je besef van je eigen ik, de werkelijke zin en betekenis daarvan, verminderd. Bewustzijns­vernauwing. Het is dus niet zo gemakkelijk dat we kunnen uitroepen. Dit is de verruiming van alle bewustzijn en dat is de vernauwing.

Er zijn arcane scholen die in staat zijn u werkelijk binnen te leiden in de realiteit van een kosmos waar leven leven opvolgt, waarin de verschillende werelden en toestanden elkaar afwisselen. Op het ogenblik echter, dat u deze leringen, gebruikt om uw belevingen op aarde te veranderen zonder dat u de betekenis van deze verandering beseft, is er sprake van een bewustzijnsvernauwing.

Iemand, die kan uittreden tot in de hoogste sferen en niet in staat is zijn stoffelijke werkelijkheid te overzien en te beheersen, lijdt zeker ten aanzien van zijn stoffelijk bestaan aan een bewustzijnsvernauwing, niet een verruiming. Misschien zou ik daarover nog veel meer moeten zeggen, maar zo nodig kunt u nog daarop terugkomen.

Er zijn zeer veel andere zaken waarbij je mat deze factoren te maken krijgt. Wat te denken van b.v. schuldbesef, zonde? Ze kunnen bewustzijnsverruimend werken, ongetwijfeld. De zonde door de erkenning van onjuistheid. Het schuldbesef door de erkenning van eigen falen en daardoor het vinden van een weg waardoor het eigen slagen waarschijnlijker wordt. Maar op het ogenblik, dat u alleen over uw zonden blijft rouwen en dat u uw schuld voortdurend blijft koesteren in het diepst van uw wezen als een bitter zeer, dan helpen ze u geen steek.

Het is namelijk zo, dat werkelijk verkeerd handelen niet alleen door u als zodanig wordt beseft, maar dat het ook in feite consequenties moet hebben. Zijn die consequenties er niet, dan is de vraag of het slecht is alleen bestaand in uw denken. Men kan zeggen; Er staat geschreven; Gij zult niet........ Het is opvallend dat in deze wereld de nadruk zolang heeft gelegen op; gij zult geen onkuisheid plegen, terwijl men 'gij zult niet doden' liever vergat. Tegenwoordig schijnt men beide geboden evenzeer aan zijn laars te lappen.

Waar het om gaat is. wat is zinvol? Wat is werkelijk? Op het moment dat u begint te protesteren tegen atoombewapening, vraag ik mij af, Is dit nu een verruiming of een vernauwing van het bewustzijn? Ik mag dan mijn mening geven. Het is een stoffelijke zaak.

Ik ben van mening dat elke mens, die ‑ al is het maar om grotere zekerheid voor zichzelf of anderen te scheppen ‑ bijdraagt tot de mogelijkheid dat de wereld wordt vernietigd daarmee in feite onjuist handelt.

Als hij/ zij dit niet beseft, dan vloeit daaruit voort dat ten aanzien van deze vernietigingswerkelijkheid een bewustzijnsvernauwing is opgetreden. Ik zou u vele voorbeelden van dien aard kunnen geven.

Je kunt geen zaken zonder meer heilig verklaren. Er bestaat niets op deze wereld dat onaantastbaar heilig is. Op het ogenblik, dat je dat be­gint te doen, vernauw je je bewustzijn omdat je alle andere factoren ter­zijde zet.

Als er mensen zijn die een nieuwe wetenschappelijke ontwikkeling afwijzen omdat ze niet strookt niet hetgeen zij zijn, kennen, doen en hebben geleerd, dan is er vaak sprake van een oprecht verzet maar tevens van een bewustzijnsvernauwing.

Als men de vernieuwer zonder meer aanvaard, en verheerlijkt, dan is er sprake van precies hetzelfde. Als men bereid is een bepaalde ontwikkeling op zichzelf te beschouwen en in haar resultaten en mogelijkheden te beoordelen, komt men tot een reële benadering. Als men dan daarin mogelijkheden en consequenties ziet die ook stoffelijk ten dele te verwezenlijken zijn, mag worden gesproken van een bewustzijnsverruiming. Uw hele wereld ‑ of u het gelooft of niet ‑‑ is gebaseerd op bewustzijnsvernauwing; op het eenvoudig terzijde stellen van gegevens die men wel kent; op het terzijde stellen van een innerlijk weten dat men gewoon ontkent of wegpraat door daar eventueel geheiligde uitspraken of bevelen tegenover te zetten.

Uw gehele maatschappij kan alleen bestaan door bewustzijnsvernauwing bij het merendeel van haar leden. Bewustzijnsverruiming zal dan ook door zeer velen als iets vijandigs worden ervaren. Zeker, zolang het alleen maar geestelijk is, is het best. Maar u kunt niet tegelijkertijd een geestelijke verruiming ondergaan zonder daarbij ook stoffelijk te veranderen, in uw reactie op de mensen, in uw manier van leven en ook in uw relatie met de werkelijkheid en met de mensen om u heen. U kunt niet dezelfde blijven.

Bewustzijnsverruiming, mijne vrienden, kan niet volstaan met het betreden ven de hoogste werelden. Slechts als de eenheid van het eigen wezen in toenemende mate wordt beseft, daarbij alle geestelijke factoren mede samenbrengend met onbewuste factoren en deze makend tot een deel van het bewuste streven en handelen, is de bewustzijnsverruiming volledig.

U had waarschijnlijk anders verwacht. Dat begrijp ik. Het is veel mooier als iemand zegt dat je door je bewustzijn te vernauwen kunt komen tot een beleving waardoor zoals de hoogste kosmische werelden voor je toegankelijk zijn en de meest lichtende sfeer plotseling kan worden begrepen. Maar als die vernauwing blijft bestaan, dan is de hele beleving niets en niets waard. Eerst als u er iets, hoe weinig dan ook, van kunt meenemen naar uw eigen besef en uw eigen wereld, meer dan alleen maar een emotie, dan is er een werkelijke bewustzijnsverruiming.

De mens die zijn bewustzijn wil verruimen doet er goed aan niet al­leen maar op zoeken in de werelden van de geest, maar wel degelijk ook steeds weer opnieuw zijn eigen wereld te beschouwen, wat daarin gebeurt in de hoop daardoor beter te begrijpen wat de werkelijkheid inhoudt en zo voor zich te vinden wat hij of zij binnen. die werkelijkheid vanuit eigen besef en mogelijkheid mag, kan en moet betekenen.

 

NAREDE.

Wij hebben ons beziggehouden met de verruiming van het bewustzijn. U heeft tamelijk intens, althans het merendeel, naar mij geluisterd. Dit betekende een tijdelijke bewustzijnsvernauwing.

Dat ik het op deze manier formuleer is in de hoop dat u daaruit zult begrijpen dat noch bewustzijnsvernauwing, noch bewustzijnsverruiming zonder meer en afzonderlijk bezien kunnen worden en dat u eveneens zult gaan inzien dat het niet erg is, als je bewustzijn soms is vernauwd, indien daaruit maar een verruiming van het bewustzijn op een ander niveau voortvloeit. Uit is het meest belangrijke wat ik u kan zeggen.

Zij, die alleen naar bewustzijnsverruiming streven, zullen ontdekken dat zij door hun streven in die richting aan de andere kant in toenemende mate tekort zullen schieten. Zij, die een bewustzijn te zeer vernauwen, zullen hetzij in dit leven of daarna ervaren dat ze vele dingen hebben verwaarloosd, die voor hen en voor hun bewustzijn van het grootste belang waren.

Al deze onderwerpen zijn niet te zien als punten die elk op zich benaderd en beschouwd kunnen worden. Uw geestelijk leven wordt beïnvloed door uw stoffelijke leven. Haar uw stoffelijk bestaan is en wordt beïnvloed door hetgeen u geestelijk bent en door dat deel van uw geestelijk besef dat u stoffelijk kunt uitdrukken.

De vorm waarin die uitdrukt wordt door de meesten als het belangrijkste gezien. Het gaat minder om de vorm dan om de intentie, want de intentie is iets wat in u leeft. Het is de uitdrukking van de kracht in u. En als ze onjuist is, geeft ze aan welke beperkingen u nog zijn opgelegd. Daarom is het zeer belangrijk dat u in uw leven ‑ of u nu zoekt naar een bewustzijnsverruiming of op sommige punten misschien een vernauwing van bewustzijn ondergaat ‑ altijd de intentie van uw eigen denken, leven en streven op de voorgrond stelt. Wat u daarbij verder doet, is van minder belang, De daden vloeien voort uit een totaal schema, een totaal plan.

U kunt vele daarvan beïnvloeden en veranderen, maar u kunt het totale verloop niet beïnvloeden en veranderen. Daarom is het zo belangrijk dat u leert de wereld te aanvaarden zoals ze is. Uzelf te aanvaarden zoals u bent en uit uw innerlijk de kracht te putten die u nodig heeft om beter volgens uw besef datgene waar te maken wat u voelt wat uw wezen en de zin van uw bestaan is.

Op deze manier zult u de grens, die ligt tussen het hoog geestelijk beseffen en het stoffelijke verstand en het denken verzwakken. Naarmate die grens zwakker wordt, zult u meer kunnen opgaan in een geestelijke eenheid waarin alle zin is vertegenwoordigd.

Uw besef zal beperkt blijven. Maar de beperking van dit besef zal langzamerhand kunnen verdwijnen. Zonder dit beperkte besef echter zult u niet bewust verder kunnen gaan en zult u zelfs bij een volgende incarnatie of in een geestelijk bestaan worden beperkt tot de normen die u nu uzelf heeft gesteld.

Ik hoop dat hiermee de zin van het onderwerp en de betekenis ervan duidelijk onder woorden is gebracht. Alleen op deze wijze wordt u waarlijk bewust van datgene wat u in wezen allang bent.

 

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

11-08-08

Het EGO in de ruimste betekenis v/h woord.

HET EGO IN DE RUIMSTE BETEKENIS VAN HET WOORD.

Ego is een besef. Ego is gebaseerd op denken. Waar geen besef ‑ in welke zin dan ook ‑ en geen denken mogelijk is, daar kunnen wij dus niet van ego spreken.

