16-06-16

VRIJHEID.

VRIJHEID.

VRIJHEID, eeuwigheid, begeren, kosmos,

 

"Ik zoek de vrijheid," zei de mens. "En zal mij al ontzeggen, opdat ik eens de vrijheid vind.

Ik ga nu overleggen, hoe ik de vrijheid kan bereiken.

Ik wil haar als een bloem doen prijken midden in mijn eigen zijn."

Maar de vrijheid bleef weg. Want de vrijheid kan men niet veroveren door te strijden. Men meent, dat men als het ware toveren kan en zo de vrijheid op doen rijzen uit het niet. Men denkt, dat vrijheid een positieve waarde is, die stapelend in de schatkisten van het bestaan geborgen kan worden. En men vergeet, dat vrijheid slechts één ding is: Afwezigheid van banden.

Een ieder, die zich de vrijheid tracht op te bouwen, zal dus voor zichzelf een gevangenis bouwen, die hij vrijheid genoemd heeft. En anders kan het niet. Want zolang wij de vrijheid zien in datgene, wat wij kunnen en wat wij vermogen, zien wij die vrijheid verkeerd. Want al wat wij doen, al wat wij kunnen volbrengen, betekent ons een nieuwe koppeling in de keten van oorzaak en gevolg. Een nieuw ons vastbinden aan de schepping en al hetgeen zich daarin afspeelt.

Wij zullen nooit vrij kunnen zijn, wanneer wij menen, dat de vrijheid is gelegen in de daad. Elke daad is een band, die ons opnieuw aan het leven bindt, die ons opnieuw verder doet gaan door vele ervaringen, die wij zelf niet wensen.

Ware vrijheid is in werkelijkheid het recht om je te onttrekken, de mogelijkheid, je te onttrekken aan de dingen, die buiten je bestaan.

Ware vrijheid is niet-leven wanneer het leven leven geeft.

Ware vrijheid is niet-streven, terwijl de wereld rond je streeft.

Ware vrijheid is te geven, omdat je ‘t bezit niet meer begeert.

Is ook niet meer leren, omdat je de nutteloosheid van leringen hebt geleerd.

Vrijheid is jezelf wezen, jezelf genoeg te allen tijd.

En toch, jezelf - zijnd deel te wezen in de Kracht der eeuwigheid.

Je kunt niet vrij zijn, wanneer je je tracht te onttrekken aan banden. Maar de vrijheid tot het aanvaarden, tot het ondergaan zonder meer, deze is te allen tijde aanwezig. En door te ondergaan, zonder zelf deel te hebben aan de dingen, onttrekken wij ons aan de gevolgen daarvan. Want waar wij geen deel meer hebben aan hetgeen wij doen, of aan hetgeen rond ons gebeurt, kan nooit meer het gevolg van deze oorzaak op ons neerdalen. Wij verminderen de oorzaken, die ons richten en stimuleren. En in deze vermindering hiervan vinden wij steeds groter wijsheid. Een wijsheid n.l. van ons eigen wezen.

Want wat baat het ons, wanneer wij heel de wereld kennen en niet onszelf? Wat baat het ons, wanneer alle krachten van het zijn, de hele kosmos, in ons leven en niet de God, Die ons geschapen heeft?

Vrijheid is het recht tot ontkenning, tot onthouding. Vrijheid is het recht om jezelf te zijn zonder leed en zonder kwaad. Vrijheid is het vermogen om je te onttrekken aan alle banden. Niet omdat de banden je kwellen. Niet omdat je de banden wilt verbreken. Maar eenvoudig door je zo te onderwerpen, dat de band niet meer knellen kan en uiteindelijk haar waarde en betekenis voor je verliest.

De ware vrijheid binnen het Al, is het opgaan in God. D.w.z. de binding aanvaarden van het Goddelijke in alle dingen. Maar door, je vrije wil. Door zelf niet te willen zijn, kom je tot het kosmisch zijn.

Deze vrijheid kan eerst langzaam verworven worden. Want alle gevolgen van vroegere levens, vroegere daden, van streven in sfeer en wereld, moeten eerst worden afgeboet. Wanneer we telkenmale weer de gevolgen van ons weten af te schuiven, door er ons niet door te laten beroeren, door voort te gaan, zo goed als wij kunnen, zonder te vragen waartoe of waarom, zonder te klagen; integendeel, zeggende: "Ziet, hiermede heb ik vrede voor mijzelf," dan bevrijden we onszelf langzaam maar zeker van alle waan, van alle wereld; van alle zijn.

Dan blijft alleen de kern van ons wezen over. De kern van ons wezen, wat is de goddelijke Kracht, Die Al in stand houdt en in alles leeft en de enige waarheid is in alle bestaan.

Vrijheid is niet: je wil doorzetten. Vrijheid is: geen wil hebben in de wereld buiten je. Slechts een wil te kennen in jezelf. Vrijheid is niet; kracht bezitten om de wereld te beheersen. Vrijheid is: de kracht hebben om je zelf te beheersen en zo de wereld te verloochenen. Vrijheid is niet: het vormen van de wereld naar je eigen beeld. Vrijheid is: jouw beeld en dat van de wereld te verlaten en op te gaan in de ongevormde en onbegrepen Kracht, Die uiteindelijk toch alle vorm tot stand brengt.

11:34 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vrijheid, eeuwigheid, begeren, kosmos |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.