19-10-15

IETS OVER FILOSOFIE.

IETS OVER FILOSOFIE.

filosofie,logica, werkelijkheid,

Kijk, filosofie is natuurlijk iets wat je opbouwt op feiten. Nu wil ik met een paar eigenaardige feiten beginnen, u moet er zelf maar eens over nadenken. De mens heeft een wereld voorstelling die gebaseerd is op zijn zintuiglijke waarnemingen. Zijn logica, zijn redelijk denken zijn eveneens afgeleid van al datgene wat voor hem waarneembaar is.

Datgene wat de mens waarneemt, visueel bv. in het zichtbaar spectrum, wat hij hoort, wat hij voelt, kortom alles wat hij waarneemt, maakt nog geen 50e. deel uit van de verschijnselen waarvan we althans een deel door middel van instrumenten kunnen aantonen.

Daar de menselijke werkelijkheid en de daarop gebaseerde logica, slechte ten hoogste 50% van een aanvaardbare werkelijkheid omvat, blijft een zo groot gedeelte onverklaarbaar dat elke logica op zichzelf foutief moet zijn. Natuurlijk een pijnlijke klap in het gezicht van vele die zich vooral op de logica baseren. Maar met die drie punten heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat er zoveel in, uw wereld en zuiver materieel aan de hand is, waarmee u geen rekening kunt houden dat het onlogische vaak eerder waar is dan het logische. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat, het menselijk, zogenaamd redelijk denken dus eigenlijk niet in staat is om een juist beeld van het leven, van de kosmos ook maar enigszins te creëren. De mens kan eigenlijk zuiver materieel niet eens komen tot een levenshouding en levensverklaring die voor hemzelf, bevredigend is. Hij grijpt dan altijd naar een of andere theorie zoals het marxisme bv. dat aanneemt dat alles in feite door een toeval is ontstaan, en dat de staat dus de menselijke structuur, uiteindelijk de hele wereld zal domineren. Maar die gelijktijdig toe moet geven dat er voortdurend meer raadselen en voortdurend meer problemen ontstaan. Hoe je aan de ene kant een dominante van het menselijk denken over de wereld en over alle bestaan kunt stellen, en aan de andere kant toch toegeven dat er heel veel is waar je niets van af weet, is me een raadsel. Zelfs met de menselijke logica is dit in strijd. Maar dan hebben we gelukkig de dialectiek, dit is in vele gevallen een verdraaiing van de logica zodat bepaalde onbewijsbare punten schijnbaar bewijsbaar worden en dan kunnen we dat misschien aannemelijk maken. Rationalisatie is nu eenmaal een van de meest menselijke eigenschappen. Wanneer we iets niet kunnen begrijpen, herleiden we het eenvoudig tot termen die we wel kunnen begrijpen.

Gaan we nog een stapje verder dan ga ik me afvragen hoe het mogelijk is dat in zoveel mensen die zeggen redelijk logisch te denken en te leven absoluut onlogische en onredelijke maatstaven en geloofswaarden de eigenlijke drijfveer in het leven uitmaken. Want u kunt nu wel zeggen dat de tien geboden ergens logisch zijn, maar die zijn alleen logisch wanneer ik uitga van een God die ze geeft. Wanneer ik uitga verder van een blijvende waarde van die geboden en niet alleen aan tijdgebonden waarden. Wanneer ik uitga van een gelijkblijvende menselijke waarde door alle tijden heen. Doe ik dat niet, dan moet ik zeggen die zaak is ergens onlogisch. Daar worden wel een aantal sociale voorschriften gegeven maar het verdere dat heeft eigenlijk niets met mij te maken. Wanneer ik spreek over God dan is dat precies hetzelfde.