De mens heeft een ego. Dat ego is opgebouwd uit een groot aantal laagjes. U zou van sommige mensen kunnen zeggen, dat zij ‑ gezien hun ego gelamelleerde lammelingen zijn. Want elk laagje van het "ik" vertegenwoordigt een bepaalde sfeer, een bepaalde persoonlijkheidsinhoud, een zeker aantal geestelijke en stoffelijke capaciteiten. Dat wij hier lamellen als vergelijking gebruiken. is te danken aan het feit, dat men bij bepaalde transformatoren de kernen pleegt op te bouwen uit verschillende dunne, voorgevormde laagjes metaal, die op elkaar worden gestapeld; daaromheen bevindt zich dan de spoel.

De spoel, die ons ego bij elkaar houdt, kunnen wij goddelijke Kracht, Kosmos of al‑leven noemen. Dat betekent, dat elke lamel (dus elk deel van het ego) gelijktijdig door dezelfde kracht wordt gevoed en a.h.w. in stand gehouden. Maar als mens heb je daar weinig aan.

Sommige mensen houden ervan om in de eerste plaats naar het SuperEgo te kijken. Zij hebben kennelijk het denkbeeld gevormd dat je met super sneller opschiet. Maar waarom zouden wij ons zo'n alomvattende voorstelling maken, indien wij nog niet eens in staat zijn om met het eenvoudige begrip "ik" en de facetten daarvan, zoals die in de materie naar voren komen, uit de voeten kunnen komen? U zult mij dus hopelijk vergeven, dat ik eerst een ogenblik aandacht wijd aan de stoffelijke aspecten, die mij indertijd dan ook wel het meest hebben gefascineerd.

Het "ik" is in de eerste plaats voor de mens een aantal stoffelijke mogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn erfelijk bepaald. Men heeft dus een aantal karaktereigenschappen, die te danken zijn aan de zuiver materiele structuur van het lichaam, de functies daarvan, de wijze waarop het lichaam functioneert. Daarin bevindt zich het bewustzijn. Dat bewustzijn valt weer uiteen in onderbewustzijn, dagbewustzijn en bovenbewustzijn

In ons dagbewustzijn scheppen wij een beeld van ons "ik" dat niet aan de feiten pleegt te beantwoorden. Wij doen dit, omdat wij ‑ beïnvloed door het onderbewustzijn en misschien ook door de erkenning van bepaalde bovenbewuste waarden ‑ voelen dat wij meer zijn dan wij schijnen te zijn. Wij doen alsof wij datgene zijn wat wij nog niet zijn in de hoop, dat een ieder ons ego zal respecteren. En dat gebeurt dan niet. Wij worden dan heel erg boos, en ons ego gaat ons parten spelen.

In het onderbewustzijn liggen een groot aantal ervaringen opgeslagen. Deze ervaringen bepalen de relatie tot de wereld. Maar aangezien de mens de wereld vanuit zich beoordeelt als een onveranderlijke waarde, waarin hijzelf het belangrijke middelpunt is, betekent dit dat alle spanningen, alle angsten, alle begeerten, alle erkenningen, die in het onderbewustzijn geregistreerd zijn een rol zullen spelen in het beeld dat wij ons stoffelijk van ons ego maken.

Ik heb vaak van mijzelf gedacht dat ik een heel knappe jongen was. Maar dat bewees juist dat ik bepaald nog niet knap genoeg was, anders had ik meer kunnen beseffen omtrent mijzelf. Velen van u lijden aan hetzelfde euvel. U beoordeelt uzelf aan de hand van hetgeen u graag wilt zijn in de ogen van anderen. Dit nu is nimmer uw ware "ik". Het is hoogstens het masker dat u draagt, omdat u terugschrikt voor de werkelijkheid.

Dan hebben wij het bovenbewustzijn. Het bovenbewustzijn kan worden omschreven als het totaal der kosmische impressies en het totaal van het menselijk denken in ons afgedrukt voor zover wij daarmee harmonisch kunnen zijn. Dit zal voor sommigen veel, voor anderen weinig zijn. Het is in ieder geval weer een besef, een inhoud, een aantal voorstellingsmogelijkheden en ‑ omdat wij die niet redelijk kunnen uiten ‑ ook de aanleiding tot een groot aantal gevoelens. Deze kunnen wij dan weer verwerken als deel zijnde van het "ik". Maar op het ogenblik, dat het ego zijn stoffelijk voertuig zou verlaten, verandert de relatie met de wereld en ook de "ik"‑voorstelling. Indien het bovenbewustzijn nu de juiste waarden heeft geregistreerd, ontstaat er vanuit het bovenbewustzijn wederom een "ik"‑omschrijving.

Stel: Ik is besef. Een besef waarmee ik mijzelf omschrijf in relatie tot mijn wereld. Dan volgt hieruit dat ik elke wereld die ik ontmoet zal erkennen volgens datgene wat ik weet te zijn of veronderstel te zijn. Mijn relatie tot de wereld zal gelukkig zijn, indien al datgene wat ik omtrent mijzelf veronderstel juist is. Veronderstel ik veel verkeerde dingen omtrent mijzelf, dan zal mijn wereld mij verkeerd voorkomen en voel ik mij voortdurend belaagd en in de knel. Een probleem, waarmee men vooral te maken krijgt, als men overgaat van een betrekkelijk lage sfeer naar een iets hogere. Ik hoop niet dat u beledigd bent, als ik eraan toevoeg dat dit ook een van de grote problemen is bij de overgang van de mens. Zomerland kent dus een relatie‑besef ten aanzien van de wereld, dat als "ik" wordt omschreven.

Als wij verder gaan en vorm en wereld hun betekenis veranderen dan kunnen wij stellen, dat de voertuigen die wij hebben steeds zullen zijn aangepast aan de sfeer of wereld, waarin wij vertoeven. Maar dat neemt niet weg, dat het wederom ons besef van de relatie met onze wereld is, waardoor voor ons het "ik"‑begrip wordt gedefinieerd. En dit staat mij dan toe om reeds nu enkele conclusies over het ego te trekken:

le. Het "ik" zijnde een voorstelling is een begrips‑ of besefs­waarde, die wel van het leven afhankelijk is, maar daarvoor niet bepalend kan zijn.

2e. Alle waarden, die ooit als "ik"‑besef in mij kunnen bestaan, vormen tezamen de werkelijkheid, die ik ben in het goddelijk Geheel. Daarmee komen we dan aan het probleem, dat ik zo‑even al enigszins heb aangesneden in mijn vergelijking van het "ik" van de mens als bestaan­ de uit vele lagen, die elk een afzonderlijk "ik" schijnt te zijn. Het is een wat filosofische opzet, maar ik geloof dat ze desalniettemin de over­weging toch waard is.

Het totaal van mijn wezen reageert op de goddelijke Kracht. Het is niet mogelijk dat één deel van mijn "ik" anders reageert of meer reageert dan de andere delen. Indien goddelijke Kracht optreedt, zo is die ‑ voor mij althans ‑een gelijktijdige kracht die elk deel omvat, waaruit het "ik" opgebouwd blijkt te zijn. Dan zijn dus alle voertuigen, mogelijkheden en middelen van het "ik" gelijktijdig en volledig aanwezig in elke beleving van het Goddelijke, ofschoon het besef van de beperkte mens of de beperkte geest zich zal uitdrukken (ook ten aanzien van de totale ervaring) in de termen van die wereld, die hij nu als zijn wereld beschouwt en daarmee het ook toepassend op zijn betrekkelijk en beperkt "ik"‑begrip. Misschien wat moeilijk als je het zo zegt, maar op zich lijkt mij de zaak nogal eenvoudig.

Dat wij allemaal illusies koesteren omtrent onszelf zal voor u zeker geen nieuwe tijding zijn. Dat wij daarnaast weten ‑ ook al geven wij het niet graag toe ‑ dat wij over onszelf nogal eens misvattingen koesteren, is eveneens naar ik meen een uitgemaakte zaak. Maar als een bepaald deel van het ego in één wereld wordt gedragen door een voorstelling, welke niet aan die wereld beantwoordt, dan betekent dit nog niet dat de eigenschappen van dat deel van het ego, die worden verondersteld en niet feitelijk bruikbaar blijken, niet in andere delen van het ego aanwezig zullen zijn.

Nu kom ik met een heel gemeen trucje. Wij weten dat indien wij uitgaan van het voorbeeld van de transformator, de aanwezigheid van een magnetisch veld, ontstaan door de loop van de stroom in de wikkeling in één lamel, tevens betekent het ontstaan van een gelijkvormig en ge­lijksoortig magnetisch verschijnsel in alle andere lamellen. Hetgeen ver­taald betekent: indien in één deel van 't totale "ik" de goddelijke Kracht een werking tot stand brengt, zo zal deze merkbaar en kenbaar zijn in alle verschillende afdelingen, waarin het "ik" voor ons kenne­lijk nog verdeeld is. Dan kan op grond van het totale "ik" al wat wij over onszelf denken in b.v. de stoffelijk wereld volledig juist zijn, maar wij kunnen dit niet tot uiting brengen, omdat wij onze relaties stellen met de materiële wereld en niet met de kosmische wereld, waar­in die eigenschappen een werkelijkheid zijn.

Ik geloof, dat dit een ogenblik is om even adem te scheppen en te zeggen: ik ben toch niet zo slecht als ik dacht, want dat volgt hieruit.

Wanneer wij goddelijke Kracht ontvangen, dan ontvangen wij die voor alle voertuigen. De mogelijkheden voor die Kracht, die in het "ik" zijn gelegen, bestaan echter in elk voertuig op een andere wijze. Want de manier waarop wij die Kracht gebruiken, wordt bepaald door het begrip dat wij hebben van onze wereld en daarmee ook van onszelf. Op het ogenblik, dat het begrip van ons eigen "ik" kosmisch wordt en dus het totaal van alle denkbare sferen en werelden omvat, kunnen wij gelijktijdig op elk niveau elke kracht uiten, die door het Goddelijke in ons wordt geïnduceerd. De kwestie is dus niet, dat het "ik" zich zoveel dingen voorstelt die er niet zijn. De moeilijkheid is eerder, dat het "ik" in zich waarden beseft die kosmisch bestaan, maar die het door zijn beperkt begrip van eigen "ik" en wereld niet kan hanteren; waarvan dus de waarde, de mogelijkheid en de betekenis ervan niet door het "ik" beseft wordt. Ik meen, dat dit een troost kan zijn.

