18-10-15

De Lof der Zotheid.

De Lof der Zotheid.

De Lof der Zotheid,

Wanneer ik de Lof der Zotheid wil zingen dan is dat niet omdat een zot ook altijd werkelijk gek is. Het is eerder omdat de wereld vaak te rationeel is.

Je hebt verschillende werelden: Er is een wereld van het gevoel, die ziet er anders uit dan de wereld van het verstand.

Je hebt de wereld van de geest, die toch weer een ander soort werkelijkheid vertegenwoordigt dan dat je met je verstand kunt volgen. En vele mensen worden zot genoemd, omdat zij niet alleen met hun verstand leven.

Laat ons een kijken wat dwaasheid is. Geloof is, volgens velen - althans, dwaasheid. Waarom? Omdat het niet volledig redelijk is; het is niet bewijsbaar, maar gelijktijdig komt dat geloof tegemoet aan een bepaalde behoefte van de mens en brengt hem, in zichzelve, tot een ander plan van leven. Hij ziet de zaak beter in, hij beleeft intenser en bovenal: hij heeft een doel in zijn leven, wat bij zuiver redelijk denken vaak ontbreekt of erg beperkt is.

Wanneer je geestelijke waarden binnenlaat, in een menselijk leven, dan wordt het nog veel erger: Je gaat reageren met intuïtie, waar je eigenlijk verstandélijk zou moeten denken; je gaat reageren op zaken, die er voor anderen niet zijn. En dat is natuurlijk helemaal erg. Het komt er wel op neer dat, de zogenaamde zotten in deze wereld, wijzer zijn dan de wijzen, want wat kom je met al die wijsheid te doen? Wanneer je leven daardoor niet meer inhoud krijgt en vooral: je zelf veel gelukkiger wordt.

Ik houd niet van die mensen die zeggen dat je op de wereld bent om te lijden en ook niet van die mensen die zeggen dat je op de wereld bent om te genieten, want lijden en genieten zijn sterk met elkaar verwant, in vele gevallen. En het een voert vaak tot het ander.

Later wij zeggen: :een mens is op de wereld om gelukkig te zijn, maar wat is geluk? Geluk is het gevoel dat het leven aanvaardbaar is dat het inhoud geeft. Geluk dat is het contact dat je hebt met anderen; het begrip, dat je voor anderen opbrengt, of dat nu een mens is, een dier, een plant, dat geeft niet! Als je er maar begrip voor hebt. Geluk is een vorm van harmonie, waarin je jezelf uitleeft, maar waarin je gelijktijdig jezelve beperkt tot datgene dat werkelijk voor jou essentieel is. Je zoekt alleen de dingen die werkelijk belangrijk zijn.

Een zot, die gelukkig leeft, zal aan veel dingen voorbijgaan die voor een ander belangrijk zijn; hij zal misschien denken: een bankrekening, nou wat heb ik eraan? Hij zal zeggen: waarom zal ik regelmatig werk doen, wanneer ik mij daar niet gelukkig bij voel? Natuurlijk; ik heb meer zekerheid, ik kan meer verdienen, maar laat mij nu maar de kans om het op mijn eigen manier te doen.

Die mensen die passen niet helemaal in deze maatschappij eigenlijk, dat weet ik wel, maar als zij gelukkig zijn, zijn zij dan eigenlijk niet wijzer dan al die andere mensen?

Een zot is iemand die zegt: Ach ik heb geen haast, ik kom er toch wel! En hij heeft eigenlijk gelijk, want het einde is voor iedereen hetzelfde. Er komt voor elke mens een ogenblik dat hij doodgaat. Maar als hij dood is, ach dan komt er weer het ogenblik van verwondering dat het leven verdergaat op een andere manier en ik geloof niet dat het veel verschil maakt hoe je precies geleefd hebt, dat ogenblik komt toch wel!

De kracht van een mens is ook zoiets! Wij kunnen nu wel zeggen: Een mens heeft energie, heeft wilskracht. Maar ga je die ontleden dan blijkt dat heel vaak meer een eenzijdigheid te zijn. Iemand die dwaas genoemd wordt, daarvan zien wij vaak dat die weinig wilskracht heeft (schijnbaar), want hij reageert met alle omstandigheden mee; het is voor hem niet zo belangrijk. Aan de andere kant, zal hij altijd weer zoeken naar zijn innerlijke harmonie, naar zijn gevoel van geluk, van verbondenheid met de wereld en met de kosmos. Is dat zo dwaas?

Wanneer ik mensen hoor, praten over al wat noodzakelijk is in dit leven, dan heb ik wel eens de neiging om af te vragen: Lieve mensen waar maken jullie je druk over? Wanneer u er bv. over twist of je iemand op deze of gene manier moet genezen, dan haal ik mijn schouders op, dan zeg ik: Is dat zo belangrijk hoe het gebeurd, wannéér het maar gebeurt!

