12-01-16

Verbijstering.

Verbijstering.

Verbijstering,bewustwording,Damascus, kosmos, dwaasheden,daadkrachtig,menselijke dood,

Ik ben verbijsterd. De dofheid, die mij slaat, maakt het mij haast onmo­gelijk te begrijpen en te verstaan. Ik heb het gevoel, dat ik er niet bij behoor. Het gevoel dat er ergens iets is, dat aan mij voorbij is gegaan, iets belangrijks. Ik kan mijn juiste houding niet bepalen en ik kan mijn juiste weg niet vinden. Dat is toch verbijstering, nietwaar?

Maar als deze verbijstering ontstaat, dan is ze het gevolg van een gebeuren. Die verbijstering overweldigt mij niet zonder meer. Zij moet voort­komen uit iets rond mij of iets in mij. Wanneer de verbijstering mij pakt, vrienden, dan weet ik: Er is iets aan de hand, er gebeurt iets. En ik weet ook, dat wanneer de verbijstering geweken is, ik daarop zal moeten en kunnen reageren. Daarom is het mijn taak zo snel mogelijk deze toestand van daad­loosheid, van verbluftheid, te overwinnen. Ik mag niet stil blijven staan en wachten wat er gebeuren gaat. Het is beter, dat ik vanuit mijn verbijstering althans één ding logisch en goed doe en onmiddellijk. Het is veel beter dan dat ik 1000 dingen overweeg en niets doe. Het is beter dan dat ik blijf afwachten of er nog meer komt. Want aan uzelf en alleen aan uzelf is ook in de verbijstering de mogelijkheid gegeven tot bewustwording.

Als je zo kijkt, dan mijne vrienden, kun je je misschien voorstellen dat de verbijstering voortkomt uit het niet kunnen of niet willen begrijpen van het gebeuren. Het is te plotseling, te onverwacht, te verbluffend. Zo-even is er gesproken over het licht, het kosmisch licht; en wanneer dat u plotseling beroert, zonder meer, dan bent u verbijsterd. Zoals Saulus op de weg naar Damascus verbijsterd was. Hij was verblind, hij wist helemaal niet maar wat er gaande was. Het licht had hem beroerd, Hij wist geen in of uit meer. Verbijstering. Maar wat doe je dan? Dan zoek je zo goed moge­lijk al je capaciteiten bij elkaar. Want je moet verdergaan. Saulus, de blinde, ging naar Damascus. Anders dan hij van plan was te gaan ongetwijfeld, op een andere manier en met een andere inhoud; maar hij ging.

Wij moeten ook, wanneer de verbijstering ons treft in de schepping, in het gebeuren van het Al, wij moeten eveneens verdergaan. God geeft ons on­noemelijk veel, dat is erg waar en erg mooi. En de kosmos biedt ons enorm veel om over te denken; er is een wetenschap en er is en erkennen van de geest, er is een innerlijk ervaren, er is een manifestatie en een inspiratie. En elke keer weer wanneer het ons werkelijk treft en wanneer het werkelijk belangrijk is, dan staan we een ogenblik verbijsterd, nietwaar? Dan vragen wij ons af, wat er nu eigenlijk moet gebeuren en waar het naartoe moet. Of we versuffen en we verdoffen en we geloven het allemaal wel, want we weten niet meer wat we moeten. Dat is verbijstering. Maar wij moeten verdergaan, of wij willen of niet. Je kunt teruggaan en je kunt vooruitgaan, maar je kunt niet blijven staan. En als je zou willen blijven staan, zou willen helemaal passief zijn, dan komt er iets van buiten dat je dwingt. Zoals Saulus werd gevonden, Saulus van Tarsus en werd meegenomen door kooplieden.

Begrijpt u wat ik bedoel? Er is een ogenblik dat je moet, of je wilt of niet. Je moet een keuze doen, juist op het ogenblik, dat je niet weet wat er precies gaande is. Er is geen tijd voor lange bespiegelingen en be­sprekingen, er is geen tijd om te overwegen of dit of dat nu beter is. Op dat ogenblik moet er een keus gedaan worden; een keus, die voortkomt uit je hele hart, je hele wezen. En alleen dan kun je verdergaan. Dan kun je op de juiste manier tenminste verdergaan.

Dan moet je later niet zeggen: Ja, in mijn verbijstering heb ik dwaas­heden begaan, ik heb grotere ongelukken tot stand gebracht, ik heb grotere dwaasheden begaan dan te verwachten was, uit onverwachte gebeurtenissen, uit onverwachte oorzaken, uit het onverwachte. En als je dat zo stelt, dan is het onderwerp van onze meditatie eigenlijk iets anders geworden. Dan heet het: ik moet besluiten.

De tijd staat nooit stil. De momenten stapelen zich op elkaar, een soort toren van Babel, die eens aan het einde misschien de hemel van de oneindigheid bereikt. Wij mogen ze niet ongebruikt voorbij laten gaan.