Indien wij dus komen tot een juister besef van wat wij zijn, dan zullen wij ook alle krachten, die voor het "ik" maar mogelijk of denkbaar zijn (en dat is meestal nog veel meer dan wij aan onszelf plegen toe te schrijven) daadwerkelijk kunnen gebruiken. Het is onze innerlijke groei, die bepaalt wat er gebeurt.

Nu wij even ademgehaald hebben en ontdekt dat wij niet zo slecht zijn als wij dachten, moeten wij gauw weer terug naar de voor velen vaak wat droevige stoffelijke werkelijkheid.

Als anderen een voorstelling van u hebben, die niet met de feiten strookt ‑ en dat komt nogal eens voor ‑ dan voelt menigeen zich daardoor beledigd. Waarom? Omdat men niet zeker is van zichzelf anders zou men zich niet beledigd voelen. Men heeft eens gezegd, dat zij die het best kunnen vechten het traagst zullen zijn, indien het erom gaat een gevecht te beginnen. Zo kan men zeggen dat de mens, die zeker is van het leven, de kracht en de waarden die in hem bestaan, niet de behoefte heeft om dat "ik" erkend te krijgen; hij weet dat het er is.

Besef dus eerst maar eens wat u bent. En als u dan ontdekt dat anderen misbruik van u maken (dat is ook iets wat regelmatig gebeurt), dan moet u wel onthouden dat niemand misbruik van u kan maken, zonder dat u zelf eraan meewerkt.

Heel veel mensen zeggen: Ik ben veel te goed. Nu, dat komt zelden voor. U bent namelijk niet te goed. U bent te lui, te schuchter of te weinig overtuigd van uw inzichten om uw houding definitief te bepalen. Maar dat is door uw eigen schuld; daar kan toch niemand iets aan doen.

Natuurlijk is het ook wel zo, dat u vaak dingen wilt in de wereld, die u juist niet kunt krijgen.Het is als met een spelletje poker. U heeft drie heren in handen. U wacht op de vierde heer en die komt niet. Er wil misschien nog een vrouw komen of een klaveraas, maar geen heer. En dan krijgt u zo het gevoel dat het niet loopt zoals het moet. Maar dat komt, omdat u dan denkt in termen van vier azen, vier heren, vier vrouwen, vier boeren. Maar u kunt toch gewoon een flush hebben (5 kaarten van dezelfde kleur), als u tenminste weet wat poker is. Een ideaal spel om veel erbij te verliezen. Als u gewoon een twee, een drie, een vier, een vijf en een zes heeft, wie doet u wat? Daar kunnen al die viertallen niet tegenop.

Het gaat er dus niet om, dat wij alle hoge waarden bij elkaar krijgen of dat de wereld alle hoge waarden erkent en ze ons toeschuift. Het gaat er doodgewoon om dat wij een samenhangende reeks krijgen, die harmonisch is, die tot hetzelfde beeld, tot hetzelfde teken, tot dezelfde trilling behoort. Misschien is het wel goed, als degenen die bezig zijn zich te beklagen over al wat van hun in de wereld wordt miskend, zich realiseren dat het vaak komt, omdat zij hun eisen verkeerd stellen. U moet gewoon beginnen met kleinigheden. Maar wel zorgen, dat die kleinigheden bij elkaar passen, dat zij op elkaar aansluiten. Dan komt u tenslotte tot iets wat voor het "ik" het best bereikbaar is. En wat meer is: omdat u harmonisch bent, bent u een ieder de baas. Want een ego is niet alleen maar het centrum van waaruit u de wereld beschouwt of datgene wat bepaalt wat u in de wereld kunt zijn. Een ego geeft vooral de mogelijkheid om een volledige harmonie op te bouwen met een bepaalde wereld. Maar een harmonie met één wereld betekent (denk aan wat ik u heb verteld over die inductie van de goddelijke Kracht) een harmonie met alle werelden.

Een tegenwerping, die hier vaak wordt gemaakt (ik zal die van tevoren maar beantwoorden, dat is gemakkelijker voor u) luidt dan: Maar wij weten niets van die andere werelden!

Mijn antwoord is: Dat haal je de drommel! Als je dat wist, zou je niet zijn wat je nu bent! Maar of je de dingen nu bewust of onbewust doet, ze zijn er toch. Als er een stofje naar uw oog toe komt, dan ziet u dat niet bewust, maar u knippert. Daardoor voorkomt u vaak dat het vuiltje uw oog bereikt. Als er iets in het oog is gekomen, produceert u traanvocht en u zit met de ogen te knipperen, of u een signaal aan de gehele wereld zou willen geven. Doet u dat bewust? Zegt u: Ik heb een vuiltje in mijn oog, dus moet er traanvocht komen en dus moet ik knipperen? Wel neen, U doet het vanzelf. Dat gebeurt gewoon op een niveau waarop u het zich niet realiseert totdat u denkt: hé, mijn oog traant; ik heb een vuiltje in mijn oog.

Zo gaat het nu met het "ik" ook. Er gebeuren zoveel dingen, die u helemaal niet beseft en eigenlijk ook niet eens behoeft te beseffen. Ze zijn gewoon functioneel. Als u de functionaliteit nu maar voorop stelt en aanvaardt, dan kunnen al die onbekende waarden van de tota­liteit, die "ik" genoemd kan worden, rustig in uw leven tot uiting komen.

U moet niet denken dat u een ego ‑ zeker niet in al zijn aspec­ten ‑ kunt omschrijven. Als je een poging zou doen om de zaak in hoofd­stukken in te delen, dan krijg je zoiets als een ouderwetse roman be­staande uit 744 delen, elk deel van tachtig bladzijden en verdeeld in vier hoofdstukken met tintelende titels als: 'Toe zij door het leeuwen­park de graaf bereikte." En dan krijgen wij:

le hoofdstuk: Hoe het kosmisch "ik" deel is van de goddelijke Kracht.

Daarover kun je veel zeggen. Maar als je een waarheid zegt, begrijpt niemand die, tenzij hij zichzelf heeft leren ken­nen; en dan behoef je het hem niet meer te vertelleng want dan weet hij het.

2e hoofdstuk: Hoe het "ik" in harmonie met verschillende werel­den tot een beeld van zichzelf komt. Nu, dat wij allemaal verbeelding hebben, vooral als het ons­zelf betreft, weet iedereen. Over de andere werelden weet men bij de mens weinig. Ik geloof dus, dat wij ook dit rustig kunnen overslaan.

3e hoofdstuk: Hoe wij tot vormbesef ontwaakt, trachten af te dalen in de werelden met gekristalliseerde vormen. Een heel mooie titel, die niets anders zegt dan: Als je hebt geleerd dat er kan worden gedacht in verschillen en in vor­men, krijg je de behoefte te leven in een wereld, waarin je die dingen als vaste waarden kunt hanteren en ze niet door jezelf kunnen worden veranderd. En dan kom je in de stof‑

4e hoofdstuk: Op het ogenblik, dat een wereld als werkelijkheid wordt aanvaard, aanvaardt ook het "ik" zichzelf als een werkelijkheid naar de eigen voorstelling en tracht de wereld daaraan te onderwerpen. Nu, dat kent ook iedereen.

5e hoofdstuk. Dit zou misschien kunnen heten: Het gaat mis. Het "ik" gaat de mist in, en de wereld gaat niet mee. Dat is ook een heel duidelijk hoofdstuk. Want :wij denken, dat wij door ons bestaan de wereld beheersen, omdat wij in de ont­wikkelingsgang, dat hebben doorgemaakt. Nu komen wij in een wereld waarin dat niet gaat en dan worden we ontzettend nij­dig op de wereld. Wij begrijpen niet, dat het onze eigen schuld is; dat wij ons aan die wereld moeten aanpassen. En 'als wij ons aanpassen, dan rekenen wij ons dat als een verdienste aan en zien wij het niet als een logisch uitvloeisel van ons bestaan. Ik zou zeggen: deze hoofdstukken omschrijven al voldoende waar het om gaat.

Dan kun je zeggen: Maar hoe zit dat menselijk "ik" dan in elkaar? Er zijn toch relaties tussen mensen.

Inderdaad, relatiegeschenken worden ook gegeven. Ze zijn als vo­gels die hun uitverkorenen een steentje komen brengen.

De relaties tussen mensen zijn gebaseerd op de erkenning van delen van het eigen "ik" in anderen. Dit klinkt natuurlijk erg hatelijk. Maar het is zo, dat wij in ons denken omtrent wat wij zijn, wat wij zouden kunnen zijn, zouden moeten zijn, onze gevoelens omtrent onszelf, dingen ervaren die wij bij een ander herkennen. Op grond daarvan ontstaat er wat ren noemt harmonie of contact, dat van de meest grof‑stoffelijke vorm tot de meest fijn‑geestelijke contacten kan leiden. In die contac­ten verrijken wij de inhoud van het "ik". Wij komen dus tot een betere definitie van het ego, maar wij benaderen niet ‑ zoals men wel eens denkt ‑ de werkelijkheid van het ego van een ander. Dat is alleen mo­gelijk voor zover er gelijkvormigheid bestaat. Vandaaruit krijg je dan de opgang, zoals dat heet.

Als ik mijn "ik" voldoende besef om het bestaan van een "ik", verschillend van het mijne, harmonisch te kunnen aanvaarden, dan komt er een ogenblik,waarin naar buiten toe die tweeheid als eenheid functioneert. Dat betekent, dat vanaf dat moment elke relatie met de buitenwereld voor beide delen dezelfde is. Zo ontstaat er een aantal referentiemogelijkheden, erkenningmogelijkheden voor beide delen, die identiek zijn. Op grond daarvan komen zij er langzamerhand toe hun verschillen te definiëren. Zijn die verschillen gedefinieerd, dan bevat het ego dus een bewuste erkenning, waarbij de delen elkaar volledig hebben geaccepteerd en een werkelijke versmelting daardoor een feit is. Dat is iets wat de mensen zich moeilijk kunnen voorstellen, vooral omdat op aarde die dingen meestal op een emotioneel vlak geschieden. Maar het is toch werkelijk waar.