Wanneer ik de mensen in de politiek zie vechten over de vraag wie het voor het zeggen zal hebben, zeg ik: Ach lieve mensen wat geeft dat, jullie kunnen toch niet veel veranderen aan wat er bestaat; dat kun je alleen maar door anders te leven. Dus: waarom zou je je er zo druk over maken? Het is een tijd van dwaasheid, maar het is een dwaasheid die niet beseft wordt, die wordt gezien als verstand, als gewichtig! Geef mij dan maar de dwaas, de dwaas die lachen kan. Geef mij de spottende Uilenspiegel, die vechten kan voor wat belangrijk is en die toch gelijktijdig, met een wat satirische benadering van het bestaan, voortdurend ook wel ergens vrede en geluk kan vinden, ondanks alles.

0 zeker, ik weet het: "De asse klopt op mijn hart" en dat is niet alleen een spreuk van Tijl Uilenspiegel, want iedereen heeft wel iets, dat hij niet los kan laten; bij iedereen is er een beleven, of een gebeurtenis, die voortdurend terugkeert en die elke keer weer terug op de voorgrond komt, maar je moet ermee leven! Wees dan maar rustig een dwaas; doe maar net of je een zot bent, want het is aan de zotten dat de wijsheid wordt gegeven om werkelijk te leven.

Ik heb eerbied voor elke mens die, hoe dan ook, oprecht in zich en vanuit zich zoekt te leven, maar dat wil nou niet zeggen dat ik ze allemaal bewonder. Bewonderen kan ik alleen de mens die steeds méér wordt, steeds méér doordat hij zijn wereld beter gaat doorzien, leren kennen; die steeds méér wordt, doordat hij méér geluk kent en daardoor ook meer geluk kan geven.

Een mens die, langzaam maar zeker, de essentie wordt van al datgene waarin hij bestaat. Een dergelijke mens daar heb ik eerbied voor, want dat is een mens die zijn wereld wordt. En een mens, die zijn wereld wordt, is een mens die altijd het geheel van zijn krachten, van zijn wereld zal dragen.

Het gaat er niet om wie je bent en wat de anderen van je zeggen. Belangrijk zijn dat is hetgeen waar menigeen naar hunkert, maar wat heb je eigenlijk aan die belangrijkheid? Hoe meer je probeert te zijn, in de ogen van anderen, hoe meer je vastloopt op datgene wat je in jezelf bent. Nu kun je zeggen: Het is een zot die handelt naar alles wat er in hem leeft, maar aan de andere kant zeg ik wel: Dat is dan toch wel een gelukkige zot, want hij die leeft wat in hem is, die leeft de Goddelijke kracht die in hem is, die leeft die gehele gevoelswereld uit, naast de denkwereld, die laat alle Geestelijke elementen in zijn wezen net zogoed aan het woord als al het andere.

Nou ja, orde moet er zijn. Natuurlijk, maar wat is orde eigenlijk? Een zot heeft eens gezegd: Menselijke orde dat is het opstellen van de kegels opdat God een Grote bal kan nemen en weer eens "alle negen" kan gooien. En hij had gelijk dacht ik, want elke keer als de mensen denken dat zij het voor mekaar hebben, dan gebeurt er iets, dan verandert het en dan blijkt dat van al die kostelijke voorzorg en maatregelen niets overblijft dat al die illusies door elkaar geschud worden en dat je weer opnieuw moet beginnen. En dan begint de mens weer met orde en God rolt zijn volgende balletje en de zaak ligt weer op de grond. Ook dat is leven. Je moet niet denken dat je kunt ontsnappen aan het leven; je kunt ontsnappen aan je deel zijn van bepaalde facetten van leven. Laat mij het u heel simpel zeggen:

Wanneer je niets voelt voor een medemens, dan schiet je tekort en dat weet je; daar komen spanningen uit voort. Wanneer je een medemens tekort doet, dan weet je dat zelf, dan ga, je meestal die medemens haten, omdat jij tekort bent geschoten en zo maak je het kwaad nog erger. Dat is de redelijke wereld, zo is het toch altijd!

Je kunt het ook omdraaien, je kunt zeggen: Alles wat ik ben in mijn medemensen en voor mijn medemensen dat is mijn werkelijkheid en de rest komt er niet zo op aan. Haat? Als er haat komt, dan zet ik die om in een afwijzen van een bepaalde manier van denken, doen of leven, maar gelijktijdig met een erkenning van de eigen waarde van hetgeen dat het tot stand kan brengen.

