19-09-16

Dat wat je bezit, bezit je niet.

Dat wat je bezit, bezit je niet.

Maar dat, wat je wegschenkt, wordt je eigendom.

  

bezit, gierig, vreugde, eigendom,

Er waren eens twee mensen en aan beide mensen werd een grote rijkdom gegeven. De één was gierig en hij sloot al zijn geld in een grote koffer, bewonderde het, beroemde er zich op, doch in het leven zelf, omdat hij het geld niet uitgaf, betekende het voor hem niets. Daarom was zijn leven eigenlijk bitter, want hij vreesde de dieven, die zouden komen om hem zijn bezit te ontnemen. Hij vreesde de wreedheid van de wereld, die hem bespotte, omdat hij in zijn rijkdom zo armelijk gekleed ging om zo vaak hongerde.

Er was ook een tweede mens met diezelfde gave. In plaats van het op te sluiten, gaf hij een groot feest. Hij nodigde iedereen uit. En degenen, die arm waren en schulden hadden, konden bij hem komen. En wanneer hij erkende, dat zij inderdaad moeilijkheden hadden en daar zelf weinig of geen schuld aan hadden, dan gaf hij hun van zijn geld. En na een paar jaren was hij dan ook door al wat hij gekregen had heen.

De gierigaard lachte hem een klein beetje uit. Hij zei tegen hem: “Zie je, dat heb je ervan, als je zo edelmoedig bent en zo royaal.” Maar de ander zei: “Ach, ik heb een paar jaar van geluk gekend. Ik heb mij vrienden gemaakt. En niet elke vriend, die ik me gemaakt heb door schulden van anderen te betalen, heeft mij nu verlaten. En daarom ben ik rijk.”

De gierigaard kon het niet begrijpen. Maar toen kwam de pest in die stad en zij lagen allebei ziek. De arme, die zijn geld had weggegeven en de rijke, die zijn geldkist voortdurend gesloten had gehouden. Degene, die zoveel voor anderen had gedaan, vond een paar mensen, die hem niet verlieten en zij verpleegden hem, tot hij weer gezond was. Maar de gierigaard zag enkelen naast zijn bed zitten, die - toen hij eenmaal zwak genoeg was - een kussen namen om hem te smoren. Want zijn geld was voor hen belangrijk en daarvoor wilden zij hem graag doden.

In die gelijkenis, vrienden, daarin ziet U nu precies, hoe U eigenlijk zou moeten leven. Het is allemaal erg aardig om iets te bezitten, en geestelijke kracht te bezitten, geestelijke wijsheid, enz. Het is erg prettig om stoffelijk gezegend te zijn maar wanneer je die dingen niet actief maakt, wanneer je ze niet laat werken in je eigen wereld, dan wordt het hoogstens iets, waarom anderen je benijden. En die anderen leven heus niet alleen in Uw eigen wereld, maar ook in vele andere werelden.

Wanneer je trots bent op je wijsheid en je wilt ze voor jezelf behouden, wanneer je trots bent op je geestelijke krachten, wanneer je trots bent op je bezit of op het geluk in de wereld, dan probeer je te behouden. En juist dat proberen te behouden, dat geeft aan de krachten uit het duister de gelegenheid om je te beroven. En dan kunnen ze je doden. Niet zozeer lichamelijk, maar geestelijk kunnen ze je een hoop bewustzijn en licht ontnemen. Want je hangt dan zo aan al wat je bezit, dat wanneer het je ontnomen wordt, het je lijkt, alsof er niets overblijft. Dat is de grootste fout, die je kunt maken.

Maar wanneer je alles, wat je hebt, beschouwt als een soort van lening, als iets, wat je gemeenschappelijk bezit met de wereld, en waarvan je anderen de vreugde moet geven, voor zover dat maar even kan en even aanvaardbaar is, dan zul je juist doordat je zoveel van die dingen deelt, zelfs wanneer het jou ontnomen wordt, het terugzien in de wereld. En wanneer je het terugziet in de wereld, is het eigenlijk weer van jou.

Zo kun je niets verliezen, wanneer je iets weggeeft, maar wanneer je iets tracht te behouden, verlies je het zeker.

En nu heb ik het heel erg eenvoudig gezegd, in verhalende vorm. Maar ik geloof niet minder duidelijk. Zolang je de dingen probeert te behouden, zolang je er trots op bent, zolang je probeert daardoor verschil te maken tussen jezelf en de wereld, verarm je. Zodra je leert de dingen weg te geven aan de wereld met volle hand, dan zul je in de wereld steeds datgene terugzien, wat je vroeger gegeven hebt. En omdat het deel van jezelf is je kunt niets geven wat geen deel van jezelf is, iets werkelijk geven vind je jezelf terug en vind je je eigen vreugde terug.

Daarom hoop ik maar voor U, dat U Uw rijkdom altijd met volle handen weggeeft, geestelijk en anderszins. Want daaruit wordt voor U een bezit geboren, dat U nooit teloor gaat. Dat is eigenlijk een soort raadseltje, een soort tegenspraak. Dat wat je bezit, bezit je niet. Maar dat, wat je wegschenkt, wordt je eigendom. Dat zijn de feiten. Dat geef ik U dan nog maar even ter overweging.

11:03 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bezit, gierig, vreugde, eigendom |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.