Dan moeten wij ons natuurlijk afvragen: Wat gebeurt er als zo'n twee‑eenheid is ontstaan?

Naar buiten toe is het één "ik". Binnen zijn het twee "ikjes", die langzaam maar zeker zo gelijk worden, dat ze geen verschil meer maken tussen zichzelf en de ander. Zij gebruiken elkaars krachten en specialiteiten als deel van zichzelf. Van een wat wonderlijke geestelijke Siamese tweeling begint het langzaam te vergroeien tot een paar cellen in eenzelfde organisme. Vandaaruit is dan ook de mogelijkheid om te reageren groter.

Een samengesteld "ik" kan op verscheidene niveaus gelijktijdig bestaan, omdat het ene "ik" b.v. Zomerland‑bewust kan zijn, terwijl het andere "ik" gewoon stofwereld‑bewust is. Dan vloeien de bewustzijnsvormen niet door elkaar heen, maar zij bestaan naast elkaar in een volledige sequentie van beleving. Dan krijg je iemand, die in twee werelden gelijktijdig actief is. Hij zal op aarde vaak iets doen, omdat dit vanuit het Zomerland‑besef noodzakelijk is. Omgekeerd zal hij in Zomerland vaak ingrijpen of iets doen, omdat dat vanuit stoffelijk besef belangrijk of noodzakelijk is. Er zijn meer van die "ikjes" dan men zich gewoonlijk voorstelt.

Een ego, dat de absolute top bereikt (de eeuwigheid), zal volgens mijn bescheiden mening, ik ben natuurlijk wat dat betreft nog lang niet een expert ‑ niet een enkelvoudig "ik" zijn Het zal waarschijnlijk een meervoudige "ik"heid zijn, die zich in de eeuwigheid als eenheid gedraagt. Het is een harmonie.

Er is eens iemand geweest, die heeft gezegd, dat het grote Ik, waarvan wij allen deel zijn, God is. Zodra wij in die God tot een bewuste aanvaarding zijn gekomen van alle anderen die er bestaan worden wij vanzelf één geheel. Hij zei dus, om het vrij te vertalen, dat de som van alle bestaande "ik"heden tezamen werkend in harmonie God is; ofwel dat God identiek is met de harmonische uitdrukking van alle "ik"heden die denkbaar zijn in het bestaan.

Dit is iets wat mij soms wat te ver gaat. Ik vind het wel mooi om te versmelten en opgelost te worden in de eeuwigheid, maar voordat ik in dat goddelijke kopje thee verdwijn, zou ik toch willen verzoeken het roeren even te staken, want ik vind mij nog interessant. Misschien overkomt ook u dat. Laten we ons maar niet teveel bezighouden met dergelijke theorieën.

Een andere vraag is: Hoe zit het nu, als in je persoonlijkheid verschillende delen van het ego tot een harmonie komen. Dat is ook mogelijk. Dan beginnen wij maar weer met een heel eenvoudige kwestie.

Als een daad vergeleken kan worden met een kiezelsteen en ik laat die kiezelsteen vanaf een hoogte van één centimeter vallen, dan doet hij niets. Als ik daarentegen hoog in een toren klim en ik laat hem vallen van een hoogte van honderd meter, dan zou hij voor iemand, die daaronder door loopt een behoorlijke buil of een schedelkwetsuur kunnen betekenen. Anders gezegd: als ik een kracht in mij heb, terwijl er een besef is van een hoger deel van het ego, dan zal ik vanuit dit hoger ego met dezelfde substantiële kracht een veel groter resultaat kunnen bereiken op het laagste niveau waarop ik bewust besta.

Daaruit volgt weer het een en ander. Het is voor een mens misschien wel interessant om daar rekening mee te houden.

1. In mij heb ik, ofschoon vaag omschreven vaak, gevoelens en gedachten, die ik toch erken als een deel van mijzelf. Hoe hoger (voor de materie is dat praktisch identiek met hoe abstracter) en toch emotioneel ervaren deze gedachten en gevoelens zijn, des te gemakkelijker het voor mij moet zijn daarin kracht te zoeken en van daaruit voornamelijk actief te zijn. Dan zal ik met dezelfde inspanning veel grotere resultaten behalen dan met een onmiddellijke stoffelijke poging in dezelfde richting.

2. Een "ik" is natuurlijk, omdat het is samengesteld uit zovele delen die als voertuigen worden beschouwd, gevoelig voor al­le krachten in de kosmos. Hoe komt het dan, dat een mens zo on­gevoelig is? Voor een groot gedeelte is dat, omdat hij niet in staat is bepaalde delen van zijn totale "ik" te laten meespreken in zijn bewustzijn. Dan is het antwoord alweer heel eenvoudig.

Naarmate wij een grotere eenheid bereiken met al datgene waarin wij willen opgaan of waarmee wij ons identificeren, zullen ook stoffelijk de mogelijkheden aanmerkelijk worden vergroot ten aanzien van datgene wat als normaal geldt.

Ik heb dit natuurlijk ook op mijn wijze wel geprobeerd en ik moet zeggen, dat mij het volgende is opgevallen:

Als ik met zuiver stoffelijke belangstelling een schone nakeek en al starende dacht "kijk nu eens om", dan liep ze meestal door en als zij omkeek was het meestal niet naar mij. Maar als ik in een vlaag van verrukking iemand nastaarde ‑ misschien niet eens met enige bij­ bedoeling, mogelijk dat ze mij aantrok omdat ik er iets in beleefde op dat ogenblik ‑ dan dacht ik niet eens "kijk om", maar dan keek ze om. Dan was er een resonans.

Op grond daarvan ben ik persoonlijk tot de conclusie gekomen ‑ zij het na mijn dood, dat wil ik nog erbij voegen ‑ dat wij op het ogen­blik, dat er een resonantie bestaat tussen hetgeen wij innerlijk bele­ven en hetgeen er in een ander bestaat, hetzij als deel van een "ik"­-voorstelling, een verlangen of iets dergelijks, er een resonantie op­treedt waardoor een tijdelijke overdracht van geestelijke waarden, van denkbeelden en zelfs van stoffelijke impulsen mogelijk is. Er zijn natuurlijk mensen, die denken: dat laatste is het leukst. Achteraf bezien echter valt het toch wel tegen. De geestelijke aspec­ten zijn hierbij wel de meest belangrijke.

Als ik verder zo denk over mijn persoonlijke ervaringen, dan ontdek ik dat het voor mij toch wel heel gemakkelijk is geweest om geestelijk snel te stijgen (nu ja, wat je dan snel noemt). Hoe kwam dat? Omdat mijn voorstelling van mijzelf op bepaalde punten volledig vorm had gekregen. ik kende wat waarheden over mijzelf. En wat ik niet zeker wist, daar hield ik mij ook niet al te veel mee bezig. Ik was bereid op basis van wat ik in mijzelf zag te aanvaarden wat er rond mij was en daarmee een relatie aan te gaan. Ik denk, dat dit ook voor u in uw wereld en ook later van belang zou kunnen zijn. Er zijn dingen omtrent uzelf, die u zeker weet. Op het ogenblik, dat u bereid bent om op grond van die zekerheden uw actie in de wereld te bepalen en de reactie van de wereld ‑ voor zover ze niet onmiddellijk volgt op uw eigen actie ‑ eenvoudig te accepteren, beperkt u uw activiteit, uw handelen, uw reageren tot een gebied, waarover u meesterschap bezit, waarin u werkelijk betekenis heeft. Door het aanvaarden van de bijkomstigheden voorkomt u dat u in strijd komt met de wereld, zoals u die ziet. Dat is erg belangrijk en het geeft u de mogelijkheid om u ook bij een wisseling van werelden van uzelf bewust te blijven.

Ga je een stap verder, dan komt natuurlijk ook de vraag op: Zijn dit nu werkelijk alle aspecten van een ego?

De aspecten van een ego kunt u in eigenschappen omschrijven, natuurlijk. En dan zijn er zeer vele, die ik niet heb genoemd. U kunt ook uitgaan van het begrip "ego" zelf; dan heb ik bijna alle aspecten genoemd die van belang kunnen zijn. Ik meen, dat het voor een mens bijzonder belangrijk is dat hij ook ten aanzien van dit ego praktisch blijft. Het is gemakkelijk genoeg weg te dromen in innerlijke hoogheid; het ontwaken komt dan meestal door de laagheden van anderen en dan ben je je hoogheid kwijt.

Ik meen, dat je verstandiger doet om alles wat met het "ik" samenhangt te zien als een theorie; Iets waardoor een verklaring wordt gegeven voor bepaalde innerlijke verschijnselen en krachten, maar dat je met dit "ik" moet werken in de wereld die je kent en niet moet proberen te werken in een wereld die je niet kent. Het is zoiets als mensen die zeggen: Wij gaan in trance om de arme geesten te helpen. Maar die dan in hun omgeving mensen laten omkomen van honger en dorst, omdat zij zo druk werken aan de geest. Kijk, dat past niet. Dat voel je zelf ook wel aan. Dat kun je eenvoudig niet doen. Blijf dus in de eerste plaats bij je eigen wereld.

Dan is er in het "ik" één ding waarvoor ik ook mede door persoonlijke ervaringen ‑ een zekere angst koester, namelijk schuld en schuldbesef.

Ik ben mijzelf. Daar kan niemand iets aan veranderen. Als ik op aarde leef, heb ik een lichaam. Daar kun je uiterlijk misschien wat aan veranderen met plastische chirurgie, maar je kunt de innerlijke samenhangen niet werkelijk wijzigen. Het beeld, dat ik van mijzelf heb, heeft een aantal kernwaarden, die eveneens niet te wijzigen zijn. Zou men die willen veranderen, dan zou men het gehele stoffelijke bestaan teniet moeten doen. Die eigenschappen, daarmee moet ik leven. Maar zij maken niet uit wat ik ben. Zij maken niet uit wat de rechten zijn voor de wereld.