Wanneer je diep in jezelf graaft dan zou je kunnen zeggen: Ach een mens heeft eigenlijk kosmische kracht in zich; wij zijn deel van een totaliteit en wij kunnen die kracht uit de totaliteit ontvangen. Best! Maar wij gebruiken ze niet, dan hebben wij er ook niets aan.

We kunnen zeggen: Ja, maar wij hebben ook geestelijke kracht, kracht die behoort tot ons eigen geestelijk wezen, de sfeer waaruit we komen en die is in ons Volkomen waar! Maar wie gebruikt ze? Je kunt zeggen: Wij hebben 1evenskracht en innerlijke energie en daarmee zullen wij in het leven eens een keer gaan maken; we zullen laten zien hoe het moet. Maar wij gebruiken de kracht niet, of wij gebruiken ze verkeerd en waar zijn wij dan?

Kijk eens, een dwaas, in de ogen van de mensen, is hij die openstaat voor alle krachten die in hem zijn, die al die krachten laat werken, die al die krachten, al die erkenningen en openbaringen niet als iets bijzonders beschouwt, maar ze gewoon samen laat vloeien in zijn wezen en dan probeert er iets van uit te stralen, hoe dan ook. Een mens die werkelijk wijs is, handelt vaak als een dwaas want hij spreekt niet eens van schuld en boete en vergeving. Voor hem is aanvaarding meer dan voldoende. Een mens die een dwaas lijkt put uit krachtreserves, die hijzelf nooit probeert te omschrijven of te definiëren; de kracht is er gewoon en hij gebruikt ze. Hij is misschien als een kind, dat zich ook niet afvraagt waar het eten vandaan komt en waar het bed vandaan komt en hoe het huis betaald wordt, dat zich alleen maar afvraagt: Heb ik voldoende eten, drinken, heb ik een prettige plaats om te rusten, is er voldoende genegenheid en bescherming rond me? Natuurlijk een dwaas! Welke mens kan zich dat permitteren?

Maar aan de andere kant: Welke mens is sterk genoeg, is groot genoeg, is machtig genoeg om het zich te permitteren een oordeel te vellen over de wereld? Welke mens weet voldoende om te kunnen zeggen: Ik heb de waarheid en niets anders! Wat is er dwazer op een wereld dan twee mensen die elkaar dulden in de naam van de verdraagzaamheid, van de naastenliefde of van de democratie. Wat is dwazer dan mensen die elkaar bestrijden om dat zij menen dat zij rechten hebben. Bent u iets dwazer? Maar dat is gezond verstand; in uw wereld is dat gezond verstand. In uw wereld is het normaal en gezond verstand wanneer iemand,van de gemeenschap eist. Een dwaas doet dat niet, een dwaas zorgt voor zichzelf!

Bij u is het allemaal gezond verstand en redelijk! Wanneer wij datgene dat wij uiteindelijk bereikt hebben, verdedigen met alle middelen (zelfs al gaat de wereld eraan kapot )! Dat is verstand! Ja, ja, dat is redelijkheid, dat is emotie in allerhande argumenten vermomd, dat is geen werkelijkheid. Maar u, u hebt werkelijkheid! O, ik wil niet zeggen dat u een zot bent, helemaal niet (of een zottin) ik wil alleen maar zeggen dat, in u allen, de zotheid zo goed steekt als al die schijn van waardigheid en van verstand.

Een mens leeft! Is het niet genoeg om te leven? Moet je het leven versieren? Toen God de wereld schiep, of toen de wereld ontstond, zoals u wenst, ontstond een evenwicht. Dat evenwicht was tamelijk hardvochtig, een strijd tussen elementen, een strijd om het bestaan in de eerste bossen die ontstaan zijn, een strijd om de eerste levensvormen die er ontstonden en dat gaat voort. Maar wat overbleef was een evenwicht; dat kon leven, dat kon bestaan. Leven en dood waren niet belangrijk. Belangrijk was de harmonie van het geheel, waardoor het zich kon ontwikkelen en kon bestaan. Het was - dacht ik - zéér sociaal, want zegt men niet - met sociale denken: De eenling is onbelangrijk; het gaat om het

heil van de massa en dat heeft die wereld bewezen. Zeker, het heil dan de massa, maar het heil van de massa dat houdt geen rekening met de eenling, nietwaar?

Zo is die wereld ontstaan, zo is zij geschapen, zo is de wereld en datzelfde geldt voor de mensen ook. Denk niet dat er een wereld kan bestaan, zonder eet en wordt gegeten. Of dat nu overdrachtelijk of volkomen werkelijk bedoeld is.

Zo is het leven,dat is de materie; de materie die alleen voortdurend kan bloeien doordat zij zichzelf voortdurend verteert en vernieuwt. Dat geldt voor u toch ook!

