04-04-16

DE HOOP.

DE HOOP.

DE HOOP,zelfbegoocheling,affiniteit,wereldbeeld, bewustzijn, levensmoed,

Wat is eigenlijk hoop? Een verwachting, die gelijk komt aan een half bewust weten. Soms is de hoop ook een zelfbegoocheling, waarmee men tracht de werkelijkheid, maar al te goed gerealiseerd, weg te drukken en weg te jagen uit het eigen leven. Men wil eenvoudig niet accepteren, wat er is en men hoopt op wat anders. Maar men weet wel dat dit maar een vermomming is van de wanhoop. De hoop zelve is eigenlijk een soort zekerheid. Wanneer ik werkelijk hoop op een voortbestaan bv. in een betere sfeer, dan zal ik in deze hoop, om verder te bestaan, weten, dat die sfeer er is, dat die mogelijkheid moet bestaan. Ik zal in mij zelve een zekere affiniteit met die sfeer moeten erkennen. Wanneer wij die hoop niet hadden, dan zou het leven bitter en somber zijn. Want in welke sfeer je ook vertoeft, altijd weer is er een onvrede in je hart. Altijd weer zijn er dingen, die je anders, beter, schoner, mooier, heerlijker zou willen zien. Wanneer je daar niet op kunt hopen, niet op een verwerkelijking kunt rekenen zo stilletjes in je zelf, dan zou het lijken, of je wereld nooit volmaakt kan worden. Of er nooit een einde zal komen aan alle kwelling, die je ervaart, aan alle onrecht, dat, naar je meent, je wordt aangedaan. Daarom hebben wij de hoop werkelijk nodig, maar de oprechte hoop. Niet de hoop, die van buitenaf wordt gegeven als een redmiddel en een verdoving, zodat je kunt ontsnappen aan een werkelijkheid, die je niet bevalt. Wanneer men U zegt: wanneer je arm bent, dan mag je hopen, dat je in een andere wereld rijk zult worden. Zeg ik U, deze hoop is vergif, dat is een wereldbeeld opbouwen, dat niet reëel is.

Want rijkdom, zoals deze wereld ze kent, bestaat immers niet in de sferen? Maar wanneer je zegt: ik hoop, dat ik bewust geworden, tot het licht zal komen, dan is het wat anders. Je weet, dat het zo is. Maar voor jezelf durf je het niet zo uit te drukken. Je kunt het zo nog niet zeggen. Teveel ben je je bewust van onvolkomenheden in je eigen wezen. Van banden, waarmee je geketend bent aan allerhande stoffelijke begrippen en begeerten. Daarom hoop je niet, dat deze gebroken worden. Maar je hoopt, dat eens op een wonderlijke wijze, die je je niet nader kunt realiseren of bepalen, toch de mogelijkheid wordt gegeven, waarnaar je verlangt, dat je vrij zult worden. De hoop is een noodzaak. Een mens, die geen hoop meer heeft, kan het leven vaak niet meer aan. De diepste diepten van een duistere sfeer kunnen getekend worden in het hopeloos voortbestaan. In een eeuwig gelijke eentonigheid, die het wezen zelf niet bevredigd. Maar wij mogen hopen en kunnen hopen, in ons wezen versleuteld liggen de geheimen, die ons bewustzijn nog niet bevatten kan. Wij voelen aan, dat het ter enigerlei tijd gerealiseerd zal worden. Drukken wij het uit, dan zeggen wij: wij kunnen het niet aan, het gaat ons te ver. Maar wij hopen, dat het werkelijkheid wordt. Wij zeggen: de omstandigheden, die hiertoe zouden moeten leiden, liggen geheel buiten onze mogelijkheden tot bestemming. Dat kunnen wij niet regeren, dat kunnen wij zelf niet doen. Maar wij kunnen hopen, dat het zal gebeuren. Wij voelen het als goed en wij zijn ervan overtuigd, dat het eens werkelijkheid zal worden. Maar .....wij voelen ons er machteloos tegenover. Daarom hopen wij.

De hoop is het begin van het weten. De hoop is het begin van het bewuste streven. Zij is de aarzelende erkenning, dat mogelijkheden be­staan, gepaard gaande met het diepe verlangen, dat zij eens gereali­seerd zullen worden. Daarom zou ik U willen zeggen: Hoop! Hoop, dat al datgene wat nu duister en onbereikbaar blijft eens werkelijkheid zal worden, want eens zullen alle krachten terug vlieden tot het punt, van waar zij zijn uitgegaan. Eens zal de absolute volmaaktheid weder­om gerealiseerd worden. Ook voor U! En nu weet gij nog niet, hoe. Gij weet niet, wat de volgende trap zal zijn. Maar diep in Uw wezen schuilt het weten, dat zegt, wat de volgende trap zal moeten zijn. Hoop daar dan op. Hoop op al datgene, wat gij voor U zelve redelijk verantwoord en edel vindt. Geef U niet over aan fantasieën en dromen. Hoop niet op dingen, die gij zelf aanvoelt als eigenlijk onrede­lijk. Maar durf te hopen op datgene, wat in U ligt en leeft, als een stille belofte. Dat wat er redelijk en verstandelijk niet te benade­ren is, wat geestelijk nog vaag en schimmig blijft. Dat wat toch Uw werkelijkheid is, die in het heden gebaard, voor U verwezenlijking zal betekenen van de krachten, die in U leven. Laten wij vooral nooit wanhopen, want dit is het treurigste, dat een mens kan doen, de diepste afgrond van ellende voor een geest. Wanhoop, dat betekent jezelf ontkennen. Je eigen gedachte en wezen ontkennen. Je eigen bewustzijn beknotten tot de levensmoed verpulvert en versijpelt en overblijft alleen maar een dorre knul, van al wat je eens geweest bent. Wanhoop nooit. Er is geen afgrond zo diep in stof of sfeer, waar je niet weer bovenop kunt komen. Er is altijd een uitweg, ook al zie je die niet. Omdat die uitweg er eens zal zijn, hoop er op, dat zij spoedig komt. Reken en vertrouw er niet op, maar hoop er op. Wanneer je werkelijk oprecht hoopt, dat de dingen gebeuren, geloof je er in. Wanneer je gelooft, dat de dingen gebeuren, dan gebeuren zij ook werkelijk. Dan kun je alles verwerkelijken, wat je wenst en daardoor vrede vinden en kracht, terwijl je anders zou bezwijken onder de lasten des levens.

De commentaren zijn gesloten.