Ik heb in mij dromen, die in de wereld misschien niet waargemaakt kunnen worden. Die dromen kunnen echter wel bepalen hoe ik de kwaliteiten die ik bezit zal gebruiken en in welke richting. Je zult, als je in de stof leeft, met alle pretenties die er te dien aanzien bestaan, heus niet de wereld van het tijdloze kunnen betreden en daaruit werkelijk gegevens volledig naar de stof kunnen terugbrengen. Dat gaat niet. Doe het dan met de gegevens, die a.h.w. doorsijpelen, met de krachten die doorsijpelen. Sta dit deeltje "ik" toe te groeien, totdat het zover harmonisch is met de andere delen van het "ik" dat er voldoende gelijkvormigheid ontstaat en dat kracht uit steeds grotere delen van het totale ego bruikbaar worden op het niveau, waarop het staat.

In de materie leef je met een lichaam; je leeft met een bewustzijn. Dat bewustzijn is ook niet opgebouwd alleen door jezelf. Het is de relatie, die je hebt gehad met de wereld: het feit dat vuur kan branden, dat water koud kan zijn, dat de zon prettiger is dan de sneeuw en dat soort dingen. Als je die ervaringen bij elkaar neemt, dan is het een wereldbeeld. Het wereldbeeld bepaalt wel je neigingen, maar het bepaalt helemaal niet waarvoor je die neigingen gebruikt. Nu is datgene waarvoor je een neiging hebt bepalend voor wat je bent; niet het feit, dat die neiging bestaat.

Alles wat denkbaar is bestaat. Ik vind dat buitengewoon interessant om te horen. Maar voor mij bestaat alleen datgene wat voor mij beleefbaar is. Dan bestaat voor mij bewust alleen nog datgene uit het beleefbare, wat ik voor mijzelf kan omschrijven en kwalificeren. Ik moet uitgaan van mijzelf. Als iemand vertelt dat u 10.000 jaar oud kunt worden, dan kan dat heel erg mooi zijn. Maar als ik nog niet weet waar de fontein van de eeuwige jeugd ligt, dan zal ik er rekening mee moeten houden, dat ik gewoon jaarlijks verouder en dat ik niet kan zeggen: Ach, wat is een eeuw. Ik ben nog in mijn jeugd. Dat is voor een mens natuurlijk wel vervelend. Hij zou graag 10.000 of meer jaren oud worden, maar te denken dat het belangrijk is, is dwaas. De dingen zijn alleen belangrijk, indien ze mogelijk zijn. , Want wat ik beleef, is niet gebaseerd op wat ik zou willen, maar op datgene wat ik ben en wat de wereld voor mij is. Mijn werkelijke waarde en betekenis komen niet voort uit wat ik zou willen zijn, maar uit wat ik feitelijk ben; en dan nog alleen indien ik besef dit te zijn.

Er zijn mensen, die zichzelf grote schoften vinden en toch voor de wereld buitengewoon goed zijn. Er zijn ook mensen, die denken dat zij voor de gehele wereld goed zijn, grotere schoften zie je nergens! Dan is wat zij denken plus wat zij doen datgene wat bepalend is.

Als daar geen harmonie, geen overeenstemming tussen bestaat, schrap ze dan maar rustig weg. Zo is het ook voor u.

Wat in u bestaat, moet u tot uiting brengen. U kunt niet bepalen wat op dit moment en in deze wereld in u is. U kunt uw lichamelijke noodzaken, neigingen, vorm en dergelijke niet zelf bepalen en veranderen. U kunt het totaal van uw levenservaring eveneens niet bepalen en veranderen. U bent geen meester van de wereld. De wereld beïnvloedt u; u kunt haar niet beheersen. Neem dan genoegen met wat u bent en werk met datgene wat u in aanvaarding van wat u bent ziet als juiste gerichtheid.

Kies voor stuwkracht, niet voor uiterlijk ideaal. Kies voor het waarmaken van wat u ziet als werkelijkheid in uzelf, maar zeg niet dat de vorm waarin het tot uiting komt belangrijk is. Het feit, dat u zich waarmaakt is belangrijk. Alleen op deze manier is een harmonie bereikbaar, waardoor op den duur al die schijnbaar gescheiden delen van het totale "ik" een eenheid worden en ten aanzien van de goddelijke Kracht als eenheid worden beseft, waardoor ze in stand worden gehouden en waardoor ze tot bestaan zijn gekomen.

 

 

Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

     

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

 

 

 

 http://www.scribd.com/people/view/31429-rober

 

 

09-06-08

HET ZOEKEN NAAR HET IK.

 
2006_0413schilderijen0008

HET ZOEKEN NAAR HET IK.