In u is de emotie. De emotie dat is niet alleen maar het spel van wat interne secreties, wat reacties op ervaringen, op wat herinneringen. De emotie gaat veel verder, emotie grijpt terug, zeer vele geslachten terug, tot in de oertijd van uw ras. Zij grijpt terug op allerhand waarden die bestaan hebben, lang voor dat u wist wat leven was op deze wereld. Emotie grijpt terug op de essentie van wat een mens is en als zodanig brengt zij u in contact met de werkelijkheid van uw bestaan. Een mens denkt dan na, en geeft zijn emotie een richting, maar daar maakt hij een fout, want je kunt niet verstandelijk je emoties richten. Je kunt je emoties gebruiken en je kunt je verstand gebruiken.Maar dan moet je het verstand zo gebruiken dat je daarmee niet de emotie van richting of inhoud probeert te veranderen, maar- dat je, door je denken aan te doen sluiten op de emotie en vandaar uit te doen reageren, de energie die zo in je bestaat, a.h.v. als gericht uit kunt stralen. Is dit aanvaardbaar?

Dan moeten wij nog een stap verdergaan dacht ik, want leven en zeker het leven zoals u het kent, is een samenspel van allerhande waarden: Schijnbare hardheid, schijnbare wreedheid wanneer je denkt in termen van alleen het aardse bestaan, maar gelijktijdig een enorme mildheid, wanneer je rekening houdt met de eeuwigheid. De mens heeft geprobeerd om het leven in de wereld ergens hard te maken en in die hardheid heeft hij zichzelf primair gesteld en gezegd: Hier ben ik en aan mij behoort die wereld. Ik ben de koning van de wereld, de koning van de schepping en hij heeft zich niet eens afgevraagd of dat nu wel terecht is. En elke mens doet dat tegenover zijn medemens ook: Ik ben belangrijk, ach die anderen zijn ook wel belangrijk, maar "ik"' En als hij niet zegt "ik" , dan zegt hij wel: mijn geloof, mijn streven, mijn overtuiging, mijn bezittingen, mijn vrouw en kinderen, mijn partij, mijn vaderland of iets anders, want hij heeft de neiging natuurlijk, wetende dat hijzelf maar onbelangrijk is in die wereld, om er nog een beetje bij te doen, er nog wat gewicht aan te verlenen. Maar als hij nu zo denkt of niet, hij voelt dat het anders is.

Belangrijk is voor een mens in wezen alleen maar: Dat hij vrij is. En vrij zijn dat betekent helemaal niet dat je geen banden kent, dat vergeten de meeste mensen ook, ze denken vrij zijn is los zijn van alles. Nee het is belangrijk dat je vrij bent door: met je gevoel, met je weten, met je innerlijk kracht te zoeken naar die harmonie, waarin je kunt bestaan. En als dat niet gaat, dan moet je jezelf veranderen want de wereld kun je niet veranderen. Een gek argument natuurlijk nietwaar? Wij moeten de wereld veranderen, roepen de mensen. Ja, dat riepen ze al in het jaar nul ook hé en ver voordien, maar als je goed kijkt wat is er nog veranderd? 0 zeker 't zijn geen Romeinen die optrekken in deze tijd; het zijn internationale concerns. En er is geen slavernij meer, maar er zijn een hele hoop mensen die voor een hongerloon moeten werken en nog "dank je" zeggen ook.

Er is politieke gelijkberechtiging, roepen zij dan uit, nou vergeet het maar! Er is democratie! Gelooft u dat nu maar niet; het volk heeft nergens iets te zeggen, maakt u zich géén illusies. Al die leuzen van "zoveel beter is het", kun je rustig wegvagen. Vroeger waren er rijken, die zijn er nu ook, vroeger waren er armen, die zijn er nu ook. Vroeger was er een begrip van orde, dat is er nu ook, het is een ander begrip maar het is er ook en vroeger liep het mis en nu loopt het ook mis.

Laat ons a .u. b.  niet zeggen dat wij zoveel beter zijn, een zot begrijpt dat! Een zot, die plukt de dag, een zot die geniet van een bloesem en morgen van een hesp en overmorgen misschien alleen van het denkbeeld dat hij het gehad heeft of dat hij het nog een keer krijgen zal, maar hij probeert alles uit het leven te plukken. Dan gaat het niet altijd; het is onmogelijk, je kunt die harmonie niet altijd volhouden, maar elke keer weer vindt hij er iets van terug. Hij vindt geluk en dat geluk wordt de dragende factor van zijn leven. Dan kun je.zeggen: Ja, maar die mens die leeft niet menswaardig! Wie maakt uit wat mens waardig is? Wat is een mens? Wat u menswaardig noemt, dat vindt een ander misschien mensonwaardig of onterend. Wat die ander goed en menswaardig vindt, dat is voor u onaanvaardbaar. Vrij zijn, dat wil zeggen je eigen harmonie vinden. Een dwaas vindt die harmonie, omdat hij zich weinig laat beïnvloeden door alles wat hem wordt voorgehouden. Dat is ook zo'n moeilijk punt natuurlijk. Wij kunnen u van alles voorhouden; wij doen het ook vaak, maar je kunt nooit zeggen: Mensen zo is het, je kunt zeggen: Zo is het voor mij, zo zie ik het en zoek jij nu eens uit wat jezelf bent.