Wij mogen niet voortdurend trachten te schipperen tussen a en b. Wij mogen niet voortdurend proberen om God zelf dan naar een besluit te laten nemen, want ons valt het te zwaar. Ondanks alles moeten wij volgens ons eigen in­zicht – verbijsterd of niet – onze weg gaan, onze keuze doen, ons besluit nemen.

En altijd weer, wanneer wij een besluit moeten nemen, hebben we de keuze tussen een besluit dat anderen schaadt en dat anderen niet schaadt. Tussen iets waartegen ons wezen "ja zegt en iets, wat ons wezen eigenlijk afwijst. Dan moeten wij kiezen. En wij moeten steeds kiezen wat anderen niet kan scha­den en wat ons wezen bevestigt. Want alleen op die manier kunnen wij verder komen.

Wij kunnen niet stilstaan en zeggen: Ik ben verbijsterd, ik weet geen in of uit meer. Wij moeten terugvallen op het weinige, dat ons overblijft op dat ogenblik, dat ene punt van houvast, dat we hebben. Dan moeten we zeggen: Wij nemen een besluit zo, dat het niemand schaadt, maar een besluit. Wij moeten verdergaan.

En wanneer de omstandigheden ons zeggen: "Dit is de weg, die je moet gaan", denk dan na. Want de weg; die je gaat, heeft consequenties. Maar zeg je "ja" tegen de omstandigheden en laat je je voeren, dan ben je ook aan­sprakelijk voor al die dingen. Je bent het zelf en het is nooit een ander, die daarvoor aansprakelijk kan zijn.

Ik kan me voorstellen, dat je in het leven soms verbijsterd bent. Ver­bijsterd over de vreemde daden van de mensen, verbijsterd ook soms over de onthullingen van de geest of de vreemde invloeden, die plotseling op je inwerken. O, ik weet het allemaal. Maar wij moeten verder. Wij moeten zeggen: "Dit is de weg, die ik zie." Dan moeten we niet zeggen: "Misschien komen er wel omstandigheden, waardoor wij die weg kunnen gaan." Dan moeten we zeggen: "Wij zoeken die weg zelf, daadkrachtig!" Want juist de esotericus kan alleen verdergaan, wanneer hij ondanks verbijstering en verbluffing, ondanks het soms prijsgeven van veel, wat hij kostbaar heeft geacht en belangrijk en dier­baar, verdergaat.

Je kunt niet stil blijven staan. Dat ligt in het woord verbijstering. En dan kun je alleen nog maar zeggen: "Er is voor mij een weg in het leven. Een weg, die ik zelf kies in zeer grote mate. Een weg, waarvan ik alle mo­gelijkheden voortdurend zelve beslissen moet in ieder geval. Een weg, die behoort tot de eeuwigheid, die deel is van God, deel van de kosmos en van het leven. Een weg, die niet ophoudt, waar de menselijke dood bestaat en die niet begon, waar de menselijke geboorte schijnbaar het leven doet begin­nen. Een verre weg. Deze weg is mijn weg. De weg, die in mij ligt en niet alleen buiten mij.

Alles wat in mij ligt zal ik moeten doormaken en beleven, zal ik moeten uiten. Is het niet nu, dan is het later. En al wat ik verkeerd heb gekozen, daarvan zal ik de gevolgen ondergaan. Is het niet nu, dan is het later. Ik ben gebonden aan niets in het Al buiten mijn God en de weg in mijzelf. En als ik dan een ogenblik verbijsterd ben door alles wat mij overkomt, wat mij beroert, dan moet ik beseffen: Dit is een logisch deel van mijn weg. Ik moet dit zo logisch mogelijk a.h.w. aanvaarden. Ik moet het niet zien als een wonder of iets van buiten af. Ik moet het beschouwen als iets, wat in mij leeft. En dan zal juist en vooral die verbijstering vaak voorbij kunnen gaan, omdat men plotseling beseft: "Ik ben mijn weg nog niet juist genoeg of niet volledig genoeg gegaan. Neen, die weg moet ik kiezen en geen ander.''

Laat ons daarom altijd, wat ons ook beroert vanuit de kosmos of vanuit het leven, een keus doen. Laat ons die keuze volgen ten goede. Laat ons nimmer zeggen: ''Dit kan wachten" en nimmer de dingen ten halve doen. Of on­gedaan laten. Laat ons stellen: Dit kies ik en voor mijzelf aanvaard ik dit volledig, ongeacht het feit of het uiterlijk werkelijk wordt of niet, want in mij is dit mijn weg.

Zo kom je tot bewustzijn van jezelf en de waarheid. En zo kan de ver­bijsterende gebeurtenis, het ogenblik van volledig verbluft en overrompeld zijn, voor ons soms kostbaar zijn door het vele nieuwe, dat het ons in onszelf doet vinden, het juiste licht, dat het werpt op de weg, die wij moeten gaan.

De commentaren zijn gesloten.