De doorsnee-mens houdt zich willens en wetens, soms ook onwetend, zeer veel bezig met zijn eigen persoonlijkheid. Hij probeert dat "ik" te ontleden, te kennen en te rechtvaardigen. Dat hij daarvoor allerhand middelen gebruikt, is duidelijk. Die middelen gaan van het eenvoudige zelfonderzoek en vormen van meditatie tot psychiatrie of wat nog veel erger is leken‑psychologie. Kortom, ze gaan dus van zuiver wetenschappelijke tot zuiver mystieke gronden en waarden. In al die gevallen wordt de mens geconfronteerd met bepaalde tekorten.In de eerste plaats heeft hij een tekort aan objectiviteit. En omdat je niet objectief kunt oordelen over jezelf en je plaats in de wereld, is het ook wel heel moeilijk uit te maken, wie je eigenlijk bent, wat dat ego van je te betekenen heeft.In de tweede plaats heeft de mens de denkgewoonten, die hem nu eenmaal eigen is; d.w.z. hij neemt niet waar, maar hij redeneert; hij trekt geen directe conclusie, maar volgt een logische opbouw. En dat is bij het .zoeken naar het "ik" natuurlijk ook niet helemaal aanvaardbaar, omdat het "ik" volgens menselijke waarden absoluut niet‑logisch is en ook geen logische structuur kent.Een derde bezwaar is het denkbeeld, dat je aan de hand van een gemiddelde iets over jezelf kunt leren. U kent allen wel de vragenlijsten 'van: Houdt u van uw man? Dan is de eerste vraag: Kookt u graag voor hem? Daarna komen er nog 25 vragen en als u uit die 25 vragen in het geheel 80 punten hebt gehaald, dan houdt u van uw man. Zijn het er maar 60, dan moet u zorgen dat u een beetje meer van hem gaat houden. En bent u er nog meer onder gebleven, nu ja, bereidt u dan maar voor op de echtscheiding, want dan is er niets meer aan te doen.Kijk, dat is een vorm van psychologie, die absoluut niet aanvaardbaar is. Elke mens heeft zijn eigen karakter, zijn denkwijzen,. zijn reacties; en we kunnen die reacties niet met een algemene maatstaf meten, We mogen dus zeggen dat elke benadering, uitgaande van een gemiddelde, op zichzelf al fout is Nu ik drie punten heb genoemd, die onjuist zijn, wordt het tijd eens te gaan spreken over het "ik", zoals wij dat zien.Het "ik" of het ego, zoals de mens dit kent, bestaat in de eerste plaats ‑ zuiver stoffelijk – uit verschillende vlakken van bewustzijn. het redelijk vlak, het onderbewustzijn (waarin verdrongen of onvoldoend scherpe indrukken rusten plus vaak ook ervaringen uit het verleden), het bovenbewustzijn (waarin het massabewustzijn tot uitdrukking komt en vaak ook een telepathische indruk van uit de massa op de eenling) en daarboven vinden we dan nog weer een groot aantal geestelijke voertuigen.Het "ik" is dus een zeer complex geheel. En deze complexiteit is niet af te doen met een eenvoudig; "Maar ergens is het een." De mens is nl. in zichzelf verdeeld. Wanneer men bepaalde dingen bewust aanvaardt en goedkeurt, dan kan het nog altijd zijn dat men onderbewust zich ertegen verzet; en in de praktijk blijkt dan ook, dat het onderbewustzijn elke poging om het redelijk aanvaarde in praktijk te brengen ergens gaat frustreren.We kunnen dan verder nog spreken over de moeilijkheden, die er ontstaan, wanneer een mens een geestelijke taak heeft (een taak, die dus uit het niet‑stoffelijke deel van zijn ego voortkomt) en deze op aarde niet kan beseffen. Zo iemand gaat dan op een totaal andere manier leven en denken en zal daarbij zichzelf voortdurend in de wielen rijden om de doodeenvoudige reden, dat hij niet in staat is te begrijpen, dat hij tegen eigen noodzaken en belangen in handelt. Zoals wij het "ik" zien, kunnen we zeggen‑ Het is een soort boom met allerhand vertakkingen. Elke vertakking op zichzelf betekent een vlak van bewustzijn. De meest intense waarde, die voor alle delen van het "ik" van even groot belang is, is de levenskracht. Vergelijk het met de sappen, die de boom door de wortels opzuigt. De verbinding met de kosmos (het heelal) en met al wat daarmee verbonden is, kan worden omschreven als zijnde de wortels. Die verbinding blijft altijd verborgen, want de mens dringt tot een begrip daarvan zelden of nooit door. Wat er overblijft, is het begrip voor de gestalte, die wij als geheel vormen.Ons zoeken naar het "ik" mag niet vastlopen in een poging omdat, "ik" beetje bij beetje te ontleden. We veroorzaken ons er misschien wel veel moeilijkheden door, maar we bereiken niets, want elk deel, op zichzelf kan kunstig en juist ontleed zijn, maar de samenhang, de levende waarde daarin, is alleen in de gestalte van het geheel te zien. Daarom mag voor de doorsnee‑mens worden gesteld;Wanneer u naar het "ik" zoekt, moet u niet uitgaan van de beperkte dingen, die u allen erkent als eigenschappen, of van hetgeen u doet en daarvoor een verklaring zoeken. U moet proberen te zien, hoe u als geheel staat tegenover de mensheid, hoe ü zich als geheel gevoelt in het leven, in de kosmos. Die vorm is veel belangrijker dan alle details.Dan komen we aan het volgende, punt: Op elk ogenblik wordt de mens geconfronteerd met een nieuwe wereld. Hij beseft dat zelf niet, omdat hij zichzelf een continuïteit schept. Wij verbinden toestanden en omstandigheden met elkaar, die in feite maar weinig niet elkaar gemeen hebben. Ik geef een voorbeeld:U bent van huis hierheen gekomen. Thuis was een bepaalde verhouding, een bepaalde toestand. Uw gedrag, uw wijze van optreden was afhankelijk van dat milieu. Uw mogelijkheden worden daardoor beperkt en gelijktijdig ook onderstreept. Nu bent u hier. Dat wil voor u zeggen, dat alles is veranderd. U beweegt zich in een ander gezelschap. U voelt zich gebonden aan andere regels dan thuis. Uw waardering voor vele dingen is anders dan thuis. Alles wat u thuis voorbij loopt, zult u hier misschien zien; en omgekeerd zult u hier blind zijn voor dingen, die u thuis zult opmerken. U heeft dus twee afzonderlijke milieus en twee afzonderlijke belevingen. Wanneer wij dit nu met elkaar verbinden, dan zeggen we. "Ik was zo even thuis en nu ben ik hier". Wat men zich niet realiseert, is de grote verandering die daarmee gepaard gaat. Wij zouden op grond hiervan kunnen stellen:Het "ik" kan niet gedurende het gehele, leven worden bezien in zijn geheel en in zijn volledige betekenis, voordat dit leven is voltooid. De mens, die op aarde leeft, doet er goed aan van moment tot moment zich bij voorkeur hierop baserend ‑ elke wisseling van omgeving die optreedt of elke verandering in de omgeving te bezien en in elk van die momenten voor zichzelf uit te maken wat hij of zij als juist voelt.Dat klinkt misschien wat overdreven. Maar wanneer je naar dat "ik" zoekt en je gaat alleen maar uit van wat je thuis bent, dan kun je nooit dat wat je in de wereld bent en de rest van de wereld benaderen. Ga je alleen uit van een geestelijke bereiking, dan zul je nooit in staat zijn een volledig beeld te krijgen van datgene, wat je buiten die geeste­lijke waarden bent en nog bezit. Daarom is het dus wel nodig, dat we ons elk moment a.h.w. opnieuw bezien, want ons zoeken naar het "ik" (een speurtocht, die vele eeuwen in beslag heeft genomen) is niet alleen ge­baseerd op innerlijke waarden maar ook op uiterlijke. Het is het samenspel van de waarden, waaruit wij bestaan en dat uitmaakt wat wij op dit ogen­blik zijn. Wat we op dit ogenblik zijn, is kenbaar; al het andere niet.Een groot gedeelte van ons werkelijk bewustzijn is als we mens zijn op aarde niet te ontleden. De dingen, die voor ons het meest belangrijk zijn, weigeren wij vaak te beseffen. Een kort voorbeeldWanneer een mens een schok heeft ondergaan, dan zal hij heel vaak de neiging hebben om alles, wat met die schok samenhangt, uit zijn herinne­ringsvermogen weg te drukken. Het is enerzijds de verklaring voor zijn ge­drag, terwijl hij anderzijds de oorzaak ervan (dus de werking) niet wil zien. Resultaat: een rationalisatie, van de eigen persoonlijkheid volkomen vals wordt beoordeeld.We kunnen nu natuurlijk, proberen om liet zoeken naar het "ik" in de tijd na te gaan. Een klein historisch overzicht hoort er altijd bij.De mens voelde zich reeds in de tijd dat hij van een voortbestaan weinig of niets wist, gedrongen zich te ontleden. De eerste poging van de mens om zichzelf te benaderen was gebaseerd op kennis van zijn wereld. Het is hier, dat het eerste priesterdom, de eerste vormen van wijsgerigheid en zelfs van wijsbegeerte naar voren treden. Daarna heeft de mens voldoende besef van zijn omgeving gekregen en gaat hij trachten uit de mensheid als geheel te putten. Denk hierbij eens aan de grote bibliotheken, die soms al in een ver verleden worden aangelegd. Ur b.v. had een bibliotheek van hoofdzakelijk op tafelen gegrifte boekwerken, enz. (dus geen boeken in de huidige zin van het woord), die gezamenlijk toch altijd een 10.000 delen bevatte. Wanneer we denken aan Alexandrië, dan weten we dat dat ruim een half miljoen kostbare boekwerken in vlammen zijn opgegaan. De mens zocht dus uit de mensheid kennis te verwerven omtrent zichzelf; en hij kwam daarbij wel tot een definitie van het begrip "mens‑ zijn", maar de toepassing van dat mens‑zijn op zichzelf kon hij niet vinden.De definitie van mens‑zijn vinden We het aardigst waarschijnlijk bij de nog bekende Griekse filosofen, waarvan er een zei, dat "de mens iemand is, die wordt geleid door de kracht of het lichts de geest (de daemon) in hen, en gelijktijdig in staat is deze leiding te beseffen en te omschrijven." Dat is een variant op iets, dat zelfs Sophokles eens heeft gebruikt in één van zijn meer filosofische toneelstukken.Wanneer we dus begrijpen, dat je de mens als genius wel ongeveer kunt bepalen, maar niet je eigen "ik" daarbinnen, dan wordt hot lastiger om een juiste houding te vinden. Die juiste houding zoekt men dan ook over het algemeen in een aanvulling van de redelijke erkenning en de persoonlijke ervaring. Het is het geloof, dat in vele grote inwijdingsscholen een rol speelt en dat voort tot grote werken als b.v. het Hermetisch geheim enz.De gedachtengang van de zoeker is nu: "Ik moet mijzelf confronteren, niet met mijn wereld maar met een wereld." Het "ik" wordt geprojecteerd in een willekeurige wereld, bevolkt met goden, met geesten en met krachten. Hij heeft daar te maken met weerstanden, die op aarde misschien niet bestaan en die hij eerder door een spel van fantasie dan op andere wijze overwint. Men zou dus kunnen zeggen: De mens stelt zichzelf op de proef. En nu komt er hier iets eigenaardigs naar voren: In al deze inwijdingsgeheimen speelde, zoals u misschien weet, suggestie en ook hypnose en suggestie een belangrijke rol. Men beleefde dus onwerkelijke toestanden onder of door hypnotische suggestie van anderen en werd in enkele gevallen in het absolute duister geconfronteerd met de onophoudelijke werking van eigen denkvermogen. In al die gevallen zal de mens, die op zijn slagen vertrouwt, over alle eigenschappen beschikken; hij zal dus al het noodzakelijke bezitten om de proef te doorstaan. Het lijkt, of men wordt beproefd op moed, op trouw, enz. In feite echter wordt men alleen beproef op de wil tot slagen. Indien die wil groot genoeg is, dan wordt daardoor al het andere tot stand gebracht. Ik geloof, dat we in de moderne tijd bij het zoeken naar eigen persoonlijkheid en de achtergronden daarvan een hele hoop daaraan hebben. Het is bij ons niet zozeer wat we zijn of de manier waarop wij ons gedragen of de eigenschappen waarover we beschikken en de middelen die we kennen, maar wel de wil om te slagen plus een absoluut vertrouwen dat wij slagen wat bepaalt hoever wij komen, geestelijk zowel als stoffelijk.Wanneer men dus naar het "ik" zoekt, moet men er wel degelijk rekening mee houden dat zelfvertrouwen (de erkenning van eigen belangrijkheid en vermogen) voornamer is dan het beschikken over de regeltjes, de kennis en de middelen, die men verstandelijk kan verwerven; want met dat vertrouwen en riet die wil, kan men in elke situatie zichzelf blijven. Met kennis alleen doet men dat niet.We vinden dan vele geestelijke Meesters en godsdiensten. We vinden b.v. Boeddha, die een drieledige leer verkondigt: de uiterlijke loer van de Paden; de verborgen leer van de zeven hoofdwaarden en de drie krachten; en ‑ een typische leer: de leer van het zien van het "ik".Hot zien van het "ik" is bij de, Boeddha. een buiten jezelf staan als daadloze waarnemer. Enige sporen daarvan vinden we nog terug in sommige vormen van yoga, waarbij vooral de z.g. Karma‑yoga en in zekere mate ook Raya‑yoga een aardig beeld geven van de verandering, die deze grote prediker heeft geleerd.Jezus begint met een leefwijze te doceren en deze met wonderen te onderstrepen. Daarnaast, kent hij ook een verborgen leer: de leer van de kosmische krachten of het, Koninkrijk Gods, waaruit een ieder kan werken; iets wat de zuivere magie wel nabij komt. En dan ook een derde leer, die slechts aan enkelen wordt voorgelegd: het één‑zijn met God of met den Vader, wat wederom betekent: een afstand doen van jezelf.Later vinden we kleinere denkers en Meesters, die, ieder op zich proberen het "ik" te formuleren en daarbij soms aardig school maken. We vinden b.v. Ambrosius als volgeling van een groot aantal heidense denkers (vooral Grieken). Hij is eigenlijk een moraal‑filosoof, die ergens concludeert dat het "ik" in Gods hand is en dat je daarbuiten weinig kunt doen. Wat dus wederom inhoudt: een afstand doen van het "ik" als beleefde factor.Wij zien de mystiek optreden, zoals die, b.v. werd gebruikt door Ignatius van Loyola, de stichter van de tegenwoordige Jezuïten‑Orde, zoals u misschien weet. Deze man leert een bepaalde denktechniek, die inderdaad niet alleen voldoende is om handig anderen te overtuigen, maar die een volledige aanpassing van het "ik" in elke omstandigheid mogelijk naakt. Een aanpassing, waarbij kennelijk het eigen "ik" en het geweten geen rol meer spelen, maar alleen de functie van het "ik" binnen een groter geheel. Andere denkers zijn b.v. de humanist Spinoza, om er één te noemen. We kennen von Humboldt, ook een interessante denker. Er zijn er meer. Allen zoeken op hun eigen wijze ergens een definitie te geven. En die definitie is klaarblijkelijk niet van het "ik" als zodanig, maar juist van het zichzelf kennen los zijnde van het "ik". Uit de historie kunnen we wat leren. Je zoekt jezelf te kennen, maar je kunt jezelf niet kennen, voordat je de plaats hebt erkend, die je inneemt in het geheel. Belangrijker dan alles wat je zelf bent of denkt te zijn, is de wijze waarop je in het geheel functioneert.In de laatste tijd heeft de