Een mens die niet weet wat hij zelf is, wat hij zelf wil, wat er aan werkelijke gevoelens in hem een rol speelt, wat werkelijk zijn kracht is en die alleen maar blijft hangen bij allerhand droombeelden, die hij misschien nooit zal waarmaken, die blijft vastklampen aan allerhand denkbeelden, die hem toegespeeld worden... die mens is dan dwaas; hij noemt zich een redelijk mens, maar hij is gebonden, hij zal nooit vrij zijn omdat hij niet eerst zichzelf durft zien en aanvaarden zoals hij is.

Dan schieten we nog een stapje verder op: Ik ben bij de Wessac bijeenkomst geweest. Ik weet niet of u die kent. Het is dus tegenwoordig niet meer in de vallei van het riviertje "de Wessac", een bergbeek, het is nu ergens anders maar de bijeenkomst heet naar de plaats, waar zij heel lange tijd heeft plaatsgevonden.

Het is een uitstorting van kracht, u zoudt kunnen zeggen: een soort communicatie tussen de kosmos en de Aarde en daar zijn allerhande mensen en geesten bij tegenwoordig.

Wanneer ik nu zie wat daar gebeurt, dan is dat in mensenogen natuurlijk dwaasheid, dat kan niet. Maar het gebeurt, het is werkelijk, ik beleef het. Wanneer ik iets beleef, dan is het voor mij waar. Wanneer ik reageer volgens hetgeen ik daarin zie, dan kan een ander mij een dwaas noemen, maar dan leef ik in ieder geval eerlijk wat ik in mijzelf ken. Er is deze keer weer van alles te zien geweest: kleuren, licht, vormen erin, het heeft er een beetje uitgezien of er allerhand gekke dingen gaan gebeuren. Wij hebben gezien dat bepaalde tegenstellingen nog groter worden dit jaar. Maar de belangrijkste feiten die wij eigenlijk hebben afgelezen, die zullen in de nieuwsbladen niet staan. Het is een feit dat de mens, juist in deze periode van tegenstellingen, vol is van kracht, boordevol zelfs, maar dat hij niet weet waar hij ze laten moet, dat hij daarom schijnbaar verteerd wordt door zijn eigen krachten! Krankzinnig eigenlijk hé? Nu heb je iets, je weet niet wat je ermee moet doen en je laat het je opvreten. Terwijl als diezelfde kracht een uitweg, kan vinden, alles ineens anders is. Het klinkt dwaas maar ...laat ik het zo formuleren: er is een toenemende hoeveelheid energie, die praktisch alle mensen op aarde gaat beroeren en als die mensen die absorberen er iets van; de één neemt wat méér op, de ander wat minder, maar iedereen die krijgt dus meer kracht. Het beroerde van die mensen is nu dat zij die kracht proberen te binden in de manier waarop zij denken. En als je nu meer kracht hebt en je denkt dat die buur eigenlijk niet deugt, dan ga je meer détails zien, waardoor je nog zekerder bent dat die niet deugt en je krachten verspilt met het verwerpen van die buur, terwijl je misschien, met diezelfde kracht, een ander mens gelukkig zou kunnen maken.

Nu is het zo dat die hele wereld verward schijnt. Als wij ons aan uiterlijke vormen gaan vastklampen, dan vinden wij geen redelijk peil, dan zeggen wij niet: zo moet het gaan. Wij roepen wel uit: Dat is de weg, maar bij onszelf zeggen: zou het waar zijn? Nou ja, als we voorlopig maar op weg gaan - nee -. Wat wij moeten doen. Dat is ons eerst afvragen wat, door ons gevoel, vanuit onze gevoelswereld met die kracht zou moeten gebeuren, want wij voelen heel goed aan wat wij wél en wat wij niet kunnen, waar wij die energie wél kunnen gebruiken en waar niet. Hoe wij ze voor onszelf kunnen gebruiken en hoe we zo aan de wereld kunnen meedelen. Dat is een gevoelsmatige kwestie en die kun je dan niet uitdrukken in termen van: het Rode boekje, de bijbel, of wat anders. Je kunt het eigenlijk alleen nog maar uitdrukken in termen van: Zo voel ik mijn mogelijkheid in de wereld en nu ga ik daar mijn kracht nu maar geven, hoe, dat geeft niet.