Ik zeg dat er een God is, ik heb een God nodig om te leven, maar ik kan niet bewijzen dat er een is. Logischer is het dat er geen God is. Logischer is het dat er een al dan niet wetende eerste oorzaak is vanuit dit alles is ontstaan, maar een God die zich met elk van ons bezig zou houden is eigenlijk een zeer onlogische en onredelijke veronderstelling. U zult dus begrijpen dat we het op een andere manier moeten proberen. We kunnen niet alleen maar gaan zeggen wat is volgens menselijk denken, weten, redeneren, logisch, wat strookt met de menselijke waarnemingen, met het menselijk ervaarbare. Je moet uitgaan van de vraag, wat leeft er in die mens? En dan blijkt dat die mens altijd, van de vroegste tijden af tot vandaag de dag, zich te buiten gaat aan een ideële wereld. Hij creëert in de eerste plaats een beeld van zijn eigen wereld dat al niet reëel is, het is een zeer subjectieve interpretatie,van een onvolledig objectief waarnemen, en daarnaast gaat hij dan nog daaraan dingen toevoegen die redelijk onwaarschijnlijk of onlogisch zijn. Nu hoop ik dat niemand beledigd is wanneer ik zeg dat stellingen van Belamie zekere menselijke logica niet ontberen maar dat ze de menselijke psychologie geheel buiten beschouwing laten. Wanneer we die theorie op de keper beschouwen, deugt er ergens iets niet. Wanneer we te doen hebben met socialisme met het denkbeeld van democratie wanneer we dit doen met denkbeelden als vaderlandsliefde of met verering van God precies hetzelfde, we lopen vast er is geen logisch houvast. Maar in ons is die droom steeds en ergens zijn die dingen voor ons uitermate belangrijk.

Dan moet ik aannemen dat er zeker zolang als voor ons kenbaar de mensheid bestaat andere niet zichtbare en niet redelijk te interpreteren factoren een rol hebben gespeeld in het menselijk bestaan en aan het wereldbeeld dat die mens zich vormt zeer veel hebben bijgedragen.

De fantasie van de mens leidt hem er toe te personifiëren. Bomen werden bewoond, beken werden bewoond, de wereld onder onze voeten verbergt ergens een onderwereld. De hemel boven ons ergens een paradijs een eliseum. De onbetreden toppen van de bergen zijn de woonplaatsen van Goden. Het onbekende wordt met gestalten bevolkt. Die gestalten zijn menselijke maar is de gestalte die men aan die dingen geeft misschien de erkenning van een bepaalde indruk? Het is niet erg waarschijnlijk omdat we weten dat de mens gevoelig is bv. voor bepaalde gewassen dat hij beïnvloedt kan worden door bv. het ruisen van water. We weten dat zijn emotioneel bestaan door kleuren. door geuren zeer sterk bestuurd wordt.

Dan is volgens mij in de oudheid dit projecteren van alles in figuren, in gestalten, in levende wezens eigenlijk niet zo dwaas. Het zijn geen menselijke wezens en misschien zijn het geen denkende wezens zoals men dit tegenwoordig menselijk definieert. Maar er is een geheimzinnig leven, een geheimzinnige macht en wanneer ik mij van die kracht allerhande wonderlijke dingen voorstel dan mag dat een fantasie zijn, maar in die fantasie moet toch ergens een stimulus zijn, een aansporing om in die richting te gaan denken. Die aansporing die kan niet liggen in de rede, en heeft ook weinig te maken met rationalisatie want we kunnen de verschijnselen ook op vele andere manieren rationaliseren. Waarom doen we het juist op die manier? Conclusie: het onderbewustzijn van de mens neemt vele waarden en invloeden waar, die niet tot het waakbewustzijn doordringen. Het zijn deze indrukken die voor hem de basis vormen van zijn fantastische wereld of dat nu ergens een berg is waar Hera en Zeus voortdurend hun echtelijke ruzies plegen, als Zeus tenminste geen slippertje maakt, of een of ander vreemd Hades, een onderwereld waarin een of andere verre voorganger van alle menselijke zoekers de ingang zoekt naar het rijk van de doden. Neen die voorstellingen moeten ergens regel en concreet zijn. We kunnen misschien een deel van wat in ons bestaat naar buiten toe projecteren, omgekeerd zullen wij ons dergelijke fantasiewerelden niet kunnen opbouwen wanneer niet ergens een basisstructuur is en deze grondslag, dit eerste begin van de fantasiewereld moet volgens mij in de werkelijkheid liggen.