wetenschap verschillende punten van benadering gevonden voor datzelfde raadsel, dat "ik", welke ten slotte wel eens tot een gelijke conclusie zouden kunnen voeren. Want wanneer wij ingaan op de diepte‑psychologie (dus op de poging om het niet‑gekunde in de mens te ontleden), dan staan we ergens steeds weer voor een raadsel. Maar het blijkt dat dat raadsel ‑ al is het niet te omschrijven ‑ wel degelijk is te definiëren; het kan n1. worden gedefinieerd als een volgens eigen bewustzijn al dan niet juist functioneren in de wereld.Nu ik hier heb gepoogd aan de hand van de historie een klein beeld te geven van enkele ontwikkelingen, zou ik graag de praktijk van het geheel eens onder de loupe nemen.De meeste mensen streven b.v. esoterisch; dat is de weg van verinnerlijking. Maar zo vraag ik mij af: Wanneer je in jezelf doordringt, zoek je in jezelf dan eigenlijk niet naar de symbolen voor datgene, wat je begeert te zijn, in plaats van naar datgene, wat je werkelijk bent? En ik meen zelfs, dat de meeste esoterici zich in feite bezighouden met symbolen. Symbolen van eigen wezen weliswaar, maar die niets te maken hebben met hun huidig "ik"en met de huidige harmonie van dat "ik", maar slechts met een omschrijving van bepaalde delen en functies ervan, zoals zij die gaarne zouden willen zien. Daarom kunnen we zeggen:De esoterie op zichzelf kan een mooi middel zijn ter scholing van verschillende eigenschappen ‑ ook geestelijke ‑ die de mens nu eenmaal bezit. Het kan zelfs een middel zijn om met de meer geestelijke vlakken van het "ik" in contact te komen, maar als middel tot zelfkennis is het wat onbeholpen. Indien we in plaats daarvan nu eens alleen maar de vraag stelden: Wat ben ik voor anderen? dan geloof ik dat we veel verder zouden zijn. Want wat wij voor anderen en voor de wereld zijn, dat kunnen we herkennen aan datgene wat die wereld voor ons is. Hier spelen onze bedoelingen, onze rationalisaties, onze onbewuste drijfveren e.d. niet een rol. De wereld reageert op wat wij zijn; en vergeet niet, dat die wereld daarbij net zo goed op de innerlijke als op de uiterlijke mens reageert. Wat de gevoelens, waarmee je geladen bent, worden vaak scherper beantwoord dan de woorden, die je gebruikt. En je daden worden heel vaak niet beoordeeld naar hun verdiensten, maar naar de manier waarop je ze hebt gesteld. Wanneer u zich dat nu eens goed voor ogen houdt, dan zult u ook begrijpen, dat de mens in de praktijk dus in de eerste plaats moet afgaan op het antwoord, dat de wereld geeft op zijn persoonlijkheid. De wereld is de spiegel, waarin je iets van je ware wezen kunt zien.En dan ga je naar de vraag toe: Maar als ik dan langs de innerlijke weg niet verder kom, waarom zou ik dan esoterisch streven? Ik geloof, dat het antwoord niet is gelegen in zelfkennis. Men zal zich heel vaak in de esoterie begeven, zoals ik al heb gezegd, om zichzelf te leren kennen; en dat is fout. De esoterie is iets anders. Het is een praktijk, waarbij de integratie van eigen persoonlijkheid kan worden bereikt. Het is dus mogelijk een overeenstemming te bereiken tussen bewustzijn, onderbewustzijn, bovenbewustzijn plus alle daarboven gelegen geestelijke waarden. Je kunt die dingen a.h.w. gelijkschakelen, zodat ze als één eenheid reageren; maar dat wil nog niet zeggen, dat je jezelf kent. Wanneer u weet, hoe u een lamp moet indraaien om licht te krijgen, dan weet u nog niet, hoe elektriciteit tot stand komt. En als u een elektriciteitscentrale hebt en u kunt die bedienen, dan weet u nog niet wat het wezen der elektriciteit is. En wanneer u het wezen der elektriciteit hebt erkend, voorzover dat met menselijke middelen mogelijk is, dan weet u nog steeds niet, waar de oerbron is, waaruit de baanverwisseling van elektronen (waarop de elektriciteit nu eenmaal berust) is voortgekomen. Begrijp dus goed: u kunt nooit iets definitief omschrijven.Wanneer u uw wezen door de esoterie integreert, wanneer u verder die geïntegreerde persoonlijkheid, zoveel mogelijk in overeenstemming met uw kennis, in de wereld projecteert, dan zult u aan de hand daarvan een beeld terugkrijgen, dat volgens u misschien erg onjuist en onrechtvaardig is, maar dat op dit ogenblik veel dichter bij uw werkelijke betekenis komt dan iets anders. Bij het speuren naar het ware "ik" moeten we niet zoveel afgaan op onszelf. We moeten afgaan op anderen; en dan niet alleen op mensen, want dieren, planten, zelfs stenen kunnen op ons reageren. Hun wijze van reageren op onze persoonlijkheid is a.h.w. een bewijs, dat we in de wereld een betekenis hebben. Het is de betekenis van ons wezen, die ons ware "ik" uitdrukt.Ja en dan komen we natuurlijk weer aan die grote vraag: Hoe zit ‑hot dan met al die paranormale vermogens, welke je al dan niet kunt bezitten? Ik heb eens een geval meegemaakt van iemand, die helderziend was. Hij vroeg. "Hoe kan ik nu weten, of ik iets werkelijk hoor of dat ik het mij verbeeldt? Mijn antwoord was: Wanneer u duidelijk een stem hoort, die u altijd gelijk geeft, dan spreekt u alleen met uzelf. Wanneer u een stem hoort, die u altijd ongelijk geeft en soms nog een goede raad, dan spreekt u met uw onderbewustzijn. Wanneer de stem geen rekening houdt met uw denken en uw wezen en soms met uw mening strokende, soms daaraan tegengestelde waarden geeft, dan mag u aannemen dat het iets kosmisch is.Daarmee heb ik dan meteen iets gezegd over het "ik". Wij willen onszelf graag bevestigd zien als goed; maar die bevestiging kunnen we onszelf nooit geven. Aan de andere kant willen we graag wijzen op onze fouten en onze onvolkomenheden. Het is de uitvlucht, waarmee we alles kunnen ontgaan, wat op schuld zou kunnen lijken. Dat waren dus die twee stemmen, waarover ik het had: hot onderbewustzijn.Kijk eens, wanneer ik naar mijn ware "ik" zoek en ik heb paranormale eigenschappen, dan moet ik heel goed begrijpen dat ook die eigenschappen niet objectief maar zeer subjectief zijn. Alles wat ik waarneem en ervaar is subjectief; en de betekenis, die het voor mij heeft (niet voor ieder), is bepalend voor datgene wat ik ben (niet wat mijn gave is), maar wat ik ben. Door op die manier ook het occulte en het paranormale te betrekken in ons levenspatroon, raken we wat verder af van de gedachte aan grootkrachten, grootmeesters, die ons wel eens even zullen leiden. Alles, waarin wij leiding zoeken, is een omschrijving van zwakte die we in onszelf erkennen. Wanneer u besluiten zoekt bij anderen, dan weet u dat u die besluiten niet belangrijk acht of niet durft nemen; en dat is een definitie van uw "ik". Niet de, vraag, of de Meester u een raad zal geven of niet.Wanneer u wordt geconfronteerd ‑ zoals ook in het leven heel vaak gebeurt ‑ met twijfelgevallen, zodat u eigenlijk niet weet, of u b.v. links of rechts moet slaan (de meeste mensen slaan altijd graag. Haar of ze nu links of rechts slaan, dat is dan nog wel eens een verschil, vooral met de opkomst van de politiek), dan is de slag van links een heel andere ge­worden dan die van rechts. Maar het slaan op zichzelf is betekenend. Wanneer ik vlug reageer en een snelle keuze maak, dan ben ik dus zeker van mijzelf. Hoe sneller mijn keuze is, hoe zoeerder ik ervan kan zijn dat mijn keuze niet redelijk is, ze is voortgekomen uit de ervaringen van mijn persoonlijkheid, mijn wezen net alle elementen ‑ gunstig en ongunstig erbij. De rede wordt pas later gebruikt om het genomen besluit goed, te praten.Wanneer ik de besluiten direct neem, dan zijn die besluiten op zichzelf een definitie van mijn persoonlijkheid. Zie ik op welke punten ik 'dus geneigd ben om snel te beslissen en zelf direct de keuze, te maken, dan kan ik ook zeggen wat de positieve punten van mijn persoonlijkheid zijn. Zelfs wanneer de gevolgen van mijn besluit negatief zijn, is de besluitvaardigheid een positie omschrijving.Iemand, die in alles waar het gaat om het welzijn van een ander onmiddellijk een besluit kan nemen, is iemand die ongetwijfeld sterk georiënteerd is op de harmonie met mensen. Wanneer hij daarbij foor zichzelf erg twijfelzuchtig is, dan lijkt daaruit alleen, dat hij niet in staat is bewust de band met de mensheid te aanvaardon, die hij onbewust schijnt te erkennen. Op die manier wordt het heel interessant, want dan kan men zeggen. Alleen al aan de hand van de besluiten, die ik neem, kan ik dus mijn werkelijk "ik" helpen opsporen. Ik kan begrijpen wat ik wel en wat ik niet ben.Een ander punt is verzet. Er zijn heel wat mensen in verzet tegen het leven. Dat verzet wordt meestal wel netjes gedefinieerd. Men is tegen b.v. huurverhoging. Men verzet zich tegen het feit dat men ouder wordt. Men verzet zich tegen de misachting, die anderen schijnen te hebben voor het eigen "ik", enz. Dat is allemaal de reden; maar het verzot op zichzelf is een primaire eigenschap. Verzet en disharmonie zijn praktisch identiek, anders zou er geen sprake zijn van een "je verzetten", dan zou er geen emotie mee verbonden zijn. Die dingen, waartegen ik mij het meest verzet, geven aan op welke punten ik mij het zwakst acht. Ik kan er zeker van zijn, dat deze zwakheden niet alleen te maken hebben met mijn huidig leven en mijn huidige persoonlijkheid, maar dat die te, maken hebben niet het totaal van mijn wezen; want mijn verzet is, wanneer we het tot in de wortel nagaan, nimmer geheel redelijk. Op die manier krijgt men dus langzaam maar zeker een beeld van zichzelf. Er zijn honderden systemen ontwikkeld om dat beeld duidelijker en scherper te maken, maar het eenvoudigst is toch altijd wel je af te vragen, wat de wereld zegt. De mens, die kan beseffen wat hij in de wereld betekent en zo zijn plaats binnen zijn wereld weet te definiëren, heeft nl. gelijktijdig ergens zijn plaats in de cosmos bepaald. Want elk leven dat je leidt (dat is nu misschien een soort dogma, maar ik hoop toch dat u het kunt aanvaarden), elk plaatsje, dat je eenmaal hebt in het leven ‑ of dat nu hier op aarde is of elders ‑ zal deel uitmaken van je werkelijke functie in de kosmos. Niemand is in de kosmos zonder functie. Dat wat je nier bent, werkelijk bent, is dus een weergave van de functie, die je in de kosmos hebt. En aangezien elk wezen in den beginne begaaft is met alle krachten, met alle momenten, nodig om die functie binnen het Al te, vervullen., kan een erkennen van de plaats die je nu hebt wel degelijk een grote bijdrage zijn tot de erkenning van de werkelijkheid van je eigen wezen.Dan zijn er nog een paar punten, die ik graag zou willen aanstippen, ofschoon ik het grootste gedeelte van mijn tijd alweer heb volgepraat.kijk, a1tijjd is er bij ons leven, ons zoeken naar waarheid of naar onszelf een element dat berust op de behoefte aan overwicht. Wij willen tenminste de gelijke van anderen zijn; en daar wij ons van sommige krachten en wezens de mindere gevoelen, willen wij dit compenseren door de meerdere van anderen te worden. Dat geldt geestelijk evengoed als stoffelijk. Uw geestelijk streven zal dus altijd wel een deel van die behoefte tot compensatie (tot het worden van meerdere) inhouden.Wanneer je denkt, dat je alleen door theoretische kennis in staat bent de meerdere van een ander te zijn, dan vergis je je. De wereld zal nimmer antwoorden op de kennis, die je bezit maar alleen op de resulta­ten van die kennis, welke voor de wereld kenbaar worden. Uw wezen zal nim­mer kennis kunnen behouden die alleen theoretisch is, maar zal alleen dat­ gene wat werd beleefd en dus deel is van eigen leven in de kosmos kunnen behouden.Kennis op zichzelf is waardeloos. Slechts kennis, die kan worden omgezet in directe praktijk, is belangrijk. Zij helpt ons om het eigen "ik" te ken­nen, om onze, functie in de kosmos beter te vervullen en beter te bepalen. Dus nimmer kennis zoeken omwille van de kennis.,Verder is er bij heel veel mensen een neiging om het stoffelijk leven ‑ of delen daarvan ‑ terzijde te schuiven en te zeggen: Dat is onbelangrijk; of: dat is niet geestelijk. Ik geloof, dat er niets in het leven is ‑ vanaf een wandluis of een vlo tot het wonder van de zon, die elke dagweer opgaat ‑ dat niet zinvol is. Eerst wanneer men erkent, dat alle dingen in het leven een betekenis hebben, kan men werkelijk leven. Om jezelf te kennen moet je dus allereerst beginnen met alle delen van het leven en alle reacties, die je wekt (niet alleen maar de reacties op een bepaald terrein) van uit de wereld te beschouwen. Door geen enkel gebied om welke reden dan ook buiten beschouwing te laten, kan men een vollediger beeld van zichzelf krijgen en zal men ongetwijfeld erin slagen het "ik" ook beter aan te passen aan de werkelijkheid, waarin men leeft. Dan heb ik ook nog vele mensen meegemaakt, die dol zijn op de mening van anderen. Ik weet niet, of u hen weleens hebt gezien? Dat zijn mensen, die u vertellen dat Dr. X. dit hoeft gezegd; en Prof. S. meende het zus of zo en de bekende filosoof Z. heeft het gezegd en dus zal het wel zo zijn.Kijk, dat kan allemaal waar zijn voor die ander, maar dat wat anderen heb­ben gezegd, mag nimmer mijn mening zijn of mijn houding tegenover de wereld bepalen. Op het ogenblik dat ik dat doe, ontken ik ergens mijn persoonlijk­heid. Wel kan daardoor de reactie in mij gewekt ‑ en als het even kan nog uitgedrukt in een eigen denken ‑ een aanleiding zijn om mijzelf beter te kennen; en wat meer is om mijn definitie van het "ik" binnen de wereld, waarin ik besta zuiverder te stellen. Dus niet de meningen van anderen, maar je eigen mening, je eigen punt van uitgang is belangrijk. Alles wat anderen je geven, krijgt pas waarde, indien het "ik" het heeft verwerkt en het tot deel van zichzelf hoeft gemaakt. Ik wil er ook nog even aan herinneren, dat het zoeken naar het "ik" geen gezelschapsspel is. Er zijn altijd tijden, waarin het modieus is om naar het "ik" te zoeken, zij het op de bank van oen psychiater of ergens in de een of andere sekte, school of wat anders.Kijk eens, het zoeken naar het "ik" dat alleen uitgaat van dergelijke overwegingen als: nu ja, het is zo modern; of: het is zo prettig; of het is zo geestelijk of zo hoog, is altijd fout. Het zoeken naar het "ik" moet berusten op een innerlijke noodzaak. Je moet niet kunnen leven, zonder meer omtrent jezelf te weten; dan alleen heeft dat onderzoek zin. Er zijn heel veel mensen, die hun leven verknoeien door zich bezig te houden met denk wijzen, waarvoor ze niet rijp zijn, waarmee ze niets kunnen doen. Er zijn natuurlijk nog veel meer dingen te zeggen, maar ik heb gepro­beerd in dit eerste deel van de avond een inleiding te geven.