Een vriend van mij heeft een beeld gegeven voor die toestand, hij zei: Het is net eigenlijk als een avond voor een zwaar opkomend onweer; de mensen zijn loom, lusteloos en eigelijk tijdig prikkelbaar. Dat komt omdat zij geladen zijn, door die statische elektriciteit die er aanwezig is en wanneer dat eindelijk, door het onweer wordt opgelost dan voelen zij zich verfrist. Maar nu blijkt dat zij eigenlijk, na dat onweer, vaak vitaler zijn dan je in hun toestand voor het onweer ooit had kunnen verwachten, zelfs meestal iets vitaler dan lange tijd voordien. Die vergelijking leek mij wel goed in dit verband.

Je hebt allemaal het gevoel dat er nu eindelijk iets moet gebeuren, dat je iets moet doen. Wij moeten nu maar eens afrekenen met al het oude, we moeten nu

maar eens opbouwen, we moeten nu maar eens aan iets nieuw beginnen en anders laten wij de zaak maar liggen waar ze ligt,want het geeft nu niet meer. En waarom zou

ik mij zo druk maken voor die studierichting, dat interesseert mij niet meer, ik heb nu iets anders dat is veel belangrijker. Je hebt misschien gelijk, vanuit uw

standpunt. Maar is het niet eenvoudiger om je eerst eens af te vragen: niet welke situatieverandering noodzakelijk is, maar eerst welke innerlijke verandering

er noodzakelijk is. Hoe kan ik die energie in mij gebruiken? Wat zegt dan de zogenaamde dwaas? Die zegt: Ik ben sterk, nou dan licht ik dingen op, het kan mij niet schelen wat, voor mijn plezier desnoods de stenen langs de weg. Dan zegt iedereen: Ja, om je daarvoor in 't zweet te werken dan moet je wel een dwaas zijn.

Maar die dwaas verbruikt zijn energie en dan is niet zo belangrijk, dat het schijnbaar nutteloos is, want daardoor komt hij in éénklank, in harmonie met zijn wereld.

En het is die éénklank die bepalend is voor al het andere.

Ja, ik voel ontzettend veel voor een zot, tenminste voor wat de wereld een zot noemt. De narrenkap, omsluit vaak meer wijsheid dan een kroon en het gekleurde gewaad van de goochelaar bevat soms meer begrip, inzicht en kosmische waarheid dan het gewaad van een bisschop. Soms, het hoeft niet altijd zo te zijn. Maar soms is het zeker waar.

Inwijding! Een groot woord, maar harmonie, éénheid met alles, dat is inwijding, dat is géén groot woord, dat is een mogelijkheid. Geen kosmische geheimen, die stuk voor stuk onthuld worden aan de gretige luisteraar die zich daardoor verheft boven al het ander, die door de filosofuspoort gaat en uit die filosofuspoort de eindeloze ladder bestijgt van alle nieuwe waarheden. Maar alleen de mens, die zijn ogen opendoet en die leert zien. De dwaas is meestal de mens die ziet. De zogenaamde redelijke mens, is de mens die eindeloos trappen klimt, zonder dat hij werkelijk beseft wat hij leert, wat hij ziet en wat hij is.

De mens zoekt naar het geluk maar om gelukkig te zijn moet je aan een paar voorwaarden beantwoorden. De eerste is - en misschien de belangrijkste:

  • A: Doe alleen die dingen waarin je gelooft voor jezelf. Het geeft niet wie er verder in gelooft, men moet er voor zichzelf helemaal en volledig in geloven.

  • B: Laat niemand grenzen trekken, want de kosmos is grenzeloos, maar trek grenzen voor jezelve, waar je ziet dat je mogelijkheden falen.

  • C: Zoek nooit iets van buitenaf te verwerven, wat je niet in jezelf erkent en gevonden hebt, want dat wat je in jezelf kent en vindt, dat zal de wereld je wel teruggeven, dat is overal te vinden. Maar wat je niet in jezelf erkent en vindt, wat je voor jezelf vervalst, dat zul je in de wereld nooit vinden en wat je vanuit die wereld, wilt vinden kan nooit beantwoorden aan hetgeen in je leeft.

     

    Dan heb ik nog een paar dingen, maar die zijn niet "Lof der zotheid" alleen:

    Een kind kan, op, een fluitje van een cent, soms méér van de kosmische muziek verklanken dan een groot orkest. Dat komt omdat het kind zich geheel geeft, in zijn muziek, en bij het orkest is het vaak wel eens routine; het hoort nu eenmaal zo dus doen wij het zo.

