21-06-16

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 4.

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 4.

 orchideeën, lelies, thebe, romeo, julia, abelard, heloïse, omar khayam,mystici, dromers, ziel,luchtkastelen, peter ibbetson,

Mens zijn wil zeggen: denken en in het denken altijd de mens­heid waardig blijven.

Wonderlijke uitspraak, die ons vanzelf brengt tot de plichten van de mens. Want een mens moet plichten hebben. De wijzen distilleren ze voor ons uit de verwarring van menselijk. denken en menselijk leven. En de krachten, die leven boven de mensheid, die leefden vóór de aarde was, hebben het hunne ertoe bijgedragen om naast de giftige orchideeën van wanbegrip de stralen­ de lelies van goddelijk weten te doen bloeien.

“0, die orchideeën zijn verleidelijk. "Het doel heiligt de middelen."

Het is niet dwaas gezegd. Het is gezegd met een zekere felheid, Maar men vergeet één ding: "Wanneer de middelen het doel ontheiligen"‑

en hier citeer ik eveneens;

"zo is het doel onwaardig en het streven niet waard."

Er zijn er die u toeroepen: "Macht alleen is recht."

En anderen zeggen minder giftig en meer wetend: "Macht is plicht."

Ach, de wijzen, die lang, lang geleden geleefd hebben, zij vinden hun stra­lend licht terug, ook in de mensheid. En ook zij geven spreuken.  Mens‑zijn wil zeggen: in de beperking van eigen macht en leven de grootheid van het leven zelf erkennen.

"Spreek in de naam van goden of demonen; hoe gij ook spreekt, gij spreekt altijd uit uzelf. Daarom eis niet, vraag niet, maar besta."

"Bestaan zonder eisen, zonder vragen," zo vult een ander aan, "is het leven erkennen in zijn werkelijke waarde. Want het leven in de stof is iets, wat ondergaan moet worden ‑ niet wat in strijd beleefd moet worden."

"De waarheid, die zich openbaart, kan men niet bestrijden."

En ergens klinkt haast als een klokkenspel de zang van een lang‑vergaan ras op de roestbruine planeet, die nu haast geen leven meer draagt:

"Indien geest spreekt tot geest en wezen tot wezen, indien eenheid bloeit uit gezamenlijk streven, zo is licht en waarheid geboren, die verdergaan dan alle zijn. Want wat tevoren was wordt bewust; wat zal zijn wordt omschreven."

En het leven zelf is onbegrensd, waar ware, eenheid nog bestaat. Wonderlijk volk, wonderlijk ras, dat de eenheid zocht in het delen van ge­dachten, in de volkomen vrije samengang van individuen en ons zo ongetwij­feld vele leringen geeft, die voor deze wereld nog niet redelijk zijn.

Maar ook een ras, dat waarschuwt:

"Geweld vernietigt zowel degeen, die het geweld bedrijft als degeen, die het ondergaat. Want geweld is een macht, die in zichzelve leeft en geen meester kent,"

"Het zwaard is een wapen, dat als bescherming heilig is. Het zwaard is de vloek van hem, die zichzelf niet beheerst, omdat het het heilige dan vernietigt."

Hoe vreemd zijn de wijsheden, die wij elders vinden. Maar laat ons niet te ver afdwalen van de mensheid en nog een korte wijle vertoeven op de vele paden, welke die wereld geeft.

Er is een groot, pad, het pad van de mensheid, dat gewijd is aan liefde. Daar staat geschreven een lied tot de liefde van de goden. Een oude ode, die klonk voor de tempels in Thebe:

"Gij, Lichtende,

Gij, Instandhoudende,

Gij, Machtige,

Gij hebt ons lief en doet ons leven.

Gij, onderwerpt ons aan Uw kracht, maar openbaart ons ook het land en wacht ons daar, waar nimmer nacht zal vallen."

0, deze liefde is ongetwijfeld belangrijk. Maar zo ge één schrede verder­ gaat, zo is er het eeuwig wisselend spel, dat spreekt over de liefde der mensen. Daar vinden wij de schoolse benadering van de Kamasutra, die pre­cies tracht te omschrijven, Waaruit de stoffelijke liefde dient te worden opgebouwd; en met vele wijze spreuken ten slotte het oude niet nieuw kan maken.

