25-09-15

EINSTEIN.

EINSTEIN.

Einstein. Een naam en niet meer dan een naam, want het besef dat zo geheten heeft, bestaat nog steeds, maar het heet anders. Dat wat was, is nu in een andere vorm. En dat wat nu is, herhaalt wat was zon­der zichzelf te veranderen, maar anders in verschijning tegenover de wereld, want niets is gelijk voor de mens, wanneer de tijd erbij betrok­ken wordt.

Maar is tijd eigenlijk niet slechts een uitdrukking van verandering? Een verandering van plaats, van uiterlijkheid of inhoud?

Einstein heeft op zijn wijze deze mystieke werkelijkheid gestalte gegeven. Hij heeft duidelijk gemaakt dat de tijd geen werkelijkheid is, maar dat de tijd alleen maar een maatstaf is waarmee wij het verschijnsel meten en dat de relativiteit wordt bepaald door het enerzijds zus en anderzijds zo zien van een verschijnsel. Er is geen vaste regel en geen vaste wet die altijd kan gelden in de beperking van het menselijk zijn.

Het menselijk zijn is ontwikkeling. Maar ontwikkeling kan alleen ontstaan, indien wij uitgaan van de veranderingen die zich in en rond ons voortdurend manifesteren. Wij zijn geen meesters van de tijd, wanneer wij leven in de tijd. Maar wij kunnen wel meesters worden van het besef dat de tijd uitdrukt.

Alles is betrekkelijk. Alles kent wetten die veranderen, wanneer de omstandigheden veranderen zonder dat hun wezen daardoor wordt gewijzigd.

Dat is wat Einstein in mij wakker roept, de zekerheid dat in de voortdurende verandering een werkelijkheid heeft maar dat de wijze waarop we die werkelijkheid beseffen steeds weer een andere zal zijn tot wij met die werkelijkheid verenigd zijn.

De commentaren zijn gesloten.