20-06-16

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 3.

DE TUIN DER WIJSHEID. Deel 3.

Jezus, Boeddha, inwijding, vrijheid,daimon,

 

Echter, dit is te algemeen. Gij vraagt u af: Hoe heeft de mensheid zich dat pad gedacht?

"Gij zult," zo roept een oude pedagoog uit, "gij zult één‑zijn met de mensheid en gij zult altijd het grootste goed voor de grootste meerderheid zoeken."

Maar hij vergat erbij te zeggen. "zover die meerderheid dit wenst."

Daarom is deze bloem niet volmaakt.

 "Gij zult het grootste goed zoeken."

Wij horen het steeds weer. Wij horen het in de termen van Jezus'.

“Heb uw naasten lief."

Wij horen het in de termen van Boeddha;

"Laat goedheid en gerechtigheid de pilaren zijn, die u steunen op uw pad."

Wij vinden het terug in de oude leer der kabbala. Wij horen het in menige esoterische leerstelling. En in vele inwijdingen zijn er liederen, die op haast onvoorstelbaar schone wijze ons hetzelfde zeggen.

Ik wil u er één citeren, ofschoon het onbekend is, want de tempels, waar de inwijding geschiedde, zijn reeds lang tot stof vergaan. Daar werd, wan­neer de neophiet binnentrad, gezongen een lied:

"Gij, die sterft om te leven, gij, die leven zult om één te zijn met de dood, zie rond u. Want niets in de wereld kan u beroeren dan door uw eigen wil. Niets in de wereld kan u vervreemden, dan door uw eigen wil. Machtig zijt gij, indien gij niet zondigt of misdrijft tegen de­genen, die met u leven en niet vreest dat, wat de Schepper rond u heeft gesteld. Gij, die leeft en dood zijt, gij die leven zult in de dood, uw weg is getekend. Laten uw voeten licht gaan op het pad en vervullen uw lot en het lot der mensheid."

De berijming, de eigenaardige melodiek, de snaarinstrumenten en het zoe­mend koor kan ik u helaas niet weergeven. Ik kan u slechts een spreuk geven; een spreuk, die een bloem van wijsheid is. Daarnaast zoekt de mens natuurlijk zijn pad te vinden in overeenstemming met zijn eigen concept van leven. Zo leert ons de oudheid:

"De vorst is de God en het kind van de God. Aanbid hem, want in de macht is de Godheid geopenbaard."

En later zal men zeggen:

"Ziet het volk, want in het volk leeft de schepping. In de schepping openbaart zich God."

Mensen veranderen, maar de wijze overziet dit alles en hij vindt zijn eigen woord;

"Mens, wees vrij en laat de mensen vrij zijn. Niet het grootste goed voor allen, maar de grootste vrij­heid voor allen is de weg, die voert naar werkelijke vol­tooiing, volmaaktheid en inzicht."

En dan komt de strijd. Want dit pad, dat gaat over mensen en mensendaden, toont ons de voortdurende strijd en onevenwichtigheid tussen hen, die spreken over Goden en God als daadwerkelijke machten en hen, die zoeken in zichzelf. De één roept uit:

"De lichtende schijf aan de hemel, hij is de kracht en de wet en het gezag; buiten hem is niets en niemand waardig."

De ander spreekt:

"Ik ken slechts één God; de Daimon, de Lichtende in mij, is de­ geen die tot mij spreekt."

Deze strijd tussen innerlijke Godheid en uiterlijke voorstelling zal de mens ongetwijfeld verder moeten voeren tot een strijd en daardoor tot inzicht. Sommigen schieten hun spottende pijlen af op het Godsbegrip.

"Een fantasie‑man met een baard hebben zij in de hemel gesteld en in zijn naam volbrengen zij wat zijzelven wensen."

En een ander kaatst terug;

"Wie niet in een God gelooft, is als een dier. Want niet beseffend de eeuwigheid van zijn daden, leeft hij voor zich."

Wat, dan komt, is betrekkelijk meer moderne tijd. Een mens, een wijze, die ons hier uit de strijd tussen kleuren, misschien zelfs tussen plant en onkruid, plotseling de bloem geeft van het mens‑zijn:

"Wie slechts mens is omwille van een God, is geen mens. En wie dier is in zijn mens‑zijn, omdat hij meent dat zijn dagen kort zijn, is geen mens.”

10:54 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jezus, boeddha, inwijding, vrijheid, daimon |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.