    Een mens kan vaak dichter bij de Goddelijke werkelijkheid staan dan alle andere; het is a.h.w. de klank, de smaak misschien van het leven. Je kunt de woorden aaneenrijgen, waar zij blijven zinloos en soms kun je ineens een paar woorden vinden en alles zeggen. Nu weet ik wel, dat gebeurt niet vaak. Ook wij zullen vaak vele woorden moeten verspillen, om die paar woorden te vinden die tellen, die kosmische klank zijn. Maar als er een kosmische klank is, indien er een werkelijkheid bestaat groter dan wij - en ik zeg u dat die er is - dan komt er een ogenblik dat wij één woord vinden en dat woord is de sleutel tot alle dingen, dat is de kracht. Dan kunnen ons anderen dwaas noemen, omdat zij niet met die sleutel ergens binnen kunnen dringen in de oneindigheid. Maar wij die de sleutel kennen, wij zijn de gelukkigen, wij zijn diegenen die ontsnapt zijn, niet aan de middelmaat, want daar zijn wij ook nog deel van, maar aan de beperktheid die wij onszelf opleggen - misschien begrijpt u het wel -. Ik zou het haast willen gaan citeren nu:

    Wanneer de beker overvloeit, dan is het licht te lachen. Als de beker ledig is, vul haar dan met de vreugde die is geweest en drink opnieuw de vreugde die was. Wanneer de beker zelf vergaat: hef de hand en zie hoe het gelaat van de vreugde daarin, opstraalt. Laat de vreugde van alle tijden u begeleiden als een licht in het heden, want slechts in het heden is de waarheid, slechts in het heden is het geluk en slechts het heden is de sleutel voor alle oneindigheden.

    Degene die dat zei, die dacht nog wel eens in termen van eten en drinken, in termen van de liefde, maar hij docht bovenal in de termen van vandaag.

    De mensen zeggen: Je bent een dwaas als je alleen vandaag leeft, je moet voorzorgen nemen dat het morgen in orde is en je moet er voor zorgen dat de fouten van gisteren opgelost worden. Ach zegt de dwaas: De fouten van gisteren, voor zover zij met me meegaan, kom ik vandaag wel tegen en de zorgen voor morgen? Waarom zou ik me daar vandaag mee bezighouden? Wanneer ik vandaag doe wat ik vandaag gedaan heb dan zal vandaag moren wel baren, daar heb ik geen zorgen voor: Ik leef vandaag.

    Is dat niet het woord van de dwaas en de wijze? "Ik leef vandaag”. Het geluk dat ik vandaag ken is een weerkaatsing van alle verleden en heden; de harmonie die ik vandaag vind, is het sleutelwoord voor al wat ik geweest ben en al wat ik zal zijn. Het licht en de kracht die ik in mijzelf erken: zij vormen de toegang tot mijn werkelijk wezen in de oneindigheid. Ik heb het niet nodig om morgen belangrijk te vinden wanneer ik vandaag werkelijk leef.

    Leven, bestaan, existeren wat zijn dat eigenlijk voor termen? Denkt u werkelijk dat u leeft? Dit wil zeggen, dat u zich bewust bent van alles, in uzelf, en van uw mogelijkheden? Bent u niet voortdurend bezig hoe het anders zou moeten en anders zou zijn? Of leeft u werkelijk? Bent u datgene dat u nu moet zijn? Werkt u met datgene dat nu in u bestaat? Lost u het probleem op dat nu aanwezig is? Bent u een vergaarbak van nieuws soms en maakt u zich zorgen over de hongersnood hier en de dictatuur daar en de bommen die elders ontploft zijn en de dreigingen die politiek en economisch bestaan, het vallen en herrijzen van de beurswaarden? Of ... voelt u aan wat vandaag goed is en wat niet en leeft u, vanuit dit besef, in het heden? Het is maar een doodgewone vraag, want dit zeg ik u: Deze wereld verandert, verandert zo ontstellend en in zo'n korte tijd, in al haar verhoudingen dat alles, wat u voor morgen wil doen, a1 dwaasheid is geworden, wanneer morgen aanbreekt. Deze wereld verandert zo scherp en zo sterk, deze wereld vindt een zodanig nieuwe richting dat alleen de levende mens, die in zich leeft, zich daarin terecht zal kunnen vinden. Dan spreek ik niet van een nieuwe maatschappij, van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, ik spreek van deze wereld waarin u leeft, deze wereld die ook zuiver door natuurlijke krachten, grote veranderingen zal ondergaan, deze wereld waarin geestelijke invloeden een zo grote werking hebben, dat de mensen ineens anders gaan denken, anders gaan reageren. Ik heb het over deze wereld waar de bezittingen, die vandaag onschatbaar lijken, morgen minder waard zijn dan één druppel water, dan één korrel graan, dan één goed woord. De waarden van de wereld veranderen snel. O, u zult het nog wel zien vóór de zomer voorbij is, dan heeft u de tekenen al lang gezien en begrepen. Dan zegt u: Waar gaat het met de wereld naartoe en hoe moet dat en wat is er nu weer gaande met onze economie en waarop zijn die dreigingen daar en hoe moeten wij die terreur beteugelen en hoe moeten wij de mensen duidelijk maken dat zij moeten blijven werken? Dat zult u allemaal zeggen. Maar u kunt ze het niet duidelijk maken, u kunt de dingen niet veranderen. Het enige wat u kunt doen is: uzelve aanpassen aan de dingen die in u bestaan en die morgen a.h.w. mede omvatten. Wie vandaag geluk brengt, wie vandaag gelukkig is, wie vandaag in zich licht vindt, wie in zich vandaag kracht erkent en gebruikt, die bouwt een morgen die diezelfde waarde omvat. Degene die dat ter zijde stelt, mijn lieve vrienden, die zal waarschijnlijk begraven worden onder zijn instortende illusies en dan is de vraag: of hij zich uit de geestelijke schijndood, die dat voor gevolg heeft, ooit zal kunnen losmaken om weer te leven.

