03-12-15

BEROEP.

BEROEP.beroep,bestaansrechtvaardiging, levensfunctie,schepper,kracht, slachtoffer, waarheid, tegenstellingen,

Ik kan mij beroepen op een kracht, een macht, een vorst, een rijk. Ik kan een beroep hebben en daarmee aanduiden wat ik volbreng. Het beroep is het door anderen doen volbrengen in de ene vorm, het zelf volbrengen uit de andere vorm. Misschien is daardoor duidelijk, dat al wat wij zijn en doen eigenlijk een beroep is.

Wij leven door voortdurend een beroep te doen op anderen, want wij vragen van anderen de erkenning en de mogelijkheden om ons eigen leven op te bouwen. Maar wij hebben ook een beroep nodig, want wij kunnen te midden van anderen eerst leven, indien wij zelf iets zijn.

Dit lijkt mij een aardige weerkaatsing van de schijnbare gespletenheid waarin wij kosmisch bestaan. Enerzijds heb ik God, mijn Creator, mijn Schepper. Deze Godheid maakt mij en mijn wereld. Maar aan de andere kant ben ik het die scheppend optreedt in de wereld. Ik maak voor mijzelf waar wat er in mij leeft.

Ik ben enerzijds een wezen dat een voortdurend beroep moet doen op het hogere, maar anderzijds is het leven, het vormen mijn wezensin­houd, mijn bestaansrechtvaardiging. Als ik dus tussen de hogere krachten dat wat uit mijzelf komt een verschil maak, zal ik altijd beperkt zijn in het uitoefenen van mijn levensfunctie door het beroep dat ik doe op een hogere functie.

Aan de andere kant als ik mij alleen bezighoud met beroepshalve mijzelf waar te maken in de wereld zonder mij te beroepen op het hogere, zal ik nooit volmaaktheid bereiken; ik ben altijd beperkt. Daarom zou ik dan  uit dit woord willen distilleren de les. Ik moet mij gelijktijdig beroepen op datgene wat ik ook wil zijn.

De schijnbare verdeeldheid tussen het hogere en dat wat ik ben is iets wat uit hijzelf voortkomt. Ik ben deel van de totale scheppende Kracht, zo goed als ik schepper ben in mijzelf. Ik ben gelijktijdig het slachtoffer van grote machten en ik ben een macht die slachtoffers maakt.

Als ik zeg Ik ben één met de Godheid, dan heb ik daaruit de onafhankelijkheid gewonnen waardoor ik waarlijk kan scheppen wat er in mij leeft. Wil ik deze dingen van elkaar scheiden, ik zal slachtoffer zijn van alle omstandigheden.

Kan ik de eenheid vinden tussen het besef van het hoogste en dat wat ik ben, moet doen en zijn, dan heb ik de volledige macht om mijzelf waar te maken wat er ook op de wereld gebeurt en wat er ook gebeurt in de tijd, want ik ben als godheid meester van alle werelden en alle tijden. Zo maak ik waar in alle werelden en alle tijden wat er in mij leeft, totdat volledig is waargemaakt dat deel dat ik ben van de grote scheppende Godheid.

Als ik dit zo probeer uit te drukken, hoop ik voor u begrijpelijk te hebben gesteld De schijnbare tegenstellingen vormen de eenheid waarin de enige waarheid ligt. Beperking en onbeperktheid tegenover elkaar zijn het ware wezen, dat zichzelf zijnde zich beperkt, maar oneindig is in zijn. mogelijkheden. Wie de tegenstellingen in zich verenigt, zal daardoor alle beperkingen verliezen, de waarheid kennen en vanuit zich waarmaken wat de kern is van zijn wezen.

De commentaren zijn gesloten.