Ik wil nu nog even de belangrijkste punten samenvatten om het u gemakkelijk te maken eventueel dadelijk op het den en ander in te gaan.

  

1.        Het is de mens niet mogelijk zijn gehele "ik" redelijk te kennen. Dientengevolge kan de rede nooit worden gebruikt om de waarheid omtrent het " ik" te, ervaren. De rede kan alleen een gedeeltelijke omschrijving of een rationalisatie geven.

   

2.        Het "ik", bestaande uit vele verschillende voertuigen en waarden, kan niet worden gebaseerd op een enkele waarheid van uit een enkel standpunt gedoceerd. Het is de wereld zelf in haar geheel, die voortdurend antwoord geeft op het werkelijke "ik". Uitgaan van het geheel dat de wereld biedt in erkenning, in lering en anderszins, is de enige wijze om tot een juiste definitie van je eigen persoonlijkheid te komen.

   

3.        Alles, wat men in deze wereld waarlijk is en betekent voor anderen, zal men in de kosmos en in elke sfeer eveneens betekenen. De betekenis van ons leven is de meest juiste omschrijving van een werkelijkheid of een waarheid, Wij kunnen niet het geheel van ons zelf overzien, wanneer we in de stof of in de geest leven. Wij kunnen slechts dat deel overzien wat achter ons ligt. Datgene wat achter ons ligt plus hetgeen wij tot stand hebben gebracht tezamen met onze gevoelsreactie daarop zijn de meest juiste bases voor een streven naar grotere bewustwording en meer juiste erkenning van onszelf.

   

4.        Alle leerstellingen uit het verleden hebben ergens in zich een waar­de, die voor de mens belangrijk kan zijn. Maar geen van die leerstel­lingen, de hoogste niet en de laagste niet, kan van belang zijn zo­lang zij stelling of dogma blijft en niet wordt levenspraktijk. Het is datgene wat men leeft, niet datgene wat man leert, wat belang­rijk is. De wijze waarop men leeft, moet verder worden bepaald door een volle­dige innerlijke erkenning van hetgeen men wil zijn en van wat men doet. Want op het ogenblik, dat men iets doet om beweegredenen, die men voor zichzelf niet wil erkennen, vervalst men het beeld van de wer­kelijkheid, het beeld van zijn persoonlijkheid en onttrekt men aan zich­zelf meestal de krachten, die voor een harmonisch bestaan noodzakelijk zijn.

    5.        Alle delen van het bestaan ‑ van de meest laag‑stoffelijke, van af het bestaan in de duistere werelden tot aan het hoogste geestelijke licht ‑ is deel van de werkelijkheid. Een ervan te ontkennen betekent de waarde van het geheel ontkennen en een vertekend beeld vormen zo­wel van de kosmos en de plaats die hij erin inneemt als van jezelf. Een erkenning, dat alle dingen hun waarde en plaats hebben en het in­ voegen van die waarde en plaats binnen het geheel van je beleving, maakt het mogelijk uit de wereld het antwoord te verkrijgen op de vraag: Wat ben ik?

Een speurtocht naar het "ik" op zichzelf heeft een zin, indien men niet geneigd is die speurtocht te houden aan de hand van de praktijk. Zelfonderzoek is over het algemeen zelfontwijking. Een zelfonderzoek dat tot praktische daden voert, corrigeert de zelfontwijking en maakt de waarheid kenbaar.

    

6.        Alle wetenschap op aarde plus alle geestelijke wetenschappen tezamen zijn niet in staat u te helpen om te komen tot een juiste zelfkennis of zelfs maar een juister leven, tenzij u persoonlijk deze waarden verwerkt en ‑ ze verwerkt hebbende ‑ omzet in waarden van 1even. De leefwijze omschrijft het "ik" juister dan de stelling en de kennis, die het "ik" bezit.

     

En dan als laatste punt nog even (het is meer een aardigheidje, naar u kunt er toch eens over nadenken). Wanneer ik naar het "ik" zoek, moet ik mij eens afvragen, of ik niet zoek naar een rechtvaardiging voor mijzelf, omdat ik mijzelf in wezen onjuist geplaatst acht in het leven, in mogelijkheden en wat dies neer zij. Heeft men die vraag beantwoord, dan kan men door zijn gedrag hieraan aan te passen dichter bij de waarheid komen dan met alle zoeken bij elkaar.

      Informatie aangaande de bronnen van de  teksten kan je vinden op volgende website's: 

 

http://users.skynet.be/rabdomantie.center/

      

http://www.saint-pierre-les-bregines.org/

     http://www.scribd.com/people/view/31429-rober