Dan kan ik weer een paar stellingen verkondigen:

Al het fantastische is gebaseerd in een werkelijkheid. Deze werkelijkheid behoeft niet redelijk waarneembaar en kenbaar te zijn en zij behoeft niet te beantwoorden aan de logica, die men door menselijke ervaring leert hanteren.

Deze wereld moet met het menselijke wezen verwant zijn anders zou deze beïnvloeding en ook deze projectie van denkbeelden niet mogelijk zijn.

Dan moet het fantastische even dicht bij de waarheid liggen als het zogenaamd redelijke. Er is in feite geen voorkeur te geven voor de fantasie of de rede zolang voor de mens het hanteren van de fantasie als werkelijkheid mogelijk blijft.

Men weet dat een mens denkt over toekomstige gebeurtenissen. Bv. Er is een of andere Rus die heeft zijn mening over het jaar 2000. Hij beweert in die tijd zal de mens in staat zijn om zich door machines te laten bedienen. In die tijd zal de mens geneeskundig behandeld worden door computers. In die tijd zal de gemiddelde levensduur oplopen van 100 tot 200 jaar. Dat is gewoon eigenlijk een beetje sciencefiction. Hij heeft wel wetenschappelijke feiten waarop hij dit baseert. Maar het is verder fantasie je kunt helemaal niet zeggen dat het gaat gebeuren. Toch doet hij het. Hij poneert iets als een zekerheid dat dat geen zekerheid is en dat volgens de bestaande mogelijkheden slechte een kleine kans heeft om tot zekerheid te worden. Toch doet hij het vol vertrouwen en ik kies hier speciaal een Rus met zijn extrapolatie omdat die mens is opgegroeid in een maatschappij waarin denkbeelden als God, Goddelijke leiding en ingrijpen eenvoudig taboe zijn. Dus we kunnen ook niet zeggen die man baseert het op een geloof, toch moet hij het ergens vandaan hebben. Ik stel dat deze man een wereld, een werkelijkheid bouwt in zichzelf en daardoor de aandacht van anderen en zichzelf richt op het bestaan van feiten en mogelijkheden die tot op dit moment niet zijn gezien. En ik meen dat zijn predictie, zijn voorspelling in feite eerder een richting geven is, aan datgene wat voor de mens werkelijkheid zal worden, dan een erkennen van de mogelijkheden in het heden gelegen.

Ik stel het menselijk denken dat een fantasie bouwt die voor het ik aanvaardbaar blijft en deze op aanvaardbare wijze naar buiten kan projecteren, brengt daardoor de verwezenlijking van de fantasie tot stand daar het onderbewuste bij de opbouw van het fantastische beeld gebruik heeft gemaakt van vele impulsen die niet algemeen erkend worden, en als zodanig het beeld in andere dezelfde onderbewuste impulsen zal wekken, die langzaam maar zeker doordringen in het zogenaamd redelijk waakbewustzijn en daarin dan de creatieve functie van de mens stimuleren.

Wat ik fantaseer wordt waar, onredelijk. Toch kunnen wij altijd weer zien, dat de filosofen uit de oudheid en de denkers uit de oudheid dingen hebben voorvoeld en voorgelegd die ze onbewust hebben helpen waar maken. Zelfs die wat misleide alchimist die zegde dat hij materieel goud kon produceren heeft aanleiding gegeven tot een wetenschappelijke ontwikkeling die op den duur kwam tot de atoomchemie en van daaruit tot de feitelijke mogelijkheid goud te produceren uit magere minder waardevolle metalen.