Daar vinden wij de dichters. Daar staan de gedichten, die gij kent mis­schien: Abélard en Heloïse, de drama's van Rome; Romeo en Julia.

Daar zijn die vele liefdesgedichten, die alle tezamen gevoegd misschien in de wereld iets uitdrukken van het menselijk verlangen. Maar er staat ook waarheid.

"Ware liefde is voor de mens het erkennen van eeuwig licht in de ander. Hij dompelt zich erin en reinigt zich erin en is edeler en lichtender dan te voren."

En wat verder:

"Liefde is het vergoten van het "ik" gelukzalig zij, die het "ik" vergeten. Want wie zichzelf vergeet, herkent de grote werkelijkheid,"

"Het is beter te sterven uit liefde, dan te leven uit haat."

"Het is een lang pad," zingt de, stem van Omar Khayam,

"over grote robijnen, schitterende parels, klinkende bekers, een vrouwenlach, die edeler klinkt dan kristal en ogen, die helderder zijn dan diamant." Dat zingt over bergmeren; of het spreekt

 "Juichend komt hij van de hoogten, mijn geliefde."

Het spreekt:

"Is zij niet schoon, mijn geliefde. Als een hert gaat zij haar wegen."

Schoonheid vindt men daar en soms een wijsheid

"Het is niet goed, dat een mens alleen zij."

En daarnaast:

"Wat is de band der stoffelijke liefde waard? Zij vergaat in een roes. Maar zo er een band is, gesmeed uit gedachten en gezamen­lijk streven, zij is blijvender dan het hardste staal."

Vele paden zijn er in onze tuin, vele woorden zijn er gesproken. Woorden soms, die trachten om God Zelf in de mens te beleven. Noem het mijnentwege een pad van mystici en dromers.

"Wanneer ik vol van droefenis ben, Heer, sluit ik mijn hart. Ik sluit de ogen, doof het geluid, en als mijn ziel luistert, spreekt Gij het stille woord, neemt mij het lijden uit."

"Wanneer ik bouw en werk, wanneer ik schep, zo weest Gij mijn kracht; laat mij 'Uw werktuig zijn."

"Achter het scherm van woorden en onverstand spreekt Gij tot mij, o Heer; leer mij te luisteren."

En wat verder staan de magiërs, de mystici, zij die de ziel uitzenden. En zij roepen op hun wijze uit, hoe groot het geheim is van het Goddelijke, dat in de mens schuilt.

"Ik zond mijn ziel en stond tussen de sterren. Doch ziet noch in het licht noch in de leegte waart Gij. Ik keerde terug in de leegte van mijzelve en ziet, in Uw Wezen was ik vervuld." Of wilt gij liever de krachtspreuk hebben?

"Ik ken Uw naam.”

De naam, die nimmer is gesproken na het eerste ogenblik van wording. En in Uw naam ben ik meester van al wat leeft, van licht en duister. En toch in al mijn macht spreek ik stil voor mijzelve heen slechts Uw naam, want slechts Uw luister en wezen kan mijn leven voltooien.

Vreemd zijn mensen. Hoe wonderlijk zijn de vruchten, die zij soms dragen, wanneer hun gedachten moeizaam opwellen.

"Er is een bron van eeuwige jeugd. En wie die bron erkent, gal altijd levens Maar wijzen drinken daarvan niet."

Een eeuwig leven heeft geen zin en dat is begrijpelijk. Want roept niet veel later een dichter uit, een dichter in de gevangenissen van Engeland:

"Hoe vreemd is de verlatenheid, hoe leeg is het leven, hoe vol is de werkelijkheid, als ik een ogenblik droom."

De wereld van de droom gaat verder. Wij vinden vreemde romans, b.v. het verhaal van Peter Ibbetson, de man die gevangen was en toch leefde in een wereld van luchtkastelen en daarin werkelijkheid vond en ‑ zo kunt ge tussen de regels door begrijpen ‑ de liefde, die verder reikte dan het menselijke en een God, Die sterker was dan alle ketenen.

De commentaren zijn gesloten.