29-10-16

HET YANG‑EN‑YIN‑PRINCIPE.

HET YANG‑EN‑YIN‑PRINCIPE.

Yang en Yin,indeling van Fohi,bewustzijn,kosmos, meditatie,

Yang en Yin zijn elkaar aanvullende tegendelen, die elk voor zich een centraal punt hebben. "Want,"zo zegt de oosterling, "goed en kwaad zijn samen het geheel van de schepping. En het geheel van de schepping is identiek aan het geheel van de Schepper.

Echter moeten goed en kwaad als tegengestelde machten elk voor zich een centrum hebben, waarvan hun drijvende kracht uitgaat." Als u Yang en Yin dan ook ziet afgebeeld, zult u in de kop van de ge­ vlochten helften een punt zien als een oog.

Nu heeft men wel eens gezegd: Yang en Yin zijn eigenlijk de typen van geboorte en dood. En daar zit een waarheid in. Een Chinees drukte het zo uit: "Wit ‑ teken van het alomvattend licht ‑ is het volkomen leven. Wanneer het volkomen leven zich echter geheel heeft gevormd, vindt het geen mogelijkheid meer tot uiting.

Zo gaat het over in het duister van de dood. In de dood vindt het een hernieuwde beleving. Dood is negatief leven. Leven is positief sterven." Dat is op zichzelf natuurlijk heel aardig, maar we gaan nog verder. Wanneer de tweeheid van het 1even tot bewustzijn komt en wij zijn in staat beide als geheel te beschouwen, dan kunnen wij deze omgeven door de tekens, die de verschillende wereldwaarden aangeven.

Omgeef Yang en Yin door de acht vlakken der uiting en ge zult zien, dat ‑ terwijl elk vlak zijn eigen licht bezit ‑ Yang en Yin tezamen het wit‑gouden licht geboren doen worden, de intensiteit van levende kracht. Die intensiteit van levenskracht is het onmiddellijk werkzaam goddelijk Vermogen, dat zich in alle tegendelen uit en overal gelijk aanwezig is en blijft. Maar daaromheen zitten acht wereldvelden, acht tekens.

Ze hebben een speciale naam en men gebruikt daarvoor de z.g. indeling van Fohi. Deze indeling geeft weer karakteristieken (beter gezegd: mogelijkheden), die binnen de uitingen dezer wereld vallen. Deze worden weer beheerst door de kleuren. Die kleuren gaan van infra‑rood tot violet met alle daartussen liggende schakeringen. Wij zien b.v. het oranje‑rood als een vurig vlammend iets. We zien het geel als een teken van ondergang. We zien het zachtgroen als een teken van geloofsstijging. We zien het teerblauw van de bewustwording. We zien het violet van de geestelijk bewuste bereiking. Al deze tinten geven een aspect aan van dit Yang en Yin‑principe.

Om dat goed te begrijpen, doen we het best weer een stukje te citeren: "Wanneer ik elke kleur des levens zie, zo vind ik haar terug in de volheid van het witte (hier het vol‑gouden licht). Ik weet echter, dat ik niet het totaal van het witte (weer het vol‑gouden licht) in mij draag, doch slechts de kleur, die uit mijn wezen voortspruit. Want uit de onvolledigheid van mijn wezen moet ik inkeren tot een der principes.

Keer ik in tot het duister, dan zal het duister zich met de tint van mijn wezen vermengen en mij maken tot een kracht die negatief is, die de afgrond ingaat en de onderwereld leert kennen in volheid en bewustzijn.

Sta, ik voor de werelddraak, dan blijft mij slechts over verslonden te worden of hem te overwinnen. En wie zijn dolk weet te richten tegen de draak, herrijst en wordt herboren in het lichte principe, vanwaar hij uitgaat tot in de ruimte van de bewuste wereld en gespaard blijft voor de lange tocht door de buitenste werelden.

Onverschillig hoe we werken, we kunnen tot het duister worden getrokken. Wanneer we in het duister terecht komen, betekent het voor ons geen ondergane, of verdoeming, mits we de moed hebben het kwaad zelfe in de ogen te schouwen. Hier wordt uitgedrukt, dat wie Yang en Yin beide erkent (wat men door het aanschouwen van het kwaad vindt; want wie het kwaad in de ogen durft zien, vindt daar als tegendeel onmiddellijk de ontbrekende waarde: het goede), die kan te allen tijde terugkeren tot wat men de lichte wereld noemt.

Ook degene, die ingaat tot de factor (met een andere kleur en ook andere eigenschappen), vindt evenzeer zijn bewustwording, want deze bewustwording gaat door de hoogste werelden. Daarover zegt dezelfde schrijver: "Zij, die ingaan tot het lichte principe en vergeten dit te erkennen als meerdere van het "ik", worden door de grote macht (waarschijnlijk de Hemelse Keizer) gedoemd tot een reis door de, buitenste ruimten, tot ,zij ‑ kennende de buitenste werelden ‑ terugkeren tot het licht."

Dus ook als we ten goede streven, moeten we nog behoorlijk uitkijken, zegt deze schrijver. Want je kunt je wel blind staren op dat licht (het witte van het principe) maar als je vergeet ook daarin de mogelijkheid van het slechte (het tegendeel) als bewustzijn te aanvaarden, word je ook uit het licht uitgeworpen. Je komt dan in de buitenste werelden (de ruimte van de kosmos) en zwerft daar.

Dus: het duister komt a.h.w. in de materie. Stelt u het zich maar onder­ aards voor. De ander komt in het duister van het hemelruim er zwerft daar rond. En al zwervend zoekt men naar bewustzijn. Het is overigens aardig erbij te vermelden, dat de vallende sterren in China lange tijd worden gezien als geesten van bewusten, die ofwel in het rijk der hemelen hadden gezondigd, dan wel in hun trots niet hadden gebogen voor de Heerser van de lichtende werelden. En die worden dan de buitenste ruimten ingejaagd.

Om kort samen te vatten: Yang en Yin zijn de kosmische eenheid. Gezamenlijk zijn zij de perfecte vorm: de cirkel. Elk voor zich zijn ze de vorm van het menselijk levensbeginsel. En dat is weer een symbool dat we ons goed moeten realiseren. Verder wordt dit symbool gebruikt voor meditatie.

14:56 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: yang en yin, indeling van fohi, bewustzijn, kosmos, meditatie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.