Wanneer ik ga kijken naar de staatkunde dan ontdek ik bv. denkbeelden over de ideale staat in een verre verleden door een Griekse filosoof opgebouwd, invloed hebben gehad op stedenbouw, iets ervan kunt u in de opzet van Parijs bv. terugvinden. Dat zij invloed hebben gehad op de wijze waarop zij ambtenaren korpsen en structuur gaf, ja zelfs dat wetgevingen via de invloed op het Romeins recht van deze filosofie tot deze dagen toe beïnvloed zijn. En dat daarmede de mogelijkheid tot verwezenlijking van de ideale staat dichterbij komt. Uw sociale voorzorgen uw tendensen in deze dagen, uw idee van planning voor de gemeenschap zijn immers deel van de ideale staat. Er kan een lange tijd liggen tussen de verwezenlijking van de fantasie en het ontstaan ervan. Dat is waar, en we kunnen daarbij verder constateren dat naarmate er meer denkende entiteiten betrokken zijn bij de verwezenlijking, de verwezenlijking trager verloopt. Maar we kunnen de verwezenlijking niet uitsluiten, en dat,maakt het erg interessant, want naarmate er dus meer van deze fantastische beelden worden waar gemaakt, ontstaan meer nieuwe denkbeelden, fantastische beelden. Daardoor wordt het, aantal mogelijkheden tot manipuleren en tot creëren voor de mens eveneens groter.

Anders gezegd, de evolutie heeft een versnelling die niet rechtlijnig is maar in kwadratuur gaat. Wanneer eens 100.000 jaar nodig zijn, dan kunnen wij zeggen dat de volgende periode 50.000 jaar vraagt. Maar de daaropvolgende slechts 12.500 jaar enz. De opeenvolging van ontwikkelingen in de materie gaan steeds sneller. Naarmate het aantal fantastische grondvormen dus meer omvattende denkbeelden die de werkelijkheid te buiten gaan toenemen. Is het dan zo vreemd dat ik in mijn conclusie stelt:

Dat wat wij de menselijke fantasie noemen is meer waard dan hetgeen wij de waarheid noemen, want elke fantasie houdt de mogelijkheid in om deze fantasie om te zetten in waarheid. Elke objectief waargenomen waarheid is slechte een fase in een proces van veranderingen, hetwelk door deze fantastische beelden bepaald wordt.

De mens is niet tevreden met zijn leven. Naarmate hij verder door dringt in de geheimen van de natuur wordt in hem gelijktijdig de honger naar eeuwig bestaan of voortbestaan groter en zijn twijfel aan de oude verklaringen daaromtrent eveneens groter. Om het ik en het leven inhoud te geven, wordt een hiernamaals steeds meer noodzakelijk.

Van de verste oudheid heeft men het denkbeeld gekoesterd dat verdienste eeuwigheid inhoud.

In deze dagen stelt men eeuwigheid als een vaststaande waarde voor eenieder, maar blijft men nog steeds verdienste of bereiking beschouwen als beslissend punt voor de wijze waarop dit voortbestaan zal worden beleefd.

Wat kunnen we hiervan afleiden?

 

