26-10-16

TERUGBLIK IN HET IK.

TERUGBLIK IN HET IK.

terugblik,persoonlijke werkelijkheid, kosmos,bewustzijn,incarnatie, minderwaardigheidsbesef, stoa,

Elke mens, die op de aarde wordt geboren, zal vóór deze incarnatie vele andere bestaansvormen hebben gekend. Het is ook zeer wel mogelijk, dat hij reeds in vroegere tijden een menselijk lichaam heeft gehad en dus als mens op aarde leefde.

Velen op aarde willen gaarne terugzien in het verleden. Zij zouden gaarne willen weten, of zij het misschien waren, die handel dreven in Ba­bylon, dansten voor de goden in Egypte, filosofeerden met de wijsgeren in Griekenland of zelfs in de Stoa met filosofen een gelijkwaardig gesprek konden voeren.

Dit zoeken in het verleden is eigenlijk een uitdrukking van ontevre­denheid met het heden en in vele gevallen een minderwaardigheidsbesef.

Want waarom zou de mens naar het verleden terug willen zien? Indien wij in het "ik" naar het verleden terugzien, zullen wij daar zeker geen in incar­naties en geen opeenstapeling van historische en andere feiten vinden.

Integendeel. Wat wij wel in het "ik" vinden is een reeks complexe waar­den, die het verloop van ons leven a.h.w. voor ons uitstippelen. Wij vinden daar de geestelijke tekortkomingen. De fouten, waardoor wij op bepaalde stoffelijke gebeurtenissen en verschijnselen te veel nadruk leg­gen. Wij vinden daarin ook ongetwijfeld bereikingen als een begrip, dat het ons mogelijk maakt de kleuren in de lucht te zien en te genieten van de natuur zelve, of ons in muziek uit te leven, misschien zelfs te schil­deren en te scheppen. Wij vinden in onszelf de mogelijkheid tot beschouwing, de mogelijkheid door te dringen in begrip van onszelf en onszelf te ver­staan.

Deze dingen zijn dan ook niet het gevolg van één leven. Zij zijn wel degelijk uit het verleden meegekomen. Want elke gang, die een mensenziel gaat, is er één van ontwikkeling. De geest, het bewustzijn‑dragende van de persoonlijkheid, ontplooit zich meer en meer; en elke fase in de stof en in de geest zal die geest iets leren. Zij beseft meer en meer wat haar eigenlijke plaats in de schepping is. Op het ogenblik dat een ziel dan ook op aarde wordt geboren, zal zij met zich brengen het totale geestelijke bewustzijn, dat uit haar verleden is ontstaan. Zij zal elke behoefte vervullen, die uit dit verleden in haar werd geboren. Zij brengt met zich alle gaven en mogelijkheden, die het verleden haar reeds schonk en zal deze in het huidig leven kunnen gebruiken. De terugblik naar het verleden in het "ik" betekent niets anders dan de erkenning van dat, wat je bent. Daar hebben Rome, Babylon of oudere steden niets mee van doen. Het is alleen de reeks van eigenschappen, die gij nu bezit. Daarmede ben je uit de geestelijke sferen gekomen. Met een bepaald doel voor ogen, met een zekere honger, een zekere behoefte in u. Zo hebt ge dit leven gekozen om daarin rijker te worden, vooral van geest.

Wanneer wij dus willen spreken van terugblik in het "ik", dan is dit geen zien in tijd maar een zoeken naar onze ware persoonlijkheid. De terugblik is niets anders dan het constateren: Zover zijn wij gegroeid. Dit leeft nu in ons. Dit zijn onze mogelijkheden. Zo staan wij tegenover wereld en medemensen. En heel vaak zal, wanneer ge doordringt in het "ik", het verleden zich aan u kenbaar maken in dromen. Beelden van een volmaaktheid, die nog niet is verwerkelijkt. Uw eigen voorstelling van een hemel, van een perfecte wereld. En deze zijn geboren uit uw vroeger leven. Deze zijn uit vroegere fasen van bestaan langzaam maar zeker gerijpt om nu als openbarstende zaadknoppen aan uw eigen leven een bepaalde bedoeling te geven en u te leren uw daden te richten.

Wanneer ge dan verder wilt teruggaan in dat "ik", dan vindt ge ergens een geheimzinnige kern, een kracht die ge niet kunt omschrijven en een toestand van onbewustzijn. En dan spreekt ge over de hogere sferen. Maar is het niet tevens het verleden? Want toen het eerste woord werd gesproken en het eerste licht uitging in de kosmos, toen waart gij één met die grote Kracht. En gij zijt uitgegaan in het duister. Ge hebt gespeeld met het licht, gij hebt gezocht naar een bewustzijn. En ten slotte hebt ge vermoeid tot uzelf gezegd: Zie, ik ben.

Zo ben je verder gegaan. En nu keert ge terug. Alles wat van God af tot dit stoffelijk doel heeft gevoerd, alles wat uit het menselijk doel voortvloeit en ons weer brengt tot het Goddelijke, is gelijk.

Onze terugblik in het verleden is tevens een vooruit‑zien in de toekomst. Deze dingen zijn één. Dat wat ik was, zal ik zijn. Dat wat ik geweest ben, word ik. Dit geldt altijd weer. Natuurlijk verandert er veel in ons. Wat wij eens waren, onbewust of ongewild, zullen wij nu doelbewust zoeken en volbewust ervaren en ondergaan. Maar het was in het verleden en het zal zijn in de toekomst.

Daarom zou ik hun, die willen terugblikken in het "ik", de raad willen geven: zoek niet te veel naar wat ge zijt geweest. Misschien dat dit alles u een enkele maal een verklaring kan zijn voor wat ge nu doormaakt: het hoe en waarom. Maar dat gebeurt zelden. Dat wat ge doormaakt, het hoe en het waarom van het heden, zult ge echter altijd kunnen verklaren uit uw eigen wezen.

Zoek niet naar de verleden tijd, zoek naar uw persoonlijke werkelijkheid. Laat uw terugblik in het "ik" worden tot een inzicht in het eigen "ik". Dit omvat verleden en toekomst tegelijk. Dit maakt u bewuster, sterker en doet u sneller teruggaan tot die toestand uit het verleden, die elk voor zich begeert: de eenheid met God in de voleinding der dagen.

De commentaren zijn gesloten.