    Wat weet de wereld van wat er werkelijk aan de hand is, wat weet de wereld van de natuurlijke evenwichten, die hersteld worden en hersteld moeten worden. Wat weet de wereld van de invloeden, op dit moment, aan alle kanten van de wereld werkzaam zijn en die zich daar uitbreiden? Ook stoffelijke invloeden! Wie kent de angstvallig behoede geheimen van vandaag? Duistere laboratoria, nee toch, u weet niet wat er werkelijk aan de hand is. Weet u wat er gespeeld wordt, achter de rug van uw regering, weet u dat? Dat weet u niet eens Weet u wat de politiek bepaalt in de plaatsen waarin u leeft? Wat daar op de achtergrond zit? U denkt misschien dat u er iets van weet, misschien ziet u er iets van, maar u weet het niet eens Hoe moet u dan weten hoe het  met die wereld gaat?

    U kunt niet "weten". U kunt niet verstandelijk overzien en begrijpen, maar u kunt het voelen. U kunt het vanuit uzelf a.h.w. ervaren en u kunt er met uw gedachten vorm en gestalte aan geven, wanneer u niet denkt aan morgen maar denkt wat u vandaag moet zijn, wat vandaag de vorm is, waarin uw kracht zal verschijnen, wat vandaag de harmonie is waarin u geluk vindt, zelfs al zegt de hele wereld dat u niets heeft om gelukkig te zijn.

    Ik had mijn betoog misschien beter wetenschappelijk kunnen maken en u vertellen wat er op het ogenblik, door multi-dimentionale invloeden, zich aan het afspelen is rond uw zonnestelsel. Zonnestelsel dat een kritieke fase bereikt heeft, waarbij ondermeer die zonnestraling aan 't veranderen is. Maar als ik het u allemaal vertel, verandert u daardoor? Dan zeggen de mensen: Nou dat is interessant of: wat zal er dan allemaal gaan gebeuren. Ja, daar kunt u toch niets aan doen, maar u kunt wel zorgen dat dit gebeuren voor u zinvol is, deel van uw leven, deel van een harmonie, deel is van een kracht. En zeg nu niet dat dit Godsdienst is. Het is eigenlijk logica.

    Kijk eens, wij zitten op 't ogenblik met deze moeilijkheid: Wanneer je de wereld bekijkt, dan kan het de éne kant of de andere kant uitgaan of er kan niets

    gebeuren. Dat bent u met me eens? Maar we weten niet welke voorkeur bestaat, je kunt gewoon niets zeggen. Wanneer wij op één van die waarden gokken, dan hebben wij altijd kans dat het verkeerd gaat. Wanneer wij gaan redeneren, en kiezen wij wat ons het beste ligt; dan zeggen we: Dat zal wel waar worden. Maar de feiten die wij dan aanhalen, zijn eenzijdig en worden in wezen door onze emoties bepaald en niet door de feiten zelf. En daarom zeg ik: dan moeten wij ook niet uitgaan

    van al die dingen, waar wij niets van afweten, dan moeten wij uitgaan van datgene waarin wij iets kunnen weten, waarin wij iets kunnen zijn van onszelf. En daarom heb ik, deze vorm van betoog, gekozen. Als u vindt dat het anders had moeten zijn zegt u het dan even, maar vergeet vooral niet wat ik nu gezegd hebt.

14:47 Gepost door Stem van Gene Zijde in esoterie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de lof der zotheid |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.