Dat men reeds zeer vroeg heeft aangevoeld dat een voortbestaan op welke wijze dan,ook mogelijk is. Er waren toen geen redelijke achtergronden voor dit denkbeeld van voortleven, en ik geloof ook niet veel behoefte daartoe. Het eerste bestaan van spreken met doden bv. vinden we uiteindelijk reeds in de zeer vroege culturen, met trekkende met nomadische stammen die de voorvaderen raadplegen. Het samen spreken met Goden komt eigenaardig genoeg eerst wanneer we landbouwgemeenschappen zien. Het wordt dan wel door de nomaden later overgenomen. Ik concludeer: Het voortbestaan wordt door de mens onbewust geregistreerd. Hij weet in feite, dat hij voortbestaat. Hij heeft dit begrip ook nodig omdat doordat zijn bestaan zinvol is. De betekenis ervan, als een eenvoudige korte periode van leven, is praktisch nihil. Hij heeft behoefte aan een rationalisatie zou ik haast zeggen van zijn eigen streven en projecteert daarom een eeuwig leven in een vorm volledig van de wereld vervreemd, waarin hij gelijktijdig de scheiding van de wereld, die de dood voor hem is, kan aanvaarden en toch weer het bestaan en de zin van het bestaan volledig tot uitdrukking kan brengen. De dode werelden van de oudheid, zoals de dodenboeken aantonen, de Tibetaanse, de Egyptische, er zijn er meer, maken duidelijk dat dit niet alleen maar een kwestie is van verdienste, er is sprake van kennis. Je moet het juiste woord weten om elke wachter te passeren. Je moet de juiste getallensymboliek kennen. en je moet de juiste antwoorden kennen aan de Goden. Maar of er nu een Anubis is die als schatter van zielen optreedt of er ergens een weegschaal is waarop de ziel wordt gewogen tegen de veer van Maat is onbelangrijk. Belangrijk is het denkbeeld dat de mens door zijn eigen actie en kennis binnen kan dringen in een wereld die oneindig is. Daar moet dus ergens een basis voor zijn en naarmate de mens dat meer gaat formuleren en uitdrukken, in de termen van zijn tijd en geloof, komt hij ook tot een concreter beleven van het hiernamaals. Of we nu kijken naar de grote stoepa’s van de Hindocultuur of naar de piramiden, of naar de graftekens die u zelfs op de moderne begraafplaatsen nog vindt, och het is niet zo belangrijk. Maar we vinden altijd weer daarin een associatie met God en de Goddelijkheid. Onsterfelijkheid of voortbestaan kan kennelijk niet beschouwd worden los van het bestaan van andere krachten.

De wijze waarop de andere krachten worden voorgesteld kan een menselijke rationalisatie zijn. Zijn behoefte aan de erkenning van die krachten is volgens mij uit hem zelf geboren. Het is een innerlijk erkennen een aanvulling van zijn redelijke werkelijkheid.

Nu zou ik veel verder kunnen gaan, elke fase afzonderlijk behandelen. Ik zou zelfs zo ver kunnen gaan, wat u misschien niet weet maar wat waar is, dat de eerste Christenen bv. niet zonder meer en onvoorwaardelijk in een voortbestaan voor eenieder geloofden, maar laten we naar deze tijd gaan.

Hier wordt het leven ergens een probleem. De hunkering naar voortleven bestaat wel, maar er bestaat de neiging om dit weg te projecteren uit de menselijke werkelijkheid. Resultaat het contact met de Goddelijke wereld en de wereld van het hiernamaals is in feite veel geringer dan het in het verleden is geweest. De mens sluit een groot deel daarvan uit. Door zijn behoefte zal hij er echter steeds toe geprest worden toch die wereld te zoeken. Een eindconclusie is eveneens logisch. Een menswaardig en menselijk leven zal voor alle mensen pas dan mogelijk zijn wanneer het erkennen van het leven na de dood, is gekomen vanuit het fantastische theoretische, de geloofssfeer als u wilt naar de concrete, naar de redelijke sfeer. Gezien de versnelling van menselijke evolutie die ik reeds in het vorige punt heb aangestipt, moeten wij aannemen dat deze concrete en wetenschappelijke aanvaardbare bewijzen, dus voor de menselijke rede ook aanvaardbare bewijzen, binnen een niet al te lange tijd zullen kunnen vinden. Dan kom ik tot de volgende vraag. Wanneer die mens onbewust zoveel dingen weet, zoveel stimuli vindt die hij uiteindelijk tot realiteit maakt voor zichzelf in zijn eigen wereld, is het dan ook niet aan te nemen, dat hij over veel grotere vermogens beschikt dan het filter van zijn redelijkheid denkbaar maakt? We hebben tot nog toe steeds weer, in mijn argument althans, aangetrokken het onderbewuste, het niet bewuste van de mens, als aansporende ja als formerende en soms als formulerende factor in zijn zgn. reëel bestaan. Moet ik dan niet aannemen dat het onbekende deel van het ego, en dat niet besefte deel van de objectieve werkelijkheid, gezamenlijk veel grotere mogelijkheden inhouden dan in de objectieve, redelijke wereld denkbaar zijn?

