22-06-16

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 5.

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 5.

  mystiek,franciscus van assisi,ignatius van loyola, christus,engelen en demonen,

De mystiek is in de tuin der mensheid sterk vertegenwoordigd. Zij toont ons de mens als een tempelbouwer; maar ook als een afdruk van de zegelring van de grote God. Zij toont ons de mens als het orakel, waar­ door de Godheid spreekt; maar ook als de slaaf, die door onbegrepen krach­ ter, wordt voortgedreven. De tuin der wijsheid tracht de mens te leren ‑ ook in de mystiek ‑ wat zijn weg is. En deze gedachte werd kort na Jezus' geboorte aan de grenzen van het toenmalig Griekse rijk, een rijk dat al bijna vergaan was, uitgesproken door een onbekend dichtertje, dat uitriep:

"Indien ik in mijn leven zin ken, in mij licht en in mij een band met het onvergankelijke, wat deert het mij, hoe ik leef of sterf!"

Daarmee gaf hij de kern van de mystiek weer. De mystiek, die ons moet voeren tot het geloof; en het geloof kent vele belijdenissen. Sommige zijn dwaas, als b.v.:

"Ik mag slechts Gods wil vervullen en Gods wil is in de letteren vastgelegd."

Welk een dwaasheid! Alsof een levende God in een dode letter zou kunnen schuilen.

Maar ook van wijsheid:

"Het geloof is de staf, waarop wij steunen, strompelend langs de hoge paden der eeuwigheid."

"Ons scheidt," zo roept de Profeet uit,

"de afgrond der hel, die ligt tussen eeuwigheid en leven Maar wie het eeuwige paard bestijgt, hij kan gaan tot in de zevende hemel!

Dan zingt hij van wat hij ziet en de mensen verstaan zijn tonen niet. Maar hij beseft:

"Vele zijn de werelden, maar er is er slechts één, waarin wij God zien; omdat slechts éénmaal een mens tot God ontwaken kan." Anderen maken uit zijn woorden een wel; of een wettelijke, letterlijke waarheid; en ze zijn dwaas. ..Uw Jezus leert:;

"Heb uw naasten lief gelijk uzelve."

De mens vergeet het.

Maar uw Franciscus van Assisi ‑ door velen van uw groep, vooral de geeste­lijke entiteiten in uw groep, zozeer geëerd ‑ zingt;

"Ik dank u, broeder Zon, voor uwe straal." Hij spreekt van "broeder Regen"

Hij spreekt tot de kinderen Gods: de vogels en de vissen. En u vindt het in alle eeuwigheid weer: geloof is niet slechts de staf, waarop men steunt.

Het is nog niet zo lang geleden dat aan het front in de eerste wereldoorlog een priester stierf. Een priester van een Orde, die niet zozeer geacht wordt. Hij was van het leger van Ignatius van Loyola. Maar deze simpele mens, deze Boyle, zei voor zich:

"Geloven wil zeggen. uit het Eeuwige kracht putten, waar je zelf tekort schiet.

Geloven wil zeggen: je een beeld, maken, waaruit de werkelijke steun tot je komt, die je zonder dat beeld niet durft aanvaarden.

Geloven wil zeggen: niet slechts een Verlosser en een verlossing erkennen, maar de Verlosser 'in je kennen en het kruis dragen, dat hij droeg."

Zo kan zelfs een christelijk priester soms stijgen tot de hoge toppen van wijsheid. Meer is er in onze tuin. Daar zijn de theorieën. Ik zou het willen noemen: de wetten der natuur. Daar spreekt er ons één van de atomen.

En lang vóór Christus' tijd spreekt een mysticus in China van "de wervelen­ de delen, die als aarde en zon spelen en vormen de stof, vormen de vijver, waarin de hemel zich spiegelen kan."

Daar spreekt men over atomen en over vreemde kernen. En soms beseft men niet; het grote weerspiegelt het kleine; in het kleine wordt de grootheid weerkaatst. Want beide zijn één, doch het besef van die eenheid is ons nog niet geboren.

Soms is er een verbluffende erkenning:

"Alle krachten van de geest spelen in de mens; hij is de speelbal van engelen en demonen. Toch schept hij vaak zelf demonen, waardoor hij het meest wordt gedreven."

En later:

"Een mens is beladen met complexen, voortkomend uit zijn stoffelijk bestaan en zijn onbegrip van zijn eigen wezen. Het schuldbesef is de vijand van de mens, omdat het hem terughoudt van daad, van bevrijdingen van positief leven." 0 ja, mijne vrienden, in de tuin der wijsheid vinden wij ook deze dingen. Daar staat een geleerde en hij zegt:

"Ik geloof in een God, want al wat ik erken, wijst op ordening. En ordening zonder Een, Die orde stelt, is mij ondenkbaar."

Daar staat een aarzelende mens, die tot zichzelf zegt:

"Is niet het mens‑zijn waardevoller dan alle kennis? Is zo niet hij, die weet en weten kán, de hoeder van allen, die niet weten, verantwoordelijk voor al wat hij hun geeft?"

Dat is een bloem van een ontluikende nieuwe tijd.

Er klinken klanken van banden, tussen hemel en aarde gevlochten. De krachten van leven, het witte licht en de groep, die dit licht uitdraagt. En op het laatste, gehouden na de grote offerdienst, het grote ritueel, klinkt een stem als volgt:

"Is het niet goed de mens te geven, wat hij begeert? Want slechts indien hij beseft, dat het begeerde zonder waarde is, zal hij het goede zoeken."

Dat is een wijsheid, die wordt aangevuld door een tweede stem, die zich verheft en zegt:

"Zo geef de mens het weten, ook indien hij niet rijp is. Want slechts door dit weten zal hij rijpheid verkrijgen." En daarmee weerkaatst onwillekeurig in moderner termen een tijd het oude woord:

"Vóór de aar is, is de gierstekorrel. En niemand weet welke de eerste was; maar wel dat uit het zaad de halm zal voortkomen, waar de halm het zaad moet brengen voor een nieuwe oogst."

Zo is het in deze wereld, altijd.

Ik wil niet te ver met u afbuigen, want zelfs in de politiek vinden wij enkele gezegden, die wijs zijn.

"Regeren," zo roept iemand uit, "is beseffen wat de menigte wil en zelf daarvoor de verantwoordelijkheid dragen."

En een ander antwoordt spottend:

"Neen, want zo regeert het volk de regeerder."

Maar werkelijk regeren wil zeggen:

"Een ieder de mogelijkheid geven om wat hij begeert te verwerven."

Een laatste roept uit:

"Is niet het doel van alle regeren het vinden van een wijsheid, die mensen tot waarlijk mensen maakt?"

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.