En dan kom ik tot een conclusie die natuurlijk aan, alle kanten bezwaren zal trekken nl., de mens die het redelijke denken terzijde weet te stellen op het juiste ogenblik, zal in staat zijn door een fantastisch zo u wilt geïnspireerd ervaren en later omzetting in gedachten resultaten te bereiken die, zonder dit, redelijk niet aanvaardbaar of denkbaar zijn. Hij zal daardoor zijn eigen mogelijkheden en vermogens aanmerkelijk kunnen vergroten. En dan, ziet u dat er alweer iets eigenaardige is gebeurd. Wanneer je deze manier van redeneren volhoudt kom je tot het punt waar je zegt; mens hetgeen je denkt is eigenlijk veel belangrijker dan hetgeen je bent en wat je doet. Want hetgeen je diep in jezelf beleefd en doormaakt, zonder dat je het direct menselijk gaat formuleren, is de toekomst, dat is een werkelijkheid die zeker waar wordt, terwijl wat je als werkelijkheid ziet al voorbij ie voor je het geconstateerd hebt. De droom is in feite meer werkelijk dan de zogenaamde werkelijkheid.

Wanneer ik dit alles heb gesteld dan zal ik moeten toegeven dat mijn beeld van God, van geesten, van engelen, zijnde een gerationaliseerd beeld dat daardoor voor mij redelijk aanvaardbaar kan worden, onjuist moet zijn. Maar ik zal gelijktijdig moeten toegeven dat de voorstelling die ik mij maak van mijn God, van de geest, engelen of iets anders, voor mij binnen mijn redelijke mogelijkheden uitgedrukte werkelijkheid is van mijn contact met hen. Want wat ik op deze wijze voel, droom en formuleer is een waarheid, die ik door mijn eigen wezen en leven eveneens tot werkelijkheid maak voor mijzelf.

En dan komt het klapstuk. Het is uitermate belangrijk dat ik mijn eigen relatie, ten aanzien van God, ten aanzien van alle krachten die ik buiten die God nog,als actief rond mij erken, zodanig blijf formuleren dat er sprake is van een harmonie, van een gevoel van verbondenheid en samenwerking. Alleen op deze wijze is het mij mogelijk een latere verbondenheid en samenwerking waar te maken. Of ik daarbij de denkbeelden van een ander als uitgangspunt neem of niet, is van geen belang. Wel is van belang dat ik zelf, dit volledig ervaar. Vb, Jezus tegen Dismas, voorwaar ik zeg u nog heden zult gij met mij zijn in het paradijs. Elke kritiek daarop betekent dat het onwaar wordt.

Elke aanvaarding van die stelling betekent dat voor Dismas de relatie met God waar is volgens Jezus woord en daarmee zijn bewuste werkelijkheid gaat bepalen. U ziet het, ten aanzien van God zitten we ook al goed eigelijk wanneer we begrijpen welke kant we uit moeten. Maar waar moeten we dan met die ellendige werkelijkheid met deze maya, of begoocheling, of hoe je het noemen wilt. Wel we zouden daar een aantal regels moeten voor opstellen:

Elk conflict dat in mijn gedachten bestaat heeft,de neiging tot een steeds concretere werkelijkheid te worden. Elk beeld van conflict dat ik in mij koester wordt conflict. Dientengevolge moet ik leren conflictloos te denken. Al wat ik aan nieuwe waarden in mijn fantasie als mogelijk stel, bevat in zich het zaad van een toekomstige werkelijkheid, voor mij of voor anderen. Wil ik zelf resultaten zien dan zal ik mijn fantasie moeten laten spelen in mijn onmiddellijke werkelijkheid in mijn onmiddellijke nabijheid.

Hoe concreter het fantastisch beeld geënt is op mijn eigen wezen tijd en mogelijkheid, hoe sterker de impuls die van daaruit zal gaan op mijzelf om het gedroomde waar te maken.

Verder moeten we opmerken dat, ofschoon de verschillende invloeden waaruit de fantasie geschapen wordt. deels onbewust zoals ik reeds heb gezegd niet gemakkelijk te formuleren zijn. De vormgeving onze eigene is, wanneer wij dromen, wanneer wij fantaseren of dagdromen, dan is het niet zo belangrijk hoe wij het gebeuren stellen, als wel hoe wij de relatie stellen. De relatie is steeds het belangrijke. Het is niet belangrijk hoe wij ons een bepaalde ontwikkeling voorstellen, belangrijk is het erkennen van het beginpunt en een eindresultaat. De tussenliggende fasen zullen in ons eigen werkelijkheid afwijkend kunnen voorkomen, maar het einddoel is absoluut bereikbaar.

Op grond hiervan stel ik: De mens die gebruik maakt van het totaal van zijn geestelijke en mentale vermogens, zonder deze in hun inspiratieve momenten aan de filtering der rede te onderwerpen, komt tot een reeks beelden waardoor binnen de rede en redelijkheid en zelfs volgens menselijk logische ontwikkelingsmethode het gedroomde waar te maken. Hoe meer hierbij een onbekende, in feite, onredelijke actieve factor wordt erkend of ingeschakeld hoe meer niet besefte elementen uit de wereld, uit de mens en uit de geest een rol zullen spelen.

Kort en goed: De mens zal meer heerser zijn van zijn eigen leven en zelfs ook van zijn milieu naarmate hij meer leert uit te gaan van de inhoud van zijn wezen, en de verhouding slechts te concretiseren in de zin van zijn fantastisch beleven, van zijn emotionele inhoud. Dat is natuurlijk maatschappelijk erg gevaarlijk. Ik weet het. De maatschappij vraagt van u een genormde denken, een genormde logica, een genormde redelijkheid. Maar misschien mag ik op een klein punt wijzen dat toch wel te denken geeft: Economie is een erkende wetenschap. In haar afleidingen, processen en bedredeneringen is zij volledig logisch. De techniek die zij hanteert is menselijk gezien eveneens volledig logisch. Toch is zij niet in staat om naast, de wenselijke ontwikkelingen en resultaten ook de feitelijke ontwikkelingen en resultaten te betalen. Zij omvat, zelfs wanneer daar bepaalde, sociale wetenschappen aan worden toegevoegd niet voldoende gegevens om de reële tendens van het menselijk leven en ontwikkeling mogelijkheid te bepalen. Zodra echter een econoom, of iemand anders het strikt redelijke patroon toelaat komt hij tot een keuze uit het veelheid van redelijke mogelijkheden, die hij niet kan verklaren, maar die de verwezenlijking van zijn doel en prediktie het dichts benaderen. Dit is meerdere malen gebleken. De wetenschapsman die uit blijft gaan van alle als bewezen geldende feiten, en alle redelijke elementen, zal slechte de bestaande wetenschap verder kunnen formuleren en tot uitdrukking brengen. De wetenschapsmens die durft dromen en dan zijn droom durft herleiden tot termen die in zijn redelijk en technische wereld hanteerbaar zijn, creëert een totaal nieuwe reeks van mogelijkheden en zelfs vaak een nieuwe vorm of tak van wetenschap. Het is iets om over na te denken. Zou de wereld van vandaag niet grotendeels vastlopen omdat men zich zozeer wil houden aan "het systeem" “de redelijkheid”, ”de logica”. Is de grote fout van de mens van vandaag eigenlijk niet dat hij meent dat er voor alles eigenlijk maar één juiste oplossing is, en dat hij weigert eenvoudig om vele andere mogelijkheden in overweging te nemen. De mens heeft bepaalde gebondenheden daar ontkomt hij niet aan. U bent, of u wilt of niet, gebonden aan het land waarin u leeft, niet omdat u nu toevallig burger van dat land bent, laat u dat niet waarmaken want dat is een leugen maar omdat dit de basis is van uw eerste beleven, omdat het de basis is van al uw referentiewaarden in het leven. Het is de maatstaf waarmee u uw bestaan en al hetgeen u erkent meet. En die binding zult u slechts zeer zelden ongedaan kunnen maken. Alleen wanneer in uw opvoeding dus een voortdurende wisseling heeft plaats gevonden, bent u vrij om uw eigen milieu te kiezen en uw eigen referentiewaarden en zelfs dan wordt die vrijheid vaak nog beheerst door andere termen en menselijke regels beperkt.

Laten we erkennen dat die binding bestaat. We behoeven toch die binding niet teniet te doen, we kunnen ervan uitgaan. U bent opgevoed in een, bepaald geloof. U kunt dit later verwerpen, u moogt het onlogisch en onredelijk vinden. Maar iets in u blijft refereren aan die waarden die u eens geleerd hebt. Dit geloof blijft, zelfs wanneer u het voornamelijk negatief hanteert, zoals vaak voorkomt, in feite één van uw maatstaven, voor het verschijnsel “leven" in de wereld. Is het dan nodig dat wij ons toszeggen van een godsdienst of van een bepaalde achtergrond? Welnee, ook deze kunnen wij tot basis maken, tot punt van uitgang. Het is niet belangrijk wat onze achtergrond is, als mens ben je altijd gebonden en zelfs als geest blijft die binding een zekere tijd bestaan. Maar te begrijpen dat je uitgaande van die binding, dromende a.h.w. over het mogelijke, de werkelijkheid kunt bepalen en beheersen, dat is eigenlijk de stimulus die je nodig hebt want met dit besef kun je leren de zaak niet tot een conflict te doen worden, maar te doen overgaan in een misschien onverwachte en op een sprongmutatie lijkende, maar in feite toch voor de redelijkheid aanvaardbare ontwikkeling. U ziet het ook wat dit betreft is er wel een en ander te zeggen.

Wanneer wij geconfronteerd worden met openbaringen, leringen met denkbeelden, is de bron daarvan niet belangrijk ook al schijnen we dat heel vaak wel te vernemen, er is meer tijd besteed, om aan te tonen dat de bijbel, Gods woord is, dan om de waarheden daaruit te putten die er voor elke mens in schuilen. Laat ons uitgaan van dat gene wat wij leren. De bron, waaruit wij leren, is van minder belang zolang zij voor ons aanvaardbaar is, zodat wij er voor openstaan.

Laat de bewustwording niet door de redelijkheid en door “ik ga het nou op mijn manier zeggen of doen" beperkt worden, laten we de lering aanvaarden zoals ze komt. Laten we ons denken scholen om de meest verschillende soorten van lering en mededeling te verwerken, en laten we dan daaruit de referentiewaarde halen voor onze eigen dromen, voor ons eigen,omzetten van de droomwereld naar de praktijk, voor onze eigen uitdrukking van het harmonisch bestaan in onze dagelijkse werkelijkheid.

Is het nu werkelijk belangrijk hoe je in de wereld komt? Wanneer je er komt? Als u er maar bent. Laat ons eenvoudig zeggen wat voor mij volgens mijn beste innerlijk weten denken en gevoelen op dit moment juist is, is voor mij de juiste weg, niet wat,ik morgen denk. Alles is voortdurend zich aan het vormen en hervormen, het is alleen maar belangrijk dat ik nu in mijn  denken, in mijn scheppende wereld juist reageer. Stel geen eisen aan het leven, stel eisen aan jezelf. Verwacht niet dat het leven in zal grijpen of een ander of zelfs God in zal grijpen. Probeer het zelf. Wie uitgaat van zijn eigen denkbeelden van zijn eigen vermogen tot dromen, tot het vormen van beelden en het creatief werken daarmee, hij wordt meester van zijn eigen wereld, hij bepaalt zijn verhouding met al wat er in het leven bestaat en door de innerlijke evolutie die hij doormaakt op deze wijze zal zijn wereld nog steeds groter worden. Ze zal steeds meer kenbare factoren gaan omvatten en in haar kenbaarheid zal ze dichter een objectieve werkelijkheid benaderen. Wat de mensen in uw tijd redelijk, logisch en werkelijk noemen is dat volgens mij zeer zeker niet.

11:48 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: filosofie, logica, werkelijkheid |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.